09i Buitengebied Rucphen 2020 De Berg 5-7 te Schijf Bijl 6 toel Notitie vormvrije m.e.r. - beoordel
Tekst van het document
Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen BV Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal
Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Datum
29 juni 2021- geactualiseerd 24 oktober 2022
Betreft
Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling t.b.v. wijziging bestemmingsplan voor locaties de Berg 5 en 7 in Schijf, gemeente Rucphen
Project
P199111.001
Opsteller
Evelyne Coopmann-van Overbeek
Vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan de Berg 5 en 7 in Schijf 1. Aanleiding Op de Berg 5 ligt in de huidige situatie een agrarische bestemming met hierop een verouderde en leegstaande ligboxenstal, een voormalige bedrijfswoning en een cultuurhistorisch waardevolle Vlaamse schuur. Het bestemmingsplan wijzigt hier de bestemming van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. De bestaande bedrijfswoning zal worden vervangen door een nieuwe burgerwoning en in de Vlaamse schuur wordt ook een extra burgerwoning gerealiseerd. Het agrarisch bedrijf (grondgebonden veehouderij met zoogkoeien en bijbehorend jongvee) op de Berg 7 wordt voortgezet. Hier zal het agrarisch bouwvlak komen te liggen in combinatie met een bouwvlakvormverandering, zodat in de toekomst eventueel een nieuwe stal, loods en sleufsilo’ gerealiseerd kunnen worden. Om dit planologisch mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan partieel herzien. Ter plaatse van de Berg 5 wordt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijk’ gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’. Het bouwvlak wordt verkleind en hier worden twee burgerwoningen toegestaan. Eén van deze woningen wordt gerealiseerd in de cultuurhistorisch waardevolle Vlaamse schuur. Aan het gedeelte van de woonbestemming aan de overzijde van de Berg is geen bouwvlak opgenomen. Hier wordt geen bebouwing toegestaan. Deze gronden mogen alleen als privé tuin worden benut.
Ter plaatse van de Berg 7 wordt de woonbestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijk’ met een bouwvlak waar de grondgebonden vleesveehouderij wordt toegestaan. Op de verbeelding wordt aangeduid waar dierenverblijven zijn uitgesloten. Omdat het bestemmingsplan ten behoeve van het houden van dieren voorziet in een binnenplanse uitbreidingsmogelijkheid, wordt in het bestemmingsplan een zogenaamd ‘stikstofdepositieplafond’ opgenomen d.m.v. vastleggen van het bestaand gebruik, om nadelige effecten voor Natura2000 gebieden ten gevolge van de vleesveehouderij uit te kunnen sluiten.
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
P199111.001.001/ECO, pagina 2 van 17
Figuur 1: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (nieuwe planologische situatie)
2. Vormvrije m.e.r.-beoordeling voor een plan In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor een aantal activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het kaderstellend is voor een m.e.r.-plichtige of een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage onderdeel D categorie 14 D14: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. Drempelwaarden: 200 stuks zoogkoeien ouder dan 2 jaar (Rav cat. A2) of 340 zoogkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A3). Het bestemmingsplan maakt op de Berg 7 het oprichten van een nieuwe stal voor het houden van zoogkoeien en vrouwelijk jongvee indirect (binnenplans) mogelijk en een uitbreiding in dieren ten opzichte van de bestaande, planologisch legale situatie.
Vanwege het in de regels opgenomen ‘stikstofplafond’ kan er slechts uitgebreid worden met 6 zoogkoeien + 6 jongvee, zie onderdeel stikstof in deze notitie. Hierdoor is er geen (plan)m.e.r.-plicht en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling t.a.v. het bestemmingsplan.
P199111.001.001/ECO, pagina 3 van 17
Voor plannen is de m.e.r.-beoordeling voor activiteiten onder de drempel in de D-lijst letterlijk vormvrij. In het uiteindelijke moederbesluit moet de beslissing over het wel of niet uitvoeren van een m.e.r. worden gemotiveerd. Eventuele bezwaren moeten worden ingebracht in een beroepsprocedure tegen het besluit over de moederprocedure (het bestemmingsplan). Het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente) moet onderzoeken of het plan activiteiten mogelijk maakt waardoor er sprake kan zijn van aanzienlijke gevolgen voor het milieu. Bij deze beoordeling vraag dient rekening te worden gehouden met de criteria die zijn genoemd in bijlage II van de EEG richtlijn voor plannen de SMB-richtlijn (deze komen overeen met de criteria van Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn voor besluiten). Deze criteria hebben betrekking op: 1. de kenmerken van het plan; 2. de plaats van het plangebied; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Deze criteria komen in deze notitie achtereenvolgens aan de orde.
3. Kenmerken van het plan De locatie is een voormalige melkveehouderij. De melkveehouderij is beëindigd en de bijbehorende (voormalige) bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen zijn in verval geraakt. Het voornemen betreft een herontwikkeling van de hele locatie. Aan de zuidzijde wordt de voormalige agrarische bedrijfslocatie omgezet in een reguliere woonbestemming, waar twee burgerwoningen worden toegestaan. De vervallen voormalige bedrijfswoning (de Berg 5) wordt herbouwd ter plaatse van de eerder gesloopte schuur, aansluitend op de huidige bedrijfswoning. Daarnaast wordt in de cultuurhistorisch waardevolle Vlaamse schuur een zelfstandige burgerwoning gerealiseerd. De vervallen ligboxenstal en voormalige kuilvoerplaten worden gesloopt. De huidige potstal voor het vleesvee blijft behouden. Deze stal hoort feitelijk bij de Berg 7. Aan de noordzijde wordt de bestaande burgerwoning de Berg 7 omgezet in een agrarische bedrijfslocatie, om voor de bedrijfsopvolger de bestaande agrarische bedrijfsactiviteiten te kunnen continueren en in de toekomst verder uit te kunnen breiden tot een volwaardige, natuur-inclusieve en grondgebonden vleesveehouderij met zoogkoeien en jongvee. Het geheel zal worden voorzien van een robuuste landschappelijke inpassing, waarbij de gronden ten noorden van de burgerwoningen op de Berg 5 uitsluitend worden benut voor tuindoeleinden.
Oprichting van bouwwerken wordt hier niet toegestaan. De extra woning op de Berg 5 wordt via een eigen oprit direct ontsloten op de Berg. De ontsluiting en bereikbaarheid van de woningen zijn daarmee gegarandeerd. De toevoeging van 1 extra woning en het omwisselen van de bestaande woonbestemming en de agrarische bedrijfsbestemming tussen de Berg 5 en 7, heeft nauwelijks effect op de huidige verkeersbewegingen op de Berg.
P199111.001.001/ECO, pagina 4 van 17
4. Plaats van het plangebied De planlocatie ligt in het buitengebied ten noordoosten van de kern Schijf, onderdeel van de gemeente Rucphen, zie onderstaande afbeelding.
Figuur 2: Uitsnede van de topografische kaart met aanduiding plangebied (blauw vlak)
Het plangebied omvat de kadastrale percelen gemeente Rucphen Q 263, 264, 265, 779 en sectie I 2095 en delen van de kadastrale percelen Q 668 en 778 en sectie I 2152, 2180 en 2181.
Figuur 3: Globale begrenzing van het plangebied
Op de Berg 5 bevinden zich een leegstaande voormalige bedrijfswoning en een leegstaande Vlaamse schuur, een deels vervallen ligboxenstal, vloerplaten en erfverharding. In het noordoosten van de planlocatie zijn een werktuigenloods en een potstal gerealiseerd en deze zijn in gebruik voor het houden van vleesvee, maar horen bij de burgerwoning de Berg 7. Hier zijn ook twee bijgebouwen, enige erfverharding en een privétuin aanwezig. Dwars door de huidige bedrijfslocatie loopt ter ontsluiting van de locatie een doodlopende weg voor bestemmingsverkeer (de Berg). Ten zuidwesten van het plangebied ligt de woonkern Schijf. Direct ten westen van de Berg 5 is een
P199111.001.001/ECO, pagina 5 van 17
nieuwbouwwijk met 22 woningen voorzien. Het hiervoor opgestelde bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012, De Berg' is reeds op 19 juni 2019 vastgesteld door de gemeenteraad, maar momenteel nog niet onherroepelijk, als gevolg van hiertegen ingediende bezwaarschriften. Rondom het plangebied bevinden zich nog enkele agrarische bedrijven, waaronder een melkveehouderij op de Molendreef, een glastuinder en sierkwekerij ten zuidoosten. Daarnaast zijn ten oosten van de Berg 7 twee recreatiewoningen aanwezig en enkele solitaire burgerwoningen. Ten noordoosten van het plangebied ligt een aannemersbedrijf en verder noordelijk nog een terrein voor verblijfsrecreatie.
5. Kenmerken van de potentiële effecten De potentiële milieueffecten van het bestemmingsplan zijn grotendeels het gevolg van de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor de vleesveehouderij activiteiten op de Berg 7. Dit is ook de aanleiding voor deze (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Relevante milieuaspecten ten gevolge van de vleesveehouderij zijn met name: ammoniak/stikstof, geur, fijnstof en geluid. Verder zijn mogelijke effecten voor bodem en water, landschappelijke inpassing en cultuurhistorische waarden van belang. De reikwijdte en het detailniveau van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is afgestemd op de aard en omvang van het bestemmingsplan. Beide locaties vallen onder de rechtstreekse werking van het Activiteitenbesluit:
Voor de Berg 5 was een milieutoestemming (melding) uit 1999 aanwezig voor het houden van 35 melkkoeien (Rav cat. A1.100), 30 stuks vrouwelijk jongvee (Rav cat. A3.100) en 1 stier (Rav cat. A6.100). In de bestaande situatie zijn de melkveehouderijactiviteiten beëindigd en is de veehouderij-aanduiding in het bestemmingsplan vervallen.
Voor de Berg 7 is een melding Activiteitenbesluit van 2018 aanwezig voor het houden van 20 zoogkoeien (Rav cat. A2.100) en 20 stuks jongvee (A3.100). Deze melding is in de bestaande situatie nog steeds in gebruik.
De referentiesituatie voor de m.e.r.-beoordeling, het bestemmingsplan én de voortoets Wet natuurbescherming wordt gevormd door de feitelijke, legale situatie: 20 zoogkoeien > 2 jaar (Rav cat. A2.100) en 20 stuks jongvee <2 jaar (Rav cat. A3.100)
P199111.001.001/ECO, pagina 6 van 17
5.1 Ammoniak (stikstof) Voor stikstofeffecten op gevoelige natuurgebieden is de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) bepalend. De mogelijkheden voor ontwikkeling van veehouderijen in de gemeente Rucphen worden in belangrijke mate bepaald door de eisen en randvoorden die voortvloeien uit de Wet natuurbescherming en het landelijke en provinciale stikstofbeleid. Wet ammoniak en veehouderij Het plangebied ligt niet binnen 250 meter van een zeer kwetsbaar Wav-gebied. De Wav stelt geen beperkingen aan de vleesveehouderij. Het dichtstbij gelegen Wav-gebied ligt op circa 585 meter ten oosten van het bestemmingsvlak van de Berg 7. Wet natuurbescherming De veehouderij de Berg 7 heeft geen geldende natuurvergunning, maar een zogenaamde PASmelding. Door de Raad van State uitspraak over het PAS is de PAS-melding ongeldig. Het Ministerie van LNV is voornemens om de PAS-meldingen te legaliseren, aangezien deze bedrijven (natuur)vergunningplichtig zijn geworden. Voor een bestemmingsplan vormt de bestaande, planologisch legale situatie de referentiesituatie (dit geldt ook voor deze vormvrije m.e.r.-beoordeling en de voortoets Wet natuurbescherming voor het bestemmingsplan). De referentiesituatie ziet toe op in totaal 162 kg NH3/jaar.
Uit een berekening met Aerius Calculator V2020 voor het bestaand gebruik volgt een stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar op het Belgische Natura2000 gebied ‘De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld’ (ca. 8 km afstand) en op de Nederlandse Natura2000 gebieden ‘Brabantse Wal’ (ca. 12 km afstand), ‘Ulvenhoutse Bos’ (ca. 18 km afstand) en ‘Biesbosch’ (ca. 24 km afstand).
Figuur 4: Ligging plangebied t.o.v. Natura2000 gebieden (Bron: Aerius Calculator v2020)
P199111.001.001/ECO, pagina 7 van 17
Uit een verschilberekening in Aerius Calculator V2020 (bijgevoegd als bijlage) tussen bestaand gebruik en de maximaal mogelijke veebezetting waarbij geen toename in stikstofdepositie op Natura2000 gebied optreedt, volgt dat bij meer dan 26 zoogkoeien + 26 stuks jongvee een toename in stikstofdepositie ontstaat. Uitgaande van de planregel die stelt dat gebruik van gronden en bouwwerken alleen toegestaan is als dit niet leidt tot een toename in stikstofdepositie t.o.v. de bestaande situatie, biedt het bestemmingsplan ruimte aan maximaal 26 zoogkoeien x 4,1 kg NH3 + 26 jongvee x 4,4 kg NH3 = 221 kg NH3/jaar (uitgaande van de verschilberekening in Aerius Calculator V2020 en de bestaande potstal als emissiepunt, dus dit moet beschouwd worden als een indicatie van de maximale ammoniakemissie). Het bestemmingsplan biedt binnen het deel van het agrarisch bouwvlak waar het houden van dieren niet is uitgesloten, ruimte voor de bouw van een nieuwe rundveestal en bij de veehouderij behorende voorzieningen. De realisatiefase kan in theorie een tijdelijke toename in stikstofdepositie op Natura2000 gebieden veroorzaken ten gevolge van gebruik van mobiele werktuigen en bouwverkeer met mogelijke cumulatie met de bestaande stalemissies.
Uit de indicatieve Aerius verschil-berekening volgt ook dat een maximale veebezetting van 26 zoogkoeien + 26 jongvee én een fictieve, worstcase realisatiefase (gebaseerd op het kengetal in Aerius voor de bouw van 10 vrijstaande woningen incl. bouwrijp maken) ook geen toename in stikstofdepositie geeft. De nieuwe Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die per 1 juli 2021 in werking is getreden, voorziet daarbij in een partiële vrijstelling voor een eventuele tijdelijke toename in stikstofdepositie door de sloop- en bouwactiviteiten (realisatiefase) in geval de stikstofdepositie t.g.v de gebruiksfase <0,05 mol N/ha/jaar blijft en dit is op de Berg 7 ook het geval. (Bouw)verkeer veroorzaakt gezien de grote afstand tot Natura2000 gebieden geen stikstofdepositie op deze gebieden (uit een indicatieve controleberekening volgt dat 50 vrachtwagenbewegingen per etmaal binnen 1 km afstand al geen stikstofdepositie >0,00 mol N/ha/jaar meer veroorzaken. Het is uitgesloten dat op 8 km en verder een toename in stikstofdepositie optreedt ten gevolge van de verkeersgeneratie ten gevolge van het plan).
Potentiële milieueffecten ten aanzien van stikstof: Door het zogenaamde stikstofdepositie-plafond in de planregels en rekening houdend met het ‘bestaand, planologisch legaal gebruik’ als referentiesituatie zijn significant nadelige effecten voor Natura2000 ten gevolge van het plan uitgesloten en is er geen Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Hierdoor is geen sprake van een rechtstreekse (plan)m.e.r.-plicht.
P199111.001.001/ECO, pagina 8 van 17
5.2 Geur Voor sleufsilo’s geldt een vaste minimum afstand van 25 meter tot geurgevoelige objecten. Voor het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor (stalemissies) en voor mestopslagen gelden de volgende minimum afstanden:
Tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom: 100 m
Tot geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom: 50 m
Bij het onderscheid binnen de bebouwde kom/buiten de bebouwde kom gaat het om de ligging van het geurgevoelige object. Of de veehouderij binnen (of buiten) de bebouwde kom ligt, maakt niet uit. Het gaat bij een vergunningaanvraag of een melding om de afstand vanaf het emissiepunt van een dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object. Bij een bestemmingsplan moet in beginsel uitgegaan worden van de grenzen van het bouwvlak voor de veehouderij. Alleen de eigen bedrijfswoning behorende bij de veehouderij is uitgezonderd. Het is mogelijk om in een gemeentelijke verordening andere afstanden op te nemen. Het bevoegd gezag toetst dan aan deze afstanden. De gemeente Rucphen heeft vanwege woningbouwplannen in de Verordening geurhinder en veehouderij 2017 voor transformatiegebieden de afstand tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom gehalveerd tot 50 m. Vlakbij het plangebied ligt ook een transformatiegebied, zie navolgend figuur.
Figuur 5: Uitsnede Kaart bij Verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente Rucphen
Het bestemmingsplan biedt binnen het deel van het agrarisch bouwvlak waar het houden van dieren niet is uitgesloten, ruimte voor de bouw van een nieuwe rundveestal. Binnen het gehele bouwvlak mogen bij de veehouderij behorende voorzieningen worden opgericht zoals sleufsilo’s. In volgend figuur 6 is een contour van 100 m resp. 50 m weergegeven rondom het bouwvlak (blauw) en rondom het deel van het bouwvlak waar dieren mogen worden gehouden (rood). De bebouwde kom van Schijf ligt buiten de 100 meter contour. Het transformatiegebied uit de geurverordening ligt buiten 50 meter vanaf de rand van dit bestemmingsvlak.
P199111.001.001/ECO, pagina 9 van 17
De omliggende woningen (buiten de bebouwde kom) en de voormalige bedrijfswoning en Vlaamse schuur op de Berg 5 liggen buiten de 50 meter contour. Binnen de nieuwe woonbestemming ter plaatse van de oude ligboxenstal van de Berg 5 mogen geen gebouwen opgericht worden. Recreatiewoning de Berg 9 ligt binnen de 50 meter van het nieuwe bouwvlak. Het deel waar dieren gehouden mogen worden en/of mestopslagen mogen worden opgericht ligt wel op meer dan 50 meter van deze recreatiewoning. Eventuele sleufsilo’s moeten op een minimale afstand van 25 meter van deze recreatiewoning gesitueerd worden, maar hiervoor biedt het bouwvlak voldoende ruimte.
Figuur 6: 100m en 50m contouren rondom nieuw bouwvlak waar dierenverblijven opgericht mogen worden (rood) en rondom hele nieuwe bouwvlak (blauw). Kaarten zijn ook bijgevoegd als bijlage 2.
Bedrijven met dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld en die ook een relevante geuremissie vergund hebben, liggen verspreid en op relatief grote afstand van het plangebied. Op ca. 1 km afstand ten noorden ligt Scherpenbergsebaan 14 met een vergunde geuremissie van circa 41.000 Ou en op ca. 1,3 km afstand ten oosten ligt Schijfsebaan 5 met een vergunde geuremissie van 86.000 Ou. Verder ligt op ca. 750 m afstand een kleine vleesveehouderij met een zeer beperkte vergunde geuremissie van 2.000 Ou. (bron: Kaartbank Brabant / WEB BVB Brabant). Deze bedrijven hebben stallen die nog niet geheel voldoen aan de provinciale ammoniakeisen (IOV) en zullen uiterlijk 2028 nog verouderde stallen moeten aanpassen, zodat het minimale emissiereductie% voor ammoniak gehaald wordt. Aangezien deze bedrijven in een ’Beperking veehouderij gebied’ liggen is uitbreiding in stallen niet mogelijk en is het zeer waarschijnlijk dat niet alleen de ammoniak maar ook de geuremissie en geurbelasting zal afnemen. Gezien de ligging en relatief grote afstand van de intensieve veehouderijbedrijven in de omgeving tot het plangebied kan zonder nader onderzoek geconcludeerd worden dat de (cumulatieve)
P199111.001.001/ECO, pagina 10 van 17
geurcontouren van deze bedrijven het plangebied niet zullen overschrijden en sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Potentiële milieueffecten ten aanzien van geur: Het bestemmingsplan voldoet aan de wettelijke vaste afstanden (voor bedrijven met dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld) en de gemeentelijke geurverordening. Bedrijven van relevante omvang met dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld liggen op relatief grote afstand (ca. 1 km afstand). Geconcludeerd kan worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Veehouderijen in de omgeving worden gezien de grote afstand tot de nieuwe woonbestemmingen niet belemmerd in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. 5.3 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden, waarmee de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5).
Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; • een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Als een plan aangeduid kan worden als Niet in betekende mate (NIBM) vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering. In het besluit NIBM (niet in betekenende mate) wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijnstof en stikstofdioxide in de lucht. Met het planvoornemen wordt feitelijk slechts 1 extra woning mogelijk gemaakt, waarbij worstcase maximaal 9 extra verkeersbewegingen per etmaal worden verwacht.
Rekening houdend met de maximale mogelijkheden van het plan binnen het stikstofdepositieplafond, zien de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan toe op maximaal 26 zoogkoeien en 26 jongvee, ofwel 2 6 zoogkoeien x 86 g/dier/jaar + 26 jongvee x 38 g/dier/jaar = 3.224 g/jaar aan PM10 emissie (de uitbreiding t.o.v. bestaand bedraagt slechts 744 g/jaar aan PM10). In mei 2010 is de 'Handreiking fijn stof voor veehouderijen' door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gepubliceerd. Deze handreiking is opgesteld door InfoMil in samenwerking het Ministerie
P199111.001.001/ECO, pagina 11 van 17
van I&M en gaat in op de regelgeving over luchtkwaliteit, waarbij ook wordt ingegaan op de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (ook wel: Regeling NIBM). Door veehouderijen wordt fijn stof in de vorm van PM10 uitgestoten. In de handreiking wordt beschreven hoe om te gaan met de beoordeling van emissie van fijn stof vanuit veehouderijen in het geval sprake is van een beperkte toename of een afname van de emissie. Hieronder is een tekstfragment uit paragraaf 2.2 van de handreiking overgenomen (cursieve gedeelte met tabel), waar specifiek ingegaan wordt op luchtkwaliteit bij veehouderijen: Vuistregel voor veehouderijen: Veehouderijen zijn niet opgenomen in de Regeling NIBM. Toch is het niet altijd noodzakelijk om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM. Dit kan ook gedaan worden met een motivering, bijvoorbeeld op basis van ervaring. Er zijn genoeg projecten die namelijk overduidelijk NIBM zijn en waar een berekening niets toevoegt aan de conclusie. Als hulpmiddel bij de motivering is een vuistregel opgesteld waarmee aangetoond kan worden dat een uitbreiding/oprichting NIBM is. Deze staan in de onderstaande tabel, die gebaseerd is op de 3% NIBM grens, dus van na de inwerkingtreding van het NSL.
In de tabel kan bij de betreffende afstand de hoeveelheid emissie worden afgelezen waarmee een veehouderij nog kan uitbreiden om ‘niet in betekende mate’ bij te dragen. Met behulp van de emissiefactorenlijst op www.vrom.nl kan uitgerekend worden of de totale toename in emissie onder de NIBM grens blijft. Indien bij een bepaalde afstand niet méér wordt geëmitteerd dan is opgenomen in de tabel dan is de oprichting/uitbreiding zeker NIBM. Wanneer de toename in emissie in grammen hoger is dan in de tabel opgenomen is het project mogelijk IBM. Er zal dan een berekening met ISL3a uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat geen grenswaarden worden overschreden ofwel de uitbreiding bij precieze berekening toch NIBM blijkt te zijn.
Uit bovenstaand tekstfragment en tabel kan afgeleid worden dat een maximale fijnstof emissie van 3.224 g/jaar NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse van omliggende woningen en tevens de nieuwe woonbestemmingen. Heersende achtergrondconcentraties PM10 en NO2 De heersende achtergrondconcentratie PM10 bedraagt volgens de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) in het plangebied en de omgeving ongeveer 15 µg/m3. De achtergrondconcentratie PM10 ligt ruim onder de wettelijke waarde van 40 µg/m3 en ook onder de gezondheidskundige advieswaarde van 25 µg/m3. Ter plaatse is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Potentiële milieueffecten ten aanzien van luchtkwaliteit (PM10 en NO2): Het bestemmingsplan draagt Niet in betekende mate (NIBM) bij en leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied en in de omgeving. Veehouderijen in de omgeving worden gezien de grote afstand tot de nieuwe woonbestemmingen niet belemmerd in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden.
P199111.001.001/ECO, pagina 12 van 17
5.4 Geluid In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een zone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Wegverkeerslawaai Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) heeft elke weg een geluidszone, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. De planlocatie wordt ontsloten door de Berg. Dit is een doodlopende weg, die enkel wordt benut door bestemmingsverkeer van de planlocatie zelf. Dit betekent dat de verkeersintensiteiten hier dermate laag zijn dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is daarom niet noodzakelijk. Ter plekke is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Industrielawaai De planlocatie ligt niet in de buurt van een gezoneerd industrieterrein. Er is daarom geen sprake van een belemmering in het kader van industrielawaai.
Op de vleesveehouderij de Berg 7 vinden akoestisch relevante activiteiten plaats zoals gebruik van een tractor, maar de geluidemissies op een kleinschalige grondgebonden vleesveehouderij zijn heel beperkt. Daarbij moet voldaan worden aan de rechtstreeks werkende regels voor geluid in het Activiteitenbesluit. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai is niet relevant voor dit bestemmingsplan. Potentiële milieueffecten ten aanzien van geluid: De aspecten wegverkeer-, industrie-, spoorweg- en luchtvaartlawaai vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Een goed akoestisch woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Het plan leidt niet tot nadelige effecten ten aanzien van geluid.
5.5.Bodem en Water Bodem Ter plaatse bestaat de bodem overwegend uit zogeheten laarpodzolgronden, opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. Het hoogte op het plangebied varieert ter plaatse tussen 10 en 14 meter +NAP (bron: Actueel Hoogte Bestand Nederland).
P199111.001.001/ECO, pagina 13 van 17
De gronden hebben grondwaterstand VI en VII (bron: Bodematlas, Provincie Noord-Brabant). Hiervoor geldt dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand GHG is gelegen op een diepte tussen 60 en 120 cm beneden maaiveld. Water De voorgenomen herontwikkeling vindt hoofdzakelijk plaats binnen de bestaande bebouwing en het verhard oppervlak neemt ook niet toe. Er vindt herbouw plaats van een bestaande woning (de voormalige bedrijfswoning). De voormalige ligboxenstal, sleufsilo's en erfverharding worden gesloopt. Per saldo zal het verhard oppervlak niet toenemen. Het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woning in de Vlaamse Schuur wordt aangesloten op het bestaande riool, waarmee het vuilwater wordt afgevoerd. Het schoon hemelwater wordt van bebouwing afgekoppeld van het riool en zal conform de bestaande situatie gedurende het grootste deel van het jaar vertraagd infiltreren in de bodem van de onbebouwde agrarische grond. Het plangebied biedt hiervoor ruimschoots de ruimte en de lokale bodemkundig /hydrologische gesteldheid wordt geschikt genoeg geacht voor de benodigde infiltratie. Het is niet aannemelijk dat in extreme situaties overlast ontstaat op eigen terrein of bij derden. Er is binnen en in de directe nabijheid van het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig.
Als de bebouwings-/verhardingstoename op een locatie minder dan 500 m2 bedraagt wordt er door het waterschap (op basis van de recente Keur) geen extra compensatie verreist. Met het planvoornemen is er geen sprake van een toename in verhard oppervlak en daarmee is er geen compensatie-eis. Indien in de toekomst op de Berg 7 uitgebreid wordt met meer dan 500 m2 verhard oppervlak, bijvoorbeeld een nieuwe stal, dan zal er wel een compensatie-eis zijn. Het bestemmingsvlak van de Berg 7 bevat voldoende ruimte om, indien nodig, compenserende waterbergingscapaciteit te realiseren.
Potentiële milieueffecten ten aanzien van bodem en water: Door het planvoornemen zijn er geen veranderingen in de geomorfologische samenstelling van de bodem van het plangebied. Het planvoornemen wordt hydrologisch neutraal uitgevoerd. Afvalwater wordt afgevoerd via het vuilwaterriool. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd op omliggende grond/tuin. Er is nog geen concreet bouwplan voor een nieuwe zoogkoeienstal op de Berg 7, maar er is in het bestemmingsplan voldoende ruimte beschikbaar om de noodzakelijk waterbergingscapaciteit te realiseren. Negatieve effecten ten aanzien van het aspect bodem en water ten gevolge van het bestemmingsplan kunnen worden uitgesloten.
P199111.001.001/ECO, pagina 14 van 17
5.8 Landschap, archeologie en cultuurhistorie Landschap De beoogde herontwikkeling gaat gepaard met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. In dat kader is een stedenbouwkundig en landschappelijk inpassingsplan opgesteld (bijgevoegd als bijlage aan het bestemmingsplan). Het stedenbouwkundig- en landschapsplan maakt integraal onderdeel uit van het bestemmingsplan. Uitvoering en in stand houding van de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Archeologie Gemeenten hebben de wettelijke taak om verantwoord om te gaan met het archeologisch erfgoed (zorgplicht) en het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Rucphen blijkt dat nagenoeg het gehele plangebied een hoge archeologische verwachting heeft. Deze hoge verwachting is in het bestemmingsplan vertaald met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en de aanvullende gebiedsaanduiding 'overige zone waarde archeologie 2'. Voor deze gronden geldt dat een archeologisch onderzoek nodig is bij realisatie van bouwwerken en/of bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper reikend dan 50 cm onder het bestaande maaiveld.
Op basis van het uitgevoerde verkennend archeologisch bureau- en booronderzoek zijn de gronden ter plaatse van de voormalige ligboxenstal alsmede de voormalige bedrijfswoning (de Berg 5) dermate verstoord dat ter plaatse geen archeologische beschermingsregeling noodzakelijk is. Het planvoornemen betreft grotendeels een planologische functiewijziging. Op het agrarische bouwvlak is geen concreet bouwplan voorzien. Voor toekomstige oprichting van een loods en sleufsilo zijn slechts minimale bodemingrepen noodzakelijk. Toekomstige oprichting van een dierenverblijf is conform de planregels uitsluitend via een omgevingsvergunning (voor afwijken van het bestemmingsplan) mogelijk, waarvoor de bestaande archeologische beschermingsregeling van toepassing blijft. Ter plaatse van de woonbestemming wordt een woning in bestaande bebouwing (Vlaamse schuur) gerealiseerd. De herbouw van de voormalige bedrijfswoning vindt plaats ter plaatse van de recent gesloopte stal, aansluitend aan de voormalige bedrijfswoning. Hier is blijkens het uitgevoerde onderzoek evenals ter plaatse van de diepe mestkelder onder de te slopen ligboxenstal de grond dermate geroerd, dat hiervoor geen nadere archeologische bescherming noodzakelijk is. Cultuurhistorie De Vlaamse schuur ter plaatse van de Berg 5 moet als cultuurhistorisch waardevol worden beschouwd.
Het gebouw is architectonisch van enig belang en van betekenis als onderdeel van een complex, tezamen met de boerderij. Ook is er sprake van stedenbouwkundige betekenis van het complex vanwege de ligging van de bebouwing aan een historische wegenstructuur. Voor de herstel/restauratie en instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle schuur mag inpandig een woonfunctie worden gerealiseerd en mag de voormalige bedrijfswoning worden herbouwd,
P199111.001.001/ECO, pagina 15 van 17
mits de ensemblewaarde van de bebouwing en de uitstraling van het cultuurhistorische erf behouden en versterkt wordt. Dit is in het stedenbouwkundig en landschappelijk inrichtingsplan, die als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd wordt, nader gemotiveerd. In het plangebied zijn geen monumentale panden aanwezig. Ook in de omgeving zijn geen (rijks)monumenten of andere cultuurhistorische elementen aanwezig die ‘aangetast’ kunnen worden. De Berg is weliswaar aangeduid als historische weg, maar deze weg blijft met planvoornemen ongewijzigd. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied of vlak. Potentiële milieueffecten ten aanzien van landschap archeologie en cultuurhistorie: Op de locatie rust een hoge archeologische verwachtingswaarde en de Vlaamse schuur is cultuurhistorisch waardevol. Het bestemmingsplan maakt echter geen ontwikkelingen mogelijk waardoor nadelige effecten voor archeologische en cultuurhistorische waarden kunnen optreden. De beoogde herontwikkeling gaat gepaard met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Het stedenbouwkundig- en landschapsplan maakt integraal onderdeel uit van het bestemmingsplan. Uitvoering en in stand houding van de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Nadelige effecten ten aanzien van landschap kunnen worden uitgesloten.
6. Conclusies Op basis van de kenmerken van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, de kenmerken en ligging van het plangebied en de kenmerken van de omgeving en de beschreven milieugevolgen kan gesteld worden dat nadelige milieueffecten ten gevolge van het bestemmingsplan kunnen worden uitgesloten. Er is geen Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming vereist. Deze vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie ten behoeve van het bestemmingsplan voorziet in alle relevante milieu-informatie die het bevoegd gezag nodig heeft voor verdere besluitvorming.
P199111.001.001/ECO, pagina 16 van 17
Bijlage 1: Aerius berekeningen
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Bestaande situatie Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RXrKuF1DgAhr (29 juni 2021) pagina 1/8
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Bestaande, planologisch legale situatie de Berg 7
de Berg 7, 4721SG Schijf
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan de Berg 5 en 7 Schijf
RXrKuF1DgAhr
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
29 juni 2021, 10:08
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
-
NH3
170,00 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Brabantse Wal
0,01
Bestaand gebruik 20 zoogkoeien en 20 jongvee
Bestaande situatie
RXrKuF1DgAhr (29 juni 2021) pagina 2/8
Resultaten
Locatie Bestaande situatie
Emissie Bestaande situatie
Bron Sector
Potstal zoogkoeien Landbouw | Stalemissies
Resultaten
Bestaande situatie
Emissie NH3
Emissie NOx
170,00 kg/j
-
RXrKuF1DgAhr (29 juni 2021) pagina 3/8
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden (mol/ha/j)
Natuurgebied
Hoogste bijdrage
Brabantse Wal
0,01
Ulvenhoutse Bos
0,01
Biesbosch
0,01
*
Resultaten
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Bestaande situatie
RXrKuF1DgAhr (29 juni 2021) pagina 4/8
Resultaten
Resultaten per habitattype
Brabantse Wal Habitattype
Hoogste bijdrage
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
L4030 Droge heiden
0,01
Lg09 Droog struisgrasland
0,01
Lg04 Zuur ven
0,01
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
H2330 Zandverstuivingen
0,01
H4030 Droge heiden
0,01
H3160 Zure vennen
0,01
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Ulvenhoutse Bos
Resultaten
Habitattype
Hoogste bijdrage
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
Bestaande situatie
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
RXrKuF1DgAhr (29 juni 2021) pagina 5/8
Resultaten
Biesbosch Habitattype
Hoogste bijdrage
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivierenen zeekleigebied
0,01
*
Resultaten
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Bestaande situatie
RXrKuF1DgAhr (29 juni 2021) pagina 6/8
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Bestaande situatie
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
Resultaten
RAV code
Omschrijving
A 2.100
A 3.100
Bestaande situatie
Potstal zoogkoeien 97770, 390638 0,4 m 0,000 MW 170,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
overige huisvestingssystemen (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
20 NH3
4,100
82,00 kg/j
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
20 NH3
4,400
88,00 kg/j
RXrKuF1DgAhr (29 juni 2021) pagina 7/8
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Bestaande situatie
RXrKuF1DgAhr (29 juni 2021) pagina 8/8
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de berekende stikstofbijdragen op eigen gedefinieerde rekenpunten. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Bestaande situatie Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RbZaCccFJAFD (29 juni 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Bestaande, planologisch legale situatie de Berg 7
de Berg 7, 4721SG Schijf
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan de Berg 5 en 7 Schijf
RbZaCccFJAFD
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
29 juni 2021, 10:10
2021
Berekend met eigen rekenpunten
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
-
NH3
170,00 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Bestaand gebruik 20 zoogkoeien en 20 jongvee op maatgevend punt Belgische N2000
Bestaande situatie
RbZaCccFJAFD (29 juni 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Bestaande situatie
Emissie Bestaande situatie
Bron Sector
Potstal zoogkoeien Landbouw | Stalemissies
Resultaten
Bestaande situatie
Emissie NH3
Emissie NOx
170,00 kg/j
-
RbZaCccFJAFD (29 juni 2021) pagina 3/6
Resultaten
Rekenpunten
Resultaten
Label
Positie
Situatie 1
Afstand tot dichtstbijzijnde bron
A
98454, 383003
0,01
7.666 m
Bestaande situatie
RbZaCccFJAFD (29 juni 2021) pagina 4/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Bestaande situatie
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
Resultaten
RAV code
Omschrijving
A 2.100
A 3.100
Bestaande situatie
Potstal zoogkoeien 97770, 390638 0,4 m 0,000 MW 170,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
overige huisvestingssystemen (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
20 NH3
4,100
82,00 kg/j
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
20 NH3
4,400
88,00 kg/j
RbZaCccFJAFD (29 juni 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Bestaande situatie
RbZaCccFJAFD (29 juni 2021) pagina 6/6
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Bestaande situatie en Maximale veebezetting plan - indicatief Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 1/10
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
De Berg 7 Schijf
De Berg 7, ... Schijf
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan De Berg 5 en 7 RXr8uqihEBEz Schijf - maximale mogelijkheden stikstof
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
29 juni 2021, 10:42
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
-
30,30 kg/j
30,30 kg/j
NH3
170,00 kg/j
221,00 kg/j
51,00 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Verschil
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Brabantse Wal
0,00
Toelichting
Resultaten
Bestaand gebruik versus maximaal mogelijke veebezetting (26 zoogkoeien en 26 jongvee) + fictieve realisatiefase (gebaseerd op kengetal NOx-emissie bouw van 10 vrijstaande woningen)
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 2/10
Resultaten
Locatie Bestaande situatie
Emissie Bestaande situatie
Bron Sector
Potstal zoogkoeien Landbouw | Stalemissies
Resultaten
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
Emissie NH3
Emissie NOx
170,00 kg/j
-
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 3/10
Resultaten
Locatie Maximale veebezetting plan indicatief
Emissie Maximale veebezetting plan indicatief
Bron Sector
Potstal zoogkoeien Landbouw | Stalemissies
Fictieve realisatiefase Plan | Plan
Resultaten
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
Emissie NH3
Emissie NOx
221,00 kg/j
-
-
30,30 kg/j
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 4/10
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Brabantse Wal
0,01
0,02
0,00
Ulvenhoutse Bos
0,01
0,02
0,00
Biesbosch
0,01
0,01
0,00
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
0,00
0,01
0,00
Krammer-Volkerak
0,00
0,01
0,00
Langstraat
0,00
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 5/10
Resultaten
Resultaten per habitattype
Brabantse Wal Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,02
0,00
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,02
0,00
L4030 Droge heiden
0,01
0,02
0,00
Lg09 Droog struisgrasland
0,01
0,01
0,00
Lg04 Zuur ven
0,01
0,01
0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,01
0,00
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,01
0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,01
0,01
0,00
H4030 Droge heiden
0,01
0,01
0,00
H3160 Zure vennen
0,01
0,01
0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,01
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Ulvenhoutse Bos Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,02
0,00
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,02
0,00
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
0,02
0,00
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 6/10
Resultaten
Biesbosch Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,01
0,00
Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,00
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Habitattype
H9190 Oude eikenbossen
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,00
0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,00
Krammer-Volkerak Habitattype
H2160 Duindoornstruwelen
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,00
0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,00
Langstraat Habitattype
H3140hz Kranswierwateren, op hogere zandgronden
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,00
0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,00
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 7/10
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Bestaande situatie
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
Resultaten
RAV code
Omschrijving
A 2.100
A 3.100
Potstal zoogkoeien 97770, 390638 0,4 m 0,000 MW 170,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
overige huisvestingssystemen (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
20 NH3
4,100
82,00 kg/j
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
20 NH3
4,400
88,00 kg/j
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 8/10
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Maximale veebezetting plan indicatief
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
A 2.100
A 3.100
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
overige huisvestingssystemen (Rundvee; zoogkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
26 NH3
4,100
106,60 kg/j
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
26 NH3
4,400
114,40 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx
Sector
Resultaten
Potstal zoogkoeien 97770, 390638 0,4 m 0,000 MW 221,00 kg/j
Categorie
Omschrijving
Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning
fictieve realisatie fase
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
Fictieve realisatiefase 97793, 390651 30,30 kg/j
Eenheden Stof
Emissie
10,0 NOx
30,30 kg/j
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 9/10
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Bestaande situatie Maximale veebezetting plan - indicatief
RXr8uqihEBEz (29 juni 2021) pagina 10/10
P199111.001.001/ECO, pagina 17 van 17
Bijlage 2: Contourkaarten geur 50m en 100m
G-LE
AW-L
AW-L
BO (rw)
50 .0
M
ol en dr
ee f
W
100.0
(sg-li)
G-LE
WR-A wra-2
WA
G-LE
(sa-vee)
(-sa-dier)
W
9
(sg-li)
G-LE (sg-li)
(-sw-beb)
W
W
(-sa-dier)
(rw)
AW-L 13
G-LE
7
W
de Berg W
W
W
L-W
W
5
1A
(sw-vlms)
111
wra-2
WR-A G-LE
W
6
16
9A
(sg-li)
9
7
5
7
G-LE
Pastoor van Eekelenstraat
AW-L
De Berg 5-7 te Schijf
schaal: 1:2000
Sch
4
erp
enb
erg
rmansstraat Pastoor Timme
5 4
3
seb
aan
14
6
W
G-LE
AW-L
AW-L
M
ol en dr
ee f
W
BO (rw)
.0 50
100.0
(sg-li)
G-LE
WR-A wra-2
WA
G-LE
(sa-vee)
(-sa-dier)
W
9
(sg-li)
G-LE (sg-li)
(-sw-beb)
W
W
(-sa-dier)
(rw)
AW-L 13
G-LE
7
W
de Berg W
W
W
L-W
W
5
1A
(sw-vlms)
111
wra-2
WR-A G-LE
W
6
16
9A
(sg-li)
9
7
5
7
G-LE
Pastoor van Eekelenstraat
AW-L
De Berg 5-7 te Schijf
schaal: 1:2000
Sch
4
erp
enb
erg
rmansstraat Pastoor Timme
5 4
3
seb
aan
14
6
W