10b B1.1 r NL.IMRO.0840.9000B0073-DEF1 2024-01-30 1
Tekst van het document
GEUR
64 641 642 642 642 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 71
nummer
SBI-2008
BODEM
OMSCHRIJVING
SBI-1993
-
B
B
L
B
L
3
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
Tabel 1-2
10 30 10 D
1 2 1
2 P 1 P 1 P
1 1 1
4
LUCHT
0 0 0
BODEM
10 30 C 10 C
VISUEEL
0 0 0
VERKEER
0 10 0
CATEGORIE
GEVAAR
2 - begraafplaatsen Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
GROOTSTE AFSTAND
GELUID
INDICES
STOF
96031 9313, 9604 9609
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
9303 9304 9305
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2. Landschapsplan Klein Zundertseweg 15
Landschappelijke inpassing Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Opdrachtgever:
Datum:
Door:
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Schoenmakers Advies Molenzicht 2 4881 BW Zundert
24 november 2023 PLANgroen Martijn Aarts Nieuwmoerseweg 3a 4885 KJ Achtmaal info@plangroen.nl
Inhoud
Pagina 3
Inleiding
4
Beleidskader kwaliteitsverbetering van het landschap
5
Bestaande situatie
6
Landschappelijke inpassing
7-12
Beheer landschappelijke inpassing
13
Referentiebeelden
14
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Inleiding Het voornemen is om op de locatie Klein Zundertseweg 15 het bestaande bouwvlak te vergroten. In het voorliggend plan is de landschappelijke inpassing voor de ontwikkeling opgenomen en daarnaast hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap van de provincie Noord-Brabant. Het landschapsplan is als volgt opgebouwd: • • • •
Beleidskader Kwaliteitsverbetering van het landschap Bestaande situatie Landschappelijke inpassing Beheer landschappelijke inpassing
Pagina 4
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Beleidskader Kwaliteitsverbetering van het landschap Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord- Brabant in haar ‘Structuurvisie ruimtelijke ordening’ en de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap geïntroduceerd. Voor ruimtelijke plannen buiten bestaand stedelijk gebied is in de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ bepaald dat de ontwikkeling gepaard dient te gaan met zorgvuldig ruimte gebruik (artikel 3.8) en kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.9). Om invulling te geven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de provincie Noord-Brabant de handreiking ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap: de rood-met-groen koppeling’ opgesteld. Deze handreiking geeft een aanzet, hoe invulling kan worden gegeven aan de omvang van de basisinspanning, die vanuit het ruimtelijk kwaliteitsbeleid gevraagd wordt. Voor de regio West-Brabant zijn nadere afspraken gemaakt in de notitie ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’. In deze notitie zijn drietal categorieën opgesteld om te bepalen onder welke methodiek de omvang bepaald wordt van de investering die gedaan moet worden ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap.
De categorieën zijn als volgt onderverdeeld: Categorie 1 Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2 Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. Categorie 3 Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. De voorgenomen wijziging op de planlocatie Klein Zundertseweg 15 valt onder categorie 2.
Pagina 5
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Bestaande situatie Gebiedsbeschrijving: De planlocatie ligt in een open landschap waar de agrarische functie het beeld bepaalt. Het grensgebied met Zundert valt door de scherpe gemeentegrens uiteen in twee delen, een noordelijk en een zuidelijk deel. De deelgebieden gaan van een coulisselandschap over naar de vochtige landschappen . Rondom de (burger) woningen zijn vooral afgeschermd door kleine bosjes en hakhoutsingels, daar tussen worden de omliggende open ruimtes en vergezichten van het landschap behouden.
Locatie beschrijving:
De planlocaties liggen in een gebied waar de cultuurgronden met vergezichten domineert en bestaat uit agrarische percelen met summiere beplanting. De meeste beplanting is terug te vinden rondom de erven. Vrijstaande woningen en boerderijen wisselen elkaar af, waarbij de erf- en bedrijfsbebouwing vaak geclusterd staat.
1925
Pagina 6
1950
1990
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
2022
Landschappelijke inpassing
Te realiseren bomenrij 18 stuks Te realiseren Hakhoutsingel 680 M² Bestaand bosje
Nieuwe brabantse haag 75 mtr.
N
Te realiseren Waterbergingsvoorziening met daaromheen bloemrijk grasland
Schaal 1:1000 Te realiseren bomenrij 29 stuks Te realiseren Hakhoutsingel 370 M²
Pagina 7
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Landschappelijke inpassing Beeldkwaliteit: De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering voor het landschap zijn. Gemeente Rucphen heeft in zijn structuurvisie aangegeven welke landschapselementen er gebruikt mogen worden in het desbetreffende (deel)gebied. Inpassing: De locatie Klein Zundertseweg 15 ligt in deelgebied ‘Grensgebied Zundert’ . Om aansluiting te vinden met het bestaande groen en om de locatie uit het landschap te halen, worden de volgende elementen gerealiseerd: - Solitaire landshapsbomen - Knip- Scheerhaag. - Waterbergingsvoorziening - Bloemrijk grasland - Hakhoutsingel Om de bebouwing op de planlocatie uit het landschap te halen worden langs de perceelsgrenzen landschapsbomen aangeplant met als aanvulling aan de zuid en zuidwestzijde een hakhoutsingel. Achter de nieuw te bouwen loods wordt een brabantsehaag geplant die minimaal 150/175 cm moet worden. Verder wordt achter op het perceel een waterbergingsvoorziening aangelegd, om daar het hemelwater van de bedrijfsbebouwing in op te vangen. Om de waterberging wordt het met een bloemrijk mengsel ingezaaid. Door variatie van soorten en hoogtes van de beplanting, zorgt het voor een versterking/aanvulling van de biodiversiteit.
Beplanting: Om de beeldkwaliteit te verhogen wordt er gekozen voor inheemse boom en struiksoorten.
Pagina 8
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Waterbergings voorziening (200M²/240M³) Het landschapselement ‘Waterbergingsvoorziening’ valt onder het landschapspakket L15(STILA). Het is een laagte met een kruidachtige begroeiing of broekbos of een ondiepe plas die ten tijde van hoge waterstanden extra water kan bergen. Een waterbergingsvoorziening heeft een oppervlakte van maximaal 5000 m2. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Een waterbergingsvoorziening wordt aangelegd in de vorm van een natte laagte die na enige tijd droogvalt of een ondiepe plas met permanent water. Eisen voor peilgestuurde gebieden Bij een natte laagte of broekbos ligt de bodem van de waterbergingsvoorziening van 10 cm onder tot 10 cm boven het zomerpeil. Bij een ondiepe plas ligt de bodem van de waterbergingsvoorziening tot 100 cm onder het zomerpeil. Eisen voor vrij afwaterende gebieden Bij een natte laagte of broekbos in vrij afwaterende gebieden ligt de bodem van de waterbergingsvoorziening op minimaal 50 cm onder maaiveldhoogte en niet onder de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterpeil). Om waterbergingsmogelijkheden te maximaliseren kunnen kunstwerken (stuw, knijpduiker) toegepast worden. Een kunstwerk is noodzakelijk als afwatering plaatsvindt naar een sloot of waterloop.
Bloemrijk Grasland (200m²): Het landschapselement ‘Bloemrijk grasland’ valt onder het landschapspakket G3 (STILA). Een bloemrijke rand is een aaneengesloten rand langs een perceelrand of landschapspakket met een gevarieerde kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden die jaarlijks gemaaid wordt. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De rand heeft een gemiddelde breedte van tenminste 3 en ten hoogste 6 meter en een lengte van tenminste 25 meter; voor een rand langs een ecologische verbindingszone geldt echter een gemiddelde breedte van ten hoogste 25 meter; De rand wordt ingezaaid met een in overleg met de veldcoördinator samengesteld mengsel met inheemse grassen en kruiden of er worden éénmalig gunstige randvoorwaarden gecreëerd voor een spontane ontwikkeling van de vegetatie, tenzij de aanvrager verklaard dat er reeds 10 plantensoorten in de rand aanwezig zijn. De rand wordt maximaal 2 en minimaal 1 maal per jaar gemaaid en het maaisel wordt binnen 15 dagen na het maaien afgevoerd De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of – bagger opgebracht; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v.
pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop; De rand wordt niet gebruikt als pad behoudens het incidentele gebruik als onderhoudspad voor het schouwen van de aanliggende sloot of het uitvoeren van onderhoud aan het element zelf.
Pagina 9
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Knip- Scheerhaag 75 meter:
Het landschapselement ‘Knip-Scheerhaag’ valt onder het landschapspakket L7 (STILA). Het is een vrijliggende lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen- en struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; Het element wordt minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal eenmaal per jaar geknipt ofgeschoren en de haag heeft in geschoren toestand een hoogte van minimaal 1 meter; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v.`pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juni en 15 maart. Voor de knip-scheerhaag worden vier planten per meter gebruikt.
Soort
Maat
Aantal
Latijnse naam
Nederlandse naam
Ligustrum ovalifolium
Gewone liguster
120-150
65
Carpinus betulus
Haagbeuk
120-150
65
Acer campestre
Veldesdoorn
120-150
65
Cornus sanguineum
Rode kornoelje
120-150
65
Ilex aquifolium
Hulst
60-80
40
Pagina 10
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Landschapsboom in bomenrij (47 Stuks): Het landschapselement ‘Landschapsboom in bomenrij’ valt onder het landschapspakket L8 (STILA). Een solitaire landschapsboom is een alleenstaande inheemse loofboom, niet zijnde een knotboom, die doorgaans in een vrij grote, open ruimte staat. In geval er langs een perceelsgrens of in een groep minder dan 10 bomen staan worden alle bomen als solitaire boom beschouwd. De boom staat niet in een ander landschapspakket waarbij de beheersvergoeding gerelateerd is aan de oppervlakte (zoals houtsingel en hakhoutbosje). Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt. Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen. Bij beweiding van de aanliggende gronden is bij solitaire bomen langs een perceelsgrens een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf. Indien de boom in een beweid perceel staat is rond de boom een raster aanwezig op 1,5 meter uit de voet van de stam. Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen.
Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Soort
Maat
Aantal
Latijnse naam
Nederlandse naam
Styphnolobium japonicum
Honingboom
16-18
16
Tilia cordata
Kleinbladige Linde
16-18
16
Juglans regia
Walnoot
16-18
15
Pagina 11
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Hakhoutsingel 1050 m² Het landschapselement ‘Hakhoutsingel’ valt onder het landschapspakket L1 (STILA). Het is een vrijliggend lijnvormig aaneengesloten landschapselement, met een opgaande begroeiingvan inheemse bomen en/of struiken met een bedekking van minimaal 90%, dat als hakhout wordt beheerd.
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2,5 meter en ten hoogste 20 meter breed; Tenminste 90% van de stobbes van het element wordt als hakhout beheerd en de diameter van het hakhout (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoof; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan hetHakhoutsingel element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Soort
Maat
Aantal
Latijnse naam
Nederlandse naam
Carpinus betulus
Haagbeuk
60/80
96
Cornus sanguineum
Rode kornoelje
60/80
96
Sorbus aucuparia
Lijsterbes
60/80
96
Prunus spinosa
Sleedoorn
60/80
96
Acer campestre
Veldesdoorn
60/80
96
Betula pendula
Ruwe berk
60/80
96
Corylus avellana
Hazelnoot
60/80
96
Pagina 11
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Beheer Landschappelijke inpassing Landschapsbomen in bomenrij: Na het broedseizoen tussen 1 aug en 15 maart wordt dit element gesnoeid om de gewenste vorm te bereiken. Daarbij wordt gelet op de volgende punten. Het verwijderen van waterloten, zuigers, plakoksels en kruisende(schurende) takken. Begeleidingssnoei Kronen tot gewenste stamhoogte. Knip- scheerhaag: In de periode 1 juni tot en met 15 maart, wordt de knip-scheerhaag ieder jaar geschoren. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: Strakke lijnen snoeien op gewenste hoogte en breedte van het element. Toppen om een dichte structuur van de haag te creëren. Bloemrijk mengsel: De rand wordt maximaal 2 en minimaal 1 maal per jaar gemaaid. Daarbij wordt gelet op de volgende punten. Het maaisel wordt binnen 15 dagen na het maaien afgevoerd Tussen 1 april en 1 juli is maaien niet toegestaan. De periode tussen twee maaibeurten is minimaal 3 maanden;
Waterbergingsvoorziening : -
De beheereenheid wordt niet beweid. Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in de beheereenheid. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan. Lozen van “niet organische sto en” en ander ‘afval’ is ook niet toegestaan. Toepassen van meststo en is niet toegestaan. In ltratie van water via pijpleiding(en) naar grondwater is niet toegestaan. De beheereenheid wordt niet beschadigd door werkzaamheden op aangrenzende gronden. Zwerfvuil wordt ten minste één keer per jaar verwijdert
Hakhoutsingel: In de periode tussen 1 november en 15 maart mogen er snoeiwerkzaamheden verricht worden. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: Al het hout wat een hoogte van 5 meter bereikt ( behalve de overstaanders die volledig uit kunnen groeien) wordt afgezet op 30 cm boven de grond. Doordat er gebruikt wordt gemaakt van verschillende beplantingssoorten krijgt de hakhoutsingel verschillende hoogtes en groeivormen. Het verwijderen van zaailingen, afleggers, worteluitlopers en ongewenste woekeraars.
Pagina 13
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel
Referentiebeelden
Waterbergingsvoorziening
Hakhoutsingel
Brabantse haag
Landschapsbomen Bloemrijk grasland
Pagina 14
Landschappelijke inpassing – Klein Zundertseweg 15 - Sprundel