CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

12b-12 Rapport ecologisch werkprotocol versie D1 (5379.008) Zoeksestraat te Schijf

gemeenteraad 27 september 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, Zoeksestraat ongenummerd, perceel Q 346 te Schijf'2.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCH WERKPROTOCOL ZOEKSESTRAAT (ONG.) TE SCHIJF

Rapportage ecologisch werkprotocol Zoeksestraat (ong.) te Schijf Opdrachtgever

Ruimte voor Ruimte CV Postbus 79 5201 AB 's Hertogenbosch

Rapportnummer Versienummer

5379.008 D1

Status

Definitieve versie

Datum

11 februari 2021

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

Mevrouw E. Schreurs, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Mevrouw N. Janssen, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

PROJECTGEBIED EN VOORGENOMEN PLANNEN ............................................................... 2 2.1

3

TE TREFFEN MAATREGELEN ................................................................................................. 4 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

4

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3

Algemene maatregelen en zorgplicht ............................................................................... 4 Voorkomen vestiging (beschermde) pioniersoorten ......................................................... 5 Alpenwatersalamander ..................................................................................................... 5 Rode bosmier ................................................................................................................... 6 Onvoorziene omstandigheden .......................................................................................... 6 Wanneer contact met Econsultancy opnemen ................................................................. 7

CONCLUSIE EN PLANNING ..................................................................................................... 8

5379.008

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Ruimte voor Ruimte CV opdracht gekregen voor het opstellen van een ecologische werkprotocol ten behoeve van de voorgenomen ingreep aan het perceel aan de Zoeksestraat (ong.) te Schijf. Het ecologisch werkprotocol is opgesteld naar aanleiding van de conclusies van het aanvullend onderzoek dat Econsultancy in 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 5379.005, d.d. 6 juni 2019). Het ecologisch werkprotocol is opgesteld in het kader van de Wet natuurbescherming. Door de voorgenomen ingreep dient de functionaliteit die het projectgebied heeft voor de te verwachten en aangetroffen beschermde soorten, te allen tijde duurzaam behouden te blijven. Door in het ecologisch werkprotocol maatregelen op te nemen omtrent waar en wanneer welke werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, met daarbij de manier van uitvoering, zullen overtredingen van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming op voorhand voorkomen worden. Het ecologisch werkprotocol betreft een voor de locatie specifiek uitgewerkt plan om overtreding van de Wet natuurbescherming en daarmee samenhangend een ontheffingsaanvraag te voorkomen voor landhabitat van de Alpenwatersalamander. Naast bovenstaande soort en functie dient tevens rekening te worden gehouden met algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en algemene broedvogels.

Tevens is op de onderzoekslocatie een mierenhoop van de rode bosmier aanwezig, waarvoor de algemene zorgplicht geldt. Het doel van het ecologisch werkprotocol is om met betrekking tot beschermde soorten aantoonbaar conform een goedgekeurde gedragscode te werken en/of overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand te voorkomen. Indien benodigd zullen eveneens de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen worden vastgelegd. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. Het ecologisch werkprotocol dient bij de betrokken partijen en de uitvoerende partij bekend te zijn. Voor vragen, opmerkingen of bij calamiteiten kan contact worden opgenomen met één van de ecologen van Econsultancy, telefoonnummer 0475-504961.

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 1 van 9

2

PROJECTGEBIED EN VOORGENOMEN PLANNEN

De onderzoekslocatie (± 9.500 m²) ligt aan de Zoeksestraat (ong.), circa 300 meter ten zuiden van de kern van Schijf. In figuur 1 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 49 O (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 97.423, Y = 389.950.

Figuur 1. Luchtfoto onderzoekslocatie (wit omkaderd) en directe omgeving.

De onderzoekslocatie betreft een bos met bomen tussen de 25 en 50 jaar oud. De entree aan de Zoeksestraat, de oostkant van de onderzoekslocatie, betreft gemengd bos met berk, zomereik, esdoorn en lijsterbes. De onderbegroeiing bestaat uit onder andere hulst en bramen. Richting het westen verandert dit in naaldbos, bestaande uit fijnspar. Deze bomen zijn aangeplant in rijen, wat duidt op (voormalig) productiebos. Ongeveer 10% van het bos bestaat uit dood hout. Het noordwestelijke deel van de locatie betreft een braakliggend terrein. Ten noorden van de onderzoekslocatie is de bebouwde kom van Schijf gelegen. Ten (zuid)oosten is het agrarisch buitengebied van Schijf gelegen. Ten zuidwesten van de onderzoekslocatie is het overige deel van het bosgebied gelegen met een relatief grote waterplas. Langs de zuidoostzijde wordt de onderzoekslocatie omringd door een sloot waar laag water in staat, met daarachter een weiland. De figuren 2 t/m 7 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 2 van 9

Figuur 2. Entree aan oostzijde met gemengd bos en tuinafval.

Figuur 3. Loofbos.

Figuur 4. Zicht op het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie.

Figuur 5. Fijnsparren.

Figuur 6. Afscheiding naast de onderzoekslocatie.

Figuur 7. Zuidzijde grenzend aan weiland met sloot ertussen.

2.1

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De opdrachtgever is voornemens om aan de zuidelijke rand van de kern Schijf circa 10 bouwkavels te ontwikkelen ten behoeve van Ruimte-voor-Ruimte en reguliere woningbouw (zie figuur 8).

Figuur 8. Schetsontwerp toekomstige situatie (bron: Compositie 5).

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 3 van 9

3

TE TREFFEN MAATREGELEN

3.1

Algemene maatregelen en zorgplicht

Voor de binnen het projectgebied voorkomende algemene broedvogels geldt dat, indien ingrepen buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode begin maart tot en met half augustus worden aangehouden (tabel I). Geldend is en blijft de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. De volgende maatregelen worden getroffen: ▪ Verstoring van broedvogels is te voorkomen door groen te verwijderen buiten de periode begin maart tot half augustus; ▪ Indien dit niet mogelijk is dient voorafgaand aan de werkzaamheden, of als de werkzaamheden enige tijd hebben stilgelegen, een broedvogelinspectie plaats te vinden door een ter zake kundige op het gebied van vogels om het gebied vrij te geven voor de werkzaamheden; ▪ Mocht er sprake zijn van broedgevallen, dan wordt met de werkzaamheden gewacht totdat de jongen zijn uitgevlogen en het nest niet meer in gebruik is; ▪ Tijdens de werkzaamheden dient er voldoende / zoveel mogelijk afstand tot in gebruik zijnde nesten te worden gehouden, zodanig dat broedende vogels niet worden verstoord. Tabel I.

Ecologische planning voor uitvoeren van werkzaamheden per ingreep/soortgroep.

Ingreep

Soortgroep

verwijderen groen (bomen, struiken en overige vegetatie) en overige werkzaamheden

Broedvogels

mei

juni

juli

aug.

sept.

okt.

nov.

dec.

jan.

febr.

maart

april

Overige algemene soorten

minst ongunstige periode om werkzaamheden uit te voeren ongunstigste periode om werkzaamheden uit te voeren (in het kader van de algemene zorgplicht deze periode bij voorkeur ontzien) ongunstigste periode om werkzaamheden uit te voeren

Op de onderzoekslocatie zijn, met uitzondering van broedvogels, ook vaste rust- en verblijfplaatsen van algemene soorten als grondgebonden zoogdieren en amfibieën te verwachten waarvoor een algehele vrijstelling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichting geldt. Dat neemt echter niet weg dat wel aan de zorgplicht moet worden voldaan en zorgvuldig gehandeld moet worden. Dit houdt in dat het noodzakelijk is om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. De volgende maatregelen moeten worden genomen: ▪ Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Indien noodzakelijk dient een aanwezig dier zorgvuldig verplaatst te worden naar een geschikte locatie buiten het gebied waar de werkzaamheden plaatsvinden; ▪ Vegetatie of grondmateriaal (takken, stronken, steenhopen) worden gefaseerd verwijderd op een rustig tempo zodat de dieren de gelegenheid krijgen om te vluchten; ▪ Eventuele snoeiwerkzaamheden vinden in de richting van het deel van het gebied plaats waar geen werkzaamheden plaatsvinden zodat dieren weg kunnen vluchten; ▪ Om verstoring van aanwezige dieren te voorkomen, dienen werkzaamheden zoveel mogelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang plaats te vinden.

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 4 van 9

3.2

Voorkomen vestiging (beschermde) pioniersoorten

Tijdens de uitvoeringsfase moet rekening gehouden worden met de kans op vestiging door (beschermde) pioniersoorten, zoals de rugstreeppad en oeverzwaluw. De volgende maatregelen worden getroffen: ▪ Er wordt voorkomen dat in de broedtijd van de oeverzwaluw (half april – half september) steilwanden in (tijdelijke) grond-/zanddepots op het terrein aanwezig zijn door deze schuin af te graven (tot minder dan 45 graden). Een vestiging kan zeer snel verlopen en daarom mag een steile kant nog geen weekend blijven staan. Dagelijks schuin afwerken of afdekken met een zeil is dan noodzakelijk. ▪ Zodra er onverhoopt toch nesten zijn gebouwd/gevestigd mag op de locatie geen grond verwijderd of gedeponeerd worden en dient (in)directe verstoring, beschadiging en vernietiging van de nesten voorkomen te worden. Bij vestiging op locaties die mogelijk verstoord kunnen worden door werkzaamheden dient een ecoloog te worden ingeschakeld. Mogelijk verstorende werkzaamheden dienen tot nader order te worden stilgelegd. ▪ Om tijdens de uitvoering van de werkzaamheden vestiging van de rugstreeppad op het terrein te voorkomen worden (tijdelijke) grond-/zanddepots afgedekt of worden paddenwerende schermen rondom de depots geplaatst.

▪ Voorkomen vorming van ondiepe plassen op het werkterrein in de voortplantingsperiode (globaal april t/m juli) van de rugstreeppad door deze op te vullen, af te dekken of af te schermen. 3.3

Alpenwatersalamander

De onderzoekslocatie vormt geschikt landhabitat voor de Alpenwatersalamander, gezien deze bestaat uit een gemengd bos met voldoende beschutting in de vorm van struweel en snoeiafval. Tijdens het aanvullend onderzoek is vastgesteld dat de onderzoekslocatie in gebruik is als land/overwinteringshabitat door de Alpenwatersalamander. Het betreft enkel landhabitat, gezien op de onderzoekslocatie geen water aanwezig is. Wel is op circa 85 meter van de onderzoekslocatie een waterplas aanwezig, welke naar alle waarschijnlijkheid als voortplantingshabitat fungeert. Omdat het leefgebied van de Alpenwatersalamander niet verdwijnt, maar wordt gewijzigd, en voldoende alternatief leefgebied voorhanden is rondom de waterplas, kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een ecologisch werkprotocol. Door te handelen volgens het ecologisch werkprotocol, wordt schade aan (lokale) populaties voorkomen of tot een minimum beperkt ter voorkoming van overtreding van artikel 3.10 lid 2 van de Wet natuurbescherming.

Voor het verwijderen van groen, bijvoorbeeld in de vorm van singels, hagen, struwelen en bosschages, gelden de volgende voor de Alpenwatersalamander in belang zijnde voorzorgsmaatregelen: ▪ De kwetsbare periode waarin de soort zich op het land bevindt loopt van half juni tot en met half maart, in deze periode dient de grond niet verstoord te worden (Delft, van, 2009); ▪ Bij werkzaamheden binnen de periode half juni tot en met half maart dient enkel gebruik gemaakt te worden van zwaar materieel op de vaste infrastructuur van wegen, paden en sporen die ter plaatse aanwezig is; ▪ Buiten deze infrastructuur aan wegen, paden en sporen dient bomenkap in de kwetsbare periode enkel handmatig plaats te vinden. ▪ Het verwijderen van schuilmogelijkheden voor Alpenwatersalamander in de vorm van bijvoorbeeld snoeiafval, stenen en boomstronken dient in de kwetsbare periode enkel met de hand te gebeuren; ▪ Aanwezige dieren dienen de gelegenheid te krijgen weg te komen, of dienen verplaatst te worden naar een locatie buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; ▪ Hierbij dient het desinfectieprotocol van RAVON in acht te worden genomen (zie bronnenlijst).

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 5 van 9

3.4

Rode bosmier

Tevens is tijdens het aanvullend onderzoek een actieve hoop van de rode bosmier ontdekt. De coördinaten van deze mierenhoop zijn 51°49’54.9“N, 4°.55’84.7”E. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal de functionaliteit van de mierenhoop naar verwachting verdwijnen. De rode bosmier wordt niet beschermd onder de Wet natuurbescherming, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Geadviseerd worden de volgende handelingen om het doden en verwonden van individuen te voorkomen, conform de methode zoals deze is voorgesteld door de Mierenwerkgroep van de Nederlandse Entomologische Vereniging (Vakblad Natuur, Bos en Landschap, 2017): ▪ Het verplaatsen van de mierenhoop dient plaats te vinden buiten de kwetsbare periode van de Alpenwatersalamander, dus in de periode half maart tot en met half juni; ▪ Eerst dient met een kleine graafmachine rond het nest op zo’n 40 tot 50 cm de grond losgemaakt te worden door een geul rondom weg te graven; ▪ Daarna dient het mierennest met grond in één keer met een flinke diepte van zeker 50 tot 70 cm opgepakt te worden met trekker met voorlader; ▪ Vervolgens dient de mierenhoop met de graafmachine voorzichtig rijdend verplaatst te worden naar een geschikte locatie in het bos, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; ▪ Op deze nieuwe locatie wordt vooraf met een kleine graafmachine een gat gegraven dat wat ruimer en dieper is dan de omvang van het huidige mierennest; ▪ In het nieuw gegraven gat is eerst een laag van oude takken op de bodem gelegd welke vervolgens met een laag zand is toegedekt; ▪ Tenslotte wordt het nest voorzichtig in zijn geheel in het nieuwe gat geplaatst, waarna de grond rondom het mierennest voorzichtig aangedrukt en geëgaliseerd wordt met een kleine graafmachine. 3.5

Onvoorziene omstandigheden

Het kan niet worden uitgesloten dat, ondanks een goede voorbereiding en een ecologisch werkprotocol, onverwacht een beschermde soort op de projectlocatie wordt aangetroffen. Indien een dergelijke soort wordt aangetroffen waarvoor aanvullende maatregelen moeten worden genomen, dient als volgt te worden gehandeld: ▪ Bij onzekerheid over de precieze soort wordt een ecologisch deskundige ingeschakeld; ▪ De ecologisch deskundige bepaalt of het een soort betreft die reeds is opgenomen in het ecologisch werkprotocol, of dat het een andere (beschermde) soort betreft; ▪ Indien het een niet behandelde beschermde soort betreft, bepaalt een ecologisch deskundige of de reeds getroffen maatregelen voor andere soorten ook voldoende bescherming bieden aan de nieuw aangetroffen (beschermde) soort; ▪ De werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de soort worden stilgelegd, en overige werkzaamheden kunnen worden hervat; ▪ De ecologisch deskundige bepaalt welke aanvullende beschermende maatregelen getroffen moeten worden en of er alsnog een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd dient te worden.

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 6 van 9

3.6

Wanneer contact met Econsultancy opnemen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Indien een gewond dier wordt aangetroffen; Als werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder een dier te verwonden; De noodzaak tot andere handelingen dan genoemd in dit ecologisch werkprotocol; Het aantreffen van andere beschermde dier- en plantensoorten dan uit voorafgaande inventarisaties is gebleken en waarvoor een ontheffing noodzakelijk is (zou zijn); Bij twijfel altijd contact opnemen.

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 7 van 9

4

CONCLUSIE EN PLANNING

Econsultancy heeft van Ruimte voor Ruimte CV opdracht gekregen voor het opstellen van een ecologisch werkprotocol naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling van het perceel aan de Zoeksestraat (ong.) te Schijf. Op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie komt de zwaarder beschermde Alpenwatersalamander voor. Tevens is een mierenhoop van de rode bosmier aanwezig. Voor de rode bosmier en andere algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt een algehele vrijstelling van de Wet natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichting. Echter dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Uit het onderhavig ecologisch werkprotocol komen de volgende zaken naar voren: ▪

▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

Bij de planning van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de kwetsbare periode van de Alpenwatersalamander, van half juni tot half maart. In deze periode mag de grond niet verstoord worden; De bomen en struwelen op de onderzoekslocatie dienen vóór het broedseizoen (dus vóór maart) gekapt en verwijderd te worden. Zwaar materieel mag hierbij alleen ingezet worden vanaf de bestaande infrastructuur aan paden en wegen, de rest van de bomen dient handmatig gekapt te worden; De mierenhoop van de rode bosmier dient na half maart en vóór half juni in zijn geheel verplaatst te worden naar een locatie in het bos buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; Tevens wordt te allen tijde rekening gehouden met de algemene zorgplicht en wordt middels maatregelen vestiging van (beschermde) pioniersoorten als oeverzwaluw voorkomen; Het ecologisch werkprotocol dient op de locatie aanwezig te zijn gedurende de werkzaamheden; Het uitvoerend personeel dient op de hoogte te worden gebracht van de inhoud van het ecologisch werkprotocol; Bij het onverwacht aantreffen van een dier tijdens de werkzaamheden dient een ecologisch begeleider hiervan op de hoogte te worden gesteld. Waar nodig zal deze aanvullende adviezen geven hoe met deze situatie om te gaan. Bij onvoorziene situaties dient contact op te worden genomen met Econsultancy (telefoonnummer 0475-504961.

Econsultancy Swalmen, 11 februari 2021

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 8 van 9

Geraadpleegde bronnen Delft, van, J. (2009). Alpenwatersalamander Mesotriton alpestris. In: Nederlandse Fauna 9: 96 – 104. RAVON (april 2020). Desinfectieprotocol veldwerk, te raadplegen op https://www.ravon.nl/Portals/2/Bestanden/Publicaties/Hygiene_protocol.pdf Vakblad Natuur, Bos en Landschap (november 2017). Verplaatsen mierennesten groot succes. www.eis-nederland.nl (soortgegevens insecten) www.ravon.nl (soortgegevens reptielen, amfibieën en vissen)

Rapport 5379.008 versie D1

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13162376/1