CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

12b TAM-omgevingsplan Sprundel - Vissenberg III

gemeenteraad 24 september 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-IMRO-plan 'Sprundel - Vissenberg III'26.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Sprundel Vissenberg III Rucphen

DATUM IMRO IDN

21 augustus 2025 NL.IMRO.0840.2583KA001-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

Sprundel - Vissenberg III - TAM-plan Hetty Wenting

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Somnium Real Estate B.V. 44003994.20231370

AUTEUR STATUS

Joris Dingemanse vastgesteld

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

6 Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Projectgebied

7

1.3

Omgevingsplan en TAM-plan

8

1.4

Leeswijzer

10

Planbeschrijving

11

2.1

Historische ontwikkeling

11

2.2

Huidige situatie

13

2.3

Beoogde situatie

15

2.4

Juridische regeling

18

Beleidskader

22

3.1

Inleiding

22

3.2

Rijksbeleid

22

3.3

Provinciaal beleid

23

3.4

Gemeentelijk beleid

27

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

30

4.1

M.e.r.-beoordeling

30

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

30

4.3

Verkeer en parkeren

36

4.4

Water

36

4.5

Planologische relevante leidingen

40

4.6

Omgevingsveiligheid

40

4.7

Cultureel erfgoed

41

4.8

Landschap

43

4.9

Ecologie: gebiedsbescherming

44

4.10

Ecologie: soortenbescherming

46

4.11

Luchtkwaliteit

49

4.12

Bodemkwaliteit

50

4.13

Geluid door activiteiten

54

4.14

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

55

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/1123

4.15

Trillingen

56

4.16

Geur

56

4.17

Schaduw- en windhinder

57

4.18

Lichthinder

57

4.19

Luchthavens

58

4.20

Duurzaamheid

59

4.21

Gezondheid

59

Hoofdstuk 5

Participatie

61

5.1

Algemeen

61

5.2

Omgevingsdialoog

61

5.3

Afstemming overlegpartners

62

5.4

Procedure

62

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

63

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

64

Bijlagen toelichting

65

Bijlage 1

Ontwikkelrichting

67

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

101

Bijlage 3

Mer-beoordeling

127

Bijlage 4

Verkeer en parkeren

143

Bijlage 5

Weging van het waterbelang

157

Bijlage 6

Waterhuishoudkundig plan

181

Bijlage 7

Rioleringsplan

203

Bijlage 8

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

227

Bijlage 9

Stikstofmemo

329

Bijlage 10

Quickscan flora en fauna

359

Bijlage 11

Nader onderzoek flora en fauna

397

Bijlage 12 onderzoek

Gecombineerd (water) bodemonderzoek, asbestonderzoek en infiltratie

Bijlage 13

Verkennend bodemonderzoek Vorenseindseweg ong.

777

Bijlage 14

Asbestinventarisatie

859

4/1123

415

Bijlage 15 ong. Sprundel

Nader onderzoek asbest in bodem 'Voormalige druppellijn' Rucphensebaan

Bijlage 16

Beoordeling bedrijfsmatige activiteiten

923

Bijlage 17

Onderzoek geluidbelasting omliggende bedrijven

931

Bijlage 18

Onderzoek wegverkeerslawaai

991

Bijlage 19

Participatieverslag

1067

Bijlage 20

Verslag inloopavond

1079

Bijlage 21

Nota van zienswijzen

1085

887

Regels

1098

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

1099

Artikel 1

Toepassingsbereik

1099

Artikel 2

Begripsbepalingen

1100

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

1104

Artikel 4

Aanvraagvereisten

1106

Regels voor functies en activiteiten

1107

Artikel 5

Algemeen gebruiksverbod

1107

Artikel 6

Groen

1108

Artikel 7

Maatschappelijk

1109

Artikel 8

Verkeer

1110

Artikel 9

Water

1111

Artikel 10

Wonen

1112

Artikel 11

Waarde - Archeologie

1117

Algemene regels

1120

Artikel 12

Anti-dubbeltelregel

1120

Artikel 13

Aanvullende beoordelingsregels bouwen

1121

Artikel 14

Gebiedsaanwijzingen

1122

Overgangsregels

1123

Overgangsrecht

1123

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4 Artikel 15

5/1123

Motivering

6/1123

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Initiatiefnemer is voornemens om maximaal 167 woningen aan de westzijde van de kern van Sprundel te realiseren. De realisatie van kwalitatief goede, aantrekkelijke en betaalbare woningen voor uiteenlopende doelgroepen staat daarbij centraal. Na realisatie van de wijken Vissenberg Fase I en Vissenberg Fase II ligt het voornemen om op agrarische gronden het woongebied Vissenberg III te realiseren. Voor Vissenberg III, ook wel Helianthus Park genoemd, is een ontwikkelrichting opgesteld. Hierin zijn de opgaven en ambities voor deze locatie in een voorlopig stedenbouwkundig en landschappelijk ontwerp verwoord en verbeeld. Op een uitdagende en creatieve wijze een evenwicht gevonden tussen het bouwen van woningen en een nieuwe afronding van de dorpsrand en overgang naar het buitengebied. De ontwikkelrichting is tot stand gekomen in een constructief proces tussen gemeente Rucphen, de ontwikkelaar en verschillende adviseurs op het gebied van stedenbouw en programma. Dit heeft geresulteerd in een stedenbouwkundig-landschappelijk, programmatisch, milieutechnisch en economisch haalbaar plan. De ontwikkelrichting is opgenomen in bijlage 1. De ontwikkeling is op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Rucphen, het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020', niet toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is dan ook een wijziging van het omgevingsplan nodig.

Bij een wijziging van het omgevingsplan dient te worden gemotiveerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locaties. Met voorliggende motivering en bijbehorende bijlagen wordt hierin voorzien.

1.2

Projectgebied

Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Rucphen ten zuidwesten van de kern Sprundel. De planlocatie wordt aan de zuidzijde begrensd door de Vorenseindseweg en aan de oostzijde door het Gildenveld en het Schutterijveld. Aan de noordzijde bevinden zich woningen en ten westen bevinden zich agrarische gronden. Het projectgebied is kadastraal bekend als RPN00-U-1022, RPN00-U-1861, (deels) RPN00-U-1796, RPN00-U-232, RPN00-U-231 en RPN00-U-232. De oppervlakte van het projectgebied bedraagt circa 6 hectare. Onderstaande afbeeldingen geven de ligging en de begrenzing van het projectgebied weer.

7/1123

Figuur 1.1 Ligging projectgebied, rood omkaderd (Bron: Rho Basisviewer)

Figuur 1.2 Begrenzing projectgebied, rood omkaderd (Bron: Rho Basisviewer)

1.3

Omgevingsplan en TAM-plan

Omgevingsplan Het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Rucphen is van toepassing, dat in het projectgebied bestaat uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020' (vastgesteld 16 december 2020). Voor de gronden

8/1123

binnen het projectgebied gelden diverse bestemmingen, namelijk 'Agrarisch', 'Groen - Landschapselement' en 'Water'. Daarnaast geldt voor het hele gebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'.

Figuur 1.3 Het tijdelijk deel van het omgevingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020', het projectgebied is daarbij rood omkaderd (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, bewerking Rho adviseurs) De beoogde woningbouwontwikkeling is in strijd met de geldende gebruiks- en bouwregels van de diverse bestemmingen. Hierdoor wordt de ontwikkeling mogelijk gemaakt door het opstellen van een TAM-omgevingsplan. TAM-omgevingsplan De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Rucphen, het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020'. Om de gewenste ontwikkeling te realiseren moet het tijdelijke deel van het omgevingsplan, het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020' worden aangepast. Dat betekent dat het gemeentelijk omgevingsplan moet worden gewijzigd om het initiatief mogelijk te maken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van TAM-IMRO. Vanwege de onzekerheden rondom het DSO is tot en met 2025 de mogelijkheid gecreëerd om via de Wro-standaarden het omgevingsplan te publiceren, TAM-IMRO ('Tijdelijke Alternatieve Maatregelen – Informatiemodel Ruimtelijke Ordening') genaamd. De wijziging van het omgevingsplan kan worden gemaakt in de software voor bestemmingsplannen en wordt gepubliceerd via de IMRO standaarden. Inhoudelijk moet dit plan voldoen aan de Omgevingswet.

Voor de opbouw van de regels wordt aangesloten bij de geldende bestemmingsplannen in de gemeente Rucphen (de bestemmingsplanvariant van de TAM-IMRO), maar er worden regels toegevoegd zodat duidelijk is dat het plan onderdeel is van het gemeentebrede omgevingsplan en het toepassingsbereik wordt weergegeven.

9/1123

Er wordt niet meer gesproken van bestemmingen, maar van functies en activiteiten. Dit is ook terug te zien op de verbeelding. Ook zullen er voorrangsbepalingen en verwijzingen worden opgenomen om de relatie met de andere regels uit het omgevingsplan (Hoofdstuk 22 De bruidsschat) te duiden. In de motivering wordt onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Het TAM-omgevingsplan wordt gepubliceerd via ruimtelijkeplannen.nl en wordt via de overbruggingsfunctie getoond in het Omgevingsloket (DSO). Het TAM-omgevingsplan moet voor 2032 worden omgezet naar het gemeentebrede omgevingsplan in de software van de gemeente en het moet dan voldoen aan de standaarden voor het omgevingsplan (STOP/TPOD) door middel van een wijziging van het omgevingsplan. Voor deze wijziging wordt een nieuw besluit genomen. Het ministerie van BZK heeft de intentie uitgesproken om in de wet- en regelgeving vast te leggen dat regels in het STOP omgevingsplan die inhoudelijk gelijk zijn aan het TAM-IMRO plan niet opnieuw appellabel worden bij het overbrengen. De wijze waarop en de voorwaarden waaronder dit mogelijk is worden momenteel uitgewerkt.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkeling en de vertaling van het plan naar de juridische regels. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevant beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten en in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de participatie. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van het project beschreven. In hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie.

10/1123

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Historische ontwikkeling

Het lintdorp Sprundel vormt een van de lintdorpen tussen Roosendaal en Breda. De afgelopen eeuw zijn stapsgewijs het dorp en de omliggende kernen gegroeid. Het ten westen van Sprundel gelegen dorp Rucphen is mede door de ontwikkeling van het bedrijventerrein vrijwel aan Sprundel vastgegroeid. Ook de ten noorden gelegen kern Sint Willebrord is flink in omvang toegenomen en verweven met de ruimtelijke structuur van Sprundel. Door de realisatie van de doorgaande weg tussen Sint Willebrord en Sprundel zijn de kernen weer ruimtelijk herkenbaar van elkaar gescheiden. Waar de noord- en de westzijde van de kern een min of meer continue bebouwd gebied is geworden met de buurdorpen en geen ruimte meer biedt voor nieuwe ontwikkellocaties om aan de woningbouwbehoefte te voorzien, is aan de zuidwestelijke zijde, de zuidelijke zijde en de oostelijke zijde nog ruimte voor nieuwe ontwikkelingen te vinden. Op de zuidwestelijke locatie kunnen los van de originele doorgaande lintenstructuur buurtjes worden gerealiseerd met een eigen identiteit en structuur. Rond 1900 waren de landbouwpercelen omzoomd door bomenrijen en struiken, en vormden daarmee een kamerstructuur. In latere situaties is deze structuur door herverkaveling niet meer te herleiden.

Ten noorden van de Rucphensebaan is te zien hoe de uitbreiding van industrie en bedrijvigheid Rucphen en Sprundel vrijwel aan elkaar heeft doen groeien. Een uitbreidingswijk is ten oosten van de planlocatie gerealiseerd tussen 2000 en 2019. Een bosschage staat tussen deze wijk en het projectgebied in. Deze bosschage is al zichtbaar in kaartbeelden van 1900 en heeft hierdoor historische (en ecologische) waarde. De planlocatie ligt aan de westelijke rand van Sprundel. De historische dorpslinten begrenzen de locatie aan de noord- en zuidzijde met de achterzijde van de lintbebouwing richting het projectgebied. Binnen dit stedenbouwkundig plan wordt een relatie of een aansluiting gemaakt op deze elementen. Dit gebeurt door het versterken en behouden van doorzicht op het landschap en door te refereren aan de oude verkavelingstructuur.

Figuur 2.1 Kaartbeeld 1900 (Bron: topotijdreis)

11/1123

Figuur 2.2 Kaartbeeld 1970 (Bron: topotijdreis)

Figuur 2.3 Kaartbeeld 2000 (Bron: topotijdreis)

12/1123

Figuur 2.4 Kaartbeeld 2023 (Bron: topotijdreis) 2.1.1 Locatiekeuze In het verleden is het projectgebied door de provincie Noord-Brabant in de Omgevingsverordening aangeduid als 'Verstedelijking afweegbaar'. Dit zijn gebieden die door de provincie zijn aangewezen als mogelijke uitbreidingslocaties. Dit gebied biedt kansen voor ontwikkeling van het dorp Sprundel. Dichter bij de kern is er geen ruimte voor de toevoeging van 167 woningen. Het projectgebied (nu landelijk gebied) is sinds de ruilverkaveling die hier plaats heeft gevonden haar kenmerkende houtwallen als erfbegrenzing kwijt. Het projectgebied is dan ook een geschikte locatie voor woningbouw. De locatie is tussen twee doorgaande linten gelegen, aansluitend op de uitbreidingswijken Vissenberg I en II. Er worden ook twee hoofdontsluitingen gerealiseerd. Deze ontsluitingen zijn goed bruikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer als langzaam verkeer. Hierbij wordt aangesloten bij Vissenberg I en II.

2.2

Huidige situatie

De planlocatie ligt aan de westelijke rand van Sprundel. De historische dorpslinten begrenzen de locatie aan de noord- en zuidzijde met de achterzijde van de lintbebouwing richting het projectgebied. Het projectgebied is in gebruik als (kleinschalig) agrarisch bouwland en weide. De locatie is tussen twee doorgaande linten gelegen, aansluitend op de naastgelegen woonwijk. Aan de noordzijde ligt de Rucphensebaan, een brede ontsluitingsweg tussen Rucphen en Sprundel die het ten noorden gelegen bedrijventerrein ontsluit. De dorpslinten langs het projectgebied hebben een karakteristieke structuur als oude doorlopende straten richting het centrum. Vrijstaande woningen en verspringende rooilijnen kenmerken deze lintstructuur. De uitbreidingswijk ten oosten van de locatie heeft een eigen structuur bestaande uit woonstraatjes met op elkaar georiënteerde voorgevels in een overwegend strakke rooilijn en kleine (groene) pleintjes. De woonblokken hebben geen eenduidige structuur, maar dragen bij aan de landschappelijke afronding van de huidige dorpsrand.

13/1123

Figuur 2.5 Het projectgebied gezien vanaf de Rucphensebaan (Bron: Google Maps, d.d. april 2024)

Figuur 2.6 Het projectgebied gezien vanaf het Schutterijveld (Bron: Google Maps, d.d. april 2024)

Figuur 2.7 Het projectgebied gezien vanaf de Vorenseindseweg (Bron: Google Maps, d.d. april 2024)

14/1123

2.3

Beoogde situatie

2.3.1 Stedenbouwkundig ontwerp Het stedenbouwkundig ontwerp gaat uit van een groene omkadering van het projectgebied. Groene overgangszones en landschapselementen zorgen voor een goede inbedding van de nieuwe woonwijk in het landschap. Hierbij is rekening gehouden met de aanwezige groenstructuren in en rondom het projectgebied. Binnen de woonwijk zorgen de bestaande watergang in combinatie met drie groene kamers voor de ruimtelijke structuur binnen dit project. Deze groene kamers hebben dezelfde schaalgrootte als het groen in de naastgelegen woonwijk Vissenberg II. De nieuwe groene structuren worden beleefbaar en veilig ingericht en dragen bij aan de ambities ten aanzien van klimaatadaptatie. De nieuwe woonwijk wordt ontsloten via de Vorenseindseweg. Verder is er een wandel-fietsverbinding gemaakt met de naastgelegen woonwijk. In het stedenbouwkundig plan is ruimte voor diverse woontypologieën. De kleinschalige appartementengebouwen ten noordwesten van de verkaveling zijn alzijdige compacte gebouwen met maximaal 3 bouwlagen. Op deze manier kan de woningvoorraad van het dorp Sprundel worden uitgebreid met een goede inpassing binnen het bestaande landschap.

Figuur 2.8 Stedenbouwkundig ontwerp (Bron: Cier Architecten BV, 19 maart 2025)

15/1123

2.3.2 Water en groen Basis voor de groenstructuur van het stedenbouwkundig plan is de reeds aanwezige groenstructuur in het gebied. In het ontwerp zijn meerdere groenzones aanwezig met een eigen kwaliteit en beleving. Deze oost-west-groenstructuren hebben elk een eigen karakter en kwaliteit, en vormen overgangsgebieden naar de bestaande woonwijk Vissenberg II én naar het omliggende landschap. Zo komt het landschap als het ware de wijk in. De groene kamers vormen het groene casco van de wijk. Een stevige groene omzoming van het projectgebied ten westen zorgt voor een zachte overgang van de nieuwe woonwijk naar de naastgelegen weilanden. In het noordwesten is een groen landschapselement met waterbuffer in het plan opgenomen. Binnen de woonwijk vormen de groene kamers samen met de aanwezige waterloop het groene casco van de wijk. De groene hofjes geven een bijzondere woonkwaliteit aan de wijk en hebben ruimte voor verblijf en speelgelegenheid. De inrichting van de openbare is uitnodigend, veilig ingericht en geschikt voor alle leeftijdscategorieën. De openbare ruimte stimuleert ontmoeting en sociaal contact. Met een percentage groen van circa 37 % wordt ruim voldaan aan de ambities van de gemeente Rucphen om minimaal 75 m2 groen per woning te realiseren. In het plan wordt meer dan het dubbele gerealiseerd.

Door de ruime aanwezigheid van groen in het plan wordt ook voldaan aan het beleidsuitgangspunt dat vanuit iedere woning binnen 300 m1 een park of aantrekkelijk buitengebied bereikbaar is. In figuur 2.9 is het groene ruimtegebruik aangegeven.

Figuur 2.9 Groen ruimtegebruik (Bron: Ontwikkelrichting Helianthus Park, 20 augustus 2024)

16/1123

2.3.3 Wonen Uitgangspunt bij de ontwikkeling van Vissenberg III is een gedifferentieerd woningaanbod van vrijstaande woningen, geschakelde woningen, rijwoningen en appartementen. De woningen zijn geclusterd in 5 woonvelden. Er is een duidelijke begrenzing tussen de private en de openbare zijde van de woningen. De openbare zijde (voorgevels, voordeuren) heeft een uitnodigend karakter, de private zijde (zijtuinen en achtertuinen) biedt beschutting en privacy. Dit woonconcept past bij het dorpse karakter van Sprundel en sluit aan bij de karakteristieken van de aansluitende woonwijk. Voor de architectuur van de woningen wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarbij gestreefd wordt naar een streekeigen karakter van de wijk. 2.3.4 Programma In het projectgebied worden verschillende typen woningen voor verschillende doelgroepen gerealiseerd. Zo zitten er appartementen, vrije kavels, rijwoningen en 2 kappers in het plan, evenals levensloopgeschikte woningen. In het projectgebied worden maximaal 167 woningen gerealiseerd. Conform de regionale woondeal West Brabant West zal de ontwikkeling voldoen aan de criteria die hierin worden gesteld. Zo zal 30 % van de ontwikkeling sociale woningbouw betreffen en zal 2/3 van het totale aantal, betaalbare woningen zijn. Voor de sociale woningen is het wenselijk om deze langdurig voor deze doelgroep beschikbaar te houden.

De verschillende doelgroepen, jong, oud, alleen of met een gezin kunnen met deze ontwikkeling een nieuwe woonplek vinden. De woningen zullen op de gewenste doelgroepen aangepast worden. Op het perceel aan de noordzijde van het projectgebied, aan de Rucphensebaan, is een huisartsenpraktijk van maximaal 400 m2 bvo voorzien. 2.3.5 Beeldkwaliteit De gemeente Rucphen heeft geen welstandsbeleid. Er is echter wel een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de woningen die in het projectgebied worden gerealiseerd, zie bijlage 2. Het beeldkwaliteitsplan geeft inzicht in de beoogde beeldkwaliteit van de bebouwing. Het beeldkwaliteitsplan wordt als een beleidsregel zoals bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet vastgesteld. Het zal vervolgens als toetsingskader dienen voor bouwplannen in het kader van de omgevingsvergunning. 2.3.6 Verkeer en parkeren Het stedenbouwkundig ontwerp kent een logische en overzichtelijke wegenstructuur. De wijk wordt ontsloten via de Vorenseindseweg en kent één hoofdroute met een dorpslandelijke inrichting. Kenmerkend is een smal wegprofiel waar de auto te gast is. Daarnaast is er een secundaire structuur van voetpaden en achterpaden die informele verbindingen mogelijk maken tussen de woonvelden en met de groene kamers en de landschappelijke structuur. Haaks op de hoofdontsluiting worden de woonvelden ontsloten via een secundaire rijbaan met een smaller profiel.

In een drietal woonvelden is een centrale parkeerkoffer opgenomen, waardoor parkeren uit het zicht is gesitueerd. Op twee plaatsen (in het noorden en ter plaatse van het bestaande Schutterijveld) zijn paden voorzien voor fietsers en voetgangers die verbinding maken tussen Vissenberg III met de naastgelegen woonwijk Vissenberg II. Om Vissenberg III een groen karakter te geven is er voor gekozen om de openbare parkeervoorziening zoveel mogelijk te beperken. Dit is gedaan door waar mogelijk de parkeervoorziening op eigen terrein en/of uit het zicht te positioneren. Op meerdere plaatsen is daarom gekozen voor parkeerkoffers binnen de woonvelden. In

17/1123

de groene kamers en de landschappelijke elementen is parkeren zoveel als mogelijk vermeden. Het stedenbouwkundig plan voldoet aan de gestelde norm met betrekking tot parkeren. Daarbij is rekening gehouden met de nota parkeernormen Rucphen. Zie hiervoor ook paragraaf 4.3.

2.4

Juridische regeling

2.4.1 Planvorm Dit TAM-omgevingsplan bevat het planologisch-juridisch instrumentarium voor de ontwikkeling van Vissenberg III. Dit TAM-omgevingsplan is onderdeel van het omgevingsplan van de gemeente Rucphen. Het TAM-omgevingsplan maakt het mogelijk om woningbouw te realiseren. De planopzet kent een beperkt aantal functies. Aan de verschillende regelingen zijn locaties gekoppeld die terug te zien zijn op de kaart. De planregels zijn opgebouwd uit inleidende regels (hoofdstuk 1), regels voor functies en activiteiten (hoofdstuk 2) en algemene regels (hoofdstuk 3). 2.4.2 Toelichting op de regels 2.4.2.1 Inleidende regels Artikel 1 Toepassingsbereik Sub a Hierin is bepaald op welke locatie dit hoofdstuk van toepassing is en koppelt de kaart aan het TAM-omgevingsplan. Sub b Hierin is bepaald dat de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de regels uit de bestemmingsplannen) niet van toepassing zijn op de locatie zoals bedoeld in lid 1. Het TAM-omgevingsplan kan er niet voor zorgen dat de onderliggende regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan vervallen. Daarom worden deze regels niet van toepassing verklaard. Sub c Hierin is bepaald dat een groot deel van de regels uit de bruidsschat niet van toepassing is als de regels in strijd zijn met de regels uit dit hoofdstuk. Hiervan zijn de regels over vergunningvrij bouwen uit de bruidsschat uitgezonderd.

Sub d In afwijking van het bepaalde onder b is vastgelegd dat ter plaatse van de locatie 'milieuzone - verbod chemische gewasbeschermingsmiddelen' de onderliggende regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020) van toepassing blijven. Artikel 2 Begripsbepalingen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het TAM-omgevingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende woorden toegekende betekenis. Er is ook aangegeven dat de begrippen van het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving overeenkomstige van

18/1123

toepassing zijn op dit omgevingsplan. Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen In dit artikel wordt aangegeven hoe de in de regels gehanteerde maten gemeten moeten worden. Artikel 4 Aanvraagvereisten Door dit artikel worden de aanvraagvereisten uit de bruidsschat ook van toepassing verklaard op een omgevingsvergunning op grond van dit hoofdstuk. 2.4.2.2 Regels voor functies en activiteiten Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod In dit artikel is vastgelegd dat verboden is om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies zoals vastgelegd in dit hoofdstuk. Artikel 6 Groen De functie ‘Groen’ is opgenomen voor park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, extensief recreatief gebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en andere tot de functie behorende voorzieningen. Er zijn beoordelingsregels opgenomen voor het bouwen van kleine gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er geldt een vergunningplicht voor het aanleggen van parkeervoorzieningen binnen deze functie en er is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor locaties die zijn aangewezen als landschapselement in verband met de landschappelijke inpassing.

Artikel 7 Maatschappelijk De functie 'Maatschappelijk' is opgenomen om een huisartsenpraktijk op het perceel aan de Rucphense baan mogelijk te maken. Er zijn bouwregels opgenomen, hierin is vastgelegd dat het bedrijfsvloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 400 m2. Artikel 8 Verkeer Met de functie ‘Verkeer’ wordt de hoofdstructuur van de wegen in het projectgebied mogelijk gemaakt. Daarnaast zijn straten, voet- en fietspaden, woonerven, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, terrassen, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen en nutsvoorzieningen en andere tot de functie behorende voorzieningen zijn toegestaan. Er zijn beoordelingsregels opgenomen voor het bouwen van kleine gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 9 Water De functie 'Water' is opgenomen voor water ten behoeve van de waterhuishouding, waterberging en waterlopen, retentievijvers, bergbezinkbassins, extensieve recreatie en groenvoorzieningen, natuurvriendelijke

19/1123

oevers, infrastructurele voorzieningen in de vorm van bruggen, taluds en viaducten, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de functie. Artikel 10 Wonen De functie 'Wonen' is opgenomen ten behoeve van de bouw van nieuwbouwwoningen in het project gebied. Het betreft grondgebonden woningen in de vorm van twee-aaneen gebouwde woningen, vrijstaande woningen en aaneengesloten woningen en appartementengebouwen. Wonen, met per woning de huisvesting van één huishouden, wegen, paden, pleinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere tot de functie behorende voorzieningen zijn toegestaan. Er zijn beoordelingsregels opgenomen voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de regels is vastgelegd dat de diepte van een woning en een aangebouwd bijbehorend bouwwerk vanaf de gevellijn, maximaal 15 meter bedraagt. Voor met name de levensloopbestendige woningen in het projectgebied kan hiervan worden afgeweken onder de voorwaarde dat het past binnen de stedenbouwkundige opzet van het gebied en niet zorgt voor onevenredige aantasting van de naastliggende percelen en dat het maximale bebouwde oppervlak niet wordt overschreden. Voor de levensloopbestendige woningen die zijn voorzien in het projectgebied wordt aan deze voorwaarden voldaan.

Er is ook een beoordelingsregel opgenomen om ervoor te zorgen dat er voldoende waterberging wordt gerealiseerd. Er is een omgevingsvergunning opgenomen voor beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis. Artikel 11 Waarde - Archeologie De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn opgenomen ten behoeve van het behoud en de bescherming van de archeologisch waarden van de gronden door in bepaalde gevallen te verplichten tot het doen van archeologisch onderzoek. 2.4.2.3 Algemene regels Artikel 12 Anti-dubbeltelregel In dit artikel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. Artikel 13 Aanvullende beoordelingsregels bouwen Dit artikel maakt het mogelijk dat kan worden afgeweken van de beoordelingsregels voor bouwen in hoofdstuk 2 met betrekking tot de voorgeschreven maatvoering met maximaal 10%, tot de voorgeschreven woningbouwtypologieën en geringe afwijkingen tot maximaal 2,5 meter. Dit artikel ziet er ook op dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd bij de oprichting, uitbreiding of

20/1123

wijziging van een gebouw. Artikel 14 Gebiedsaanwijzingen Luchtvaartzones In dit artikel zijn regels opgenomen ter bescherming van de in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen en ter bescherming van de obstakelbeheerzone. Chemische gewasbestrijdingsmiddelen Er is een milieuzone opgenomen waarvoor een verbod op chemische bestrijdingsmiddelen geldt. Ter plaatse van deze zone blijven de overige regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020') van toepassing. 2.4.2.4 Overgangsregels Artikel 15 Overgangsrecht Dit artikel bevat standaard overgangsrecht voor bouwen en gebruik.

21/1123

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Op diverse bestuurlijke niveaus zijn beleidsuitspraken geformuleerd die relevant zijn voor de ontwikkeling. In dit hoofdstuk zijn deze kort beschreven en getoetst.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Aan de hand van een toekomstperspectief 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.

Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. De voor deze plannen relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit.

22/1123

Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de fysieke leefomgeving. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing en conclusie Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale belangen. Het beleid inzake het mogelijk maken van in maximaal 167 woningen en een huisartsenpraktijk wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en heeft geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het projectgebied en de beoogde ontwikkeling.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke opgaven vindt de provincie Noord-Brabant het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken: Een ‘diepe’ manier van kijken: de provincie kijkt niet alleen naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar betrekt hierin de dynamiek en randvoorwaarden die de onderste lagen meegeven.

Daarbij kijkt ze op verschillende schaalniveaus naar gelang een vraagstuk daarom vraagt en benut ze de factor tijd actief. Hierbij kijkt de provincie ook naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. Een ‘ronde’ manier van kijken: de provincie kijkt niet sectoraal maar combineert opgaven en kansen zodat

23/1123

ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Vanuit een gebiedsgerichte insteek. Een nieuwe ronde manier van kijken naar een balans tussen people, planet en profit, Een ‘brede’ manier van kijken: de provincie kijkt niet vanuit één gezichtspunt maar betrekt daar veel partijen bij, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. Toetsing Met de Omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het plan voorziet in een duidelijke kwalitatieve verbetering van de leefomgeving en past daarmee binnen de Omgevingsvisie. De intensiteit van ‘diep, rond en breed kijken’ verschilt per geval. Het is een hulpmiddel om aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren.

In dit plan en in het stedenbouwkundig plan als onderlegger daarvan is duidelijk oog voor de verschillende lagen die vanuit het verleden in het gebied en zijn omgeving aanwezig zijn: de historische landschappelijk structuur blijft als bomenen groenstructuur in het gebied herkenbaar en is als groene laag leidend in de stedenbouwkundige opzet; de ontwikkeling van een kleinschalig woongebied, gelegen direct aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied van de kern van Sprundel. In het projectgebied wordt water vastgehouden en groen aangeplant. De biodiversiteit kan hierdoor sterk toenemen omdat er meer gevarieerd groen en water komt in plaats van het grasland dat er nu is. In de verbinding tussen stad en land wordt rekenschap gegeven aan een integrale afweging van sectorale belangen, met het oog op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Mede in het kader van de Omgevingsdialoog worden verschillende partijen denk aan omwonenden, belangengroepen, bedrijven - betrokken bij de ontwikkeling. De basisopgave van de POVI is "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden accenten gelegd: 1.

werken aan de Brabantse energietransitie: De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woningen worden gebouwd conform de wettelijke duurzaamheidseisen, waaronder aardgasvrij. 2. werken aan een klimaatproof Brabant: Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. In paragraaf 4.4 wordt hierop ingegaan. 3. werken aan een slimme netwerkstad: een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Het planvoornemen leidt tot een uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 4.2 is gemotiveerd waarom dit kan worden gezien als duurzame verstedelijking. 4. werken aan een concurrerende, duurzame ecologie: Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De beschikbaarheid van goede woningen in

24/1123

een prettige leefomgeving draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het planvoornemen voorziet in de bouw van maximaal 167 nieuwe woningen en een huisartsenpraktijk. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. 3.3.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant De omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is op 1 januari 2024 in werking getreden. In hoofdstuk 5 van de omgevingsverordening zijn zogenoemde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun omgevingsplannen. De instructieregels richten zich op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving. Tevens is een aantal algemene basisprincipes opgenomen. Toetsing Voor het projectgebied zijn naast de algemene 'rechtstreeks werkende regels voor activiteiten', ook regels voor gebiedsaanduidingen van toepassing. Het projectgebied bevindt zich deels in het stedelijk gebied (zie figuur 3.1). Dit zijn gebieden waar kan worden voorzien in nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als onder andere binnen stedelijk gebied niet voldoende ruimte is.

In artikel 5.55 'Duurzame stedelijke ontwikkeling' worden aspecten benoemd waar specifiek rekening mee dient te worden gehouden, zoals het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Het overgrote deel van het projectgebied bevindt zich in het landelijk gebied. In de volgende artikelen wordt de ontwikkeling getoetst aan de omgevingsverordening.

Figuur 3.1 Uitsnede basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant, rood omkaderd het projectgebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking Rho adviseurs) Artikel 5.7 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit

25/1123

Toetsing aan artikel 5.7 vindt plaats in de volgende paragrafen. Artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik Onder bestaand ruimtebeslag wordt verstaan de locatie stedelijk gebied, de locatie bebouwd gebied of een bestaand bouwperceel. De ontwikkeling vindt niet plaats binnen bestaand ruimtebeslag Binnen het dorp zelf is geen ruimte meer om woningen toe te voegen. Woningbouw in het projectgebied is voor de hand liggend. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling, want er worden meer dan 12 woningen beoogd. Hierdoor is er getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 4.2). Met het toevoegen van woningen op deze locatie aansluitend aan de kern Sprundel wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Omdat er hier sprake is van een geheel nieuwe woonwijk worden er nieuwe woningbouwvlakken toegevoegd. Alleen binnen deze bouwvlakken is bebouwing mogelijk. Artikel 5.9 Toepassing van de lagenbenadering Het plan heeft effecten op de ondergrond. Er vinden werkzaamheden in de bodem plaats. Om de kwaliteit van de bodem te bepalen is een bodemonderzoek worden uitgevoerd (zie paragraaf 4.12). Ook is sprake van een toename van verharding, dit betekent dat moet worden voorzien in voldoende waterberging. Zie hiervoor paragraaf 4.4. Ten behoeve van de aanwezige archeologische waarden is archeologische onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.7.1).

Het plan ligt niet binnen het Natuurnetwerk Brabant en er wordt een klic-melding gedaan om de kabels en leidingen in beeld te brengen. Voor de ontsluiting wordt aangesloten op de Ruchpensebaan en Schutterijveld. Gezien de beperkte toename van verkeer worden geen belemmeringen verwacht. Het toevoegen van levensloopbestendige woningen draagt bij aan duurzaamheid en toekomstbestendigheid van het initiatief. Het project heeft geen onomkeerbare effecten op een te beschermen belang. Artikel 5.10 Meerwaardecreatie Door het plan goed landschappelijk in te passen en het versterken van biodiversiteit wordt met het plan een meerwaarde gecreëerd op meerdere fronten. Zie hiervoor ook paragraaf 4.8. Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Ten behoeve van de ontwikkeling is een berekening uitgevoerd en zijn afspraken gemaakt met de gemeente, zie voor een uitgebreide beschrijving paragraaf 4.8. Artikel 5.12 Ontwikkelrichting Het projectgebied bevindt zich ten zuidwesten van de kern Sprundel. Het plan sluit aan bij het karakter van de directe omgeving. De noord- en westzijde van de kern zijn met name bebouwd gebied geworden met de buurdorpen, hierdoor zijn er daar geen nieuwe ontwikkellocaties om in de woningbehoefte te voorzien. Aan de zuidwestelijke zijde, de zuidelijke zijde en de oostelijk zijde is nog wel ruimte voor nieuwe ontwikkelingen te vinden.

De ontwikkelingsrichting wonen voor het projectgebied is passend in de omgeving. Daarnaast past het initiatief binnen de Omgevingsvisie Rucphen (zie paragraaf 3.4.1) en heeft de ontwikkeling

26/1123

geen nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (zie hoofdstuk 4. Het draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving. Er zijn geen negatieve effecten op beschermde waarden, zoals bedoeld in Afdeling 5.2. Woningbouw zorgt voor een verkeerstoename, maar zal niet voor belemmeringen zorgen. Het levert geen beperking voor agrarische ontwikkeling. Het draagt bij aan leefbaarheid van Sprundel en leidt niet tot leegstand elders. Er worden permanente woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. De ontwikkelingsrichting van het dorp en het projectgebied moet in samenwerking met de gemeente en een deskundige van de provincie verder worden uitgewerkt. Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling De ontwikkeling is regionaal afgestemd en draagt bij aan het voorzien in de grote behoefte aan nieuwe harde plannen voor woningbouw in de regio, zoals onder andere geschetst in de Woondeal West-Brabant West. In het ontwerp wordt rekening gehouden met een duurzame inpassing, waarin een groene woonomgeving centraal staat. Delen van de randen van het projectgebied worden ingericht als groen. Deze randen dragen bij aan het tegengaan van hittestress en het voldoende kunnen opvangen van water. Ook door het projectgebied worden grotere groenstructuren toegevoegd met een vergelijkbaar effect. Deze groene woonomgeving draagt bij aan een gezonde leefomgeving.

Het betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.56 Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling In afwijking van artikel 5.55 kan een omgevingsplan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen, ter plaatse van Landelijk gebied als binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is. Uit analyse van vraag en aanbod volgt dat het niet mogelijk is om alleen in stedelijk concentratiegebied in de woningbehoefte in Sprundel te voorzien. Deze behoefte is mede ingegeven door regionale afspraken: Brabantse Agenda Wonen en de Regionale Investeringsagenda. Met het stedenbouwkundig plan voor Vissenberg III, wordt ten slotte ook rekening gehouden met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het bestaand stedelijk gebied van Sprundel. Ook moet het plan passen binnen de ontwikkelrichting voor het gebied. Hier is onder artikel 5.12 op ingegaan en ter voorbereiding op de wijziging van het omgevingsplan is een ontwikkelrichting opgesteld. De locatie zal transformeren naar een aantrekkelijk woongebied. De kern Sprundel heeft van nature al een aantrekkelijkheid en zal verder worden uitgewerkt. Met een integraal ontwerp is sprake van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Rucphen In de omgevingsvisie maakt de gemeente Rucphen keuzes voor de lange termijn. Het gaat om een periode van ongeveer 30 jaar. Er wordt regelmatig vooruit geblikt naar het jaar 2040. Voor deze periode gaat de gemeente in op drie vragen:

27/1123

Hoe staat Rucphen ervoor en welke ontwikkelingen komen er op de gemeente Rucphen af? Welke ambities heeft de gemeente voor het Rucphen van de toekomst? Welke doelen stelt de gemeente om deze ambities waar te maken en welke prioriteiten gaat de gemeente hierbij geven? De gemeente Rucphen heeft doelen gesteld om de ambities waar te maken. Om deze doelen te halen heeft de gemeente prioriteiten gesteld. De gemeente Rucphen heeft de volgende ambities met bijbehorende doelen: Duurzaam samenleven Aanpassen van de omgeving aan de veranderende weersomstandigheden Vervangen van fossiele brandstoffen door alternatieve energiebronnen Verminderen van de afvalproductie en verbetering van afvalscheiding Een gezonde en veilige leefomgeving stimuleren Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding Het ontwikkelen van een gunstig ondernemersklimaat door ondernemers te faciliteren Een omgeving die mensen uitnodigt om naar buiten te gaan en te bewegen Door samenwerking worden de recreatieve mogelijkheden beter benut en uitgedragen Prettig samenleven Versterken van een aantrekkelijke woonomgeving Een aantrekkelijke gemeente voor jonge mensen zijn De groeiende groep oudere mensen voelt zich thuis in de gemeente Woningvoorraad flexibeler maken om sneller te reageren op een veranderende woningbehoefte Toetsing en conclusie De nieuw te realiseren woningen en de huisartsenpraktijk sluiten aan

bij een groot aantal doelen van de gemeente Rucphen. Wat betreft duurzaamheid wordt een watertoets uitgevoerd (zie paragraaf 4.4) om te bepalen of waterretentie benodigd is. Dit met betrekking tot de veranderende weersomstandigheden. Op de planlocatie worden maatregelen getroffen wat betreft wateropvang en duurzaam bouwen. De woningen worden namelijk gasloos gebouwd. Wat betreft prettig samenleven zorgt de toevoeging van de woningen voor een grotere woningvoorraad. Het geeft ook kansen om mensen door te laten stromen naar een ander soort woning. Vanwege leefbaarheid en duurzaamheid is het belangrijk om bij de ruimtelijke opzet te gaan voor kwaliteit. Om die reden wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen per woning minimaal 75 m2 groen (inclusief waterberging) gerealiseerd. De woningen worden gerealiseerd aan de zuidwestzijde van de kern van Sprundel. Om de woonkwaliteit van de gemeente te vergroten is versterking van de uitstraling van de grote kernen noodzakelijk. Dit initiatief draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de woonkern Sprundel en past binnen de kaders van de Omgevingsvisie Rucphen.

28/1123

3.4.2 Woonvisie gemeente Rucphen 2020-2024 De woningmarkt is steeds in beweging en verandert in een hoog tempo als gevolg van maatschappelijke en economische ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving. Belangrijke uitdagingen zijn er zoals op het gebied van betaalbaarheid van woonlasten voor starters, het uitgangspunt van langer thuis blijven wonen door ouderen, verduurzaming van de woningvoorraad en de toewijzing van passende sociale huisvesting voor onze inwoners. Het is dan ook noodzaak om deze ontwikkelingen nauwlettend te volgen en het woningmarktbeleid daarop aan te passen. Tussen de gemeente, de woningcorporaties en de huurorganisaties worden zogenaamde prestatieafspraken gemaakt, die gebaseerd zijn op een actuele gemeentelijke woonvisie. Hiermee is de noodzaak van een actuele eigentijdse woonvisie helder, waarbij het de uitdaging blijft om binnen de wet- en regelgeving te blijven zoeken naar lokale optimalisatie van visie en ambities. Traditioneel is de woonvisie een belangrijk instrument in de woningbouwopgave voor de gemeente. Dat geldt zeker ook voor deze woonvisie. Echter wordt in deze woonvisie naast het perspectief van het bouwen tevens het perspectief van het wonen belicht. Daarmee heeft deze woonvisie zich ontwikkeld tot een brede WOONvisie voor de periode 2020-2024.

In de gemeentelijke Woonvisie wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid/doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Deze vertaalslag zorgt ervoor dat de Woonvisie 2020-2024 het woonkompas bij uitstek is, gebaseerd op onder andere de Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 en de Structuurvisie Rucphen 2030. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen. Toetsing en conclusie Het initiatief past binnen de Woonvisie van Rucphen. De te realiseren woningen zijn bedoeld voor starters en doorstromers in de gemeente Rucphen.

29/1123

Hoofdstuk 4

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

De gevolgen voor de fysieke leefomgeving moeten in beeld worden gebracht en er zal gemotiveerd moeten worden hoe met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening gehouden wordt met in ieder geval de instructieregels uit het Bkl en de provinciale milieuverordening (artikel 8.0b, eerste lid, Bkl). Daar waar een nieuwe activiteit milieuruimte inneemt, is aandacht nodig voor de gevolgen van deze activiteit op de omgeving maar ook welke gevolgen de omgeving heeft op deze nieuwe activiteit. De instructieregels uit het Bkl (en provinciale omgevingsverordening) kunnen verplichten tot het opnemen van regels in het omgevingsplan. Hiervoor dient extra aandacht te zijn bij het onderzoek naar de gevolgen van een activiteit voor de fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk is per omgevingsaspect getoetst aan het Bkl en waar nodig onderzoek uitgevoerd.

4.1

M.e.r.-beoordeling

Toetsingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een wijziging van het omgevingsplan project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de m.e.r.(beoordelings)-plicht geldt. Voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 167 woningen met een mogelijkheid voor een huisartsenpraktijk.

Een dergelijke ontwikkeling valt onder categorie J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Hiervoor is een m.e.r.-beoordeling opgesteld, zie bijlage 3. Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Toetsingskader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan

30/1123

van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g Bkl legt hiervoor geen grens vast. Geldende jurisprudentie onder de Wro/Bro is vanaf 12 woningen, een functiewijziging met een oppervlak groter dan 500 m² bvo, meer dan 500 m² bvo bebouwing of een functie die gelet op de ruimtelijke uitstraling een stedelijke ontwikkeling is. Leegstand mag volgens jurisprudentie niet 'onaanvaardbaar' zijn. Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Toetsing Planologisch worden maximaal 167 woningen mogelijk gemaakt. 30% van de ontwikkeling bestaat uit sociale woningbouw en twee derde van het totaal valt onder betaalbaar. Binnen het projectgebied komen verschillende typen woningen voor verschillende doelgroepen. Zo zitten er appartementen, vrije kavels, rijwoningen en 2 kappers in het plan, evenals levensloopgeschikte woningen. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan is vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. In dit geval is de locatie sprake van het toevoegen van 12 woningen of meer ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. De locatie wordt op basis van jurisprudentie gezien als locatie buiten bestaand stedelijk gebied, omdat deze locatie een agrarische bestemming heeft. Het project is gelet op de geldende jurisprudentie voldoende substantieel. Op de locatie is wonen nu planologisch niet toegestaan. De behoefte moet worden beschreven. Voor de locatie moet ook worden gemotiveerd dat binnenstedelijk onvoldoende ruimte is om in de behoefte te voorzien.

Beschrijving behoefte Monitor Bevolking en Wonen (juni 2024) De provincie Noord-Brabant heeft in haar laatste monitor Bevolking en Wonen een update gegeven wat betreft de benodigde woningbouwcapaciteit. In de regio West-Brabant West zijn in de periode 2023 tot en met 2032 nog 12.860 woningen nodig. Er is slechts harde plancapaciteit voor 5.040 woningen. De gemeente Rucphen heeft volgens deze monitor per 1 januari 2023 een benodigde capaciteit van 595 woningen (inclusief sloop) en slechts harde plancapaciteit voor 145 woningen. Provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose De actuele provinciale prognose gaat uit van een groei naar 10.690 huishoudens in 2035 (een toename van 480 ten opzichte van 2023.

31/1123

Woondeal West-Brabant West (maart 2023) De provincie Noord-Brabant staat voor een grote woningopgave. Tot 2030 moeten er ruim 130.000 woningen worden gebouwd. Om dit te realiseren werd op 9 maart 2023 de regionale woondeal ondertekend door de gemeenten en woningbouwcorporaties uit de regio West-Brabant West, provincie Noord-Brabant en het Rijk. In de Woondeal staat beschreven hoe de regio West gaat bijdragen aan de woningbouwopgave. De provinciale woningbouwopgave is als basis genomen en vertaald naar concrete locaties en afspraken over de versnelde uitvoering van de woningbouw. In de Woondeal staan de regionale afspraken over de minimale woningbouwopgave tot en met 2030, die de gemeenten in samenwerking met corporaties en marktpartijen willen realiseren. Hierin is ook het aandeel betaalbare woningen vastgelegd én voor welke doelgroepen er wordt gebouwd. Het uitgangspunt is dat minstens twee derde van de nieuw te bouwen woningen onder de categorie betaalbare woningen valt. Dit betekent dat het een sociale huurwoning, een vrije sector huurwoning tot 1.000 euro per maand of een koopwoning tot een prijsgrens van 355.000 euro is. Daarnaast moet bij projecten van 20 woningen en meer minstens 30% van de woningen sociale huur worden, zoals landelijk afgesproken. Regio West-Brabant West wil maximaal bijdragen aan het oplossen van het woningtekort, op een manier die past bij de regio.

Belangrijke speerpunten hierbij zijn het versnellen van bestaande woningbouwplannen, de uitbreiding van het aantal betaalbare woningen en de woningbouwopgaven voor aandachtsgroepen. De regio West-Brabant West zet zich, in samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van onderstaande opgave. Elke gemeente neemt een evenwichtig aandeel ('fair share') op basis van aantal inwoners van de regionale opgave van in totaal 8.630 woningen (netto), 9.635 woningen (bruto / excl. sloop). De opgave in de gemeente Rucphen is 530 woningen (exclusief sloop).

Figuur 4.1 Verdeling opgave (2022-2030) naar gemeenten (Bron: Regionale Woondeal) De totale plancapaciteit voor de periode 2022-2030 in de regio per 1-10-2022 bedraagt 14.382 woningen, waarvan

32/1123

'hard' 4.930 woningen (vastgesteld of onherroepelijk bestemmingsplan). Het streven is om rond de 130% plancapaciteit te hebben ten opzichte van de te realiseren woningen: kwantitatief wordt hieraan voldaan voor de regio als geheel, namelijk circa 150%. Ook de individuele gemeenten hebben voor de periode 2022-2030 voldoende plancapaciteit in de programmering. Er is echter nog te weinig harde plancapaciteit om in de behoefte te voorzien (opgave is 8.630, waarvan 4.930 hard). Daarom moeten gemeenten er tijdig voor zorgen dat 'zachte' woningbouwplannen worden omgezet in 'harde' plannen. De opgave in de gemeente Rucphen is 530 woningen (exclusief sloop) en er is harde plancapaciteit voor 307 woningen in de periode tot en met 2030. Ook in de gemeente Rucphen moeten daarom zachte plannen omgezet worden in harde plancapaciteit.

Figuur 4.2 Harde plancapaciteit gemeente Rucphen (Bron: Regionale Woondeal) De woningbouwproductie bij alle omvangrijke nieuwbouwontwikkelingen bestaat uit 30% sociale huur en 40% betaalbaar. Dit geldt ook voor gemeenten die de norm van 30% sociale huur al hebben bereikt. In gemeenten waar de 30% norm nog niet is gerealiseerd, wordt extra inspanning verwacht om naar deze norm toe te groeien. Dit zou betekenen dat er in de stedelijke regio West-Brabant-West in de periode tot en met 2030 minimaal 2.890 extra sociale huurwoningen worden gebouwd, waarvan minimaal 159 in gemeente Rucphen. Conform de regionale woondeal West Brabant West zal deze ontwikkeling voldoen aan de afgesproken criteria. Zo zal 30% van de ontwikkeling sociale woningbouw betreffen en zal 2/3 van het totale aantal, betaalbare woningen zijn. Perspectief op wonen en woningbouw West Brabant (november 2021) Op 19 november 2021 is het Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2022 vastgesteld door de regionale stuurgroep wonen West-Brabant West. Het perspectief geeft een actueel beeld en visie van de subregio West-Brabant West op de toekomstige ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. De autonome woningbehoefte tot 2030 wordt deels ingevuld met de in beeld gebrachte inbreidings- en herstructureringslocaties en de in uitvoering zijnde of reeds ingeplande uitbreidingslocaties. Samengevat is de opgave: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981868/1