10b Notitie - Blijven bouwen aan Rucphen
Tekst van het document
Blijven bouwen aan Rucphen Impact woningbouwontwikkelingen op de gemeente Rucphen
Rucphen, mei 2021
2
1. Aanleiding De ambities voor woningbouw in Nederland zijn groot. De woningmarkt is volop in beweging. Er is veel behoefte aan nieuwe woningen. Dit heeft ook gevolgen voor de gemeente Rucphen. Er zijn vele initiatieven voor het bouwen van nieuwe woningen. Dat sluit goed aan bij de ambities uit de Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 en de Woonvisie. Daar wordt immers ingezet op het bouwen van voldoende woningen voor onze inwoners. De afgelopen jaren is een stijgende lijn te zien in de hoeveelheid aanvragen. Ondanks de coronapandemie heeft deze stijgende lijn zich voortgezet en is deze nog sterker geworden. De toegenomen hoeveelheid initiatieven heeft ook gevolgen voor de doorlooptijd. Om invulling te geven aan de ambities op het gebied van woningbouw is er behoefte aan extra capaciteit. In deze notitie is in beeld gebracht wat de huidige situatie is en wat de verwachtingen zijn naar de toekomst toe. Dit leidt tot een advies voor extra capaciteit. Dit zodat we kunnen blijven bouwen aan de toekomst van Rucphen!
3
2. Analyse huidige situatie Hoe groot is nu precies het aanbod aan plannen in de gemeente? In de woningbouwprogrammering zijn de plannen opgenomen waarover het college een besluit genomen heeft. Op de integrale versie van de matrix staan alle woningbouwprojecten vermeld, voor zover deze bij de gemeente bekend zijn en ook bij het college een positief principe-standpunt hebben verkregen. Ook is per project de voortgang van procedure en realisatie opgenomen. De totale woningbouwcapaciteit per 1 januari 2021 bedraagt 711 woningen. 405 Woningen zijn opgenomen in de harde plancapaciteit, dit zijn de door de gemeenteraad vastgestelde en onherroepelijke plannen. Het zachte planaanbod voor woningbouw omvat de capaciteit in ontwerpplannen en in planologische voorbereiding. De meest recente woningbouwprogrammering wordt u apart toegezonden. Ontwikkelingen die in de pijplijn zitten Naast de plannen die zijn opgenomen in de woningbouwprogrammering zijn er ook verzoeken en eerste initiatieven ingediend waar nog een standpunt over ingenomen moet worden. Bij elkaar gaat dat om in totaal 500 woningen. Dit gaat om grotere locaties hoofdzakelijk buiten de bestaande kernen. Daarnaast is te zien dat er vele verzoeken ingediend zijn voor ruimte voor ruimte woningen en verzoeken om om te schakelen van agrarisch naar wonen.
Kortom, volop ontwikkelingen! Toegenomen inkomsten ruimtelijke ordening Vanwege de toenemende hoeveelheid initiatieven is in 2018 besloten om de formatie voor ruimtelijke ordening uit te breiden. Dit is destijds gekoppeld aan de te ontvangen inkomsten aan leges ruimtelijke ordening en plankosten op het gebied van ruimtelijke ordening. Voor de volledigheid: er is een verschil tussen leges voor ruimtelijke ordening (voor bijvoorbeeld een bestemmingsplan of wijzigingsplan) en leges voor omgevingsvergunningen (zoals bouwen). Het gaat hier om leges voor ruimtelijke ordening. Er is in 2018 ingezet op uitbreiding van de vaste formatie in het belang van de continuïteit van de organisatie en kosten. Daarbij is tevens besloten dat de ontvangen middelen voor zover nodig ingezet worden voor tijdelijke formatie en dat daarover bij de bestuursrapportages en jaarrekening verantwoording wordt afgelegd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de inkomsten voor plankosten (anterieure overeenkomsten) en leges voor ruimtelijke ordening. plankosten begroot
Leges
werkelijk
begroot
werkelijk
2018
142.944
175.944
33.904
47.288
2019*
78.500
51.000
22.400
20.960
2020**
110.496
113.961
22.624
19.340
* Vanwege de uitspraak over stikstof en de onduidelijkheid hierover zijn er minder initiatieven dan begroot behandeld. ** Voor het bestemmingsplan buitengebied is totaal € 68.345 aan inkomsten ontvangen. Dit is apart geadministreerd en komt bovenop de ontvangen bedragen uit 2020. In 2020 zijn de inkomsten wederom hoger dan geraamd (mede vanwege het bestemmingsplan buitengebied en de meeliftplannen). Gelet op het aantal nieuwe initiatieven dat bekend is, de ontvangen betalingen in 2021 is het de verwachting dat in 2021 wederom meer inkomsten ontvangen worden dan begroot.
4
Analyse inkomsten omgevingsvergunningen De afgelopen periode zijn fors meer aanvragen voor omgevingsvergunningen bouwen ingediend. Dit sluit bij de eerdere uitbreiding van de formatie (in 2020 0,5 fte structureel en een tijdelijke uitbreiding van 1 fte voor 2020 en 2021). Nu is te zien dat deze tijdelijke uitbreiding een structureel karakter heeft. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de inkomsten van de leges voor de activiteiten omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan, omgevingsvergunning reguliere procedure en leges activiteit bouwen. Daarin is een forse stijging te zien tussen 2018 en 2020. Omschrijving leges Leges activiteit afwijken bestemmingsplan Leges reguliere procedure Leges activiteit bouwen
2018 begroot € 19.285
werkelijk € 14.030
2019 begroot € 19.574
werkelijk € 47.837
2020 begroot € 45.000
werkelijk € 49.428
€
8.366
€ 10.612
€ 8.491
€ 17.031
€ 15.000
€ 10.511
€ 233.450 € 261.101
€ 298.011 € 322.653
€ 362.000 € 390.065
€ 304.180 € 369.048
€ 362.000 € 422.000
€ 603.591 € 663.531
Tabel: Ontvangen inkomsten bouwleges over de periode 2018 - 2020 Gevolgen van toegenomen aantal ruimtelijke initiatieven De hoeveelheid ruimtelijke initiatieven heeft niet alleen gevolgen voor de ambtelijke capaciteit op het gebied van ruimtelijke ordening en vergunningen. Dit heeft bredere impact. Denk hierbij aan de gevolgen voor de inrichting van de openbare ruimte. Dit gaat van advisering bij ruimtelijke projecten, rioolaansluitingen en inritten, tot landmeetkundig verwerking en verwerking in de beheerssystemen. Doordat er ook ingezet wordt op nieuwe woningbouwontwikkelingen in de kernen, is vaak het risico aanwezig op juridische procedures. Dit is niet altijd te voorkomen, ondanks het zorgvuldig betrekken van inwoners. De toename in hoeveelheid juridische procedures is ook terug te zien in de hoeveelheid planschadeverzoeken. De hoeveelheid initiatieven zet ook de kwaliteit van onze dienstverlening onder druk. De doorlooptijd van ruimtelijke verzoeken wordt langer als gevolg van de hoeveelheid aanvragen. Ook het risico op fouten wordt groter vanwege de toegenomen werkdruk. Dit sluit niet aan op de gewenste dienstverlening richting onze inwoners en ondernemers. De Wet kwaliteitsborging bouwen zorgt er voor dat de taak van bouw- en woningtoezicht extern bij de initiatiefnemer komt te liggen. Deze ontwikkeling heeft daarom geen effect op de formatie bouw- en woningtoezicht.
De inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging bouwen is gekoppeld aan de invoering van de Omgevingswet. De Wet kwaliteitsborging bouwen is op dit moment nog onderwerp van discussie in de Eerste Kamer. Daarmee is er nog onzekerheid of en wanneer deze wet ingevoerd wordt. Mocht de wet later of niet ingevoerd worden, dan heeft dit gevolgen voor de formatie van bouw- en woningtoezicht. Indien hier sprake van is, informeren wij u hierover.
5
3. Toekomstverwachtingen Op basis van de huidige situatie zijn er een aantal effecten die naar verwachting tijdelijk en structureel zijn. Er is ook gekeken naar toekomstige ontwikkelingen. Corona zorgt voor meer focus op de eigen woning (structureel effect) Door corona zijn veel inwoners noodgedwongen thuis aan het werk. Dit zorgt voor een andere kijk op het gebruik van hun eigen woning. Denk hierbij aan uitbreiding en aanpassing van de woning. Ook is landelijk te zien dat vanwege de corona-pandemie minder mensen op vakantie zijn gegaan en er voor hebben gekozen om hun vakantiegeld te investeren in de eigen woning. Daarbij komt het dat de rente op dit moment historisch laag is (of zelfs negatief is bij spaarrente). De verwachting is dat dit de komende jaren niet verandert. Deze combinatie versterkt elkaar en leidt tot een toename in het aantal verzoeken. Vooraf willen inwoners vaak weten wat er mogelijk is (vergunningsvrij). Hier staan niet altijd legesinkomsten tegenover, maar is hier wel ambtelijke capaciteit mee gemoeid. Woningmarktontwikkelingen (incidenteel effect) De woningmarkt in West-Brabant is volop in beweging. De woningbouwprijzen zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Vanwege gezinsverdunning (aantal bewoners per woning) neemt dat naar de toekomst verder af.
Vanwege de hogere woningbouwprijzen in de regio, maar ook in de Randstad, zorgen voor toenemende druk in onze gemeente. Zoals eerder aangegeven zijn er volop nieuwe initiatieven variërend van een enkele woning tot een grotere uitbreiding. Aanstaande Omgevingswet (structureel effect) Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. Deze nieuwe wet vraagt meer werkzaamheden vanuit de gemeente. Dit als gevolg van de rol en de uitgebreidere integrale afstemming die de Omgevingswet van gemeenten vraagt. Denk hierbij aan afstemming met de ketenpartners (brandweer, waterschap en GGD) en het anders vormgeven van participatie. Dit zal naar verwachting meer tijd vergen. Daarnaast zullen zaken waarvoor nog een vergunning nodig is, complexer zijn waardoor de tijdsbesteding hoger is. Piek in aanvragen vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet (tijdelijk effect) Vanwege de nieuwe Omgevingswet zullen initiatiefnemers een keuze moeten maken: of een plan in procedure brengen op basis van de huidige wet (Wet ruimtelijke ordening) of wachten op de nieuwe Omgevingswet. Dit heeft gevolgen voor de hoeveelheid aan te leveren plannen. Naar verwachting zullen veel initiatiefnemers kiezen voor de huidige (bekende) wet.
Plannen die tijdig ingediend zijn, willen we tijdig in procedure brengen zodat initiatiefnemer niet geconfronteerd wordt met dubbel werk (omzetten naar systematiek Omgevingswet). Ontwikkelingen omgevingsvergunningen (structureel) De effecten van de toegenomen hoeveelheid bouwplannen is ook terug te zien in de hoeveel vergunningsaanvragen. In de jaarverslagen Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) zijn de aantallen over de jaren 2018, 2019 en 2020 in beeld gebracht. Dit is opgenomen in onderstaande tabel. De gegevens voor het lopende jaar 2021 zijn gebaseerd op de gemiddelde trend over de jaren 2018 t/m 2020. De gegevens voor 2022 zijn gebaseerd op de geprognosticeerde gegevens over 2021, waarbij de aanname is gedaan dat de Omgevingswet tot gevolg heeft dat na de gewenningsperiode gemiddeld genomen 10% meer tijd benodigd is. Deze 10% is een inschatting van de effecten van de Omgevingswet. Jaarlijks wordt aan de hand van de jaarverslagen VTH bekeken worden of er aanleiding is tot aanpassing van de legesverordening en benodigde formatie. Op basis van de tabel is te zien dat het totaal aantal benodigde uren een oplopende trend vertoond. De huidige formatie sluit niet aan bij de benodigde formatie, los van de invoering van de Omgevingswet.
6
Tabel: Huidig aantal uren 2018 tot en 2020 met inschatting aantal uren 2021 en 2022 (inclusief gevolgen Omgevingswet)
7
4. Advies Op basis van de analyse van de huidige situatie en toekomstverwachtingen, zijn een aantal adviezen geformuleerd. Inspelen op flexibiliteit Er is gekeken naar de hoeveelheid initiatieven de afgelopen jaren in relatie tot de opbrengen en kosten. Daaruit komt naar voren dat er behoefte is aan structurele middelen. Een deel van deze middelen kan dan ingezet worden voor structurele formatie en een deel voor flexibele formatie om in te kunnen spelen op de vraag. Er zal jaarlijks gemonitord worden of de benodigde structurele formatie voldoende is, of dat er extra formatie benodigd is. Bij ruimtelijke ordening is in de begroting een bedrag opgenomen wat jaarlijks ontvangen wordt voor leges en plankosten. Als er veel plannen ingediend worden, worden er meer middelen ontvangen. Om spoedig in te kunnen spelen op nieuwe verzoeken en extra inzet te kunnen inhuren, heeft uw raad ingestemd met de afspraak dat de ontvangen middelen voor zover nodig ingezet worden voor tijdelijke formatie en daar daarover bij de bestuursrapportages en jaarrekening verantwoording over af te leggen. Jaarlijks wordt aan het einde van het jaar bekeken wat er nog resteert, zodat dit overgebracht kan worden naar het volgend jaar. Dit is gedaan omdat overeenkomsten die in december gesloten worden, werk opleveren voor het nieuwe jaar waar dan de benodigde formatie voor nodig is.
Er is een vaste formatie die deels bekostigd wordt uit de ontvangsten van anterieure overeenkomsten en leges. De eventueel benodigde tijdelijke formatie wordt bekostigd uit meeropbrengsten. Voor omgevingsvergunningen geldt een dergelijke systematiek niet. Dit is wel wenselijk omdat bij een piek in de aanvragen, het nodig is om ook snel te kunnen handelen. Aanvragers betalen leges en daar staan werkzaamheden tegenover. In de begroting is jaarlijks een inschatting opgenomen van de te ontvangen leges. Van deze leges wordt de formatie en overhead bekostigd. Het advies is om net als bij ruimtelijke ordening eenzelfde aanpak te kiezen. Dit houdt in dat bij een meeropbrengst aan leges, de ontvangen middelen voor zover nodig ingezet kunnen worden voor tijdelijke formatie en daar daarover bij de bestuursrapportages en jaarrekening verantwoording af te leggen. In tegenstelling tot ruimtelijke ordening worden leges voor omgevingsvergunningen pas opgelegd bij vergunningverlening en niet direct bij de aanvraag. Het kan dus zijn dat er dus eerder tijdelijke formatie ingezet wordt omdat de inkomsten later volgen bij vergunningverlening. Omdat aanslagen voor leges pas opgelegd worden bij vergunningverlening en daarmee de werkzaamheden al verricht zijn, vindt jaarlijks geen overheveling plaats van ontvangen leges.
Wel wordt jaarlijks bekeken wat de benodigde formatie in relatie tot de te verwachten inkomsten zal zijn. Uitbreiding formatie Vanwege de toegenomen hoeveel bouwplannen is er behoefte aan extra formatie. Een deel van de formatie is structureel gewenst vanwege de hiervoor geschetste ontwikkelingen. De ervaring leert dat we de afgelopen jaren veel hebben ingehuurd. Dat leidt tot hoge kosten. In tijden van arbeidsmarktkrapte is het wenselijk om met vast personeel te werken omdat ofwel de tarieven erg hoog liggen ofwel er niet voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is. Daarbij is het mogelijk om vast personeel flexibel in te zetten voor andere taken als de hoeveelheid werk afneemt. Gevolgen voor formatie vergunningen Op basis van de waar te nemen trend uit de tabel en de verwachte effecten van de Omgevingswet, is het noodzakelijk om de formatie van vergunningen uit te breiden indien we de kwaliteit van de dienstverlening en de ambities met betrekking tot woningbouw, waar te kunnen blijven maken. Op dit moment is er 2,5 fte vaste formatie en 1 fte tijdelijke formatie (tot 1 januari 2022). De werkdruk is op dit moment erg hoog.
8
Op basis van de trend wordt voorgesteld om vanaf 2022 voor 1,5 fte structureel geld beschikbaar te stellen. Daarvan wordt 1 fte structureel ingevuld en 0,5 fte flexibel. De kosten hiervan zijn ca. € 120.000. De uitbreiding van de formatie wordt opgenomen door een gelijktijdige verhoging van de legesinkomsten (meer inkomsten doordat er meer vergunningen behandeld worden). Voorstel formatie vergunningen: 1,5 fte structureel geld – 1 fte structureel – 0,5 fte flexibel: € 120.000 - (dekking uit verhoging legesinkomsten) Gevolgen voor formatie ruimtelijke ordening en openbare ruimte Op basis van de hoeveelheid initiatieven en de inkomsten wordt voorgesteld om vanaf 2022 voor 1,5 fte structureel geld beschikbaar te stellen. Daarvan wordt 1 fte structureel ingevuld en 0,5 fte flexibel. De dekking wordt gevonden door het verhogen van de inkomsten uit anterieure overeenkomsten (plankosten) met € 50.000 en € 20.000 via de verhoging van de legesinkomsten. Het gaat daarbij om meer inkomsten doordat er meer plannen behandeld worden en niet om een tariefsverhoging. De resterende benodigde € 50.000 wordt als claim (bestuurlijke wens) opgenomen in de Kadernota zodat deze betrokken kan worden bij integrale afweging. Voor de advisering van het beheer openbare ruimte (BOR) (wegen, water, groen) is vanwege de hoeveelheid initiatieven eveneens capaciteit nodig.
Hiervoor wordt uitbreiding van 1 fte formatie voorgesteld (€ 70.000). De € 70.000 wordt als claim (bestuurlijke wens) opgenomen in de Kadernota zodat deze betrokken kan worden bij integrale afweging. Voorstel formatie ruimtelijke ontwikkeling – beheer openbare ruimte: RO: 1,5 fte structureel geld – 1 fte structureel – 0,5 fte flexibel: € 120.000 - (€ 50.000 dekking uit verhoging inkomsten anterieure overeenkomsten, € 20.000 verhoging legesinkomsten en claim van € 50.000) BOR: claim van € 70.000 De financiële gevolgen hiervan worden verwerkt in de Kadernota. Bredere inzetbaarheid van extra formatie Het is voorstelbaar dat na een overspannen woningmarkt, ook een economisch mindere tijd te verwachten is. Dat kan gevolgen hebben voor de totale hoeveelheid nieuwe verzoeken. In de voorstellen voor de formatie wordt hier rekening mee gehouden door een deel flexibel budget in te calculeren. Een alternatief zou zijn om de gehele uitbreiding via tijdelijke formatie in te vullen. Maar dit leidt tot fors hogere kosten, veel wisselingen en verlies van kennis van de gemeente. Mochten er onverwachtse effecten zijn in de woningmarkt, dan zal als eerste de flexibele schil terug gebracht worden. Ook zal in de risicoparagraaf van de begroting een risico toegevoegd worden om dan boventallige formatie binnen een jaar terug te kunnen brengen (middelen ter overbrugging).
Het is dan in de tussentijd mogelijk om collega’s breder in te zetten. Zo liggen er bijvoorbeeld vanuit de woonvisie, visie (vrijetijds-)economie en visie duurzaamheid vele ambities en taken. Een deel van deze taken kan via inhuur ingevuld worden, maar kan ook door collega’s gedaan worden die andere taken oppakken. Het is goedkoper om mensen te binden aan de gemeente, dan telkens te kiezen voor inhuur. Daarbij is het zeker in een overspannen markt lastig om tegen een gunstig tarief extern in te huren.