12 BWB Toezending vastgestelde Programmabegroting BWB 2023 gemeente Rucphen bijlage
Tekst van het document
Programmabegroting 2023
Pagina 39 van 52
€ 131.400 N
Programma Invordering
Het programma invordering is te specificeren in de volgende onderdelen: Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Lasten
1.946.200
2.038.600
2.165.000
126.400 N
Loonkosten huidig personeel
1.721.300
1.844.600
1.971.000
126.400 N
Inhuur personeel
74.600
-
-
Financiële invordering
131.800
130.000
137.000
7.000 N
Dwanginvordering
18.500
64.000
57.000
7.000 V
Baten
-
5.000
-
5.000 N
Bijdrage scanvoertuig
-
-
-
-
Niet te restitueren bedragen
-
5.000
-
5.000 N
1.946.200
2.033.600
2.165.000
131.400 N
Omschrijving
Saldo
Verschil
-
Toelichting De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 126.400. Zoals in de kadernota 2023 beschreven, is in de nieuwe cao 2021-2022 een verlofharmonisatie opgenomen, De financiële impact van deze verlofharmonisatie is een onderdeel van de verhoging van de personele lasten. Daarnaast is de algemene productiestijging en de verwachte salarisstijging verwerkt in de personele lasten. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.
De materiële kosten vallen per saldo ten elkaar weg. Een kostenpost komt namelijk ten laste van het andere product waardoor deze in de begroting is gecorrigeerd. De bijdrage zorgt voor een nadeel van € 5.000. Deze bijdrage is namelijk verwaarloosbaar en door een andere inrichting van de belastingadministratie niet van toepassing.
Programmabegroting 2023
Pagina 40 van 52
€ 195.300 N
Overhead
Het programma Overhead en financiering is te specificeren in de volgende onderdelen: Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Lasten
7.994.400
8.757.700
8.888.000
130.300 N
Personeel
2.921.300
3.061.700
3.131.000
69.300 N
Inhuur derden
365.300
550.000
625.000
75.000 N
Overige personele kosten
342.800
363.000
380.000
17.000 N
Bedrijfsvoering
147.500
218.000
231.000
13.000 N
Kantoorkosten
657.900
639.000
599.000
40.000 V
1.638.200
1.916.000
1.975.000
59.000 N
916.600
947.000
867.000
80.000 V
1.004.800
1.063.000
1.080.000
17.000 N
Baten
468.400
320.000
255.000
65.000 N
Bijdragen loonkosten
81.100
60.000
-
60.000 N
Bijdrage garantiesalarissen
149.000
150.000
130.000
20.000 N
Bijdrage print en portokosten
131.300
100.000
115.000
15.000 V
Bijdrage overige goederen en diensten
107.000
10.000
10.000
-
7.526.000
8.437.700
8.633.000
Omschrijving
Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW
Saldo
Verschil
195.300 N
Toelichting Personeelslasten (571.100 N) Personeelslasten
Begroot 2022
Begroot 2023
Verschil
Loonkosten programma Waarderen
3.366.300
3.675.000
-308.700
Loonkosten programma Heffen
1.964.300
1.956.000
8.300
Loonkosten programma Invordering
1.844.600
1.971.000
-126.400
Loonkosten Overhead
2.691.700
2.771.000
-79.300
Subtotaal salariskosten
9.866.900
10.373.000
-506.100
Garantiesalarissen Overhead
150.000
130.000
20.000
Woon-werkverkeer Overhead
170.000
170.000
-
Gratificaties Overhead
50.000
60.000
-10.000
Inhuur derden
550.000
625.000
-75.000
Subtotaal overige loonkosten
920.000
985.000
-65.000
10.786.900
11.358.000
-571.100
Totaal personeelslasten
Programmabegroting 2023
Pagina 41 van 52
De salarislasten worden rechtstreeks verantwoord ten behoeve van de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Met ingang van de begroting 2021 wordt de post inhuur totaal verantwoord op het programma overhead en niet meer op de overige programma’s. Wanneer er sprake is van inhuur binnen de programma’s waarderen, heffen of invordering dan wordt wel gekeken of het totale inhuurbudget toereikend is en bij het opstellen van de jaarstukken wordt de inhuurrealisatie verdeeld over de betreffendeprogramma’s.
In bovenstaande tabel wordt een totaalbeeld geschetst van de totale personeelslasten in 2023. De stijging van de personeelslasten met € 571.100 ten opzichte van 2022 wordt veroorzaakt door: 1. Verschuiving begroting binnen de programma’s (0) In de begroting 2023 zijn twee correcties opgenomen die invloed hebben binnen de programma’s van de begroting. Zo vallen de loonkosten van de BAG-medewerkers direct onder programma heffen waardoor de kosten niet extra worden doorbelast vanuit team waarderen. Daarnaast is het aantal werkvoorbereiders toegenomen waardoor er meer kosten vanuit team heffen ten laste komen van het programma waarderen. Deze aanpassing zorgt voor een grote loonstijging binnen het programma waarderen en een daling van de loonkosten binnen het programma heffen.
2. Verlofharmonisatie per 01-01-2023 (200.000 N) In januari 2022 is de nieuwe cao 2021-2022 vastgesteld. In deze cao is een verlofharmonisatie per 0101-2023 opgenomen van zes bovenwettelijke verlofdagen. Voor de BWB vertaalde zich dat in vijf extra verlofdagen. De financiële impact is € 200.000. Om deze 36 uur productieverlies op te vangen wordt de formatie met 2,7 fte verhoogd op het programma waarderen, heffen en invordering.
3. Nominale productiestijging 2023 (60.000 N) West-Brabant kent een trendmatige groei van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven van 0,75% per jaar. Deze stijging leidt tot extra werk binnen de programma’s. Om dit extra werk op te vangen wordt de formatie met 0,8 fte verhoogd. Deze extra formatie zorgt voor een extra kostenpost van € 60.000.
4. Nominale loonontwikkeling voor 2023 (246.100 N) In de kadernota 2023 is aangegeven dat voor het begrotingsjaar 2023 rekening gehouden wordt met een nominale loonstijging van 2,6%. Rekening houdend met de onder 2 en 3 geschetste formatiewijzigingen, heeft de nominale loonstijging een verhoging van het loonbudget tot gevolg ten opzichte van 2022 van € 246.100, verspreid over de diverse programma’s.
Programmabegroting 2023
Pagina 42 van 52
5. Overige componenten (65.000 N) De overige wijzigingen bestaan uit een nadeel van € 10.000 op de gratificaties door meer jubilarissen in 2023 in vergelijking met 2022. Ook is er een voordeel van de garantiesalarissen zoals ook in de bijdrage te zien is van € 20.000. Dit voordeel ontstaat door diverse functiewijzigingen vanuit de FUWA. Als laatste wordt de inhuurpost verhoogd met € 75.000. Deze bestaat uit drie componenten: •
€ 30.000 ten behoeve van het vervangen van uitval door bijvoorbeeld ziekte. De formatiestijgingen uit zowel 2022 (4,0 fte) als 2023 (3,5 fte) leiden hierdoor tot een hogere vervangingsvraag bij een gelijkblijvend ziektepercentage.
•
€ 20.000 ten behoeve van de personele indexering van 2,6%.
•
€ 25.000 ten behoeve van de verlofharmonisatie (zie 2. Verlofharmonisatie per 01-01-2023) binnen team ondersteuning.
Overige personele lasten (17.000 N) De raming van de post overige personele lasten is verhoogd met € 17.000. Deze stijging bestaat uit de volgende drie onderdelen: •
Externe en deskundige advisering personeel
€ 10.000 N
•
Zorgkosten personeel
€ 5.000 N
•
Ontspanning personeel/bijdrage personeel
€ 2.000 N
De eerste wijziging komt door het structureel actualiseren van het functieboek. Hierdoor zal vaker een beroep gedaan worden op externe kennis. De overige twee verhogingen komen door het toenemen van de formatie met 3,5 fte. De zorgkosten en ontspanning personeel hangen hier ook mee samen.
Bedrijfsvoering (13.000 N) De raming van de post bedrijfsvoering is verhoogd met € 13.000. Dit komt door het verhogen van de externe en deskundige ondersteuning organisatie met € 10.000 ten behoeve van het uitvoeren doorlopend MTO onder het personeel om zo de bedrijfsvoering te verbeteren. Daarnaast stijgen de verzekeringskosten met € 3.000 door het toenemen van de formatie.
Kantoorkosten (40.000 V) De raming van de post kantoorkosten is verlaagd met € 47.000. Deze daling komt door het herinrichten van de aanschaflasten van kantoorartikelen, wat een voordeel oplevert van € 32.000. Dit valt samen met de herinrichting aanschaflasten automatisering. Daarnaast zijn er diverse kleine mutaties ten behoeve van de afschrijvingslast, telefoonkosten, papier en drukwerk die een voordeel opleveren van € 8.000.
Programmabegroting 2023
Pagina 43 van 52
Informatisering/automatisering (59.000 N) De raming van de post informatisering/automatisering is verhoogd met € 59.000. Deze stijging komt zoals geschetst door het herinrichten van de aanschaf automatisering, wat resulteert in een nadeel van € 10.000. Daarnaast stijgen onderhoud-, beheer- en beveiligingkosten met € 35.000 door diverse tariefstijgingen
en
het
aanschaffen
van
een
managementinformatietool.
Ook
stijgen
de
afschrijvingskosten met € 14.000 door de grote aanschaf in 2022.
Huisvesting (80.000 V) De raming van de post huisvesting is verlaagd met € 80.000. Dit wordt veroorzaakt door het aangaan van een nieuw huurcontract wat in 2023 voor een voordeel oplevert van € 85.000. De kosten schoonmaak- en servicediensten zullen door tariefstijgingen echter wel toenemen met € 5.000.
Door te schuiven BTW (17.000 N) Op basis van de in de begroting 2023 geraamde materiele kosten, waarover BTW verschuldigd is, is de raming van de post door te schuiven BTW verhoogd met € 17.000 ten opzichte van de begroting 2022 tot een totaalbedrag van € 1.080.000. Dit bedrag ligt in lijn met de werkelijk door te schuiven BTW over het jaar 2021.
Bijdrage overhead (65.000 N) De bijdrage voor de overheadkosten valt per saldo € 65.000 lager uit dan in de begroting 2022. Dit wordt veroorzaakt voor het vervallen van de bijdrage loonkosten voor € 60.000 vanuit detachering personeel welke niet meer van toepassing is. Daarnaast ontstaat er een nadeel op de garantiesalarissen van € 20.000. Zoals geschetst, onder personeelslasten, worden de garantiesalarissen vanuit directe deelnemers verlaagd door diverse functiewijzigingen. Er wordt een voordeel verwacht ter waarde van € 15.000 ten behoeve van de bijdrage print- en portokosten.
Programmabegroting 2023
Pagina 44 van 52
€ 2.000 V
Treasury De post treasury is als volgt te specificeren: Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Lasten
10.900
9.000
7.000
2.000 V
Rentelasten
10.900
9.000
7.000
2.000 V
Saldo
10.900
9.000
7.000
2.000 V
Omschrijving
Verschil
Toelichting Op deze post zijn de betaalde rentelasten verantwoord met betrekking tot de langlopende geldleningen. € 5.000 N
Onvoorzien De post onvoorzien is als volgt te specificeren: Omschrijving
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Verschil
Lasten
-
75.000
80.000
5.000 N
Onvoorzien
-
75.000
80.000
5.000 N
Saldo
-
75.000
80.000
5.000 N
Toelichting De post onvoorzien neemt toe met € 5.000 door diverse tariefstijgingen. Dit dient ook in relatie te worden gezien met de post onvoorzien.
Programmabegroting 2023
Pagina 45 van 52
€ 895.100 V
Bijdrage deelnemers De post bijdrage deelnemers ontwikkelt zich als volgt: Omschrijving
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Baten
17.006.300
16.975.900
17.871.000
895.100
V
Bijdrage deelnemers
17.006.300
16.975.900
17.871.000
895.100
V
Saldo
17.006.300
16.975.900
17.871.000
895.100
V
Verschil
Toelichting Het voordeel op de post bijdrage deelnemers in de begroting van de BWB betekent een verhoging van de deelnemersbijdrage met € 895.100. De stijging die ten grondslag ligt aan deze hogere bijdrage van de deelnemers is op de pagina’s 37 en volgende gedetailleerd toegelicht.
Vooraf dient te worden vermeld dat per 2023 de overgangsregeling, zoals deze is ingevoerd in verband met de nieuwe kostenverdeel systematiek niet meer van toepassing. Ook in de voorgaande jaren wordt de bijdrage gepresenteerd exclusief overgangsregeling. De bedragen stemmen dus niet overeen met de werkelijk betaalde bijdrage.
Specificatie deelnemersbijdrage 2023 Het verloop van de deelnemersbijdrage over de periode 2022 en 2023 geeft onderstaand structureel beeld voor alle deelnemers.
Deelnemers
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Verschil 2022 - 2023 Bedrag %
Compensatie BTW 2023
Bergen op Zoom
1.544.800
1.417.000
1.669.800
252.800 N
17,8%
100.900
Breda
3.996.400
3.973.900
4.019.100
45.200 N
1,1%
242.900
Dongen
479.900
449.600
526.300
76.700 N
17,1%
31.800
Etten-Leur
855.100
854.100
904.100
50.000 N
5,9%
54.600
Halderberge
612.300
547.800
650.000
102.200 N
18,7%
39.300
Moerdijk
912.500
927.800
1.009.900
82.100 N
8,8%
61.000
Oosterhout
1.208.600
1.085.100
1.266.700
181.600 N
16,7%
76.600
Roosendaal
1.646.900
1.641.400
1.823.400
182.000 N
11,1%
110.200
Rucphen
409.900
376.400
427.500
51.100 N
13,6%
25.800
Woensdrecht
511.600
456.300
539.700
83.400 N
18,3%
32.600
Zundert
506.300
487.100
536.200
49.100 N
10,1%
32.400
Brabantse Delta
4.253.600
4.759.400
4.498.300
261.100 V
5,5%
-
Totaal
16.937.900
16.975.900
17.871.000
895.100 N
5,3%
808.100
NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte van 2022 zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer. Een hogere bijdrage betekent uiteraard voor de BWB een voordeel.
Programmabegroting 2023
Pagina 46 van 52
Analyse verschillen per deelnemer De deelnemersbijdrage verschillen door de volgende componenten: 1. Toename van de totale bijdrage van € 895.100 voor alle deelnemers. 2. Verschuiving bijdrage Waterschap van € 261.100 naar de gemeentelijke deelnemers. 3. Verschuiving bijdrage gemeentelijke deelnemers onderling.
1. Toename van de totale bijdrage Door de geschetste begrotingswijziging stijgt de algemene bijdrage voor alle deelnemers met in totaal € 895.000.
2. Verschuiving bijdrage Waterschap naar gemeentelijke deelnemers De lagere deelnemersbijdrage van het waterschap Brabantse Delta van € 261.100 wordt verklaard doordat de productie heffingsbezwaren voor het Waterschap niet goed is geprognotiseerd. Het tijdsbeslag, en daarmee de totale kosten ten behoeve van dit product zijn wel correct, waardoor het productietarief stijgt. Deze tariefstijging komt hiermee grotendeels ten laste van de gemeentelijke deelnemers.
3. Verschuiving bijdrage binnen de gemeentelijke deelnemers De toename in bijdrage van de gemeentelijke deelnemers variëren tussen de 1,1% en 18,7%. Deze verschillen worden voor een groot deel bepaald doordat de groei, dan wel daling van het aantal waardebezwaren in 2021 geen gelijke verdeling kent over de gemeenten. Deze aanpassing in de (productie)verhouding van het aantal waardebezwaren is doorgevoerd voor de begroting 2023. Hieronder is de begrote productie waardebezwaren 2023 in beeld gebracht ten opzichte van de begroting 2022.
Gemeente
Productie 2022*
Productie 2023*
Verschil
Verschil %
Bergen op Zoom
1.250
1.670
420
25%
Breda
6.860
5.580
-1.280
-23%
Dongen
370
490
120
24%
Etten-Leur
780
710
-70
-10%
Halderberge
350
560
210
38%
Moerdijk
730
780
50
6%
Oosterhout
780
1.080
300
28%
Roosendaal
1.360
1.450
90
6%
Rucphen
230
300
70
23%
Woensdrecht
360
530
170
32%
Zundert
500
530
30
6%
Totaal
13.570
13.680
110
1%
*Dit zijn de begrote aantallen waardebezwaren per deelnemer.
Programmabegroting 2023
Pagina 47 van 52
Meerjarenperspectief deelnemersbijdrage Op basis van de algemene financiële uitgangspunten, zoals weergegeven op pagina 33 en 34 zijn de deelnemersbijdragen in beeld gebracht voor de jaren 2023 tot en met 2026. Deelnemer
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Bergen op Zoom
1.669.800
1.692.000
1.731.100
1.771.100
Breda
4.019.100
4.072.400
4.166.600
4.262.900
Dongen
526.300
533.300
545.600
558.200
Etten-Leur
904.100
916.100
937.300
958.900
Halderberge
650.000
658.600
673.800
689.400
Moerdijk
1.009.900
1.023.300
1.047.000
1.071.200
Oosterhout
1.266.700
1.283.500
1.313.200
1.343.500
Roosendaal
1.823.400
1.847.600
1.890.300
1.934.000
Rucphen
427.500
433.200
443.200
453.400
Woensdrecht
539.700
546.900
559.500
572.400
Zundert
536.200
543.300
555.900
568.700
Brabantse Delta
4.498.300
4.557.900
4.663.200
4.771.400
Totaal
17.871.000
18.108.100
18.526.700
18.955.100
Incidentele baten en lasten Binnen de begroting 2023 zijn er geen incidentele baten en lasten.
Mutaties reserves Er vinden in de begroting 2023 geen mutaties in reserves plaats.
Programmabegroting 2023
Pagina 48 van 52
4. UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Algemeen In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen een uiteenzetting gegeven van de financiële positie van de BWB. In de paragraaf financiering is de financieringsfunctie van de BWB beschreven. Daar is met name aandacht besteed aan treasury, renterisico’s en de kasgeldlimiet. De BWB beschikt niet over een algemene reserve, aangezien hier in de Gemeenschappelijke Regeling BWB expliciet toe is besloten.
Geprognosticeerde balans In deze geprognosticeerde balans is uitgegaan van bestaand beleid. Er is rekening gehouden met een investeringskrediet voor de vervanging van de belasting-, waarderings-, en financiële applicaties van de BWB.
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
1 jan ‘22
1 jan ‘23
1 jan ‘24
1 jan ‘25
1 jan ‘26
1 jan ‘27
1.494.400
1.201.700
911.700
621.700
347.000
121.300
4.343.900
3.589.500
3.729.500
3.869.500
3.994.200
4.069.900
Liquide middelen
3.400
-
-
-
-
-
Overlopende activa
227.300
227.300
227.300
227.300
227.300
227.300
6.069.000
5.018.500
4.868.500
4.718.500
4.568.500
4.418.500
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
1 jan ‘22
1 jan ‘23
1 jan ‘24
1 jan ‘25
1 jan ‘26
1 jan ‘27
Omschrijving ACTIVA Vaste activa Materiele vaste activa Vlottende activa Uitzettingen korte dan 1 jr.
Totaal activa
Omschrijving PASSIVA Vaste passiva Bestemmingsreserves Voorzieningen Vaste schulden langer 1 jr.
-
-
-
-
-
-
900.500
-
-
-
-
-
1.050.000
900.000
750.000
600.000
450.000
300.000
3.498.100
3.498.100
3.498.100
3.498.100
3.498.100
3.498.100
620.400
620.400
620.400
620.400
620.400
620.400
6.069.000
5.018.500
4.868.500
4.718.500
4.568.500
4.418.500
Vlottende passiva Schulden korter dan 1 jr. Overlopende passiva Totaal passiva
Programmabegroting 2023
Pagina 49 van 52
5. EMU-SALDO In het BBV wordt middels artikel 23, lid d, voorgeschreven dat de ontwikkeling van het EMU-saldo moet worden opgenomen in de begroting en de jaarstukken. Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis (moment van levering) in een bepaalde periode. Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het EMU-saldo op nationaal niveau. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden onderdeel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau is het daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen.
Hieronder is een berekening van het EMU-saldo weergegeven.
Mutaties (1 januari tot 31 december) T-1
T
T+1
T+2
T+3
2022
2023
2024
2025
2026
Jaartal Kapitaalverstrekkingen en leningen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
-754.400
140.000
140.000
124.700
75.700
Liquide middelen
-
-
-
-
-
Overlopende activa
-
-
-
-
-
-205.000
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
Vlottende schuld
-
-
-
-
-
Overlopende passiva
-
-
-
-
-
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (i)materiële vaste activa
-
-
-
-
-
-549.400
290.000
290.000
274.700
225.700
Financiële vaste activa Activa Vlottende activa
Vaste Passiva Vaste schuld Passiva
Vlottende passiva
EMU-SALDO
Programmabegroting 2023
Pagina 50 van 52
6. OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Op grond van artikel 7, lid 3 van de BBV-provincies en gemeenten dient in de begroting een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld te worden opgenomen.
Nr.
Naam taakveld
Lasten 2023
Baten 2023
Saldo
0.10
Mutaties reserves
-
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
-
0.4
Ondersteuning organisatie (Overhead)
8.888.000
255.000
-8.633.000
0.5
Treasury
7.000
-
-7.000
0.64
Belastingen overig
9.151.000
17.871.000
8.720.000
0.8
Overige baten en lasten
80.000
-
-80.000
18.126.000
18.126.000
-
Totaal
Voor de diverse belastingsoorten zijn in de BBV-voorschriften verschillende taakvelden toegekend. Voor de BWB is het in praktische zin niet mogelijk om de baten en lasten over deze diverse taakvelden toe te rekenen. In dat kader is ervoor gekozen om de baten en lasten die direct zijn toe te rekenen aan belastingen integraal te verantwoorden onder het taakveld 0.64 Belastingen Overig.
Programmabegroting 2023
Pagina 51 van 52
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2022 en volgende jaren Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
No cure no pay-bureaus
De no cure no pay-bureaus zorgen voor een onzekere factor voor het aantal opbjecten onder waardebezwaren en de daaraan verbonden te betalen proceskosten.
I/S
€ 200.000
50%
€ 100.000
Dwangsommen immateriële schade
Door de groei en daardoor oplopende achterstanden bij het verwerken van waardebezwaren kunnen naast kosten van ingebrekestellingen ook kosten van immateriële schade worden opgelegd.
I/S
€ 185.000
50%
€ 92.500
Niet tijdige en/of onjuiste informatie
Voor het juist en volledig opleggen is het beschikken over tijdige en juiste informatie een basisvoorwaarde. Onjuiste dataaanlevering en koppelingen zorgen voor een risico voor het juist op kunnen leggen van aanslagen.
I/S
€ 100.000
30%
€ 30.000
Invullen vacatures
De economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen.
S
€ 200.000
50%
€ 100.000
Flexibiliteit personeelsbestand
Veranderende werkzaamheden binnen de BWB -door zowel interne als externe ontwikkelingen- zorgen voor andersoortige functies dan wel voor een flexibele invulling hiervan in de toekomst.
S
€ 50.000
30%
€ 15.000
De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.
S
€ 750.000
10%
€ 75.000
De gevolgen van corona kunnen doorwerking hebben op de belastingopbrengsten voor de deelnemers maar ook op de bedrijfsvoering van de BWB.
I
€ 300.000
5%
€ 15.000
Risico
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
Risico’s primaire proces
Risico’s m.b.t. bedrijfsvoering
Risico’s m.b.t. automatisering Aansprakelijkheid i.v.m. AVG Externe risico's Gevolgen corona
€ 427.500
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
Pagina 52 van 52