CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09g Buitengebied Rucphen 2020 De Berg 5-7 te Schijf Bijl 4 toel Quickscan flora en fauna

gemeenteraad 8 maart 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5-7 te Schijf'9.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ecologie

Rapportage Quickscan Flora en Fauna De Berg 5-7 te Schijf rapport C217809.010/PHE

datum: opdrachtgever:

14 februari 2022 den Pouderoyen B.V., Postbus 83 St. Stevenskerkhof 2 5400 AB UDEN 6511 VZ NIJMEGEN

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

1

VERANTWOORDING

P.A.M. Heesakkers Ecoloog / adviseur

Ir. J.B.P. van der Stroom Ecoloog / senior adviseur

Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818, Email: info@archimil.nl Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

2

SAMENVATTING In verband met de beoogde bestemmingswijziging van het terrein aan de De Berg 5-7 te Schijf is door Pouderoyen B.V. schriftelijk opdracht verleend om een quickscan flora en fauna op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en om vast te stellen of de geplande activiteit van invloed is op beschermde flora of fauna. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Rucphen

Adres

De Berg 5-7 te Schijf

Kadastraal

Sectie: I

Nr: 2095

Sectie: Q

Nr: 263, 264, 779, 265 (ged.)

Coördinaten

X: 97.773

Y: 390.600

Oppervlakte onderzoekslocatie

4.627 m2

Bij de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van de erven aan De Berg 5-7 te Schijf is op de locatie geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen activiteit. Het erf van De Berg 7 is geschikt als foerageerhabitat voor marterachtigen, de egel, het konijn, de huismus en vleermuizen. Ter plaatse van het erf zijn geen werkzaamheden voorzien. Op het noordelijk aangrenzend soortarm en voedselrijk weiland zijn op termijn de oprichting van een loods, een sleufsilo en trekkershutten beoogd en mogelijk op lange termijn nog een dierenverblijf. Aangezien geen werkzaamheden ter plaatse van het erf zijn voorzien heeft de gewenste bestemmingswijziging geen negatief effect op het mogelijk voorkomen van deze soorten. Het erf van De Berg 5 is potentieel geschikt als onderdeel van het leefgebied van de bunzing, egel, konijn en huismus. Door het ontbreken van struiken en hagen, en daarmee schuilgelegenheden, zal voor de bunzing, egel en konijn geen sprake zijn van essentieel leefgebied. Tevens zijn de egel en het konijn opgenomen in de bijlagen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waardoor bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt voor de aanvraag van een ontheffing voor de genoemde soorten. Ter plaatse van de woning zijn onder de dakpannen ruimtes aanwezig welke gebruikt kunnen worden als verblijfplaats door de huismus.

De resterende bebouwing is ongeschikt als verblijfplaats voor de huismus. Middels een aanvullende inspectie in de broedperiode (voorkeur in april) dient te worden vastgesteld of de woning gebruikt wordt als verblijfplaats. Mochten geen nesten aanwezig zijn dan dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden om nestplaatsen nadien te voorkomen. Voor het overige zullen de beoogde activiteiten geen negatief effect hebben op de voortbestaan van deze soorten.

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

3

Voor de activiteit zullen mogelijk nog enkele bomen worden gerooid, welke als nestgelegenheid kunnen dienen voor diverse algemene vogelsoorten. Op basis van artikel 3.1 van de Wet Natuurbescherming is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Werkzaamheden zullen alsdan buiten het broedseizoen (15 maart tot 1 augustus) uitgevoerd dienen te worden.

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

I

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1 2. WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................... 2 WET NATUURBESCHERMING ....................................................................................................... 2 GEBIEDSBESCHERMING .............................................................................................................. 3 3. LOCATIEGEGEVENS ...................................................................................................................... 5 ALGEMEEN .............................................................................................................................. 5 BESCHRIJVING VAN DE ACTIVITEIT ............................................................................................... 5 OMGEVING .............................................................................................................................. 6 NATURA 2000 ........................................................................................................................ 7 NATUURBEHEERPLAN ................................................................................................................

7 GEGEVENS NATIONALE DATABANK FLORA EN FAUNA ...................................................................... 7 4. QUICKSCAN................................................................................................................................... 8 DOELSTELLING ......................................................................................................................... 8 BIOTOOPTYPEN EN BESCHRIJVING FLORA EN FAUNA ........................................................................ 8 INVENTARISATIEGEGEVENS VANUIT DE OMGEVING ......................................................................... 10 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................16 Bijlage 1 .......................................................................................................... situering in de regio Bijlage 2 ........................................................ globaal rapport verspreiding beschermde diersoorten Bijlage 3 ................................................................................. checklist vooronderzoek vleermuizen Bijlage 4 ........................................................................................................................ fotobijlage

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

1.

1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK

In verband met de beoogde bestemmingswijziging van het terrein aan de De Berg 5-7 te Schijf is door Pouderoyen B.V. schriftelijk opdracht verleend om een quickscan flora en fauna op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en om vast te stellen of de geplande activiteit van invloed is op beschermde flora of fauna. Contactpersoon voor de opdrachtgever was de heer G. Willems. De werkzaamheden bij Archimil zijn gecoördineerd door de heer P. Heesakkers.

Luchtfoto van de onderzoekslocatie

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

2.

2

WET NATUURBESCHERMING

Wet natuurbescherming De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ongeveer 500 soorten, van de 36.000 soorten die in Nederland voorkomen, vallen onder de bescherming van deze wet. Om kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen, zoals het verbod op het doden of verontrusten van dieren of het verbod om planten te plukken. De wet is bedoeld om soorten te beschermen en dient niet ter bescherming van individuele planten of dieren. De wet is erop gericht dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar te brengen. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet). 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming.

Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet). De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie Noord-Brabant geregeld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 23 november 2021. De Wet natuurbescherming stelt het volgende: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden, te vangen en/of te verstoren. Het is tevens verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. (artikel 3.1) Naast vogels is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Het is tevens verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Het is verboden om planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (artikel 3.5)

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

3

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (artikel 3.10). Dit houdt in dat binnen het plangebied in eerste instantie vastgesteld dient te worden of daarbinnen of in de directe nabijheid beschermde soorten aanwezig zijn. Indien deze aanwezig zijn dient het schadelijke effect van de activiteiten op de aanwezige soorten vastgesteld te worden en dient mogelijk een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld.

De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd of soorten verstoord worden. • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht.

Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat -gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied- de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2).

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

4

De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking . Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4).

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

3.

5

LOCATIEGEGEVENS Algemeen

De onderzoekslocatie betreft de erven van De Berg 5 en 7 te Schijf. Ter plaatse van De Berg 5 is op het noordelijke deel van de locatie een oude rundveestal aanwezig, waarin sinds 2011 geen dieren meer worden gehouden. Op het zuidelijke deel van deze locatie is een met pannen gedekte woning aanwezig. Oostelijk daarvan is een met golfplaten gedekte Vlaamse schuur aanwezig. Rondom de bebouwing zijn in het verleden struiken en bomen aanwezig geweest, welke reeds zijn gerooid. Ten noorden van het erf is een weiland en bosschage gelegen. Aan de zuidzijde zijn de bomen nog aanwezig.

De Berg 5

De Berg 7

Luchtfoto Slagboom en Peeters – d.d. 9 april 2021 Ter plaatse van De Berg 7 zijn een met pannen gedekte woning, een met pannen gedekte werktuigenloods en een tweetal potstallen aanwezig. Rondom de woning is het terrein in gebruik als siertuin, met diverse bomen en struiken. De potstallen zijn aan de oostzijde open. De zuidelijke stal wordt gebruikt voor de stalling van werktuigen. In de noordelijke stal is rundvee aanwezig. Ten noorden van het erf is een soortenarm en voedselrijk weiland gelegen. Beschrijving van de activiteit In de nabije toekomst zal de rundveestal op het erf van De Berg 5 worden gesloopt, zonder terugbouw. De bestaande woning zal worden gesloopt en westelijk van de huidige locatie worden herbouwd. De Vlaamse schuur zal inpandig worden verbouwd tot woning. Hiervoor zal tevens de dakconstructie worden vervangen en zullen werkzaamheden plaatsvinden aan de buitenmuren. Ter plaatse van het erf van De Berg 7 zal de huidige woonbestemming worden omgezet in een agrarisch bouwvlak. Vooralsnog zijn op de locatie geen sloop- of bouwwerkzaamheden voorzien. Op het noordelijk aangrenzend soortarm en voedselrijk weiland zijn op termijn de oprichting van een loods, een sleufsilo en trekkershutten beoogd en mogelijk op lange termijn nog een dierenverblijf. Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

6

Uitsnede uit het landschappelijk inpassingsplan (versie 11-01-2022) Omgeving De onderzoekslocatie is gelegen ten noorden van de dorpskern van Schijf. De directe omgeving van de locatie bestaat uit:  Noordzijde: weiland met bosschage en achterliggende wei- en akkerlanden  Oostzijde: woning De Berg 9 en weilanden, welke omzoomd zijn door bomen  Zuidzijde: weiland  Westzijde: zandpad met bomenrij en achterliggend weiland, wat in de nabije toekomst zal worden aangewend voor woningbouw.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

7

Natura 2000 In de directe nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen natuurgebieden gelegen die als Natura 2000 gebied zijn aangewezen. Het meest nabijgelegen Natura 2000 gebieden is de Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld, welke op circa 8 km ten zuiden van de planlocatie is gelegen. Circa 13 km ten westen van de planlocatie is de Brabantse Wal gelegen. Gelet op de kleinschaligheid van de beoogde activiteit (zie §3.2) en de afstand tot het Natura 2000 gebied, zal de beoogde ontwikkeling naar alle waarschijnlijkheid niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied leiden. Een negatief effect door stikstof-emissie als gevolg van de voorgenomen plannen is echter niet op voorhand uit te sluiten. Door een stikstofberekening uit te voeren, kan worden bepaald of er effecten zijn door stikstof als gevolg van de voorgenomen plannen. Natuurbeheerplan Uit het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de onderzoekslocatie niet in of tegen een natuur(ontwikkelings)gebied gelegen is. Circa 600 meter ten westen van de locatie (nabij De Heiberg) is een terrein aangewezen als ‘Droog bos met productie, N16.03’. De oostelijk daarvan gelegen Rucphense heide is eveneens grotendeels geclassificeerd als ‘Droog bos met productie’. Een beperkt deel is aangemerkt als ‘Dennen-, eiken- en beukenbos, N15.02, donkergroen’.

De beoogde activiteiten zullen geen negatief effect hebben op deze gebieden. Gegevens Nationale Databank Flora en Fauna Bij het Natuurloket zijn gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) over eerder aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van de locatie. Hieruit volgt dat in het verleden binnen een straal van 0-1 km van de planlocatie een amfibie (alpenwatersalamander), een reptiel (levendbarende hagedis), enkele vogelsoorten en enkele zoogdieren zijn waargenomen. De rapportage is bijgevoegd in bijlage 2. De gegevens zijn nader toegelicht in paragraaf 4.3.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

4.

8

QUICKSCAN Doelstelling

Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie soorten aanwezig (kunnen) zijn die vallen onder de Wet natuurbescherming en waarmee bij de ontwikkeling van het perceel rekening gehouden dient te worden. Biotooptypen en beschrijving flora en fauna De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke biotopen in het plangebied aanwezig zijn. Op voorhand is ingeschat dat marterachtigen, vogels en vleermuizen vermoedelijk de belangrijkste fauna zijn welke negatief beïnvloed zouden kunnen worden door de beoogde activiteit. Middels een literatuurstudie en veldonderzoek is beoordeeld in hoeverre op voorhand reeds een verstoring van beschermde soorten op zou kunnen treden. De veldinspectie is uitgevoerd op 18 en 19 januari 2022 door de heer J. Timmermans (ervaren ecologisch medewerker). In bijlage 4 is een fotoreportage van het plangebied bijgevoegd. Ter verduidelijking zijn onderstaand eveneens enkele foto’s opgenomen. De Berg 7 Bij de veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van het erf van De Berg 7 sprake is van een nette siertuin. Verspreid over het terrein zijn diverse bomen en struiken aanwezig. Plaatselijk zijn hierin vogelnesten waargenomen van algemene vogelsoorten. Er zijn geen nesten waargenomen van jaarrond beschermde soorten. In de dikke bomen (Ø>30 cm) zijn geen gaten of holtes waargenomen welke gebruikt kunnen worden door vleermuizen.

Verdeeld over het erf zijn enkele nestkasten opgehangen voor de kerkuil, steenuil, torenvalk en spreeuw. Deze kasten blijken niet structureel te worden gebruikt. Aangezien geen werkzaamheden zijn voorzien aan de bebouwing heeft alleen een globale inspectie van de buitenzijde plaatsgevonden. Hierbij zijn geen mogelijke nest-/ verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten als huismus, gierzwaluw of vleermuizen waargenomen. Ter plaatse van de potstallen zijn geen waarnemingen gedaan welke duiden op de aanwezigheid van marterachtigen of vogelnesten. Ten noorden van het erf is sprake van een soortenarm en voedselrijk grasland.

Foto’s van de onderzoekslocatie – d.d. 18 januari 2022 Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

9

De Berg 5 Bij de veldinspectie is gebleken dat de struiken en bomen rondom de bebouwing zijn verwijderd. Op de perceelsgrenzen hebben (nog) geen werkzaamheden aan het aanwezige groen plaatsgevonden. Eveneens zijn de asbesthoudende golfplaten van de stal en de Vlaamse schuur reeds verwijderd. Hierdoor zijn deze gebouwen geheel open en derhalve ongeschikt als verblijfplaats voor vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren. Ook zijn inpandig geen sporen waargenomen welke duiden op de eerdere aanwezigheid van verblijfplaatsen van beschermde fauna. Ter plaatse van de woning zijn de dakpannen nog aanwezig. Plaatselijk ontbreken dakpannen of sluiten de dakpannen niet strak aan. Aangezien op de luchtfoto van 9 april 2021 de dakpannen nog niet ontbraken zijn deze vermoedelijk verwijderd of ontzet bij het verwijderen van de loodslabben rondom de dakkappelen. Hierdoor zou de ruimte tussen de dakisolatie en de dakpannen mogelijk geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor de huismus. Onduidelijk is of voor het verwijderen van de loodslabben de woning eveneens geschikt was als verblijfplaats voor de huismus. Middels een aanvullende inspectie in de broedperiode (voorkeur in april) dient te worden vastgesteld of de woning gebruikt wordt als verblijfplaats.

Door het ontbreken van geschikte holtes en de ligging in gebied met weinig thermiek is de bebouwing niet geschikt als verblijfplaats voor de gierzwaluw. De ramen staan open of zijn reeds verwijderd. Binnen in de woning zijn diverse oude nestplaatsen van kauwen en houtduiven waargenomen. In het kader van de zorgplicht en artikel 3.1 van de Wn dient sloop van de bebouwing te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen of dient de bebouwing ongeschikt te worden gemaakt als broedplaats voor de genoemde soorten. Voor het overige zijn in de woning geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van beschermde fauna. Gelet op het gebruik lijkt het erf van De Berg 7 geschikt te zijn als leefgebied voor de huismus. Bij de globale inspectie van de bebouwing zijn geen nestplaatsen aangetroffen. Ter plaatse van het erf van De Berg 5 zijn enige tijd terug de loodslabben van de woning verwijderd, hierdoor zijn onder de dakpannen ruimtes ontstaan welke gebruikt kunnen worden als verblijfplaats door de huismus. Gelet op de leeftijd van de bebouwing was de woning mogelijk ook voor de verwijdering van de loodslabben geschikt als verblijfplaats voor de huismus. De resterende bebouwing is ongeschikt als verblijfplaats voor de huismus. Middels een aanvullende inspectie in de broedperiode (voorkeur in april) dient te worden vastgesteld of de woning gebruikt wordt als verblijfplaats.

Foto’s van de onderzoekslocatie – d.d. 18 januari 2022 Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

10

In de bomen op de perceelsgrenzen zijn geen spleten of holtes waargenomen, welke gebruikt zouden kunnen worden als verblijfplaats door vogels, vleermuizen en/of kleine zoogdieren. Eveneens zijn in de kroon van de bomen geen jaarrond beschermde nesten waargenomen. Niet uit te sluiten valt dat in de broedperiode de bomen worden gebruikt als broedplaats door algemene vogelsoorten. Op het zuidelijke deel van de locatie zijn nog resten baksteen aanwezig en een berg metaal aanwezig. Hierdoor zijn mogelijk (tijdelijke) schuilplaatsen van marterachtigen aanwezig. Ten tijde van de veldinspectie is geen fauna waargenomen welke voorkomt in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Met betrekking tot de potentiële aanwezigheid van vleermuizen is een checklist van de vleermuizenwerkgroep Nederland ingevuld (bijlage 3). Uit de checklist volgt dat, zoals bovenstaand beschreven, dat geen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn waargenomen. De groenstrook rondom het erf van De Berg 5 kan gebruikt worden als lijnelement. De begroeiing rondom het erf van De Berg 7 dient als beschutting van potentieel foerageergebied. Aangezien geen werkzaamheden voorzien zijn aan deze zones wordt aanvullend onderzoek hiernaar dan ook niet noodzakelijk geacht. Gezien het gebruik van de locatie zou het erf van De Berg 7 gebruikt kunnen worden als foerageerlocatie.

Het erf van De Berg 5 is hiervoor minder geschikt. Echter zal geen sprake zijn van essentieel foerageergebied. Inventarisatiegegevens vanuit de omgeving De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd bij het Natuurloket. De gegevens zijn afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De rapportage is bijgevoegd in bijlage 2. Uit de rapportage blijkt dat binnen een straal van 0-1 kilometer van de onderzoekslocatie de volgende soorten zijn waargenomen. Opgemerkt wordt dat binnen een straal van 0-1 kilometer alleen waarnemingen van een amfibie, een reptiel en enkele vogels en zoogdieren zijn geregistreerd. Voor een zo volledig mogelijk beeld zullen ook de soorten in een straal tot 5 kilometer worden behandeld. Amfibieën (alpenwatersalamander) De alpenwatersalamander is voor zijn voortplanting gebonden aan hoofdzakelijk solitaire wateren welke niet rijk bevolkt zijn met vis. De soort komt vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. Door het ontbreken van solitair water op de locatie of in de directe omgeving is het voorkomen van de alpenwatersalamander binnen het plangebied uit te sluiten.

Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de bastaardkikker, heikikker, poelkikker en vinpootsalamander waargenomen. Ten westen van de locatie is een smalle watergang gelegen. Deze zou gebruikt kunnen worden als voortplantingswater. Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

11

Door de aanwezigheid van struiken op de oostelijke oever zal het water veelal in de schaduw liggen en zal geen sprake zijn van essentieel voortplantingswater. Eveneens is de bastaardkikker opgenomen in bijlage 3 van de Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant, waardoor bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt voor de aanvraag van een ontheffing. Voor de overig genoemde soorten ontbreekt geschikt voortplantingswater in de directe omgeving van het plangebied, waardoor het voorkomen van deze soorten binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Reptielen (levendbarende hagedis) De levendbarende hagedis is een nationaal beschermde soort welke is gebonden aan heide- en hoogveenlandschap of ruige landschappen als bermen, (spoor)wegen en duinen. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie is de gladde slang waargenomen. Beide soorten zijn gebonden aan heide en ruige landschappen. Door het ontbreken van dergelijk habitat is het voorkomen van de genoemde soorten binnen het plangebied uit te sluiten. Vissen (-) In de gegevensdatabank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen gegevens bekend van vissen in de directe omgeving van de planlocatie. Aangezien open water ontbreekt is het voorkomen van beschermde vissen binnen het plangebied uit te sluiten.

Vlinders (-) In de gegevensdatabank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen gegevens bekend van vlinders in de directe omgeving van de planlocatie. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de bruine eikenpage, grote vos, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart waargenomen. Op de planlocatie zijn geen geschikte waardplanten voor de genoemde soorten aangetroffen. De genoemde soorten zijn afhankelijk van waardplanten welke voorkomen en in rondom vochtige gemengde bossen. Door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen voor de waardplanten en het ontbreken van fruitbomen is het voorkomen van de genoemde soorten uit te sluiten. Libellen (-) In de gegevensdatabank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen gegevens bekend van libellen in de directe omgeving van de planlocatie. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie is de bosbeekjuffer waargenomen. Libellen zijn afhankelijk van helder (en stromend) water. Door het ontbreken van dergelijk habitat op of in de directe nabijheid van de locatie is het voorkomen van libellen binnen het plangebied uit te sluiten. Kevers en weekdieren (-) Voor de beschermde kevers en weekdieren zijn weinig verspreidingsgegevens bekend.

In de gegevensdatabank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen gegevens bekend van waarnemingen binnen een afstand van 5 km van de planlocatie.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

12

Door het ontbreken van oude, holle of vrijstaande bomen of (natte) gebieden met veel dood hout of de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde kevers en weekdieren binnen het plangebied uit te sluiten. Vaatplanten (-) In de gegevensdatabank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen gegevens bekend van vaatplanten in de directe omgeving van de planlocatie. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de akkerboterbloem, akkerogentroost, dennenorchis, dreps, drijvende waterweegbree, getande veldsla, glad biggenkruid, groot spiegelklokje, kleine wolfsmelk, korensla, naakte lathyrus, naaldenkervel, ruw parelzaad, smalle raai, wilde ridderspoor en wilde weit waargenomen. De akkerboterbloem, akkerogentroost, dreps, getande veldsla, glad biggenkruid, kleine wolfsmelk, korensla, naakte lathyrus, naaldenkervel, ruw parelzaad, smalle raai, wilde ridderspoor en wilde weit zijn gebonden aan (graan)akkers of ruderale terreinen als zeedijken of bermen. De dennenorchis is, zoals de naam doet vermoeden, gebonden aan naaldbossen. De drijvende waterweegbree is gebonden aan helder zwak stromend water. Door het ontbreken van dergelijke habitats is het voorkomen van de genoemde soorten binnen het plangebied uit te sluiten.

Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de baardvleermuis / Brandt’s vleermuis, bosvleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis waargenomen. De genoemde soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De verblijf- / rustplaatsen van de bosvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis zijn voornamelijk spleten en holtes van bomen. De Brandt’s vleermuis, gewone dwergvleermuis, grijze grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis hebben een voorkeur voor gebouwen. De baardvleermuis, franjestaart en gewone grootoorvleermuis kunnen zowel in bomen als in gebouwen worden aangetroffen. Op de locatie of in zijn directe omgeving zijn geen geschikte bomen met spleten en holtes aangetroffen. Van de te slopen stal en de te renoveren Vlaamse schuur is de dakbeplating en -isolatie al reeds verwijderd, waardoor in de bebouwing geen sprake (meer) is van verblijfplaatsen met een geschikt microklimaat. Ter plaatse van de te slopen woning van De Berg 5 zijn in de buitenmuur geen geschikte openingen waargenomen.

De dakconstructie is door zijn open structuur (geen dakisolatie) evenmin geschikt. Op de zolder/ vliering van de woning zijn ook geen (sporen van) vleermuizen waargenomen. Derhalve zijn verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied uit te sluiten. Hierbij wordt opgemerkt dat de bebouwing van De Berg 7 alleen uitpandig is geïnspecteerd, waarbij geen potentiële verblijfplaatsen zijn waargenomen, aangezien hier geen werkzaamheden zijn voorzien. De locatie, met name het erf van De Berg 7, is als foerageergebied geschikt. Het erf van De Berg 5, is door het ontbreken van begroeiing minder geschikt daarbij wordt in de stal al circa 10 jaar geen vee meer gehouden en deze stal is verder geheel leeg,. Echter zal geen sprake zijn van essentieel leefgebied en is in de omgeving vergelijkbaar habitat aanwezig. Derhalve wordt het onwaarschijnlijk geacht dat de ingreep een negatief effect zal hebben op de bovengenoemde soorten. Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

13

Overige zoogdieren (bunzing, eekhoorn, haas) De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor: daar kunnen ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven en muizen en ratten bemachtigen. Het voorkomen van de bunzing is binnen het plangebied niet geheel uit te sluiten. Op het zuidelijke deel van het terrein zijn enkele puinhopen aanwezig, welke gebruikt kunnen worden als schuilplaats. Aangezien de bebouwing geen geschikte verblijfplaatsen biedt, de puinhopen geen essentiële schuilplaatsen zullen zijn en de bunzing gebruik maakt van een groot leefgebied, zal de beoogde ontwikkeling geen onderdeel uit maken van essentieel leefgebied en geen negatief effect hebben op het voortbestaan van de bunzing. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied voor.

Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen bomen aanwezig van dergelijke leeftijd. Derhalve is het plangebied geen geschikt leefgebied voor de eekhoorn. De haas heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komt ook wel voor in open bos, heide en kwelders. Hazen zijn overwegend in de vooravond en 's nachts actief, in de zomer ook wel in de schemering en overdag. Overdag rust de haas doorgaans uit in zijn leger. Ze maken legers (ondiepe uithollingen) in bosranden, windkeringen, ruigtezomen en onder heggen. De legers zijn 10 tot maximaal 20 cm diep en 25 cm lang. Hazen liggen met hun achterlijf in het diepste deel. Ze leven van grassen (winter), kruiden (zomer) en akkerbouwproducten zoals graan en maïs. Het voorkomen van de haas is op het soortenarm en voedselrijk grasland ten noorden van het erf van De Berg 7 niet volledig uit te sluiten. Aangezien het weiland periodiek wordt gemaaid en in de omgeving minder intensief grasland aanwezig is is geen sprake van essentieel leefgebied. Derhalve hebben de beoogde ingrepen geen negatief effect op het voortbestaan van de haas.

Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de boommarter, damhert, egel, konijn en wezel waargenomen. Het voorkomen van de egel, het konijn en de wezel is binnen het plangebied, met name ter plaatse van de groenstroken aan de zuid- en westzijde van het erf van De Berg 5 en aan de noordzijde van het erf van De Berg 7, niet geheel uit te sluiten. Binnen het plangebied zijn geen konijnenholen waargenomen. Aangezien de bebouwing niet geschikt is als verblijfplaats voor de genoemde soorten en ter plaatse van de betreffende groenstroken geen werkzaamheden worden uitgevoerd, zal de beoogde ontwikkeling geen negatief effect hebben op het voortbestaan van deze soorten.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

14

Tevens zijn de egel, de haas en het konijn opgenomen in de bijlagen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waardoor binnen de provincie Noord-Brabant bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt voor de aanvraag van een ontheffing voor de genoemde soorten. Gelet op het gebruik van de locatie is het terrein niet geschikt als leefgebied voor de boommarter en het damhert. Vogels (boomvalk, buizerd, havik, huismus, sperwer, steenuil, wespendief) De huismus is een standvogel welke tussen maart en augustus meerdere legsels heeft. Voor zijn nestgelegenheid is hij afhankelijk van beschikbaarheid van gebouwen met geschikte gaten en kieren, mussenkasten en verhoogde dakpannen. Ze jagen voornamelijk boven de rommelige menselijke omgeving in dorpen en steden, waar ze zoeken naar insecten, zaden en bessen. Gelet op het gebruik lijkt het erf van De Berg 7 geschikt te zijn als leefgebied voor de huismus. Bij de globale inspectie van de bebouwing zijn geen nestplaatsen aangetroffen. Ter plaatse van het erf van De Berg 5 zijn enige tijd terug de loodslabben van de woning verwijderd, hierdoor zijn onder de dakpannen ruimtes ontstaan welke gebruikt kunnen worden als verblijfplaats door de huismus. Gelet op de leeftijd van de bebouwing was de woning mogelijk ook voor de verwijdering van de loodslabben geschikt vals verblijfplaats voor de huismus.

De resterende bebouwing is ongeschikt als verblijfplaats voor de huismus. Middels een aanvullende inspectie in de broedperiode (voorkeur in april) dient te worden vastgesteld of de woning gebruikt wordt als verblijfplaats. De boomvalk is een trekvogel welke tussen mei en september in Nederland aanwezig is en jaagt in open en halfopen land: parklandschappen, heiden en hoogvenen, open duin en moeras, boerenland en dorpen, ook wel in buitenwijken van steden. Broedt in allerlei typen bos, liefst in halfopen bos of aan de randen ervan, ook wel in solitaire bomen; bijna overal waar kraaien en eksters broeden. Dus ook regelmatig in populierensingels, op erven en in hoogspanningsmasten en in stadsparken. Concentraties boomvalken vallen vaak samen met plaatsen waar veel libellen zijn. De buizerd leeft in uitgestrekte bossen afgewisseld met heide en boerenland, moerasbossen, boerenland met bosjes en houtwallen, duinvalleien met struweel, bosjes in steden. Combinatie van geschikte nestgelegenheid (bos of een bosje) met open land met veel voedsel is ideaal. Jaagt ook wel midden in (ouder) bos en in weilanden. De buizerd broedt aan bosranden, in kleinere bosjes en soms in solitaire bomen. De havik is een komt voor in een combinatie van bos met open land om te jagen. Zij broedt hoofdzakelijk in naald- en loofbossen.

Jaagt in het bos, maar ook in tussenliggende weilanden en akkers en in aangrenzende open gebieden (heide en hoogveen, moerassen, boerenland). Belangrijk is de aanwezigheid van geschikte prooien. In de winter ook in nog opener terrein te vinden, zoals kwelders. Het voedsel bestaat vooral uit middelgrote vogels van ongeveer duifgrootte. Daarnaast zoogdieren als konijn en eekhoorn. De sperwer broedt in bossen, soms tuinen en parken, meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels, bosjes en op erven. Buiten de broedtijd vaak in open land, vooral de vrouwtjes. Mannetjes jagen meer in bos.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

15

De steenuil is van oudsher een bekende verschijning in vooral kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. De steenuil schuwt de menselijke omgeving niet en broedt vaak op boerenerven, vooral als deze voldoende natuurlijke variatie biedt, zoals houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen. Vanaf half april tot half mei broedt de soort in allerlei natuurlijke holtes van bomen, vooral knotwilgen en oude (hoogstam) fruitbomen. Ook in rustige hoekjes of nissen van gebouwen of schuren en in speciale nestkasten. Het foerageergebied bestaat uit open terrein met het hele jaar door lage vegetatie (beweiding). Voorts zijn er voldoende zitplaatsen van één tot anderhalve meter hoogte (paaltjes bijvoorbeeld) om vanaf te jagen. De wespendief komt voor in loof- en gemengde bossen, met open plekken, heide, hoogvenen en graslandjes. Ook moerasbos en kleinschalig cultuurland met bos. Het nest bevind zich in de kruin van hoge loof- en naaldbomen. Het voedsel bestaat vooral uit larven en poppen van sociale wespen met grondnesten, soms ook boomnesten. Verder ook andere insecten (hommels, kevers), kleine zoogdieren, reptielen, eieren en jongen van vogels en bij slecht weer amfibieën (kikkers vooral). Op het erf van De Berg 7 zijn enkele nestkasten aanwezig, voor oa. de steenuil en torenvalk, waarin geen nestmateriaal aanwezig is.

Binnen het plangebied zijn voor het overige geen mogelijke nestplaatsen voor de hierboven genoemde vogels aanwezig. Daarnaast wordt, door het gebruik van de locatie en zijn directe omgeving, het plangebied niet geschikt geacht als verblijfplaats of essentieel foerageergebied voor bovenstaande soorten. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de gierzwaluw, grote gele kwikstaart, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk en zwarte wouw waargenomen. De overig genoemde soorten zijn voor hun nestplaatsen afhankelijk van bosranden (oehoe, ransuil, slechtvalk, zwarte wouw), solitaire bomen (roeken), open gebouwen (slechtvalk, kerkuil, oehoe, ooievaar) of bebouwing in een versteende omgeving (gierzwaluw, i.v.m. thermiek). De grote gele kwikstaart maakt gebruik van nissen van gebouwen, bouwwerken en soms bomen, in de nabijheid van water. Door het ontbreken van dergelijke habitats is het voorkomen van deze soorten binnen het plangebied uit te sluiten.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

5.

16

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Bij de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van de erven aan De Berg 5-7 te Schijf is op de locatie geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen activiteit. Het erf van De Berg 7 is geschikt als foerageerhabitat voor marterachtigen, de egel, het konijn, de huismus en vleermuizen. Ter plaatse van het erf zijn geen werkzaamheden voorzien. Op het noordelijk aangrenzend soortarm en voedselrijk weiland zijn op termijn de oprichting van een loods, een sleufsilo en trekkershutten beoogd en mogelijk op lange termijn nog een dierenverblijf. Aangezien geen werkzaamheden ter plaatse van het erf zijn voorzien heeft de gewenste bestemmingswijziging geen negatief effect op het mogelijk voorkomen van deze soorten. Het erf van De Berg 5 is potentieel geschikt als onderdeel van het leefgebied van de bunzing, egel, konijn en huismus. Door het ontbreken van struiken en hagen, en daarmee schuilgelegenheden, zal voor de bunzing, egel en konijn geen sprake zijn van essentieel leefgebied. Tevens zijn de egel en het konijn opgenomen in de bijlagen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waardoor bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt voor de aanvraag van een ontheffing voor de genoemde soorten. Ter plaatse van de woning zijn onder de dakpannen ruimtes aanwezig welke gebruikt kunnen worden als verblijfplaats door de huismus.

De resterende bebouwing is ongeschikt als verblijfplaats voor de huismus. Middels een aanvullende inspectie in de broedperiode (voorkeur in april) dient te worden vastgesteld of de woning gebruikt wordt als verblijfplaats. Mochten geen nesten aanwezig zijn dan dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden om nestplaatsen nadien te voorkomen. Voor het overige zullen de beoogde activiteiten geen negatief effect hebben op de voortbestaan van deze soorten. Voor de activiteit zullen mogelijk nog enkele bomen worden gerooid, welke als nestgelegenheid kunnen dienen voor diverse algemene vogelsoorten. Op basis van artikel 3.1 van de Wet Natuurbescherming is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Werkzaamheden zullen alsdan buiten het broedseizoen (15 maart tot 1 augustus) uitgevoerd dienen te worden.

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

BIJLAGEN

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

bijlage 1 situering in de regio

Archimil BV

Afdeling Ecologie

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

bijlage 2 globaal rapport verspreiding beschermde en bedreigde soorten

Archimil BV

Afdeling Ecologie

Project

: QS De Berg 5-7 Schijf

Referentie : C217809 Datum

: 08 december 2021

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 08 december 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 08 december 2021'

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Alpenwatersalamander

Amfibieën

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Bunzing

Zoogdieren

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

Havik

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

0 - 1 km

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Akkerboterbloem

Vaatplanten

1 - 5 km

Akkerogentroost

Vaatplanten

1 - 5 km

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Zoogdieren

Bastaardkikker

Amfibieën

1 - 5 km

Boommarter

Zoogdieren

1 - 5 km

Bosbeekjuffer

Libellen

1 - 5 km

Bosvleermuis

Zoogdieren

Bruine eikenpage

Dagvlinders

1 - 5 km

Damhert

Zoogdieren

1 - 5 km

Dennenorchis

Vaatplanten

1 - 5 km

Dreps

Vaatplanten

1 - 5 km

Drijvende waterweegbree

Vaatplanten

Egel

Zoogdieren

Franjestaart

Zoogdieren

Getande veldsla

Vaatplanten

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Glad biggenkruid

Vaatplanten

Gladde slang

Reptielen

wnb-hrl

1 - 5 km

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

Grote gele kwikstaart

Vogels

Grote vos

Dagvlinders

1 - 5 km

Grote weerschijnvlinder

Dagvlinders

1 - 5 km

Heikikker

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Kleine wolfsmelk

Vaatplanten

0 - 1 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

1 - 5 km

1 - 5 km

1 - 5 km 1 - 5 km

wnb-hrl

1 - 5 km 1 - 5 km

1 - 5 km

1 - 5 km wnb-vrl

1 - 5 km

1 - 5 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Konijn

Zoogdieren

1 - 5 km

Korensla

Vaatplanten

1 - 5 km

Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Myoot (soort onbekend)

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Naakte lathyrus

Vaatplanten

1 - 5 km

Naaldenkervel

Vaatplanten

1 - 5 km

Oehoe

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Poelkikker

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Roek

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

1 - 5 km

Ruw parelzaad

Vaatplanten

1 - 5 km

Slechtvalk

Vogels

Smalle raai

Vaatplanten

Teunisbloempijlstaart

Nachtvlinders

Vinpootsalamander

Amfibieën

Watervleermuis

Zoogdieren

Wezel

Zoogdieren

1 - 5 km

Wilde ridderspoor

Vaatplanten

1 - 5 km

Wilde weit

Vaatplanten

1 - 5 km

Zwarte wouw

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Baardvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Edelhert

Zoogdieren

Gewone/Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

Hermelijn

Zoogdieren

Kamsalamander

Amfibieën

Kluwenklokje

Vaatplanten

5 - 10 km

Muurbloem

Vaatplanten

5 - 10 km

Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger

Zoogdieren

Steenmarter

Zoogdieren

5 - 10 km

Beekrombout

Libellen

10 - 25 km

Berggamander

Vaatplanten

10 - 25 km

Bever

Zoogdieren

wnb-vrl

Afstand

1 - 5 km 1 - 5 km

wnb-hrl

1 - 5 km 1 - 5 km

wnb-hrl

1 - 5 km

5 - 10 km wnb-hrl

5 - 10 km 5 - 10 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

5 - 10 km

5 - 10 km

10 - 25 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Bokkenorchis

Vaatplanten

Boomkikker

Amfibieën

wnb-hrl

10 - 25 km

Bruinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Das

Zoogdieren

Gevlekte witsnuitlibel

Libellen

Gewone zeehond

Zoogdieren

Groenknolorchis

Vaatplanten

Grote modderkruiper

Vissen

10 - 25 km

Grote parelmoervlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

Hazelworm

Reptielen

10 - 25 km

Ingekorven vleermuis

Zoogdieren

Kartuizer anjer

Vaatplanten

10 - 25 km

Karwijselie

Vaatplanten

10 - 25 km

Kleine ijsvogelvlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

Knoflookpad

Amfibieën

Knolspirea

Vaatplanten

Muurhagedis

Reptielen

Ondergrondse woelmuis

Zoogdieren

Otter

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Rivierrombout

Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Rosse / Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Rugstreeppad

Amfibieën

wnb-hrl

10 - 25 km

Sierlijke witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Vermiljoenkever

Geleedpotigen

wnb-hrl

10 - 25 km

Water-/Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Wild zwijn

Zoogdieren

10 - 25 km

Wolfskers

Vaatplanten

10 - 25 km

Akkerdoornzaad

Vaatplanten

25 - 50 km

Beekprik

Vissen

25 - 50 km

Bergnachtorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Blaasvaren

Vaatplanten

25 - 50 km

Brave hendrik

Vaatplanten

25 - 50 km

Brede wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Butskop

Zoogdieren

10 - 25 km

10 - 25 km wnb-hrl

10 - 25 km 10 - 25 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

10 - 25 km

10 - 25 km

10 - 25 km 10 - 25 km

wnb-hrl

10 - 25 km 10 - 25 km

wnb-hrl

25 - 50 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Gentiaanblauwtje

Dagvlinders

Gestreepte waterroofkever

Kevers

Gevlekte glanslibel

Libellen

25 - 50 km

Grijze zeehond

Zoogdieren

25 - 50 km

Groene glazenmaker

Libellen

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

25 - 50 km

Hoogveenglanslibel

Libellen

25 - 50 km

Iepenpage

Dagvlinders

25 - 50 km

Kempense heidelibel

Libellen

25 - 50 km

Kruipend moerasscherm

Vaatplanten

Kruiptijm

Vaatplanten

25 - 50 km

Kwabaal

Vissen

25 - 50 km

Lederschildpad

Reptielen

wnb-hrl

25 - 50 km

Mopsvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Narwal

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Noordse woelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Noordzeehouting

Vissen

wnb-hrl

25 - 50 km

Oostelijke witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

25 - 50 km

Platte schijfhoren

Weekdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Ringslang

Reptielen

25 - 50 km

Schubvaren

Vaatplanten

25 - 50 km

Schubzegge

Vaatplanten

25 - 50 km

Speerwaterjuffer

Libellen

25 - 50 km

Stijve wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Tonghaarmuts

Mossen

wnb-hrl

25 - 50 km

Tuimelaar

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Tweekleurige bosspitsmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Veldparelmoervlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

Veldspitsmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Vroedmeesterpad

Amfibieën

Vuursalamander

Amfibieën

25 - 50 km

Waterspitsmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Wezel/Hermelijn

Zoogdieren

25 - 50 km

Witflankdolfijn

Zoogdieren

25 - 50 km wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

25 - 50 km

25 - 50 km

25 - 50 km

25 - 50 km

25 - 50 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Wolf

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Aardbeivlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Adder

Reptielen

50 - 100 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosdravik

Vaatplanten

50 - 100 km

Brandts vleermuis

Zoogdieren

Bruinrode wespenorchis

Vaatplanten

Bultrug

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Dikkopschildpad

Reptielen

wnb-hrl

50 - 100 km

Duinparelmoervlinder

Dagvlinders

Dwergvinvis

Zoogdieren

Eikelmuis

Zoogdieren

Gaffellibel

Libellen

wnb-hrl

50 - 100 km

Geel schorpioenmos

Mossen

wnb-hrl

50 - 100 km

Gestippelde alver

Vissen

Gestreepte dolfijn

Zoogdieren

Gevlekt zonneroosje

Vaatplanten

50 - 100 km

Gewone bronlibel

Libellen

50 - 100 km

Gewone dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Gewone spitssnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Gewone vinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Groensteel

Vaatplanten

50 - 100 km

Grote bosaardbei

Vaatplanten

50 - 100 km

Grote vuurvlinder

Dagvlinders

Kleine ereprijs

Vaatplanten

50 - 100 km

Knollathyrus

Vaatplanten

50 - 100 km

Kommavlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Kranskarwij

Vaatplanten

50 - 100 km

Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

Liggende ereprijs

Vaatplanten

50 - 100 km

Moerasgamander

Vaatplanten

50 - 100 km

Pijlscheefkelk

Vaatplanten

50 - 100 km

Pimpernelblauwtje

Dagvlinders

wnb-hrl

50 - 100 km

Potvis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Roggelelie

Vaatplanten

wnb-hrl

50 - 100 km 50 - 100 km

50 - 100 km wnb-hrl

50 - 100 km 50 - 100 km

50 - 100 km wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

50 - 100 km

50 - 100 km

50 - 100 km

50 - 100 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Rood peperboompje

Vaatplanten

50 - 100 km

Rozenkransje

Vaatplanten

50 - 100 km

Sleedoornpage

Dagvlinders

50 - 100 km

Spiegeldikkopje

Dagvlinders

50 - 100 km

Spits havikskruid

Vaatplanten

50 - 100 km

Stofzaad

Vaatplanten

50 - 100 km

Tengere distel

Vaatplanten

50 - 100 km

Tengere veldmuur

Vaatplanten

50 - 100 km

Trosgamander

Vaatplanten

50 - 100 km

Vale vleermuis

Zoogdieren

Vliegend hert

Kevers

50 - 100 km

Wilde averuit

Vaatplanten

50 - 100 km

Witsnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Zandhagedis

Reptielen

wnb-hrl

50 - 100 km

Bechsteins vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Beekdonderpad

Vissen

100 - 250 km

Bosboterbloem

Vaatplanten

100 - 250 km

Bosparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Brede geelgerande waterroofkever

Geleedpotigen

Breed wollegras

Vaatplanten

100 - 250 km

Bruin dikkopje

Dagvlinders

100 - 250 km

Donkere waterjuffer

Libellen

100 - 250 km

Donker pimpernelblauwtje

Dagvlinders

Elrits

Vissen

100 - 250 km

Europese rivierkreeft

Geleedpotigen

100 - 250 km

Franjegentiaan

Vaatplanten

100 - 250 km

Geelbuikvuurpad

Amfibieën

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

Afstand

50 - 100 km

100 - 250 km

100 - 250 km

100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Geelgroene wespenorchis

Vaatplanten

100 - 250 km

Geplooide vrouwenmantel

Vaatplanten

100 - 250 km

Gladde zegge

Vaatplanten

100 - 250 km

Griend

Zoogdieren

Groene nachtorchis

Vaatplanten

100 - 250 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

100 - 250 km

Hamster

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Hazelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Honingorchis

Vaatplanten

Juchtleerkever

Kevers

Kalkboterbloem

Vaatplanten

100 - 250 km

Kalketrip

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine heivlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Kleine schorseneer

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine vlotvaren

Vaatplanten

Lange zonnedauw

Vaatplanten

Noordse winterjuffer

Libellen

Scherpkruid

Vaatplanten

100 - 250 km

Steenbraam

Vaatplanten

100 - 250 km

Veenbesblauwtje

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenbesparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenbloembies

Vaatplanten

100 - 250 km

wnb-hrl

Afstand

100 - 250 km

100 - 250 km wnb-hrl

wnb-hrl

100 - 250 km

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Veenhooibeestje

Dagvlinders

100 - 250 km

Vliegenorchis

Vaatplanten

100 - 250 km

Vroege ereprijs

Vaatplanten

100 - 250 km

Walrus

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Wilde kat

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Zandwolfsmelk

Vaatplanten

100 - 250 km

Zilveren maan

Dagvlinders

100 - 250 km

Zinkviooltje

Vaatplanten

100 - 250 km

Zweedse kornoelje

Vaatplanten

100 - 250 km

11 februari 2022 rapportnummer: C217809.010/PHE

bijlage 3 checklist vooronderzoek vleermuizen

Archimil BV

Afdeling Ecologie

Vleermuizenprotocol

(versie 1 januari 2021)

Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren of losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.

c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)

Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.

b)

Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren of losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.

c)

Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

JA / NEE

3. Open water Is er open water aanwezig?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12443080/1