12. VNG lbr 24-016 Eerste VNG-reactie op hoofdlijnenakkoord en voorbereiding
Tekst van het document
OM, lokaal gezag en nationale politie zullen worden aangespoord om kordaat op te treden waar demonstranten over de grenzen van het strafrecht heengaan Om te zorgen dat de politie ruimte heeft voor de prioriteiten en kerntaken, worden werkzaamheden, onder meer met betrekking tot personen met verward gedrag en administratieve verrichtingen in de asielketen, overgeheveld naar andere, ter zake deskundige organisaties. Het zogenaamde F4 illegaal vuurwerk onder de Wet Wapens en Munitie brengen. Om voetbalhooligans harder aan te pakken, bijvoorbeeld naar Engels model, worden extra maatregelen getroffen. Er wordt vaker een (digitale) meldplicht voor personen met een stadionverbod opgelegd en er wordt een vergunning verleend per (risicovolle) wedstrijd. Daarnaast komt er een verbod op gezichtsbedekkende kleding in voetbalstadions. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is welkom dat de organisaties die zich inzetten voor de veiligheid moeten inderdaad weer in de wijken ingezet worden, voor de zichtbaarheid en het gezag te herwinnen. Preventie is een belangrijk punt, want enkel straffen werkt niet zonder een bredere inzet op preventie en omgekeerd. Zwaar vuurwerk is vaak de grondstof die gebruikt wordt bij de aanslagen op woningen en bedrijven en door plofkrakers. Het handhaven hiervan kan worden verbeterd door de F4-categorie op te nemen in de Wet wapens en munitie.
24
Wat mist zijn middelen voor gemeenten om (meer) handhavers en boa’s in te kunnen zetten in de wijk, ten behoeve van het versterken van leefbaarheid en veiligheid. Er blijven meningsverschillen bestaan over het voor hun boa’s wel of niet toestaan van het dragen van zichtbare geloofsuitingen. Demonstreren is een belangrijk grondrecht, hetgeen ook gemeenten willen en moeten faciliteren. De partners in de lokale veiligheidsdriehoek moeten lokaal de afwegingen (kunnen) maken rond de mogelijke inzet tegen excessen. Deels gerelateerd aan de (digitale) meldplicht in de aanpak van voetbalgeweld, die de VNG als nuttig voor zich ziet, zijn wij van mening dat deze ontwikkeling op meer plekken kan helpen in de aanpak van ordeverstoringen, bijvoorbeeld ook met online onrust maar ook in de aanpak van explosies in gemeenten of uithalers van drugs. Weerbare samenleving Wat staat er in het akkoord? Onze democratische rechtsstaat wordt bedreigd door islamitisch terrorisme en direct ondermijnd door de georganiseerde misdaad. Verder staat onze veiligheid onder druk door mensenhandel, bedreigingen, terrorisme, cybercriminaliteit, personen met verward gedrag, maatschappelijke polarisatie en onvrede. Veiligheid en een weerbare samenleving zijn topprioriteiten. Dat vereist scherp optreden tegen allen die vrijheid en veiligheid bedreigen. De nationale veiligheid moet worden beschermd.
De zware, georganiseerde misdaad moet krachtig worden bestreden. Gezag en respect in de openbare ruimte moeten worden hersteld. Daarnaast vergt preventie in het algemeen en voorkomen van recidive, in het bijzonder door first offenders, meer inzet. Voor effectief veiligheidsbeleid vormen preventie en repressie twee kanten van dezelfde medaille. Wat betekent dit voor gemeenten? De fysieke en online wereld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ook in de aspecten die de veiligheid onder druk zetten. Voor versterking van de maatschappelijke weerbaarheid is een goede informatiepositie van de veiligheidspartners noodzakelijk. Gemeenten willen meer inzicht krijgen in aard, omvang en verschijningsvormen van slachtofferschap van digitale en gedigitaliseerde criminaliteit en op basis daarvan lokaal gerichte interventies kunnen inzetten in samenwerking met politie en OM, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor slachtofferschap, zodat we de meldingsbereidheid digitale en gedigitaliseerde criminaliteit verhogen en inzicht krijgen in de werkelijke maatschappelijke impact en schade. Wanneer gemeentelijke ICTdienstverlening aangevallen worden door cybercriminelen, zijn zij zowel slachtoffer als ook hulpverlener om de maatschappelijke impact te beperken en inwoners te helpen.
Met Europese en nationale regelingen worden gemeenten aangezet om zelf hun digitale weerbaarheid te verhogen en op pijl te houden. Hiervoor is ondersteuning en structurele financiering voor gemeenten noodzakelijk. Digitale veiligheid Wat staat er in het akkoord? De aanpak van digitale dreigingen door statelijke actoren en cybercriminelen wordt versterkt; intensieve samenwerking tussen overheid, veiligheidsdiensten, wetenschap en bedrijfsleven wordt bevorderd. Maximumstraffen voor cybercriminaliteit worden verhoogd. De bevoegdheden en middelen van de veiligheidsdiensten worden uitgebreid voor het tegengaan van economische spionage. Elektronica, zoals 25
scanapparatuur, wordt afgebouwd in strategisch belangrijke sectoren en diensten vanuit landen met verhoogde spionagerisico’s. Spionage wordt strenger bestraft. Gebruik van AI (artificiële intelligentie) door de overheid biedt voordelen maar wordt ook aan voorwaarden gebonden zodat veiligheid, privacy en rechtsbescherming geborgd zijn. De overheid, waarbij de kennis van digitalisering moet worden versterkt, en de maatschappij worden weerbaar gemaakt tegen desinformatie en ‘deepfakes’. Wat betekent dit voor gemeenten? Cybercriminelen wanen zich onaantastbaar en de pakkans is relatief laag. Daar moet verandering in komen. Strraffen voor cybercriminelen gaan omhoog en het is goed dat hiervoor meer aandacht komt. Een klein aantal cybercriminelen kan immers enorm veel slachtoffers maken via de digitale weg en grote (financiële) schade berokkenen aan inwoners en ondernemers. Dit in tegenstelling tot de klassieke vormen van criminaliteit. De ondersteuning voor lokale bestuurders in hun eigen weerbaarheid tegen desinformatie en ‘deepfakes’ versterken moet versterkt worden. Er lijkt goede aandacht voor de maatschappelijke opgave rondom cybercriminaliteit en noodzakelijke aandacht voor de weerbaarheid.
Weerbaarheid verhogen is echter geen aangelegenheid van alleen de veiligheidsdiensten, maar ook van gemeenten, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven en dat vergt dus brede(re) investeringen Dit vraagt om een goede informatiepositie van gemeenten en alle partijen en waar nodig het wegnemen van barrières in die informatiedeling, inclusief waarborgen voor de privacybescherming met oog voor de positie van kwetsbare inwoners.
26
Internationaal en Europa Internationaal Wat staat er in het akkoord? Het kabinet wil drastisch bezuinigen op het budget voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De vermindering van het budget loopt tot 2028 op tot € 2,4 miljard, wat meer dan een halvering is ten opzichte van het huidige budget. Vanaf 2027 wordt maximaal 10% van het budget voor ontwikkelingssamenwerking ingezet voor de dekking van de kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland; dat percentage ligt momenteel hoger. Het nieuwe kabinet wil in het buitenland een bijdrage leveren aan voedselzekerheid, watermanagement en migratiebeleid (inclusief opvang in de regio van migranten). Wat betekent dit voor gemeenten? De grote bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking kan gevolgen hebben voor internationale projecten van gemeenten en voor de werkzaamheden van VNG International. Een krachtig lokaal bestuur is een belangrijke voorwaarde in de aanpak van mondiale uitdagingen, zoals klimaatverandering, armoede en migratie, en daarmee voor de verbetering van veiligheid en stabiliteit in de regio. Nederlandse gemeenten hebben een sterke reputatie en dragen onder meer via de VNG met hun expertise bij aan de versterking van lokaal bestuur, gemeentelijke dienstverlening en gemeentelijke wederopbouw in het buitenland.
Het is belangrijk dat deze internationale kennisuitwisseling en investeringen worden voorgezet. Niet in de laatste plaats omdat het tegengaan van de grondoorzaken van migratie elders in de wereld, invloed hebben op Nederland. Het ministerie van Buitenlandse Zaken en VNG International hebben een strategisch partnerschapprogramma voor sterk lokaal bestuur dat loopt tot medio 2026. Nederlandse gemeenten kunnen met kennis en expertise bijdragen aan het programma. Ook wordt vanuit dit programma een bijdrage geleverd aan ondersteuning en wederopbouw in Oekraïne. Dit programma draagt bij aan de beleidsprioriteiten die het akkoord voor ontwikkelingssamenwerking schetst, maar de grote bezuiniging creëert onzekerheden. Europa Wat staat er in het akkoord? De nieuwe coalitie wil zo snel mogelijk een opt-out clausule voor het Europees asiel- en migratiebeleid indienen. Op gebied van natuur en milieu wil de coalitie de Europese richtlijnen zo aanpassen dat ze werkbaar zijn en het verdienmodel ondersteunen. Er wordt o.a. ingezet op een nieuwe, regio-specifieke derogatie van de Nitraatrichtlijn en op Herijking van de Natura2000-gebieden. Een uitbreiding van de rol van woningcorporaties in middenhuur en versnelling woningbouw stuit op Europese staatssteunregels.
Het akkoord zet erop in bij de Europese Commissie om de inkomensgrens te verhogen waarbinnen woningcorporaties mogen bouwen zonder dat dit wordt gezien als staatssteun. Door het vaststellen van een Europawet, met inbegrip van een regeling van informatievoorziening en procedures bij voorbereiding en totstandkoming van Europese wetgeving, en door binnen een nieuw op te richten vaste TK-commissie grondrechten en constitutionele toetsing met daarbinnen ook aandacht 27
voor implementatie van EU-regelgeving, wil het kabinet zorgen voor meer transparantie naar en betrokkenheid van de Tweede Kamer bij Europese besluitvorming. De nieuwe coalitie wil inzetten op lagere EU-afdrachten. Het kabinet zal er in de onderhandelingen voor de nieuwe meerjarige financiële begroting van de EU op inzetten dat de Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting vanaf 2028 met € 1,6 miljard minder zullen stijgen dan nu in de meerjarenraming is voorzien. Wat betekent dit voor gemeenten? Een opt-out op Europees asiel- en migratiebeleid een Europese behoeft een verdragswijziging en kan daarmee niet op korte termijn gerealiseerd worden. Daarnaast zien gemeenten graag in ieder geval EUcoördinatie voor de ontheemden uit Oekraïne geregeld voor de lange termijn. Op die manier krijgen gemeenten meer zekerheid over hun opgave met betrekking tot opvang van ontheemden. Meer invloed van de Tweede Kamer over het maken van Europese regels zou ervoor zorgen dat gemeenten (voornamelijk indirect) meer beïnvloedingsmogelijkheden krijgen. Tegelijkertijd kunnen de plannen om in te zetten op lagere EU-afdrachten leiden tot problemen. Gemeenten investeren veel met Europees geld, o.a. vanuit het Europees cohesiebeleid. Dit is onverminderd nodig is om stappen te kunnen zetten m.b.t. de groene, digitale en arbeidsmarkttransities.
Ook vraagt de VNG aandacht voor het feit dat de ambities op gebied van landbouw, natuur, milieu en energie uit het hoofdlijnenakkoord gebonden zijn aan minimumnormen in Brusselse regelgeving. De rechter toetst nationale regels aan EU-regelgeving. Op de lange termijn zou deze regelgeving kunnen worden aangepast, maar Nederland is hierbij afhankelijk van andere lidstaten en de EU-instellingen. Verandering vergt steun van anderen in Brussel. Tot die tijd zullen gemeenten aan de slag moeten met de implementatie van milieu- en natuurwetgeving; tussentijds terugdraaien of veranderen zet extra druk op de (uitvoeringstaken van) gemeenten.
28
Solide overheidsfinanciën, economie en vestigingsklimaat Gemeentefinanciën Wat staat er in het akkoord? De voornemens van het kabinet op het terrein van gemeentefinanciën zijn kort samengevat: • Voortbouwen op het bestaande budgettaire kader uit de Voorjaarsnota, dus geen correctie op het lager vaststellen van het gemeentefonds vanaf 2026 • Afschaffen van alle specifieke uitkeringen vanaf 2026 (met uitzondering van de BUIG) en de middelen na aftrek van 10% efficiencykorting aan het gemeentefonds toevoegen • Twee nieuwe belastingen introduceren waarvan de opbrengsten (uitsluitend) ten goede komen aan woningbouw en infra in betreffende gemeente: een planbatenheffing en een (onbebouwde) grondheffing. • Afspraken maken met gemeenten om de woonlasten (OZB) te maximeren • De extra bezuiniging op de Jeugdzorg van € 511 miljoen vervalt • Er komen extra middelen voor woningbouw en infrastructuur Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekenen de maatregelen het volgende: • De financiële positie van gemeenten verbetert niet. Vanaf boekjaar 2026 zullen gemeenten moeten gaan bezuinigen om tot een meerjarig sluitende begroting te komen. De impact voor burgers hangt af van de keuzes per gemeente, maar in zijn algemeenheid zal dit betekenen dat het niveau van voorzieningen en dienstverlening omlaag zal gaan.
• Het afschaffen van de specifieke uitkeringen zou kunnen betekenen dat gemeenten meer ruimte krijgen voor eigen beleidskeuzes, meer integrale aanpak, minder administratieve lasten en met een jaarlijkse indexering. Als dat gerealiseerd wordt is een efficiencykorting te billijken. Aandachtspunt is dat de besparing al wel verwerkt wordt in de rijksbegroting, maar er nog geen zicht is op daadwerkelijke overheveling van specifieke uitkeringen. Dit laatste vraagt besluitvorming binnen het rijk en mogelijk aanpassing van wet- en regelgeving. Bovendien is de besparing gebaseerd op de omvang van de spuks in 2022. Mogelijk is de omvang in 2026 kleiner of gaat maar een beperkt deel over. Als de besparing bij Miljoenennota wordt verwerkt in de gemeentefondsbegroting betekent dit een verdere verslechtering van het financiële beeld vanaf 2026. Het is echter ook mogelijk dat de besparing neer zal slaan op de departementale begrotingen. In alle gevallen is het voor gemeenten van belang dat er alleen over het bedrag dat daadwerkelijk wordt overgeheveld naar het gemeentefonds een korting wordt gerealiseerd. • De nieuwe belastingen kunnen beide een bijdrage leveren aan het versnellen van woningbouw en bijbehorende infrastructuur en de bekostiging ervan. Belangrijk aandachtspunt is de exacte vormgeving en de uitvoerbaarheid.
Omdat waardeontwikkeling van de grond niet met terugwerkende kracht belast kan worden en er voor beide belastingen wetgeving nodig is zullen de extra inkomsten zich pas over enige jaren voordoen. • Het maximeren van OZB beperkt gemeenten in hun mogelijkheid om extra eigen inkomsten te verwerven. De financiële situatie van gemeenten vanaf 2026 vraagt eigenlijk wel om die mogelijkheid. De tekst in het hoofdlijnenakkoord spreekt expliciet over afspraken met gemeenten
29
•
en laat ruimte voor interpretatie en uitwerking. Onderdeel daarvan kan zijn om als gemeenten gecompenseerd te worden voor een beperking van deze mogelijkheid. De extra bezuiniging op Jeugdzorg van €511 miljoen wordt geschrapt. Omdat gemeenten nu al geen rekening hoefden te houden met deze extra bezuiniging verandert dit niets aan het financiële beeld.
Generieke taakstelling subsidies Wat staat er in het akkoord? In het hoofdlijnenakkoord staat een generieke taakstelling van € 1 miljard op subsidies. Onduidelijk is precies welke subsidies hierdoor geraakt worden. Wat betekent dit voor gemeenten? De impact op geldstromen richting gemeenten is niet bekend. Vanuit verschillende beleidsterreinen wordt gevreesd dat deze taakstelling effect gaat hebben. Gemeenten kijken uit naar de uitwerking van het regeerprogramma hiervoor en zijn alert op deze taakstelling, Circulaire economie Wat staat er in het akkoord? Er is een grote toekomst voor bedrijven die schoon zijn, en toegevoegde waarde leveren voor Nederland. Hierbij is een visie op de ruimtelijke en economische structuur van Nederland belangrijk. Dit leidt niet alleen tot een schonere omgeving, maar ook tot economische groei en nieuwe zakelijke kansen. Bij de grondstoffentransitie, staat het verminderen van de afhankelijkheid van andere landen centraal. Waar mogelijk worden materialen hergebruikt. Wat betekent dit voor gemeenten? Bedrijven die schoon zijn leveren een belangrijke bijdrage in het streven naar het realiseren van een gezonde leefomgeving, waarbij de aanwezigheid van bijv. zeer zorgwekkende stoffen of slechte luchtkwaliteit tot een minimum wordt beperkt.
Dit kan een positief effect hebben op de leefomgeving Genoemde investeringen kunnen kansen bieden voor innovatie rondom de transitie naar een meer circulaire economie. Door inzet op grondstoffenzekerheid ontstaat er mogelijk ruimte om hergebruik van materialen binnen Nederland te stimuleren. Dit kan betekenen dat er vraag gaat ontstaan naar bijvoorbeeld afvalstromen om te kunnen recyclen in plaats van deze te verbranden. In theorie kan dit leiden tot lagere kosten voor afvalverwerking. Economie en vestigingsklimaat Wat staat er in het akkoord? Een stabiele Nederlandse economie en gezonde bedrijven kunnen niet zonder een goed vestigingsklimaat. Nederland moet behoren tot de top 5 van de landen met een goede concurrentiepositie. Bedrijven moeten zich in Nederland willen vestigen en willen blijven. Het verdienvermogen van Nederland moet voorop staan. Nederland moet een land blijven waar bedrijvigheid ontkiemt, bloeit en groeit. En Nederlandse bedrijven, groot en klein en ook de agrarische sector moeten kunnen blijven exporteren. Onze Nederlandse industrie is van groot belang voor ons verdienvermogen. 30
Het is van belang dat gemeenten hun fabrieken behouden. Er is een grote toekomst voor bedrijven die schoon zijn, en toegevoegde waarde leveren voor Nederland. Hierbij is een visie op de ruimtelijke en economische structuur van Nederland belangrijk. Tegelijkertijd is er ook direct actie nodig; nu is er te veel knellende regelgeving die in de weg zit. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn positief dat er aandacht is voor economie, MKB en vestigingsklimaat en zien VNG standpunten hierop komen goed terugkomen. Er is oog voor brede MKB door steun en lastenverlichtingen voor ondernemers en ook voor terugdringen van regeldruk. Dit sluit aan op de inzet vanuit de VNG ten aanzien van ondernemersdienstverlening. Wat betreft regionale economie en brede welvaart zal worden ingezet meer structurele en meerjarige samenwerking en afspraken met regio. Ook positief dat vestigingsbeleid vanuit een bredere afweging wordt gestimuleerd, door meer te kijken naar de ruimte, energie en arbeid die het vraagt en die gemeenten nodig hebben, waar de VNG ook toe oproept in het position paper ruimte voor werken en ondernemen. Verder vinden we het positief dat er aandacht is voor de krapte op de arbeidsmarkt en de impact ervan op zowel het economisch verdienvermogen als het realiseren van grote opgaven zoals de woningbouw en energietransitie.
De beschikbaarheid van talent en het stimuleren van een kenniseconomie krijgt zelfs prioriteit in het economisch beleid. Daarbij blijft echter onduidelijk “hoe” hier op ingezet zal worden. Ook valt op dat er in de budgettaire bijlage hiervoor geen middelen zijn opgenomen, sterker nog er wordt bezuinigd op maatregelen hiervoor. • Er zijn geen expliciete middelen/investeringen in om- en bijscholing, arbeidsbesparende innovaties, of andere human capital gerelateerde thema’s benoemd. • Het nationaal groeifonds (rondes 4 en 5 komen te vervallen) verdwijnt – waarvoor veel human capital gerelateerde voorstellen in voorbereiding waren -, • De intensivering van de TAZ wordt teruggedraaid vanaf 2026; • en het fonds voor onderzoek en wetenschap wordt bezuinigd met € 1,1 miljard. Hoe bovenstaande thema’s en voorstellen de komende maanden worden uitgewerkt is belangrijk. Daarbij is uitvoerbaarheid een essentieel aandachtspunt.
31
Geactualiseerde Resolutie ‘Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokaal bestuur’ De VNG, bijeen te Utrecht op 24 mei 2024, tijdens een extra ingelaste Algemene Ledenvergadering,
Constaterende dat gemeenten voor grote opgaven staan met ontoereikende middelen - Nederland voor grote maatschappelijke opgaven staat, onder meer op het gebied van wonen, bestaanszekerheid, bereikbaarheid en zorg, die direct raken aan het dagelijkse leven van onze inwoners en een forse impact hebben op de gemeentelijke organisatie - Taken en middelen bij gemeenten structureel uit balans zijn - Er grenzen zijn aan wat de gemeenten met beschikbare capaciteit en middelen kunnen bieden Constaterende dat met het demissionair kabinet een tussenstap is gezet in de Voorjaarsnota - Die betekenisvol is, waarbij de opschalingskorting wordt geschrapt, maar de scheefgroei tussen taken en middelen niet wegneemt. Constaterende dat een gedragen sterke VNG inzet richting een nieuw kabinet cruciaal is - De inzet van de breed gesteunde resolutie “Formerende partijen, gebruik de kracht van het lokaal bestuur” (aangenomen in de Najaars ALV van 1 december 2023) nog steeds actueel is - Met de inzet in deze resolutie ook recht wordt gedaan aan de eerder door de ALV aangenomen moties, van onder meer de gemeenten Beesel en Enschede - Een actualisering van deze inzet noodzakelijk is op basis van de uitkomsten van de formatie.
Overwegende dat - Gemeenten een gelijkwaardige medeoverheid zijn waarbij rijk en gemeenten een gezamenlijke taak hebben om maatschappelijke opgaven aan te pakken - Gemeenten door inperking van hun structurele financiele ruimte, zonder vermindering van medebewindstaken, steeds meer een uitvoeringsloket van het rijk worden
-
Wegvallen van voorzieningen grote gevolgen heeft voor onze inwoners en de leefbaarheid van steden en dorpen Uitholling van de lokale democratie dreigt door verlies van vertrouwen van inwoners in het lokaal bestuur en verlies van de aantrekkingskracht van de lokale democratie voor (potentiële) raadsleden en bestuurders.
Spreekt uit dat het VNG-bestuur 1. De opdracht van de resolutie van 1 december jl. “Formerende partijen, gebruik de kracht van het lokaal bestuur” onverkort uitvoert en zich maximaal blijft inzetten om te komen tot zowel een goede structurele financiële uitgangspositie voor gemeenten als het zetten van een stap naar voren door de gemeenten in het belang van onze inwoners 2. Blijft werken vanuit de visie van een totaaloplossing om te komen tot een solide, stabiele en duurzame financiële positie van gemeenten met een balans in taken en beschikbare middelen en voldoende beleidsvrijheid. Daarbij staan inwoners centraal, wordt samengewerkt als één overheid, zijn voldoende middelen beschikbaar en bestaat ruimte voor regionale en lokale aanpak op basis van het uitgangspunt van welvaartsontwikkeling voor alle regio’s 3.
Zich sterk maakt om de kabinetsvoornemens uit de Voorjaarsnota 2024 over de Wmo en specifieke uitkeringen (Spuks) om te zetten in concrete, structurele en langjarige afspraken en daarbij in ieder geval in te zetten op: • Het zo snel mogelijk toevoegen aan het gemeentefonds van de middelen die nu gereserveerd staan op de Aanvullende Post van de rijksbegroting voor de Wmo • Het maken van de afspraak dat besparingen op administratieve lasten voor over te hevelen Spuks uitsluitend worden ingeboekt op het moment van overheveling zelf en voor de looptijd van de betreffende specifieke uitkering 4. Een (extra) ALV organiseert, als taken en middelen in het regeerprogramma van het nieuwe kabinet onvoldoende in balans zijn en in deze ALV een escalatiestrategie voorlegt aan de leden. 5. Bij het nieuwe kabinet aangeeft dat de VNG bereid is om een actieve rol te spelen bij de vertaling van het hoofdlijnenakkoord naar een concreet programma. Zo kunnen we als overheden tot een gezamenlijk (uitvoerings)akkoord komen, waarin taken en middelen van gemeenten weer in balans zijn. Het teruggeven van taken kan onderdeel uitmaken van de gesprekken hierover.
Dit is de geactualiseerde versie van de concept-resolutie van 26 april 2024.
Toelichting 1. Aanleiding De bijgaande geactualiseerde resolutie is een herijking van de kaders voor de inzet kabinetsformatie die eerder zijn meegegeven door de leden. Nadat in de Voorjaarsnota door het demissionaire kabinet betekenisvolle stappen zijn gezet ligt er nu ook het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen. Een eerste VNG-reactie op het recente hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen treft u aan als bijlage bij de ledenbrief van 17 mei. In de geactualiseerde resolutie doet het VNG-bestuur een voorstel voor de inzet richting het nieuwe kabinet. Hierover spreken de leden zich uit in de Extra ALV van 24 mei a.s.
2. Moties en resolutie die de basis vormen voor VNG-inzet Op 1 december 2023 heeft u ingestemd met de kaders voor de inzet kabinetsformatie. U heeft daarmee het bestuur opdracht gegeven om (bij voorkeur met IPO en UvW): • Te komen tot een bestuursakkoord over de gezamenlijke opgave voor in ieder geval de volgende de maatschappelijke vraagstukken o Bestaanszekerheid o Kansengelijkheid o Toekomst van de zorg, o Asiel en migratie o Klimaat en energie en o Woningbouw en de inrichting van Nederland; • Als voorwaarde aan het bestuursakkoord te stellen dat de opschalingskorting wordt afgeschaft en dat er overeenstemming komt over herstel van het gemeentefonds inclusief een oplossing voor de accreskorting en een nieuwe, duurzaam toereikende wijze van indexeren; • Naast geld, de aanpak van die opgaves ook nadrukkelijk te verbinden aan het thema vertrouwen in de overheid, en in dat kader te komen tot afspraken die de kracht van het lokaal bestuur bevorderen en bijdragen aan betere interbestuurlijke samenwerking. • De uitvoerbaarheid van de afspraken in het bestuursakkoord te toetsen als het gaat om menskracht, planning, wetgeving en financiën en alleen in te stemmen met haalbare voorstellen.
Naast de resolutie die expliciet genoemd wordt in de voorgaande tekst, zijn er ook meerdere moties aangenomen die richting geven aan de inzet in de kabinetsformatie, waaronder vanuit Enschede, Beesel, Leidschendam-Voorburg en Heemstede en hebben ook diverse insprekers hier aandachtspunten voor benoemd.
3. Resultaat VNG-inzet in het formatieproces Onze inzet heeft tijdens het formatieproces resultaat gehad: in verschillende formatiestukken en zelfs in het opinieartikel van informateurs Plasterk en Putters zijn de gemeenten en de VNG expliciet genoemd. In de inhoudelijke fase van de kabinetsformatie (van Zwol/ Dijkgaaf) hebben Sharon Dijksma en Leonard Geluk namens de gemeenten al op 28 maart jl. aan tafel gezeten en is er sindsdien op een aantal dossiers (wonen, jeugdzorg) aanvullende inbreng geleverd.
De VNG zal deze aanpak voortzetten. En ook onjuiste beelden over gemeentefinanciën in de media zullen we bestrijden met actieve persbenadering en woordvoering. Daarnaast wordt een brede publiekscampagne voorbereid over het belang van gemeenten voor het dagelijks leven van inwoners.
4. Voorjaarsnota Vanwege de duur van de formatie was het demissionair kabinet aan zet om de Voorjaarsnota op te stellen. Hierover zijn intensieve gesprekken geweest tussen de fondsbeheerders (Minister BZK, Minister Financiën, Staatssecretaris Financiën) en een VNG-delegatie. Dat heeft geleid tot onderstaand resultaat, dat is toegelicht in de ledenbrief van 15 april jl. https://vng.nl/brieven/gemeentefinancien-invoorjaarsnota-2024.
5. Betrokkenheid en input leden Tijdens deze intensieve gesprekken met het demissionaire kabinet over de Voorjaarsnota heeft de VNG-onderhandelingsdelegatie nauw contact gehouden met de leden op diverse manieren (bestuur, commissies, netwerkenoverleg, provinciaal, klankbordgroep, etc.). De signalen die u collectief heeft afgegeven in deze sessies zijn: -
Zorgen over specifieke uitkeringen (Spuks); geld moet terug naar gemeentefonds. Zorgen op stijgende kapitaallasten bij investeringsopgaven Onrechtvaardigheid resterende financiële problematiek Benadrukken dat gemeenten meer zijn dan uitvoeringsorganisatie Ongenoegen en vragen bij onderbouwing eenmalige uitname 2025
Deze signalen zijn ook ingebracht in de gesprekken met de fondsbeheerders en hebben tot het uiteindelijke resultaat Voorjaarsnota 2024 geleid. Dit is in veel verschillende bijeenkomsten toegelicht. Daarnaast gaf u aan behoefte te hebben aan duidelijkheid over de escalatiestrategie.
6. Vervolgproces De voorstellen van het demissionaire kabinet in de Voorjaarsnota en het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen hebben geleid tot de geactualiseerde resolutie. Op basis van de uitkomsten van de behandeling van deze resolutie en eventuele amendementen en moties in de Extra ALV van 24 mei a.s.
zullen wij het gesprek met het nieuwe kabinet aangaan. De ALV van 26 juni a.s. biedt al snel een volgende moment met elkaar het gesprek hierover te voeren. Uitgangspunt in de huidige resolutie is dat de VNG bereid is om een actieve rol te spelen bij de vertaling van het hoofdlijnenakkoord naar een concreet programma. Zo kunnen we als overheden tot een gezamenlijk (uitvoerings)akkoord komen, waarin taken en middelen van gemeenten weer in balans zijn.
7. Escalatiestrategie In de afgelopen periode zijn mogelijke elementen van een escalatiestrategie (Plan B) besproken met de achterban, onder meer binnen de Klankbordgroep kabinetsformatie. Deze escalatiestrategie heeft betrekking op de situatie waarin gemeenten door het kabinet onvoldoende in staat worden gesteld hun verantwoordelijkheid te nemen. In de huidige resolutie wordt voorgesteld dat het bestuur een (extra) ALV organiseert, als taken en middelen in het regeerprogramma van het nieuwe kabinet onverhoopt onvoldoende in balans zijn en in deze (extra) ALV een escalatiestrategie voorlegt aan de leden.