CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09h Buitengebied Rucphen 2020 De Berg 5-7 te Schijf Bijl 5 toel Nader onderzoek huismuissen

gemeenteraad 8 maart 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5-7 te Schijf'4.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologie

Rapportage Nader onderzoek huismussen De Berg 5 te Schijf rapport C217809.002.003/PHE

datum: opdrachtgever:

7 juli 2022 den Pouderoyen, Postbus 83 St. Stevenskerkhof 2 5400 AB UDEN 6511 VZ NIJMEGEN

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

VERANTWOORDING

P.A.M. Heesakkers Ecoloog / adviseur

Ir. J.B.P. van der Stroom Ecoloog / senior adviseur

Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818, Email: info@archimil.nl Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

SAMENVATTING In verband met de beoogde bestemmingswijziging van het terrein aan de De Berg 5 te Schijf en de aanwezigheid van potentieel geschikte nest- en verblijfplaatsen voor huismussen is door Pouderoyen B.V. schriftelijk opdracht verleend om een nader onderzoek naar de huismus uit te voeren op bovengenoemde locatie uit te voeren. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Rucphen

Adres

De Berg 5 te Schijf

Kadastraal

Sectie: I

Nr: 2095

Coördinaten

X: 97.740

Y: 390.565

Oppervlakte onderzoekslocatie

circa 200 m2

Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van antwoord op de volgende vragen:  Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de te slopen woningen?  Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus zijn er aanwezig?  Zijn er naast eventuele nestplaatsen nog andere essentiële factoren aanwezig? Te denken valt aan stofbad, drinkplaats, foerageergebied en schuilgelegenheid.  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen?  Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Tussen 10 maart en 23 juni 2022 zijn in de ochtend vier veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken is gelet op: - de aanwezigheid van roepende huismussen. - huismussen die (met nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. - foeragerende huismussen, welke elders zullen huizen. Uit de resultaten van de veldinspectie volgt dat de te slopen woning niet gebruikt wordt als nestgelegenheid en dat de planlocatie geen deel uit maakt van essentieel leefgebied. De voorgenomen ingreep zal dan ook niet leiden tot het verloren gaan van verblijfplaatsen en leefgebied van de huismus. Wel is in de woning nestindicatie van nestelende kauwen waargenomen.

In het kader van artikel 3.1, lid 2 van de Wet natuurbeschermingen dienen de sloopwerkzaamheden derhalve buiten het broedseizoen (15 maart tot 1 augustus) uitgevoerd te worden.

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

I

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 2 2. DE HUISMUS ................................................................................................................................. 3 SOORTENKENMERKEN ............................................................................................................... 3 LEEFWIJZE .............................................................................................................................. 3 VOEDSEL................................................................................................................................. 3 NESTEN, RUSTPLAATSEN EN FUNCTIONELE LEEFOMGEVING ............................................................... 4 WET NATUURBESCHERMING ....................................................................................................... 5 3. WERKWIJZE .................................................................................................................................. 7 INLEIDING ............................................................................................................................... 7 AANTONEN VAN AANWEZIGHEID OF AFWEZIGHEID............................................................................ 7 3.2.1.

Quickscan / oriënterend onderzoek ............................................................................... 7 3.2.2. Verdiepend onderzoek .................................................................................................. 8 BEPAAL DE OMVANG VAN DE POPULATIE...................................................................................... 10 BEPALEN EFFECTEN VAN ACTIVITEITEN ....................................................................................... 10 4. LOCATIEGEGEVENS ....................................................................................................................11 HUIDIGE SITUATIE................................................................................................................... 11 BESCHRIJVING VAN DE ACTIVITEIT ............................................................................................. 11 QUICKSCAN........................................................................................................................... 11 5. NADER ONDERZOEK ...................................................................................................................12 VELDBEZOEK ......................................................................................................................... 12 5.1.1.

Nestlocaties .............................................................................................................. 12 5.1.2. Leefgebieden ............................................................................................................. 12 5.1.3. Omgevingscheck ........................................................................................................ 12 CONCLUSIE ........................................................................................................................... 13 Bijlage 1 .......................................................................................................... situering in de regio Bijlage 2 ........................................................................................................................ fotobijlage Bijlage 3 ..................................................................................................... geraadpleegde bronnen

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

1.

2

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK

In verband met de beoogde bestemmingswijziging van het terrein aan de De Berg 5 te Schijf en de aanwezigheid van potentieel geschikte nest- en verblijfplaatsen voor huismussen is door Pouderoyen B.V. schriftelijk opdracht verleend om een nader onderzoek naar de huismus uit te voeren op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van antwoord op de volgende vragen:  Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de te slopen woningen?  Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus zijn er aanwezig?  Zijn er naast eventuele nestplaatsen nog andere essentiële factoren aanwezig? Te denken valt aan stofbad, drinkplaats, foerageergebied en schuilgelegenheid.  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen?  Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Contactpersoon voor de opdrachtgever was de heer G. Willems. De werkzaamheden bij Archimil zijn gecoördineerd door de heer P. Heesakkers.

Luchtfoto van de onderzoekslocatie (d.d. 15 maart 2022)

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

2.

3

DE HUISMUS

Soortenkenmerken De huismus is 14 tot 16 centimeter lang en weegt gemiddeld 30,2 gram. Het mannetje en vrouwtje verschillen van uiterlijk. Het mannetje heeft een grijze kruin, een zwarte oogstreep, een witte stip achter het oog, een zwarte bef tot op de bovenborst, roodbruine, zwart gestreepte bovendelen en vleugels en een opvallende witte vleugelstreep. Het vrouwtje heeft licht bruine bovendelen met een grijze waas en donkerbruine strepen, een effen lichte borst en eenkleurig grijze onderdelen met een beige teint. Huismussen worden meestal 3 à 4 jaar oud; vogels van 5 of 6 jaar oud zijn een uitzondering. Leefwijze Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. Huismussen zijn uitgesproken standvogels. Dit betekent dat ze zich - het hele jaar door - niet meer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen. In het broedseizoen blijven ze dichterbij de broedplaats. Huismussen zijn sociale dieren: broeden, foerageren, baltsen, stofbaden nemen, slapen en uitzwermen na de broedperiode zijn allemaal activiteiten die in groepsverband plaatsvinden. Huismussen zijn in tegenstelling tot veel andere vogels ’s ochtends rond zonsopkomst nog niet erg actief met zingen.

De activiteit neemt toe, één tot twee uur na zonsopkomst. Aan het eind van de ochtend neemt de zangactiviteit weer af. Op de gezamenlijke slaapplaatsen, schuilplaatsen en foerageerplaatsen wordt gedurende de dag vaak volop gekwetterd en getjilpt. De broedtijd is meestal van begin april tot en met augustus, maar in maart kan er ook al gebroed worden (afhankelijk van het weer). Meestal worden per jaar twee tot drie legsels grootgebracht. De nestbouw begint al in maart. Ook buiten de broedperiode wordt aan het nest gebouwd en wordt het nest gebruikt als slaapplaats. Eén succesvol broedsel per seizoen is niet voldoende om de populatie voldoende in stand te houden, daarvoor zijn jaarlijks ook succesvolle vervolglegsels noodzakelijk. De broedduur bedraagt 12 tot 14 dagen en vervolgens vliegen de jongen na 14 tot 16 dagen uit en worden daarna nog 10 tot 14 dagen door hun ouders gevoed. Voedsel Het voedsel van volwassen huismussen bestaat voornamelijk uit zaden van grassen en onkruiden en wordt aangevuld met insecten en hun larven, bessen en bloemknoppen. In stedelijke omgeving zijn naast het voedselaanbod uit voerdersilo’s, broodkruimels en andere voedselresten van mensen en hun huisdieren de belangrijkste voedselbron. Ook wordt er wel grit (kalk) en kleine hoeveelheden kleine steentjes (deze bevorderen de vertering van harde granen) gegeten.

In het broedseizoen hebben vrouwtjes voldoende eiwitrijk voedsel nodig om eieren te kunnen leggen. Jonge huismussen eten in de eerste twee weken van hun leven voornamelijk zacht eiwitrijk voedsel bestaande uit insecten zoals bladluizen, (dans)muggen, vliegen, vliegmieren, gaasvliegen, rupsen en spinnen. Naarmate de jongen in die periode groeien, wordt dit dieet geleidelijk aangevuld met plantaardig voedsel. De jongen worden gevoerd tot een week of twee na het uitvliegen en dan is het voedsel hetzelfde als die van een volwassen huismus. Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

4

Het voedsel wordt gezocht op plaatsen zonder of met korte vegetatie, zoals wegbermen, erven en tuinen. Essentieel is dat er continu betrouwbare, voedselbronnen beschikbaar zijn en dat bij die voedselbronnen voldoende dekking is in de vorm van struwelen en hagen. In het stedelijk gebied is dit vaak in de omgeving van kinderboerderijen en terrasjes. In het landelijk gebied is dit vaak bij boerderijen en graanverwerkende bedrijven. Ook in bomen, zoals wilg, eik en berk, kunnen huismussen insecten vinden. Nesten, rustplaatsen en functionele leefomgeving Habitat De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is. Hierbij valt te denken aan ruim opgezette wijken met parkjes en tuinen en in dorpen met veel groen en met landbouwgronden in de nabijheid. Ongeveer 70% van de huismussen broedt in stedelijk gebied en de overige 30% in agrarisch gebied.

De habitat van de huismus moet voldoen aan een combinatie van een aantal belangrijke elementen, die ook nog eens binnen een straal van enkele meters (dekking bij voedselbronnen) tot enkele honderden meters (nestplek en voedselbronnen) van elkaar moeten liggen. De habitat moet bestaan uit een combinatie van plekken voor: - nestgelegenheid, - voedsel (voor volwassen en juveniele huismussen), - dekking binnen 5 à 10 meter (stekelige struiken, groenblijvende struiken, begroeide gevels of schuttingen en klimplanten, coniferen, klimop), - inheems groen en enkele grote bomen als leverancier van eiwitrijk voedsel (kleine zachte insecten, larven, rupsen) voor de jongen, binnen 50 meter van de nestplaats, - plekken waar kleine steentjes of grit gevonden kan worden - droge, zandige plekken voor het nemen van een zandbad en - water om te drinken en water om in te baden, binnen 1 à 2 meter dekking. Dit alles moet bij voorkeur zo dicht mogelijk bij elkaar liggen, maar altijd binnen een straal van 100 à 200 meter rond de plek waar gebroed wordt. Alle voor de huismus belangrijke elementen moeten op meerdere plekken aanwezig zijn binnen deze range. Ontbreekt één van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet meer geschikt.

Verblijfplaatsen De huismus kent twee typen verblijfplaatsen: de nesten als voortplantingsplaats en groenblijvende struiken en klimplanten als rustplaats in de winter. • Nesten Nesten van huismussen zijn in de regel te vinden in of tegen allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, in neststenen en in kieren en gaten in muren. In schuren, boerderijen en loodsen nestelen huismussen vaak op balkenconstructies in gebouwen. Ook zijn nesten te vinden achter regenpijpen bij al dan niet met klimop begroeide muren en in nestkasten. Soms maakt de huismus in holten van bomen of in dichte struiken een nest, maar dat gebeurt alleen als de hoeveelheid nestgelegenheid een beperkende Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

5

factor binnen het leefgebied is terwijl er wel voldoende voedsel en schuilmogelijkheden aanwezig zijn. Het nest van de huismuis ziet er wat slordig uit en bestaat uit takjes, stro, veertjes en haren van dieren. De huismus is zeer honkvast. Huismussen gebruiken het nest niet alleen om te broeden, maar ook om het gehele jaar door te verblijven. In de periode maart/begin april tot en met augustus worden er twee à drie legsels per seizoen gelegd in het nest. • Winterverblijfplaatsen De huismus gebruikt ’s winters vooral groenblijvende struiken, dichte begroeiing zoals meidoornhagen, ligusterhagen en haagbeukhagen met een hoogte van doorgaans 2 á 3 meter of gevelbegroeiing als plekken om (gezamenlijk) de nacht door te brengen. Soms zijn ze ook onder dakpannen of in gebouwen te vinden. Ook in de winterperiode wordt het nest regelmatig gebruikt voor overnachting. Migratie Migratie is de seizoensgebonden beweging heen en terug tussen delen van het leefgebied. Huismussen zijn uitgesproken standvogels. Er is in Nederland dan ook geen sprake van doortrek, gerichte trek naar elders gelegen overwinteringsgebieden. De huismus volgt geen specifieke vaste migratieroute om bijvoorbeeld van de nestplaats naar het foerageergebied te gaan. Huismussen zijn, als dat noodzakelijk is, in staat om nieuwe nestplekken te accepteren.

Ook als nestgelegenheid de beperkende factor is geworden, kunnen ze nieuw aanbod van kunstmatige nestplaatsen (bijvoorbeeld neststenen en nestkasten) gaan bewonen. Figuur 1: Schematische voorstelling van het functionele leefgebied dat hoort bij het nest (rode driehoek), en van de rustplaatsen (oranje cirkel) van de huismus. In het leefgebied (groen) zijn onderdelen van het landschap niet geschikt als bijvoorbeeld foerageergebied of slaapplek (witte delen). Ze horen daarom niet tot het functionele leefgebied.

Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 Wnb). Naast deze (algemene) zorgplicht hebben een aantal soorten een specifieke bescherming en zijn als zodanig opgenomen in de Wnb. Zo is de huismus aangewezen als een beschermde inheemse diersoort en opgenomen in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Dit is op basis van het feit dat de soort deel uitmaakt van ‘alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is’ (artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De huismus staat als gevoelig vermeld op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels (2017).

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

6

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels (waaronder de huismus). De wet verbiedt onder andere: 1. Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1). 2. Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2). 3. Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3). 4. Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4). 5. Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2). De Staat van Instandhouding van de huismus als broedvogel in Nederland is matig ongunstig (Sovon, 2022). De huismus staat ook vermeld op de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (RVO, 2009). Op deze lijst valt de huismus onder categorie 2 “nesten van deze semi- koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop”. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats van deze soorten zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Als een nest of rustplaats jaarrond gebruikt wordt, is het nest ook beschermd buiten het broedseizoen.

Elke provincie kan als bevoegd gezag echter haar eigen lijst vaststellen van soorten waarvoor bepaalde beschermingskaders gelden in de betreffende provincie. Informatie hierover is beschikbaar via de provinciale websites. Het overtreden van de eerder genoemde verboden kan leiden tot bestuursrechtelijke maatregelen in de vorm van een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom of een BSBm (Bestuurlijke strafbeschikking milieu). Overtreding van deze verboden is bovendien een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De Wnb voorziet in een algemene bevoegdheid voor de bevoegde gezagen (de provincies en in sommige gevallen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)) om onder voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3). Een ontheffing op grond van artikel 3.3 Wet natuurbescherming kan verleend worden wanneer aan drie voorwaarden is voldaan: • er is geen andere bevredigende oplossing welke redelijkerwijs (in relatie tot de doelstelling van de activiteit) minder effecten op de soorten geeft; • de ingreep is nodig voor één van de in artikel 3.3 vierde lid onder b gespecificeerde belangen; en • de maatregelen mogen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

3.

7

WERKWIJZE

Inleiding Om te weten of er als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling of activiteit sprake is of kan zijn van een overtreding van één of meer van de verbodsbepalingen van het onderdeel soortbescherming van de Wet natuurbescherming is het nodig om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van de huismus. Hoeveel en welk onderzoek uiteindelijk nodig is, is afhankelijk van de grootte van het plangebied, de uit te voeren activiteiten en de verwachte effecten die daarbij optreden. De werkwijze is gebaseerd op het kennisdocument Huismus versie 1.0, juli 2017 en versie 2.0, juni 2022. Aantonen van aanwezigheid of afwezigheid De aan- of afwezigheid van huismussen in een gebied kan aangetoond worden door het (al dan niet opvolgend) uitvoeren van: 1. Verkennend / oriënterend onderzoek (quickscan) Het verkennend onderzoek bestaat uit twee onderdelen: een bureauonderzoek en een veldonderzoek 2. Verdiepend onderzoek Wanneer uit het bureauonderzoek en/of het verkennende veldonderzoek blijkt dat een soort niet met volledige zekerheid uitgesloten kan worden, is tijdig voorafgaand aan de ruimtelijke activiteit een verdiepend onderzoek nodig (ook wel nader onderzoek genoemd). Het nader onderzoek moet systematisch uitgevoerd worden om op basis daarvan de aan- of afwezigheid van de huismus te kunnen beoordelen.

3.2.1. Quickscan De quickscan bestaat uit zowel het bureauonderzoek als een verkennend veldonderzoek. Aan de hand van de bureaustudie en het verkennende veldonderzoek, waarbij de geschiktheid van het plangebied voor huismussen wordt ingeschat, kan een eerste verwachting gegeven worden van de aanwezigheid van de huismus. Bureauonderzoek Om te bepalen of de huismus mogelijk voor kan komen in het plangebied, kunnen de verspreidingsgegevens van de soort geraadpleegd worden. Er kan gebruik gemaakt worden van al beschikbare verspreidingsgegevens van huismussen, zoals beschikbare inventarisaties, gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), Waarneming.nl en provinciale verspreidingsatlassen. Het raadplegen van bestaande verspreidingsgegevens kan waardevolle informatie opleveren over de aanwezigheid en verspreiding van de huismus. Deze gegevens geven echter vaak geen uitsluitsel over de afwezigheid van de soort. De afwezigheid van bekende waarnemingen van de soort kan immers ook betekenen dat het gebied slechts beperkt (of in zijn geheel niet) onderzocht is. Er dient daarom altijd, naast het gebruik van de bestaande verspreidingsgegevens, een veldonderzoek plaats te vinden.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

8

Verkennend veldonderzoek Een verkennend veldonderzoek kan in beeld brengen of in of nabij (binnen circa één kilometer) het plangebied nest- of rustplaatsen inclusief de functionele leefomgeving van de huismussen aanwezig zijn. Hierbij kunnen ook omwonenden benaderd worden om een beeld te krijgen van eventueel aanwezige huismusnesten. Lokale kennis is vaak voorhanden bij bewoners, huismusliefhebbers en plaatselijke of regionale vogelwerkgroepen. Zij kunnen soms de broedlocaties precies aanwijzen. 3.2.2. Nader onderzoek Als de Quickscan tot uitkomst heeft dat in het plangebied (nestplaatsen van) huismussen aanwezig zijn, mogelijk aanwezig zijn of dat de afwezigheid van de (nestplaatsen van de) huismus niet met voldoende zekerheid kan worden aangetoond, dan moet een nader onderzoek worden uitgevoerd. Periode Het nader onderzoek kan niet in alle maanden van het jaar even effectief plaatsvinden (zie ook figuur 2). Wel kan buiten deze periodes geïnventariseerd worden, maar dan moet meer onderzoeksinspanning verricht worden.

Figuur 2: Op hoofdlijnen weergegeven de geschiktheid van periodes van inventariseren voor verschillende wijzen van inventariseren.

Nesten De aanwezigheid van een nest van een huismus kan als volgt worden aangetoond: • Nestindicatieve waarneming – een nest of nestbouw; of – bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats. Het nest zelf is vaak niet zichtbaar, maar gedroogde vegetatie en/of veertjes kunnen uitsteken; of – transport van voedsel of ontlastingpakketjes; of – bedelende jongen in een nest. Vlak voor het uitvliegen zijn de jongen goed te horen en steken hun kopjes uit de nestopening.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

9

• Waarneming in potentieel broedbiotoop Minimaal één waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart tot en met 20 juni van: – een zingend mannetje (veelal vanaf een hoge plaats zoals een dakgoot); of – een paartje bij een potentiële nestplaats; of – balts, paring of ander gedrag waar uit geconcludeerd kan worden dat er nesten aanwezig moeten zijn. Hiermee kan worden aangetoond dat er een nest aanwezig is, maar vaak zal de exacte nestlocatie niet bekend zijn. • Waarneming van nesten door dakpannen te lichten – Toepasbaar in de periode dat het nest niet in gebruik is als broedplaats, dat wil zeggen van circa 15 september tot 1 maart. Het dakpannen lichten kan niet plaatsvinden in periodes met vorst, aangezien de verblijfplaatsen dan bewoond kunnen zijn. Let op, oude nesten worden gemakkelijk verward met recente nesten. Functionele leefomgeving Het is noodzakelijk dat in beeld wordt gebracht waar welke elementen van de functionele leefomgeving zich bevinden. Hiertoe behoren vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Het slapen kan gedurende het jaar op wisselende plekken gebeuren. Ook de plekken waar gedronken of gebaad kan worden of waar een stofbad genomen kan worden, behoren hiertoe.

Het vaststellen van de locaties van de slaapplaatsen kan gedurende het gehele jaar het beste rond zonsondergang of rond zonsopgang plaatsvinden. Aantonen afwezigheid De afwezigheid van broedende huismussen kan voldoende aannemelijk worden gemaakt als er gedurende minimaal 1 uur geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de aanwezigheid van een nest- of rustplaats tijdens: • twee gerichte veldbezoeken in de optimale periode 1 april tot en met 15 mei; of • drie gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni waarvan minimaal één bezoek in de optimale periode heeft plaatsgevonden. De inventarisatie moet bij voorkeur onder de volgende omstandigheden plaatsvinden: • gunstige weersomstandigheden (geen regen, geen kou en/of een maximale windsterkte van windkracht 4 (afhankelijk van lokale omstandigheden), of te hoge temperaturen); • op geluidsluwe momenten (bijvoorbeeld de zondagmorgen in stedelijk gebied); • op geschikte momenten op de dag wanneer de meeste activiteit is waar te nemen: vaak zijn dit enkele uren na zonsopkomst wanneer de temperatuur is opgelopen (de huismus wordt dan actief aangezien het een warmteminnende soort is; er is daardoor sprake van een piek in de ochtend) en de laatste uren voor zonsondergang; en • met een tussenperiode van minimaal 10 dagen.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

10

Het aantonen van de afwezigheid van nest- en/of rustplaatsen onder dakpannen kan ook door dakpannen te lichten. Dit kan het beste plaatsvinden in de periode 15 september – 1 maart. Dit kan alleen in overzichtelijke situaties, buiten periodes van vorst, waarbij alle pannen kunnen worden gelicht die potentiële nestplaatsen herbergen en er met zekerheid geen nest meer in gebruik is. Ook moeten de pannen weer zorgvuldig worden teruggeplaatst. Bepaal de omvang van de populatie Er moet in beeld gebracht worden hoe groot de populatie van huismus ter plekke is, hoe deze zich ontwikkelt en op hoeveel exemplaren van de huismus de activiteit effect zal hebben en daarmee welk effect op de populatie optreedt.

Bepalen effecten van activiteiten Als een ontheffing of een verklaring van geen bedenkingen nodig is voor het uitvoeren van de activiteiten, is het noodzakelijk om inzicht te krijgen in het effect van de activiteiten op (de gunstige staat van instandhouding van) de populatie van de huismus. Om de effecten van de voorgenomen activiteiten te bepalen, is het noodzakelijk om de onderstaande aspecten van de activiteiten – naast de gegevens over de aanwezige (nest- en rustplaatsen van de) huismus – goed in beeld te hebben: • Aard activiteiten: er moet een beschrijving plaatsvinden van wat de activiteiten inhouden. • Locatie activiteiten: er moet onder meer, bij voorkeur ook op kaart, in beeld gebracht worden op welke locaties in het gebied de voorgenomen activiteiten gaan plaatsvinden. • Planning activiteiten: het is nodig om meer inzicht te geven in de planning van de activiteiten om te bepalen wanneer en waar de effecten kunnen plaatsvinden (bijvoorbeeld kan hier aangegeven worden wanneer in het jaar en wanneer op de dag de werkzaamheden uitgevoerd gaan worden). • Werkwijze activiteiten: het is soms relevant om in beeld te brengen welke machines of welke materialen (wanneer) gebruikt gaan worden. Zo kan de omvang van de effecten bepaald worden.

• Maatregelen ten gunste van huismussen: er moet in beeld worden gebracht waar en wanneer bepaalde maatregelen worden genomen ten gunste van de huismus om zo de eventueel optredende effecten te kunnen nuanceren.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

4.

11

LOCATIEGEGEVENS Huidige situatie

De onderzoekslocatie betreft het erf van De Berg 5 te Schijf. Op het noordelijke deel van de locatie is een oude rundveestal aanwezig, waarin sinds 2011 geen dieren meer worden gehouden. Op het zuidelijke deel van deze locatie is een met dakpannen gedekte woning aanwezig. Oostelijk daarvan is een Vlaamse schuur aanwezig. De oude rundveestal en de Vlaamse schuur waren gedekt met golfplaten, welke begin 2022 zijn gesaneerd. Rondom de bebouwing zijn in het verleden struiken en bomen aanwezig geweest, welke al voor de quickscan waren gerooid. Ten noorden van het erf is een weiland en bosschage gelegen. Aan de westen zuidzijde is sprake van een bomenrij.

Luchtfoto Slagboom en Peeters – d.d. 9 april 2021 Beschrijving van de activiteit In de nabije toekomst zal de rundveestal op het erf van De Berg 5 worden gesloopt, zonder terugbouw. De bestaande woning zal worden gesloopt en westelijk van de huidige locatie worden herbouwd. De Vlaamse schuur zal inpandig worden verbouwd tot woning. Hiervoor zal tevens de dakconstructie worden vervangen en zullen werkzaamheden plaatsvinden aan de buitenmuren. Quickscan Op 18 en 19 januari 2022 is op de locatie een veldinspectie uitgevoerd. De resultaten van het literatuuronderzoek en de veldinspectie zijn door ons bureau verwerkt in rapport C217809.010, d.d. 11 februari 2022. Bij de quickscan is beoordeeld dat de woning van De Berg 5 potentieel geschikt is als verblijfplaats voor de huismus. De resterende bebouwing is ongeschikt als verblijfplaats voor de huismus. Middels een nader onderzoek, in de broedperiode, dient te worden vastgesteld of de woning gebruikt wordt als verblijfplaats. Voor het overige is beoordeeld dat de beoogde ingreep geen negatief effect zal hebben op beschermde flora en fauna.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

5.

12

NADER ONDERZOEK

Veldbezoek Ten aanzien van de huismus zijn tussen 10 maart en 23 juni 2022 vier veldbezoeken uitgevoerd, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. Tabel 1 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismussen. Tijdens de veldbezoeken is gelet op: - de aanwezigheid van roepende huismussen. - huismussen die (met nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. - foeragerende huismussen, welke elders zullen huizen. Datum 17 april

Zonsopkomst 06:39

Tijdsduur 7:45-8:45

Waarnemer P. Heesakkers

3 juni

05:23

7:00-8:00

P. Heesakkers

13 juni

05:19

6:20-7:20

J. Jager MSc

23 juni

05:19

7:00-8:00

P. Heesakkers

Wind ZO 2 Bft O 2 Bft

Bewolking Half bewolkt

Temp. 12 °C

Half bewolkt

13 °C

O 1 Bft NO 2 Bft

Licht bewolkt

9 °C

Licht bewolkt

17 °C

Opmerkingen 6 nestelende kauwen in woning enkele kauwen op de schoorsteen van de woning en houtduif in de Vlaamse schuur Enkele kauwen en een houtduif rondom de woning enkele kauwen op de schoorsteen van de woning

5.1.1. Nestlocaties Tijdens de veldinspecties zijn geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op nestelende huismussen. De weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen was tijdens de veldbezoeken gunstig. 5.1.2. Leefgebieden Het aanwezige groen binnen het plangebied werd tijdens de veldbezoeken niet bezocht door huismussen. Het braakliggend zand is tijdens de veldinspecties niet gebruikt als stofbad. 5.1.3. Omgevingscheck Aan de overzijde van de weg is agrarische bebouwing met aangrenzende woning aanwezig, welke een pannendak hebben waar huismussen onder zouden kunnen nestelen. Op een afstand van circa 150 meter ten westen van het plangebied zijn woningen aanwezig, welke aan het begin van de 21ste eeuw zijn gebouwd.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

13

Conclusie Uit de resultaten van de veldinspectie volgt dat de te slopen woning niet gebruikt wordt als nestgelegenheid en dat de planlocatie geen deel uit maakt van essentieel leefgebied. De voorgenomen ingreep zal dan ook niet leiden tot het verloren gaan van leefgebied van de huismus. Wel is in de woning nestindicatie van nestelende kauwen waargenomen. In het kader van artikel 3.1, lid 2 van de Wet natuurbeschermingen dienen de sloopwerkzaamheden derhalve buiten het broedseizoen (15 maart tot 1 augustus) uitgevoerd te worden.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

BIJLAGEN

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

bijlage 1 situering in de regio

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

bijlage 2 fotobijlage

Foto’s van de veldinspectie – d.d. 17 april 2022

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

Foto’s van de oud nestmateriaal onder de pannen – d.d. 17 april en 3 juni

Archimil BV

Afdeling Ecologie

7 juli 2022 rapportnummer: C217809.002.003/PHE

Bijlage 3 geraadpleegde bronnen BIJ12, Kennisdocument huismus, Passer domesticus. versie 1.0., Juli 2017 Utrecht BIJ12, Kennisdocument huismus, Passer domesticus. versie 2.0., Juni 2022 Utrecht Rapportage Quickscan flora en fauna De Berg 5-7 Schijf, kenmerk C217809.010, d.d. 11 februari 2022

Gebruikte websites www.sovon.nl www.vogelbescherming.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl

Archimil BV

Afdeling Ecologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12443074/1