CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

10b4 Buitengebied Rucphen 2020 Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen ontwerp Bijlagen bij toelichting 1

gemeenteraad 1 november 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg Zuid 51 Rucphen'21.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2

GSSD

Analytico-nr

Monster

2

13544976

MM1 02 (7-50) 08 (7-50) 11 (7-50) 12 (7-50)

Eindoordeel:

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

AW

Achtergrondwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

88,6 2,5

<20 <0,20 <3,0 8 0,061 <1,5 4,4 27 34

36,78 0,2229 5,215 14,41 0,0822 1,05 9,747 39,37 66,9

-

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430

920 13 190 190 36 190 100 530 720

<3,0 <5,0 5,8 19 14 <6,0 48 Zie bijl.

8,4 14 23,2 76 56 16,8 192

*

35

190

2600

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0196

-

0,007

0,02

0,51

1

<0,050 0,17 0,063 0,3 0,18 0,21 0,084 0,13 0,083 0,078 1,3

0,035 0,17 0,063 0,3 0,18 0,21 0,084 0,13 0,083 0,078 1,333

-

0,35

1,5

20,8

40

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

88,6 2,5 97 5,8

Gebruikte afkortingen *

AW

Uitgevoerd

Overschrijding Achtergrondwaarde

-

RG

2,5 5,8

Legenda Nr.

Oordeel

5,8

BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Datum monstername Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

21345.001 23-03-2023 2023044219 23-03-2023 28-03-2023

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds % (m/m) ds Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds mg/kg ds Kobalt (Co) Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds mg/kg ds Nikkel (Ni) Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

3

GSSD

Analytico-nr

Monster

3

13544977

MM2 01 (7-50) 05 (7-50) 07 (15-50) 10 (25-50)

Eindoordeel:

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

AW

Achtergrondwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

86,3 1,9

<20 <0,20 <3,0 6,7 <0,050 <1,5 4,3 19 33

43,4 0,2338 6,058 12,97 0,0487 1,05 10,75 28,84 71,08

-

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430

920 13 190 190 36 190 100 530 720

<3,0 <5,0 18 250 110 28 410 Zie bijl.

10,5 17,5 90 1250 550 140 2050

*

35

190

2600

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245

-

0,007

0,02

0,51

1

<0,050 <0,050 <0,050 0,11 0,072 0,086 <0,050 0,069 0,053 <0,050 0,57

0,035 0,035 0,035 0,11 0,072 0,086 0,035 0,069 0,053 0,035 0,565

-

0,35

1,5

20,8

40

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

86,3 1,9 98 4

Gebruikte afkortingen *

AW

Uitgevoerd

Overschrijding Achtergrondwaarde

-

RG

1,9 4

Legenda Nr.

Oordeel

4

BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Datum monstername Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

21345.001 23-03-2023 2023044219 23-03-2023 28-03-2023

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds mg/kg ds PCB 138 PCB 153 mg/kg ds mg/kg ds PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds mg/kg ds Anthraceen Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

4

GSSD

<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 18 <20

48,22 0,2331 6,655 6,908 0,0493 1,05 7,538 27,62 31,31

-

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430

920 13 190 190 36 190 100 530 720

<3,0 <5,0 <5,0 <11 7 <6,0 <35

8,75 14,58 14,58 32,08 29,17 17,5 102,1

-

35

190

2600

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0204

-

0,007

0,02

0,51

1

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

-

0,35

1,5

20,8

40

3

Analytico-nr

Monster MM3 02 (50-100) 02 (100-150) 04 (40-90) 08 (50-100) 11 (50-100) 11 (100-150) 11 (150-200) 12 (50-100 Voldoet aan Achtergrondwaarde

Gebruikte afkortingen groter dan Achtergrondwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

AW

Achtergrondwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

I

86,9 2,4

13544979

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

T

86,9 2,4 97 3

4

*

AW

Uitgevoerd

Nr.

-

RG

2,4 3

Legenda

Eindoordeel:

Oordeel

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Datum monstername Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

21345.001 30-03-2023 2023047953 30-03-2023 05-04-2023

Analyse

Eenheid

Metalen Barium (Ba) µg/L Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) µg/L Nikkel (Ni) µg/L µg/L Lood (Pb) Zink (Zn) µg/L Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L Xylenen (som) factor 0,7 µg/L µg/L BTEX (som) Naftaleen µg/L Styreen µg/L Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen µg/L Dichloormethaan µg/L Trichloormethaan Tetrachloormethaan µg/L µg/L Trichlooretheen µg/L Tetrachlooretheen µg/L 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L µg/L cis 1,2-Dichlooretheen µg/L trans 1,2-Dichlooretheen CKW (som) µg/L µg/L Tribroommethaan Vinylchloride µg/L µg/L 1,1-Dichlooretheen 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 1,1-Dichloorpropaan µg/L 1,2-Dichloorpropaan µg/L 1,3-Dichloorpropaan µg/L µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L Minerale olie (C12-C16) µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) µg/L Minerale olie (C35-C40) µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen µg/L

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

13557476

12-1-1 12 (250-350)

Eindoordeel:

kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

S

Streefwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20

0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21

-

0,2 0,2 0,2

0,2 7 4

15,1 504 77

30 1000 150

-

0,2

0,2

35,1

70

0,014 0,14

-

0,02 0,2

0,01 6

35 153

70 300

<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42

0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07

-

0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1

0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01

500 203 5 262 20 454 204 150 65

1000 400 10 500 40 900 400 300 130

-

0,2 0,1 0,2

0,01 0,01 0,01

2,5 5 10

630 5 10 20

-

0,6

0,8

40,4

80

<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50

7 7 7 10,5 7 7 35

-

50

50

325

600

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

-

Gebruikte afkortingen -

S

14 0,14 1,4 2,3 0,035 1,4 6,2 2,5 65

Voldoet aan Streefwaarde

*

RG

<20 <0,20 <2,0 2,3 <0,050 <2,0 6,2 2,5 65

Legenda Nr.

Oordeel

0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42

0,77 Geen oordeel mogelijk

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering AW = achtergrondwaarde S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)

voorkomen in:

Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)

Grond/sediment (mg/kg droge stof)

Stof/niveau AW

I

S

I

20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800

I.

Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)

4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140

22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

II.

Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat

3 5,5 6,0

20 50 20

100 (mg/l) 5 10 -

1500 1500 1500

III.

Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)

0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5

1,1 110 32 17 86 14 13 -

0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -

30 150 1000 70 300 2000 200 -

1,5

40

0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -

70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05

Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)

0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15

0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8

0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01

5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40

monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen

0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085

15 19 11 2,2 6,7 2,0

7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009

180 50 10 2,5 1 0,5

monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol

0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030

54 22 22 21 12

0,3 0,2 0,03 0,01 0,04

100 30 10 10 3

PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)

0,020 0,070 0,20

1 23 50 0,00018

0,01 -

0,01 6 30 -

IV.

V.

Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)

pentachlooraniline

kool-

0,000055 0,15

-

-

-

-

* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering

voorkomen in:

Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)

Grond/sediment (mg/kg droge stof)

Stof/niveau AW VI.

VII.

Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som)

Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon

I

S

I

0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40

4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -

0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -

0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3 -

0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090

2,5 4 0,71 0,45 0,017 -

0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -

0,7 50 150 50 100 -

2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0

100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -

0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -

15000 5 600 30 300 5000 630 -

Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen

Lb = Lst *

a + b * % lut.+ c * % org.st. a + b * 25 + c * 10

Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering

STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink

a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50

b

c

0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3

0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5

Organische verbindingen

Lb = Lst *

% org.st. 10

Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.

Nader onderzoek De tussenwaarde (T) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk

T = 0,5* (AW + I)

T is de tussenwaarde; AW is de achtergrondwaarde en I is de interventiewaarde.

Bijlage 6

Ligging grondwaterbeschermingsgebied

N64 0

Hoeven

Haspel

Bosbad Hoeven

HALDERBERGE

Quasar Sterrenwacht

Waterwingebied

ETTEN-LEUR

Bosschenhoofd

A5 8

Vliegveld Seppe A5 8

Hoezaar

Sint Willebrord

Mastpolder

Achterhoek

Zure Weide De Slagen

RUCPHEN Leijkens

Manege

Sprundel

Kozijnenhoek Provincie Noord-Brabant

Manege De Wildert De Posthoorn

Kaart behorende bij de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant Besluit februari 2010 Rucphen 2010

Beschermingszone Seppe Legenda Waterwingebied Molenheide Boringsvrije zone Grondwaterbeschermingsgebied:

Den Polder

Bergenput

Gemeentegrens Provinciegrens E E E E Rijksgrens

25-jaarszone 63 8

N 100-jaarszone Kamp Rucphen

Schaal 1:25.000 Tekeningnr. 25633 , november 2009 Ondergrond: DeCopyright DoodDienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn

N

10

Bijlage 2

Watertoets

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 59

Rapportage watertoets Rijksweg-Zuid 51 Rucphen

Rapportage watertoets Rijksweg-Zuid 51, Rucphen Opdrachtgever

Machinehandel J.A.J. Jansen B.V. Pastoor van Breugelstraat 144 4744 AG Bosschenhoofd

1

Rapportnummer

21345.003

Versienummer

D1

Status

Eindrapportage

Datum

31 maart 2023

Opsteller1

De heer Msc. R.R.J. Jacobs

Kwaliteitscontrole

De heer ing. R. van den Berg

AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

Daarom Econsultancy CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS .................................................................................................................................... 2

3

WATERBELEID ............................................................................................................................................ 3 3.1 3.2 3.3

4

OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................................................................. 6 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

4.8 5

Hoogteligging ................................................................................................................................. 6 Bodemopbouw ............................................................................................................................... 6 Hydrogeologie ................................................................................................................................ 6 Grondwater .................................................................................................................................... 7 Oppervlaktewater .......................................................................................................................... 8 Waterveiligheid .............................................................................................................................. 9 Ontwatering en drooglegging ...................................................................................................... 10 Ontwatering ................................................................................................................................. 11 Conclusie ......................................................................................................................................

11 Riolering ....................................................................................................................................... 11

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING............................................................................................................... 12 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

Rijksoverheid .................................................................................................................................. 3 Waterschap Brabantse Delta ......................................................................................................... 4 Gemeente Rucphen ....................................................................................................................... 5

Planvoornemen ............................................................................................................................ 12 Verhard oppervlak ....................................................................................................................... 12 Waterbergingsopgave .................................................................................................................. 13 Kwaliteit ....................................................................................................................................... 13 Riolering ....................................................................................................................................... 13

SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 14

BIJLAGEN: 1. 2. 3.

- Topografische ligging - Gegevens verkennend bodemonderzoek (21345.001) - Situatietekening

21345.003

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Machinehandel J.A.J. Jansen B.V. opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen. De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe bedrijfshal te realiseren. Voor de gronden vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020’ (vastgesteld 16-12-2020). De gronden zijn bestemd als ‘Bedrijf‘. Bij nieuwe ontwikkelingen dient onderzocht te worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Hierbij speelt vasthouden, bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. Daarnaast worden de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit hierin meegenomen en omvat het op basis van de gemaakte afwegingen een wateradvies. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen. De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit.

Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Brabantse Delta en de gemeente Rucphen). De informatie over de projectlocatie is onder andere gebaseerd op informatie uit het door Econsultancy uitgevoerd verkennend bodemonderzoek 2 en informatie verkregen van de opdrachtgever.

2

Verkennend bodemonderzoek d.d. 23 maart 2023, rapportnummer: 21345.001

21345.003 versie D1

1 / 14

2

LOCATIEGEGEVENS

De plangebied (ca. 16.500 m²) ligt aan de Rijksweg-Zuid 51, ca. 2,0 kilometer ten van de kern van Rucphen en is kadastraal bekend gemeente Rucphen, sectie U, nummers 708, 709 en 1479 (ged.). De coördinaten van een centraal punt zijn X = 96.825, Y = 396.105. Het plangebied betreft in de huidige situatie onder andere een opslagterrein voor grondverzet- en wegenbouwmachines. De projectlocatie is gelegen binnen het plangebied en is voorzien van een klinkerverharding. In figuur 2.1 is de begrenzing van de projectlocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 2.1 Ligging en begrenzing projectlocatie

21345.003 versie D1

2 / 14

3

WATERBELEID

3.1 Rijksoverheid Nationaal Water Programma 2022 - 2027 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptie De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opgenomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema’s beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in overleg met overige partners wil gaan bereiken.

Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptie het meest relevant, omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen, evenals de maatregelen die we moeten nemen om ‘klimaat adaptief’ te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met klimaat adaptief wordt bedoeld: het klimaat veerkrachtig en robuust inrichten van Nederland, gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Nederland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in Nederland. Met het nemen van klimaat robuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast, droogte en hitte beperken.

21345.003 versie D1

3 / 14

3.2 Waterschap Brabantse Delta Waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) ‘Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Brabantse Delta met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk dient in 2050 de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig te zijn. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.

Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert daarbij drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • • •

Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; Wat schoon is moet schoon blijven.

Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) Bouw of uitbreiding van woningen, bedrijven of wegen veroorzaken vaak een groei in het verharden van dak en erf. Regenwater dat op stenen of wegen valt, stroomt meestal snel via een riool of een sloot weg. Hoe meer (tuinen van) steen, hoe meer regenwater weg stroomt. Bij hevige buien kan hierdoor wateroverlast ontstaan. Bijvoorbeeld water vanuit het riool op straat, omdat deze het regenwater niet aan kan. Of overstroming van een sloot of beek. Dat geeft dan weer risico’s voor de gezondheid en kan zorgen voor bijvoorbeeld schade in- en rondom huizen. Maar ook in droge perioden zorgt al dat afvoeren voor problemen. Het regenwater krijgt niet meer de tijd om weg te zakken in de bodem en het grondwater aan te vullen. In droge zomers hebben landbouw en natuur dan water te weinig. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Voorkomen moet worden dat regenwater snel verdwijnt in het riool of in de sloot. Het waterschap gebruikt daarvoor de voorkeursvolgorde voor (schoon) regenwater: 1. 2. 3. 4. 5.

Opnieuw gebruiken; Vasthouden / in laten trekken in de grond; Water bergen; Afvoeren naar sloten of rivieren; Afvoeren naar een riool.

21345.003 versie D1

4 / 14

Keur De keur is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 ‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’). De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel ‘Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Het verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij: • • • •

Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Benodigde retentiecapaciteit (in m 3) = toename verhard oppervlak (in m 2) x gevoeligheidsfactor x 0,06. Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: • De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; • Afvoer mag niet meer bedragen dan 2/l/s/ha; • De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; • Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m2 of groter is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist. Voor plannen groter dan 10.000 m2 geldt Beleidsregel 13 ‘Afvoer door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’. Op basis van deze beleidsregel zijn plannen met een omvang van meer dan 10.000 m2 vergunningsplichtig en dient een waterhuishoudkundigplan te worden opgesteld conform de onderwerpen zoals genoemd in paragraaf 4.6 van de hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen.

3.3 Gemeente Rucphen Het (hemel)waterbeleid van de gemeente Rucphen is vastgelegd in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). De Rucphense gemeenteraad heeft op 13 december 2017 het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 (vGRP) vastgesteld. Gemeente Rucphen maakt daarnaast onderdeel uit van waterkring ‘De baronie en het Samenwerkingsverband Water West-Brabant’ (SWWB). De gemeente Rucphen streeft naar een verbeterde duurzaamheid en een vermindering van de wateroverlast door waterneutraal te bouwen. Bij nieuwbouwplannen dient het hemelwater gescheiden ingezameld te worden en mag niet meer worden aangesloten op het riool. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: infiltreren waar het kan, bufferen waar mogelijk en als het niet anders kan, dan pas afvoeren.

21345.003 versie D1

5 / 14

4

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de projectlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer (peilbeheer en aan- en afvoer van water), waterveiligheid en riolering.

4.1 Hoogteligging Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland 3, bevindt het maaiveld zich op een hoogte van ca. 9,10 m +NAP.

4.2 Bodemopbouw De originele bodem bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een veldpodzolgrond (Hn21), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. Uit locatiespecifiek onderzoek4 uitgevoerd op 23 maart 2023 blijkt de bovengrond voornamelijk te bestaan uit zwak humeus, zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand. De ondergrond bestaat uit zwak tot matig siltig, matig fijn zand. Er zijn geen storende lagen en gleyverschijnselen in de ondergrond waargenomen. In bijlage 2 zijn de gegevens van het locatiespecifiek onderzoek weergegeven.

4.3 Hydrogeologie Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. In tabel 4.1 is de hydrogeologische opbouw van de ondergrond op schematische wijze weergegeven. Tabel 4.1

Hydrogeologie

Diepte m -mv

Formatie

Typering

Bodem

0-2

Boxtel

DKL

zand

2 - 4,5

Stamproy

WVL

zand

4,5 - 5,5

Stamproy

SDL

klei

5,5 - 12

Stamproy

WVL

zand

12 - 19

Waalre

SDL

klei

> 19

Peize en Waalre

WVL

zand

DKL = deklaag WVL = watervoerende laag

3

SDL = slecht doorlatende laag

www.ahn.nl

4 Verkennend bodemonderzoek d.d. 23 maart 2023, rapportnummer 21345.003

21345.003 versie D1

6 / 14

4.4 Grondwater Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In het archief van TNO zijn in de directe nabijheid van de projectlocatie geen bruikbare grondwaterdata beschikbaar. Voor de bepaling van de locatiespecifieke grondwaterkarakteristieken is gebruik gemaakt van historische grondwaterdata van grondwatermeetpunten uit de omgeving. De historische meetreeksen van de gebruikte grondwatermeetpunten zijn geïnterpoleerd naar de projectlocatie. In tabel 4.2 zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen.

In figuur 4.1 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de geraadpleegde bronnen in noordoostelijke richting. Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor de projectlocatie ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen op ca. 7,60 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ca. 1,5 m -mv bevinden. Ten tijde van locatiespecifiek onderzoek5, uitgevoerd op 23 maart 2023, is een grondwaterstand gemeten op 1,90 m -mv. Op een afstand van ca. 1,5 km ten noordoosten van de projectlocatie bevindt zich een waterwinlocatie van Brabant Water. De projectlocatie ligt in het grondwaterbeschermingsgebied Seppe voor (niet-) freatisch grondwater. Op het uitvoeren van werkzaamheden zijn de rechtstreeks werkende regels voor het grondwaterbeschermingsgebied zoals opgenomen in de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing.

Tabel 4.2

5

Overzicht grondwaterpeilputten

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand t.o.v. locatie (m)

meetperiode

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B49F0534

ZW

950

15-01-1981 / 08-10-2020

6,60

8,20

B49F0232

ZW

70

14-10-1971 / 08-10-2020

6,30

7,70

B49F0448

NO

1.400

14-01-1972 / 05-10-2020

5,20

6,50

Verkennend bodemonderzoek, d.d. 23 maart 2023, rapportnummer 21345.003

21345.003 versie D1

7 / 14

Figuur 4.1 Situering grondwaterpeilputten

4.5 Oppervlaktewater Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op basis van de leggerkaart van waterschap Brabantse Delta is in de directe omgeving van de projectlocatie geen oppervlaktewater gelegen.

21345.003 versie D1

8 / 14

4.6 Waterveiligheid Algemeen Korte, hevige buien zullen naar verwachting steeds vaker voorkomen. Dit klimaateffect kan een grote impact hebben. In dat kader zijn gestandaardiseerde stresstesten voor wateroverlast gemaakt, waaronder de Klimaatportaal Baronie6. Met behulp van de kaarten uit de Klimaatportaal Baronie kan inzicht worden verkregen in de kwetsbaarheid van de omgeving ten gevolge van extreme regenval. De kaarten laten de gevolgen zien van computersimulaties in 3Di. De kaarten maken inzichtelijk waar wateroverlastlocaties kunnen ontstaan na extreme buien van 70 mm in 1 uur. De kans dat deze relatief zeldzame bui valt neemt toe door klimaatverandering en is statistisch gezien een in de 100 jaar. Het is mogelijk dat de gepresenteerde wateroverlast niet altijd in de praktijk (in die mate) herkend wordt. Aan de resultaten kunnen geen rechten worden ontleend, maar geven wel een goede indicatie van de te verwachten overlastlocaties bij hevige neerslag. Stroming en waterdiepte Om de stroming over maaiveld te modelleren is een 2D terreinmodel gebruikt vanuit het gefilterde en geïnterpoleerde AHN3. De BOFEK bodemkaart en de landgebruikskaart. Voor panden (bron: BAG) is in het hoogtemodel een vloerpeil van 0,15 m +mv aangenomen. Met deze aanname zijn drempels in woningen niet meegenomen.

Begaanbaarheid wegen Bij hevige regenval kan het water op straat zo hoog komen dat wegen onbegaanbaar worden. In de Klimaatportaal zijn wegen geclassificeerd als ‘begaanbaar’ (groen) als er een maximale waterdiepte is van 10 cm. Bij waterdieptes tussen de 10 en 25 cm zijn de wegen geclassificeerd als ‘begaanbaar voor calamiteiten verkeer’ (geel). Wegen met waterdieptes van 25 cm en meer zijn ‘onbegaanbaar’ (rood). Risico op water in panden Bij hevige neerslag kan de waterdiepte bij een pand zo hoog worden dat het water naar binnen stroomt en schade veroorzaakt. Voor schade in panden is de volgende klasseindeling aangehouden:   

Laag risico: 0-10 cm waterdiepte tegen de gevel; Middelgroot risico: 10-25 cm waterdiepte tegen de gevel; Hoog risico: meer dan 25 cm waterdiepte tegen de gevel;

figuur 4.3 laat voor de projectlocatie het resultaat van de klimaattest zien voor een extreme bui van 70 millimeter in 1 uur. Het resultaat laat zien dat voornamelijk het westelijke deel van de projectlocatie gevoelig is voor wateroverlast. Het overige deel van opslagterrein is plaatselijk licht gevoelig voor wateroverlast.

6

https://www.klimaatportaalbaronie.nl/gemeente/rucphen/rucphen/

21345.003 versie D1

9 / 14

Figuur 4.3 Klimaattest, bui 70 mm in 1 uur (bron: Klimaatportaal Baronie)

4.7 Ontwatering en drooglegging Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen.

Figuur 4.4 Ontwatering en drooglegging

21345.003 versie D1

10 / 14

Ontwatering De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn: • • • • •

Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruipruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:

0,7 m 0,3 m 0,5 m 1,0 m 0,7 m

Conclusie Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van ca. 9,10 m +NAP. De GHG is ingeschat op 7,60 m +NAP. De ontwatering is ten aanzien van huidige maaiveldniveau voldoende. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen ca. 20 cm hoger aan te leggen dan het huidige maaiveld.

4.8 Riolering Het perceel waarbinnen de projectlocatie is gelegen is in de huidige situatie aangesloten op het gemeentelijk drukriool in de Rijksweg-Zuid. Vanwege de doelmatige werking van een druk riolering is het niet toegestaan om hierop hemelwater af te voeren.

21345.003 versie D1

11 / 14

5

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING

5.1 Planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens de locatie te herontwikkelen. De herontwikkeling voorziet in de realisatie van een bedrijfshal (1.600 m2). In figuur 5.1 is een impressie van het planvoornemen weergegeven.

Figuur 5.1 Planvoornemen (bron: Broos ontwerp & adviesbureau)

5.2 Verhard oppervlak De projectlocatie is volledig in gebruik als opslagterrein voor grondverzet- en wegenbouwmachines, en daardoor voorzien van een klinkerverharding. Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt de huidige verharding verwijderd en voorzien van een bedrijfshal van 1.600 m2. Kortom de verhardingssituatie blijft ongewijzigd (zie tabel 5.1). Tabel 5.1

Gegevens huidig en toekomstig verhard oppervlak Type verharding

Huidig (m²)

Toekomstig (m²)

Bebouwing

0

ca. 1.600

Terreinverharding

ca. 1.600

ca. 0

Totaal

ca. 1.600

ca. 1.600

21345.003 versie D1

12 / 14

5.3 Waterbergingsopgave De projectlocatie is in de huidige situatie volledig verhard. In de nieuwe situatie is daardoor geen sprake van een toename in het verhard oppervlak met meer dan 500 m 2. Conform het beleid van waterschap Brabantse Delta en de gemeente Rucphen is ten aanzien van de ontwikkeling geen compenserende berging benodigd. Water wordt bij de verdere planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en binnen de projectlocatie verwerkt zoals in de huidige situatie het geval is. Binnen het planvoornemen vormt het klimaat adaptief ontwikkelen het uitgangspunt. Er wordt gekeken naar reële mogelijkheden om het afstromend hemelwater (gedeeltelijk) op locatie vast te houden en te infiltreren.

5.4 Kwaliteit Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk.

5.5 Riolering Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden.

21345.003 versie D1

13 / 14

6

SAMENVATTING

In onderhavige rapportage zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen voor het plan gegeven. Deze rapportage vormt de basis voor invulling van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Hiermee is invulling gegeven aan de verplichte watertoets en is gegarandeerd dat specifieke eisen van de waterbeheerders op een goede wijze in het ontwerp worden verwerkt. Aan de hand van de beschreven randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen, kan op eenduidige wijze, later het waterhuishoudkundig(inrichtings)plan worden opgesteld. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de ruimtelijke procedure van het plan.

Econsultancy 31 maart 2023

21345.003 versie D1

14 / 14

Bijlage 2 Gegevens verkennend bodemonderzoek (21345.001)

Grondwaterstromingsrichting

Projectnummer: Projectnaam: Datum Veldwerk: Schaal: Schaal akkoord: Paraaf Veldwerk: Letop: vaste punten (ook op de foto) en noordpijl!

Legenda Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv

Titel:

Locatieschets; Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen

Peilbuis PROJECT: 21345.001

Grens onderzoekslocatie

SCHAAL:

DATUM: 22-3-2023

GETEKEND: CPe

BIJLAGE: 2a

A3

Pagina 1 van 2

Profielen boringen

01

Boring: Datum veldwerk:

Datum veldwerk: 0 7

0 1

50

50

02

Boring:

23-3-2023

23-3-2023 0 7

0 Volledig klinkers, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor, Gewoelde bodem

1 50

50 2

Volledig klinkers, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, donkerzwart, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

100 3 150 4 180

5

200

200

03

Boring: Datum veldwerk:

Datum veldwerk: 0 7

1 50

50

04

Boring:

23-3-2023

0

23-3-2023 0 7

0 Volledig baksteen, Edelmanboor 1

Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

40

50 2 90

05

Boring: Datum veldwerk:

Datum veldwerk: 0 7

1 50

50

Datum veldwerk:

Datum veldwerk:

2 50

50

50

0 7

0

Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

1 50

50 2

100

100

09

Boring: Datum veldwerk:

Datum veldwerk: 0 7

1 2 50

30 50

0 7

1

Zand matig grof zwak siltig, donker beigegrijs, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

25

2 50

Volledig klinkers, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, donkerzwart, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

23-3-2023

0 Volledig klinkers, Edelmanboor

Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

10

Boring:

23-3-2023

0

Volledig klinkers, Edelmanboor

23-3-2023

Volledig klinkers, Edelmanboor Zand matig grof zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor

Zand matig fijn matig siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

08

Boring: 0 7 15

1

1 50

23-3-2023

0

0 7

Volledig klinkers, Edelmanboor

07

Boring:

Zand matig fijn sterk siltig, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, zwak koolashoudend, donkergrijs, Edelmanboor

23-3-2023

0 Zand matig fijn matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

Volledig klinkers, Edelmanboor

06

Boring:

23-3-2023

0

Zand matig fijn zwak siltig, neutraalwit, Edelmanboor

50

Volledig klinkers, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

Projectcode: 21345.001 Getekend volgens NEN 5104

Pagina 2 van 2

Profielen boringen

11

Boring: Datum veldwerk:

Datum veldwerk: 0 7

0 1

50

50 2

100

100

12

Boring:

23-3-2023

0 7

0 Volledig klinkers, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, donkerzwart, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

1

150

50

50 2

3

150

klinker Volledig klinkers, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, matig baksteenhoudend, zwak grindhoudend, donkerzwart, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

100

Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigewit, Edelmanboor

3

23-3-2023

120

Zand matig fijn zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor

4 170

4

Zand matig fijn matig siltig, donkerbeige, Edelmanboor

5 200

200

200

250

300

350

13

Boring: Datum veldwerk:

350

23-3-2023 0 7

0 1 50

50

Volledig baksteen, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, donkerzwart, Edelmanboor

Projectcode: 21345.001 Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 3 Situatietekening

2355

Voorstel nieuwe situatie De situatie geeft weer wat de meest ideale indeling zou zijn voor Machinehandel Jansen B.V. Dhr. M. Jansen wil de gemeente toegemoet komen door een groenstrook te realiseren zodat het plan landschappelijk in te passen is. Hierdoor maakt men gebruik van de vormverandering van de bestemming 'bedrijf' op het perceel. De groenstrook heeft een oppervlakte van ca. 1000m2 en zal bestaan uit een bomenrij en lage bosschages.

situatie

2773

424-F-2355

424-G-2773

2772

kadaster schaal | 1:1000

424-G-2772

859 845-U-859

Plaats nieuwe bedrijfsruimte Dhr. M. Jansen heeft aangegeven in het gesprek met de gemeente dat de voorgestelde locatie van de nieuwe bedrijfsruimte niet haalbaar is voor het functioneren van het bedrijf op het perceel. De voorgestelde locatie zorgt ervoor dat beide inritten niet meer te gebruiken zijn voor het laden en lossen met vrachtverkeer. Ook is er een LPG tank aanwezig op de aangewezen plaats.

45

-Zuid weg s k ij R

it

00 10.0

Uitr

stal

lin

aa gpl

51

li stal

708

709

845-U-708

845-U-709

LPG tank

a ts m

ngp

stal

chi

laa

nes

a ts m

ling

pla

710 845-U-710

chi

nes

m ats

ach

N ine

s

5.000 voorstel gemeente

Inrit

64.000

nieuwe bedrijfsruimte

25.000

1479 845-U-1479

1.600,00 m2

bestaande bedrijfsruimte

726 845-U-726

Situatie 1:1000 Kad. gemeente: Sectie: Nummer:

Rucphen U 709 & 1479

Principeverzoek M. Jansen |22068 | IH | 15-11-2022

Bijlage 3

Quickscan Wet natuurbescherming

bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen 87

RAPPORTAGE Quickscan Wet natuurbescherming Rijksweg-Zuid 51 Rucphen

Rapportage quickscan Wet natuurbescherming Rijksweg-Zuid 51, Rucphen

Opdrachtgever

Machinehandel J.A.J. Jansen B.V. Pastoor van Breugelstraat 144 4744 AG Bosschenhoofd

Rapportnummer

21345.004

Versienummer

D1

Status

Eindrapportage

Datum

23 maart 2023

Opsteller

Mevrouw K.A.W. Hendrix, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

De heer W.E.H.P. Kleuskens, MSc

Daarom Econsultancy KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen .................................. 4

3

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 5

4

OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ............................................................................ 6 4.1 4.2 4.3 4.4

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN .............................................................. 9 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

6

Vogels ............................................................................................................................................. 9 Vleermuizen ................................................................................................................................. 10 Overige zoogdieren ...................................................................................................................... 11 Reptielen ...................................................................................................................................... 13 Amfibieën ..................................................................................................................................... 13 Vissen ........................................................................................................................................... 13 Ongewervelden ............................................................................................................................ 13 Planten ......................................................................................................................................... 14

TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ................................................................................................ 15 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Zorgplicht ....................................................................................................................................... 6 Soortenbescherming ...................................................................................................................... 6 Gebiedsbescherming ...................................................................................................................... 7 Houtopstanden .............................................................................................................................. 8

Broedvogels .................................................................................................................................. 15 Vleermuizen ................................................................................................................................. 15 Overige zoogdieren en amfibieën ................................................................................................ 15 Overige soort(groep)en ................................................................................................................ 16

TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ............................................................................................... 17 7.1 7.2

Natura 2000 ................................................................................................................................. 17 Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................... 18

8

HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................... 19

9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................................ 20

Bijlage 1 Bijlage 2

toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming verklarende woordenlijst

21345.004

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Machinehandel J.A.J. Jansen B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming aan de Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen. De quickscan Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.

21345.004 versie D1

1 / 21

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 1.600 m²) ligt aan de Rijksweg-Zuid 51 te Rucphen. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie (rood vlak, aangegeven met de gele pijl).

De onderzoekslocatie bestaat uit een verhard terrein met grondverzet- en wegenbouwmachines. De onderzoekslocatie is omringd door weilanden en ten zuiden ligt een bosschage. Ten noordoosten van de onderzoekslocatie staat een Maple Farm tankstation en ten noorden loopt de A58. Ten noorden stroomt verder het Hollands Diep. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.6 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

21345.004 versie D1

2 / 21

Figuur 2.2 Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.

Figuur 2.3 Westzijde onderzoekslocatie.

21345.004 versie D1

Figuur 2.4 Zuidwestzijde onderzoekslocatie.

3 / 21

Figuur 2.5 Oostzijde onderzoekslocatie.

Figuur 2.6 Noordzijde onderzoekslocatie.

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe bedrijfshal te realiseren van 64 x 25 meter (zie figuur 2.7) ten gevolge van de groei van de machinehandel gevestigd op deze locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13400942/1