CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

12 VNG lbr. 25-054 Tweede nazending Najaars ALV 28 november 2025

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 27 november 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken32.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 6

- Conform ‘Kamerbrief decentrale ontwikkeling energiesysteem’ is het belangrijk dat de gebiedsuitwerking zoveel mogelijk plaatsvindt als integraal onderdeel van de ruimtelijke ordening, daarbij rekening houdend met ontwerpprincipes als water en bodem sturend. - De gebiedsuitwerking dient om te komen tot energieafspraken. Partijen in een gebied werken samen aan de uitwerking. Het vaststellen en borgen van keuzes, gebeurt door individuele partijen: provincie, gemeenten, waterschappen, andere rechtspersonen en het Rijk. Energieafspraak Wat is het? - Afspraken tussen enerzijds decentrale overheden en netbeheerders in het gebied, mogelijk met andere belangrijke stakeholders, en anderzijds het Rijk. Deze afspraken gaan over onder andere wederzijdse inzet, keuzen en randvoorwaarden. Afspraken worden uitgewerkt op basis van het Energiebeeld en de gebiedsuitwerking. - Beschrijving van wie welke actie - zoals beleid, projectrealisatie, energiebesparing, wetsaanpassing, experimenteerruimte en financiering - gaat uitvoeren. - Het bevat nadrukkelijk wederkerige voorwaarden om acties uit te kunnen voeren. Afspraken scheppen verplichtingen voor zowel Rijk als partijen in het gebied. - In de afspraken geven alle partijen commitment om acties te vertalen naar eigen inzet en instrumentarium.

- De afspraken zijn altijd opgesteld op provinciale schaalniveau met de partijen in het gebied en kunnen bestaan uit individuele afspraken tussen partijen onderling en met het Rijk. Hoe werkt het? - Partijen in een gebied werken afspraken uit op basis van het Energiebeeld en de gebiedsuitwerking. - Deze uitwerkingen is de basis voor afspraken tussen het Rijk en de partijen in het gebied. De besluiten over en vaststellen van Energieafspraken gebeurt door de individuele partijen, aan publieke zijde via het Huis van Thorbecke. - Met de afspraken committeren partijen zich aan hun inzet, bijvoorbeeld om keuzes te borgen in omgevingsbeleid of om randvoorwaarden (wetgeving, financieel beleid) aan te passen. - Dit is onderdeel van een iteratief proces, periodiek wordt het Energiebeeld herijkt. De gebiedsuitwerking wordt ook doorontwikkeld op basis van voortschrijdend inzicht. En periodiek zullen aanpassingen of nieuwe afspraken nodig zijn. - Nadere uitwerking is nodig om meer zicht te krijgen op hoe afstemming met volksvertegenwoordiging en participatie met inwoners, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties plaatsvindt. Uitvoering en realisatie Na vaststellen van de Energieafspraak werken partijen aan de uitvoering en realisatie door samen te werken aan concrete projecten.

Dit vraagt ook om het nemen van investeringsbeslissingen en de beleidskeuzes te vertalen in concrete en bindende regels in het bestaande instrumentarium zoals aanpassen omgevingsvisie, omgevingsplan etc. Voor het Rijk betekent dit het nationaal beleid en voorwaarden in lijn brengen met de uitvoeringspraktijk (bijv. aanpassing wet- en regelgeving, normeren of op financieel gebied). Deze inspanningen dienen in nauwe samenhang te gebeuren met nationale programma's/teams die zich nadrukkelijk toespitsen op uitvoering en realisatie, zoals LAN, MIEK, Mensen Maken de Transitie (MMT) en Transform. Monitoring Dankzij deze werkwijze is landelijke optelling van inzet en keuzes op de energetische opgave en monitoring daarvan mogelijk. Enerzijds om lering te trekken van opgedane ervaringen en om objectieve Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 7

knelpunten te benoemen. Anderzijds voor doelbereik van het integrale energiesysteem van 2050. Monitoring vindt plaats op landelijk en gebiedsniveau. Iteratief leren en verbeteren De beschreven werkwijze is iteratief. Dat betekent dat om de vier jaar partijen een nieuwe versie opleveren van het Energiebeeld, mogelijke producten in de gebiedsuitwerking en uitvoering en om de vier jaar een Energieafspraak maken. Daarmee werken ISA partijen samen iteratief toe naar het energiesysteem van 2050. Tussentijdse aanpassingen zijn daarbij indien nodig mogelijk.

2.2 Vertaling naar keuzes en producten: uitwerking tot nu

Figuur: De werkwijze op elke schaal. Met per schaalniveau een indruk van de huidige producten (licht blauwe blokken) en de samenwerking in de Energieregio en Energyboard (paars). Grijze blokken geven aan waar gebiedsuitwerking mogelijk kan landen en de huidige verkenning van een uitvoeringsprogramma op provinciaal schaalniveau.

- De gebiedsuitwerkingen worden vertaald naar keuzes, kernproducten en programma’s op verschillende schaalniveaus, die goed op elkaar worden afgestemd. - De werkwijze wordt op elk schaalniveau ingevuld zoals te zien in is in bovenstaand figuur. In samenhang met elkaar en in wisselwerking tussen schalen waarbij de ene schaal input levert voor de andere en vice versa. - Eind 2025 en in 2026 wordt uitgewerkt welke producten nodig zijn voor de beschreven werkwijze (en de gebiedsuitwerking daarin). Dit gebeurt zowel op gemeentelijk, regionaal als op provinciaal niveau. - Het uitgangspunt is dat dit in sterke samenhang met ruimtelijke ordening gebeurt, en daarmee het energiesysteem integraal onderdeel wordt van de omgevingsvisie, -verordening en -plan. Het gaat hierbij zowel om het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen afhankelijk zijn van het energiesysteem en vice versa, als om het toenemende ruimtebeslag van het energiesysteem zelf. - Het streven is om vroegtijdig afstemming te zoeken met andere gebiedsopgaven (zoals wonen, defensie, landbouw) en inrichtingsprincipes, zoals ‘bodem en water sturend’. De wijze waarop dit gebeurt wordt nog nader uitgewerkt. Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 8

- Op gemeentelijk niveau zijn afgelopen jaren veel ervaringen opgedaan met onder andere, energiebesparing, -armoede, Transitievisies Warmte (TvW), warmteprogramma’s (in ontwikkeling) en Regionale Energiestrategieën (RES), net als met inspanningen rondom laagspanningsnet verzwaringen en omgang met netcongestie. o Het energiesysteem raakt kerntaken van gemeenten en vrijwel alle domeinen, van sociaal tot ruimtelijk en economisch. o Op basis van de beschreven werkwijze wordt op gemeentelijk schaalniveau verkend of het gewenst is om nieuwe of aangepaste producten en werkwijzen te ontwikkelen, en zo ja welke. Daarbij wordt rekening gehouden met huidige wettelijke verplichtingen zoals EPBD (Energy Performance of Buildings Directive). o Op basis hiervan worden bouwstenen ontwikkeld die handen en voeten gaan geven aan de beschreven werkwijze, interbestuurlijk samenwerken en het maken van samenhangende keuzes. De bouwstenen gaan van planvorming tot (beleids)uitvoering en kunnen wanneer gewenst in 2026 of later uitgewerkt worden tot nieuwe producten en processen. - Op provinciaal niveau zijn afgelopen jaren veel ervaringen opgedaan met onder andere energievisies, provinciale Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEKs), RES en allerlei inspanningen rondom netcongestie, warmte, energiehubs en energiebesparing.

o Het energiesysteem raakt de ruimtelijke, economische en mobiliteit kerntaken van provincies. o Op basis van de ervaringen en evaluaties worden bouwstenen ontwikkeld die handen en voeten gaan geven aan de beschreven werkwijze, interbestuurlijk samenwerken en het maken van samenhangende keuzes. De bouwstenen gaan van planvorming tot (beleids)uitvoering en kunnen wanneer gewenst in 2026 of later uitgewerkt worden. Het gaat hierbij in ieder geval om doorontwikkeling van de energievisie, het pMIEK en mogelijk een uitvoeringsprogramma, mogelijk samenkomend in één integraal energieprogramma. - Op regionaal niveau zijn volop ervaringen opgedaan met het werken aan hernieuwbare energieproductie, regionale warmtestructuren en lokale warmtetransitie in de RES- en warmteregio's. De afgelopen jaren zijn veel regio’s doorontwikkeling met meer aandacht voor het energiesysteem. Zie paragraaf 3.3 voor de opdracht aan en voor de regio. - Betrokkenheid van de waterschappen is nodig om een goede connectie tussen energiesysteem en watersysteem te leggen, ook ruimtelijk. Waterschappen hebben een belangrijke rol bij warmtebronnen (o.a. riool- en oppervlaktewater) en voor het energiesysteem (o.a. rioolwaterzuiveringen en andere installaties). Ook stellen waterschappen terreinen ter beschikking aan derden.

Daarnaast hebben ze net als andere overheden diverse relevante producten, zoals de eigen klimaat- en energieprogramma’s en ruimtelijke plannen. Verbinding van deze plannen met andere schaalniveaus is gewenst. Kansen verschillen per gebied, daarom is connectie bij de uitwerking van producten op de andere schalen van belang. Mogelijk is extra aandacht vereist rondom vergunningverlening, die aan het energiesysteem kan raken.

Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 9

3. Organisatie 3.1 Samenwerking Binnen ISA werken partijen als partners samen aan de decentrale ontwikkeling van het energiesysteem. - Waar veel keuzes rondom het energiesysteem nu nog centraal gestuurd worden of voortkomen uit een centrale bevoegdheid, vraagt de decentrale ontwikkeling van het integrale energiesysteem om zowel een bottom-up als top-down aanpak. - Rollen en verantwoordelijkheden binnen het energiesysteem worden door de energietransitie diffuser: niemand is ‘de baas’ van het integrale energiesysteem, het energiesysteem is grensoverschrijdend en het eigenaarschap over de verschillende onderdelen van de keten is verdeeld. - Dat zorgt voor veel onduidelijkheden binnen de samenwerking en compliceert besluitvorming en doorwerking binnen en tussen de schaalniveaus. - De energietransitie is bovendien meer dan een energetische opgave. Met zowel ruimtelijke als sociale aspecten. - Binnen het ruimtelijk domein is er een duidelijke afbakening van taken, rollen en bevoegdheden. De energetische opgave doorkruist dit speelveld waarin de taken en rollen en bevoegdheden op een andere manier georganiseerd zijn en sterk in ontwikkeling zijn. - De verbinding tussen deze ruimtelijke en energetische aspecten, met tevens oog voor de sociale consequenties, zorgt voor extra uitdagingen en afhankelijkheden binnen de samenwerking tussen de verschillende overheden.

Dit vraagt veel van de doorontwikkeling van de interbestuurlijke samenwerking. Wat betekent dit voor de ISA partners? - Samenwerking is de sleutel en het vraagt om inzet, eigenaarschap en verantwoordelijkheid van alle partijen. - Dit vraagt om oog voor de hiervoor geschetste dynamiek, en begrip voor het feit dat de ontwikkeling van de samenwerking daarmee ook een zoekende aard kent. - Het vraagt van alle partijen om elkaar te (willen) leren begrijpen, te vertrouwen en naar elkaar toe te bewegen. Concreter gaat dit om: o Expliciet maken van de samenwerking met behoud van informele en formele lijnen. Dit betreft het expliciteren van het huis van Thorbecke enerzijds en een tussenruimte met duidelijke opdracht anderzijds. o Ruimte voor maatwerk maar ook uniformiteit hebben voor herkenbaarheid en om te kunnen zien of we op doelbereik zitten. o Het verbinden van praktijkervaringen en -knelpunten aan het maken van aanpassing van randvoorwaarden. o Het goed organiseren en inzetten van escalatie. o Eigenaarschap vanuit alle betrokken partijen, met ieder eigen bijdragen en te maken keuzes. o Het werken vanuit gelijkwaardigheid – ondanks dat alle partijen verschillende rollen en verantwoordelijkheden hebben die zich ook nog aan het ontwikkelen zijn. o Expliciete keuzes in de manier waarop inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen is betrokken worden.

In de beschreven werkwijze (paragraaf 2.2) zal soms een consulterende en soms een coproducerende samenwerking wenselijk zijn.

Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 10

3.2 Bijsturing en escalatie - Om het energiesysteem van 2050 te realiseren moeten verschillende type keuzes gemaakt worden; bijvoorbeeld op projecten, hernieuwbare bronnen, energie-infrastructuur, ruimtelijke ontwikkelingen/ordening en randvoorwaarden. - Soms kunnen keuzes niet gemaakt worden, om uiteenlopende redenen. Een informele escalatie lijn is in het verleden effectief gebleken om doorbraken te creëren. - Daarnaast is inrichting van formele escalatielijnen essentieel. Omdat er meerdere type keuzen zijn ligt het ook voor de hand dat er verschillende escalatie lijnen zijn. Onder andere richting: o BO KE - Realisatie (BO KE-RE; in oprichting, ook wel Nationale Energyboard genoemd). Knelpunten op uitvoering kunnen hier ingebracht worden. Gaat onder andere om generieke issues die bij meerdere projecten optreden of randvoorwaarden die onvoldoende op orde zijn voor realisatie van projecten. o BO Klimaat & Energie (BOKE). Strategische issues zoals doelen die buiten bereik komen, partijen die niet of onvoldoende leveren, inzet die niet het gewenste effect heeft, grote ontwikkelingen die om adaptatie van proces vragen of randvoorwaarden die niet gecreëerd zijn. o BO Leefomgeving (BOL). Ruimtelijke issues.

3.3 Governance op decentraal schaalniveau Nu: Verscheidenheid aan hulpstructuren actief - Afgelopen jaren is op het decentrale schaalniveau op verschillende manieren tussen overheden samengewerkt aan het energiesysteem. o Rond de thema’s netcongestie en integraal programmeren zijn op het provinciale niveau Energyboards actief. o Warmteregio's ondersteunen gemeenten bij de warmtetransitie. o RES-regio's werken aan de realisatie van hernieuwbare opwek op land en regionale warmtestructuren. - Al deze zogenaamde ‘hulpstructuren’ zorgen ieder op hun eigen manier voor meerwaarde, op onder meer voorbereiding van besluiten, coördinatie, kennisdeling, netwerk en bovenlokale samenwerking. Tegelijkertijd is ook sprake van overlappen, beperkte uniformiteit en overlegdrukte. Naar: Voortbouwend op wat er is naar meer scherpte - Streven is om meer focus en eenduidigheid aan te brengen met behoud van ruimte voor wat op decentraal schaalniveau goed werkt (maatwerk). - Voor de gezamenlijke uitwerking van de in het vorige hoofdstuk beschreven werkwijze worden ook de bestaande hulpstructuren ingezet. - Daarbij wordt besloten om de bestaande RES-regio's en Warmte-regio's samen te laten gaan in één Energieregio. De regio’s vervullen een belangrijke functie in onderlinge kennisdeling en het slim inzetten van capaciteit van gemeenten, waterschappen, provincies en netbeheerders.

- Een duidelijke opdracht wordt gezien als een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle regionale samenwerking op decentraal schaalniveau. - Zodoende wordt het volgende voorzien: o Energieregio’s: ▪ Besluitvoorbereidend, dat wil zeggen dat ze gericht zijn op afstemming en ontwikkeling. Formele besluiten over verankering van keuzes krijgen hun beslag via het Huis van Thorbecke. ▪ Behouden in elk geval de bestaande opdrachten: realiseren hernieuwbare opwek doelen en ondersteunen bij warmtetransitie. Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 11

▪ Deelnemers: provincie, gemeenten, waterschap, regionale netbeheerder(s) en eventueel maatschappelijke partijen. De uiteindelijke opdracht voor de regio bepaalt de samenstelling. Op basis daarvan wordt bepaald welke partners aan tafel zitten en met welke mandaat. ▪ Partijen in een gebied bepalen zelf de instelling van en de gebiedsomvang van een energieregio. ▪ Energieregio's kunnen een rol hebben in de escalatie naar hogere schaalniveaus. o Energyboards: ▪ Besluitvoorbereidend, dat wil zeggen dat ze gericht zijn op publieke afstemming en ontwikkeling. Formele besluiten over verankering van keuzes krijgen hun beslag via het Huis van Thorbecke. ▪ Behouden in elk geval de bestaande opdracht: op sneller bouwen en beter benutten van het stroomnet en coördineren op integraal programmeren energiesysteem. ▪ Deelnemers: Rijk, provincie, energieregio (en/of individuele gemeenten), regionale netbeheerder(s), TenneT en Gasunie. Waterschappen kunnen deelnemen. De agenda vanuit het gebied is daarin bepalend. ▪ Ontwikkelopdrachten voor alle Energyboards zijn o het creëren van onafhankelijk voorzitterschap; o vertegenwoordiging van en voldoende stevige betrokkenheid van energieregio's en decentrale publieke partijen. ▪ Energyboards hebben een rol als escalatielijn naar BO's op nationaal niveau (BOKE-RE, BOKE en BOL).

o Inzet om Energiebeeld, gebiedsuitwerking en Energieafspraak te maken: ▪ Er is een gezamenlijke inzet en commitment van in elk geval Rijk, gemeenten, provincie, waterschappen en netbeheerders nodig om tot invulling hiervan te komen. ▪ De nadere invulling van de organisatie hiervan op provinciale schaal is maatwerk, onder meer voor wat betreft de rol van hulpstructuren. ▪ Er komen in ieder geval 12 energieafspraken tussen enerzijds Rijk en anderzijds de partijen op provinciale schaal. Dit vraagt om één aanspreekpunt aan de kant van het Rijk en één aanspreekpunt aan de kant van de provinciale schaal. o De afspraken zijn altijd opgesteld op provinciaal schaalniveau en kunnen bestaan uit individuele afspraken tussen partijen onderling en met het Rijk. ▪ Op de provinciale schaal ligt de taak bij Gedeputeerde Staten om het gesprek te coördineren om tot een Energieafspraak te komen. Dit doet GS in gezamenlijkheid met en betrokkenheid van alledecentrale overheden, inclusief de hulpstructuren (energyboard en energieregio’s) en netbeheerders in het gebied.

3.4 Nationaal Programma - Om de interbestuurlijke samenwerking zoals hiervoor geschetst te ondersteunen wordt een nieuw Nationaal Programma opgericht (werktitel NP Energiesysteem, NP ES). En richt zich daarbij op de ondersteuning van de uitvoering. - De basis voor de uitvoeringsondersteuning van het NP ES ligt in de beoogde werkwijze en samenwerking zoals hiervoor (in H2 en H3) beschreven, inclusief de nog nadere uitwerking. - In het NP ES gaan per 1 januari 2027 de bestaande programma’s NP RES, NPLW en SP IPE samen. Op termijn mogelijk met aanvulling van andere bestaande nationale (ondersteunings)programma’s. Het NP ES bouwt voort op de waardevolle inzichten en ervaringen uit de bestaande programma’s. Een groot deel van de inhoudelijk ondersteuning die nu geboden wordt zal ook binnen het NP ES Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 12

voortgezet of doorontwikkeld worden. De onderlinge samenwerking wordt gedurende 2026 al geïntensiveerd in aanloop naar één NP ES (transitie). Opdracht en positionering - Het NP ES wordt dé organisatie die op landelijk niveau ondersteunt, leert en monitort ten dienste van de decentrale ontwikkeling van het integrale energiesysteem. - De exacte rol en doelgroep van het NP ES wordt nog nader uitgewerkt. De eerste richting is dat het NP ES in ieder geval ondersteunt door het verbinden van netwerken, het signaleren en agenderen van knelpunten en kansen, en het faciliteren van samenwerking tussen overheden en tussen sectoren, bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke partners, en organiseert en faciliteert de kennis/expertise en leerbehoefte van overheden en het gezamenlijk monitoren en datainstrumenten. - Het NP ES is een dienstverlenende netwerkorganisatie die lerend en ontwikkelend opereert. Het NP ES kan zo: o recht doen aan de gezamenlijkheid en wederkerigheid tussen de samenwerkende partijen. o de betrokken overheden in staat stellen om hun (regie)rol te pakken om tot concrete keuzes en realisatie van duurzame energievoorziening te komen (alle bestuurslagen in samenhang) o bijdragen aan een soepele wisselwerking en afstemming tussen de ontwikkelingen op verschillende schaalniveaus binnen het energiesysteem (top-down én bottom-up).

- De inhoudelijke scope van het NP ES wordt bepaald door: o de vier energieketens uit het NPE (warmte-, elektriciteit-, waterstof- en koolstofketen; o de afstemming en samenhang van energie- en ruimtelijke opgaven; o de koppeling van en uitwisseling tussen nationaal en decentraal beleid; ontwikkelingen en energie-initiatieven en vraagstukken en ontwikkelingen o het afstemmen van vraag en aanbod op elk schaalniveau. - Het NP ES richt zich niet op uitvoering van projecten, regelgeving en handhaving, beleidsvorming buiten energie, operationele netbeheer, of het direct financieel stimuleren van ontwikkelingen. - Het NP ES wordt enerzijds uitgewerkt in een organisatieplan dat zich richt op de financiële, personele en organisatorische kaders. En anderzijds in een transitieplan met daarin de aanpak en werkwijze voor de transitieperiode met onder andere expliciete aandacht voor communicatie over de transitie naar het NP ES. Opdrachtgeverschap en sturing - Het opdrachtgeverschap van NP ES is interbestuurlijk: het ministerie van KGG, het ministerie van VRO, de VNG, het IPO, de UvW in nauwe afstemming met NBNL. De politieke verantwoordelijkheid voor het NP ES ligt bij de ministeries van KGG en VRO. - Het BOKE is het bestuurlijke overleg voor besluitvorming over NP ES.

- Bestuurlijk te bespreken stukken over het NP ES worden miv 2026 voorbereid door het OGB NP ES, en vinden via het Interbestuurlijk Directeurenoverleg (IDO) hun weg naar het BO K&E. - De werving van de kwartiermaker / beoogd directeur voor het NP ES loopt. Naar verwachting kan deze in december worden aangesteld. De opdracht van de kwartiermaker / beoogd directeur omvat inhoudelijke uitwerking, organisatorische uitwerking en integratie van de bestaande netwerken en opdrachten van NP RES, NPLW en SP IPE.

Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 13

Middelen - Budgetten van bestaande programma’s komen ten dienste van NP ES vanaf het moment dat de programma’s opgaan in NP ES. Datzelfde geldt voor de budgetten die vanuit de bestaande programma’s richting regio’s gaan. - De budgetten van de drie programma’s worden in ieder geval gecontinueerd tot en met 2030. - Gegeven de aard van de opgave is langjarige dekking van belang, dit vraagt nadere aandacht. Transitie - In 2025 werken de bestaande programma’s al samen waar mogelijk. Dit zal zichtbaar worden in een gedeeld onderdeel in de jaarplannen 2026 van de drie programma’s. - In Q4 2025 wordt stapsgewijs toegewerkt naar één opdrachtgeversoverleg met één gezamenlijk opgestelde agenda waarin ruimte is voor de producten en besluiten van de afzonderlijke programma’s. Om zo zowel de opdrachtgevers als de programma’s te stimuleren gaandeweg al vanuit één nationaal programma te denken en doen. - Tot 2027 behouden NP RES, NPLW en SP IPE hun huidige taken. Ieder programma kent haar eigen jaarplan voor 2026. Met ingang van 2027 is sprake van één programma in alle opzichten. - In 2026 is er een kwartiermaker / beoogd directeur NP ES die samenwerkt met de drie programma’s en zo veel als mogelijk samen optrekken als hecht netwerk, onder één opdrachtgeversoverleg.

- Bij de samenvoeging van de programma's hebben we nadrukkelijk oog voor de positie van medewerkers en het werkgeverschap binnen de bestaande programma's. Het is begrijpelijk dat dit vragen en onzekerheden bij hen oproept en dat duidelijkheid op korte termijn prioriteit heeft.

Uitwerking Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda – Consultatieversie - 29 september 2025 –

pagina 14

Voorstel aan de Algemene ledenvergadering Datum ALV

: Najaars ALV 28 november 2025

Agendapunt

: 7. Collectivisering van digitalisering in kader resolutie “Als één sterke bestuurslaag

regie op de Digitale Samenleving” aangenomen in ALV 18 juni 2025

Onderwerp Collectivisering Digitalisering en gezamenlijke regie op AI, Cloud en Digitale Veiligheid.

Gevraagd besluit De algemene ledenvergadering gaat akkoord met: −

Drie nader uit te werken collectiviseringsvoorstellen op het gebied van AI, Cloud en Digitale Veiligheid.

Toelichting op hoofdlijnen In de Resolutie ‘Als één sterke bestuurslaag regie op de Digitale Samenleving’ besloten gemeenten minstens 80% van hun digitalisering te collectiviseren. Hiervoor werken zij ‘collectiviseringsvoorstellen’ uit. De eerste stap is bepalen op welke prioriteiten dit moet gebeuren. Deze ALV ligt het voorstel voor om aan de slag te gaan op de dossiers AI, Cloud en Digitale Veiligheid en de doorsnijdende thema’s Digitale Autonomie, Sourcing en Digitaal Vakmanschap. Deze prioriteiten sluiten nauw aan op bestaande (interbestuurlijke) ambities, zoals de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Uitwerking van de voorstellen gebeurt in een open proces met brede ledenbetrokkenheid, ondersteund door de VNG. Bijlage(n) 1. Toelichting Collectivisering Digitalisering – Eerste Prioriteiten: gezamenlijk regie op AI, Cloud en Digitale Veiligheid 2. Opdracht tot uitwerking AI 3. Opdracht tot uitwerking Cloud 4. Opdracht tot uitwerking Digitale Veiligheid.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/2

7. Collectivisering van digitalisering in kader resolutie “Als één sterke bestuurslaag regie op de Digitale Samenleving” aangenomen in ALV 18 juni 2025 Stemt u in met drie nader uit te werken collectiviseringsvoorstellen op het gebied van AI, Cloud en Digitale Veiligheid: 1 = ja 2 = nee

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Collectivisering Digitalisering Eerste Prioriteiten Gezamenlijke regie op AI, Cloud en Digitale Veiligheid

Documenttitel

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag 070 373 83 93 info@vng.nl

Auteurs: Dirk van Brederode (e.a.) Datum: 31 oktober 2025

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

1. Inleiding Digitalisering is een kritiek onderdeel van vrijwel alles wat gemeenten doen, van vergunningverlening tot maatschappelijke ondersteuning. Voor hun inwoners vereisen gemeenten dat de inzet van digitalisering verantwoord, veilig en effectief is. Dit staat echter sterk onder druk door een grote schaarste aan mensen en middelen én een geopolitieke omgeving die de veiligheid, continuïteit en autonomie van onze digitale systemen bedreigt. Dit voorkomt dat gemeenten de overduidelijke kansen die digitalisering biedt ten gunste van de samenleving inzetten. Gemeenten willen als één sterke bestuurslaag regiepakken op de digitalisering en het overgrote deel hiervan collectiviseren. Ondersteund door de VNG doen de leden dit stapsgewijs, vanuit bestaande en gedeelde ambities - zoals de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) - en in nauwe samenwerking met de andere overheden. Zij nemen de tijd voor de uitwerking van ‘collectiviseringsvoorstellen’ op prioriteiten, met een gedragen implementatieplan, goede organisatie en adequate (interbestuurlijke) financiering. De ALV bepaalt op welke opgaven collectiviseringsvoorstellen komen, via ‘opdrachten tot uitwerking’. Op drie prioriteiten liggen die nu voor: AI, Cloud en Digitale Veiligheid.

Deze prioriteiten hangen nauw samen en versterken elkaar, in het bijzonder langs drie doorsnijdende thema’s: digitale autonomie, collectieve ICT-sourcing en vakmanschap.

Resolutie: ‘Als één sterke bestuurslaag regie op de Digitale Samenleving Gemeenten besloten in juni 2025 hun krachten te bundelen op digitalisering. Zij stemden tijdens de ALV in met de resolutie ‘Als één sterke bestuurslaag regie op de digitale samenleving’. Gemeenten spraken daarmee af ten minste 80% van hun digitalisering collectief op te pakken, dit gezamenlijk te sturen en te organiseren en waar mogelijk aan te sluiten bij nationale ontwikkelingen. Zo kunnen ze gebruikmaken van elkaars kennis en expertise, samen sterk staan richting technologieleveranciers en andere overheden én goede ideeën en nieuwe technologieën vlot bruikbaar maken voor alle gemeenten. Kortom: weten ‘dat het goed zit’ met als basis voldoen aan regelgeving, een ijzersterke beveiliging en hype-vrije innovatie. Dat alles voor de beste prijs en zo veel mogelijk interbestuurlijk tot stand gekomen. Voor meer informatie, ga naar vng.nl/regie-op-de-digitale-samenleving

2. Eerste prioriteiten voor collectivisering De keuze voor de eerste prioriteiten die nu voorliggen is gebaseerd op de criteria ‘urgent’ en ‘evident’: gemeenten verlangen hier zo snel mogelijk gezamenlijke actie.

2.1.

Cloud

Cloudtechnologie is de basis onder vrijwel alle digitalisering waarvan gemeenten gebruikmaken. Van de opslag van data tot parkeerapps: ‘de cloud’ raakt het allemaal. Gemeenten maken hier dankbaar gebruik van voor hun processen en informatievoorziening, maar zo’n sleuteltechnologie

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

vraagt regie. Dat komt door de toenemende afhankelijkheid van een steeds kleiner wordende groep leveranciers, de geopolitieke situatie die afdwingt dat de beveiliging van inwonersgegevens ijzersterk is en die ook de vraag oplevert wáár ter wereld die data het beste kan worden opgeslagen. Het voorstel is om de gemeentelijke inzet op Cloud te collectiviseren; om grote strategische kwesties als collectief en met de andere overheidslagen te beslechten. Zoals de prioriteit uit de NDS om een overheidsbrede, soevereine clouddienst in te richten. Zo weten gemeenten ‘dat het goed zit’ met hun informatievoorziening en processen.

2.2.

Artificiële Intelligentie (AI)

Gemeenten zien de grote kansen van het inzetten van AI. Bijvoorbeeld om delen van een vergunningsaanvraag te automatiseren of álle bezwaarprocedures van de afgelopen tien jaar te doorzoeken op patronen en ingeslopen vooroordelen. Maar zij verdrinken in de complexiteit van de technologie, regels en risico’s om dit veilig en verantwoord in te zetten. En als een gemeente een goed werkend systeem heeft, gaat opschaling moeizaam. Daarom willen gemeenten de handen ineenslaan. Om samen de ‘compliance-last’ te dragen, om één plek te bieden voor de kennis en enthousiasme van de leden om samen te experimenteren, om goede ideeën schaalbaar en deelbaar te maken. En om kaders te stellen en serieuze gesprekken te voeren met marktpartijen over ethische inzet, vanuit het perspectief van inwoners in plaats van aandeelhouders. Zo kunnen gemeenten deze krachtige technologie met vertrouwen verantwoord en veilig inzetten.

2.3.

Digitale Veiligheid

Gemeenten hebben te kampen met cyberdreigingen, zoals hacks, ransomware, incidenten bij leveranciers, datalekken en verstoring van vitale processen. De geopolitieke situatie maakt dit nijpender dan ooit, met toegenomen dreiging vanuit vijandelijke staten. Kortom: de digitale weerbaarheid van gemeenten staat flink onder druk. Gemeenten werken al jaren op dit dossier samen, ondersteund door de VNG met onder meer de Informatiebeveiligingsdienst. Ze voelen de urgentie om die samenwerking te versnellen en versterken; met een collectieve aanpak om ‘de kieren te dichten’, met de uitbreiding van bestaande dienstverlening en met de implementatie van wetgeving en standaarden. Zo ontstaat een stevige basis voor de digitale weerbaarheid van álle gemeenten en dus ook voor onze inwoners en ondernemers.

3. Samenhang en gedeelde oplossingsrichtingen van de prioriteiten De prioriteiten hangen nauw met elkaar samen en versterken elkaar in de uitvoering, omdat zij vergelijkbare oplossingsrichtingen voorstellen. Dit komt terug in de ‘doorsnijdende thema’s, met allereerst het belang van ‘vakmanschap’: de kennis en (digitale) vaardigheden van bestuurders en ambtenaren. Deels wettelijk ingegeven, is dit een randvoorwaarde voor veiligheid en verantwoorde inzet van technologie. De mens geeft het systeem vorm en zit uiteindelijk aan de knoppen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Een tweede doorsnijdend thema is ‘digitale autonomie’. Onder de huidige geopolitieke spanningen is het niet ondenkbaar dat Nederlandse gemeenten plotseling de toegang wordt ontzegd tot gegevens en processen die essentieel zijn voor hun kerntaken. Dit bovenop de al sterk toegenomen afhankelijkheid van een slinkend aantal marktpartijen. Voor Digitale Veiligheid en Cloud zijn die afhankelijkheden historisch groot, voor AI krijgen die nu vorm. Gemeenten willen hierop de regie terug. De VNG publiceerde hierover in oktober 2025 het position paper Digitale Autonomie. Tot slot is ‘collectieve ICT-sourcing’ – de cyclus met o.a. behoeftebepaling, gezamenlijke inkoop en contractmanagement – een cruciale randvoorwaarde voor succesvolle collectivisering. Gemeenten spreken met één stem (en waar mogelijk interbestuurlijk) met de marktpartijen. Voor een betere onderhandelingspositie, maar ook om gemeenten te ontzorgen met standaardvoorwaarden en met gezamenlijke inkoop. De ambities op AI, Cloud en Digitale Veiligheid stokken volledig zonder kennis- en krachtenbundeling. Niet voor niets komt dit in elk gesprek met de leden terug als onderwerp waarop ze ontzorgd willen worden. Naast deze doorsnijdende thema’s pakken we ook door op de realisatiekoers Common Ground, die tijdens de ALV in juni 2025 als eerste collectiviseringsvoorstel is vastgesteld.

Vanuit het landelijk programma Common Ground is inmiddels de eerste stap gezet om dit te vertalen naar een concrete realisatiestrategie. Daarbij is nadrukkelijk de verbinding gelegd met de inrichting van een regieorganisatie en de ontwikkeling van een centrale infrastructurele voorziening (i.e. Cloud), die beide cruciaal zijn om de realisatiekoers daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Met instemming van de ALV geeft de VNG de komende periode prioriteit aan deze opgaven in de ondersteuning op digitalisering. Daarbij zien we bij alle prioriteiten een behoefte om krachten en kennis te bundelen en hierop gezamenlijke regie te organiseren. Dit komt in de uitwerking van de voorstellen aan bod.

4. Samenhang tussen agenda’s en strategieën De voorgestelde prioriteiten sluiten naadloos aan op de prioriteiten geïdentificeerd in de Digitale Agenda Gemeenten 2028, de NDS en de Digital Decade. Gemeenten organiseren zich langs deze prioriteiten, om de samenhang te bewaken en elke vorm van dubbel werk te voorkomen. Met collectivisering op deze prioriteiten geven zij hier concreet invulling vanuit gemeentelijk perspectief, geven ze er uitvoering aan en organiseren zij zich als volwassen (onderhandelings)partner in de interbestuurlijke samenwerking. Daarbij is in de resolutie het principe afgesproken: éérst interbestuurlijk, pas daarna regionaal en bij uitzondering decentraal zaken regelen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Nederlandse Digitaliseringsstrategie Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) slaan de Nederlandse overheden de handen ineen om digitale opgaven met grote urgentie en impact samen op te pakken. De NDS focust op zes prioriteiten, zoals cloudtechnologie, data delen en digitale veiligheid. Overheidsbreed wil men de vrijblijvendheid voorbij en interventies doen op onder meer de implementatie van wetgeving, standaardisatie, het wegnemen van juridische belemmeringen en overheidsbrede ICT-sourcing. Hiervoor maken zij interbestuurlijk afspraken en bundelen ze krachten bij financiering, organisatie en implementatie. Voor meer informatie, ga naar digitaleoverheid.nl/nederlandse-digitaliseringsstrategie-nds/

5. Uitwerking van collectiviseringsvoorstellen en ledenbetrokkenheid Met de opdrachten tot uitwerking van de collectiviseringsvoorstellen AI, Cloud en Digitale Veiligheid nemen leden nadrukkelijk nog géén bindende beslissingen over financiering, organisatie en implementatie. Dat komt pas aan bod in de daadwerkelijke uitwerking van de collectiviseringsvoorstellen voor de prioriteiten, waarover de ALV dan in tweede instantie beslist. De uitwerking gebeurt door een kernteam van de leden, ondersteund door de VNG. De VNG zorgt hierbij voor een versterking van de betrokkenheid van experts en verantwoordelijken uit de uitvoeringspraktijk. Ook komt er een open proces, zodat alle leden over de uitwerking kunnen meedenken. En om tussen ALV’s (deel)beslissingen te nemen over bijvoorbeeld de adoptie van standaarden en de inzet bij interbestuurlijke afspraken. Zo borgen gemeenten kundigheid, draagvlak én tempo bij de uitwerking van de voorstellen.

6. Resultaten voor gemeenten Collectivisering op deze prioriteiten betekent dat gemeenten weten ‘dat het goed zit’. Zij zijn ontzorgd op de compliance-last bij de inzet van AI, weten dat de beveiliging van hun systemen ijzersterk is en de beste bewakers kent én dat gegevens en processen altijd onder hun regie zijn. Gemeenten met kennis en enthousiasme kunnen dit inzetten voor het collectief. Of dit nu in de vorm van ontwikkeling of inkoop, kaderstelling of onderhandeling is, ze weten dat zij voor de collega’s van 342 organisaties werk uit handen nemen. Zo bouwen gemeenten samen aan hun collectieve digitalisering.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Collectiviseringsvoorstel AI Opdracht tot uitwerking

Collectiviseringsvoorstel AI

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag 070 373 83 93 info@vng.nl

Auteurs: David van den Berg (e.a.) Datum: 31 oktober 2025

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

1/4

Opdracht tot Uitwerking (OtU) AI Oproep: vandaag collectiviseren op AI voor de gemeente van morgen Gemeenten en inwoners zien de kansen van AI, maar om deze te kunnen benutten is het mitigeren van de risico’s noodzakelijk. Grote uitdagingen rondom voldoen aan complexe vereisten vanuit verschillende wetgeving, ongewenste digitale afhankelijkheden en het in huis hebben van de juiste ICT-kennis en kunde, maken dat gemeenten collectief oplossingen willen die bijdragen aan het faciliteren van het gebruik van AI, zonder de lasten 342 keer apart te dragen. Het betekent dat we als gemeenten collectief de handen in een moeten slaan. Om nu al het (beproefde) laaghangende fruit schaalbaar en deelbaar te maken. Met het oog op de toekomst, en vanuit een nieuw beleidsmatig perspectief, waarin gemeenten ontzorgd zijn door diverse collectieve structuren, en een individuele gemeente zich geen zorgen meer hoeft te maken over de betrouwbaarheid en veiligheid van een bepaalde toepassing. Want dat wordt dan geregeld -voor en door het collectief. Maar bovenal: voor de inwoner.

Doel van de opdracht tot uitwerking (OtU) Met deze opdracht vragen we de ALV om steun en mandaat om de inzet van AI in de gemeentelijke uitvoering collectief te organiseren. Concreet vragen we om instemming met de voorgestelde visie, de scope en richting, alsmede de toestemming om deze verder uit te werken tot een volwaardig collectiviseringsvoorstel inclusief governance- en financieringsopties. Visie Onze insteek is gezamenlijk werken aan een duurzaam fundament en de nodige infrastructuur, zodat alle gemeenten AI-toepassingen veilig en betrouwbaar kunnen gebruiken. We streven naar een eenduidige, collectieve manier van werken die ervoor zorgt dat AI-toepassingen op dezelfde en verantwoorde manier aansluiten op de gemeentelijke systemen. Dit doen we met gezamenlijke standaarden, een aanpak voor verlichting van de lasten rond compliance en risicobeheersing en het organiseren van eenduidige aansluiting van betrouwbare leveranciers. Deze aanpak vergroot niet alleen de experimenteer- en uitvoeringskracht van gemeenten, maar versterkt ook de digitale weerbaarheid. Bovendien reduceert het de huidige kwetsbaarheden door personeelsschaarste, complexe wet- en regelgeving en afhankelijkheid van grote (vaak nietEuropese) leveranciers. Het belang van collectief werken is nog niet eerder zo groot geweest.

Scope We starten waar het collectief het meeste oplevert: de generieke basis die elke gemeente nodig heeft. Het begint met werken aan gezamenlijke eisen en normen voor AI - bijvoorbeeld op het gebied van uitlegbaarheid, veiligheid en privacy - en het onderzoeken van een standaardkoppeling met gemeentelijke systemen. Ook werken we aan collectieve landingsbaan: van pilot naar productie met als richtlijn 80% generiek en 20% lokaal maatwerk. Hier geven we direct invulling aan door het zo snel mogelijk breed beschikbaar stellen van succesvolle, geverifieerde toepassingen uit lopende pilots. We zoeken nadrukkelijk de verbinding met de collectieve inzet op de dossiers Cloud en Digitale Veiligheid, alsmede de doorsnijdende thema’s: collectieve ICT-sourcing, digitale autonomie en digitaal vakmanschap. Ons werk volgt bestaand beleid, geeft uitvoering aan de Nederlandse

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/4

Digitaliseringsstrategie (NDS) en is het fundament voor de uitvoering van lopende projecten en programma’s zoals aanpak arbeidsmarktkrapte, GROEI en besparingsmotor. Niet alles hoeft overal tegelijk. We bouwen stapsgewijs en sluiten aan bij draagkracht, begrotingscycli en politiek-bestuurlijk momentum. Voor de 20% die niet gedekt wordt door dit voorstel hoeven gemeenten niet stil te zitten. Ze kunnen bijvoorbeeld aan de slag met de inrichting van goede governance, gesprekken voeren met lokale SSC’s om dingen samen op te pakken en werken aan digitaal vakmanschap. Dit kan allemaal met behulp van bestaand aanbod. Doorsnijdende thema’s Collectieve ICT-sourcing: AI is bij uitstek een domein waar versnipperde inkoop en afhankelijkheid van marktpartijen tot grote risico’s leiden. Het collectiviseringsvoorstel AI bouwt voort op het strategische belang van collectieve ICT-sourcing. Gemeenten moeten een volledige sourcingcyclus gezamenlijk doorlopen: van behoeftebepaling en contractering tot monitoring en exit-strategieën. Alleen zo kunnen we grip houden op publieke waarden, innovatie stimuleren en vendor lock-in voorkomen. Collectieve ICT-sourcing is daarmee een randvoorwaarde om AI schaalbaar, veilig en betaalbaar in te zetten. Cloud en data-infrastructuur: Voor de inzet van AI is schaalbare, betrouwbare en weerbare ICTinfrastructuur onmisbaar.

De keuzes die gemeenten gezamenlijk maken rondom cloudvoorzieningen en (federatieve) data-infrastructuren vormen daarmee de basis voor de opschaling van AI. Het collectiviseringsvoorstel AI sluit dus direct aan bij de collectieve cloud-ambitie en de inrichting van het federatief datastelsel. Digitale veiligheid en autonomie: AI vergroot bestaande risico’s rond cyberveiligheid en maakt gemeenten nog afhankelijker van internationale leveranciers. De collectieve inzet op AI moet daarom nauw verbonden zijn met het collectiviseringsvoorstel Digitale Veiligheid. Alleen door afspraken te maken over beveiliging, logging, compliance en uitlegbaarheid kunnen gemeenten AI op een verantwoorde manier inzetten. Dit versterkt ook de bredere agenda van digitale autonomie, waarin gemeenten minder afhankelijk willen worden van enkele dominante marktpartijen. Digitaal vakmanschap en AI-geletterdheid: Zonder voldoende kennis en vaardigheden bij gemeenten blijft de collectieve inzet op AI een papieren ambitie. Gemeenten moeten daarom investeren in AI-geletterdheid: het vermogen om AI-toepassingen te begrijpen, te beoordelen en verantwoord te gebruiken, ook op bestuurlijk niveau. Dit sluit aan bij de NDS, waarin AIgeletterdheid verhogen bij overheid en samenleving als randvoorwaarde is benoemd. Richting Waar werken we aan? • •

•

We leggen de gezamenlijke normen, rollen en verantwoordelijkheden vast, inclusief checks & balances die automatisch meeschalen met nieuwe technologie; We maken heldere afspraken over de benodigde governance, aansprakelijkheid, kostenverdeling en gezamenlijke inkoop die zorgt voor één uniforme manier van aanhaken voor leveranciers; We borgen beheer en doorontwikkeling: standaardintegraties, lifecycle-beheer en werken aan een lijst met goedgekeurde toepassingen en herbruikbare bouwblokken.

Dit is een meerjarig groeipad met mijlpalen op 1, 2, 5 en 10 jaar. Resultaat in de praktijk: sneller van pilot naar productie, aansluiten en overstappen is simpel, voorspelbare kosten en compliance en merkbaar betere, inclusieve dienstverlening voor inwoners en ondernemers.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16236063/1