11c Bijlage 2. Hoofdlijnendocument RIA versie 9 1
Tekst van het document
versie9
Hoofdlijnen Regionale Investeringsagenda Stedelijke Regio West Brabant West WAAR GOED LEVEN EN DUURZAME PRODUCTIE SAMEN GAAN
1. Inleiding Deze notitie geeft de hoofdlijn weer van de manier waarop de Stedelijke Regio West Brabant West (SRWBW) zich in de periode tot 2040 duurzaam wil ontwikkelen en welke maatregelen (interventies) daarvoor nodig zijn op regionale schaal. De Regionale verstedelijkingsstrategie en de interventies worden uitgewerkt in een Regionale Investerings Agenda. De eerste aanzet daartoe vormt deze hoofdlijnnotitie RIA. De vier samenvattingen van de hoofdlijnnotities van de verschillende stedelijke regio’s komen samen in een hoofdlijnnotitie voor het BO-MIRT van november 2022 voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant, die weer een bouwsteen vormt voor de Nationale Omgevings Visie van de Rijksoverheid. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk ideeën uitgewerkt over de toekomstige leefomgeving van Nederland. Al deze documenten gaan uit van een integrale aanpak en een integrale afweging van belangen op het gebied van economie, wonen, mobiliteit, natuur, water en duurzaamheid (o.a energie, stikstof/CO2, water, klimaatadaptatie en natuurontwikkeling). De NOVI is op provinciaal niveau door vertaald naar een “Brabantse Verstedelijkingsstrategie”. In deze Brabantbrede Verstedelijkingsstrategie is aangegeven hoe Noord-Brabant kan bijdragen en wil omgaan met de duurzame verstedelijkingsopgave en de aanpalende vraagstukken.
De provincie Noord-Brabant is hét tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland, met grote bouw-, transformatie- en herstructureringsopgaven en kansen die in het verschiet liggen. Een goede integrale strategie hiervoor is essentieel. De beschikbare ruimte is immers schaars. Bovendien is de verwachting dat de laatste grote bouwopgave het komend decennium zal plaatsvinden (volgens de prognoses zal de bevolking daarna afnemen), dus dit is de laatste mogelijkheid om de bouwopgave(n) als hefboom te gebruiken voor de noodzakelijke ruimtelijk-economisch- en maatschappelijke opgaven. Daarmee vormt dit hoofdlijnendocument de doorwerking en de schakel van en tussen het Rijksbeleid (waarvan de contouren zijn vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie en de NOVEX-brief van mei 2022), de Brabantse Verstedelijkingsstrategie (d.d. mei 2022), de Regionale Verstedelijkingsstrategie West-Brabant West (d.d. mei 2022) en de gemeentelijke omgevingsvisies. Verder omvat de verstedelijkingsstrategie ook de nodige relaties over en weer met opgaven in het landelijke gebied. Hoewel dit hoofdlijnendocument niet gezien moet worden als een regionale invulling van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, liggen er wel duidelijke verbanden en is de verstedelijkingsstrategie op onderdelen wel een opmaat, een voorbereiding daarop.
Dit is alleen maar goed voor de regio, omdat daardoor de integraliteit van opgaven én aanpak geborgd is. De interventies die in dit document uitgewerkt worden hebben dus met name betrekking op gezamenlijke regionale maatregelen, welke als doel hebben een goed leefklimaat en een duurzame productie te stimuleren. Regionale interventies moeten daarbij niet alleen gezamenlijk gedragen en
besloten worden, het is ook een gezamenlijke opdracht om deze interventies te financieren en uit te voeren. Daarbij kan overigens prima worden afgesproken dat de uitvoering plaatselijk wordt geregeld. In 2023 wordt een vervolg gegeven aan de verdere uitwerking van de hoofdlijnen van de regionale investeringsagenda West Brabant West.
2. De Stedelijke Regio West Brabant West De regio West Brabant West (bestaande uit de gemeenten Halderberge, Roosendaal, Woensdrecht, Steenbergen, Bergen op Zoom, Moerdijk en Rucphen en het waterschap Brabantse Delta) is aangewezen als 4e stedelijke regio van de provincie Noord-Brabant. De regio is daarbij als “stedelijke regio” gelijktijdig aan de slag gegaan met de eigen Regionale Verstedelijkingsstrategie, waarbij afstemming is gezocht met de Brabantse Verstedelijkings Strategie. De colleges van West Brabant West hebben d.d. ingestemd met deze Regionale Verstedelijkingsstrategie.. Daarbij zijn een aantal zienswijzen ingediend die zijn opgenomen in bijlage 3 en die verwerkt zijn in maatregelen in dit document.
West-Brabant West
3. Profiel van de Stedelijke Regio West Brabant West Profiel van de Stedelijke Regio West Brabant West De Stedelijke Regio West Brabant West is binnen Brabant een heel specifieke Stedelijke Regio met sterk onderscheidende kenmerken ten opzichte van de drie andere Brabantse Stedelijke Regio’s. Deels gevormd door de Zuidwestelijke Delta en zijn unieke (ontstaans-)geschiedenis vormt de Stedelijke Regio West Brabant West (SRWBW) een complex en enigszins atypisch netwerk van wonen, werken, recreëren en innoveren, een eigen unieke symbiose tussen stad en land waar het goed leven en duurzame productie nu al samengaan. Een aantal karakteristieken: •
•
•
•
Verschillende “kloppende harten”, ook buiten de steden In contrast met andere stedelijke regio’s kent West Brabant West niet één dominante plaats waarin alle agglomeratie en innovatiekracht is geconcentreerd. De twee steden Roosendaal en Bergen op Zoom huisvesten veel van de regionale voorzieningen (ziekenhuiszorg, culturele voorzieningen, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) en zijn goed verbonden via het spoorwegennet. De bedrijventerreinen voor onze economische topsectoren liggen maar gedeeltelijk in deze steden. Roosendaal kent van oudsher maakindustrie, logistiek, afvalhergebruik en dienstverlening terwijl Bergen op Zoom zwaardere industrie kent (thans vooral (groene biobased) chemie, agrofood (aardappelverwerking, eiwit transitie) en ondersteunende logistiek (grote multimodale binnenhaven, verwerking grondstoffen en eindproducten uit de industrie). Ook buiten deze steden bevinden zich bedrijventerreinen voor onze economische topsectoren de topsectoren (agrofood in Steenbergen, grootschalige (in toenemende mate) groene chemische industrie, energieopwekking en grootschalige logistiek en (zee-)havenactiviteiten in Moerdijk) en vliegtuigonderhoud (militair en civiel) in Woensdrecht). Naast de twee steden kent de regio dus meerdere significante “kloppende harten”. Bedrijventerreinen en goede woonlocaties nog in redelijke harmonie naast elkaar.
Waar elders in de Randstad wonen, werken, landbouw en natuur elkaar beconcurreren in ruimtevraag (functiedruk) is dat in grote delen van West Brabant West nog minder het geval. De beschikbare ruimte maakt het mogelijk om voor de toekomst nog afwegingen te maken, waardoor die harmonie blijft bestaan, daar waar dit elders in Brabant knelt. Overigens is dit niet in heel West Brabant West het geval. Met name rond de Natura 2000-gebieden op de Brabantse Wal wordt de functiedruk wel gevoeld, maar door samenwerking kunnen hier op regionale schaal oplossingen voor worden ontwikkeld (bijvoorbeeld door samen te werken binnen de Stedelijke Regio bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen). Grote bedrijven, maar niet lokaal verankerd Door de aard van de bedrijven betreft het vaak grote dochterbedrijven van multinationals. Dit soort vestigingen levert veel werkgelegenheid met name op technisch gebied op, maar besluiten over investeringen en desinvesteringen worden buiten de regio genomen en de regio heeft daar in directe zin weinig invloed op (uiteraard wel in indirecte zin via het economisch vestigingsklimaat). Unieke economische propositie die zich onderscheidt van de rest van Brabant De bovenstaande topsectoren brengen al een unieke identiteit met zich mee, die zich onderscheid van de rest van Stedelijk Brabant.
We zetten al flinke stappen met green chemistry (DAB-lab), agrofood (AFC en Cosun) en groene chemische industrie in de zeehaven Moerdijk). Deze samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid biedt volop
•
•
kansen voor het verder versterken van de innovatiekracht en het economisch vestigingsklimaat. We hebben dus al een unieke economische propositie die een vruchtbare voedingsbodem is voor verdere innovatie en triple-helix samenwerkingen. Divers netwerk van landschappen De Stedelijke Regio West Brabant West maakt onderdeel uit van de Zuidwestelijke Delta en ligt daarmee op het snijvlak van “zand”, “klei” en “water”. Voorbeelden hiervan zijn de Brabantse Wal, het Grenspark, het GeoPark en de Dintelse Gorssen. Deze 3 elementen vormen al eeuwenlang belangrijke factoren voor de ontwikkeling van de Stedelijke Regio. In de geschiedenis van de Stedelijke regio hebben we deze 3 elementen altijd gebruikt, zowel in tijden van economische bloei als in de tijden van strijd en defensie. Dit spel van water en land maakt het ook tot een zeer diverse regio, met verschillende culturele en economische landschappen die onze geschiedenis getekend hebben en dat nu nog doen. Veel van deze landschappen maken deel uit van Natura2000 of Natuur Netwerk Nederland. Deze landschappen hebben echter ook te maken met een reeks aan verschillende uitdagingen. Denk aan stikstof, verdroging, vernatting en verzilting. Verder speelt hittestress ook een rol in de binnenstedelijke gebieden.
Op het snijvlak van landen en provincies De Stedelijke Regio West Brabant West is, als grensregio, een internationaal goed verbonden regio met water-, spoor-, weg- en buisverbindingen met onder andere de wereldsteden Rotterdam en Antwerpen,de provincies Zeeland en Zuid-Holland en het overige deel van Stedelijk Brabant. West-Brabant-West bevindt zich daarmee op een belangrijk knooppunt van infrastructuren (snelwegen, buisleidingen, waterwegen, spoorwegen, hoogspanningsleidingen) tussen drie aanpalende industriegebieden ( Rotterdam, Antwerpen en Zeeland) waarmee de regio internationaal feitelijk één cluster vormt en waarbinnen de regio zich zou moeten profileren. Dit vraagt om verder om het thematiseren/specialiseren/verduurzamen en optimaal gebruik maken van infrastructuurknopen en aandacht voor het grote aantal grensarbeiders
4. Sterkte-zwakte analyse Sterk -
-
Veel ruimte, zeer gevarieerd landschap met veel natuur en landbouw 4 bijzondere en zeer innovatieve economische (top-)sectoren die bijdragen aan een duurzame productie. Vier gespecialiseerde industrieterreinen plus diverse kleinere bedrijventerreinen die buiten de steden, als aparte “kloppende harten” aangemerkt kunnen worden. Nu al sterk in gebruik circulaire materialen (agrofood, bioplastics, biobased materialen en composieten). Sterke internationale spelers (marktleiders in diverse topsectoren) (Sabic, Cargill, Shell, Rijk Zwaan, Cosun, Fokker Techniek, Protix, Defensie en bijbehorende startups). Binnen de stedelijke regio zijn diverse partijen al drukdoende met innovatie (DAB-lab, Green Chemistry Campus, Cosun Innovatielab, Aviolandacampus in samenspel met de vliegbasis). Meer werkgelegenheid dan mensen (vooral MBO/MBO+)/ behoefte aan arbeidsmigratie (nationaal en internationaal). Aangesloten op 380KV-net vanuit Zeeland en buisleidingenstraat, met een binnenhaven, een zeehaven en een vliegveld; prima gepositioneerd zowel ten opzichte van andere industriegebeden als ten opzichte nieuwe energieopwekkingslocaties (Noordzee en Zeeland) Uitstekende verbindingen op alle vervoersmodaliteiten met overcapaciteit.
-
Uitstekend woonklimaat (ten opzichte van de Randstad ruim, relatief betaalbaar en gevarieerd). Volledig voorzieningenpakket, veel cultuur en historie, goed onderwijs, goede ziekenhuiszorg met op termijn een nieuw ziekenhuis, prima recreatievoorzieningen. Verbonden met de Randstad, Brabantstad, Zeeland en Vlaanderen (potentiële schakelfunctie). Het beschikt over een eigen schakelfunctie) Just Transition Fund met een omvang van 58 mln tbv transitie van industrie en arbeidsmarkt.
Zwak -
-
De regionale verankering van de grote bedrijven is beperkt, dat maakt investeringen in het kader van energietransitie en/of circulaire grondstoffen complexer. Te weinig gekwalificeerde arbeidskrachten. Op enkele plaatsen in de regio doet zich een stikstofprobleem (voor een groot gedeelte veroorzaakt door het Antwerpse Havengebied) voor, waarbij de oplossing zowel van de ( deels buitenlandse) industrie als de landbouw moet komen. Energienet en buisleidingennet moeten uitgebreid worden Voor- en natransport van de treinstations naar de kernen en topsectoren onvoldoende. Er wordt onvoldoende gebruik gemaakt van de bestaande spoorverbindingen. Hittestress (met name in de twee steden). Verdrogingsproblematiek (grote watervraag, laag vasthoudend vermogen). Verziltingsproblematiek. Barrièrewerking van de landsgrens
Hoe wil de Stedelijke Regio zich ontwikkelen richting 2040 ? De regio is trots op haar specifieke karakter. Een regio waar het produceren van goederen prima samen gaat met prettig wonen. Een regio ook waarvan oudsher veel gebruik gemaakt is van grondstoffen die in de regio werden geproduceerd (de eerste chemische activiteiten in regio kwamen bijvoorbeeld voort uit de suikerindustrie en daarnaast uit de ligging aan zee). De strategische ligging in de Rijn-Schelde-Delta met belangrijke mainports als Rotterdam, Antwerpen, de Zeeuwse havens en de multimodale achterlandcorridor vormen de basis voor de economische kracht. Een koppeling tussen het gebruik van regionale grondstoffen, het goed gebruik maken van de geografische ligging op een kruispunt van infrastructuren, maar ook het goed gebruik maken van de fysieke ruimte zodat bedrijfslocaties en woonlocaties elkaar niet in de weg zitten, vormt een nuttige bouwsteen bij de verdere doorontwikkeling naar een duurzame toekomst. Binnen het Novex-gebied Stedelijk Brabant zijn een aantal algemene kaders omschreven die ook worden onderschreven door de Stedelijke Regio West Brabant West: •
Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie Het unieke van de werklocaties in West Brabant West is dat zij verder weggelegen zijn van de stedelijke centra, maar wel geconcentreerd/gelegen zijn aan infra-knopen. Dit voordeel willen we verder versterken. Daarom is blijvende aandacht nodig voor het verder versterken van die infrawerken (met name elektriciteit, buisleidingen en spoorwegen). Daardoor kunnen deze locaties zich ook verder ontwikkelen tot gethematiseerde excellente
•
•
•
•
werklocaties. Daar kan innovatie worden gestimuleerd (bijvoorbeeld door bestaande en nieuw te vormen campussen daar te concentreren) en worden dit soort plekken ook extra interessant voor verwante bedrijven om zich daar te vestigen. De doorontwikkeling/revitalisering van de bedrijventerreinen kan gecombineerd worden met verduurzaming. Daarbij houden we ook rekening met een goede en hoogkwalitatieve landschappelijke en klimaatbestendige inpassing van deze werklocaties. Daarmee laten we zien dat kwalitatieve thematisering niet hoeft te conflicteren met het bestaande landschap. Ruimtelijke kwaliteit is hier het uitgangspunt, randvoorwaarde en uitgangspunt. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp. West Brabant West kent reeds een uitstekende hoofdinfrastructuur op vrijwel alle modaliteiten. Bovendien ligt de regio op korte afstand van zowel de Zuidelijke Randstad, Vlaanderen, Zeeland en de rest van Stedelijk Brabant. De stedelijke regio is prima verbonden per auto en water terwijl er ook een sterke spoorinfrastructuur beschikbaar is. Maar juist in het openbaar vervoer is verbetering noodzakelijk.
Het economisch vestigingsklimaat zou versterkt kunnen worden als Bergen op Zoom en Roosendaal beter zijn aangesloten op andere stedelijke knooppunten (hogere frequentie van treinen, meer directe bestemmingen) en het voor- en natransport (openbaar vervoer, fiets, bedrijfsvervoer, deelmobiliteit) vanuit de mobiliteitshubs naar de andere kernen in het landelijk gebied en de bedrijvenlocaties verbetert. Bovendien draagt dit bij aan het verlagen van de uitstoot van CO2 en stikstof. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp De stedelijke regio wil (in het belang van de gehele regio) de steden versterken door juist daar binnenstedelijk veel extra woningen te bouwen. Daarbij wordt ook gelet op meekoppelkansen. Oude bedrijfs- en woningbouwlocaties kunnen hiervoor worden gebruikt, waardoor het mes aan meerdere kanten snijdt. Achteruitgang in deze gebieden wordt omgezet in vooruitgang, waarbij ook aandacht moet zijn voor klimaatadaptatie. De inwoneraantallen stijgen waardoor de steden interessanter worden als vestigingsplaats, waardoor de regio ook aantrekkelijker wordt voor arbeidskrachten van buiten (een sterke wens van de werkgevers in de regio). Belang is daarbij dat er een goede demografische en maatschappelijke balans in de bevolkingssamentelling komt.
De overige gemeenten met hun kernen leveren daarbij een aanvullend woonklimaat, zodat het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in deze kernen een duurzaam/toekomstbestendig karakter krijgen.’ Bij voorkeur wordt binnen de kernen gebouwd. Waar dat niet mogelijk is, is bouwen rondom de kernen alleen mogelijk als daar natuur- en landschapsontwikkeling tegenover staat, gericht op klimaatadaptatie. We benutten woningbouw als hefboom voor de opgaven van wijken en dorpen. Het gaat hierbij onder meer om een energietransitie, inclusief de noodzaak mobiliteit te verduurzamen. En er zijn sociale opgaven, waaronder steeds zwaardere lasten voor voorzieningen , vergrijzing, braindrain en vermindering van sociale weerbaarheid in sommige wijken. Bodem en watersysteem als basis voor verstedelijking Bij voorkeur worden nieuwe woningen op de zandgronden gebouwd, maar bouwen in de lager gelegen gebieden wordt daarmee niet uitgesloten. In dergelijke situaties moeten plannen wel voorzien in adequate maatregelen die het watersysteem versterken, gericht op klimaatadaptatie. Landschap en natuur groeien mee met de verstedelijking West Brabant West is zich zeer bewust van het feit dat werken en wonen hier goed samengaan door de vele interessante landschappen en natuurgebieden de verschillende “kloppende harten” van elkaar scheiden maar gelijktijdig verbinden.
Versterken van dat landschap en de natuur is daarmee een speerpunt. In het landelijk gebied wordt samen met
de landbouw gestreefd naar stikstofreductie en het tegengaan van verdroging en verzilting .Dat gebeurt ook samen met de industrie op de bedrijvenlocaties, waarbij ook gestreefd wordt naar een grotere inzet van waterstof, hetgeen ook de CO2-reductie ten goede komt. Tegelijkertijd werken we ook aan versterking van natuur en bossen om te voorzien in een adequate stad-land-relatie en het beter kunnen faciliteren van de recreatiebehoefte vanuit de stedelijke omgeving. Er wordt gestreefd naar meer ruimte voor alternatieve vormen van landbouw die hand in hand gaan met natuur zoals agroforestry en regeneratieve landbouw (dat laatste legt CO2 vast en verbeterd de waterhuishouding ter plaatse).We willen naar een lange termijn perspectief voor de landbouw waarin winst voor natuur- water en klimaatdoelen behaald wordt Tot slot is West Brabant West bij uitstek een gebied waar de akkerbouw (die het kleilandschap al eeuwen domineert) een belangrijke leverancier is (en nog meer kan worden) van circulaire grondstoffen voor de naburige industrie (zowel in de agrofood als de groene chemie).
6. Gedeelde beelden met provincie en Rijk en afwijkende regionale ambities over interventies in West Brabant West Met provincie en Rijk heeft overleg plaatsgevonden over mogelijke interventies. Daarbij komen ideeën niet altijd overeen. Daarom is ervoor gekozen om een onderscheid te maken tussen gedeelde interventies en regionale ambities. De regio heeft ten aanzien van een aantal onderwerpen aangeven dat de regio meer kan betekenen voor provincie en Nederland dan dat thans wordt ingezien door Rijk en provincie. De interventies zijn samengevat in een tweetal overzichtskaarten, die zijn opgenomen in de bijlagen. ECONOMIE Principes •
•
•
We specialiseren de bestaande economische clusters en focussen op Human Capital dat aansluit bij deze clusters. Dit betekent dat de bestaande topsectorbedrijfslocaties (Green Chemistry/Logistiek/Circulaire materialen in Moerdijk, Aircraft maintenance in Woensdrecht, Agrifood/ Green Chemistry /Biobased Materials in Bergen op Zoom, Outlet/Leisure, Logistiek, Dienstverlening en Circulaire Grondstoffen in Roosendaal, Agrifood in Steenbergen ) verder uitgebouwd worden. We zetten zoveel mogelijk in op campusontwikkelingen. Specialisatie in het onderwijs laten we daarbij nauw aansluiten bij behoeften in het regionale bedrijfsleven. Programmering van de woonopgave laten we aansluiten op behoud/aantrekken van passend personeel door betere/mooiere woningen te bieden voor hetzelfde bedrag waarvoor men bijvoorbeeld in de Randstad woont We stimuleren de transitie naar waterstof, groene elektriciteit en circulaire grondstoffen en het hergebruik van warmte uit de industrie. Het flink minder uitstoten van CO2 is een tussenstap op weg naar volledige duurzaamheid. Aardgas wordt vervangen door duurzame elektriciteit, aardwarmte, restwarmte of groene waterstof. Industrieën zullen niet alleen energie consumeren, maar ook energie bufferen en produceren. De ruimtevraag die hier uit voorkomt passen we goed in.
De autonome verandering van het buitengebied vraagt om herstructurering voor de landbouw naar de toekomst toe. We willen inefficiënties in het systeem aanpakken om zo min mogelijk middelen verloren te laten gaan. De komende jaren werken we aan de
•
•
•
herstructurering van de landbouw, waarbij we proberen de landbouw een grotere rol te geven in de grondstoftransitie van de industrie met inzet op sterkere relaties met de omliggende natuur. We laten daarmee landbouw onderdeel worden van een circulair voedsel- en leefsysteem. Waar mogelijk combineren we dit met interventies in het kader van de stikstofaanpak. Bedrijventerreinen revitaliseren we door intensivering met aandacht voor beschikbaarheid van hindercategoriën, klimaatadaptatie, vergroening en beschikbaarheid van energie infrastructuur. We beperken de ruimte voor de logistieke sector en geven ruimte voor economische bedrijftakken met een hoge toegevoegde waarde. De recreatie- en toerismesector versterken we (geclusterd in regionaal verband) door het realiseren van meerdere kleinere ingrepen door het gebied heen (zoals park-, natuurpoorten, fietsroutenetwerken , en/ of landschapsontwikkeling), gekoppeld aan kleinschalige woningbouwontwikkelingen in de kernen. Om grip te krijgen op de vraag waar de elektriciteitsbehoefte het snelst zal stijgen en waar de huidige beperkingen van het netwerk tot stilstand in de energietransitie of stilstand in ontwikkeling kunnen leiden zetten we in op Integraal Programmeren.
Acties •
• •
•
•
•
Samen met RWB, Provincie en Triple Helix partners (via Economic Board West-Brabant) wordt als onderdeel van de Human Capital agenda binnen heel West Brabant een specifieke Human Capital agenda opgesteld voor de stedelijke regio om te onderzoeken wat we aan human capital nodig hebben (Ruimtelijk/Mobiliteit/Tripe helix) als de topsectoren verder willen ontwikkelen. De Human Capital Agenda wordt uitgewerkt binnen RWB-verband In Woensdrecht wordt ingezet op een doorontwikkeling van campus Aviolanda / Civielmilitair. Samen met RWB en Provincie en Triple Helix partners (via Economic Board West-Brabant) wordt de planning bedrijventerreinen geactualiseerd. Naast uitbreiding van de huidige bedrijvenlocaties (Regionaal Strategisch Bedrijventerrein Brabantse Wal 30 ha. (tevens schuiflocatie), Logistiek Park Moerdijk 142ha., Bedrijvenpoort West-Brabant in Lage Zwaluwe 22 ha. en bedrijventerrein Zevenbergen 18 ha. Rosada/De Stok 5 ha) en de Wig in Roosendaal voor 35 ha. wordt ruimte gezocht voor uitbreiding van Green Chemistry en Eiwitransitie in Bergen op Zoom 60ha.) Samen met RWB, Provincie en Triple Helix partners (via het Just Transition Fund) wordt een actieplan opgesteld voor de transitie naar waterstof, duurzame energie en circulaire grondstoffen.
We trekken als Stedelijke Regio gezamenlijke capaciteit aan binnen de op het gebied van subsidiemogelijkheden en additionele financieringsmogelijkheden voor de ambities van de stedelijke regio. Samen met de RES-Regio maken we een plan van aanpak voor: o Aanpak opwek-, transport en opslaglocaties voor hernieuwbare energie met behoud van landschappelijke kwaliteiten o Realisatie bovenlokale warmte-infrastructuur, met koppeling Bergen op Zoom en Roosendaal aan warmtebronnen elders in de regio, zoals industrieterrein Moerdijk. o We inventariseren en adresseren de kansen voor groen gas of waterstof in het bestaande gasnet, waarmee we een mogelijke oplossing bieden voor de beperkte energie-infrastructuur in het zuidelijke deel van onze regio (o.a. rond Woensdrecht).
•
Samen met Rijk, Provincie en RES-regio werken we aan de Powerport Moerdijk (pilot regionaal MIEK). Dit is een opgave van nationaal belang die zeer sterk bijdraagt aan de (inter)nationale klimaatdoelen en gezien de stapeling aan kansen en vraagstukken en de bijbehorende ruimteclaim vraagt om een integrale benadering. De insteek is tweeledig: ▪
•
Energietransitie: elektrificatie industrie, logistiek en MKB, nieuw 380/150 kV station, aanlanding wind op zee (in elektronen en/of moleculen), Carbon Capture and Storage (CCS), transitie van bronnen en uitbreiding van bestaande warmtenetten middels koppeling tussen Moerdijk en Amercentrale, inclusief toevoeging geothermie. ▪ Bijdrage aan energieproductie energiebuffering en energieopslag. ▪ Grondstoffentransitie: productie en aanvoer van voldoende biobased en circulaire feedstock voor de chemie, Delta Corridor. ▪ We werken aan een integraal ontwikkelperspectief en afspraken voor de ontwikkeling van Powerport Moerdijk. Samen met de RWB gaan we na hoe agrofood, biobased, de groene chemie en de landbouw SRWBW verder kunnen ontwikkelen tot een plant-based regio.
MOBILITEIT Principes •
• •
•
Het railnetwerk zien we als drager van het totale vervoersnetwerk, waarbij we zorgen dat zowel wonen als werken goed ontsloten wordt. Soms door treinstations of bushaltes nabij, soms door mobiliteitshubs of lokaal niveau, maar altijd gekoppeld aan het OV- netwerk. Snelle fietsverbindingen zijn daarbij essentieel. We gebruiken onze spoorlijnen voor een sterke verbinding met het de zuidelijke randstad, Brabantse steden, Zeeland en Antwerpen. Vanaf de stations is het mogelijk om binnen 15 minuten onze woningen en werkplekken te bereiken te voet, per fiets of (maatwerk-)openbaar vervoer. Doordat er vanuit de steden meer van de trein gebruik gemaakt wordt, blijft er voldoende ruimte vrij op het wegennet voor de resterende mobiliteit. We verhogen de vervoerwaarde voor de bestaande stations, waarbij we sterk inzetten op stedelijke ontwikkeling van de spoorzones van Bergen op Zoom en Roosendaal. We zetten onze grootste troefkaarten in hun kracht.
Het regionaal ziekenhuis in Roosendaal, de economische hotspots in Bergen op Zoom, cluster Moerdijk, Aviolanda Woensdrecht in combinatie met de vliegbasis en AFC Nieuw-Prinsenland als ook toeristische stadjes Klundert, Oudenbosch, Steenbergen, Willemstad , Zevenbergen en de toeristische gebieden op de Brabantse Wal rond Woensdrecht en Rucphen worden beter ontsloten met het openbaar vervoer, in hoofdzaak aangetakt op de spoorknopen Bergen op Zoom, Lage Zwaluwe en Roosendaal. Hierdoor worden de economische en toeristische hotspots van de regio slim en multimodaal verbonden.Een belangrijk onderdeel hiervan vormt HOVoplossing die de westrand van de regio West-Brabant West met elkaar verbindt (concreet Bergen op Zoom, Steenbergen, AFC Nieuw Prinsenland, Moerdijk). Woningbouwopgave in stedelijke gebieden concentreren we op de 15-minuten locaties We zetten in op een brede mobiliteitstransitie die we faciliteren met een breed pakket aan maatregelen; inzet op lopen en fietsen, versterken fietsnetwerk, herinrichting van openbare ruimte met focus op verblijfskwaliteit, gedragsaanpak, hubs, deelmobiliteit en sturend parkeerbeleid Daarbij kijken we naar de brede stedelijke regio, dus ook naar het landelijke gebied en de kleinere kernen. De milieuhinder en de aantasting van de leefbaarheid in de regio als gevolg van het goederenvervoer willen we terugdringen.
Transportbewegingen proberen we te reduceren door de inzet van multimodale oplossingen (multimodale terminals, die bijvoorbeeld de binnenvaart stimuleren), het verder uitbouwen van het gebruik van buisleidingenstraten en het optimaliseren van het gebruik van goederensporen (tegengaan van onnodig
goederentransport per spoor door het verplaatsen van het emplacement van Roosendaal naar het industriegebied van Moerdijk en het verbeteren van de spoorverbinding tussen de industriegebieden van Zeeland en Antwerpen. Acties ▪
De Stedelijke Regio werkt samen met de provincie en RWB en in afstemming met de SRBT een multimodaal mobiliteitspakket uit. Uitgangspunten daarbij zijn: o o
o o
o
o
o
We maken ons sterk voor de verhoging IC-frequenties vanuit Bergen op Zoom en Roosendaal naar 4x per uur. De huidige sprinterstations in Oudenbosch, Zevenbergen en Lage Zwaluwe worden uitgebouwd tot mobiliteitshubs. Daarbij worden ze uitgebreid waarmee ze een goed alternatief bieden voor vervoerskeuze afgestemd op de reizigersbehoefte, hiermee bereikbaarheid versterken we ook de bereikbaarheid van de economische topclusters. Bereikbaarheid OV in buitengebieden in stand houden en versterken. We zetten in op extra sprinterhaltes (Rucphen, Roosendaal-Zuid), gepaard met passende hubvoorzieningen en P+R plekken. Realisatie noordelijke HOV-lijn (verbinding Moerdijk, kernen in Steenbergen, Roosendaal/ Bergen op Zoom) en versnellen en qua frequentie verbeteren van de busverbinding Bergen op Zoom Roosendaal Het huidige snelfietsroutenetwerk bouwen we uit en versterken we. Daarbij wordt gezorgd voor een goede aansluiting van kernen en bedrijventerreinen op de mobiliteitshubs (intercitystations en sprinterstations met P&R-faciliteiten). Samen met de provincie en de RWB zetten wij een lobby op om de overlast van milieuhinder en de aantasting van leefbaarheid als gevolg van het goederenvervoer terug te dringen. Samen met de provincie doen wij onderzoek naar het verplaatsen van het goederenemplacement vanuit Roosendaal naar een alternatieve locatie in Moerdijk
WONEN Principes •
•
•
• •
We benutten woningbouw als hefboom voor de opgaven van wijken en dorpen. Het gaat hierbij onder meer om een energietransitie ( inclusief de noodzaak mobiliteit te verduurzamen), klimaatadaptatie en vergroening. En er zijn sociale opgaven, waaronder het afnemende draagvlak voor voorzieningen en versterking van zwakkere wijken. We zetten verdichting in de spoorzones van Bergen op Zoom en Roosendaal in om nieuwe woningtypes toe te voegen aan het regionale palet. We werken hiervoor concrete handelingsperspectieven uit en stemmen die in regionaal verband af. Ook in Zevenbergen en Oudenbosch zijn er mogelijkheden voor extra woningen direct aan de stationslocaties en aansluitend op de bestaande kernen te realiseren. Daarmee worden de mobiliteitsknopen rondom de sprinterstations beter benut. Woningbouwopgave in stedelijke gebieden concentreren we op de 15-minuten locaties We realiseren extra huisvesting voor internationale werknemers (shortstay en midstay). Uitleglocaties voor woningbouw passen we slechts toe, als we daarmee de opgave van versterking van de groen-blauwe structuur in kunnen vullen, zodanig dat dit bijdraagt aan
•
•
klimaatdadaptatie. In veel gevallen is er in de stad/dorp voldoende ruimte om nieuwe woningen te bouwen, in enkele gevallen is het mogelijk om buiten de stad/dorp te bouwen om het groen-blauw structuur te versterken en verbinden. Het accent voor de woningbouw ligt op het verdichten in de steden, maar (bij voorkeur binnendorpse) additionele woningbouw is nodig om de kleinere kernen vitaal te houden. Daarbij wordt gelijktijdig gekeken naar passend voor- en natransport naar de spoorstations en waar (omdat er geen andere mogelijkheden zijn) gekozen wordt voor uitbreiding doen we dat zoals aangegeven in combinatie met versterking van de groen-blauwe structuur. We willen experimenteren met flexibele bouw- en woonvormen om daarmee een bijdrage te leveren aan de acute woningnood.
Acties •
We spreken met Rijk en Provincie af dat we in de periode tot 2040 16000 permanente en 4000 tijdelijke flexwoningen bouwen. Daarbij versnellen we de bouwproductie om een bijdrage te leveren aan urgente woningnood tot 2030 door in die periode 11000 permanente woningen te bouwen, 4000 flexwoningen. Binnen de regio worden samen met de provincie programmatische keuzes gemaakt. De nadruk ligt enerzijds op het ontwikkelen van kansrijke spoorzones in de steden Roosendaal en Bergen op Zoom. Voor de spoorzones van Bergen op Zoom en Roosendaal actualiseren/ontwikkelen beide gemeenten in samenwerking met de provincie een plan waarin woningbouw en stedelijke interactie milieu een plek krijgen. Vanuit opgaven, kansen en reële mogelijkheden wordt in beeld gebracht wat kwalitatief en kwantitatief nodig, mogelijk en gewenst is. Onderdeel van het plan zijn noodzakelijke ingrepen in infrastructuur, herplaatsingen, etc. teneinde tot een haalbare gebiedsontwikkeling te komen. Doel is eind 2024 tot een ontwikkelvisie en afspraken daarover te komen. Daarnaast wil de SRWBW een passend aanbod van woningen bij werkgemeenten zoals Moerdijk, Halderberge, Woensdrecht en Steenbergen.
•
• • •
•
•
We stellen een regionale integrale visie op huisvesting arbeidsmigranten. Hierin worden reeds lopende projecten (o.a. 1500 plekken in Moerdijk, 1000 plekken in Bergen op Zoom) geïntegreerd. Doelstelling is het realiseren van 4000 pekken tot 2030. We starten samen met Provincie en Rijk een pilot waarbij we experimenteren met innovatieve flexibele tijdelijke bouw- en woonvormen. SRWBW organiseert samen met de provincie een regionale taskforce flexwonen om kennis en middelen te bundelen. In samenwerking met VNO-NCW en de woningbouwcorporaties zet de SRWBW een onderzoek op naar de arbeidsmarktvraag (type / aantallen) die we rekening houdend met de economische ontwikkeling & transitie opgaven verwachten en de woonbehoefte die deze doelgroep heeft (aantallen typologie, nabijheid). SRWBW organiseert een overleg- en kennistafel voor de revitaliserings- en herstructureringsopgaven in samenwerking met de regionale woningbouwcorporaties. De nadruk ligt daarbij in eerste instantie bij de steden, waarbij Roosendaal vanuit het Landelijk Programma Leefbaarheid en Veiligheid input kan geven. In het kader van een duurzame dorpsontwikkeling en het vitaal Buitengebied werkt de SRWBW een regiospecifiek dorpen- en leefbaarheidsprogramma uit.
DOOR REGIO VOORGESTELDE ADDITIONELE INTERVENTIES ALS GEVOLG VAN GROTERE AMBITIES •
Wonen wordt gezien als motor voor de kwalilteitsslag in de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarom is de regio van mening dat de bijdrage aan het nationale woningbouwprogramma groter kan zijn dan de nu afgesproken 16000 permanente en 4000
flexwoningen. De regio is bereid om tot 2040 38000 permanente woningen te bouwen, waardoor de steden Bergen op Zoom en Roosendaal een grotere bijdrage kunnen leveren aan het stedelijk netwerk Nederland. Extra woningen worden ook noodzakelijk geacht om voldoende arbeidskapitaal binnen de regio te houden, de pendel te beperken en bevolkingssamenstelling in balans te houden.
BODEM EN WATERSYSTEEM Principes •
•
•
•
• •
Elke ontwikkeling draagt bij aan een klimaatbestendig en robuust watersysteem. Locatiekeuze en ontwerp gaan hierbij hand in hand. Dorpen en steden moeten klimaatbestendig worden (water, hitte) waarbij we natuurinclusief bouwen en we groen inzetten als ruimtelijke kwaliteit. Bij bouwen geldt niet het huidige waterneutraal bouwen als referentie, maar klimaatneutraal bouwen, waarbij er geen water meer verloren gaat. We zorgen dat ontwikkelingen geen negatief effect hebben met het oog op klimaatverandering. Dit betekent dat we geen water verloren laten gaan door de stedelijke omgeving als ‘spons’ te ontwerpen Uitgangspunt is dat wordt gebouwd op locaties die geschikt zijn voor woningbouw bezien vanuit het bodemen watersysteem, maar indien binnen een bredere afweging dit niet mogelijk is, moet een set van adequate maatregelen altijd deel uitmaken van de planvorming We stimuleren de circulaire bouw. . Dat houdt in dat bestaande materialen hergebruikt worden en dat hernieuwbare materialen en methoden toegepast worden en liefst gewerkt wordt met bouwmaterialen die geproduceerd worden in de regio. We passen kleinschalig interventies toe op de schaal van wijken en bedrijventerreinen voor waterinfiltratie en vergroening en zoeken daarbij actief partnerships op met coöperatieve instanties en inwoners.
Bufferlandschappen laten we aansluiten aan kleine kernen We onderzoeken de mogelijkheden Brabants Wal Water beter vast te houden en te benutten via het project ‘Wal Water’.
Acties • •
Opstellen van een groenkompas: een regionaal plan voor het “ontstenen” van het bebouwgebied en de bedrijventerreinen. Op verschillende niveaus vraagt het realiseren van de verstedelijkingsstrategie, al dan niet in samenhang met de gebiedsaanpak die nog ontwikkeld wordt vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied, nog nadere uitwerking van een scala aan meer gedetailleerde interventies. Interventies die soms ook andere samenwerkingsverbanden in de regio raken, zoals Waterkring West. We spreken daarover af dat wij in 2023-2024 daarvan een nadere uitwerking maken richting een werkprogramma. We spreken daar ook over af, dat we acties die eerder opgepakt kunnen worden, of gelet op de versnelling van de woningbouwopgave eerder moeten oppakken, ook voortvarend ter hand zullen nemen.
LANDSCHAP EN NATUUR Principes •
•
•
• • •
•
Economische ontwikkeling gaat gepaard met ontwikkeling van landschap, inpassing en recreatie. We zien potentie in de kwaliteit van het omliggende landschap (zoals NLDelta landschap, Zuiderwaterlinie, Grenspark Kalmthoutse Heide, Geopark), waarmee we recreatie en toerisme in de buitengebieden kunnen versterken. Bouwen (inclusief verdichting) gaat gepaard met extra groen. We zien oplossingen tegen hittestress en wateroverlast in het verrijken van bestaand gebied in stedelijke gebieden, we zetten daarbij in op transformatie met klimaatadaptatie als uitgangspunt, met het versterken van stedelijke groenblauwe structuren en het inrichten van het bebouwd gebied door kleinschalig interventies (aanleg van extra bos (bossenstrategie), parken, geveltuinen, groene daken, etc.) om een goede waterbalans te stimuleren en hittestress te voorkomen. Daarmee vullen we deels ook de behoefte aan recreatie bij de stad. We versterken de bestaande natuur met extra zones. Extra zones rondom bestaande natuur kunnen zowel een ecologische als economisch component omvatten, waarbij kleinschalige natuurinclusieve landbouw plaats vindt bijvoorbeeld in de vorm van voedselbossen. Op hogere schaalniveaus speelt de verdere ontwikkeling van landschap een belangrijke rol.
Hier is de balans met water belangrijk voor de verschillende bodemtypes (waterinfiltratie/ vasthouden op zand, benutten kwel in de naad en waterberging, rivieren/beken en kreken voor afvoeren bergingscapaciteit etc.). Om dit te faciliteren, zetten we in op grootschalige natuurgebieden die we versterken en verbinden door extra zones. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de bestaande natuurgebieden weerbaarder worden tegen de effecten van stikstofdepositie en recreatiefdruk. Doorontwikkelen en toevoegen van stad- landrelaties Landschapsontwikkeling waarmee groen-blauw versterkt wordt met kansen voor recreatie (zoals Zuiderwaterlinie, waterwegen, uitbreiden robuuste natuurstructuren) We verbinden natuurgebieden, gaan versnippering tegen en ontwikkelen natuurgebieden ter bevordering van recreatie en de West-Brabantse identiteit (via bijvoorbeeld ecoduct Mattenburgh) en ter versteking van de biodiversiteit We koppelen waar mogelijk landbouwtransitie aan landschapsontwikkeling. Eerlijke groene verdienmodellen, eerlijk voor natuur/ecologie en eerlijk voor de boer.
Acties •
• • •
•
We stellen (onder andere in het kader van de gebieds gerichte aanpak) een stikstofaanpak op voor de Brabantse Wal i.c.m. een transitie richting natuurvriendelijke functies. Landschapsontwikkeling waarmee groen-blauw versterkt wordt met kansen voor recreatie Om het haven- en industrieterrein Moerdijk wordt een groene geledingszone aangelegd waardoor het industrieterrein wordt gescheiden van landbouwgebied en woonkernen Er zal een verkennend onderzoek gestart worden naar het effect van hittelinten en mogelijke oplossingen die daarbij gebruikt kunnen worden. Voor het tussengebied tussen het AFC in de gemeente Steenbergen en de omliggende woonkernen (ook in Halderberge en Moerdijk) zal door de drie gemeenten, Cosun en het Brabants Landschap een landschapsvisie worden opgesteld, waarbij bosaanleg (passend bij het landschap) wordt gecombineerd met het versterken van de ecologische hoofdstuctuur en de realisatie van recreatieve routes. Samen met provincie en de RWB wordt een ontwikkelstrategie opgezet voor het versterken van de regiobrede robuuste landschapstructuren tussen Geopark, Zuidwaterlinie en de verbinding naar het Van Goghpark
• •
In samenwerking met provincie, en gebiedsbeheerders wordt een zoneringsplan natuur & recreatie gemaakt. We maken binnen de stedelijke Regio in samenwerking met de provincie een plan voor de stikstofaanpak (accent op de Brabante Wal en de grensoverstijgende stikstof emissies.
BIJLAGE 1: OVERZICHTSKAART GEDEELDE INTERVENTIES
BIJLAGE 2: OVERZICHTSKAART ADDITIONELE AMBITIES REGIO
BIJLAGE 3: ZIENSWIJZEN GEMEENTEN OP REGIONALE VERSTEDELIJKINGSSTRATEGIE
Zienswijze Moerdijk Aanpassingen RVS WBW op versie 6 mei Voorgestelde wijzigingen: • Aanpassingen aan tabel woningaantallen en uitleg hierover in de tekst (zie bijlage 3) woningbouwplanning Moerdijk aanpassen: 2400 wordt 2600, 400 wordt 300, overige 100 elders vandaan. E.e.a. in overeenstemming met bert. In de tekst staat geen exploitatietermijn genoemd van de flexwoningen. Er is alleen opgenomen dat de woningen in de periode tot 2040 weer worden gesloopt. o Slopen geen handige omschrijving. Mogelijk kunnen de flexwoningen elders nog ingezet worden. o Ambtelijk werd eerder gesproken over de termijn van max 15 jaar. Ervaring leert dat dit een zeer krappe periode is om tot een haalbare exploitatietermijn te komen. Voorgesteld wordt uit te gaan van 15-20 jaar. • Check op samenhang BVS, RVS en presentatie • Tekstvoorstel Patrick/Rutger over stikstof • Lostrekken alinea over klimaatneutraal bouwen/ circulaire bouw (via Patrick) • Ingetekende HOV-lijn aanpassen (noordelijker, langs AFC). AFC op juiste plek. • Benadrukken multimodale verbindingen, inclusief lucht/vliegtuig • Kwetsbare wijken benadrukken (tekstvoorstel Wouter) • Aanpassingen Moerdijk (al doorgegeven via Katja, o.a. stikstof, icoontje schuifruimte Lage Zwaluwe, Klundert icoontje woningbouw, uitleg Dashboard, blz 69 inbreiding Zevenbergen in lijn met centrumvisie).
• Aanvullende opmerking Moerdijk: deltacorridor ligt ten zuiden van de A17 ipv ten noorden.
Zienswijze Gemeenten, provincie en rijk hebben gezamenlijk tot doel om de woningbouw te versnellen. Als richtinggevende keuze is benoemd dat bestaande plannen eerst worden afgerond. Wij hebben begrepen dat hiermee wordt bedoeld: plannen die regionaal zijn afgestemd. In praktijk start de planvorming ruim voor het moment van regionale afstemming. Omdat na de verkiezingen niet overal tijdig nieuwe colleges zijn gevormd is de afstemmingsronde van juni komen te vervallen. Moerdijk was van plan in deze vergadering twee projecten regionaal af te stemmen. Het college wil voorkomen dat deze lopende projecten straks moeten vallen onder het regime van de nieuwe afspraken terwijl zij hier niet op zijn ingericht. De projecten passen wel binnen de voorgestelde woningbouwprogrammering. In Moerdijk gaat het om de projecten Willemstad Oost (150 woningen en Klundert ( Blauwe Hoef/West Schans 133 woningen). Voor beide projecten was regionale afstemming in de SG wonen van juni 2022 voorbereidt. Zeer waarschijnlijk speelt dit in veel meer gemeenten. Om deze reden stelt het college Moerdijk voor dat: Bij instemming met de leidende principes uit de Brabantse verstedelijkingststrategie wordt afgesproken dat de principes pas in werking treden nadat de raden zijn geconsulteerd en het verstedelijkingsakkoord is gesloten.
Hiermee ontstaat ruimte om projecten die bedoeld waren voor de afstemmingsronde van juni alsnog regionaal af te stemmen onder het huidige regime. Zo wordt voorkomen dat vertraging ontstaat, terwijl versnelling beoogd is.
Ambtelijk commentaar vanuit de Provincie Brabant Vanuit de provincie is aangegeven dat men begrijpt dat bij lopende projecten geen rekening is gehouden met de nieuwe afspraken uit de Regionale Verstedelijkings Strategie. Waar mogelijk zal gehandeld moeten worden in de geest van de nieuwe afspraken, maar waar dit echt niet mogelijk is moet dit geen belemmering vormen voor lopende projecten.
Zienswijze Roosendaal 1. Roosendaal moet als centrum-gemeente de ruimte behouden in de Regionale Verstedelijkingsstrategie voor het maken en realiseren van de gewenste schaalsprong, qua stedelijke groei en woningaantallen. Hierbij zijn een 2-tal locaties in het bijzonder van belang: a) de Spoorzone om te verdichten rondom het station en daarvoor het emplacement te kunnen uitplaatsen; b) De A58-zone, om te kunnen verdichten in bepaalde delen van bestaande wijken langs de A58 , inclusief een mogelijke aanpassing van de huidige komtraverse c.q. uitplaatsing van de autosnelweg. 2. Roosendaal wil zich qua economische groei niet langer richten op de logistieke ontwikkelingen maar meer op innovatie, verduurzaming, energietransitie en kwalitatieve verbetering van de (boven)regionale bereikbaarheid en het hierbij behorende voorzieningenniveau.
Zienswijze Bergen op Zoom
Aan de Stedelijke Regio West-Brabant-West
Het nieuwe college van Burgemeester en Wethouders van Bergen op Zoom heeft met belangstelling kennis genomen van zowel de Brabantse Verstedelijkings Strategie als van de Regionale Verstedelijkings Strategie. Wij stemmen in met de ontwikkelprincipes van de Brabantse Verstedelijkings Strategie. Wij stemmen in zijn algemeenheid ook in met de Regionale Verstedelijkings Strategie West-BrabantWest. Wij hechten er aan om, gelet op ons recent gesloten bestuursakkoord, de volgende zienswijze aan u mee te geven bij de verdere uitwerking van de Regionale Verstedelijkings Strategie WestBrabant-West naar een Regionale Investerings Agenda en een Verstedelijkings Akkoord met Rijk en Provincie: 1. Algemeen Als college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom vinden we deze nieuwe samenwerking erg belangrijk. Wij benadrukken dat wij een actieve rol willen blijven vervullen in de Stedelijke Regio. Naast het traject dat nu loopt in het kader van de Regionale Verstedelijkings Strategie pleiten wij dan voor meer gezamenlijke inspanningen op het gebied van lobby naar het Rijk, de Provincie, Europa en zeker ook naar onze grote buurgemeente Antwerpen en de provincie Zeeland. 2. Woningbouw Wij zijn blij dat er ruimte is voor extra woningbouw in West-Brabant-West. Onze ambitie reikt echter verder dan verwoord in de Regionale Verstedelijkings Strategie. Onze Regio kan dat aan.
Voor Bergen op Zoom willen wij inzetten op een groei naar 500 woningen per jaar. Uiteindelijk willen we 7000 nieuwgebouwde woningen in 2040. Wij hebben ook veel verwachtingen van de snelle bouw van flexwoningen. Hiermee kunnen wij echt iets doen voor urgente doelgroepen. Wij hebben begrip voor het feit dat woningbouw vooral gerealiseerd wordt op de 15-mnutenlocaties, maar wij vragen wel aandacht voor het feit dat er ook in de dorpskernen gebouwd moet blijven worden om deze kernen vitaal te kunnen houden. Dat geldt voor de gehele Stedelijke Regio, maar zeker ook voor de dorpskernen binnen onze gemeente. Wij zouden de hogere ambities graag opgenomen zien worden in de uiteindelijke versie van de Regionale Verstedelijkings Strategie/ Regionale Investeringsagenda/ Verstedelijkingsakkoord afspraken. 3. Bedrijvenlocaties
Aanvullend op de insteek om te komen tot een extra regionaal bedrijventerrein in Steenbergen hebben wij in ons bestuursakkoord opgenomen dat wij meer werkgelegenheid willen en daarom met de planvorming willen beginnen voor nog een extra bedrijventerrein op de Brabantse Wal, waarbij alle potentiële locaties moeten worden geanalyseerd op voor- en nadelen, waarbij wij in overleg met de gemeenteraad willen kiezen voor een locatie in Bergen op Zoom of elders op de Brabantse Wal. Daarnaast willen wij de ontwikkeling van een multimodaal bedrijventerrein bij de Wouwse Tol onderzoeken dat aangesloten kan worden op het spoor en zouden wij (de reeds in gang gezette) ontwikkeling van de nieuwe containerterminal graag willen vermelden. Wij zien deze ambities graag opgenomen worden in de uiteindelijke versie van de Regionale Verstedelijkings Strategie/ Regionale Investeringsagenda/ Verstedelijkingsakkoord afspraken. 4. Mobiliteit Wij delen de mening dat het aantal knelpunten in ons hoofdwegennet beperkt is. Maar de genoemde knelpunten vragen echt wel om oplossingen. In het traject van de A58 vragen wij nadrukkelijk aandacht voor het knooppunt Zoomland. Dat vraagt om spoedige aanpak. Hierbij gaat het in het bijzonder om de flessenhals in de A4 komende vanuit de richting Rotterdam.
Wij wensen de projectgroep verder veel succes bij de verdere uitwerking.
Zienswijze Woensdrecht
Zienswijze Steenbergen
Zienswijze Rucphen
Gisteren heeft het college van Rucphen haar opinie gegeven op de RVS. Zij hebben 1 opmerking en dat is dat er ruimte moet blijven bestaan voor woningbouw buiten de kernen in de uitleggebieden. Als die letterlijk en figuurlijke ruimte er is, dan is het volgende week een hamerstuk. Met vriendelijke groet, Jeroen Cools | Beleidsmedewerker Volkshuisvesting Gemeente Rucphen | Postbus 9 | 4715 ZG Rucphen T | E J.Cools@rucphen.nl I www.rucphen.nl
Zienswijze Waterschap Brabantse Delta
Ons DB heeft ingestemd met de 5 principes van de BVS en met het agenderen van de concept strategie WBW in BO Leefomgeving.
Klein detail is dat ons DB, net als Woensdrecht, graag nog het project ‘Wal Water’ vermeld wil hebben, maar dat lijkt mij met een simpele tekst en kaart aanpassing zo opgelost. Zo spannend is dat niet.
Met vriendelijke groet, Patrick de Rooij Senior beleidsmedewerker Waterbeleid & Plannen
T: +31 76 564 1384 E: p.de.rooij@brabantsedelta.nl W: www.brabantsedelta.nl
Bouvignelaan 5 | 4836 AA Breda | Postbus 5520 | 4801 DZ Breda