CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

11e5 Kom St. Willebrord Dorpsstraat 91-95 te St. Willebrord Toelichting Bijlage 5 Mitigatieplan 1

gemeenteraad 29 september 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 91-95 te St. Willebrord’3.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MITIGATIEPLAN EN ECOLOGISCHE BEGELEIDING DORPSSTRAAT TE ST. WILLEBRORD

Rapportage mitigatieplan en ecologische begeleiding Dorpsstraat te St. Willebrord Opdrachtgever

Holding D.A.D. Luijkx Zoeksestraat 19 4721 AD Schijf

Contactpersoon

T. Elsman (Compositie 5 stedenbouw)

Rapportnummer

13369.004

Versienummer

D4

Status

Eindrapportage

Datum

20 oktober 2020

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

Dhr. L.R. Pastoors, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Dhr. drs. J.G.T. Driessen

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regel geving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ............................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................ 2 2.1 2.2

3

MITIGATIEPLAN .................................................................................................................... 4 3.1 3.2 3.3

4

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................. 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3

Tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen ............................................................................ 6 Ongeschikt maken onderzoekslocatie ........................................................................... 7 Duurzame maatregelen................................................................................................. 9 3.3.1 Huismussen .................................................................................................... 9 3.3.2 Gierzwaluw ................................................................................................... 10 3.3.3 Vleermuizen .................................................................................................. 10

SAMENVATTING ................................................................................................................. 12

13369.004

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Holding D.A.D. Luijkx opdracht gekregen voor het opstellen van een mitigatieplan en uitvoeren van ecologische begeleiding aan de Dorpsstraat 91-95 te St. Willebrord. In september 2020 heeft Econsultancy een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd op deze onderzoekslocatie (rapport 13369.003, d.d. 1 september 2020). Hierin is geadviseerd om voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden duidelijkheid te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van nestlocaties voor de huismus en/of gierzwaluw en over mogelijke verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Dit nadere veldonderzoek heeft enkel voor gebouwbewonende vleermuizen plaatsgevonden, enkel binnen de paarperiode. Er zijn tijdens deze twee veldbezoeken geen paarverblijfplaatsen aangetroffen. De overige veldbezoeken hebben niet plaatsgevonden. In plaats daarvan zijn compensatiemaatregelen bepaald, beschreven in dit mitigatieplan. De werkzaamheden worden door Econsultancy ecologisch begeleid. De inzet beoogt om al het mogelijke te doen om schade aan beschermde soorten te voorkomen binnen de mogelijkheden van de opdrachtgever. Naast Econsultancy is ook de lokale natuurwerkgroep bij het project betrokken. Het gaat om de NatuurWerkgroep Rucphen. Zij hebben, naast Econsultancy, ook advies gegeven omtrent de tijdelijke en permanente voorzieningen voor de huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen.

Daarnaast hebben zij ook meegewerkt met het realiseren en ophangen van de tijdelijke voorzieningen. De NatuurWerkgroep Rucphen staat positief tegenover de voorgenomen planontwikkeling.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 1 van 12

2

2.1

LOCATIEGEGEVENS

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 2.000 m²) ligt aan de Dorpsstraat 91-95, circa 300 meter ten zuiden van de kern van St. Willebrord. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 99.788, Y = 395.935.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie betreft op dit moment een voormalige horecagelegenheid, een naastliggend woonhuis met tuin en enkele schuren/opslagplaatsen. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevindt zich de bebouwde kom van St. Willebrord. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 2 van 12

Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving. De witte omlijning geeft de onderzoekslocatie aan.

Figuur 3. Kruidachtige begroeiing in de tuin op de onderzoekslocatie.

Figuur 4. Te slopen bebouwing op de onderzoekslocatie.

Figuur 5. Te slopen bebouwing op de onderzoekslocatie.

Figuur 6. Opslagplaats op de onderzoekslocatie.

Figuur 7. Kruidachtige begroeiing op de onderzoekslocatie.

Figuur 8. Te slopen bebouwing op de onderzoekslocatie.

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen en een nieuw woongebouw te realiseren met 18 appartementen. Het terrein aan de achterzijde is bedoeld als ruimte voor parkeren en bergingen.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 3 van 12

3

MITIGATIEPLAN

Onderhavig hoofdstuk bevat de te nemen maatregelen ten aanzien van vaste rust- of verblijfplaatsen van de te verwachten beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Aangezien er geen compleet soortgericht onderzoek heeft plaatsgevonden zal worden uitgegaan van de te verwachten soorten en aantallen op basis van de geschiktheid van het habitat op de onderzoekslocatie. Enkel het vleermuisonderzoek binnen de paarperiode heeft plaatsgevonden, binnen de bebouwing op de onderzoekslocatie zijn geen paarverblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. De te nemen compensatiemaatregelen zijn in overleg met de opdrachtgever en de lokale natuurwerkgroep Rucphen bepaald. De te nemen maatregelen zijn in te delen in de volgende vier stappen: a. alternatieve verblijfplaatsen aanbieden als tijdelijke opvang van het verlies van de potentiële verblijfplaatsen voor de periode tussen de ingreep en de realisatie van de nieuwe situatie; b. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; c. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; d. in de nieuwe situatie duurzame verblijfsmogelijkheden voor beschermde soorten creëren. Ad a Verblijfplaatsen van alle vleermuissoorten, huismus en gierzwaluw zijn ook beschermd op het moment dat deze niet in gebruik zijn.

Om de functie voor de soorten te behouden zal ook in de periode tussen de ingreep en het realiseren van de nieuwe situatie er voldoende nestgelegenheid en groen in de omgeving aanwezig moeten zijn. Op basis van de quickscan flora en fauna en in overleg met de lokale natuurwerkgroep Rucphen worden, rekening houdend met de mogelijkheden binnen de omgeving, de volgende tijdelijke voorzieningen gerealiseerd: 4 nestlocaties voor huismus 4 nestlocaties voor gierzwaluw 1 kraamverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis 4 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis Voor laatvlieger is geen soortenstandaard beschikbaar. Deze soort zal minder snel aangetroffen worden in kasten. Er wordt echter ingeschat dat de voorgestelde maatregelen ook afdoende zijn om ecologisch negatieve effecten op een verblijfplaats van laatvlieger zoveel als mogelijk te minimaliseren. Ad b Het doden of verwonden van beschermde soorten of het verstoren van nesten van vogels is niet toegestaan. Daarom dienen de werkzaamheden dusdanig worden uitgevoerd dat er geen schade kan ontstaan aan soorten die zich tijdens de ingreep op de onderzoekslocatie ophouden. Dit wordt bewerkstelligd door de onderzoekslocatie voorafgaand aan de ingreep ongeschikt te maken, zodanig dat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er ten tijde van de werkzaamheden geen verstoring kan plaatsvinden.

Ad c Om er zeker van de te zijn of de maatregelen die getroffen zijn om soorten uit de onderzoekslocatie te weren ook effectief zijn geweest, wordt voorafgaand aan kritische werkzaamheden zoals het slopen van bebouwing of het verwijderen van beplanting een controle uitgevoerd op aanwezigheid van beschermde soorten. Indien de maatregelen effectief zijn gebleken kunnen de werkzaamheden veilig

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 4 van 12

worden uitgevoerd. Mocht dit niet het geval zijn dienen wellicht aanvullende maatregelen worden getroffen. Ad d In de nieuwe situatie dienen de potentieel verloren functies opnieuw aanwezig te zijn zodat de beschermde soorten duurzaam gebruik kunnen maken van hun vaste rust- of verblijfplaatsen.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 5 van 12

3.1

Tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen

Vleermuizen Vleermuizen als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger hebben een netwerk van verschillende verblijfplaatsen. Hierdoor zijn ze niet afhankelijk van slechts één verblijfplaats. Elke verblijfplaats heeft echter wel een eigen functie voor een bepaalde periode in het jaar. Mede hierdoor zijn alle vaste rusten verblijfplaatsen van vleermuizen jaarrond beschermd. De functionaliteit dient dan ook te allen tijde behouden te blijven. Om de functionaliteit van de mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen in de te slopen bebouwing voor vleermuizen ook tussen sloop en nieuwbouw te waarborgen dienen er tijdig voldoende (tussentijdse) alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden. Voor te verwachten vleermuizen geldt dat voor aanvang van ongeschikt maken van de bebouwing voor vleermuizen vervangende kasten geplaatst dienen te worden aan bebouwing in de omgeving binnen 100-200 meter van de huidige bebouwing, maar bij voorkeur dichterbij. In overleg met de natuurwerkgroep Rucphen zullen er 4 tijdelijke zomerverblijfplaatsen en 1 kraamverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis worden aangeboden in de vorm van tijdelijke kasten. Verder dienen de kasten op minimaal 3 meter hoogte opgehangen te worden. De kraamverblijfplaats dient aan een gevel richting het zuiden of westen gehangen te worden.

Bij de zomerverblijven wordt aangeraden de kasten verspreid over verschillende windrichtingen te plaatsen. Tevens mag er geen sprake zijn van lichtverstoring en dient de aanvliegroute voor de kasten vrij te blijven. Huismus Voor huismus dient, voor ongeschikt maken van de bebouwing voor huismus, binnen een straal van maximaal 200 meter voldoende alternatieve nestgelegenheid te worden gecreëerd. Als alternatieve nestplaatsen worden in overleg met de opdrachtgever en natuurwerkgroep Rucphen 4 nestkasten geplaatst binnen 200 meter aan bebouwing. De nestkasten dienen, enigszins gegroepeerd, te worden bevestigd met de opening bij voorkeur noordoostelijk georiënteerd. Daarnaast dient een minimale afstand van 50 cm tussen de nestkasten te worden gehanteerd. Verder dient er in de directe omgeving van de kasten schuilmogelijkheid in de vorm van beplanting (winter groene dichte struiken/klimop) aanwezig te zijn. De nestkasten dienen op minimaal 3 meter hoogte te worden opgehangen, waarbij rekening wordt gehouden met een vrije aanvliegroute en er mag geen sprake zijn van lichtverstoring. Gierzwaluw Voor gierzwaluw dient, voor ongeschikt maken van bebouwing voor gierzwaluw, voldoende alternatieve nestgelegenheid te worden gecreëerd.

Als alternatieve nestplaatsen worden in overleg met de opdrachtgever en natuurwerkgroep Rucphen 4 nestkasten geplaatst binnen een straal van maximaal 200 meter van de onderzoekslocatie vandaan. De nestkasten worden bij voorkeur opgehangen aan de noord- en oostzijde van de bebouwing bovenaan de gevel met een vrije uitvliegruimte op minimaal 3 meter hoogte. Daarnaast dient een minimale afstand van 30 cm tussen de invliegopeningen te worden gehanteerd

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 6 van 12

3.2

Ongeschikt maken onderzoekslocatie

Vleermuizen Het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen van vleermuizen dient te worden gerealiseerd voorafgaand aan de kwetsbare winterperiode, dat wil zeggen oktober 2020. Tevens mag het ongeschikt maken pas plaatsvinden nadat de tijdelijke voorzieningen voor vleermuizen zijn gerealiseerd. Onder ongeschikt maken wordt bedoeld het plaatsen van exclusion flaps, deze dienen geplaatst te worden op kopgevels (met overhangende dakpannen), ontluchtingsopeningen van de spouw en eventuele ruimte tussen de dakgoot en het dak (zie bijvoorbeeld figuur 9 en 10). Bij de kopgevels met overhangende dakpannen dienen dakranden ongeschikt gemaakt te worden door de gehele dakrand dicht te maken (bijvoorbeeld met schuimrubbers), behalve op twee plaatsen per dakrand waar een exclusion flap geplaatst is, zodat de vleermuizen wel nog uit kunnen vliegen maar niet meer onder de dakrand in kunnen komen. Ongeschikt maken mag enkel uitgevoerd worden bij een avondtemperatuur van minstens 10 ºC gedurende 3 dagen. Na het ongeschikt maken dient een wachttijd van minimaal drie dagen te worden aangehouden om de eventueel aanwezige dieren in de gelegenheid te stellen te vertrekken. Hierna zal een controleronde uitgevoerd worden om na te gaan of de bebouwing daadwerkelijk niet meer in gebruik is door vleermuizen.

Figuur 9. Voorbeeld van geplaatste exclusion flaps.

Figuur 10. Voorbeeld van geplaatste exclusion flaps.

Huismus Het ongeschikt maken van de nestlocaties dient, vanwege de planning in het broedseizoen van huismus, te worden gerealiseerd voor aanvang van het broedseizoen, dit wil zeggen voor half maart 2021 en tevens ook pas nadat de exclusion flaps voor vleermuizen zijn aangebracht. Dit dient te gebeuren door eerst de pannen van het dak te liften of huismussen zich onder de pannen bevinden en vervolgens aanwezige geschikte toegangsmogelijkheden af te dichten/in te pakken (figuur 11). Huismussen dienen bij ongeschikt maken de gelegenheid te krijgen om uit zichzelf weg te vliegen. Wanneer de bebouwing ongeschikt is gemaakt voor huismus buiten het broedseizoen, dan kan sloop alsnog binnen het broedseizoen plaatsvinden. Voor huismussen hoeft er na het verwijderen van de nestmogelijkheden geen controlemoment meer te worden uitgevoerd.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 7 van 12

Figuur 11. Voorbeeld afgeschermde dakgoot van woningen voor huismus.

Gierzwaluw Het ongeschikt maken van de nestlocaties dient, vanwege de planning in het broedseizoen van gierzwaluw, te worden gerealiseerd voor aanvang van het broedseizoen, dit wil zeggen voor half april 2020. De woningen worden ongeschikt gemaakt door het verwijderen van de hoekpannen en nokpan aan kopse kanten van de woningblokken. Op deze wijze kan de sloop alsnog plaatsvinden binnen het broedseizoen van de gierzwaluw.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 8 van 12

3.3

Duurzame maatregelen

Voor de verwachte soorten kunnen de geplaatste kasten niet dienen als permanente vervanging van de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Voor het behoud van een duurzame functionaliteit dient de nieuwbouw permanent geschikt te worden gemaakt voor de gebouwbewonende vleermuizen, gierzwaluw en huismus. In totaal dienen vijf permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen (een kraamverblijfplaats en vier zomer/paarverblijfplaatsen), vier permanente nestgelegenheden voor gierzwaluwen en vier permanente nestgelegenheden voor huismussen gecreëerd te worden. Deze paragraaf behandelt een aantal opties waaruit gekozen kan worden. 3.3.1 Huismussen Na uitvoering van de werkzaamheden (sloop) dienen vier permanente verblijfplaatsen voor huismussen gerealiseerd te worden binnen het plangebied. Dit kan in dit geval door de nieuwbouw geschikt te maken voor huismussen. Dakrand geschikt maken voor huismussen Indien de nieuwbouw wordt voorzien van dakpannen daken, kan de bebouwing geschikt gemaakt worden voor huismussen door de ruimte onder dakpannen toegankelijk te maken als nestlocatie. Dit kan bijvoorbeeld door het weglaten van vogelschroten, zodat huismussen over de gehele lengte toegang hebben tot de ruimte onder de dakpannen. In de nieuwbouw zal daarvoor wel dakbeschot onder het dak gemaakt moeten worden om geschikte nestruimtes te creëren tussen de dakpannen en het dakbeschot.

Inbouwvoorzieningen Wanneer de nieuwbouw niet wordt voorzien van geschikte dakpannen daken, kan er tevens gekozen worden voor het toepassen van inmetselstenen (zie figuur 12). Hiervoor geldt dat deze noordoostelijk zijn georiënteerd en de nestopeningen minimaal een halve meter tot een meter uit elkaar moeten liggen met een hoogte van minimaal 3 meter, bij voorkeur net onder de dakrand. Voorgestelde nestmogelijkheden zijn niet in strijd met het Bouwbesluit.

Figuur 12. Inbouwkast in gebruik door huismus.

Groenvoorzieningen Naast voldoende nestmogelijkheden dienen er in de toekomstige situatie ook voldoende groene elementen, zoals dichte struiken, te worden aangeplant of behouden te blijven ten behoeve van het voedselaanbod en schuil- en slaapgelegenheid in de tuin. Zonder dergelijke groene elementen in de directe omgeving zullen de nestmogelijkheden niet functioneren.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 9 van 12

3.3.2 Gierzwaluw Permanente verblijfplaatsen zullen worden gerealiseerd door permanente, duurzame, nestkasten aan te brengen in de nieuwe situatie. Dit wordt gedaan door 4 nestkasten te plaatsen geschikt voor gierzwaluw. Omdat nestkasten voor huismus een gelijke afmeting kennen, met een grotere invliegopening, is het ook mogelijk dat de gierzwaluw hiervan gebruik kan maken. De gierzwaluw krijgt hierdoor keuze in 2 typen nestkast met verschillende invliegopeningen. Deze duurzame verblijfplaatsen worden geïntegreerd in het ontwerp en kennen als basis goedgekeurde standaard inbouw stenen voor gierzwaluw. In figuur 13 t/m 16 zijn voorbeelden van een (inbouw)voorzieningen voor gierzwaluwen te zien. Deze voorzieningen dienen aan de noordoostelijke zijde van de bebouwing geplaatst te worden en de nestopeningen minimaal 30 cm uit elkaar moeten liggen met een hoogte van minimaal 3 meter.

Figuur 13. Voorbeeld neststeen gierzwaluw.

Figuur 15. Voorbeeld onzichtbare inmetselsteen (Vivara pro IB GZ 06)

Figuur 14. Voorbeeld zichtbare inmetselsteen gierzwaluw (Vivara pro IB GZ 05.

Figuur 16. Onzichtbare inmetselsteen in de praktijk

3.3.3 Vleermuizen Voor het behoud van een duurzame functionaliteit dient de nieuwbouw permanent geschikt te worden gemaakt voor gebouwbewonende vleermuizen. Voor deze soorten kan dit worden bewerkstelligd door de bebouwing toegankelijk te maken voor vleermuizen, middels het aanbrengen van open stootvoegen (2 à 3 cm breed en 5 à 10 cm lang) in de muren waar dit bouwtechnisch mogelijk is. Open stootvoegen, breder dan 1 cm, in de buitenmuur van een spouwmuur zijn ook volgens het Bouwbesluit toegestaan.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 10 van 12

De ruimte achter en boven deze open stootvoegen (minimaal 1,5 bij 2 meter) mag niet worden opgevuld met isolatiemateriaal. Deze ruimtes kunnen wel met dunne (harde/opgeruwde) isolatie (geen irriterend materiaal als glaswol) worden geïsoleerd, zodat een spouwruimte (luchtspouw) van minimaal 3 à 4 centimeter aanwezig blijft tussen de buitenmuur en de isolatie. Hier kunnen vleermuizen jaarrond verblijven. Vleermuizen verblijven graag bovenin een spouwruimte, vanwege de warmte. Derhalve wordt geadviseerd de open stootvoegen bovenaan de spouwmuurdeel, minimaal een halve meter onder de rand, aan te brengen om warmteverlies en tocht te voorkomen. Verder dienen de open stootvoegen onverlicht te blijven en mogen deze niet worden voorzien van bijenbekjes. De spouwmuren kunnen ook toegankelijk worden gemaakt middels overhangende dakpannen. De nieuwe bebouwing kan ook toegankelijk worden gemaakt voor gebouwbewonende vleermuizen middels het inmetselen van (geschakelde) vleermuiskasten (te voldoen aan dezelfde eisen en kenmerken als het type vleermuizeninbouwsteen houtbeton van Vivara (1BVL 01) en het type 2FR van Waveka/Schwegler, zie figuur 14, 15 en 16). Het is van belang dat de spouwruimte rond de kasten geschikt is voor vleermuizen, zodat vleermuizen via de kast de spouwruimte kunnen bereiken. Ook voor deze nieuwe spouwmuren gelden dezelfde eisen als reeds eerder beschreven.

De inbouwkasten die dienen als zomerverblijfplaats dienen op diverse windrichtingen te worden aangebracht, waarbij wel rekening moet worden gehouden dat er voldoende aanvliegruimte aanwezig is. De kraamkast dient geplaats te worden op de gevel gericht op het zuidwesten. De exacte locaties zullen in overleg met een ter zake kundige worden bepaald. Hieronder staan enkele voorbeelden van inbouwkasten voor vleermuizen weergegeven, die toegepast kunnen worden in de nieuwbouw.

Figuur 14. In te metselen te schakelen permanente vleermuiskast van Vivara type: vleermuizeninbouwkast houtbeton.

RAPPORT 13369.004 versie D4

Figuur 15. Vleermuiskast type 2FR van Waveka/Schwegler aan elkaar geschakeld, waardoor er één grote (kraam)kast ontstaat.

Figuur 16. Vleermuiskast type 2FR van Waveka /Schwegler in verbinding met spouwruimte, open stootvoegen zijn hierdoor geen noodzaak.

Pagina 11 van 12

4

SAMENVATTING

Tabel I geeft een samenvatting van de te treffen maatregelen voor vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Tabel I.

Overzicht maatregelen

Soort(groep)

Maatregelen voor start van werkzaamheden

Maatregelen tijdens verbouwing

1. Voor aanvang van de verbouwing vier (tijdelijke) vleermuiskasten (zomerverblijf) en een kraamkast aan bebouwing binnen 200 meter plaatsen.

Op minimaal 5 geschikte locaties duurzame verblijfsmogelijkheden creëren in verbouwde woning (vier zomerverblijfplaatsen en 1 kraamverblijfplaats). Mogelijkheden zijn spouw geschikt maken, inbouwkasten, ruimte tussen dakrand/dakbetimmering en muur creëren of dakrand toegankelijk maken.

vleermuizen

2. Bebouwing in oktober 2020 (nadat tijdelijke kasten geplaatst zijn) ongeschikt maken voor vleermuizen middels het aanbrengen van exclusion flaps en afdichten van openingen. Dit dient te gebeuren bij avondtemperaturen van minimaal 10 °C en zonder harde regen of wind. Hierna vindt een controleronde plaats.

huismus

1. Alternatieve nestplaatsen aanbieden door plaatsing van vier huismuskasten binnen 200 m. 2. Nestlocaties ongeschikt maken buiten broedseizoen van huismus (voor half maart) door toegangsmogelijkheden te dichten na controle op afwezigheid van huismussen onder de dakpannen. Aanwezige huismussen dienen gelegenheid te hebben weg te vliegen.

gierzwaluw

1. alternatieve nestplaatsen aanbieden door plaatsing van vier gierzwaluwkasten binnen 200 m.

Op minimaal vier geschikte locaties duurzame huismusnestgelegenheden creëren in de nieuwbouw. Dit kan door middel van een beschikbare dakrand of het aanbrengen van inbouwkasten.

Op minimaal 4 geschikte locaties duurzame gierzwaluwnestgelegenheden creëren in de nieuwbouw. Dit kan door middel van het aanbrengen van inbouwkasten.

Econsultancy Boxmeer, 20 oktober 2020

RAPPORT 13369.004 versie D4

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10570758/1