CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

10b bijlage b. VGBP Pastoor Palsstraat 4 St Willebrord 2024-02-07 incl. bijlagen

gemeenteraad 20 maart 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan 'Pastoor Palsstraat 4, St. Willebrord33.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In deze boringen is veelal een Bs- en/of BChorizont aanwezig. Het podzolprofiel is dus afgetopt maar de aanwezigheid van de B- of BC-horizont blijft de archeologische verwachting gehandhaafd (middelhoog voor de periode laat-paleolithicum - nieuwe tijd). Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in een groot deel van het plangebied bestaat uit (deels) intacte enkeerdgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor laatpaleolithicum – nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (55 - 105 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geëist na de sloop van de huidige bebouwing, bij voorkeur in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Selectiebesluit regioarcheoloog Op 15 mei 2023 is een reactie ontvangen van de regioarcheoloog.

Omdat er geen uitspraak is gedaan over de mate van verstoring onder de bestaande bebouwing, wordt geadviseerd om voordat men ondergronds gaat slopen, eerst een IVO-proefsleuven uit te voeren. Als er een vindplaats aanwezig is, dan moet de ondergrondse sloop onder archeologische begeleiding plaatsvinden. Als er geen vindplaats aanwezig is, dan is dat niet nodig. De uitvoer van het onderzoek is derhalve gewaarborgd in de planregels door een voorwaardelijke verplichting bij sloop.

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de bestemmingsplanprocedure. NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|35

4.10 Mer-beoordeling Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaard toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elke besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Daklijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.beoordeling gebruikt.

Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, in het andere geval dient een m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling.

Onderzoek Drempelwaarde lijst D Het bouwen van woningen valt onder activiteit D.11.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. onder de term ‘stedelijk ontwikkeling’. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit met D.11.2. in bijlage II van het Besluit, vermeld: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer; • Een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen. Het planvoornemen ligt ver beneden de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Gevoelige gebieden In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied is in geen van dergelijke gevoelige gebieden gelegen. Er is dus geen sprake van significante nadelige effecten voor het milieu. Milieugevolgen In voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, etc. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen.

Conclusie Het uitvoeren van een (vorm-vrije) m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|36

5. Planbeschrijving Met het vertrek van de sportkledingzaak aan de Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord volgt een nieuw hoofdstuk voor de invulling en ontwikkeling van het gebied. Vanwege de ligging in een woongebied is het de wens de locatie te transformeren naar wonen en daarmee een mooie nieuwe invulling te geven voor het dorp. Het huidige pand is echter niet geschikt om te transformeren naar wonen. De sfeer en het karakter van het huidige terrein en gebouw vormen een uitgangspunt bij de transformatie van het gebied. Het plan is daarom om 13 patiowoningen te realiseren. Daarmee wordt een bijzonder en onderscheidend woonmilieu gecreëerd, met aandacht voor de senioren doelgroep. De 1-laagse patiowoningen hebben een basisplattegrond die aangevuld kan worden met een tweede laag voor extra kamers. In het kader van levensloopbestendigheid worden de woningen onder andere ingericht met brede deurposten, zonder drempels en voorzien van een badkamer met inloopdouche zonder ophoging. Deze typologie bedient met name de senioren doelgroep. De vorm van de patiowoningen geeft een speels karakter aan het perceel met ruimte voor een eigen privé tuin. De woningen staan direct aan de straat en de erfgrenzen aan de openbare ruimte worden representatief vormgegeven. Een haag in het openbaar gebied vormt de overgang tussen de woning en de straat.

De privé buitenruimte wordt daarnaast aangevuld met groen rond het middengebied, waar ruimte is voor ontmoeting, spelen en activiteiten. Het groene middengebied draagt bij aan het klimaatadaptieve vermogen van het plangebied. Met extreme neerslag is hier ruimte om water te laten infiltreren en te bergen in plaats van direct afvoeren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een wadi. Gedurende extreme hitte zorgt het groene karakter met bomen voor verkoeling en schaduw. Er is rekening gehouden met behoud van twee karakteristieke bomen aan de Pastoor Palsstraat. Door het zo min mogelijk verharden van de ruimte en een diverse inrichting ontstaat er tevens een bijdrage aan het vergroten van biodiversiteit. Verder biedt het plan ruimte voor duurzame energieoplossingen. Er wordt gekozen voor een duurzame bouwmethode, bijvoorbeeld door het bouwen in houten modules met CLT (Cross Laminated Timber) of een andere duurzame bouwmethodiek. Ook kan gedacht worden aan het toepassen van biobased (natuurlijke) gevelmaterialen zoals planken van Kerloc. Daarnaast wordt voorzien in duurzame energievoorziening. De patiowoningen worden gasloos gemaakt door het toepassen van zonnepanelen in combinatie met een warmtepomp. Het platte dak van de begane grondlaag wordt voorzien van een vegetatiedak, bijvoorbeeld middels een mos-sedum, of sedumkruidendak.

Bij het ontwerp van de gevel kan gedacht worden aan het opnemen van nestkasten voor vogels en vleermuizen. De toekomstige ontwikkeling zet daarmee in op het behoud van het groene karakter en kwaliteit van de plek, mede gezien de verandering van het klimaat, de vraag om groene ruimte voor wateropvang en het tegengaan van hittestress.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|37

Figuur 14 Plankaart beoogde invulling plangebied

Figuur 15 Vogelvlucht beoogde invulling plangebied

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|38

Figuur 16 Dwarsprofiel plangebied

Uitgangspunten bouwregels Voor het realiseren van de 13 patiowoningen dient te worden voldaan aan een aantal bouwregels, opgenomen in de planregels van onderhavig bestemmingsplan. Hoofdgebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: • hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; • ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag ten hoogste het aangegeven aantal woningen worden gebouwd; • ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' mogen uitsluitend patiowoningen worden opgericht; • de hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de (verlengde van de) gevellijn, daar waar een dergelijke lijn is opgenomen; • de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven maat; • de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven maat; • ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' bedraagt het bebouwingspercentage voor het perceel ten hoogste 80%;

Beeldkwaliteitsplan De gemeente acht zich mede verantwoordelijk voor de zorg voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Aandacht voor beeldkwaliteit wordt bij de uitwerking van dit plan daarom van wezenlijk belang geacht. In algemene termen betreft de beeldkwaliteit alle aspecten, welke van invloed zijn op de voorstelbaarheid en beleving van de ruimtelijke omgeving. De beeldkwaliteit van de patiowoningen dient aan bepaalde kwaliteiten te voldoen. De bebouwing in het plangebied heeft een dorpse maat en sluit qua schaalgrootte goed aan bij de bebouwing in de directe omgeving. De woningen staan direct aan de straat en de erfgrenzen aan de openbare ruimte worden representatief vormgegeven. Een haag in het openbaar gebied vormt de overgang tussen de woning en de straat. De bouwvolumes in het plangebied worden, net als het hofje aan de Matheus van de Eedenstraat, als een apart ensemble met eigen kenmerken ontworpen. Het toepassen van 1 materialenpalet voor alle woningen, waarbij er gekozen kan worden voor het toepassen van meerdere materialen uit het pallet in de gevel zonder hierbij de afzonderlijke woning te benadrukken, versterkt het architectonisch ensemble. Een optionele eerste verdieping met wisselende kaprichting zorgt voor variëteit binnen het ensemble.

De plaats van deze dakopbouw en de richting van de lessenaarskap van de dakopbouw wordt in het originele architectonische ontwerp voor de woning meegenomen en kan tijdens de bouw als optie worden gekozen of op een later moment worden toegevoegd. Hierbij is de eerst gerealiseerde dakopbouw bepalend. Alle latere dakopbouwen dienen (met uitzondering van de kaprichting) identiek te zijn aan de eerst geplaatste opbouw. De dakopbouw heeft een oppervlakte van maximaal 40 m² en een maximale bouwhoogte van 7,5 meter. Deze maximale bouwhoogte is gebaseerd op het mogelijk maken van een dakopbouw met volwaardige verdiepingshoogte en een voor zonnepanelen geschikte lessenaarskap (van 10-15 graden). Tevens dient de lessenaarskap voor het aflopen van regenwater, zorgt het voor een speels straatbeeld met voldoende afwisseling in hoogte en is het een knipoog naar de Halschool die in het verleden in het plangebied aanwezig was. De beoogde architectuur geeft daarnaast een knipoog naar het bestaande schoolgebouw door subtiele architectonische referenties. Dit kan bijvoorbeeld door een modernistische bouwstijl, het toepassen van een verticale geleding/verticale elementen in de gevel of een gevel met baksteenuitstraling.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|39

In het beeldkwaliteitsplan zijn regels voor de kavel en groeninpassing, voor het bouwvolume en voor de architectuur opgenomen. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. Om te waarborgen dat aan de beeldkwaliteitseisen uit het Beeldkwaliteitsplan voldaan wordt, is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen.

Figuur 17 Impressie beeldkwaliteitsregels kavel

Figuur 18 Impressie beeldkwaliteitsregels bouwvolume

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|40

Parkeren Ruimtelijke functies trekken een bepaalde hoeveelheid autoverkeer aan en daarmee ook de vraag naar een bepaalde parkeerbehoefte. Door de gemeente Rucphen zijn in de ‘Nota Parkeernormen 2017 Rucphen’, vastgesteld op 31 mei 2017, parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicaties van het CROW. Het parkeerbeleid van de gemeente is ook juridisch gewaarborgd in het parapluplan ‘Parapluplan parkeren en overgangsrecht Rucphen’, om voldoende parkeergelegenheid te waarborgen. Het parapluplan is vastgesteld op 13 december 2017. De regeling uit het parapluplan wordt in de regels van onderhavig bestemmingsplan gewaarborgd. De ‘Nota Parkeernormen Rucphen 2017’ onderscheidt parkeernormen voor het gebied ‘centrum’, ‘overige bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. Blijkens de nota geldt dat onderhavig plangebied ligt binnen het gebied aangeduid als 'overige bebouwde kom'. De gemeente heeft als voorwaarde gesteld dat er voor de 13 patiowoningen minimaal 26 parkeerplaatsen in het plangebied moeten worden aangelegd. Er geldt namelijk een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning. Het plangebied wordt ontsloten middels een weg waaraan geparkeerd kan worden. Daarnaast beschikken enkele woningen over een parkeerplaats op eigen terrein.

Verkeer De patiowoningen worden primair ontsloten op de Pastoor Palsstraat middels een gelijkwaardige kruising, waar een maximum snelheid van 30 km/u geldt. In oostelijke richting wordt het plangebied ontsloten op de Dorpsstraat. Via de Dorpsstraat kan in zuidelijke richting het centrum van St. Willebrord bereikt worden. De Dorpsstraat gaat in zuidelijke richting over op de Noorderstraat, van waaruit de kern van Sprundel bereikt kan worden. In oostelijke richting wordt de Noorderstraat ontsloten via de Vosdonkseweg, via waar de A58 richting Breda bereikt wordt. In westelijke richting wordt het plangebied aan de Pastoor Palsstraat, via de Monseigneur van Hooydonkstraat, ontsloten op de Poppestraat, via waar de A58 richting Roosendaal bereikt kan worden. De ontsluitingsmogelijkheden voor het gemotoriseerd verkeer zijn goed. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis va de meest recente CROW publicatie (381 ‘Toekomstbestendig parkeren’). In de bestaande situatie is een sportkledingzaak in het plangebied aanwezig. In de normen van de CROW is geen specifieke norm voor sportkledingzaak opgenomen. Voor de verkeersaantrekkende werking worden daarom de cijfers voor ‘kantoor (zonder baliefunctie)’ aangehouden. De bijbehorende verkeersgeneratie is maximaal 9,6 voertuigen per 100 m².

In dit geval betekent dit bij een oppervlak van circa 1.237 m² een gemiddelde verkeersgeneratie van 119 motorvoertuigen per etmaal. Het planvoornemen voorziet in de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied en de realisatie van 13 patiowoningen. Per patiowoning bedraagt de verkeersgeneratie maximaal 7,8 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal). De verkeersgeneratie van de woningen bedraagt daardoor 102,7 mvt/etmaal op basis van een gemiddelde weekdag. Dit betekent een afname van circa 16 mvt/etmaal. Het planvoornemen heeft daarmee een positief effect op het aantal (verkeers)bewegingen. In de directe omgeving van het plangebied liggen vooral woningen. Voor deze woningen ontstaat een betere situatie.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|41

6. Juridische aspecten 6.1.

Inleiding

Dit bestemmingsplan sluit wat betreft de juridische regelgeving aan op de regeling van het bestemmingsplan Kom St. Willebrord. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de kaart aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

6.2.

Systematiek van de regels

De regels zijn als volgt ingedeeld:

Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten.

Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels voor gebouwen; • Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; • Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Eventuele nadere eisen; • Eventuele afwijkingen van de bouwregels; • Eventuele specifieke gebruiksregels; • Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels. In dit hoofdstuk worden de bestemmingen van gronden als eerste beschreven en daarna gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen; • Algemene bouwregels: dit artikel bevat de bouwregels van algemene bouwwerken die binnen het gehele plangebied kunnen worden opgericht; • Algemene afwijkingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en percentages met betrekking tot het bouwen, het oprichten van gebouwen van openbaar nut en het in beperkte mate verschuiven van bestemmingsgrenzen; • Algemene gebruiksregels; dit artikel bevat de algemene regels ten aanzien van het strijdig gebruik. • Algemene wijzigingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingsgrenzen. • Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; • Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|42

6.3.

Beschrijving van de bestemmingen

Artikel 3 Groen Artikel 3 bevat regels voor de bestemming ‘Groen’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor langzaamverkeersroutes, park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, extensief recreatief gebruik, een waterberging ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - waterretentiegebied', water en waterhuishoudkundige voorzieningen en andere tot de bestemming behorende voorzieningen.

Artikel 4 Verkeer Artikel 4 bevat regels voor de bestemming ‘Verkeer’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor straten, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, terrassen, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen en nutsvoorzieningen en overige tot de bestemming behorende voorzieningen.

Artikel 5 Wonen Artikel 5 bevat regels voor de bestemming ‘Wonen’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor wonen, met per woning de huisvesting van één huishouden, groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. In de regels zijn nadere bebouwingsregels opgenomen voor de hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 6 Waarde – Archeologie Artikel 6 bevat de regels over de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de instandhouding, bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden voorkomend in de dorpskern. De bestemmingsregels schrijven voor dat bij werkzaamheden een archeologisch veldonderzoek noodzakelijk is.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|43

7. Economische Uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1. Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt ten behoeve van de kosten een overeenkomst gesloten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|44

8. Overleg en inspraak In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro wordt het ontwerpwijzigingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan. Omgevingsdialoog Door de initiatiefnemer is op 15 juni 2022 in Buurthuis De Lanteern een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden. De uitnodiging voor deze avond is per brief op 1 juli 2022 huis-aan-huis verspreid onder direct omwonenden van het plangebied en een bredere kring van adressen om het plangebied heen. In totaal gaat het om 263 adressen. De bijeenkomst is ook aangekondigd in de Rucphense Bode (website) om overige geïnteresseerden in de gelegenheid te stellen zich aan te melden. Het plan is aan de hand van 5 thema's gepresenteerd: • Thema 1: Locatie – ontwikkeling plangebied • Thema 2: Stedenbouwkundig plan • Thema 3: Buitenruimte – inrichting • Thema 4: Bebouwing – voorgenomen architectuur • Thema 5: Proces – indicatieve planning Aanwezigen konden bij de thematafels het gesprek aangaan met initiatiefnemers en hun reactie op het plan geven. In totaal is van 32 deelnemers (adressen) een reactieformulier ontvangen. Omwonenden en belangstellenden zijn overwegend zeer positief over de voorgestelde plannen en ontwikkeling van het plangebied aan de Pastoor Palsstraat 4 te Sint Willebrord.

Enkele directomwonenden uitten ook hun zorgen over de doelgroep, het aantal woningen, de woningwaarde van bestaande woningen, de drukte in de straat, het ontbreken van voortuinen, schaduw en inkijk, parkeergelegenheid, overlast door bouwwerkzaamheden. De wensen, aandachtspunten en mogelijkheden worden meegenomen in de verdere uitwerking van het plan. De complete verslaglegging van de omgevingsdialoog is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

Regels

Raadhuisstraat 27

Postbus 9

4715

ZG Rucphen

T: 0165 34 95 00

F: 0165 34 13 75

gemeente@rucphen.nl

Gemeente Rucphen

Rucphen

Schijf

Sprundel

St. Willebrord

Zegge

www.rucphen.nl

|1

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 2 5

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Verkeer Artikel 5 Wonen Artikel 6 Waarde - Archeologie

6 6 7 8 10

3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Artikel 13 Overige regels

12 12 13 14 15 16 17 18

4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht Artikel 15 Slotregel

19 19 20

Bijlage Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Te slopen bebouwing

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|2

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord' met identificatienummer NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01 van de gemeente Rucphen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.5 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de omringende grond van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.6 afwijken afwijken als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo; 1.7 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een maatvoeringsvlak

aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.10 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.11 begane grond de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.12 beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van bedrijvigheid waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door de bewoner van de woning als ondergeschikte activiteit in of in een bijbehorend bouwwerk bij de woning wordt uitgeoefend. 1.13 bestaand a.

b.

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, mits dat bouwwerk legaal tot stand is gekomen, dan wel nadien kan worden gebouwd, krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, mits dat gebruik legaal tot stand is gekomen, tenzij in de regels anders is bepaald;

1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak; 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|3

1.19 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.20 bouwperceel aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan; 1.21 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of overkapping; 1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder tevens

internetbedrijven worden verstaan, waarbij producten ter plaatse bezichtigd, geretourneerd en/of afgehaald kunnen worden. Hieronder wordt niet verstaan volumineuze detailhandel. 1.26 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of van omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte (van een seksinrichting) wordt uitgeoefend; 1.27 extensief recreatief medegebruik recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met inbegrip van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden met wegbewijzering en rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair; 1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 geluidwerende voorzieningen voorzieningen ten behoeve van de wering of reducering van geluid(overlast), zoals een geluidwal en een geluidscherm; 1.30 gevellijn denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen; 1.31 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een

perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.32 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.33 KNA - conform archeologisch onderzoeksrapport een rapport dat verslag doet van het archeologisch onderzoek en voldoet aan de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 1.34 kunstwerken bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 1.35 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangegeven, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.36 nevenactiviteit een ondergeschikte activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend;

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|4

1.37 nutsvoorziening voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.38 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.39 ondergeschikte activiteit een activiteit van zeer beperkte beroepsmatige, bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.40 overkapping een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden; 1.41 peil a. b.

voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein;

1.42 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.43 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.44 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.45 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.46 seksbioscoop en/of -theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.47 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.48 vloeroppervlakte de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken op de begane grond; 1.49 waterberging gebieden die integraal onderdeel uitmaken van het watersysteem en die periodiek vanuit het oppervlaktewatersysteem kunnen overstromen; 1.50 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop; 1.51 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.52 zijgevel van een

gebouw een gevel van een hoofdgebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|5

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden van gebouwen onderling, alsmede afstanden van gebouwen tot de bouwperceelsgrens worden gemeten vanaf de zijgevel van een gebouw; 2.2 het bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een bouwperceel/terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen, zoals goten van dakkapellen niet meegerekend; 2.5 de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 het bewoonbaar vloeroppervlak binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslinten.

Vloeroppervlak waarboven minder dan 1,50 meter hoogte aanwezig is wordt hierbij buiten beschouwing gelaten; 2.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.10 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine; 2.11 de verticale diepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals funderingen, rioleringen, kabels en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.12 ondergeschikte bouwdelen bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevelen kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons en overstekende daken, worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 meter bedraagt.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|6

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Bestemming De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

langzaamverkeersroutes, park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen; extensief recreatief gebruik; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - waterretentiegebied': tevens een waterberging; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; andere tot de bestemming behorende voorzieningen.

3.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. b.

gebouwen; andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. b.

de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²; de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.

3.2.2 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt maximaal 4,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2,00 meter.

3.3 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het aanleggen van parkeervoorzieningen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.

het stedenbouwkundig beeld wordt niet in onevenredige mate geschaad; het aanleggen van parkeervoorzieningen noodzakelijk is vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid en bereikbaarheid; de aanleg van de parkeervoorzieningen heeft geen zodanige invloed op de aanwezige groenvoorziening, dat deze groenstructuur daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden ervan in overwegende mate wordt beperkt; er wordt rekening gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en -kwantiteit).

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|7

Artikel 4 Verkeer 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Bestemming De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b.

straten, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, terrassen, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen en nutsvoorzieningen; overige tot de bestemming behorende voorzieningen.

4.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming worden opgericht: a. b.

gebouwen; andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. b.

de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²; de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.

4.2.2 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a.

de bouwhoogte bedraagt: 1. antennes maximaal 5,00 meter; 2. openbare nutsvoorzieningen maximaal 3,00 meter; 3. speeltoestellen maximaal 4,00 meter; 4. masten maximaal 8,00 meter; 5. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2,00 meter.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|8

Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Bestemming De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

wonen, met per woning de huisvesting van één huishouden; groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming; parkeerplaatsen voor eigen gebruik ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parkeren'.

5.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. b. c.

hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag ten hoogste het aangegeven aantal woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' mogen uitsluitend patiowoningen worden opgericht; de hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de (verlengde van de) gevellijn, daar waar een dergelijke lijn is opgenomen; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven maat; de maximale oppervlakte van een dakopbouw bedraagt 40 m²; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' bedraagt het bebouwingspercentage voor het perceel ten hoogste 80%.

5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken mogen in het achtererfgebied worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. b. c.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' mogen bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij het bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 80% bedraagt; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,50 meter; de bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 1,00 meter achter (het verlengde van) de gevellijn te worden opgericht.

5.2.3 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen in het achtererfgebied worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van pergola's/carports bedraagt maximaal 3,50 meter; de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2,00 meter; de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen minimaal 1,00 meter achter (het verlengde van) de gevellijn te worden opgericht.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|9

5.3 Nadere eisen 5.3.1 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen voor de situering en afmeting van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor zover dit noodzakelijk is, met inachtneming van de volgende regels: a. b. c.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; voor een verantwoorde en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit; ter waarborging van de verkeersveiligheid.

5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.

het gebruik van ruimten binnen de woning en/of bijbehorende bouwwerken bij de woning voor beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis dan wel voor een bed and breakfast; het gebruik van gronden voor andere vormen van wonen dat de huisvesting van één afzonderlijk huishouden per woning, zoals bedrijfsmatige kamerverhuur of de huisvesting van (groepen) personen die geen huishouden vormen; het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning; het gebruik van het platte dak als dakterras.

5.4.2 Voorwaardelijke verplichting openbaar groen Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw kan pas worden verleend indien vaststaat dat wordt voorzien in ten minste 75 m² openbaar groen per woning. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4.1 sub a voor de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis in het hoofdgebouw en/of in bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

het gebruik een kleinschalig karakter heeft en behoudt; door de uitoefening van de activiteit(en) het uiterlijk van de woning niet zodanig wijzigt dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; de vloeroppervlakte van de activiteit(en) in de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 50 m² bedraagt; de activiteit(en) niet vergunnings- of meldingsplichtig is (zijn) op grond van milieuwetgeving; degene die de activiteit(en) in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitvoert tevens gebruiker van de woning is; de activiteit(en) niet leid(en) tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of verkeersonveilige situaties dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan de desbetreffende activiteit(en); er geen buitenopslag plaatsvindt; het gebruik niet leidt tot afbreuk en/of belemmering van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bebouwing; de uitoefening van seksinrichtingen niet zijn toegestaan; de uitoefening van horeca-activiteiten niet zijn toegestaan.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|10

Artikel 6 Waarde - Archeologie 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Bestemming a. b.

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding, bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden of verwachtingswaarden; in geval van strijdigheid van regels gaan de regels van dit artikel voor de regels die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

6.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van: a.

b.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, waarbij de verstoorde oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en/of gebruik wordt gemaakt van de diepte van de bestaande fundering zonder daarbij de bestaande fundering dieper uit te graven; gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde archeologie 4' met een oppervlakte kleiner dan 1.000 m².

6.3 Afwijken van de bouwregels a.

b.

c.

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere bestemming gebouwen, dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits de indiener bij de omgevingsvergunningaanvraag ter beoordeling een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige die hiervoor gecertificeerd is conform de Erfgoedwet, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat 1. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; 2. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; 3. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; 4. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad. In de situatie als bedoeld in lid 6.3 sub a, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen, (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht), of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht; Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|11

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

d.

e.

Het is verboden om op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, ontginnen, vergraven, afgraven, verwijderen van bestaande funderingen, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen van gronden; 2. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; 3. het verlagen of verhogen van het waterpeil; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen; 5. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het vellen van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; 6. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, mits verricht door een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; Het verbod als bedoeld in sub a geldt niet werken en/of werkzaamheden, die: 1. niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde archeologie 4' met een oppervlakte kleiner dan 1.000 m²; 2.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 4. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop lid 10.1 van toepassing is; 5. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd 6. worden uitgevoerd op de plaats van een verwijderde of nog te verwijderen fundering waarbij geen diepere verstoringen worden veroorzaakt; Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a mits de indiener bij de omgevingsvergunningaanvraag een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; 2. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; 3. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; 4. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad zijn.

In de situatie als bedoeld in lid 6.4 sub c, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|12

3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|13

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Nadere eisen 8.1.1 Plaatsbepaling, straatbeeld en dakhelling Het bevoegd gezag kan, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. b. c. d. e.

de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de samenhang in straat- en bebouwingsbeeld; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; de dakhelling en nokrichting van hellende dakvlakken van gebouwen.

8.1.2 Voorwaarden De in lid 8.1.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten. 8.2 Bestaande afstanden en andere maten 8.2.1 Bestaande afstanden Indien afstanden op de datum van de ter inzage legging van de vaststelling van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge op basis van hoofdstuk 2 van dit plan is toegestaan, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 8.2.2 Bestaande andere maten In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde op de dag van de vaststelling van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge de hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal worden aangehouden. 8.3 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.

ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan binnen de contouren van woningen; de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 meter onder peil; in de berekening van de inhoud van woningen wordt de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet meegenomen.

8.4 Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteitsplan Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw kan pas worden verleend indien is aangetoond dat aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan, opgenomen in bijlage 1 van deze regels, wordt voldaan.

NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord

|14

Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Bestaand gebruik 9.1.1 Bestaand gebruik gronden en bouwwerken In afwijking van hetgeen bepaald in Hoofdstuk 2 is bestaand gebruik van gronden en bouwwerken niet in strijd met dit bestemmingsplan. 9.1.2 Verleende vergunningen Onder bestaand gebruik, waaronder eveneens bouwen is begrepen, wordt tevens verstaan het gebruik van gronden of bouwwerken overeenkomstig de besluiten bij of krachtens artikel 3.22 Wet ruimtelijke ordening (Wro), dan wel artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), één en ander zoals blijkt uit het gemeentelijk bouwarchief. 9.2 Verboden gebruik Het is verboden de in dit plan begrepen gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde te gebruiken, te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b. c.

het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming; het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie; het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de productie, opslag, stalling en dumping van: 1. een middel zoals bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet; 2. grondstoffen ten behoeve van en afvalstoffen afkomstig uit het productieproces van een verboden middel zoals bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet.

9.3 Voorwaardelijke verplichting vleermuisonderzoek Een onderzoek naar vleermuisverblijven moet plaatsvinden bij de sloop van de huidige bebouwing. Met de huidige bebouwing wordt bedoeld de bebouwing die in augustus 2023 in het plangebied aanwezig is, overeenkomstig bijlage 2 van deze regels. 9.4 Voorwaardelijke verplichting verwerking hemelwater Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw kan pas worden verleend indien vaststaat dat wordt voorzien in een bergings-/infiltratievoorziening van voldoende grootte, waarin het hemelwater afkomstig van het dakoppervlak en/of erfverharding van de bebouwing wordt geborgen/geïnfiltreerd. De capaciteit van de bergings-/infiltratievoorziening wordt bepaald conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m²). 9.5 Voorwaardelijke verplichting IVO-proefsleuven Een proefsleuvenonderzoek moet plaatsvinden vooraf aan de sloop van de huidige bebouwing. Met de huidige bebouwing wordt bedoeld de bebouwing die in augustus 2023 in het plangebied aanwezig is, overeenkomstig bijlage 2 van deze regels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13922439/1