CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

10i. Jaarstukken BWB 2020 definitief vastgesteld 9 april 2021

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 3 juni 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2022 en Jaarstukken 2020 Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB)16.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

457.000

-322.000

578.000

148.000

430.000

Omschrijving

Resultaat Invordering

Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 1.473.000 1.473.000 1.381.000 125.000 125.000 113.000 53.000 53.000 30.000 16.000 16.000 16.000 11.000 11.000 10.000 1.678.000 1.678.000 1.550.000

Verschil

Toelichting Het onderdeel personele lasten inclusief inhuur laat binnen dit programma een voordeel zien van € 92.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast, zoals ook in de 2e berap gemeld. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt daarom een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Het voordeel op de post directe invorderingskosten van € 36.000 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de deurwaarderswerkzaamheden met betrekking tot het buitengebied in verband met Corona door een externe partij niet hebben kunnen plaatsvinden. Daarnaast vallen de bankkosten lager uit door een aanpassing in het tarief. Bij de posten opbrengst vervolgingskosten en boete is een voordeel te zien van € 294.000. In de tweede bestuursrapportage is deze post met € 500.000 naar beneden bijgesteld. Ten tijde van het opstellen van de bestuursrapportage was namelijk nog het uitgangspunt dat in oktober het nieuwe belastingsysteem in productie zou gaan. Vanaf dat moment zouden dan geen invorderingsmaatregelen meer genomen worden, maar worden doorgeschoven naar het nieuwe jaar.

Uiteindelijk is de in productiename naar het nieuwe belastingsysteem uitgesteld, Hierdoor kon de invordering langer doorlopen en invorderingsacties worden uitgevoerd, waardoor de opbrengst vervolgingskosten en boete nu bij de jaarrekening € 294.000 hoger uitvalt dan de bijgestelde begroting.

Pagina 41 van 66

92.000 12.000 23.000 1.000 128.000

Project Waarderen op Gebruiksoppervlakte Het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is als volgt te specificeren: Omschrijving Projectkosten Door te schuiven btw Sub totaal lasten Bijdrage deelnemers Nog te betalen bedragen Sub totaal baten Resultaat WoG

Jaarrekening 2019 705.000 38.000 743.000

Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 645.000 941.000 846.000 135.000 193.000 96.000 780.000 1.134.000 942.000

Verschil 95.000 97.000 192.000

731.000 12.000 743.000

780.000 780.000

1.134.000 1.134.000

1.121.000 -179.000 942.000

-13.000 -179.000 -192.000

-

-

-

-

-

Toelichting Het project waarderen op gebruiksoppervlakte blijft in zijn totaliteit binnen de begroting. Voor het project Waarderen op Gebruiksoppervlak zien we een voordeel van € 192.000. Dit komt door een achterstand in de werkzaamheden op de oorspronkelijke planning, waardoor een deel van het taxatiewerk verschuift van 2020 naar 2021. Dit heeft geen gevolg voor de totale projectplanning. Het voordeel schuift mee naar 2021.

Overhead Het programma overhead en financiering is als volgt te specificeren: Omschrijving

Jaarrekening 2019

Primaire begr. 2020

Begroting Jaarrekenin na wijziging g 2020

Verschil

Personeel Inhuur derden Overige personele kosten Bedrijfsvoering Kantoorkosten Informatisering/automatisering Huisvesting Project WNRA Door te schuiven BTW Sub totaal lasten

1.696.000 839.000 270.000 212.000 656.000 1.779.000 912.000 13.000 1.038.000 7.415.000

2.881.000 350.000 330.000 285.000 705.000 1.890.000 930.000 980.000 8.351.000

2.946.000 350.000 345.000 265.000 715.000 1.870.000 925.000 980.000 8.396.000

2.595.000 369.000 386.000 225.000 639.000 1.888.000 929.000 1.060.000 8.091.000

351.000 -19.000 41.000 40.000 76.000 -18.000 -4.000 -80.000 305.000

Bijdragen loonkosten Bijdrage uitloopschalen Bijdrage overige goederen en diensten Sub totaal baten

74.000 180.000

100.000 200.000

100.000 200.000

116.000 168.000

16.000 -32.000

247.000

110.000

110.000

119.000

9.000

501.000

410.000

410.000

403.000

-7.000

6.914.000

7.941.000

7.986.000

7.688.000

298.000

Resultaat Overhead

Pagina 42 van 66

Toelichting lasten overhead Personeelslasten De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een overall beeld gegeven met onderscheid tussen personeelslasten in de overhead, in de programma’s en in het project waarderen op gebruiksoppervlakte. Salariskosten van het eigen personeel en inhuurkosten zijn communicerende vaten. In onderstaande tabel en toelichting worden ze daarom ook in samenhang gezien.

Personeelslasten

Loonkosten

Waarderen Heffen Invordering Overhead

2.349.000 2.503.000 1.381.000 2.427.000

Totale lasten Geraamde lasten Verschil Personeelslasten

Garantiesalarissen

Inhuur

Totaal

168.000

450.000 265.000 369.000

2.799.000 2.768.000 1.381.000 2.964.000

8.660.000 9.348.000

168.000

1.084.000

9.912.000

200.000

550.000

10.098.000

688.000

32.000

-/- 534.000

186.000

Loonkosten

Project waarderen naar oppervlakte

316.000

Totale lasten Geraamde lasten Verschil

316.000 21.000 295.000

Garantiesalarissen

Inhuur

-

Totaal

477.000

793.000

477.000 775.000 -/- 298.000

793.000 796.000 -/- 3.000

In de reguliere exploitatie resteert er een voordeel van € 186.000 op de totale personeelslasten. Dit bestaat voor een deel uit een onderschrijding van € 32.000 op de post garantiesalarissen. Deze onderschrijding heeft overigens geen effect op het jaarrekeningresultaat omdat dit ook aan de inkomstenkant tot een lagere bijdrage van deelnemers heeft geleid (zie hiervoor ‘toelichting baten overhead’ Uiteindelijk resteert een netto voordelig resultaat op de post personeelskosten van € 154.000 over 2020. Dit voordelige resultaat op de personele kosten heeft een drietal oorzaken.

1. Verschuiving in productie name nieuwe belastingsysteem (282 V) De verschuiving van de in productie name van het nieuwe belastingpakket heeft invloed gehad op de uitputting van het loonbudget, met name op de post inhuur. Een deel van de inhuur die voorzien was in die periode, heeft uiteindelijk niet de volledige werkzaamheden kunnen verrichten in het reguliere proces. Zij zijn óf niet volledig ingezet, óf ten laste gekomen van het investeringskrediet omdat de werkzaamheden zich daar uiteindelijk op toespitsten.

Pagina 43 van 66

2. Voorziening verminderde verlofopname eigen medewerkers (150 N) Het deels niet inzetten van inhuur is ook veroorzaakt door het feit dat de eigen medewerkers in het boekjaar 2020 extra uren zijn gemaakt (mede ook door de coronacrisis). Totaal betreft het hier ongeveer 1.700 extra uren. Het gevolg hiervan is echter dat een hoog verlofsaldo is meegenomen naar 2021. In dat kader is voor deze extra 1.700 verlofuren een voorziening vakantiedagen gevormd van € 150.000 ten laste van het personeelsbudget.

3. Efficiencyslag proces parkeerbezwaren van ( 22 V) Op het proces van het afhandelen parkeerbezwaren heeft een efficiencyslag plaatsgevonden. Hierdoor is uiteindelijk 1 fte minder aangetrokken om de productie te kunnen leveren. Deze efficiencyslag heeft pas in het laatste kwartaal plaatsgevonden.

Overige personele lasten (40 N) Binnen de post overige personele lasten is het resultaat € 40.000 nadelig. Dit negatieve resultaat is als volgt opgebouwd: •

Hogere uitstroomkosten

102.000 N

•

Lagere kosten werving en selectie

22.000 V

•

Lagere kosten vorming en opleiding

34.000 V

•

Lagere overige personele kosten

6.000 V

Hogere uitstroomkosten Met ingang van 1 januari 2020 is een nieuwe regeling van toepassing, met betrekking tot uitstroom van personeel. Namelijk het verstrekken van een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever of bij beëindiging van een tijdelijk contract. Hiervoor is in 2020 totaal € 38.000 uitgegeven. Daarnaast is de voorziening voormalig personeel gevoed met eenmalige storting van € 64.000 ten laste van deze post op basis van te verwachten verplichtingen in 2021 en volgende jaren..

Werving en selectie Het voordeel op de post werving en selectie komt voort uit het feit dat gebruik is gemaakt van inhuur van een externe medewerker voor dit proces, waardoor deze kosten komen ten laste van het inhuurbudget.

Vorming en opleiding Als gevolg van de corona en de implementatie van de nieuwe softwarepakketten zijn er in 2020 nauwelijks reguliere opleidingen gevolgd. De opleidingen die gevolgd zijn, hadden vooral betrekking op de nieuwe systemen, wat betekent dat de kosten vallen binnen het investeringskrediet.

Pagina 44 van 66

Bedrijfsvoering (40 V) De lagere kosten bedrijfsvoering worden met name veroorzaakt door een verminderde inzet van externe en deskundige ondersteuning. Dit heeft vooral te maken met de focus van de organisatie op de implementatie van het nieuwe belastingsysteem, de deskundigheid die daarvoor is ingehuurd is ten laste van het investeringskrediet gekomen. Daarnaast zijn door de Corona-crisis enkele lopende projecten waarbij externe begeleiding aan de orde was, tijdelijk stopgezet.

Kantoorkosten (76 V) De lagere kantoorkosten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere print- en portokosten door de verminderde productie, als gevolg van Corona, maar ook als gevolg van de overgang naar nieuwe softwarepakketten. Het bijbehorende bedrag is € 70.000. Daarnaast is er nog een aantal kleine afwijkingen zoals binnen de posten van drukwerk, papier, abonnementen en de aanschaf van kantoorartikelen. Per saldo levert dit een voordeel op van € 6.000.

Informatisering/automatisering (18 N) Het nadeel van € 18.000 is als volgt opgebouwd: Aanschaf apparatuur en programmatuur

30.000 V

Consultancykosten

6.000 V

Afschrijvingslasten automatisering

59.000 N

Overige automatiseringskosten

5.000 V

Door de implementatie van de nieuwe systemen heeft er nauwelijks overige aanschaf van nieuwe apparatuur plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor de consultancykosten. De afschrijvingslasten geven een nadelig saldo van € 59.000. Dit wordt veroorzaakt door desinvesteringen. Door de ingebruikname van de nieuwe softwarepakketten is een aantal koppelingen niet meer in het bezit van de BWB, wat tot gevolg heeft dat deze eind 2020 volledig zijn afgeschreven.

Door te schuiven BTW (80 N) De door de BWB te betalen, c.q. te ontvangen BTW, welke niet kan worden verhaald op de Belastingdienst, wordt afzonderlijk in de administratie in beeld gebracht. Deze niet te verhalen BTW kan worden doorgeschoven naar de deelnemers, met uitzondering van het Waterschap. De gemeentelijke deelnemers kunnen deze component verhalen via het BTW Compensatiefonds. Het nadeel wordt voor een deel veroorzaakt door de posten welke ten laste van het investeringskrediet worden geboekt.

Toelichting baten overhead (7 N) De baten vanuit de garantieschalen is € 32.000 nadelig. De lagere bijdrage in de garantieschalen ontstaat doordat er in de loop van de tijd mensen met een garantiesalaris vertrekken, waardoor ook de garantiebijdrage vanuit de deelnemer vervalt. Zoals ook benoemd in de toelichting op de loonkosten, valt dit nadelig saldo aan de batenkant weg tegen het voordelig saldo aan de lastenkant. Op het jaarrekeningresultaat heeft deze post dus geen invloed.

Pagina 45 van 66

Daartegenover staat dat de baten vanuit de bijdragen loonkosten en overige goederen en diensten per saldo € 25.000 voordelig zijn als gevolg van extra detacheringen in 2020.

Treasury De post treasury is te specificeren in de volgende onderdelen:

Rentelasten Sub totaal lasten

Jaarrekening 2019 16.000 16.000

Renteopbrengsten Sub totaal baten

172.000 172.000

175.000 175.000

75.000 75.000

112.000 112.000

37.000 37.000

Resultaat Treasury

-156.000

-150.000

-63.000

-98.000

35.000

Omschrijving

Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 25.000 12.000 14.000 25.000 12.000 14.000

Verschil -2.000 -2.000

Op deze post zijn onder andere de betaalde rentelasten verantwoord over de afgesloten langlopende geldleningen. De opbrengst rente ontstaat vanuit de invordering van de belastingen wanneer een te late betaling wordt uitgevoerd door de belastingplichtigen. In de periode maart tot en met juni is de rente op 0% gezet, maar daarna weer terug naar 4%. Bij de 2e bestuursrapportage zijn deze rentebaten bijgesteld als gevolg van de noodmaatregelen voor de Coronacrisis. Doordat er door Corona meer uitstel is verleend, is de renteperiode verlengd en is er uiteindelijk meer rente ontvangen.

Onvoorzien De post onvoorzien is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving Onvoorzien Sub totaal lasten

Jaarrekening 2019 -

Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 75.000 75.000 -

Verschil

Toelichting Bij de 2e bestuursrapportage is de post onvoorzien geheel afgeroomd. Dit als gevolg van de extra productie parkeerbezwaren.

Corona-effecten op de cijfers van de jaarstukken 2020 De corona uitbraak in 2020 heeft zowel een positief als negatief effect gehad op de begroting en daarnaast de uitgaven 2020. De effecten kwamen tot uiting in een lagere vergoeding woon-werkverkeer, extra kosten thuiswerkvoorzieningen, met daarnaast een vergoeding voor het thuiswerken aan de medewerkers. Maar ook zijn er in het gebouw voorzieningen getroffen om het werken op kantoor corona proof te maken, zoals het uitzetten van looproutes, aanschaf mondkapjes, dispendors etc. Totaal geeft dit een voordeel van € 11.000.

Pagina 46 van 66

-

De lasten zijn als volgt weer te geven: Omschrijving Aanschaf artikelen Corona preventie Aanpassingen automatisering Eenmalige bruto-vergoeding Lagere woonwerkvergoeding

Nadeel -9.000 -36.000 -43.000

Voordeel

Saldo

99.000

Totaal voordeel

-88.000

99.000

11.000

Daarnaast zijn er nog enkele posten benoemd die door Corona een effect op de begroting van de BWB hebben gehad. Hierbij is echter sprake van het stopzetten of verminderen van productie of diensten. Dit onderscheid is van belang, omdat dit weliswaar een positief effect heeft op de jaarrekening, maar hiertegenover staat dat de productie ook niet geleverd is. Omdat ook de implementatie van de belastingsoftware een grote impact heeft gehad op een aantal van de te noemen posten, is het exacte effect van Corona op deze posten niet te meten.

Daarom is een grove inschatting gemaakt. Omschrijving Lagere inzet externe deurwaarder Minder opleidingen Stopzetten projecten (externe en deskundige advisering) Lagere print- en portokosten a.g.v. verminderde productie

23.000 20.000 10.000 10.000

‘Voordelig' effect

63.000

De BWB heeft last gehad van de Corona-crisis, net zoals dit bij elke organisatie aan de orde is. Uiteindelijk heeft de crisis voor- en nadelen opgeleverd voor de bedrijfsvoeringskosten. Op de belastingopbrengsten is de corona-crisis van grotere impact geweest. Onder andere door wisselende en last-minute besluitvorming is de uiteindelijke oplegging van de belastingen versus de inzet die ervoor verricht is, inefficiënt geweest. De toelichting hierop is terug te vinden op pagina 15.

Bijdrage deelnemers Omschrijving Bijdrage deelnemers Sub totaal lasten

Jaarrekening 2019 12.717.000 12.717.000

Primaire Begroting Jaarrekening begr. 2020 na wijziging 2020 13.653.000 14.950.000 14.950.000 13.653.000 14.950.000 14.950.000

Verschil

Toelichting Het rekeningresultaat over 2020 valt € 560.000 lager uit dan geraamd na de 2 e begrotingswijzigingen. Op pagina 5 is een toelichting gegeven op hoofdlijnen van dit positieve resultaat. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Conform het gestelde in de Gemeenschappelijke Regeling BWB wordt het rekeningresultaat verrekend met de deelnemers op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Na vaststelling van de jaarstukken 2020 door uw algemeen bestuur zal conform artikel 33, lid 1 van de GR verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage plaatsvinden op basis van nacalculatie.

Pagina 47 van 66

-

In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2019. In kolom 2 is de ontvangen bijdrage van 2020 weergegeven. De bijdrage van 2020 op nacalculatorische basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. Het verschil tussen de ontvangen bijdrage en de te betalen bijdrage op basis van nacalculatie 2020 is te vinden in kolom 4.

Jaarrekening 2019 nacalc.

Ontvangen bijdrage 2020

Bijdrage nacalc. 2020

Te verrekenen

1

2

3

4

Bergen op Zoom

1.245.000

1.334.000

1.286.000

Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert

2.176.600 418.000 730.800 518.800 733.200 1.046.500 1.342.500 401.000 430.700 419.300

2.808.000 448.000 789.000 565.000 786.000 1.139.000 1.465.000 428.000 461.000 458.000

2.866.000 446.000 792.000 545.000 762.000 1.115.000 1.397.000 424.000 448.000 440.000

Brabantse Delta

3.677.800

4.269.000

3.869.000

-/- 400.000

Totaal

13.140.200

14.950.000

14.390.000

-/- 560.000

Omschrijving

-/- 48.000 -/-/-/-/-/-/-/-/-

58.000 2.000 3.000 20.000 24.000 24.000 68.000 4.000 13.000 18.000

De deelnemersbijdrage op nacalculatorische basis komt € 560.000 lager uit als gevolg van het rekeningresultaat over 2020. In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage ook de BTW component afzonderlijk in beeld gebracht. Vervolgens worden de meest opmerkelijke verschillen toegelicht. Bijdrage begroot na wijziging 2020 Omschrijving

Bijdrage incl. BTW

Zundert

1.334.000 2.808.000 448.000 789.000 565.000 786.000 1.139.000 1.465.000 428.000 461.000 458.000

Brabantse Delta

4.269.000

Totaal

14.950.000

Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht

Comp. BTW

80.000 199.000 28.000 48.000 35.000 51.000 69.000 90.000 27.000 28.000 28.000

Bijdrage nacalculatie 2020 Bijdrage incl. BTW

1.286.000 2.866.000 446.000 792.000 545.000 762.000 1.115.000 1.397.000 424.000 448.000 440.000

Comp. BTW

88.000 216.000 31.000 55.000 39.000 55.000 76.000 98.000 30.000 30.000 31.000

3.869.000 683.000

Pagina 48 van 66

14.390.000

749.000

Als gevolg van het positieve jaarrekeningresultaat dalen de bijdragen over het algemeen voor alle deelnemers, met uitzondering van de gemeenten Breda en Etten leur. Wat op valt is de forse daling van de bijdrage voor het Waterschap De Brabantse Delta van ruim € 400.000. Uit de toelichting op het rekeningresultaat blijkt dat het voordeel van € 560.000 grotendeels wordt veroorzaakt door hogere opbrengst vervolgingskosten van € 294.000 en lagere personele kosten tot een bedrag van € 154.000. Deze lagere personele kosten zijn als volgt opgebouwd: •

Hogere personele kosten programma Waarderen

370.000 N

•

Lagere personele kosten programma Heffen

132.000 V

•

Lagere personele kosten programma Invordering

92.000 V

•

Lagere kosten overhead

300.000 V

Zoals bekend draagt het Waterschap niet bij aan de kosten voor het programma Waarderen, zodat deze hogere personele kosten geen invloed hebben op de bijdrage van het Waterschap, maar wel op alle andere deelnemers. Daartegenover staat dat het aandeel van het waterschap voor de programma’s Heffen en Invordering ruim 50% bedraagt. De hogere opbrengst vervolgingskosten en de lagere personele kosten voor de programma’s Heffen en Invordering en deels Overhead werken daarom substantieel door voor het waterschap. Dit verklaart de substantieel lagere bijdrage € 400.000 voor het waterschap Brabantse Delta.

Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten

baten

lasten

Overhead Desinvesteringen automatisering Dotatie voorziening

123.000 59.000 64.000

Project waarderen op gebruiksoppervlakte Bijdrage project waarderen Projectkosten

942.000 942.000

Totalen incidentele baten en lasten

942.000

942.000 942.000

Mutaties reserves Er hebben geen mutaties in reserves plaatsgevonden.

Pagina 49 van 66

1.065.000

3. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Het bezoldigingsmaximum voor 2020 is bepaald op een bedrag van € 201.000 op jaarbasis. In 2020 hebben geen bezoldigingen boven deze norm plaatsgevonden. In onderstaand overzicht zijn de topfunctionarissen op persoonsnaam opgenomen.

Pagina 50 van 66

1a

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctio narissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

Gegevens 2020 bedragen x € 1

Dhr. P. Stoffelen

Mevr. A. Dirken

Functiegegevens

Directeur

Manager bedrijfsvoering

Aanvang en einde functievervulling in 2020

01/01 – 31/12

01/01 – 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

1,0

Dienstbetrekking?

ja

ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

104.929

96.782

Beloningen betaalbaar op termijn

19.230

16.812

Subtotaal

124.159

113.594

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

201.000

201.000

N.v.t.

N.v.t.

124.158

113.594

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t.

bedragen x € 1

Dhr. P. Stoffelen

Mevr. A. Dirken

Functiegegevens

Directeur

Adjunct directeur

Bezoldiging

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

Bezoldiging

Gegevens 2019

Aanvang en einde functievervulling in 2019

01/01 – 31/12

01/01 – 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

1,0

Dienstbetrekking?

ja

ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

100.760

88.059

Beloningen betaalbaar op termijn

18.034

15.279

Bezoldiging

118.794

103.338

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

194.000

194.000

Bezoldiging

118.794

103.338

Bezoldiging

Pagina 51 van 66

1d

Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder

Gegevens 2020 NAAM TOPFUNCTIONARIS

FUNCTIE

Dhr. Th.J.J.M. Schots

Voorzitter DB-AB

Mevr. G.C. Bos

DB-AB

Dhr. J. de Beer

DB-AB

Dhr C.J.A. van Dorst

DB (vanaf 17 april 2020) - AB

Dhr. P.A.M. van der Velden

AB (17 april t/m 29 mei 2020)

Mevr. P.T.C. Koenders

AB (vanaf 26 mei 2020)

Dhr. I.C.H. Jansen

AB

Dhr. G.J.A.M. de Weert

AB

Dhr. J.H.A. Mollen

AB

Dhr. M.P.C. Willemsen

AB

Dhr. T. Theunis

AB

Dhr. M.J.A.J. Lazeroms

AB

Dhr. H.S. Kielman

AB

2

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

Gegevens 2020 bedragen x € 1

Mevr. A. Dirken

Functiegegevens Functie(s) bij beëindiging dienstverband

Manager bedrijfsvoering

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Jaar waarin dienstverband is beëindigd

2020

Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband

62.070

Individueel toepasselijk maximum

75.000

Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband

62.070

Waarvan betaald in 2020

62.070

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

Pagina 52 van 66

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

3

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2020 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden. Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat, indien een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult, de instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het betreft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNTinstellingen een leidinggevende topfunctie vervult.

Pagina 53 van 66

4. BALANS PER 31 DECEMBER 2020 ACTIVA

Balans per 31-12-2020

Balans per 31-12-2019

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa

1.398.000

Investeringen met een economisch nut

1.398.000

Totaal vaste activa

963.300 963.300

1.398.000

963.300

403.900

42.600

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen

403.900

Liquide middelen

42.600

1.429.000

1.580.600

Kassaldi

1.300

700

Banksaldi

1.427.700

1.579.900

Overlopende activa

258.900

218.800

Nog te ontvangen bedragen

26.100

13.600

Vooruitbetaalde bedragen

232.800

205.200

Totaal vlottende activa

2.091.800

1.842.000

TOTAAL ACTIVA

3.489.800

2.805.300

Toelichting op aangepaste balansgegevens van 31 december 2019 Achteraf is gebleken dat in de balans van de jaarstukken 2019 enkele balansposten onjuist zijn weergegeven Dit wordt veroorzaakt doordat het rekening courantsaldo Schatkistbankieren tot een bedrag van € 2.899.500 onjuist is verwerkt. Genoemd bedrag is in 2019 en voorgaande jaren verantwoord onder de vorderingen op openbare lichamen en dient verantwoord te worden ondef Liquide middelen. Onder vorderingen op openbare lichamen dieden slechts de debiteuren verantwoord te worden tot een bedrag van € 42.600. Dit rekening courantsaldo Schatkistbankieren en het negatieve banksaldo BNG van € 1.321.200, (zie in de balans 2019 onder netto vlottende schulden korter dan 1 jaar is opgenomen) vormen samen het werkelijke banksaldo BNG op het einde van het jaar. Het gecorrigeerde bedrag onder Liquide middelen over 2019 van € 1.580.000, bestaat dus uit de volgende bedragen: Banksaldo ING Rekening courantsaldo Banksaldo BNG Totaal liquide middelen, banksaldi

1.600 2.899.500 -/- 1.321.200 1.579.900

Pagina 54 van 66

PASSIVA

Balans per 31-12-2020

Balans per 31-12-2019

VASTE PASSIVA 560.200

Eigen vermogen 560.200

Gerealiseerde resultaat

- 423.600 -423.600

239.700

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

239.700

114.700

1.255.000

Vaste schulden looptijd langer dan 1 jaar Overige leningen met een looptijd van 1 jaar of langer

114.700

1.255.000

Totaal vaste passiva

1.460.000 1.460.000

2.054.900

1.151.100

1.024.300

1.383.600

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden korter dan 1 jaar Overige schulden

1.024.300

410.600

Overlopende passiva Nog te betalen/te verrekenen bedragen

1.383.600

270.600

410.600

161.800

-

108.800

Vooruit ontvangen bedragen Totaal vlottende passiva

1.434.900

1.654.200

TOTAAL PASSIVA

3.489.800

2.805.300

Pagina 55 van 66

5. WAARDERING GRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiele vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiele vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel, daar wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van 7 december 2012.

De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden. Wanneer hiervan wordt afgeweken, is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Voorziening vakantiedagen In de jaarrekening 2020 is een voorziening vakantiedagen opgenomen voor de incidenteel extra gewerkte uren in verband met de coronacrisis door de eigen medewerkers. Deze voorziening heeft een incidenteel en derhalve geen gelijkmatige karakter, waardoor het verbod dat voorzieningen niet worden gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume (artikel 44 lid 3 BBV) niet van toepassing is op deze voorziening. Voor de reguliere opgebouwde vakantiedagen met een vergelijkbaar volume is geen voorziening opgenomen.

COVID-19 De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling van de jaarrekening 2020 zijn gebaseerd op de continuïteitsveronderstelling van de gemeenschappelijke regeling. In de regio Wuhan in China startte in december 2019 een uitbraak van het Covid-19 virus. Medio februari 2020 is dit virus in heel Europa (waaronder ook Nederland) doorgedrongen. Om het virus zo goed mogelijk te bestrijden heeft het Kabinet maatregelen getroffen, waaronder het verbieden van bijeenkomsten van (grote) groepen mensen, diverse reisverboden en de sluiting van eet- en drinkgelegenheden en sport- en

Pagina 56 van 66

fitnessclubs, scholen en kinderdagverblijven. Dit verbod was tijdelijk (deels) opgeheven, maar is op 15 december 2020 weer van kracht gegaan en zal in ieder geval tot eind maart 2021 duren (verwacht wordt dat de maatregelen na deze datum deels worden verlengd). De (nadelige) gevolgen van de Covid-19 virus lopen zodoende ook in het boekjaar 2021 door. De maatregelen om het Covid-19 virus tegen te gaan, hebben wereldwijd aanzienlijke impact op de economie en werkgelegenheid. De gevolgen voor het boekjaar 2021 en verder zijn nog niet te overzien.

Ook voor de gemeenschappelijke regeling heeft de uitbraak van het Covid-19 virus, op het moment van het opmaken van de jaarrekening 2020, directe organisatorische gevolgen c.q. onzekerheden. Deze organisatorische gevolgen c.q. onzekerheden bestaan uit: a.

Alle medewerkers werken zoveel als mogelijk vanuit huis en zijn voor onderlinge afstemming aangewezen op telefonie of digitale oplossingen.

b.

Voor de invordering is aangesloten bij de landelijke coulance-regeling om zo de belastingplichtigen die in financiële moeilijkheden zijn gekomen tegemoet te komen.

c.

Op verzoek van onze deelnemers is er uitstel mogelijk voor het opleggen van een aantal specifieke belastingen en heffingen.

Dit heeft impact op de werkzaamheden van de gemeenschappelijke regeling. Naast de bovenstaande organisatorische gevolgen heeft dit direct dan wel indirect ook financiële gevolgen c.q. onzekerheden voor onze gemeenschappelijke regeling. Voor het boekjaar 2020 zijn deze gevolgen reeds in kaart gebracht. Vanaf het boekjaar 2021 kunnen (ook) de volgende financiële gevolgen van toepassing zijn, voor zover wij kunnen overzien op het moment van het opmaken van de jaarrekening: a. Het uitstellen van de dwanginvorderingen kan een negatief effect hebben op de opbrengst vervolgingskosten. b.

Op dit moment zijn de effecten op overige budgetten nog niet volledig te overzien, dit nemen wij mee waarmee mogelijk mee in de bestuursrapportages van 2021.

De uitbraak van het Covid-19 virus heeft geen (significante) invloed op de cijfers over het boekjaar 2020. De directie heeft passende maatregelen genomen c.q. zorgt ervoor dat passende maatregelen worden genomen om de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten te waarborgen. De directie en het bestuur van de gemeenschappelijke regeling acht een duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten derhalve niet onmogelijk. De jaarrekening is dan ook opgemaakt uitgaande van de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.

Pagina 57 van 66

6. TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2020 ACTIVA

€ 1.398.000

6.1 Materiële vaste activa

In onderstaande tabel wordt het verloop van de materiële vaste activa over 2020 weergegeven. Omschrijving Gebouwen en terreinen Inventaris Automatisering Voertuigen Totaal materiële vaste activa

Boekwaarde VerVerAfBoekwaarde 01-01-2020 meerderingen minderingen schrijvingen 31-12-2020 292.900 57.200 235.700 87.400 13.900 29.500 71.800 570.000 735.800 59.200 161.100 1.085.500 13.000 8.000 5.000 963.300 749.700 59.200 255.800 1.398.000

De vermeerdering van de post automatisering met € 749.700 bestaat hoofdzakelijk uit de kosten implementatie software naar aanleiding van de aanbestedingen. De vermindering heeft betrekking op de desinvestering van koppelingen met de oude softwarepakketten.

6.2 Uitzettingen korter dan een jaar

€ 2.887.500

De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2020 heeft betrekking op: · •

Vorderingen op openbare lichamen

403.900

Vorderingen op openbare lichamen De afwikkeling van de vorderingen op openbare lichamen naar de toestand per 1 maart 2021 geeft het volgende beeld: Omschrijving Debiteuren algemeen Totaal debiteuren

Vorderingen 1-1-2020

Vorderingen 31-12-2020

Ontvangsten in 2021

Vorderingen 1-3-2021

42.600 42.600

403.900 403.900

403.900 403.900

0 0

Het bedrag van € 403.900 is als volgt opgebouwd: •

Bijdrage deelnemers

•

Garantiesalarissen

400

•

Bijdrage personeel

26.500

•

Overige bijdrage

27.000

350.000

Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 403.900 aan openstaande vorderingen per 31 december 2020.

Pagina 58 van 66

€1.429.000

6.3 Liquide middelen

De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2020 is als volgt te specificeren. •

bankrekening ING

1.300

•

kas bedrijfsvoering

2.000

•

Rekening courant schatkistbankieren

•

BNG bank

•

Saldo bankrekening BNG

2.483.600 -/-1.057.900 1.425.700

Schatkistbankieren Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld ter uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 250.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekening courant verhouding.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de schatkist. In 2020 hebben alle kwartalen een overschrijding van het drempelbedrag. Dit wordt veroorzaakt doordat er na het tijdstip van afromen nog aanzienlijke bedragen ontvangen worden. In de loop van 2020 is de overschrijding van het drempelbedrag afgenomen.

Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren, verslagjaar 2020 Berekening drempelbedrag ( x € 1.000) a. Begrotingstotaal verslagjaar b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen c. Drempel is 7,5 % van begrotingstotaal onder sub b 1. Drempelbedrag (minimaal € 250.000) Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist

17.018 17.018 1.276 250 Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

34.858

38.916

27.638

25.697

91 383

91 428

92 300

92 279

Kwartaal 1 250 383

Kwartaal 2 250 428

Kwartaal 3 250 300

Kwartaal 4 250 279

133

178

50

29

d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil) e. Dagen in het kwartaal 2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten schatkist) Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren 1. Drempelbedrag voor BWB 2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist 3. Ruimte onder het drempelbedrag 4. Overschrijding van het drempelbedrag

Pagina 59 van 66

6.4 Overlopende activa

€ 258.900

De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2020 is als volgt te specificeren: •

Nog te ontvangen bedragen

26.100

•

Vooruitbetaalde bedragen

232.800

Nog te ontvangen bedragen De post nog te ontvangen bedragen per eind 2020 is als volgt te specificeren: •

Na-verrekening transactiekosten BNG 2020 24.500

•

Uitleen scanbus

1.300

•

Conversiepost

300

Vooruitbetaalde bedragen De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2020 is als volgt te specificeren: •

Huur kantoorgebouw 1e kwartaal 2021

168.400

•

Onderhoud en licenties ICT-voorzieningen 2021

45.100

•

Opleiding 2021

1.800

•

Diverse verzekeringen deel 2021

9.600

•

Diverse abonnementen 2021

7.700

•

Borgsom brandstof

200

Pagina 60 van 66

PASSIVA

6.5 Eigen vermogen

€ 560.200

De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2020 is als volgt te specificeren: •

Gerealiseerd rekeningresultaat

560.200

Rekeningresultaat 2020 Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat. De jaarrekening 2020 sluit met een positief resultaat van € 560.200. In de toelichting baten en lasten 2020 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen.

6.6 Voorzieningen

€ 239.700

De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2020 zijn als volgt te specificeren: •

Voorziening voormalig personeel

89.700

•

Voorziening vakantiedagen

150.000

Voorziening voormalig personeel Het verloop van deze voorzieningen in 2020 geeft het volgende beeld: Omschrijving Voorziening voormalig personeel 2016

Saldo 1-1-2020

Toevoeging

Onttrekking

Saldo 31-12-2020

40.500

89.200

66.000

114.700

Voorziening voormalig personeel 2020 Totaal voorziening

23.700 114.700

64.200

23.700 89.200

89.700

Op de voorziening zijn in 2020 alle werkelijke gemaakte kosten van de oorspronkelijke voorziening 2016 afgeboekt. De voorziening zoals in 2016 gevormd zou in 2020 eindigen. Door een lopend verschil van inzicht over de afrekening van de overeenkomst kan deze voorziening nog niet worden afgesloten. De voorziening wordt opgehoogd tot het bedrag van het geschil en een inschatting van de bijbehorende juridische kosten mocht het tot een gang naar de rechter komen. De inschatting is dat dit risico tot een bedrag van € 66.000 bedraagt.

Daarnaast is in 2020 een voorziening gevormd, welke betrekking heeft op een te betalen ontslagvergoeding, maar waarvan de daadwerkelijke uitbetaling in 2021 plaatsvindt.

Pagina 61 van 66

Voorziening vakantiedagen Het verloop van deze voorzieningen in 2020 geeft het volgende beeld: Omschrijving

Saldo 1-1-2020

Voorziening vakantiedagen Totaal voorziening

Toevoeging

Onttrekking

150.000 150.000

0 0

0 0

Saldo 31-12-2020 150.000 150.000

In het boekjaar 2020 zijn, als gevolg van de werkdruk en mede ook door de Corona-crisis, door de eigen medewerkers extra uren gemaakt. Totaal betreft het hier ongeveer 1.700 extra uren. Als gevolg daarvan is een hoog verlofsaldo meegenomen naar 2021. In dat kader is voor deze extra 1.700 verlofuren een voorziening vakantiedagen gevormd van € 150.000 ten laste van het personeelsbudget. € 1.255.000

6.7 Vaste schulden langer dan een jaar Omschrijving geldlening 2013 geldlening 2018 Totaal geldleningen

Saldo Toevoegingen Onttrekkingen 1-1-2020 110.000 55.000 1.350.000 150.000 1.460.000 205.000

Saldo 31-12-2020 55.000 1.200.000 1.255.000

Met betrekking tot de geldleningen is in 2020 een bedrag van € 13.600 aan rente betaald, welke ten laste van de exploitatie 2020 is gebracht.

6.8 Vlottende schulden korter dan een jaar

€ 1.024.300

De in de balans opgenomen post vlottende schulden korter dan een jaar betreft de openstaande crediteuren per 31 december 2020. De afwikkeling van de netto vlottende schulden korter dan een jaar naar de toestand per 1 maart 2021 geeft het volgende beeld: Omschrijving Netto vlottende schulden korter dan een jaar Totaal crediteuren

Saldo 1-1-2020

Schulden per 31-12-2020

Betaald in 2021

Schulden 1-3-2021

1.383.600

1.024.300

1.024.300

0

1.383.600

1.024.300

1.024.300

0

De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in: •

Afdracht loonheffing 2020

•

Afdracht pensioenpremies 2020

600

•

Schulden op openbare lichamen

4.300

•

Overige crediteuren

620.700

398.700

De afdracht loonheffing van € 620.700 aan de Belastingdienst heeft betrekking op de maand december 2020. De vervaldatum van deze post is 31 januari 2021. Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 1.024.300 aan openstaande schulden per 31 december 2020.

Pagina 62 van 66

6.9 Overlopende passiva

€ 410.600

De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2020 is als volgt te specificeren: •

Nog te betalen bedragen

410.60

Nog te betalen bedragen De post nog ter betalen bedragen per eind 2020 is als volgt te specificeren: •

inhuur derden

151.700

•

automatisering

13.500

•

huisvesting

12.200

•

bedrijfsvoering

31.400

•

overige personele kosten

17.000

•

kosten waarderen

5.800

•

project WoG

179.000

Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van de nog te betalen bedragen.

6.10 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum In maart 2021 heeft een datalek plaatsgevonden, Nadat een burger online een klantcontactformulier had ingevuld, is bij de afwikkeling daarvan binnen de organisatie een procedurefout gemaakt. Het gevolg was dat na het versturen van het antwoord op het ingediende klantcontactformulier het voor de burger ook mogelijk bleek om ook toegang te krijgen tot uploads van andere burgers.

Vervolgens heeft de betrokkene geprobeerd om de BWB daarvan op de hoogte te brengen, zowel per mail als telefonisch. De BWB heeft deze signalen in eerste instantie niet op waarde geschat en heeft daarmee niet adequaat gehandeld.

Het lek is kort daarna gedicht en er is melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Onderzocht is of er sprake is van het lekken van privacygevoelige gegevens en naar de eventuele omvang van het lekken. Tenslotte wordt met de leverancier van de website (en het klantcontactformulier) onderzocht hoe dergelijke omissies in de toekomst kunnen worden afgedekt.

Pagina 63 van 66

7. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Huisvesting Het huurcontract van het kantoorpand loopt tot 1 september 2023. De jaarlijkse huur bedraagt € 665.000. Het contract voor de schoonmaak van het gebouw loopt tot en met 2024. De jaarlijkse kosten bedragen € 72.000.

Automatisering De implementatie naar aanleiding van de aanbestedingsprocedure heeft in 2020 plaatsgevonden oor de softwarepakketten waarderen, de belastingen en financiën. De ingangsdata, bijbehorende bedragen en einddata van deze contracten zijn als volgt: betreft Waarderen Belastingen Financiën

Met ingang van 01-01-2021 01-01-2021 01-04-2020

Bedrag per jaar € 54.200 € 674.000 € 15.600

Einddatum 01-01-2027 01-01-2027 01-04-2024

De dienstverleningsovereenkomst automatisering loopt tot en met 2021. De jaarlijkse verplichting bedraagt € 706.000. Het contract met betrekking tot het zaaksysteem loopt tot en met 2023. Het bedrag is € 48.600 per jaar. Bedrijfsvoering De dienstverleningsovereenkomst Personeel & Organisatie is verlengd en loopt tot en met 2023. Het jaarlijkse bedrag is € 39.000. Objectbeheer Ten behoeve van beeldmateriaal lopen diverse contracten: looptijd tot en met december 2022, jaarlijkse verplichting € 39.000 looptijd tot en met december 2024, jaarlijkse verplichting € 144.000

Pagina 64 van 66

8. GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.

Naam taakveld

0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 0.4 Ondersteuning organisatie (Overhead) 0.5 Treasury 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten Totaal

Pagina 65 van 66

Lasten 2020

Baten 2020

0 560.000 8.091.000 14.000 9.144.000 0 17.809.000

0 403.000 112.000 17.294.000 0 17.809.000

Saldo 0 - 560.000 -7.688.000 98.000 8.150.000 0 0

BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2020 en volgende jaren Risico

Toelichting

I(ncidenteel) S(tructureel)

Risico’s primaire proces Taxeren op Vanaf 1 januari 2022 moeten de woningen wettelijk gezien getaxeerd gebruiksoppervlakte worden op basis van de gebruiksoppervlakte. Dit omvangrijk en arbeidsintensief project brengt als risico mee, dat het project niet tijdig en goed wordt afgerond. Niet tijdige en/of Voor het juist en volledig opleggen is het beschikken over tijdige en juiste onjuiste informatie informatie een basisvoorwaarde. Onjuiste data-aanlevering en koppelingen zorgen voor een risico voor het juist op kunnen leggen van aanslagen. Risico’s m.b.t. bedrijfsvoering Invullen vacatures De aantrekkende economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen. Flexibiliteit personeelsbestand

Veranderende werkzaamheden binnen de BWB -door zowel interne als externe ontwikkelingen- zorgen voor andersoortige functies dan wel voor een flexibele invulling hiervan in de toekomst.

Risico’s m.b.t. automatisering Aanbesteding De belangrijkste applicatie van de relatief complexe informatie-architectuur belastingapplicatie van de BWB dient vóór 2020 te worden vervangen. Het vinden van een geschikte leverancier en de vervolgens de implementatie brengen risico’s met zich mee. Aansprakelijkheid De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de i.v.m. AVG BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.

I

Financiële omvang

Kans

€ 1.000.000

10 %

Berekend risico € 100.000

S

€ 100.000

30 %

€ 30.000

S

€200.000

50 %

€ 100.000

S

€ 50.000

30 %

€ 15.000

I

€ 1.500.000

10 %

€ 150.000

S

€ 750.000

10 %

€ 75.000

€ 470.000

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

Pagina 66 van 66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10147308/1