11b Bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord Dorpsstraat 186 te St. Willebrord'
Tekst van het document
Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024
Pagina 18 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. 3. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
14.2 1. 2.
3.
4.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 186 te St. Willebord".
Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024
Pagina 19 van 19
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen bij de Toelichting
bestemmingsplan DzKom St. Willebrord, Dorpsstraat 186 te St. Willebrorddz Planstatus: Datum: Plan identificatie:
vastgesteld 2024-02-20 NL.IMRO.0840.2584K0030-DEF1
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoudsopgave 1. Ecologische quickscan, Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek, rapportnummer 2008-1, 3 september 2020 2. Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, rapportnummer VL.2073.R01, 16 oktober 2020 3. Standaardadvies Brandweer 2021 4. Standaard Verantwoording Groepsrisico 5. Omgevingsdialoog 6. Nota van Beantwoording 7. Nota van Zienswijzen
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1. Ecologische quickscan, Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek, rapportnummer 2008-1, 3 september 2020
Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek J.F.G. Maassen
Herontwikkeling Dorpsstraat 186 te Sint Willebrord
Ecologische quickscan
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
2
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
J.F.G. Maassen
Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord Ecologische quickscan Datum 3-9-2020
3
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
4
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
Maassen ecologisch advies en onderzoek Jan Mosmanslaan 23 5 BB s-Hertogenbosch T 073-6410858 maassen36@ziggo.nl K.v.K 64413152 btw-id NL001289728826 rek.no NL55 INGB 0003 0208 71
Projectno. Tekst en samenstelling Foto s Foto op omslag In opdracht van
Wijze van citeren Contactpersoon Status Datum
J.F.G. Maassen J.F.G. Maassen J.F.G. Maassen Adviesbureau Schoenmakers Molenzicht 2 4881 BW Zundert J.F.G. Maassen, Herontwikkeling Dorpsstraat 186 te Sint Willebrord Mw. A. Tuijtelaars (Schoenmakers advies) Definitief 3-9-2020
© 2020 Maasse E ologis h Advies e O derzoek, s-Hertogenbosch
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, fotokopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoeklocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere verstrekte gegevens. De opdrachtgever vrijwaart Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
5
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
6
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
Inhoud 1
2
3
4
5
6
7
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Toetsingskader 1.4 Leeswijzer Het plangebied, beoogde ontwikkeling en ingrepen 2.1 Ligging van het plangebied 2.2 Inrichting en het huidig gebruik van het plangebied 2.3 Beoogde ingrepen en ontwikkelingen Wettelijk kader 3.1 Inleiding 3.2 Soortenbescherming 3.3 Gebiedsbescherming 3.5 Bijzondere provinciale beschermingszones 3.6 Rode Lijst Onderzoeksresultaat 4.1 Methodiek 4.2 Gebiedsbescherming 4.2.1 Natura 2000 4.2.2 Provinciale beschermingszones. 4.3 Soortenbescherming 4.3.1 Vaatplanten en bladmossen 4.3.2 Zoogdieren (grondgebonden) 4.3.3 Zoogdieren (vleermuizen) 4.3.4 Vogels 4.3.5 Reptielen 4.3.6 Amfibieën 4.3.7 Vissen 4.3.8 Vlinders en libellen 4.3.9 Overige ongewervelden 4.4 Bescherming houtopstanden Conclusie 5.1 Samenvatting effectenbeoordeling 5.2 Toetsing aan de Wet natuurbescherming Voorzorgsmaatregelen, mitigatie en aanbeveling 6.1 Algemene voorzorgsmaatregelen 6.2 Bijzondere voorzorg- en mitigatiemaatregelen 6.2 Aanbeveling en advies Bronnen Bijlage 1 - Toelichting soortenbescherming Bijlage 2 - Soorten van de Vogelrichtlijn Bijlage 3 - Soorten van de Habitatrichtlijn Bijlage 4 - Natio aal es her de soorte a dere soorte Bijlage 5 - Soorten met een vrijstelling
7
9 9 9 9 10 11 11 12 13 15 15 15 17 18 19 21 21 22 22 23 26 26 27 29 31 34 35 36 37 38 38 39 39 40 43 43 43 43 45 47 48 49 52 55
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
8
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie Dorpstraat 186 te Sint Willebrord de bestaande bebouwing te slopen en op het vrijgekomen grondgebied een nieuwe bebouwing van een appartementencomplex te realiseren. Het perceel waarop de herontwikkeling plaats vindt staat geregistreerd als gemeente Rucphen sectie M 2345 en heeft een oppervlak van 910 m2 De sloop van de bebouwing kan negatieve effecten hebben op beschermde soorten en hun verblijfplekken; de gehele ontwikkeling kan aantasting betekenen van hun leefgebied. Om vast te stellen in hoeverre de ontwikkeling daardoor een overtreding van de Wet natuurbescherming tot gevolg kan hebben en welke stappen mogelijk of noodzakelijk zijn om dit te voorkomen is een ecologische quickscan vereist. Adviesbureau Schoenmakers te Zundert heeft de opdracht om deze ontwikkeling mogelijk te maken binnen de gestelde wettelijke kaders en heeft Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek aangezocht om de quickscan uit te voeren.
1.2 Doelstelling Doormiddel van deze quickscan worden aanwezige beschermde natuurwaarden in beeld gebracht en de mogelijke effecten daarop als gevolg van de beoogde herontwikkeling. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Beoordeeld wordt welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland, speciale provinciale beschermingszones en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Als de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten die een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming tot gevolg kunnen hebben, wordt de noodzaak voor een ontheffingsaanvraag beoordeeld en/of doet deze quickscan aanbeveling voor vervolgstappen om overtreding van deze verbodsbepalingen te voorkomen.
1.3 Toetsingskader Deze quickscan toets aan • Wet natuurbescherming op de onderdelen o Wnb soortenbescherming: hoofdstuk o Wnb gebiedsbescherming o Wnb houtopstanden •
Provinciale regelgeving op de onderdelen o Groenblauwe mantel o Natuur Netwerk Brabant
•
Gemeentelijke regelgeving op het onderdeel o APV-bomenkap
9
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de inrichting van het plangebied, de ligging van het plangebied in de omgeving en de voorgenomen ingrepen en herontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader geschetst dat de Wet natuurbescherming en de provinciale regelgeving biedt. Hoofdstuk 4 beschrijft in het eerste onderdeel de uitvoering van het onderzoek en de methoden die hierbij gehanteerd worden. In de volgende onderdelen van dit hoofdstuk worden de gebiedsbescherming en soortenbescherming behandeld. Per gebied en soortgroep wordt behandeld welk effect de ingrepen op beschermde soorten en gebieden kunnen hebben. In hoofdstuk 5 worden de mogelijke effecten die tot een overtreding van de Wet natuurbescherming kunnen leiden op beschermde gebieden en soorten kort samengevat. Aangegeven wordt welke overtredingen van wetsartikelen mogelijk zijn en voor welke ingrepen vervolgonderzoek en/of ontheffing nodig zijn. In hoofdstuk 6 wordt aangegeven welk voorzorg- en mitigatiemaatregelen gewenst zijn om overtredingen te voorkomen.
10
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
2 HET PLANGEBIED, BEOOGDE ONTWIKKELING EN INGREPEN. 2.1 Ligging van het plangebied Fig.1. Ligging van het plangebied (binnen rode stip) binnen de bebouwde kom van Sint Willebrord in de omgeving. Luchtfoto: Google Earth
Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Sint Willebrord, een woonkern binnen de gemeente Rucphen. Het plangebied ligt in de noordelijke helft van de bebouwde kom binnen de bebouwde lint van de Dorpstraat. De Dorpstraat is de centrale ontsluitingsweg van het dorp en functioneert als de centrale winkelstraat van het dorp. De dicht bebouwde omgeving isoleert het plangebied van het buitengebied en de daar gelegen natuurlijke gebieden. Wel ligt het plangebied op een korte afstand van rond de 200 meter noordelijk van het groene hart van Sint Willebrord, de Processietuin rond de monumentale SintWillebroduskerk. Deze tuin die oorspronkelijk ingericht was voor de processiegang en in religieus opzicht nog steeds een functie heeft, functioneert voor de bewoners van Sint Willebrord vooral als stadspark. Het park bevat veel veel oude en monumentale bomen en is daardoor in ecologsich zin waardevol als leefgebied van beschermde soorten. Het enige groen in de directe omgeving rond het plangebied bestaat uit in ecologische zin weinig waardevol siergroen in particuliere tuinen. Het enige meer natuurlijk groen is te vinden in de vorm van jonge houtopslag en enkele oudere bomen op een braakliggend terrein tegenover het plangebied aan de overzijde van de Dorpsstraat.
Groene omgeving gezien vanaf het dak aan de achterkant van het gebouw.
Zicht op een braakliggend terein aan de overkant van de Dorpsstraat (foto genomen van de achterkant van het gebouw).
11
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
2.2. Inrichting en huidig gebruik van het plangebied Het plangebied betreft perceel met een grondoppervlak van 910 m2 dat grotendeels in beslag wordt genomen door de bebouwing van een pand met aanbouw waarvan de benedenverdieping als hengelsportwinkel functioneert en de bovenverdieping als woning in gebruik is. Achter het pand ligt een klein bestraat oppervlak dat als parkeerterrein voor bezoekers bestemd is. De oorspronkelijke bebouwingskern betreft een pand van twee verdiepingen hoog, zonder dakkap en van een zakelijke architectuur uit het midden van de vorige eeuw. In latere stadia is het gebouw aan de achterkant uitgebreid met laagbouw van eenzelfde zakelijk architectuur. De overgebleven ruimte achter deze bebouwing is bestraat en vanaf de Dorpsstraat bereikbaar via een oprit aan de noordelijk zijgevel van het gebouw. Dit parkeerterreintje wordt door en twee meter hoge muur van de achterliggende openbare weg, de Wim van Est weg, afgescheiden.
Voorkant
Achterkant gezien vanaf het dak van de aanbouw.
De platte daken van het complex zijn afgedekt met asfaltfolie. De dakranden van de hoge hoofdgebouw zijn afgewerkt met kunststof boeiborden; die van de aangebouwde laagbouw met metalen latten. De gehele binnenruimte is ingericht als hengelsportwinkel. Er zijn enkele nevenruimten en een kleine kelder aanwezig die als magazijn functioneren. De gehele bovenverdieping is ingericht voor bewoning. Deze gehele binnenruimte verkeert in goede staat van onderhoud, kent een ordelijke inrichting en is met gesloten deuren geheel ontoegankelijk voor beschermde soorten. Aan de buitenkant laten de muren veel tekenen van slijtage, als scheuren en gaten, zien. De raamwerken zijn aan de buitenkant voorzien van metalen rolluiken. Buiten wat spaarzame onkruiden tussen de stoeptegels ontbreekt elke vorm van begroeiing binnen het plangebied.
Oprit aan noordelijke zijgevel
Achterliggend parkeerterreintje
12
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
2.3 Beoogde ingrepen en ontwikkelingen. Fig.2.Bestaande situatie. Het plangebied is rood en de bebouwing is geel omkaderd (de gele gebroken lijn omkaderd het lage deel van de bebouwing).
Luchtfoto: Google Earth
Fig. 3 Verbeelding van de nieuwe situatie na de herontwikkeling. Bron: Schoenmakers advies.
De beoogde ontwikkelingen betreffen de volgende. -De bestaande bebouwing op het perceel wordt geheel gesloopt. -Na de sloop wordt op het perceel een appartementencomplex gebouwd. -Voor deze ontwikkeling behoeven geen houtstructuren of ander groen geamoveerd te worden. -Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling worden grondwerkzaamheden en bouwwerkzaamheden uitgevoerd. -Na de uitvoering van de bouw verkrijgt het terreindeel een nieuwe inrichting.
13
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
14
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
3. WETTELIJK KADER 3.1. Inleiding Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van soorten (soortbescherming) en bescherming van gebieden (gebiedsbescherming).
3.2 Soortenbescherming Bij de Wet Natuurbescherming gelden een aantal verbodsbepaling ter bescherming van planten- en diersoorten (zie bijlage). De wet kent twee beschermingsniveaus waarbij drie categorieën beschermde soorten worden onderscheiden. • Europees beschermde soorten volgens de Vogelrichtlijn • Europees beschermde soorten volgens de Habitatrichtlijn. • Nationaal beschermde soorten. Europees beschermde soorten Het zwaarst beschermingsniveau gelden de Europees beschermde soorten. De bescherming van vogels is op Europees niveau geformaliseerd doormiddel van de Vogelrichtlijn en die van de overige soortgroepen doormiddel van de Habitatrichtlijn. De Europese bescherming middels de Habitatrichtlijn beschermd soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Dit betreffen o.a. alle vleermuissoorten die in Nederland en Europa inheems zijn. Op deze soorten is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Voor soorten van Verdrag van Bonn bijlage II is de bescherming bij ingang van de Wet Natuurbescherming opgeheven of deze vallen onder het beschermingsregiem van nationaal beschermde soorten (zie verder bijlage 1).
Nationaal beschermde soorten ( andere soorten Voor nationaal beschermde soorten geldt een zwakker beschermingsregiem en er kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Voor alle inheemse diersoorten, beschermt of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht wil zeggen dat men deze niet onnodig mag doden, verwonden of beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht maar alleen de zorgplicht. De a dere atio ale soorte staa er eld i ijlage A en B van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 4) is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Bescherming verblijfplekken Ook er lijfplaatse a soorte uit eide ategorieë die als ast ku e orde aa ge erkt zij beschermd en worden aangeduid als jaarrond beschermde verblijfplekken. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waarnaar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts éénmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Voor soorten die onder de
15
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
Vogelrichtlijn vallen zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek (zie hoofdstuk 3.3). In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening.
Vrijstelling doormiddel van een goedgekeurde gedragscode geldt voor alle vogelsoorten en nationaal beschermde soorten, zowel voor werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud als voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling (een verschil met voorgaande wetgeving). Beschermingsregiem soorten vogelrichtlijn §3.1Wnb
Beschermingsregiem soorten Habitatrichtlijn §3.2 Wnb
Beschermingsregiem andere soorten §3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art3.5 lid 1 Het is verboden om soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden om soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen en te rapen.
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hum natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hum natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Als dergelijke garanties niet kunnen worden gegeven moet men afhankelijk van de soort en ingreep ontheffing aanvragen van artikelen geformuleerd in de Vogelrichtlijn (§3.1 Wnb), of Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb) of het beschermingsregiem Andere soorten (nationaal beschermde soorten) (§3.3 Wnb). Voor jaarrond beschermde verblijfplekken en functionele leefomgeving van soorten die onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijnen vallen is respectievelijk artikel 3.5 lid 4 en artikel 3.1 lid 2 van toepassing en geldt een verbod om de verblijfplekken en functioneel leefgebied te verstoren. De wet beschermt jaarrond beschermde verblijfplekken van nationaal beschermde soorten volgens artikel
16
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Dorpsstraat 186 Sint Willebrord
3.10 lid 1b. Bij deze categorie is, evenals bij vogels waarvan de nestelplekken niet jaarrond beschermd zijn, het verbod tot opzettelijke verstoring niet van toepassing, noch de bescherming van de fu tio ele leefo ge i g. O der de ter opzettelijk oet e ook de zg . oor aardelijke opzet verstaan; dat betekent dat de initiatiefnemer zich bewust moet zijn van de effecten van zijn handelingen. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een zorgplicht opgenomen: Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. Toetsing In tegenstelling met de voorgaande Flora en Faunawet is de bescherming in mindere mate individueel en dient de staat van instandhouding van de gehele populatie meer in aanmerking genomen te worden.
Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aa ezigheid a aa aard are alter atie e ogelijkhede • aa ezigheid a ee ettelijk ela g • de staat a i sta dhoudi g a de soort e ehoud a fu tio aliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna.
3.3 Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden •
•
De gebieden die op Europees niveau een bescherming genieten en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands). Deze gebieden vallen onder de noemer van Natura 2000 en betreffen gebieden van grote ecologische waarde. Natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze natuurgebieden en hun onderlinge verbindingen vormen een samenhangend ecologisch netwerk. De NNN is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Natura 2000-gebied Ook hier genieten de gebieden die onder een Europees beschermingsregime vallen de meest striktste bescherming.
17