CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09m Buitengebied Rucphen 2020 De Berg 5-7 te Schijf Bijl 10 toel Archeologisch bureau- en inventari

gemeenteraad 8 maart 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5-7 te Schijf'13.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureau voor Archeologie Rapport 1203 De Berg 5-7, Schijf, gemeente Rucphen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport. De Berg 5-7, Schijf, gemeente Rucphen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteur:

K. Durczak

autorisatie:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

17 augustus 2022

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2022031802

Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Rucphen

Plaats

Schijf

Toponiem

De Berg 5-7

Centrum locatie (m RD)

Plandeel 1 (De Berg 5): Plandeel 2: (De Berg 7):

97.740; 390.550 (x; y) 97.800; 390.630 (x; y)

Omvang plangebied

Plandeel 1 (De Berg 5): Plandeel 2 (De Berg 7):

2.500 m2 11.660 m2

Omvang onderzoeksgebied booronderzoek Gelijk aan het plangebied. Kadastrale gegevens

kadastrale gemeentenaam: Rucphen, sectie: Q, nummer(s): 263, 264, 265, 668, 778, 779, sectie: I, nummer(s): 2095, 2152

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

5263050100 (ABU); 5263067100 (ABO)

Soort onderzoek

een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

Buro BOOT

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

49F

(RO) kader onderzoek

Bestemmingsplanwijziging

Periode van uitvoering veldwerk

maandag 13 juni 2022

Bevoegde overheid

Gemeente Rucphen

Deskundige namens bevoegde overheid

Programmabureau Regio West-Brabant (RWB)

Versie van het rapport

2

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

4

Plandeel 2 (De Berg 7)

Plandeel 1 (De Berg 5)

Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; achtergrond: www.opentopo.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6

Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.....................................................................................................10 1.1 Doelstelling en vraagstelling...............................................................10 Bureauonderzoek......................................................................................12 2.1 Methode..............................................................................................12 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................12 2.3 Huidige situatie...................................................................................14 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................14 2.5 Historische situatie..............................................................................15 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................17 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................17 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................19 Booronderzoek..........................................................................................22 3.1

Inleiding..............................................................................................22 3.2 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie...............23 3.3 Archeologische interpretatie................................................................24 3.4 Waardestelling en Selectieadvies.......................................................26 Conclusie...................................................................................................27 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................27 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................28 Advies........................................................................................................31 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................31 Literatuur...................................................................................................32 Figuren......................................................................................................35 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................61

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

6

Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; achtergrond: www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Topografische kaart met het plangebied, verdeeld in een noordelijk en zuidelijk deel..............................................................................................35 Figuur 3: Ligging van het plangebied (rode contour) met de contour van het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek (onderbroken lijn)..............36 Figuur 4: Archeologische beleidskaart Gemeente Rucphen (Weterings-Korthorst, Timmermans en Melsen 2019).

Het plangebied is weergegeven in roze contour.......................................................................................................37 Figuur 5: Toekomstige situatie.............................................................................38 Figuur 6: Luchtfoto actueel..................................................................................39 Figuur 7: Bebouwing met bouwjaar (Kadaster 2013)..........................................40 Figuur 8: Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020...................................41 Figuur 9: Geologische ontwikkeling ter hoogte van het plangebied tussen 3.850 voor en 1.250 na Christus (Vos en De Vries 2013)....................................42 Figuur 10: Bodemkaart (Alterra 2014; Stichting voor Bodemkartering 1976)......43 Figuur 11: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019).........................................44 Figuur 12: Hoogte-reliëfkaart in overzicht (boven) en detail (onder; Kadaster en PDOK 2014)..............................................................................................45 Figuur 13: Turfdatabank (Provincie Antwerpen 2020).........................................46 Figuur 14: Kaart van Noord-Brabant en België omstreeks 1662 (Van Langren 1662).........................................................................................................

47 Figuur 15: Kaart van Breda en omgeving uit 1744 (Van den Kieboom 1744)......47 Figuur 16 Kaarte van het Oost en Noord quartier des Marquisaat van Bergen op Ten Zoom (Wouw 1791).............................................................................48 Figuur 17: Kadastrale kaart 1811-1832 (overzicht) van kadastrale gemeente Rucphen en Vorenseinde, Noord Brabant, sectie I blad 1..........................49 Figuur 18: Kadastraal minuutplan detail van de gemeente Rucphen en Vorenseinde tussen 1811 en 1832, sectie I, blad 01 (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’).......................................................................50 Figuur 19: 642-2183-ROOSENDAAL-1897.........................................................51 Figuur 20: 642-2184-ROOSENDAAL-1910.........................................................51 Figuur 21: 49F-1937-Oudenbosch / Roosendaal................................................52 Figuur 22: 49F-1948-Oudenbosch / Roosendaal................................................52 Figuur 23: 49F-1960-Oudenbosch / Roosendaal................................................53 Figuur 24: 49F-1968-Oudenbosch / Roosendaal................................................53 Figuur 25: 49F-1989-Oudenbosch / Roosendaal................................................54 Figuur 26: Topografisch kaart

2012.....................................................................54 Figuur 27: Archeologische vondstlocaties en zaken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021). Zie fig. 28 voor detail van zaken naast het plangebied.................................................................................................55 Figuur 28: Detail van fig. 27 met de zaken ten westen van het plangebied.........56 Figuur 29: Resultaten booronderzoek.................................................................57 Figuur 30: Getekende boorprofielen in schematische noord-zuid doorsnedes....58 Figuur 31: Detail kadastrale minuut met ligging boorpunten...............................59 Figuur 32: Plandeel 1 met geprojecteerde ligging van het historische erf, bufferzone van 5 m en indicatieve ligging toekomstige bebouwing............60

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

7

Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................15 Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 500 m van het plangebied.................................................................................................19

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

8

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor bouw- en graafwerkzaamheden aan de De Berg 5-7 te Schijf. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het plangebied bestaat uit twee plandelen aan weerszijden van een straat met de naam De Berg. Ten zuiden van deze straat wordt een bedrijfswoning op huisnummer 5 gesloopt. Op ongeveer dezelfde locatie wordt vervolgens een woning gebouwd. Ten noorden van deze straat bevindt zich op huisnummer 7 een woning met rondom agrarische gebouwen. Ten noorden en oosten van deze woning worden in de toekomst mogelijk een extra veestal, een loods en een sleufsilo gerealiseerd. In het noordoosten komen mogelijk trekkershutten. Het plangebied ligt in een landschap dat gedurende het Vroeg- en Midden Pleistoceen gevormd is door kleinschalige rivieren en wind.

Afzettingen uit deze perioden worden tot de Formatie van Stramproy gerekend en bestaan uit grof tot fijn zand met leem- en kleilagen, en plaatselijk veen- en grindlagen. Tijdens de laatste twee ijstijden (Saalien en Weichselien) is sprake van een koud en droog poolwoestijnklimaat waarin weinig vegetatie groeit. Hierdoor waait fijn zand op en ontstaat een zanddek die tot de Formatie van Boxtel wordt gerekend In het plangebied zijn tien boringen gezet tot maximaal 200 cm -mv. Hieruit blijkt dat de natuurlijke ondergrond uit dekzand bestaat. Hierop ligt een dikke Ahorizont (55 tot 105 cm dik). Deze A-horizont is op zes boorlocaties intact en ligt in vijf gevallen op een restant van een podzolbodem. Deze locaties liggen hoofdzakelijk in het weiland ten noorden en ten oosten van De Berg 7. Onder de A-horizont kan op deze locaties een intact potentieel archeologisch sporenniveau aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Laat Neolithicum. Aanbevolen wordt om ter hoogte van deze boorlocaties graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm-mv te vermijden zodat geen archeologische resten worden vergraven. De sloop en nieuwbouw van de woning op De Berg 5 zullen plaatsvinden op ongeveer dezelfde plaats als de huidige woning op dit perceel maar iets verschoven naar het westen.

Op de plek van de beoogde nieuwe woning zijn geen intacte bodemprofielen aangetroffen maar op de westelijke rand van dit plandeel bevinden zich wel mogelijk de resten van een historisch erf. Aanbevolen wordt om graafwerkzaamheden aan de westkant van dit plandeel dieper dan 50 cm te vermijden zodat ook daar geen archeologische resten worden vergraven. Als graafwerkzaamheden zijn voorzien waarbij archeologische resten kunnen worden vergraven dan adviseert Bureau voor Archeologie om in een zo vroeg mogelijk stadium nader archeologisch onderzoek te doen in dit gebied om te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn (kartering), en zo ja, wat daarvan Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

9 de waarde is (waardering). Voor dergelijk nader onderzoek moet de werkwijze vastgelegd worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Rucphen.

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

10

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de De Berg 5-7 te Schijf. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege de regels uit het geldende bestemmingsplan moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

1

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

11 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

Verkennend booronderzoek: 7.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

8.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

Eindoordeel: 9.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?

10.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

12

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is contact opgenomen met Heemkundekring Swerter Scive. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. Het plangebied ligt in de gemeente Rucphen in de plaats Schijf. De locatie ligt aan de adressen De Berg 5 en 7. Deze adressen liggen aan weerszijden van de straat met de naam De Berg (fig. 2). Het plangebied omvat die delen van de ontwikkeling waar een archeologische dubbelbestemming geldt. Plandeel 1 omvat het erf rondom De Berg 5 en dit deel ligt ten zuiden van weg De Berg. Dit plandeel is ongeveer vierkant (50 m x 50 m) en heeft een omvang van circa 2.500 m2. Plandeel 2 omvat het erf rondom De Berg 7. Dit plandeel ligt ten noorden van de straat. In oost-west richting is dit plandeel maximaal 130 m lang; in noord-zuid richting is dit plandeel maximaal 125 m lang. De westzijde van dit plandeel loopt schuin. Het plandeel is ongeveer 11.660 m2 groot. Rondom beide plandelen liggen agrarische gronden, hoofdzakelijk grasland. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen (fig. 3) . Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid.

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2019 heeft het plangebied een 2 3

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

13 hoge archeologische verwachting (fig. 4). Het beleid in deze zone is dat bij ingrepen van meer dan 100 m2 waarbij dieper wordt gegraven dan 50 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Ontwerp c.q. inrichtingsplan De beoogde ingreep bestaat uit sloop- en bouwwerkzaamheden (fig. 5). Ten zuiden van De Berg wordt de bedrijfswoning op huisnummer 5 gesloopt. Enige meters verschoven in westelijke richting wordt een nieuwe woning gebouwd. Op dit erf staat ook een vervallen grote schuur, aangeduid als een Vlaamse schuur. Deze schuur wordt behouden. Ten noorden van de straat De Berg bevindt zich een woning op huisnummer 7. Rondom deze woning bevinden zich agrarische gebouwen waaronder een grote ligboxenstal. De stal wordt gesloopt. De woning op huisnummer 7 blijft behouden, evenals de bijgebouwen rondom, de loods ten westen van deze woning en de stal ten noordwesten van deze woning. Ten noorden en oosten van de woning op huisnummer 7 worden in de toekomst mogelijk een extra veestal, een loods en een sleufsilo gerealiseerd. In het noordoosten komen mogelijk trekkershutten. Aard en omvang van de toekomstige verstoring Omdat de plannen in ontwikkeling zijn, is nog niet bekend wat de omvang van de verstoring zal zijn als de plannen worden gerealiseerd.

Volgens opgave van initiatiefnemer worden de mogelijk te bouwen veestal en loods ten noorden van De Berg zonder kelders en fundering aangelegd met maximale graafdieptes van 50 cm. Over verstoringsdieptes bij realisatie van de trekkershutten en sleufsilo zijn geen gegevens beschikbaar. Voor de bouw van de woning ten zuiden van De Berg zijn evenmin details bekend. Normaal gesproken wordt bij de aanleg van funderingen gegraven tot 80 cm -mv. De diepte van de toekomstige verstoring is nog niet bekend. Milieutechnische condities De milieutechnische condities zijn niet in het veld vastgesteld. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Rucphen blijkt dat het plangebied in de zone Landbouw/Natuur ligt.4 Dat betekent dat de kans klein is dat van één of meerdere stoffen de interventiewaarde wordt overschreden. Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap is VII. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand dieper staat dan 80 cm onder maaiveld. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven. 4

https://www.gemeentealtena.nl/bouwen-en-verbouwen/bodeminformatie

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

14

2.3

Huidige situatie Bebouwing en functie In fig. 6 en 7 zijn een luchtfoto en kaart van de huidige situatie weergegeven. In plandeel 1 (ten zuiden van De Berg) staan twee gebouwen; een (‘Vlaamse’) schuur uit 1980 in de noordoostelijke hoek en een bedrijfswoning uit 1940 daarnaast.5 De ruimte rondom deze woning en schuur is ingericht als erf. In het plandeel 2 (ten noorden van De Berg) bevinden zich zes bouwwerken. In de zuidwestelijke hoek van dit plandeel bevindt zich een ligboxenstal met mestkelder uit 1970. Ten noordoosten van de ligboxenstal staan een loods en een stal met onbekend bouwjaar. In het midden van plandeel 2 bevindt zich een woning met twee bijgebouwen uit de periode 1982 – 1994. De ruimte rondom deze woning is ingericht als erf. Het land ten noorden en oosten hiervan is weiland. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Buitengebied Rucphen uit 2020 (fig. 8). In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming opgenomen. In het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 100 m2 waarbij de bodem dieper dan 50 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Kempisch zandgebied', in de landschapszone dekzandvlakten.6 Het plangebied ligt in een landschap dat gedurende het Vroeg- en Midden Pleistoceen gevormd is door kleinschalige rivieren en wind. Afzettingen uit deze perioden worden tot de Formatie van Stramproy gerekend en bestaan uit grof tot fijn zand met leem- en kleilagen, en plaatselijk veen- en grindlagen. Tijdens de laatste twee ijstijden (Saalien en Weichselien) is sprake van een koud en droog poolwoestijnklimaat waarin weinig vegetatie groeit. Hierdoor waait fijn zand op en ontstaat een zanddek dat tot de Formatie van Boxtel wordt gerekend.7 Aan het begin van het Holoceen stijgen de zee- en grondwaterspiegel. Dit heeft tot gevolg dat het landschap vernat en veengroei mogelijk is. Langs de kust ontstaat een uitgestrekt veenmoeras dat zich geleidelijk landinwaarts uitbreidt. Veengroei ontstaat in eerste instantie in de beekdalen vanaf waar het zich over de rest van het landschap uitbreidt en vanaf het Laat- Neolithicum is het plangebied met veen bedekt (fig. 9). Het plangebied ligt tot en met de Middeleeuwen in een veenmoeras. In de Late Middeleeuwen wordt het veengebied ontgonnen en afgegraven. Als gevolg van de ontwatering oxideren veenresten (voor zover aanwezig) en klinken deze in.

Met het verdwijnen van het veen komt het dekzand opnieuw aan het oppervlak te liggen.8 5 6 7 8

Kadaster 2013 Rensink e.a. 2015 Berendsen en Stouthamer 2011 IDDS en Cuijpers Advies 2012

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

15 Het plangebied ligt volgens de bodemkaart in een gebied met laarpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21, fig. 10). Deze gronden kenmerken zich door de aanwezigheid van een matig dikke humeuze bovengrond van 30 tot 50 cm dik. Deze bovengrond is door plaggenbemesting ontstaan. Deze gronden hebben een dunner bouwlanddek dan hoge enkeerdgronden die zich volgens de bodemkaart ten zuidwesten van het plangebied bevinden.9 Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op de Pleistocene terrasafzettingswelvingen afgedekt met dekzand (fig. 11; code 3L41d). Ten zuidwesten van het dorp Schijf ligt een dekzandrug. Ten noorden van het plangebied is sprake van een terrasafzettingsvlakte (code 2M41). Met gegevens van het Actueel Hoogtebestand Nederland is een hoogtereliëfkaart gemaakt en weergegeven in fig. 12. Het maaiveld in het plangebied ligt tussen 12 tot 14 m NAP. Het terrein loopt terrein af in noordwestelijke richting. Dit correspondeert met de grondwatertrap die in het noordwesten van het plangebied V is. In de rest van het plangebied is de grondwatertrap VII. Een perceel ten noordwesten van het plangebied ligt vrij vlak tussen 11,8 en 11,7; dit perceel lijkt geëgaliseerd en afgegraven. Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie

Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:10 • Sy1: Formatie van Stramproy met een dek van de Formatie van Boxtel; fijn tot grof zand en leem met een zanddek (Sy1)

Bodemkunde (fig. 10)

Bodemkaart 1 : 50 000: • Laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21V en VII)

Geomorfologie (fig. 11)

Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Terrasafzettingswelvingen met dekzand (3L41d)

AHN (fig. 12)

Het plangebied ligt circa 12 tot 14 m NAP

Tabel 1: Aardkundige waarden.

2.5

Historische situatie In het plangebied kunnen archeologische resten vanaf de prehistorie aanwezig zijn. Tijdens warmere perioden in het Laat Paleolithicum tot en met het Laat Mesolithicum is het hele landschap geschikt voor bewoning en exploitatie door jagers-verzamelaars. Waarschijnlijk geven jagers-verzamelaars voor tijdelijke nederzettingen de voorkeur aan gebieden met een hoge biodiversiteit, goed zicht en drinkwater in de nabijheid (voor zowel mensen als prooidieren). Hieronder vallen overgangszones tussen lage/natte en hoge/droge gebieden zoals kronkelwaarden van rivieren, grotere beekdalen, flanken van dekzandruggen en hoge oevers van lokale vennen.11 De eerste landbouwers in het Neolithicum vestigen zich grotendeels op dezelfde locaties als jagers-verzamelaars. De aanwezigheid van drinkwater, brandstof, bouwmateriaal en de bodemvruchtbaarheid zijn hierbij leidend.12 450 m ten noordwesten zijn vondsten uit het Neolithicum aangetroffen. Waarschijnlijk wordt het plangebied in de loop van het Laat Neolithicum door veen overgroeid. Het 9 Stichting voor Bodemkartering 1976 10 De Mulder 2003 11 Ball e.a. 2016 12 Ball e.a. 2016 Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

16 veenmoeras is ongunstig voor bewoning en is waarschijnlijk uitsluitend voor jacht en visvangst gebruikt. Vanaf de tweede helft van de 13e eeuw worden venen in West-Brabant afgegraven voor turfwinning als brandstof. De dorpsnaam Schijf is een verwijzing naar een stuk grond dat in 1423 is verkocht als ‘Zwarte Schijf’. Het ging om het gebied gelegen ‘in de Rucphense moer aan de Zwart Schive’ (Zwarte Schijf).13 Het gehucht Zwarte-Schijf wordt in 1442 samen met Rucphen in 1442 verheven tot een zelfstandige parochie. Uit de turfdatabank blijkt dat de omgeving van het plangebied tussen 1357 en 1420 is uitgegeven.14 In deze periode is ook de turfvaart van Oudenbosch naar Rucphen gegraven. Het plangebied ligt 150 m ten westen en 350 ten oosten van turfvaarten die in 1398 en 1450 zijn gegraven (fig. 13).15 In 1556 is in Schijf een Sint Antoniuskapel gebouwd. Deze is later vervallen en gesloopt. Op een figuratieve historische kaart uit 17e eeuw ligt het plangebied in een nietontgonnen terrein; Schijf en de kapel staan niet aangegeven (fig. 14). Op de kaarten van de 18e eeuw zijn de overblijfselen van de turfvaarten naar Oudenbosch zichtbaar met op enkele plaatsen verspreid staande bebouwing (fig. 15 en 16). De kadastrale minuut uit de periode 1811-1832 is goed te projecteren op het huidige coördinaatstelsel. In fig. 17 staat een overzichtskaart en in fig. 18 een detailkaart.

Begin 19e eeuw staat verspreid bebouwing in wat nu het dorp Schijf is. Op de detailkaart is het volgende zichtbaar: •

Op perceel 246 staat de woning (vermoedelijk: boerderij) van Stefanus Mies (arbeider). Hij bezat ook percelen 244 (boomgaard), 245 (moestuin), 255 (bouwland) en 257 (bouwland).

•

Op perceel 264 en 265, bij wat nu de kruising en sloot ten westen van het plangebied is, bevindt zich een klein erf, die tussen 1887 en 1900 is geslopen.16 Deze is eigendom van de (erven van) H. van Gastel. Percelen 242 (bouwland) en 243 (bouwland) behoren ook tot dit erf, evenals perceel 256 (bouwland).

Ten noorden van De Berg is in de 19e en 20e eeuw steeds een erf aanwezig. Dit erf lijkt tussen 1910 en 1937 van structuur te veranderen en mogelijk heeft in deze periode sloop en nieuwbouw plaatsgevonden (fig. 20 en 21). Daarna blijft dit erf vergelijkbaar van vorm tot 1987 (fig. 22 tot en met 25). In 1989 wordt een grote stal gebouwd die er nu nog staat. Volgens de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) wordt de woning aan de noordzijde van De Berg gebouwd in 1982. Deze staat echter pas voor het eerst afgebeeld in 1989 (fig. 25). In 1989 en 2012 staat ook de noordelijke kleinere stal op de topografische kaart afgebeeld. De loods in dit deel van het plangebied is er dan nog niet en deze is vermoedelijk van na die datum (fig. 26). Op het eerste Bonneblad van 1897 is het zuidelijke plandeel geheel onbebouwd (fig. 19); op de volgende uitgave van 1910 staat er een erf in dit plandeel dat bestaat uit twee gebouwen, vermoedelijk een woning (uit 1900) en een schuur (uit; 1901;fig. 20).17 In 1937 is dit erf met een gebouw uitgebreid (fig. 21). Daarna 13 IDDS en Cuijpers Advies 2012, 40 14 Provincie Antwerpen 15 Leenders 2013 16 Kadaster 2013 17 Kadaster 2013 Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

17 blijft de situatie vrijwel ongewijzigd tot 2012. Op de actuele topografische kaart staat het laatst genoemde gebouw niet meer en het is dus in de afgelopen tien jaar gesloopt (vergelijk 26 met 2).

2.6

Mogelijke verstoringen Binnen het plangebied hebben in de loop van de 20e eeuw bouw- en sloopactiviteiten plaatsgevonden. Op de kaart met ontgrondingsvergunningen van Noord-Brabant staat geen vergunning in of bij het plangebied geregistreerd.

2.7

Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 27 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Direct ten westen van het plangebied (zaken 2.336.123.100, 2.336.942.100, 4.662.233.100) zijn een bureau- en booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek zijn sporen van een erf aangetroffen. Dit erf correspondeert met het erf dat daar op de kadastrale minuut (1811-1832) staat afgebeeld. Er is geen vondstmateriaal verzameld dat meer informatie geeft over de datering van dit erf. De onderzoekers geven een vermoedelijke datering van ‘tussen 1680 en begin 20e eeuw)’; Vanwege de goede conservering van sporen en artefacten wordt het als behoudenswaardig beoordeeld. Er is bij het onderzoek geen prehistorisch vondstmateriaal aangetroffen. 170 m ten oosten (2.438.808.100) en 240 m ten zuidoosten (3.981.064.100 en 4.002.999.100) van het plangebied aan de Schepenberg zijn drie archeologische bureau- en booronderzoeken uitgevoerd. Bij deze onderzoeken bleek de bodem tot de C-horizont verstoord.

350 m ten zuiden van het plangebied is bureau- en booronderzoek (2.336.131.100 en 2.336.934.100) uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek is een dun esdek met direct daaronder een ploeglaag of cultuurlaag aangetroffen. De onderzoekers achten een vervolgonderzoek niet noodzakelijk indien bouwplannen worden uitgevoerd. Dit vervolgonderzoek is niet uitgevoerd. 450 m ten noordwesten (3.272.184.100) van het plangebied zijn tijdens een oppervlaktekartering vuursteenfragmenten uit het Laat Neolithicum en een loden schijfgewicht (Romeins of middeleeuws) aangetroffen. Voor de aanvullende informatie is contact met de heemkundekring Schijf opgenomen. De voorzitter van de kring geeft aan dat de bebouwing van De Berg 5 (het zuidelijke plandeel) het oudst is en uit 1901 stamt. De boerderij die aan de andere kant van de weg stond (De Berg 7) is rond dezelfde tijd gesloopt (1901). In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.18

18 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

18 Binnen de onderzoekslocatie staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd. In het onderzoeksgebied bevinden zich geen rijksmonumenten.19 Archeologische terreinen Geen. Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.336.123.100: Rucphen, Schijf, De Berg, bureauonderzoek Archeologisch bureauonderzoek voor ontwikkeling De Berg, ten westen van De Berg 5 en 7. Dit onderzoek is uitgevoerd door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. in 2011.20 Het rapport is niet beschikbaar. Naar aanleiding van het bureauonderzoek is een booronderzoek uitgevoerd. 2.336.942.100 : Rucphen, Schijf, De Berg, booronderzoek Vervolg op het bureauonderzoek (zaak 2.336.123.100). Tijdens het booronderzoek zijn zeven boringen gezet tor maximaal 1,50 m -mv. Het bodemprofiel bestaat uit een bouwvoor van 0,20 tot 0,30 m dit op dekzand. Ter hoogte van twee boorpunten zijn verploegde E- en B-horizonten aangetroffen. Op basis van het booronderzoek adviseren de onderzoekers een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.21 Dit vervolgonderzoek is uitgevoerd, zie zaak 4.662.233.100. 2.336.131.100 en 2.336.934.100: Rucphen, Schijf, Sint Antoniusstraat 36-38, bureauonderzoek en booronderzoek Op basis van het bureauonderzoek is de kans op archeologische waarden uit de steentijd en de Late-Middeleeuwen binnen het plangebied aanwezig geacht.

Sporen uit deze perioden worden verwacht rond het grensvlak tussen de top van een intact pakket dekzand en het bovenliggende esdek. Tijdens de booronderzoek, werd in drie van de vijf boringen bodemroering waargenomen tot in de C-horizont in het dekzand. De overige twee boringen werden gekenmerkt door een relatief dun esdek, bestaand uit donkerbruin tot grijs humeus zand, gelegen op het pleistoceen dekzand. In één van deze boringen werden direct onder het esdek aanwijzingen aangetroffen voor mogelijke agrarische activiteiten – ploegsporen – uit de periode rond of net vóór het aanbrengen van het esdek. Vervolgonderzoek in de vorm van de proefsleuven is geadviseerd. 22 2.438.808.100: Rucphen, Schijf, Scherpenbergsebaan 8a, booronderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een hoge verwachting heeft voor de periode Midden-Paleolithicum – Neolithicum (circa 300.000-2.000 voor Chr.). In de navolgende periode raakt een groot deel van de gemeente Rucphen begroeid met veen, waaronder het plangebied. Er zijn binnen de gemeente wel vindplaatsen bekend uit de periode Bronstijd – Vroege Middeleeuwen (2.000 voor Chr.-1.050 na Chr.), maar deze zijn gesitueerd op de hoogste locaties in de gemeente, zoals de dekzandruggen. In het plangebied geldt voor deze periode dan ook een lage verwachting.

Er worden op basis van historisch kaartmateriaal geen nederzettingen uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd (1.050 na Chr-heden) verwacht. Gezien de ligging van het plangebied aan een laatmiddeleeuwse turfvaart is het wel mogelijk om sporen van ontginning aan te treffen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont van het dekzand is afgetopt. Dit betekent dat de podzol en hiermee eventuele archeologische waarden zijn vergraven. Op zijn hoogst kunnen alleen archeologische grondsporen die tot in de C-horizont van het dekzand zijn ingegraven, in het plangebied bewaard zijn gebleven (bijvoorbeeld paalkuilen). Geen vervolgonderzoek is geadviseerd. 23 3.981.064.100: Rucphen, Schijf, Scherpenbergsebaan, boring Bij deze zaak is vondstlocatie 1.114.293 geregistreerd. Door de grondwerkzaamheden en de zandwinning is er geen sprake meer van een natuurlijk reliëf - in het plangebied. Het lijkt erop dat de oorspronkelijk laarpodzol dan wel veldpodzol in het plangebied is verdwenen door ontzanding. De aangetroffen resten van de BC-horizont van de - podzolbodem zijn waarschijnlijk niet ontstaan door bodemvorming van bovenaf, maar door grondwaterschommelingen en duiden dus niet op een echte BC-horizont. Waarschijnlijk is het terrein tot een diepte van 60 tot 90 cm -mv ontzand en heeft men later een ca.

40 cm dik humeus dek opgebracht om de grond weer te kunnen gebruiken. Aangezien de bodem is verstoord en waarschijnlijk 60-90 cm diep is afgegraven. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. De eventueel aanwezige resten van ontwateringsgreppels en munitiedelen voegen in onze ogen weinig toe aan de al bekende 19 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 20 Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. 2011 21 Ras 2012b 22 Ras 2012a 23 Kerkhoven en Pape 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

19 ontginnings en gebruiksgeschiedenis van het plangebied. Op grond van de resultaten is een vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Bij deze vondstlocatie zijn geen vondsten geregistreerd. 24 4.002.999.100: Rucphen, Schijf, Scherpenbergsebaan ong., booronderzoek De natuurlijke ondergrond bestaat uit zwak tot sterk siltig zeer fijn zand dat goed is afgerond en goed is gesorteerd en soms een lemig karakter heeft. Het zand is geïnterpreteerd als dekzand. Gezien de 35-60 cm dikke bouwvoor (Ap-horizont) in de boringen, waarbij de verploeging met onderliggende bodemhorizonten is meegerekend, is er sprake van een laarpodzol, zoals op grond van het bureauonderzoek werd verwacht. Opvallend is dat in de boringen 1-3, die liggen in de laaggelegen noordelijke randzone van het plangebied nog delen van een podzolbodem (Bhs- en E-horizont) in de onderzijde van de bouwvoor te herkennen waren. Terwijl deze in de boringen 4-6 op het iets hoger gelegen deel niet zijn aangetroffen. In boring 1 en 2 is onder het verploegde deel nog een BChorizont aangetroffen, die in boring 3 was verploegd met de C-horizont. Het grootste deel van de eventueel aanwezige podzolbodem lijkt door verploeging te zijn verdwenen, hoewel op grond van de boringen 4-6 niet kan worden uitgesloten dat er deels ook ontzanding in de 19e/20e eeuw heeft plaatsgevonden.

Hier was de onderzijde van de bouwvoor verploegd met de C-horizont. Mogelijk dat de podzolbodem hier door zandwinning in de 19e/20e eeuw is verdwenen, waarna het humeuze bovendek weer is terug gestort. Er zijn geen resten van veen aangetroffen. 25 4.662.233.100: Rucphen, Schijf, Berg van Trijp, proefputten\proefsleuven De verwachting op historische bebouwing in het noordoosten van het plangebied is bevestigd. Het lijkt erop dat er een huis heeft gestaan in de Nieuwe tijd, waarvan paalsporen van de gebinten nog bewaard zijn gebleven. Dit is vermoedelijk het geval geweest tussen 1680 en begin 20e eeuw. Het betreft het terrein dat correspondeert met een bebouwd gebied op de Kadastrale Minuut uit 18111832. De buitenmuren lijken te zijn gesloopt, getuige de hoeveelheden bouwpuin en bakstenen in de greppel. Ook zijn aan de zuidoostkant van het plangebied een greppel en enkele paalsporen uit ofwel de Late-Middeleeuwen ofwel de Nieuwe tijd aangetroffen. Mogelijk gaat het om een erfafscheiding. De sporen van werkput 2 zijn slecht bewaard als gevolg van verploeging. In de rest van het plangebied zijn geen archeologische resten aangetroffen. 26 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.242.116 (keramiek en metaal uit Laat Middeleeuwen – Nieuwe Tijd) geregistreerd.

Vondst zaaknummers 3.272.184.100: Rucphen, Schijf, De Heiberg, Niet-archeologisch: kartering In mei 2011 zijn tijdens oppervlaktekartering van een akkerperceel op De Heiberg bij Schijf aan de oppervlakte van de akker twee uit het Mesolithicum daterende vuurstenen artefacten (een afslagboortje en een verbrande afslag) en een moeilijk exact te dateren, maar waarschijnlijk uit de periode ROM - LME daterend loden schijfgewichtje gevonden.

Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 500 m van het plangebied.

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Kempisch zandgebied', in de landschapszone dekzandvlakten. Sinds de vorming van het landschap in de laatste IJstijd zullen nomadische groepen jagers-verzamelaars door het zandlandschap hebben getrokken. De meeste geschikte vestigingsplaatsen voor (tijdelijke) kampementen zijn de zones met (nat-droog) landschappelijke gradiënten geweest. Het plangebied ligt mogelijk in zo’n gebied. Het ligt namelijk op de noordwestrand van een gebied met terrasafzettingswelvingen en verder noordwestelijk is sprake van een vlakte in de omgeving van de Schijfse Vaart. Dit is de reden dat op de gemeentelijke beleidskaart een hoge verwachting is toegekend. Waarschijnlijk wordt het onderzoeksgebied vanaf het Laat Neolithicum onderdeel van een veenmoeras. Het veenmoeras is tot en met de Middeleeuwen een ongunstige bewoningslocatie die uitsluitend voor jacht en visvangst zal zijn 24 Schorn 2016a 25 Schorn 2016b 26 Sonneveld 2021 Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

20 gebruikt. Het veengebied wordt in de Late Middeleeuwen verveend en ontgonnen waardoor het Pleistoceen zand weer aan de oppervlakte komt te liggen. Begin 19e eeuw ligt in het plangebied, ten noorden van De Berg, het erf van Stefanus Mies. Dit erf ligt ‘onder’ de huidige ligboxenstal. In dezelfde periode ligt waarschijnlijk net buiten of op de westrand van het plangebied, ten zuiden van De Berg, een klein gebouw, mogelijk een woning van (de erven van) H. van Gastel. In de loop van de 19e en 20e eeuw hebben verschillende bouw- en sloopwerkzaamheden plaatsgevonden. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

In het plangebied kunnen archeologische resten uit alle perioden aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot heden. 2.

Complextype

Uit het Laat Paleolithicum tot en met (Laat) Neolithicum kunnen resten van kampementen van jagers-verzamelaars aanwezig zijn. Mogelijk is sprake geweest van een verhoogde geschiktheid van het landschap vanwege de ligging op de overgang van terrasafzettingswelvingen naar een vlakte ten noordwesten van het plangebied. In de periode Laat Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen is het plangebied waarschijnlijk onbewoond en slechts sporadisch gebruikt. Uit deze perioden kunnen wel resten gerelateerd aan de jacht- en visvangst aanwezig zijn. Uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen resten van ontginning aanwezig zijn. Uit de kadastrale minuut blijkt dat in het noordelijke plandeel en op de westelijke rand van het zuidelijke plandeel resten van een historisch erf nog aanwezig kunnen zijn. Bij archeologisch onderzoek ten westen van het plangebied zijn inderdaad resten van dit erf aangetroffen. 3.

Omvang

Archeologische resten gerelateerd aan bewoning kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.

Diepteligging

Archeologische resten kunnen direct onder de bouwvoor aanwezig zijn, binnen circa 50 cm -mv. 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

Prehistorische archeologische resten kunnen goed zijn geconserveerd onder een bouwlanddek maar door latere (landbouw)activiteit zijn vergraven. De grondwatertrap is in een groot deel van het plangebied VII. Dit betekent dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand dieper ligt dan 80 cm -mv. De conservering van organische artefacten zullen door de relatief hoge zuurgraad van zand, de zuurstofrijke en droge condities slecht zijn. In de noordwest rand is de grondwatertrap V en kunnen ondiep gelegen organische artefacten beter bewaard zijn gebleven. 6.

Locatie

Hele plangebied. Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

21 7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Archeologische resten uit het Paleo-, Meso- en Vroeg Neolithicum kenmerken zich door een spreiding van artefacten (hoofdzakelijk vuursteen- en houtskoolfragmenten). Archeologische resten uit de Bronstijd kunnen zich ook manifesteren als een een spreiding van aardewerkfragmenten, maar zijn vooral herkenbaar aan een sporenniveau. Archeologische resten uit het Midden en Laat Neolithicum kenmerken zich hoofdzakelijk door een sporenniveau. 8.

Mogelijke verstoringen

Door bouw- en sloopactiviteiten kunnen archeologische resten zijn vergraven. Dit geldt vrij zeker voor het historische erf in het noordelijke plandeel dat onder een onderkelderde ligboxenstal ligt. Ook de fysieke conservering van het westelijke historische erf is mogelijk goed gezien de resultaten van het onderzoek ten westen van het plangebied.27 Wel is in het huidige plangebied sprake een greppel en een oprit op de plek van dit erf hetgeen tot verstoringen kan hebben geleid.

27 Sonneveld 2021 Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

22

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,28 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn in de eerste plaats gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.

Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden. Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor.

Aantal boringen:

Tien. Oorspronkelijk waren negen boringen gepland; omdat boorpunt 7 gepland bleek op de plek waar laagte ontstaan door uitgraving bij de sloop van een uitbouw lag, is enkele meters daarnaast een extra boring (boorpunt 10) gezet.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot in de C-horizont, tot minimaal 100 cm -mv en maximaal 200 cm -mv.

Grid:

De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst.

Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. De opgeboorde grond van A- en B-horizonten is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm om meer informatie over eventuele bijmengingen te verzamelen. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat 28 SIKB 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

23 NEN 5104.29 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald door middel van een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.30 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 13 juni 2022 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en K. Durczak (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak is voorgelegd aan en goedgekeurd door de deskundige van de bevoegde overheid. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3.2

Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De ligging van de boorpunten is in fig. 29 weergegeven inclusief met een overzicht van de bodemhorizonten. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 30. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen (baksteen, modern aardwerk), maar deze wijzen niet op een vindplaats. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater is bereikt in de lage delen van het onderzochte terrein, bij boringen 4, 6 en 10. Het grondwater stond daar tussen 130 en 180 cm -mv. Al het bodemmateriaal is kalkloos. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende lagen worden onderscheiden, van boven naar onder Laag 1: omgewerkte grond Ter hoogte van boorpunten 7, 8 en 10 (De Berg 5) bestaat de bovenste lagen grond uit een heterogeen mengsel met zandbrokken van verschillende kleuren. Dit pakket is 15 tot 50 cm dik. In boorprofiel 10 zijn hierin baksteenfragmenten aanwezig. Dit is omgewerkte grond. De omgewerkte grond is ontstaan door verschillende factoren: •

Ter hoogte van boorpunt 7 is onlangs een deel van de woning bij Berg 5 gesloopt; de boring stond in het vlak van deze uitbouw.

•

Ter hoogte van boorpunt 8 ligt klinkerverharding. De omgewerkte grond bestaat uit uit de eerste grondlaag onder deze klinker en is vermoedelijk (vergraven) cunetzand.

•

Boorpunt 10 bevindt zich ten westen van de inrit bij Berg 5 en de omgewerkte grond is vermoedelijk ontstaan door de aanwezigheid van greppels of rijsporen van voertuigen.

29 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 30 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

24 Laag 2: A-horizont Deze laag bestaat uit zwak tot matig siltig, matig tot sterk humeus zand. Dit pakket is 55 tot 102 cm dik en is aanwezig in alle boorprofielen met uitzondering van boorprofiel 7. Vanwege het hoge organische stof gehalte wordt deze laag als een A-horizont geïnterpreteerd. De A-horizont is duidelijk dikker dan op basis van de bodemkaart wordt verwacht; de daarop aangegeven laarpodzolgronden hebben normaal ‘slechts’ een matig dikke (30 tot 50 cm) humeuze bovenlaag. De gronden in het plangebied kunnen beter als enkeerdgronden worden geclassificeerd. In boorprofielen 9 en 10 bevinden zich sporen van baksteen en in boorprofiel 6 een fragment modern aardewerk (roodbakkend, dun). In deze boorprofielen zijn ook veel zandbrokken (met een andere kleur) en takjes of wortels aanwezig. De laagondergrens van de A-horizont in deze boorprofielen is scherp. Daarom wordt de A-horizont in deze boorprofielen als omgewerkt geïnterpreteerd. Laag 3: B-horizont (dekzand): De natuurlijke ondergrond bestaat uit matig siltig, zwak humeus goed afgerond zand. Op basis van de textuur, afronding en landschappelijke ligging kan dit bodemmateriaal als dekzand worden geïnterpreteerd. Het dekzand wordt gerekend tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel).

Ter hoogte van het weiland ten noorden en oosten van het erf van De Berg 7 (boorprofielen 2, 3, 4, 5) en bij één boorpunt ten zuiden van de Vlaamse Schuur op De Berg 5 (boorprofiel 8) is sprake van een bruinverkleuring in de top van het dekzand. Het betreft bodemlagen die door inspoeling met ijzer en organische stof zijn verrijkt. Bodemkundig zijn het podzol B-horizonten en (als het minder duidelijk) BC-horizonten. Deze horizonten zijn 20 tot 45 cm dik. De overgang met de onderliggende C horizont is geleidelijk. De top van de B-horizont ligt tussen 55 en 90 cm -mv (1312 en 1141 cm NAP). Laag 4: C-horizont (dekzand): Het dekzand krijgt naar beneden toe een lichte gele of grijze kleur. Dit is bodemkundig de C-horizont; het uitgangsmateriaal voor bodemvorming. De Chorizont is vaak roestig. Op plaatsen waar de B-horizont ontbreekt gaat de Ahorizont direct over in de bodemmateriaal met deze lichte kleur. De top van de C-horizont ligt tussen 50 en 120 cm -mv (1288 en 1105 cm NAP). Pakket 5: Formatie van Stramproy Onder het dekzand ligt op verschillende plaatsen een kleilaag (boorprofielen 1, 8 en 10) en in één geval (boorprofiel 10) ook een veenlaag. Alhoewel niet uitgesloten kan worden dat deze lagen onderdeel uit maken van de Formatie van Boxtel is bekend dat in dit deel van Brabant afzettingen van de Formatie van Stramproy ondiep aanwezig kunnen zijn.

Deze bodemlagen daarom als zodanig geïnterpreteerd.

3.3

Archeologische interpretatie In het plangebied is sprake van een dikke A-horizont (> 50 cm dik). Deze is Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

25 waarschijnlijk ontstaan door plaggenbemesting. Daar waar het bodemprofiel nog (deels) intact is, kunnen archeologische resten in de ondergrond bewaard zijn bleven. Het is mogelijk dat in de top van de B-horizont (of de C-horizont als de Bhorizont ontbreekt) op deze plaatsen sporen en artefacten aanwezig zijn uit de periode Laat Paleolithicum tot en met de Laat Neolithicum. Artefacten uit deze periode zouden door verploeging ook in de A-horizont aanwezig kunnen zijn. Bij het zeven van de grond zijn echter geen vondsten gedaan die de duiden op de aanwezigheid van resten uit deze periode. Dit betekent dat op het erf ten zuiden van de Vlaamse schuur (De Berg 5), en in de weilanden ten noorden en oosten van de woning van De Berg 7 rekening gehouden moet worden met eventuele archeologische resten. Uit de kadastrale minuut van begin 19e eeuw blijkt ook dat in en bij het plangebied historische erven liggen (fig. 18): •

Het erf aan de noordkant van De Berg ligt echter onder de stal die volgens opgaaf van de initiatiefnemer mestkelders heeft. Terrein inspectie heeft de aanwezigheid van deze kelders bevestigt en leidt tot de conclusie dat resten van dit erf volledig zullen zijn vergraven.

•

Het (kleine) erf bij De Berg 5, ligt waarschijnlijk op de westrand van dit erf, daar waar zich nu ook een houtwal en sloot bevinden. De boring die in dit deel (boringen 7 en 10 ) van het perceel zijn gezet bestaan uit geroerde grondlagen op de schone C-horizont. ◦ Boring 7 is gezet op de plek waar onlangs een schuur is gesloopt. De verstoorde lagen zijn zeer waarschijnlijk veroorzaakt door de bouw en sloop van deze schuur. ◦ Dit geldt niet voor de verstoorde grondlagen bij boorpunt 10. Sonneveld en Van den Berg (2019) beschrijven dat de bodem bij het erf ten westen van het plangebied bestaat uit een ‘bouwvoor met hieronder een verstoorde laag (S.1001), waarin brokken E- en Bhorizont lijken te zijn omgewerkt.’ De foto’s in het rapport bij werkput 7 van Sonneveld en Van den Berg (2019) laten zien dat bodemvorming in de top dekzand bij het erf ontbreekt.31 Dit correspondeert met boorprofiel 10. Een en ander betekent dat in het plangebied mogelijk nog sporen van dit erf aanwezig kunnen zijn alhoewel boring 10 mogelijk naast het erf is gezet (fig. 31).

31 Pagina’s 13 en 14 van het rapport van Sonneveld en Van den Berg (2019). Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

26

3.4

Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.1 vormen een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Alhoewel nog geen vindplaatsen aangetroffen kan op basis van de bodemopbouw niet worden uitgesloten dat deze er wel zijn op plaatsen waar het bodemprofiel deels intact is. Er is daarom geen waardestelling mogelijk en er is geen inhoudelijk selectieadvies opgesteld.

Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

27

4

Conclusie

4.1

Conclusie Bureauonderzoek 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

Ten zuiden van De Berg (huisnummer 5) wordt de bedrijfswoning op huisnummer 5 gesloopt. Op ongeveer dezelfde plaats wordt een nieuwe woning gebouwd. De grote schuur blijft behouden. Ten noorden van De Berg (huisnummer 7) bevindt zich een grote ligboxenstal; deze wordt gesloopt. De woning ten noorden van De Berg en de omringende bijgebouwen blijven behouden, evenals de loods ten westen van deze woning en de stal ten noordwesten van deze woning. Ten noorden en oosten van deze woning worden in de toekomst mogelijk een extra veestal, een loods en een sleufsilo gerealiseerd. In het noordoosten komen mogelijk trekkershutten. 2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

Het plangebied ligt ter hoogte van periglaciale afzettingen die gevormd zijn door kleinschalige rivieren en wind. Deze afzettingen worden tot de Formatie van Stramproy gerekend. Op deze afzettingen ligt dekzand, deels in de vorm van een dekzandrug met zuidwestelijke tot noordoostelijke oriëntatie. Deze afzettingen worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. De bodemkaart geeft aan dat in de dekzanden zich laarpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand hebben gevormd. Dit zijn gronden met een matig dik bouwlanddek. 3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

In het plangebied hebben in de loop van de 20e eeuw bouw- en sloopactiviteiten plaatsgevonden. Op de kaart met ontgrondingsvergunningen van Noord-Brabant staat ontgrondingsvergunning in of bij het plangebied geregistreerd. 4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

Het plangebied is waarschijnlijk een gunstige bewoningslocatie tot tot aan de veenbedekking in de loop van het Laat Neolithicum. Het veen wordt in de Late Middeleeuwen ontgonnen. Op de kadastrale minuutkaart staan in het onderzochte gebied twee erven. Het gaat om een klein erf op de westrand van De Berg 5 en om een erf in het westelijke deel van De Berg 7. De rest van het plangebied heeft in deze periode een agrarische functie. In de loop van de 19e en 20e eeuw wordt de bebouwing vervangen en wordt de huidige gebouwd. Het kleine erf op de westrand van De Berg 5 ligt waarschijnlijk op de plek waar nu een sloot loopt. Het historische erf bij De Berg 7 ligt heden ‘onder’ de huidige onderkelderde stal. 5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

Het plangebied is niet eerder archeologische in het veld onderzocht. Er liggen geen AMK terreinen en geen vindlocaties in het plangebied. Ten westen van het plangebied is een bureau-, boor- en proefsleuven onderzoek ingevoerd waarbij sporen van het erf zijn teruggevonden dat daar op de kadastrale minuut staat Bureau voor Archeologie Rapport 1203

Schijf De Berg 5-7

28 afgebeeld. 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Laat Neolithicum. Op grond van de landschappelijk ligging kunnen archeologische resten van jager-verzamelaars en landbouwsamenlevingen aanwezig zijn. Daarnaast zijn waarschijnlijk archeologische resten van twee historische erven aanwezig alhoewel deze grotendeels zullen zijn vergraven. Het archeologische sporenniveau wordt direct onder de bouwvoor verwacht, binnen circa 50 cm -mv.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12443082/1