10b bijlage b. VGBP Pastoor Palsstraat 4 St Willebrord 2024-02-07 incl. bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord"
Status: Vastgesteld Datum: 2024-02-07 Plan identificatie: NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
Toelichting
Raadhuisstraat 27
Postbus 9
4715
ZG Rucphen
T: 0165 34 95 00
F: 0165 34 13 75
gemeente@rucphen.nl
Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
www.rucphen.nl
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 2 3 4 4
2. 2.1 2.2 2.3
Beschrijving bestaande situatie Historische context Ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie plangebied
5 5 5 5
3. 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
8 8 12 14
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
Randvoorwaarden Bodemkwaliteit Water Luchtkwaliteit Geluid Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Natuurwetgeving Cultuurhistorie Archeologie Mer-beoordeling
20 20 20 23 24 24 26 29 31 33 35
5.
Planbeschrijving
36
6. 6.1. 6.2. 6.3.
Juridische aspecten Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen
41 41 41 42
7.
Economische Uitvoerbaarheid
43
8.
Overleg en inspraak
44
Bijlagen: Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Quickscan natuurwetgeving Bijlage 3: Aerius berekening Bijlage 4: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Bijlage 5: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 6: Omgevingsdialoog
|2
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is het voornemen om een woningbouwontwikkeling aan de Pastoor Palsstraat 4 in St. Willebrord te realiseren. Op het perceel staat nu nog een bedrijfspand; het voormalige schoolgebouw van de Pastoor Halschool. Vanwege de ligging in een woongebied is het de wens om de locatie te transformeren naar wonen en daarmee een nieuwe invulling te geven voor het dorp. Het huidige bedrijfspand is echter niet geschikt om te transformeren naar wonen, deze zal dan ook worden gesloopt. De stedenbouwkundige verkenning voor de invulling van het perceel stelt 13 patiowoningen voor. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is de realisatie van 13 woningen niet mogelijk. Om het gevraagde in planologische zin mogelijk te maken, dient het vigerende bestemmingsplan partieel herzien te worden, waarbij ter plaatse de bestemming ‘Bedrijf’ wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ met een bouwvlak(en) waarbinnen de bouw van de patiowoningen mogelijk is. Voor het plan is in maart 2022 een principebesluit genomen door de gemeente Rucphen. De gemeente heeft door middel van dit principebesluit aangegeven onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de beoogde functiewijziging van ‘bedrijf’ naar ‘wonen’: • • • • • • •
1.2
Bij de planuitwerking wordt getoetst aan het Programma van Eisen openbare werken; Er wordt een Beeldkwaliteitsplan opgesteld waar eventueel de (groen)inpassing in is verwerkt; Er dient een maximum bebouwingspercentage opgenomen te worden voor de patiowoningen; Het voetpad dient aan de oostzijde van de oostelijke ontsluiting aangelegd te worden; Er worden voldoende parkeerplaatsen aangelegd in het plangebied; Milieuaspecten worden nader uitgewerkt en eventueel nader onderzocht. Zo is onder andere een verkennend bodemonderzoek nodig; De uitgangspunten van de Visie Duurzaamheid worden meegenomen en er wordt invulling gegeven aan de 75 m² groen-regel conform de beleidsregel ‘Groennorm gemeente Ruchpen’.
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord in de gemeente Rucphen. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom en is kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie D, perceelnummer 7354 en heeft een oppervlakte van 4.692,6 m². Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Pastoor Palsstraat, waaraan zich voornamelijk woonfuncties en enkele bedrijfsfuncties bevinden. Aan de noord-, oost- en westzijde wordt het plangebied begrensd door woningen.
Figuur 1 Ligging en begrenzing plangebied binnen St. Willebrord (plangebied rood omlijnd) NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|3
Figuur 2 Ligging en begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord’, vastgesteld op 8 maart 2023. Daarnaast geldt voor deze locatie het ‘Parapluplan parkeren en overgangsrecht Rucphen’, vastgesteld op 13 december 2017.
Figuur 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd)
Enkelbestemmingen Op basis van het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met drie bouwvlakken. Voor het bouwvlak in het midden van het perceel geldt een maximale goothoogte van 9 meter. Voor het bouwvlak aan de noordzijde van het perceel geldt een maximale goothoogte van 2,5 meter. Voor het bouwvlak aan de oostzijde van het perceel geldt een maximale goothoogte van 3,5 meter. De gronden binnen de bestemming ‘Bedrijf’ zijn bestemd voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten voor zover die voorkomen in categorie 1 en 2 van de bij de regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten en wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, verhardingen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|4
Dubbelbestemmingen Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor de instandhouding, bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden voorkomend in de dorpskern. Voor het gehele plangebied geldt de gebiedsaanduiding ‘overige zone – waarde archeologie 4’. Een archeologisch onderzoek is daarom vereist bij het bouwen van bouwwerken groter dan 1.000 m² en dieper dan 50 cm. Aanduidingen Voor het plangebied geldt de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone 3’. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaartverkeerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de vliegveiligheid in verband met de ligging binnen de obstakelbeheervlakken vanwege het luchtvaartverkeer. De bouwhoogte van een bouwwerk mag ter plaatse van deze aanduiding niet meer bedragen dan 54,14 meter boven NAP. Daarnaast geldt voor het plangebied de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone’. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. De verticale diepte van een bouwwerk mag te hoogte van deze aanduiding niet meer dan 10 m bedragen.
Ook geldt voor het plangebied de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – obstakelbeheer. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - obstakelbeheerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het radarverstoringsgebied van Vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen, teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen en bescherming van de obstakelbeheerzones van Vliegbasis Woensdrecht. Er mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een hoogte van meer dan 88 meter en er mogen geen windturbines worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m boven NAP. Parapluplan parkeren en overgangsrecht Rucphen Voor de gehele gemeente Rucphen is een parapluplan parkeren en overgangsrecht opgesteld, die op 13 december 2017 door de gemeente Rucphen is vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan ziet toe op twee onderwerpen, namelijk op het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid en het herstellen van het overgangsrecht. De regelingen uit het genoemde parapluplan met betrekking tot deze onderwerpen zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • •
•
1.5
Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied. Een beschrijving en toetsing van het relevante beleidskader op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 3. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. In hoofdstuk 5 komt de planbeschrijving aan bod. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De financiële uitvoerbaarheid wordt hoofdstuk 7 beschreven en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|5
2. Beschrijving bestaande situatie 2.1
Historische context
De plaats waar nu St. Willebrord is gelegen was oorspronkelijk voornamelijk bedekt met veenlagen, die moerassig en ontoegankelijk waren. Bepalend voor de ontginning en de ontwikkeling van het gebied is de turfwinning geweest. Na 1250 was voor de groeiende stadsbevolking en voor de stedelijke nijverheid steeds meer brandstof nodig. Het veen werd afgegraven, gedroogd, in turven gesneden en per boot afgevoerd. Het vervoer gebeurde in speciaal gegraven kanaaltjes en vervolgens met grotere schepen over de hoofdkanalen naar de steden. In de omgeving van St. Willebrord waren fijnmazige vaartenstelsels aanwezig. Nadat het veen was weggegraven, bleven de onderliggende zandgronden over. Er ontstond een vestigingspatroon van boerderijzwermen. De wat hogere gronden waren niet overal geschikt als landbouwgrond. Daar waren slechts kleine vruchtbare ‘landbouweilandjes’ gelegen tussen de heidevelden, afgegraven moeren en andere ‘woeste gronden’. St. Willebrord is rondom een dergelijk ‘landbouweilandje’ ontstaan. St. Willebrord is, in vergelijking met andere nabijgelegen nederzettingen, de jongste kern. Pas rond 1600 vestigden zich op deze plek de eerste bewoners. De heidenederzetting die oorspronkelijk ’t Heike werd genoemd, bestond uit een groep verspreid liggende, kleine boerderijen. Nadat in 1842 een parochie werd gesticht en de naam werd gewijzigd in St.
Willebrord, trad een verdichting van bebouwing op rond de Sint Willebrorduskerk. Bij de naoorlogse uitbreiding van het dorp is de bebouwing langs bestaande (land)wegen geplaatst en heeft uitbreiding voor een belangrijk deel kavelsgewijs plaatsgevonden.
2.2
Ruimtelijke structuur omgeving
Het plangebied aan de Pastoor Palsstraat 4 is gelegen in de gemeente Rucphen, een grote landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schrijf, St. Willebrord en Zegge. Binnen de gemeente Rucphen zijn veel verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter. Het plangebied ligt aan de rand van het dorp St. Willebrord. Ten opzichte van de aansluiting op A58 heeft het plangebied een gunstige ligging. Daarnaast ligt het nabij de dorpskern en het dorpslint. Binnen het stedelijk gebied van St. Willebrord valt een onderscheid te maken in vier onderdelen. Ten eerste het historische dorpscentrum rondom het Processiepark en de Onze Lieve Vrouwekerk, centraal in het stedelijke gebied. Direct ten zuiden daarvan ligt het economische centrum van het dorp. Het derde gebied vormt een schil rondom het historisch dorpscentrum en het economisch centrum. Het bestaat uit een primair woongebied dat zijn stedenbouwkundige structuur te danken heeft aan de oude agrarische verkavelingsstructuur. Tot slot zijn daaromheen, rondom de uitwaaierende voormalige landwegen, de uitbreidingsgebieden uit de tweede helft van de vorige eeuw gelegen. Het plangebied is gelegen in de schil rondom het historisch dorpscentrum en het economisch centrum. Het dorp St.
Willebrord wordt gekenmerkt door grote private kavels. Hierdoor is de openbare en met name groene ruimte minimaal aanwezig. Het Processiepark in de kern vormt hierop een uitzondering. Binnen de morfologie van het de buurt waarin het plangebied is gelegen heeft het plangebied een opvallende korrel. Ten opzichte van de omliggende kavels is de locatie opvallend groen en is de bebouwing groter dan de omliggende bebouwing. Het plangebied is een relatief groene plek in de versteende dorpskern van St. Willebrord.
2.3
Bestaande situatie plangebied
Het plangebied aan de Pastoor Palsstraat 4 bestaat uit een bedrijfspand, fietsenstalling, weg, vijver, parkeerplaatsen en tuintjes. Op meerdere plaatsen bevindt zich gazon. De bebouwing bestaat uit een voormalig schoolgebouw. Het voormalig schoolgebouw – de Pastoor Halschool is omstreeks 1953 gebouwd en diende als lagere jongensschool in St. Willebrord. In 1973 werden de scholen in St. Willebrord gemengd en de gezinnen steeds kleiner. Hierdoor kwam er een overschot aan scholen, wat er begin jaren 80 toe leiden dat de Halschool moest sluiten. Tijdens de verbouwing van het gemeentehuis in Rucphen, zo rond 1983, heeft de Halschool nog wel enige tijd dienst gedaan als onderkomen voor de Burgemeester en Wethouders. In 1987 is het schoolgebouw verkocht en verbouwd tot een multifunctioneel zakengebouw. Het zakengebouw deed hoofdzakelijk dienst als kantoor en magazijn van een sportkledingzaak en werd daarnaast verhuurd aan onder andere een advocatenkantoor, de TV-Krant en een fotograaf. De klaslokalen werden kantoren, de aula, het schoolplein en de gymzaal werden magazijnen. Vanwege de snelle groei van de afgelopen jaren is de sportkledingzaak op dit moment genoodzaakt om te verhuizen.
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|6
Ongeveer 30% van het plangebied is bebouwd (1.347 m²). De bebouwing bestaat uit een voormalig schoolgebouw en een fietsenstalling. De voorzijde van het schoolgebouw bestaat uit 2 bouwlagen met een lessenaarsdak en heeft daarmee een bouwhoogte van circa 9,6 meter en een goothoogte van circa 8 meter. De rechterzijde en de achterzijde van het pand bestaat uit 1 bouwlaag met gedeeltelijk een lessenaarsdak en gedeeltelijk een plat dak. Dit deel van het pand heeft daarmee een bouwhoogte van circa 6 meter en een goothoogte van circa 4,5 meter. Aan de overzijde (de zuidzijde van het plangebied) wordt het plangebied begrensd door woningen. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de achtertuinen behorende bij de woningen aan de Bremstraat. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Pastoor Palsstraat 2a, een vrijstaande woning. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de achtertuinen behorende bij de woningen aan de Singelstraat.
Figuur 4 Huidige situatie plangebied
Figuur 5 Huidige situatie plangebied
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|7
Figuur 6 Huidige situatie plangebied
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|8
3. Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerkingen tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale karakter. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding.
Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro) Het Rijk heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|9
Toetsing
Figuur 7 Ligging St. Willebrord binnen het radarverstoringsgebied (plangebied met gele ster gemarkeerd)
Op 1 juli 2016 is een wijziging van het Rarro (periodieke actualisatie en herstel van enkele gebreken, 6e wijziging) in werking getreden. Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. Op basis van deze ligging kent het plangebied de aanduiding 'vrijwaringszone radar'. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. In de radarverstoringsgebieden is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het planvoornemen heeft daarmee geen gevolgen voor de radarstations Herwijnen en Woensdrecht. Conclusie Het planvoornemen past binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een beschrijving op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' zoals beschreven in, het per 1 juli 2017 gewijzigde, artikel 3.1.6 Bro. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat deze Ladderplichtig is. De in de toelichting van een bestemmingsplan vereiste onderbouwing van de nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|10
Toetsing Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling wel een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Onderhavig planvoornemen beoogd de realisatie van 13 woningen. Het planvoornemen is daarmee Ladderplichtig. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte van het planvoornemen moet aangetoond worden. Kwantitatieve behoefte Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen stijgt nog steeds en groeit nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd in de vorm van appartementen en grondgebonden woningen. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen. In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen.
Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern. Voor de kern St. Willebrord is de ambitie om 130 nieuwe woningen te realiseren. Onderhavig planvoornemen draagt bij aan de kwantitatieve behoefte van de gemeente Rucphen, omdat hiermee 13 levensloopbestendige patiowoningen gerealiseerd worden. Gezien de grote woningbehoefte in de regio komt de uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding en vormt de kwantitatieve regionale woningbehoefte geen belemmering voor het planvoornemen. Kwalitatieve behoefte Het planvoornemen voorziet in het realiseren van 13 levensloopbestendige patiowoningen. In het kader van levensloopbestendigheid worden de woningen onder andere ingericht met brede deurposten, zonder drempels en voorzien van een badkamer met inloopdouche zonder ophoging. Er wordt een onderscheidend woonmilieu gecreëerd met aandacht voor de senioren doelgroep. In de Woonvisie 2020-2040 van de gemeente Rucphen is levensloopbestendige nieuwbouw als een van de kwalitatieve speerpunten opgenomen.
Gezien de vergrijzing is het levensloopbestendig maken van de toekomstige voorraad namelijk een van de grootste opgaven. Bij de bouw van de woningen wordt een duurzame bouwmethode toegepast, bijvoorbeeld door bouwen in houten modules met CLT (Cross Laminated Timber) of een andere bouwmethodiek. Ook wordt voorzien in duurzame energievoorziening. De patiowoningen worden gasloos gemaakt door het toepassen van zonnepanelen in combinatie met een warmtepomp. Duurzaamheid past binnen de kwalitatieve speerpunten van de Woonvisie 2020-2040. Een derde kwalitatief speerpunt van de Woonvisie 2020-2040 is flexibiliteit, om zo bestaande locaties te kunnen transformeren. Daarvoor zijn kleinschalige ingrepen passend, zoals sloop/nieuwbouw en kleinschalige herontwikkeling. Het bedrijf wat in het huidige bedrijfspand gevestigd is, is vanwege snelle groei genoodzaakt om te verhuizen, waardoor het plangebied een nieuwe invulling kan krijgen. Vanwege de ligging in een woongebied is het de wens de locatie te transformeren naar Wonen en daarmee een mooie nieuwe invulling te geven voor het dorp. Met het planvoornemen wordt het huidige bedrijfspand gesloopt, omdat het huidige pand niet geschikt is om te transformeren naar Wonen. Gesteld kan worden dat het planvoornemen aansluit bij verschillende kwalitatieve speerpunten uit de Woonvisie 2020-2040 en daarmee voorziet in de kwalitatieve behoefte.
Nota Wonen De Nota Wonen: Wonen in de 21e eeuw is opgezet onder het motto “de burger centraal”. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan de individualisering van de samenleving. De nota gaat uit van: meer keuzevrijheid voor burgers, aandacht voor maatschappelijke waarden en een betrokken overheid bij beheerste marktwerking. Het gaat om het principe van prestatie en tegenprestatie die als basis dient voor transacties tussen de partijen. Dit wil niet zeggen dat er geen wetgeving meer noodzakelijk is.
Nationaal Milieubeleidsplan 4 Met het Nationaal Milieubeleidsplan 4 uit juni 2001 wordt een nieuwe beleidscyclus gestart, met een over meerdere decennia vol te houden pad van transitie naar duurzaamheid. De verschillende transities zijn ondergebracht in drie clusters: • transitie naar duurzame energiehuishouding; • transitie naar een duurzaam gebruik van biodiversiteit en hulpbronnen; • transitie naar duurzame landbouw.
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|11
Dit NMP 4 beoogt het permanente proces van verbetering te versterken door integrale oplossingen in ontwikkelen voor hier en nu, voor elders en later. De kwaliteit van de leefomgeving wordt bepaald door het aanbod van woningen, werkgelegenheid, winkels en andere voorzieningen in de omgeving of door de aanwezigheid van groen, natuur, ruimte en afwisseling van karakteristieke gebieden. Ook blijkt de waardering van het stedelijk gebied steeds meer gekoppeld te worden aan de waardering van het landelijk gebied en omgekeerd. Het milieubeleid draagt echter ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Milieu en ruimtelijke ordening raken steeds meer verweven. Milieubeleid en ruimtelijk beleid moeten elkaar dan ook versterken. Het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het definiëren en realiseren van milieukwaliteit en de uitvoering van het beleid op het meest passende bestuursniveau komt te liggen.
Archeologie In de nota belvedère staat de instandhouding, versterking en verdere ontwikkeling van de cultuurhistorische identiteit bij ruimtelijke aanpassingen centraal. Hiertoe wordt een ontwikkelingsgerichte benadering voorgestaan, die bestaande kwaliteiten als vertrekpunt hanteert en deze combineert met een beschrijving van de recente cultuurgeschiedenis, dynamiek en ontwikkelingspotenties van een gebied. Het plangebied is niet gelegen in een gebied aangewezen binnen de nota belvedère. Het Europese verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de landen aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag wordt het ‘Verdrag van Malta’ genoemd. Het verdrag van Malta heeft als hoofddoel archeologische resten in Europa te beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed. In Nederland heeft het rijk dit Verdrag in 2007 verankerd in nationale wet- en regelgeving middels de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is geen zelfstandige wet, maar een Wijzigingswet en betreft onder meer een herziening van de Monumentenwet 1988. De belangrijkste wijziging voor gemeenten is het feit dat archeologie sinds de invoering van de wet archeologie moet verankeren in het bestemmingsplan. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016).
Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld. De Omgevingswet zal op 1 januari 2024 in werking treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Om invulling te geven aan deze gemeentelijke zorgtaak heeft de gemeente Rucphen de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke archeologiekaart op te stellen, samen met de Nota Archeologie en de bijbehorende verordening. Zie verder paragraaf 4.9
Water Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2010 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysischchemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Het Nationaal Water Programma Het Nationaal Water Programma 2022-2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen.
Watertoets Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundig relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor structuurvisies, bestemmingsplannen, van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) regelt een verplichte waterparagraaf in de toelichting bij de genoemde ruimtelijke plannen en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro met het waterschap. De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. In paragraaf 4.2 komt het aspect water aan bod voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|12
Ecologie Vanuit Europa is de bescherming van (plant en dier) soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Nederland is de natuurwetgeving verankerd in de Wet Natuurbescherming (1 januari 2017). Europese Vogel en Habitatrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben tot doel de bescherming van (vogel)soorten en hun natuurlijke habitats. Elke lidstaat is verplicht om speciale beschermingszones (SBZ’s) aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: “Natura 2000”. Wanneer in een gebied bepaalde soorten voorkomen, of een bepaald percentage van de Europese populatie herbergt, dan komt dit gebied in aanmerking voor plaatsing onder de betreffende richtlijnen. Het plangebied valt in zijn geheel niet binnen de aangewezen Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebieden. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. De nieuwe Wet natuurbescherming regelt niet alleen de ‘ruimtelijke ingrepen’, maar ook de andere onderwerpen zoals overig bezit en handel, gebiedsbescherming, houtopstanden, klacht en beheer en schadebestrijding.
Een verandering ten opzichte van de oude Natuurbeschermingswet 1998 is dat de provincies voor hun gebied bepalen wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is enkel nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. De beschermingsstatus van de inheemse dier- en plantensoorten houdt onder meer in dat in geval van voorgenomen activiteiten zoals aanleg van infrastructuur of bouwprojecten, de planlocatie moet worden getoetst op de aanwezigheid van beschermde soorten: de ‘natuurtoets’. Het aspect ecologie wordt in paragraaf 4.7 verder uiteengezet.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale omgevingsvisie gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet in 2024 in werking. In december 2018 is de Brabantse omgevingsvisie vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort vanuit de basisopgaven.
Het gaat om de volgende hoofdopgaven: • Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energietransitie • Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant • Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad • Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, SVRO, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in de programma’s. De beleidsmatige uitganspunten van de structuurvisie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|13
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.
Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: • Diep grondwaterlichaam (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Geen attentiezone waterhuishouding (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Boringsvrije zone – maximale boordiepte: 80 meter (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen en instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging) • Waterwinning voor menselijke consumptie (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen) • Boringsvrije zone (rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen en instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging) • Bescherming Natura 2000 • (rechtstreeks werkende regels: landbouw) • Stalderingsgebied (rechtstreeks werkende regels: landbouw en instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkeling) • Verbod uitbreiding veehouderij (rechtstreeks werkende regels: landbouw) • Stedelijk gebied (rechtstreeks werkende regels: landbouw) • Landelijke kern (instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed) • Norm wateroverlast Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging) • Normen wateroverlast (instructieregels voor
waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging) Stedelijk gebied (art. 3.42) Voor het onderwerp duurzame stedelijke ontwikkeling zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. Hierin is opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen ‘Stedelijk gebied’ een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Het plangebied behoort bij de regio West-Brabant. Binnen deze regio wordt voornamelijk gestuurd op woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied en bestaand (leegstaand of leegkomend) vastgoed. Het planvoornemen sluit hier bij aan. Daarnaast moet onderbouwd worden dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Dit is nader onderbouwd in de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ in 3.1 Rijksbeleid. Landelijke kern (art. 5.18) Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio's ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Deze prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie van verstedelijking.
Uit de overleggen in de regio Midden-Brabant blijkt dat de woningbehoefte (met name binnen bestaand stedelijk gebied) groot is en de komende jaren blijft deze behoefte aanwezig. Het planvoornemen sluit hiermee aan op de behoefte zoals staat beschreven in de prognoses van de regio Midden-Brabant. Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2)
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|14
Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2, artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: • • •
zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) meerwaardecreatie (art. 3.8)
Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand bebouwd gebied. De herontwikkeling vindt plaats binnen een bestaand bebouwd gebied. Het planvoornemen voorziet in de sloop van een leegstaand bedrijfspand, waarvoor 13 patiowoningen in de plaats komen. De bebouwingsregeling uit het vigerend bestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord’ worden overgenomen, waarbij de maatvoering van de bebouwing wordt gebaseerd op de bestaande bebouwing in het plangebied. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd.
De lagenbenadering omvat de effecten op: • de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; • de bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in deze toelichting. Meerwaardecreatie (art. 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: • de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; • de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor de regeling Kwaliteitsverbetering landschap niet noodzakelijk is.
Het planvoornemen voorziet in het slopen van een bedrijfspand wat door de verhuizing van een daar momenteel gevestigd bedrijf leeg komt te staan. Deze bebouwing wordt vervangen door in totaal 13 patiowoningen. Zodoende resulteert het planvoornemen in een verbetering van de fysieke kwaliteit. Het planvoornemen voorziet daarnaast, door middel van het verkleinen van het woningtekort, in een combinatie van opgaven, waardoor er meerwaarde ontstaat. Het betreft patiowoningen, waar een grote behoefte aan is.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Rucphen Op 2 november 2022 is door de gemeenteraad de Omgevingsvisie Rucphen vastgesteld. De gemeente beschrijft het toekomstbeeld aan de hand van de volgende ambities: duurzaam samenleven, ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding en prettig samenleven. Duurzaam samenleven: In 2040 is de gemeente zich bewust van het belang van duurzaam samenleven voor onze toekomst en die van volgende generaties. De gemeente is dan al hard op weg om helemaal energieneutraal te zijn. De dorpen zijn zo ingericht dat de inwoners bijna geen overlast ondervinden van extremere weersomstandigheden. NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|15
Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding: De gemeente is in 2040 een echte ondernemersgemeente. Het midden- en kleinbedrijf vormt nog steeds de ruggengraat van de samenleving. Ze bieden banen die aansluiten bij de wensen van de inwoners. Daarnaast is er sprake van een gevarieerd vrijetijdsaanbod en is de gemeente daardoor goed vertegenwoordigd in de regio West-Brabant. Prettig samenleven: Het aantal ouderen en jonge mensen dat in 2040 in de gemeente woont is meer in balans. Hierdoor zijn de dorpen levendig en is een sterke bevolkingskrimp voorkomen. De extra aandacht die de gemeente aan jonge mensen heeft gegeven is terug te zien in de inrichting van de woonomgeving, het voorzieningenaanbod en de woningvoorraad. Levendigheid en een stabiele bevolkingsomvang betekenen dat de gemeente Rucphen een gemeente is waar iedereen zich thuis voelt en niemand het gevoel heeft er alleen voor te staan. Om de ambities waar te maken, heeft de gemeente Rupchen zichzelf doelen gesteld. 1. Duurzaam samenleven a. aanpassen van de omgeving aan de veranderende weersomstandigheden b. vervangen van fossiele brandstoffen door alternatieve energiebronnen c. verminderen van de afvalproductie en verbetering van afvalscheiding d. een gezonde en veilige leefomgeving stimuleren 2. Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding a.
Het ontwikkelen van een gunstig ondernemersklimaat door ondernemers te faciliteren b. Een omgeving die mensen uitnodigt om naar buiten te gaan en te bewegen c. Door samenwerking worden de recreatieve mogelijkheden beter benut en uitgedragen 3. Prettig samenleven a. Versterken van een aantrekkelijke woonomgeving b. Een aantrekkelijke gemeente voor jonge mensen zijn c. De groeiende groep oudere mensen voelt zich thuis in de gemeente d. Woningvoorraad flexibeler maken om sneller te reageren op een veranderende woningbehoefte Toetsing In de gemeente Rucphen zijn steeds meer ouderen en steeds minder jonge mensen woonachtig. De gemeente moet mee veranderen met de veranderende samenstelling van de bevolking en rekening houden met de behoeften van ouderen. Dit betekent dat de woningvoorraad, het voorzieningenaanbod en een aantal onderdelen van de openbare ruimte moet worden aangepast. Om aan de woonbehoefte van ouderen tegemoet te komen moet er bij het toevoegen van woningen rekening worden gehouden met hun woonwensen, zoals kleinere, gelijkvloerse woningen. Dit kan door nieuwbouw of herbestemming van panden waar eerder geen woonbestemming op lag. Daarnaast wil de gemeente zich meer richten op het levensloopbestendig maken van de bestaande woningvoorraad, zodat ouderen langer in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.
Met het planvoornemen vindt herontwikkeling plaats ten behoeve van woningbouw. Het bestaande bedrijfspand aan de Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord wordt gesloopt en er worden 13 patiowoningen gebouwd. Er wordt een onderscheidend woonmilieu gecreëerd met aandacht voor de senioren doelgroep. In het kader van levensloopbestendigheid worden de woningen onder andere ingericht met brede deurposten, zonder drempels en voorzien van een badkamer met inloopdouche zonder ophoging. De bebouwing heeft een dorpse maat en sluit qua schaalgrootte goed aan bij de bebouwing in de directe omgeving. Het bestaande groen langs de Pastoor Palsstraat wordt opgenomen binnen de toekomstige ontwikkeling en gaat deel uitmaken van het plan. Daarmee wordt de uitstraling van het plangebied versterkt, wat ten goede komt aan de woonkwaliteit van omliggende woonbestemmingen. Het voorliggend bestemmingsplan is daarmee passend binnen het beleid.
Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 't moet, naar samenwerking omdat 't loont. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: 1. Aantrekkelijk wonen; 2. Vrijetijdseconomie; 3. Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; 4. Overheidsparticipatie; 5. Regionale samenwerking. NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|16
De eerste drie perspectieven geven aan wat de gemeente wil bereiken. De laatste twee perspectieven geven aan hoe de ambitie realiteit wordt. De gemeente Rucphen wil haar aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig en landelijk willen wonen, maar wel dichtbij (groot)stedelijke voorzieningen en werk. De gemeente Rucphen handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt. Zelf bouwen zit in de genen van de inwoners van de gemeente. (Collectief) particulier opdrachtgeverschap wordt dan ook gestimuleerd. Aandachtspunten bij (zelf)realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloopbestendigheid. Toetsing Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de bouw van 13 patiowoningen. In de toekomstvisie gaat extra aandacht uit naar jongeren en ouderen. Het tegemoetkomen aan de behoeften van deze doelgroepen is van belang voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en een vitale gemeenschap. De bouw van 13 patiowoningen draagt bij aan aanbod voor ouderen. In het kader van levensloopbestendigheid worden de woningen onder andere ingericht met brede deurposten, zonder drempels en voorzien van een badkamer met inloopdouche zonder ophoging.
Het planvoornemen past bij de door de gemeente geformuleerde ambities, met name die waar het gaat om aantrekkelijk wonen.
Woonvisie gemeente Rucphen 2020 – 2040 In de Woonvisie 2020 - 2040 van de gemeente Rucphen wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen. Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen groeit nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen. In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen.
Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern. Voor de kern St. Willebrord is de woningbouwambitie gesteld op in totaal 130 woningen. Toetsing In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen. Voor de kern St. Willebrord is de ambitie om 130 nieuwe woningen te realiseren. Met onderhavig planvoornemen wordt voorzien in de bouw van 13 patiowoningen. Dit sluit aan bij de behoefte van de gemeente Rucphen aan levensloopbestendige woningen. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd in de vorm van appartementen en grondgebonden woningen. Met het planvoornemen wordt een onderscheidend woonmilieu gecreëerd met aandacht voor de senioren doelgroep. In de Woonvisie 2020-2040 zijn levensloopbestendige nieuwbouw, duurzaamheid en flexibiliteit als kwalitatieve speerpunten opgenomen. Gezien de vergrijzing is het levensloopbestendig maken van de toekomstige voorraad een van de grootste opgaven.
Met de bouw van 13 patiowoningen wordt hierin voorzien. In het kader van levensloopbestendigheid worden de woningen onder andere ingericht met brede deurposten, zonder drempels en voorzien van een badkamer met inloopdouche zonder ophoging. Bij de bouw wordt rekening gehouden met het duurzaamheid door de toepassing van een duurzame bouwmethode en het voorzien in duurzame energievoorziening. De patiowoningen worden gasloos gemaakt door het toepassen van zonnepanelen in combinatie met een warmtepomp. Ten slotte wordt met het planvoornemen voorzien in het speerpunt flexibiliteit door sloop/nieuwbouw en kleinschalige herontwikkeling. Het bedrijf wat in het huidige bedrijfspand gevestigd is, is vanwege snelle groei genoodzaakt om te verhuizen. Hierdoor kan het plangebied een nieuwe invulling krijgen. Vanwege de ligging in een woongebied is de wens om de locatie te transformeren naar Wonen en daarmee een mooie nieuwe invulling te geven voor het dorp. Het huidige bedrijfspand wordt gesloopt, omdat het huidige pand niet geschikt is om te transformeren naar Wonen. Het planvoornemen sluit hiermee aan bij de Woonvisie 2020-2040. NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|17
Groenbeleidsplan Groen R, 2022 In het Groen R groenbeleidsplan is de ambitie voor de groene leefomgeving vastgelegd. Het onderwerp groen, in de breedste zin van het woord, heeft een volwaardige plaats binnen de bestaande omgevingen, projecten en opgaven verworven. Daarmee wordt aangesloten bij landelijke ontwikkelingen op gebied van klimaat, duurzaamheid en biodiversiteit. De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dit doen we door meer, beter en bereikbaar groen. Hierbij spelen een groot aantal factoren een rol, zoals (be)leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteitsherstel, landbouw etc. Op basis van kansen en bedreigingen worden keuzes gemaakt in prioritering van uitvoer. Met Groen R streeft de gemeente de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen en landschap. Wanneer het gaat om het behoud en versterken van het leefklimaat in de dorpen en het buitengebied is groen belangrijk. Dit geldt voor zowel mensen als dieren. Gemeente Rucphen is zich bewust van de bijdrage die groen levert aan een goede leefomgeving. Denk aan natuurwaarde, gezondheid, een betere luchtkwaliteit, klimaatadaptieve omgeving, recreatiewaarde, esthetische waarde, cultuurhistorische waarde en ook economische waarde.
Groen biedt een plek voor ontmoeting en beweging en draagt bij aan een goed woon- en werkklimaat en een gezonde levensstijl. Bij het inpassen van bestaand groen en nieuw groen bij ontwikkelingen, tot het goed onderhouden, zodat groen volwassen wordt en bomen monumentaal. Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van groen ook lijkt, een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang. Dit groenbeleidsplan sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders (waaronder: Visie Groenbeleid 2008 en Groenstructuurplan gemeente Rucphen 2009). Om te komen tot Groen R zijn de volgende zes bouwstenen van belang. De bouwstenen geven inzicht in de verschillende verschijningsvormen en relaties van groen. Het geeft per bouwsteen de huidige situatie weer en daarnaast ook de noodzakelijke opgaven. De bouwstenen zijn: • Groen en identiteit; • Groen en natuur; • Groen en de gezondheid; • Groen en klimaatadaptatie; • Groen en de CO2 opgave; • Groen en de landbouw. In de visie werkt de gemeente aan de verbinding en de verbetering van het groen in de kernen en het buitengebied, met als doel een sterke groenstructuur. De structuur moet bestaan uit een gevarieerd groenpalet van bloemen tot bomen, van rustige tot drukkere gebieden, van ecologisch groen tot speelgroen.
Door het verbinden van groene gebieden ontstaan meer mogelijkheden voor dieren en voor planten om te leven en voor onze inwoners om daar van te genieten. Geleidelijk ontstaat zo in de publieke (en in de private) buitenruimte een samenhangend groen netwerk. Die groenstructuur wordt gerealiseerd door waardevol groen te behouden, groen toe te voegen waar dat kan en groen zo aan te leggen dat het een meerwaarde heeft voor mensen en dieren. De gemeente Rucphen ontwikkeld de groene ruimte in de gemeente met aandacht voor gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn. Een ruimtelijke visie voor de hele gemeente die gebaseerd is op de ruimtelijke kenmerken en rekening houdt met dynamiek en ontwikkelingen binnen de gemeente. Het groenplan is niet per definitie een blauwdruk maar geeft richting aan ontwikkelingen in het groen, en biedt kaders voor niet-groenprojecten. Groen R bestaat uit de genoemde bouwstenen. Als er groene ruimtes worden toegevoegd, verbeterd, beheerd of ontworpen, doet de gemeente dat door het inzetten van een aantal principes die de basis vormen onder deze visie. Alle vier zijn ze gericht op het doel van een leefbare gemeente voor mens en dier. • We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; • Groen draagt bij aan de verschillende opgaven; • De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; • Aan groen werken we samen.
NL.IMRO.0840.2584K0042-VG01
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Palsstraat 4 te St. Willebrord
|18
Toetsing
Figuur 8 Uitsnede Groenbeleidsplan Groen R (plangebied rood omlijnd)
De openbare groenstrook aan de Palsstraat, ten zuiden van het plangebied, is in het groenbeleidsplan Groen R aangeduid als ‘Basis groenstructuur’. Het plangebied krijgt een groen middengebied waar ruimte is voor ontmoeting, spelen en activiteiten. Aan de voorzijde van de woningen wordt een groene haag geplaatst voor een groener straatbeeld. Ook wordt rekening gehouden met behoud van twee karakteristieke bomen aan de Pastoor Palsstraat. Met de beoogde ontwikkeling wordt de kwaliteit of kwantiteit van het groen in de gemeente Rucphen niet aangetast, maar juist versterkt.
Visie Duurzaamheid 2019-2030 De gemeente Rucphen heeft de ‘Visie Duurzaamheid 2019-2030' vastgesteld. Dit document biedt het kader voor het duurzaamheidsbeleid van gemeente Rucphen. Het is tot stand gekomen met inbreng inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, de gemeenteraad en andere betrokkenen vanuit de gemeente en diverse afdelingen van de gemeente. Achterliggende gedachte is om duurzaamheid niet te zien als een geïsoleerd beleidsterrein maar op te pakken als een integrale opgave binnen de gemeentelijke organisatie en de samenleving. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt nadrukkelijk ingezet op meer groen en ruimte voor water. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als aantrekkelijke woongemeente. Daarnaast zorgt meer groen voor een betere leefbaarheid en gezondheid in de kernen. Door voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkelingen nadrukkelijker te sturen op voldoende groen en water is het mogelijk om deze ambitie waar te maken. Toetsing In de Visie Duurzaamheid is onder andere opgenomen dat wordt gestreefd om bij nieuwbouwplannen binnen de bebouwde kom te voorzien in 75 m² openbaar groen per nieuwe woning. Het planvoornemen dient derhalve te voorzien in minimaal 975 m² aan groen (13 woningen x 75 m²).