CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

10b TOELICHTING BP D04 COMPLEET 1

gemeenteraad 28 september 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord, Irenestraat ong. naast 63 te St. Willebrord'25.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerp bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Irenestraat ong. naast 63 te St. Willebrord

samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Projectdossier Titel

:

Ontwerp bestemmingsplan

:

Kom St. Willebrord, Irenestraat ong. naast 63 te St. Willebrord NL.IMRO.0840.2584K0035-ON01

Projectnummer

:

20200374

Versie / status

:

D04

Datum

:

3 februari 2021

AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding .................................................................................................................. 1

1.2

Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................... 1

1.3

Leeswijzer .................................................................................................................. 2

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................... 3 2.1

Bestaande situatie ...................................................................................................... 3

2.2

Planbeschrijving .......................................................................................................... 3

2.3

Verkeer en parkeren ................................................................................................... 4

BELEIDSKADER ............................................................................................................ 6 3.1

Rijksbeleid .................................................................................................................. 6

3.2

Provinciaal beleid ........................................................................................................ 7

3.3

Ontwerp omgevingsverordening ................................................................................ 12

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 12

RANDWAARDEN / ONDERZOEK / VERANTWOORDING ............................................. 19 4.1

Bodem ..................................................................................................................... 19

4.2

Geluid – wegverkeerslawaai ...................................................................................... 20

4.3

Flora en fauna .......................................................................................................... 20

4.4

Cultuurhistorie en archeologie ................................................................................... 21

4.5

Water ...................................................................................................................... 23

4.6

Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 25

4.7

Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................... 27

4.8

Externe veiligheid ..................................................................................................... 28

4.9

M.e.r.-beoordelingsplicht ........................................................................................... 29

4.10

Technische infrastructuur ....................................................................................... 29

JURIDISCHE ASPECTEN ............................................................................................. 30 5.1

Inleiding ................................................................................................................... 30

5.2

Bestemmingsregels ................................................................................................... 30

5.3

Algemene regels ....................................................................................................... 31

6

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID.......................................................................... 32

7

OVERLEG EN INSPRAAK ............................................................................................. 33

Bijlagen BIJLAGE 1 RAPPORTAGE VERKENNEND BODEMONDERZOEK IRENESTRAAT (TUSSEN 63 EN 65) TE ST. WILLEBRORD, AGEL ADVISEURS, D01, D.D. 5 OKTOBER 2020 BIJLAGE 2 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI, AGEL ADVISEURS, D.D. 8 JULI 2021, D02 BIJLAGE 3 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA, IRENESTRAAT, SINT-WILLEBRORD, BUREAU VAN NIEROP, D.D. 14 SEPTEMBER 2020, BIJLAGE 4 ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN INVENTARISEREND VELDONDERZOEK, VERKENNENDE FASE, TRANSECT-RAPPORT 2983, SINT-WILLEBRORD, IRENESTRAAT 63, D.D. 16 MAART 2021

A G E L

adviseurs BIJLAGE 5 RUCPHEN

STANDAARD VERANTWOORDING GROEPSRISICO 2019, GEMEENTE

BIJLAGE 6

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN, AGEL ADVISEURS

ruimte infra bouw milieu

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Initiatiefnemer heeft het voornemen om op het perceel gelegen aan de Irenestraat in St. Willebrord tussen nummers 63 en 65 één vrijstaande woning toe te voegen. Het planologisch kader ter plaatse van deze locatie laat dit niet toe. Om het voornemen planologisch mogelijk te maken dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen heeft op 16 juni 2020 besloten om onder voorwaarden in principe medewerking te verlenen aan het voornemen en aan een herziening van het bestemmingsplan ter plaatse. Het nieuwe ruimtelijk en functioneel kader dient te worden vastgelegd in de vorm een nieuw bestemmingsplan. De juridische en planologische verankering van de plannen is middels voorliggend bestemmingsplan gewaarborgd. De ligging van het plangebied t.o.v. de omgeving wordt geïllustreerd op onderstaande uitsnede van de topografische kaart.

Uitsnede topografische kaart met ligging plangebied (in rood)

1.2

Vigerend bestemmingsplan Op grond van het vigerende bestemmingsplan “Kom St. Willebrord”, vastgesteld door de gemeenteraad van Rucphen d.d. 27 september 2012, geldt ter plaatse van het plangebied de bestemming ‘Wonen’ zonder bouwvlak. Omdat woningen uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden opgericht, voorziet de huidige planologische situatie niet in de ontwikkeling van een nieuwe woning ter plaatse van het plangebied. In het vigerende bestemmingsplan zijn geen afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden opgenomen op basis waarvan ter plaatse een nieuwe woning kan worden gerealiseerd. 20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 1 van 33

Er moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen om de woning mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling ter plaatse van het plangebied met het oog op de realisatie van de nieuwe woning. 1.3

Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving waarin de bestaande en toekomstige situatie wordt beschreven. Vervolgens zijn de beleidskaders van de diverse overheden uiteengezet in hoofdstuk 3. De omgevingsaspecten met betrekking tot de ontwikkeling worden in hoofdstuk 4 besproken. In hoofdstuk 5 zijn de planregels nader toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt tot slot aandacht besteed aan de economische en maatschappelijke haalbaarheid van het plan.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 2 van 33

2

Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Hierbij vindt een beschrijving van de omgeving en het plangebied zelf plaats. Vervolgens is het plan beschreven.

2.1

Bestaande situatie Het plangebied, kadastraal bekend sectie T, nummers 2125, 2126 en 2117 en 2118 (beiden deels) is gelegen aan de Irenestraat in het noordoosten van de kern van St. Willebrord. De Irenestraat is gelegen aan de rand van de kern. De Irenestraat is een rustige woonstraat waarlangs aan beide zijden ruime vrijstaande woningen zijn gelegen. Deze woningen bestaan voor het grootste deel uit één bouwlaag, voorzien van een kap. Langs de Irenestraat, ter hoogte van het plangebied, ontbreekt een doorgaande groenstructuur. De locatie van de nieuwe woning betreft een onbebouwde strook grond, gelegen tussen andere woningen, die momenteel in gebruik is als siertuin. Circa 250 meter ten noorden van het plangebied ligt de rijksweg A58. De rijksweg is verdiept aangelegd en afgeschermd met een geluidwal.

Luchtfoto locatie nieuwe woning en omgeving (plangebied in rood)

2.2

Planbeschrijving Dit plan voorziet in de toevoeging van één vrijstaande woning met een garage op een perceel met een oppervlakte van 691 m2 (perceel 2125 heeft een oppervlakte van 191 m 2, perceel 2126 heeft een oppervlakte van 500 m2). De nieuwe woning is ontworpen op een onbebouwde strook tussen de bestaande woningen Irenestraat 63 en 65. Deze strook is nu in gebruik als siertuin. De strook van de kadastrale percelen 2117 en 2118 wordt gebruikt voor landschappelijke inpassing.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 3 van 33

Huisnummer 63a is een bijgebouw dat behoort bij nummer 63 (maar staat op een ander kadastraal perceel) en dat door één persoon bewoond wordt voor mantelzorg. Nummer 63a blijft ook in de nieuwe situatie bereikbaar via de bestaande garage op het terrein van nummer 63. De nieuwe woning is met de voorgevel geprojecteerd in de rooilijn van nummer 63. Daardoor ontstaat er aan de voorzijde voldoende ruimte om 3 parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Bovendien is er ruimte om aan de voorzijde van de woning een siertuin aan te leggen waarin plaats is voor enkele bomen. Een ontwerp voor de woning is nog niet gemaakt. Uitgangspunt is wel dat aansluiting wordt gezocht bij het bestaande bebouwingsbeeld. Hierbij wordt uitgegaan van een goothoogte van maximaal 4,50 meter en een bouwhoogte van maximaal 9,0 meter.

Ruimtelijk ontwerp nieuwe woning

2.3

Plattegrondtekening nieuwe woning

Verkeer en parkeren

Toetsingskader

De gemeente Rucphen heeft in haar ‘Nota Parkeernormen Rucphen 2017’ uniforme parkeernormen vastgelegd die een duidelijke richting geven aan de mate van faciliteren van parkeervoorzieningen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De Nota Parkeernormen is onderdeel van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2006 – 2016. De basis van de parkeernormennota is gevonden in de door het CROW in september 2008 uitgegeven publicatie over parkeercijfers. Deze publicatie maakt onderscheid in soorten gebieden, te weten: zeer stedelijk, sterk stedelijk, matig stedelijk, weinig stedelijk en niet-stedelijk. De door de CROW gehanteerde gebiedsindeling is voor het gehele grondgebied van de gemeente Rucphen toegepast.

Beoordeling en conclusie

De stedelijkheidsgraad van de planlocatie betreft ‘niet-stedelijk’, met een ligging in de ‘overige bebouwde kom’. Voor het aantal parkeerplaatsen en het aantal verkeersbewegingen is de bouwwijze bepalend. In dit geval betreft het een vrijstaande koopwoning.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 4 van 33

Hiervoor geldt een parkeernorm geldt van 2,3 parkeerplaats per woning. Dit is in het ontwerp vertaald naar de realisatie van 3 parkeerplaatsen, allen op eigen terrein. Op de hierboven weergegeven plattegrondtekening zijn deze parkeerplaatsen aangeduid. Voor de verkeersgeneratie geldt gemiddeld 8,2 extra motorvoertuigbewegingen per etmaal als gevolg van de toevoeging van de nieuwe woning. Dit aantal extra verkeersbewegingen kan eenvoudig door de bestaande verkeersstructuur verwerkt worden zonder dat dit tot problemen leidt. Het plan voldoet aan de normen uit de ‘Nota Parkeernormen’, waardoor het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor dit initiatief.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 5 van 33

3

Beleidskader Dit hoofdstuk gaat in op het beleid dat de verschillende overheden voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben opgesteld. Ten eerste het rijksbeleid, vervolgens het provinciale- en regionale beleid en tot slot het gemeentelijke beleid. De relevante beleidsstukken zijn beschreven, waarna is toegelicht welke onderdelen hiervan betrekking hebben op voorliggende ontwikkeling.

3.1

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. In de structuurvisie schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Op basis van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten heeft het Rijk in het verleden een selectie gemaakt van twintig ‘Nationale landschappen’. Deze landschappen weerspiegelen samen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het Rijk laat het beleid ten aanzien van landschap op land over aan provincies en wil provincies meer ruimte geven bij de afweging tussen verstedelijking en landschap, om zo meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, heeft het Rijk een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overige regels vinden hun doorwerking in de provinciale regelgeving (paragraaf 3.2). Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)

Toetsingskader

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de 'ladder' is vastgelegd dat een bestemmingsplan dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient het bestemmingsplan te voorzien in een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Art 1.1.1 van de Bro beschrijft een stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Beoordeling

Voorliggend initiatief is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en voorziet in de bouw van één woning. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleinschalige ontwikkelingen. De grens van een stedelijke ontwikkeling is voor woningbouw gelegen op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3.). De toevoeging van één woning ligt dus onder de drempelwaarde en wordt dus niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Conclusie

Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet de orde.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 6 van 33

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving

Toetsingskader

De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities van de provincie voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Beoordeling en conclusie

In de visie zijn door de provincie de doelen nog niet precies vastgelegd. Immers, diep, rond en breed kijken (zie hoofdstuk 4 in deze omgevingsvisie) is centraal uitgangspunt bij het samenspel voor de uitwerking van de visie. Dat betekent dat de provincie volop ruimte biedt voor inbreng vanuit partijen en disciplines. De omgevingsvisie agendeert en nodigt uit om hier samen mee aan de slag te gaan. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s. Die uitwerking is een opgave die op de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en de ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Steeds anticiperend op veranderende omstandigheden en beweging in Brabant. De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft echter nog niet plaatsgevonden. Het is derhalve nog niet mogelijk initiatieven te toetsen aan de omgevingsvisie. Totdat de programma’s zijn uitgewerkt, worden de initiatieven voorlopig nog getoetst aan de ‘Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014’. Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014

Toetsingskader

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) vastgesteld. De SVRO is opgebouwd uit drie onderdelen. In onderdeel A wordt de kern van de visie verwoord op ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Brabant. Het landschap en de wijze waarop dit moet worden versterkt, staan in dit onderdeel voorop. Deel B van de structuurvisie beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uitwerkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.

Beoordeling en conclusie

In de structurenkaart (zie onderstaande afbeelding) van de SVRO is een deel van het plangebied – daar waar de woning is voorzien- aangeduid als ‘Kernen in het landelijk gebied’. Het overige deel van het plangebied - daar waar de achtertuin en de groenbestemming gepland zijn- is aangeduid als ‘Gemengd landelijk gebied. De structuurvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale Interim Omgevingsverordening. In die verordening is dit beleid verder uitgewerkt in bindende regels, die in acht genomen moeten worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hierop wordt in de volgende paragraaf nader ingegaan.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 7 van 33

Kernen in landelijk gebied

Gemengd landelijk gebied

Uitsnede Structurenkaart Structuurvisie met plangebied in rood

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Toetsingskader

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Dit is een eerste stap om te komen tot een definitieve omgevingsverordening. In de Interim omgevingsverordening worden bestaande regels uit een aantal verschillende verordeningen samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening staan zowel regels voor burgers en bedrijven –de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten – als voor bestuursorganen van de overheid – de instructieregels.

Beoordeling

Krachtens de Interim omgevingsverordening zijn voor het plangebied de regels voor ‘Landelijk gebied’ van toepassing. Tevens geldt dat de regels voor gebieden aangeduid als ‘gemengd landelijk gebied’ en ‘Verstedelijking afweegbaar’ van toepassing zijn.

Uitsnede basiskaart landelijk gebied Interim Omgevingsverordening (plangebied in rood)

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 8 van 33

Uitsnede kaart stedelijke ontwikkeling en erfgoed Interim Omgevingsverordening (plangebied in rood)

Gemengd landelijk gebied: Uitgangspunt van het provinciaal beleid is dat woningen in beginsel thuishoren binnen stedelijk gebied. Het beleid is erop gericht om het verder dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Binnen Landelijk gebied zijn in principe geen nieuwe woningen toegestaan. Aangezien de regels voor gebieden aangeduid als ‘Verstedelijking afweegbaar’ ook van toepassing zijn, kan hieraan worden getoetst. Verstedelijking afweegbaar: Als er vanuit kwaliteit of kwantiteit in Stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is, dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen gebied aangeduid met ‘Verstedelijking afweegbaar’ wordt gerealiseerd. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling als bedoel in artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling omdat deze ontwikkeling een positieve bijdrage levert aan de omgevingskwaliteit ter plaatse, onder andere door de toevoeging van groen en de kwaliteitsimpuls voor het bestaande groen die geleverd wordt door de landschappelijke inpassing. Ook wordt rekening gehouden met klimaatverandering doordat hittestress zoveel mogelijk wordt beperkt en er rekening gehouden wordt met de opvang van regenwater.

Op grond van artikel 3.43 kan een bestemmingsplan, in afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, ter plaatse van ‘Verstedelijking afweegbaar’ voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. 20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 9 van 33

Binnen de kom in St. Willebrord is feitelijk geen ruimte beschikbaar voor de ontwikkeling van grondgebonden woningen. Op dit moment staat er in de kern St. Willebrord geen onroerend goed leeg of is er grond beschikbaar dat voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woningbouw. Aan de regionale woningbouwafspraken en het gemeentelijk woningbouwprogramma wordt navolgend getoetst. Met de realisatie van de woning in het plangebied wordt een open plek in het bebouwingslint ingevuld. Met de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting van het plangebied is rekening gehouden met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. De duurzame afronding van het Stedelijk Gebied wordt besproken bij het toetsingskader van artikel 3.9: kwaliteitsverbetering landschap. Kwaliteitsverbetering landschap (art. 3.9) Ieder ruimtelijke ontwikkeling in Landelijk Gebied gaat gepaard met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. 2.

Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. 3. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. 4. Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Ten behoeve van de ontwikkeling is in overleg met de gemeente een maatwerkplan voor landschappelijke inpassing opgesteld.

De daarvoor aangewezen gronden krijgen een passende bestemming. De uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan is als voorwaarde voor de realisatie van de woning in de regels opgenomen Op die manier is aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing planologisch en juridisch geborgd. De gemeente Rucphen is aangesloten bij het Regionaal Ruimtelijk Overleg West-Brabant. Afspraken over kwaliteitsverbetering zijn gemaakt in het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant. De regio heeft in het afsprakenkader drie categorieën onderscheidden:  Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist;  Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 10 van 33

aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief; Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst.

Dit plan valt binnen categorie 2 zodat de kwaliteitsverbetering kan plaatsvinden in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze zijn vastgelegd in het landschappelijke inpassingsplan. Er wordt geen toepassing gegeven aan artikel 3.9, sub 2b Iov. In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: 1. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: a. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; b. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; 2. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); 3.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De toedeling van nieuwe functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Bij dit initiatief is hiervan geen sprake. Nieuwvestiging is op grond van artikel 3.43 toegestaan. Alleen ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Of er daadwerkelijk sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties pas vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Aangezien dit plan ziet op toevoeging van 1 woning, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zodat geen toepassing hoeft te worden gegeven aan de ladder. De nieuw toe te voegen woning en het bijbehorende bouwwerk worden dicht bijeen binnen een bouwperceel voorzien. Dit bouwperceel bevindt zich tussen al bestaande andere bouwpercelen. Aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik wordt voldaan. Meerwaarderecreatie (artikel 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: 1.

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; 2. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 11 van 33

3. de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

artikel

3.9

In dit plan wordt de meerwaardecreatie gevonden in de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit doordat er landschappelijke inpassing plaatsvindt.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met de regels die in de Interim omgevingsverordening zijn gesteld. 3.3

Ontwerp omgevingsverordening Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp van de omgevingsverordening is vastgesteld om te voldoen aan de Omgevingswet. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. Uit de kaart die deel uitmaakt van deze ontwerpverordening blijkt dat het plangebied binnen de werkingssfeer van de regels voor stedelijk gebied gelegen is. Deze regels maken de toevoeging van een woning ter plaatse van het plangebied mogelijk onder de voorwaarden dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en dat er sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Zoals in de vorige paragraaf is onderbouwd, voldoet de ontwikkeling aan deze voorwaarden.

Uitsnede basiskaart instructieregels voor gemeenten (plangebied in rood)

3.4

Gemeentelijk beleid Toekomstvisie ‘Puur Rucphen 2030’

Toetsingskader

In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 12 van 33

Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 'het moet', naar samenwerking omdat 'het loont'. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in verschillende perspectieven. Voor het plan is het perspectief ‘aantrekkelijk wonen’ van toepassing. Aantrekkelijk wonen In de toekomstvisie wordt aangehaald dat de gemeente handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt voor het aantrekkelijk wonen, evenals het inspelen op behoeften van de doelgroepen. Extra aandacht gaat uit naar de jongeren en ouderen, zowel qua voorzieningen- als woningaanbod. Het tegemoetkomen aan de behoeften van deze doelgroepen is van belang voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en vitale gemeenschappen.

Beoordeling en conclusie

Dit initiatief waarbij één woning wordt toegevoegd past bij de door de gemeente geformuleerde ambities, met name die waar het gaat om aantrekkelijk wonen. Structuurvisie Rucphen 2030

Toetsingskader

Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003. Het plangebied is op de visiekaart gelegen in de aanduiding ‘zoekgebied stedelijke ontwikkeling kernen’. Binnen deze gebieden kan ook aan de woningbouwbehoefte worden voldaan. De voorkeur gaat uit naar inbreiding en nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen en niet naar verspreiding over de gehele gemeente. Rond de kernen zijn min of meer natuurlijke grenzen aangewezen voor de uiteindelijke dorpsrand. De woonvisie vormt het afwegingskader voor de woningbouwprogramma’s. Als ruimte voor nieuwe stedelijke functies noodzakelijk is en binnen de bestaande dorpsgebieden geen geschikte locaties voorhanden zijn, is ontwikkeling in deze gebieden aan de randen van de kernen mogelijk. Randvoorwaarde is een kwalitatieve afronding. De structuurvisie bevat een concrete uitwerking voor het gebied ten oosten van de bebouwde kom van St. Willebrord. Het gebied is een overgangsgebied tussen stedelijk gebied en buitengebied. Voor het gebied is het gewenst ruimtelijke kwaliteit toe te voegen en het groene karakter te versterken. Om dit te kunnen toetsen, is een kader met uitgangspunten en randvoorwaarden toegevoegd.

Voor woningbouw geldt dat er mogelijkheden zijn in de randzone (lees Irenestraat). Onderhavig plangebied ligt in de randzone. In het zoekgebied voor verstedelijking zijn mogelijkheden voor de realisatie van woningen afgewisseld met groene buffers. Voor het realiseren van woningen is landschappelijke inpassing vereist. Geformuleerde randvoorwaarden zijn: geschakeld aan bestaande linten en zelfstandige kamer (groen frame).

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 13 van 33

plangebied

Uitsnede kaart behorend bij Structuurvisie Rucphen 2030 (plangebied in rood)

Beoordeling

De geplande vrijstaande woning op het perceel aan de Irenestraat is conform de gemeentelijke structuurvisie mogelijk, de gronden liggen immers in de daarvoor aangeduide randzone. Omdat het nieuwe woonperceel tussen bestaande woonpercelen ingeklemd ligt en relatief smal is, biedt dit niet voldoende ruimte om een substantiële landschappelijke inpassing te realiseren. Het naastgelegen perceel biedt die mogelijkheden wel. Hierdoor is het mogelijk op dat perceel een groenelement te realiseren dat een wezenlijke toevoeging betekent op het bestaande groene raamwerk in de omgeving.

Conclusie

De beoogde bouw van de woning is passend binnen de gemeentelijke structuurvisie. Woonvisie

Toetsingskader

De Woonvisie gemeente Rucphen 2020 – 2024 is door de gemeenteraad vastgesteld op 11 december 2019. Hierin zijn de woningbouwopgaven samengebracht. Verder is beschreven welke aanpassingen van de bestaande voorraad en van het nieuwbouwprogramma nodig zijn in deze beleidsperiode om in de woonbehoefte van inwoners van Rucphen te kunnen voorzien.

Beoordeling en conclusie

In de woonvisie is opgenomen dat in de kern St. Willebrord in deze periode 20 nieuwe dure én middeldure woningen gebouwd mogen worden. Jaarlijks dus gemiddeld 4 woningen in deze segmenten. Dit plan voorziet in een woning in het dure segment. De gemeente heeft zelf geen plannen voor woningen in dit segment in St. Willebrord op de planning staan. Ook vanuit de particuliere sector is het gemiddeld aantal jaarlijkse woningen nog niet aangevraagd zodat de beleidsruimte nog beschikbaar is. Het initiatief is daarmee passend binnen de Woonvisie, reden waarom ook principemedewerking werd verleend.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 14 van 33

Groenstructuurplan Rucphen 2010

Toetsingskader

Met het Groenstructuurplan Gemeente Rucphen “Rucphen ‘Landschap onthuld’” zet de gemeente een beleidslijn uit voor de toekomst van het groen in de vijf kernen. Door de relatie met het landschap buiten de bebouwde kom te herstellen en meer variatie te bieden op wijkniveau wordt een duurzaam ‘frame’ aangelegd met een lange levensduur. Door groenstructuren te ontwikkelen die gerelateerd en ontleend zijn aan en geïnspireerd zijn op de ontstaansgeschiedenis, het omliggende landschap, de stedenbouwkundige opbouw en de verkeer- en ontsluitingsstructuur houden de dorpskernen hun ‘eigen’ verhaal overeind. De dorpen worden daarmee authentiek, herkenbaar en vertrouwd en antwoorden op de vraag naar een aantrekkelijke en recreatieve woon- en werkgemeente. Op de Groenstructuurkaart is het plangebied aan de Irenestraat aangegeven als onderdeel van de dorpsranden. In het Groenstructuurplan is de visie op de dorpsranden als volgt gedefinieerd: “Contact tussen dorpskern en omliggend landschap, kern en landschappelijk verweven. Vanuit de kernen bewust worden van de aanwezigheid van het omliggende landschap door daar glimpen van op te vangen. Wandelend door het buitengebied ‘weg’ zijn en het landschap in alle rust kunnen beleven.” De randen aan de achterzijden van woningen worden aangeplant met houtwallen, struweel of bosplantsoen of kunnen natte, ecologische zones worden aangelegd als buffer.

Aan de voorzijdes van woningen wordt openheid en contact met het landschap nagestreefd.

Beoordeling en conclusie

Ten behoeve van deze beoogde ontwikkeling is in afstemming met de gemeente een maatwerkoplossing voor de landschappelijke inpassing opgesteld. Omdat het nieuwe woonperceel tussen bestaande woonpercelen ingeklemd ligt en relatief smal is, biedt dit niet voldoende ruimte om een substantiële landschappelijke inpassing te realiseren. Het naastgelegen perceel biedt die mogelijkheden wel. Hierdoor is het mogelijk op dat perceel een groenelement te realiseren dat een wezenlijke toevoeging betekent op het bestaande groene raamwerk in de omgeving. De realisatie van een maatwerkoplossing voor de landschappelijke inpassing geeft invulling aan de uitgangspunten van het Groenstructuurplan met betrekking tot de dorpsranden. Deze landschappelijke inpassing wordt geborgd door middel van het toekennen van een passende bestemming aan de gronden die daarvoor worden benut en door het opnemen bij die bestemming passende regels.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 15 van 33

Uitsnede kaart behorend bij Groenstructuurplan (plangebied in rood)

Visiedocument Groenbeleid Rucphen In het Visiedocument groenbeleid (2008) geeft de gemeente aan hoe ze met beheer en onderhoud van groen omgaan en hoe deze ambities concreet kunnen worden gemaakt. In het visiedocument wordt aangegeven dat groen van grote waarde is voor aantrekkelijk wonen en leven. De kwaliteit, beleving en waardering van groen is sterk afhankelijk van ontwerpkeuzes in planvormingsprocessen. De vormgeving van het groen en hoeveelheid groen liggen hieraan te grondslag. Groene Kaart 2008 De Groene Kaart is een kaart waarop de beschermde houtopstanden zijn aangegeven getekend als vlakvormige-, lijnvormige- en puntvormige elementen, met een bijbehorend register in de vorm van inventarisatiebladen. Deze Groene Kaart geeft richting aan de uitvoering aan het groenbeleid. Het is de ambitie van de gemeente om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen over het groen te adviseren. Binnen het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig waarmee rekening dient te worden gehouden.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 16 van 33

Uitsnede Groene Kaart (plangebied in rood)

Visie duurzaamheid 2019 - 2030

Toetsingskader

De gemeente Rucphen heeft de ‘Visie Duurzaamheid 2019-2030' vastgesteld. Dit document biedt het kader voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rucphen. Het is tot stand gekomen met inbreng van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, de gemeenteraad en andere betrokkenen vanuit de gemeente en diverse afdelingen van de gemeente. Achterliggende gedachte is om duurzaamheid niet te zien als een geïsoleerd beleidsterrein maar op te pakken als een integrale opgave binnen de gemeentelijke organisatie en de samenleving. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt nadrukkelijk ingezet op meer groen en ruimte voor water. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als aantrekkelijke woongemeente. Daarnaast zorgt meer groen voor een betere leefbaarheid en gezondheid in de kernen. Door voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkelingen nadrukkelijker te sturen op voldoende groen en water is het mogelijk om deze ambitie waar te maken.

Beoordeling en conclusie

In de Visie Duurzaamheid is onder andere opgenomen dat in principe in de kom wordt voldaan aan het voorzien in 75 m2 openbaar groen per nieuwe woning. Echter door de ligging in het landelijk gebied en op basis van afspraken die in het verleden met de provincie zijn gemaakt is voor een landschappelijke inpassing gekozen. Hiermee vervalt de verplichting voor het toevoegen van 75m 2 openbaar groen. De nieuw toe te voegen woning wordt ontworpen met een zo laag mogelijk energieverbruik, volgens het BENG-uitgangspunt waarbij zoveel mogelijk aandacht wordt besteed aan het concept van duurzaam bouwen. Dit kan worden bereikt door bij het ontwerp al rekening te houden met de toe 20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 17 van 33

te passen bouwmateralen, waarbij keuzes voor duurzame materialen al in het ontwerpproces gemaakt worden. Duurzaam bouwen houdt ook in dat bij het ontwerp al nagedacht wordt en zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met hergebruik van materialen bij het bereiken van het einde van de levensduur van het nieuwe gebouw. Om de klimaatadaptatie te waarborgen zijn de mogelijkheden en maatregelen onderzocht om wateroverlast, verdroging en hittestress zoveel als mogelijk te voorkomen of hier een positieve bijdrage aan te leveren. Het minimaliseren van de verstening van het plangebied is de belangrijkste maatregel die getroffen kan worden in positieve zin bij te dragen aan klimaatadaptatie. Dit voorkomt wateroverlast, verdrogende effecten en hittestress. Bij de inrichting van het plangebied wordt dit als uitgangspunt genomen. De landschappelijke inpassing die wordt gerealiseerd draagt daar ook aan bij. Daar waar verharding van het plangebied onontkoombaar is, wordt zoveel mogelijk waterdoorlatende verharding toegepast. Het zoveel mogelijk planten van bomen in de siertuin aan de voorzijde is een mitigerende maatregel, die door de schaduwwerking zowel werking heeft op de woning dat daardoor minder opwarmt, wat weer een gunstige invloed heeft op energieverbruik, als op omliggende verharding die minder hitte zal uitstralen.

Met dit alles is gekomen tot een maatwerkoplossing die in lijn is met de Visie Duurzaamheid. Welstandsnota 2019 In de Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019 is het welstandsbeleid opgenomen. Deze nota is op 18 september 2019 door de gemeenraad vastgesteld. In de nota is opgenomen dat enkel voor rijksmonumenten, cultuurhistorische waardevolle bebouwing en Leisuregebied Binnentuin nog welstandsregels gelden. Voor het plangebied gelden derhalve geen welstandseisen.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 18 van 33

4

Randwaarden / onderzoek / verantwoording Voor het ontwikkelen en in stand houden van een leefbaar en duurzaam gebied dient bij ruimtelijke planvorming rekening gehouden te worden met de milieuhygiënische aspecten die door het plangebied en of de omgeving hiervan worden opgelegd. Door rekening te houden met deze aspecten kan een goed werk- en leefklimaat worden ontwikkeld. De milieutechnische aspecten zoals bodem, archeologie, water, luchtkwaliteit en dergelijke worden hieronder nader toegelicht.

4.1

Bodem

Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Voor locaties waar nieuwe (woning)bouwmogelijkheden zijn opgenomen, dient middels een verkennend bodemonderzoek inzicht te worden verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van een verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

Beoordeling

AGEL adviseurs heeft in september 2020 ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Dit onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd:  In de zandige bovengrond is een overschrijding van kwik boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de lemige ondergrond zijn geen overschrijdingen boven de achtergrondwaarden aangetoond.  In het grondwater is barium boven streefwaarde aangetoond.  Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek.  De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor de voorgenomen bouwactiviteiten.  Gezien de resultaten van het milieuhygiënische onderzoek is op basis van de CROW 400 op het werk geen veiligheidsklasse van toepassing.

Conclusie

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden vastgesteld dat de kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 19 van 33

4.2

Geluid – wegverkeerslawaai

Toetsingskader

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met geluidsgevoelige gebouwen (waaronder woningen), nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is alleen noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg en waarbij sprake is van geluidgevoelige bestemmingen.

Beoordeling

AGEL Adviseurs heeft een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies aangehaald. De nieuwe woning bevindt zich in de geluidzone van de Rijksweg A58, de Irenestraat en de Hoge Donk. Om deze reden is vanuit de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Voor het onderzoek wegverkeerslawaai is een rekenmodel opgesteld en zijn de geluidbelastingen berekend volgens Standaardrekenmethode 2 overeenkomstig het Rmg 2012. De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Geomilieu, versie 2020.2. Uit de berekeningen blijkt dat vanwege het verkeer op de Rijksweg A58 en de Irenestraat de hoogst toelaatbare geluidbelasting wordt overschreden, maar de maximale ontheffingswaarde niet. Omdat het treffen van geluidreducerende maatregelen voor één nieuwe woning niet reëel is, moeten hogere waarden worden vastgesteld om de nieuwe woning te kunnen realiseren. De vast te stellen hogere waarden zijn:  Rijksweg A58: 50 dB voor 1 woning  Irenestraat: 53 dB voor 1 woning Het ontwerpbesluit tot vaststelling hogere waarden wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De hogere waarden worden door het college van Rucphen vastgesteld.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatieve geluidbelasting berekend, welke varieert van 45 dB tot maximaal 59 dB. De daarbij behorende MKM L den ligt tussen de classificatie ‘goed’ en ‘matig’.

Conclusie

Ter plaatse van de ontwikkeling is het akoestisch klimaat inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit initiatief. 4.3

Flora en fauna

Toetsingskader

De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor en een gebiedsgericht spoor. De bescherming van deze twee sporen is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de natuurwetgeving.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 20 van 33

Beoordeling

Bureau Van Nierop heeft in september 2020 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies aangehaald. Het aspect stikstof wordt in een aparte paragraaf behandeld.

Soortenbescherming

De onderzoekslocatie betreft een siertuin gelegen in de bebouwde omgeving. De geplande maatregelen bestaan uit het verwijderen van de bestaande siertuin waarna er één woning wordt gerealiseerd. Gedurende het veldbezoek zijn er geen sporen van gebruik en veren/uitwerpselen aangetroffen. Gecombineerd met het feit dat de onderzoekslocatie geen waarden bevat voor dergelijke broedgevallen kan er geconcludeerd worden dat de locatie niet gebruikt wordt door soorten met jaarrond beschermde nesten. Tevens is de onderzoekslocatie als ongeschikt beoordeeld voor het gebruik door beschermde soorten uit de overige soortgroepen. Het ontbreekt de onderzoekslocatie aan waarden om het voorkomen van deze soorten te faciliteren, dit wordt onderbouwd door de ligging van de onderzoekslocatie ((nieuw)bebouwde omgeving). Een vervolgonderzoek is het kader van de geplande maatregelen is niet nodig. Er kan geconcludeerd worden dat er in de huidige situatie geen beschermde dieren of leefgebieden aanwezig zijn.

Gebiedsbescherming

De onderzoekslocatie zelf heeft geen status in het kader van de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is gelegen op ongeveer 14 kilometer afstand en betreft het gebied Ulvenhoutse bos. Gezien de afstand van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natura 2000 gebied en de lokale aard van de geplande maatregelen kan er van uit worden gegaan dat deze geen directe invloed hebben op het Natura 2000-gebied. Aanvullend is er via een berekening met de Aerius Calculator bepaald of er sprake is van een toename in de stikstofdepositie op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied als gevolg van de ontwikkeling. Er blijkt geen sprake te zijn van een toename. Het plangebied is niet gelegen in of nabij gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant.

Conclusie

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden vastgesteld dat het aspect flora en fauna geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.4

Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie

Toetsingskader

In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. De gemeente, waarbinnen de betreffende ontwikkeling plaatsvindt, is hierbij het bevoegd gezag. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in potentie) aanwezig zijn. Het provinciaal cultuurhistorisch belang bestaat uit 5 kaartlagen: regio’s, cultuurhistorische landschappen, cultuurhistorische vlakken, archeologische landschappen en complexen van cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit en om de meest waardevolle gebieden en ensembles.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 21 van 33

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart ter plaatse van het plangebied (in rood weergegeven)

Beoordeling

Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant blijkt dat het plangebied is gelegen in de regio ‘West-Brabantse Venen’ en gelegen op het archeologische landschap ‘Dekzandrug Bosschenhoofd – Hoeven’. In de ‘West-brabantse Venen’ heeft de winning en het transport van turf het landschap eeuwenlang beheerst. Hieraan herinneren de (relicten van) turfvaart en de turfhoofden. De ontginning van het veen heeft de ontwikkeling van het gebied mogelijk gemaakt. Op de afgeveende gronden worden nieuwe dorpen gesticht, landgoederen, landbouwgronden en productiebossen aangelegd. Het beleid voor het gebied richt zich op: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. 2. De relicten van de veenontginningsgeschiedenis gebruiken als inspiratiebron voor toekomstige ontwikkelingen zodat deze structuren weer zichtbaar worden in het landschap. 3. De cultuurhistorische waarden van de West-Brabantse Venen in het samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. 4. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief van het archeologisch landschap ‘Dekzandrug Bosschenhoofd – Hoeven’. In de situering en omvang van de woning wordt aansluiting gezocht op de (cultuurhistorisch) waardevolle aspecten van de bebouwing aan de Irenestraat.

Tevens zorgt een landschappelijke inpassing voor een passende aansluiting op de bestaande groenstructuren in de overgang naar het buitgebied. Het betreft hier maatwerk op perceelsniveau. Het plan is op de schaal van de hele regio een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling die geen specifieke aanknopingspunten biedt om invulling te geven aan het beleid voor de regio.

Conclusie

Deze ontwikkeling heeft geen nadelige consequenties voor de cultuurhistorische waarden van de regio ‘West-brabantse Venen’. De ontwikkeling zorgt voor een passende ruimtelijke en landschappelijke inpassing aan de Irenestraat. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor dit initiatief.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 22 van 33

Archeologie

Toetsingskader

De gemeente is verplicht om archeologische randvoorwaarden mee te nemen in planologische afwegingen. Op 18 september 2019 heeft de gemeente Rucphen de Nota Archeologie vastgesteld waarin het archeologisch beleid is opgenomen, en waarin op basis van nieuw kaartmateriaal en uitgevoerde onderzoeken het beleid is vastgesteld.

Beoordeling

Voor het plangebied geldt dat deze in beleidsgebied 2 ligt. Dit betekent dat er een archeologische zorgplicht geldt bij bodemingrepen die groter zijn dan 100 m2 en een dieper gaan dan 50 cm minus maaiveld. Transect B.V. heeft in september 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen. In het plangebied is sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van intacte archeologische resten vanaf een diepte van 50 cm -Mv (6,5 m +NAP). De voorgenomen ingrepen in het plangebied, de bouw van een woning waarvoor de ondergrond over een oppervlakte van 150 m² een nog onbekende diepte Mv geroerd zal worden, zal naar verwachting zorgen voor een aantasting van het archeologisch relevante niveau. Daarom wordt geadviseerd om voorafgaand aan de bouw van de woning een aanvullend karterend en waarderend archeologisch onderzoek uit te voeren wanneer de ingrepen hiertoe tot een diepte van meer dan 30 cm diepte reiken (zodat een buffer van 20 cm tussen de onderzijde van de funderingen en de top van het archeologisch relevante niveau blijft bestaan).

Dit kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Het onderzoek moet worden uitgevoerd conform een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Het bovenstaande vormt een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Rucphen, om op basis van de resultaten van dit rapport een selectiebesluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische waarden in het plangebied. De Regio West-Brabant heeft geadviseerd aan de gemeente in te stemmen met dit rapport. Het aspect archeologie is hiermee voldoende onderzocht in het kader van de planologische procedure. De archeologische waarden worden in dit bestemmingsplan beschermd door op de verbeelding een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ op te nemen in combinatie met een gebiedsaanduiding ‘overige zone – waarde archeologie 2’. Hierdoor blijft de verplichting tot het uitvoeren van het vervolgonderzoek in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning geborgd. Het aspect archeologie vormt dus geen belemmering voor dit initiatief. 4.5

Water

Toetsingskader

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht, mede in relatie tot de watertoets. Hierna is het relevante waterschapsbeleid beschreven. Daarnaast wordt op beknopte wijze ingegaan op de (eventuele) invloeden welke de beoogde plannen op de aanwezige waterhuishouding heeft, en middels welke maatregelen/ voorzieningen deze invloeden kunnen worden geminimaliseerd. Waterschapsbeleid Brabantse Delta 20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 23 van 33

Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Rucphen Het gaat dan om het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheersplan 2016-2021, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Het waterbeheerplan houdt rekening met de toekomst: klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot de volgende accenten:  het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren;  het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte;  inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen;  helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem;  het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen);  afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11868408/1