CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09c Kom St. Willebrord Dorpsstraat 91-95 te St. Willebrord Toelichting

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 15 september 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 91-95 te St. Willebrord’20.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 91-95 te St. Willebrord

Datum: 10 mei 2021 Status: ontwerp

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

6 6 7 7

Hoofdstuk 2

Beschrijving bestaande en beoogde situatie

8

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Inleiding Gemeente Rucphen St. Willebrord Bestaande situatie plangebied Beoogde situatie plangebied Parkeren Verkeersgeneratie

8 8 8 9 10 12 13

Hoofdstuk 3

Beleidskader

14

3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

14 14 20 25

Hoofdstuk 4

Planologisch relevante (milieu)aspecten

32

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Natuurgebieden Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

32 32 33 36 37 39 40 42 43 44 47 48 48

Hoofdstuk 5

Juridische plantoelichting

50

5.1 5.2 5.3

Inleiding Opbouw van de regels Regels

50 50 50

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 3

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

54

6.1 6.2

Inleiding Kostenverhaal

54 54

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

55

7.1 7.2 7.3

Vooroverleg Inspraak Tervisielegging

55 55 56

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 2

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

Bijlage 3

AERIUS-berekening

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 5

Mitigatieplan

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 7 West-Brabant

Standaardadvies 2020 Brandweer Midden- en

Bijlage 8

Omgevingsdialoog

4 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

Toelichting

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 5

Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding

Inleiding en doel

Aanleiding Aan de Dorpsstraat 91 tot en met 95 (oneven nummers) te St. Willebrord is sprake van een bestaand bouwperceel met daarbinnen bebouwing voorheen enerzijds in gebruik ten behoeve van horeca en detailhandel en anderzijds ten behoeve van het wonen. De bebouwing is incourant en leegstaand. Het voornemen bestaat daarom om de gronden te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Er is een plan opgesteld voor de realisatie van een nieuw woongebouw waarin plaats is voor 18 appartementen. Op het achterterrein is ruimte voor parkeren en bergingen.

Doel Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Kom St. Willebrord” van de gemeente Rucphen. De gronden binnen het plangebied kennen de bestemming ‘Horeca’, ‘Detailhandel’ en ‘Wonen’. Binnen de eerste twee bestemmingen is het (regulier) wonen niet toegestaan. Daarnaast biedt het bestemmingsplan ook geen bouwmogelijkheden voor de beoogde nieuwbouwwoningen. Om de voorgenomen ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Hiervoor is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Onderhavig plangebied is gelegen in de kern St. Willebrord. Binnen het stedelijk gebied van St. Willebrord valt een onderscheid in vier onderdelen te maken. Ten eerste het historische dorpscentrum rondom het Processiepark en de Onze Lieve Vrouwekerk, centraal in het stedelijke gebied. Direct ten zuiden daarvan ligt het economische centrum van het dorp. Het derde gebied vormt een schil rondom het historisch dorpscentrum en het economisch centrum. Het bestaat uit een primair woongebied dat zijn stedenbouwkundige structuur te danken heeft aan de oude agrarische verkavelingsstructuur. Tot slot zijn daaromheen, rondom de uitwaaierende voormalige landwegen, de uitbreidingsgebieden uit de tweede helft van de vorige eeuw gelegen. Het plangebied is gelegen binnen het economisch centrum van het dorp, op de overgang naar het historisch dorpscentrum. Het plangebied wordt aan de oost- en zuidzijde begrensd door de Dorpsstraat en de Dahliastraat en in de overige windrichtingen door de woon- en bedrijfspercelen van de winkels en woningen aan de Dahliastraat, Dorpsstraat, Smidsstraat en Smidshof.

6 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

Satellietfoto van het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied is weergegeven met een rode contour. Bron: streetsmart.cyclomedia.nl, 2021.

Begrenzing Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie D, perceelnummer 4128 en 5314. Ter plaatse zijn heden de panden met het adres Dorpsstraat 91, 93 en 95 gesitueerd.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Kom St. Willebrord” van de gemeente Rucphen. De gronden binnen het plangebied kennen de bestemming 'Horeca', 'Detailhandel' en 'Wonen'. Ook ligt op de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Binnen de bestemmingen 'Horeca' en 'Detailhandel' is het (regulier) wonen enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bovenwoning’. Deze aanduiding ontbreekt binnen het plangebied. Daarnaast biedt het bestemmingsplan ook geen bouwmogelijkheden voor de beoogde nieuwbouwwoningen. Voorliggend bouwplan is dan ook strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Kom St. Willebrord” met rood omkaderd het plangebied. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de bestaande situatie van het dorp en het plangebied gegeven. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 gaat in op de geldende randvoorwaarden en planologisch relevante (milieu)aspecten voor het plan, waarna in het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de toelichting van de bestemmingsplanregels en de verbeelding. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk gemaakt en in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de resultaten van de planologische procedure.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 7

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en beoogde situatie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven. De ruimtelijke structuur wordt beschreven aan de hand van een korte (historische) beschrijving van de gemeente Rucphen, de dorpskern St. Willebrord en een beschrijving van de huidige inrichting en gebruik van het plangebied.

2.2 Gemeente Rucphen Het plangebied is gelegen in de gemeente Rucphen, een grote landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 22.457 inwoners (CBS, 31 mei 2018). De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schrijf, Sint Willebrord en Zegge. Binnen de gemeente Rucphen zijn veel verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter.

2.3 St. Willebrord Ontstaansgeschiedenis De plaats waar nu Sint Willebrord is gelegen was oorspronkelijk voornamelijk bedekt met veenlagen, die moerassig en ontoegankelijk waren. Bepalend voor de ontginning en de ontwikkeling van het gebied is de turfwinning geweest. Na 1250 was voor de groeiende stadsbevolking en voor de stedelijke nijverheid steeds meer brandstof nodig. Het veen werd afgegraven, gedroogd, in turven gesneden en per boot afgevoerd. Het vervoer gebeurde in speciaal gegraven kanaaltjes en vervolgens met grotere schepen over de hoofdkanalen naar de steden. In de omgeving van Sint Willebrord waren fijnmazige vaartenstelsels aanwezig. Nadat het veen was weggegraven, bleven de onderliggende zandgronden over. Er ontstond een vestigingspatroon van boerderijzwermen. De wat hogere gronden waren niet overal geschikt als landbouwgrond. Daar waren slechts kleine vruchtbare ‘landbouweilandjes’ gelegen tussen de heidevelden, afgegraven moeren en andere ‘woeste gronden’. Sint Willebrord is rondom een dergelijk ‘landbouweilandje’ ontstaan. Sint Willebrord is, in vergelijking met andere nabijgelegen nederzettingen, de jongste kern. Pas rond 1600 vestigden zich op deze plek de eerste bewoners. De heidenederzetting die oorspronkelijk ’t Heike werd genoemd, bestond uit een groep verspreid liggende, kleine boerderijen.

Nadat in 1842 een parochie werd gesticht en de naam werd gewijzigd in St. Willebrord, trad een verdichting van bebouwing op rond de Sint Willebrorduskerk.

Ruimtelijke structuur Kenmerkend voor de kern St. Willebrord is dat de huidige stedenbouwkundige structuur gedeeltelijk de oude verkavelingsstructuur van het agrarisch cultuurlandschap weerspiegelt. Bij de naoorlogse uitbreiding van het dorp is de bebouwing langs bestaande (land)wegen geplaatst en heeft uitbreiding voor een belangrijk deel kavelsgewijs plaatsgevonden. Het Processiepark van de Onze Lieve Vrouwekerk vormt het ruimtelijke centrum van het dorp. Het onderhavige plangebied is gelegen op ongeveer 110 meter ten zuiden van het Processiepark.

8 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

2.4 Bestaande situatie plangebied In de bestaande situatie bestaat het plangebied uit bebouwing die geörienteerd is op de Dorpsstraat en een (hoofdzakelijk) onbebouwd achterterrein. Op de hoek van de Dorpsstraat - Dahliastraat (Dorpsstraat 91) betreft de bebouwing die van de voormalige cafetaria 'Het Ijspaleis'. Het pand is eind jaren '60 gerealiseerd en is opgebouwd uit één bouwlaag, gedeeltelijk voorzien van een kap en voor het overige van een plat dak. Aan de achterzijde is het pand uitgebreid met een aanzienlijk bijgebouw, ook opgebouwd uit één bouwlaag met kap. De totale oppervlakte aan bebouwing bedraagt circa 415 m 2. De bebouwing is tot omstreeks 2009 in gebruik geweest als cafetaria. Sindsdien heeft het zijn functie verloren en staat het leeg.

Grenzend aan de voormalige cafetaria zijn twee (half)vrijstaande woningen gesitueerd (Dorpsstraat 93 en 95). Het betreffen woningen opgebouwd uit twee respectievelijk één bouwlaag met kap, daterend uit enerzijds eind jaren '60 en anderzijds begin 20e eeuw. Omstreeks dezelfde periode als de bebouwing van de voormalige cafetaria zijn ook deze twee woningen in onbruik geraakt en leeg komen te staan.

De bovengenoemde gebouwen beschikken over een aanzienlijk achterterrein welke voor het overgrote gedeelte onbebouwd is. Enkel in het westen is nog sprake van een vrijstaand bijgebouw behorend bij de cafetaria. De overige gronden liggen braak. Het gehele plangebied beslaat een oppervlak van circa 2.015 m 2. Heden de dag is het plangebied door middel van hekwerk afgesloten en is toegang tot de gebouwen met timmerwerk versperd.

Aanzicht voormalige cafetaria vanuit de Dorpsstraat. Bron: google.nl/maps, 2021.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 9

Aanzicht bestaande twee woningen vanuit de Dorpsstraat. Bron: google.nl/maps, 2021.

Aanzicht achterterrein. Bron: Econsultancy, 2021.

2.5 Beoogde situatie plangebied In de beoogde situatie worden de gronden herontwikkeld ten behoeve van de realisatie van appartementen. Nadat met onderhavig bestemmingsplan bouwmogelijkheden zijn gecreëerd voor 18 gestapelde woningen, bestaat het voornemen hieraan invulling te geven conform onderstaand (indicatief) bouwplan.

10 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

Ontwerptekening beoogde nieuwbouw. Bron: Mathijssen Ontwerp, 2021.

Het bouwplan gaat uit van de realisatie van één bouwmassa bestaande uit drie bouwlagen, geörienteerd op de Dorpsstraat en Dahliastraat. Parkeren vindt plaats op het achterterrein, achter de beoogde nieuwbouw. Het achterterrein is daarbij te bereiken via een in- en uitrit op de Dahliastraat. Op het achterterrein zijn daarnaast bergingen bij de appartementen voorzien.

Impressie mogelijke nieuwbouw. Bron: Mathijssen Ontwerp, 2021.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 11

De 18 appartementen zijn evenredig voorzien over de drie bouwlagen. Toegang tot de appartementen is voorzien via het achterterrein. De appartementen op de verdieping zijn daarbij bereikbaar via een trappenhuis, waarin ook een personenlift is voorzien. Daarmee kunnen de appartementen functioneren als levensloopbestendige woning vanwege het gelijkvloers programma.

2.6 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de "Reparatiewet BZK" op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid.

Beoordeling Door de gemeente Rucphen zijn in de ‘Nota Parkeernormen 2017 Rucphen’ (d.d. 31-5-2017) parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicaties van het CROW. De Nota Parkeernormen Rucphen 2017 onderscheidt parkeernormen voor het gebied ‘Centrum’, ‘Overige bebouwde kom’ en ‘Buitengebied’. Blijkens de nota geldt dat onderhavig plangebied ligt binnen een gebied aangeduid als 'Centrum'. Aangesloten wordt bij de norm voor dure koopwoningen (hoogste norm). Voor de beoogde woningen zijn de volgende parkeernormen van toepassing:

Parkeernormen en verkeersgeneratie voor koopappartementen. Bron: Nota Parkeernormen 2017 van de gemeente Rucphen.

Binnen het plangebied worden 18 gestapelde woningen gerealiseerd. Voor dit type woning geldt een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning. Derhalve dienen in totaal (18 x 1,6) = 29 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. In de beoogde situatie zijn op het achterterrein 33 parkeerplaatsen voorzien. Ook wordt voorzien in twee garageboxen (tellen tezamen mee als één parkeerplaats). In totaal worden daarmee 34 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee wordt ruimschoots voorzien in de parkeereis. In de huidige situatie vindt het parkeren voor de bestaande functies plaats in het openbaar gebied, op de 7 parkeerplaatsen direct langs de bestaande bebouwing aan de Dorpsstraat 91-95. Deze parkeerplaatsen blijven met onderhavig initiatief behouden. Van verlies van openbare parkeerplaatsen is geen sprake.

Op basis van het voorliggende plan wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. In de regels van dit bestemmingsplan is gewaarborgd dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor 'bouwen' voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt. Het gemeentelijk parkeerbeleid vormt hiervoor rechtstreeks het toetsingskader.

Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid waardoor voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen.

12 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

2.7 Verkeersgeneratie Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de verkeersgeneratiekengetallen te worden geraadpleegd. Deze zijn opgenomen in de 'Nota Parkeernormen 2017' van de gemeente Rucphen. Bij het te realiseren woningtype hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 7,2 per woning. Bij het te vervallen woningtype 'vrijstaand' en 'tussen/hoekwoning' hoort een vpe van maximaal 7,9 respectievelijk 7,2. Voor de te vervallen horecafunctie worden geen verkeersgeneratiecijfers onderscheidden. Derhalve genereert het plan, exclusief de bestaande horecafunctie meegerekend, in totaal (18 x 7,2) - (1 x 7,9 + 1 x 7,2) = 114,5 vpe.

Het plangebied wordt ontsloten via de Dahliastraat. Deze staat in verbidning met de Dorpsstraat. Het betreffen beiden binnenstedelijke, doorgaande wegen waarvan kan worden aangenomen dat deze over een voldoende grote intensiteits-capaciteitsverhouding beschikken om de geringe toename aan verkeersbewegingen te verwerken. Derhalve kan worden gesteld dat de verkeersgeneratie geen belemmering vormt voor het onderhavige planvoornemen. Daarbij wordt bovendien in acht genomen dat de verkeersgeneratie vanwege de bestaande horecafunctie tevens komt te vervallen.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 13

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies.

Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen.

Beoordeling Voorliggend plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', als vervat in de 'ladder voor duurzame verstedelijking', is van toepassing op onderhavig plan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.

Conclusie

14 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

Het planvoornemen is passend binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk.

3.2.2 Beleid en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen.

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Woensdrecht bedraagt 113 meter boven N.A.P. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de genoemde hoogtes. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 15

Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. De blauwe aanwijzer toont de ligging van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Voor het plangebied geldt verder dat er regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van het vliegverkeer vanaf luchthaven Breda International Airport. De aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 5' zoals opgenomen in dit bestemmingsplan komt hieruit voort en stelt beperkingen aan de hoogtematen ter plaatse van het plangebied: de bouwhoogte mag maximaal circa 54,14 meter bedragen. De beoogde situatie ziet echter niet toe op dergelijke hoogtes zoals begrensd. Het is dus niet van invloed op onderhavig planvoornemen. Met het obderhavige bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - obstakelbeheerzone' opgenomen ter bescherming van de obstakelbeheerzone.

16 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

Bijlage 8 bij Verordening luchthavenbesluit luchthaven Breda International Airport.

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plan geen regels uit het Barro en de Rarro van toepassing, aangezien er bij onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 17

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast.

Beoordeling Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m 2 of in een gebouw met een bruto-oppervlakte groter dan 500 m 2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.

Het initiatief voorziet in per saldo 16 nieuwe woningen. Gelet op de omvang van de ontwikkeling betreft dit derhalve een stedelijke ontwikkeling. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling?

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte.

Het plangebied heeft thans grotendeels de bestemming ‘Horeca’ en 'Detailhandel'. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor de uitoefening van horeca- en detailhandelsactiviteiten. Burgerbewoning is ter plaatse niet toegestaan. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van maximaal 18 woningen mogelijk. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. c.

Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten.

Uit jurisprudentie blijkt dat de actuele behoefte aan woningen kan worden onderbouwd met gebruikmaking van regionale woningbouwafspraken (o.m. 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2908,

18 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

r.o. 10.2).

Brabantse Agenda Wonen Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant hebben op 19 september 2017 de Brabantse Agenda Wonen vastgesteld. Dit is een agenda op hoofdlijnen, waarvan de actielijnen en richtinggevende principes de leidraad vormen voor de regionale samenwerking tussen gemeenten. Hierin zijn de volgende vier actielijnen vastgesteld: accent op duurzame verstedelijking; meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken. Als richtinggevende principes hierbij zijn benoemd: optimaal inzetten op inbreiden, herstructureren en transformeren; ruim baan voor 'goede' woningbouwplannen; woningvoorraad verduurzamen en geschikt maken voor mensen met zorgvraag; vraaggericht planaanbod, oog voor nieuwe en tijdelijke woonvormen; realisme en flexibiliteit in planning en programmering; versterken van de samenwerking op regionale woningmarkt. De provincie Noord-Brabant verlegt hiermee het accent van een kwantitatieve insteek naar een meer integrale, ruimtelijke en kwalitatieve aanpak van thema's rond bouwen en wonen. Hierbij wordt aangesloten op het regionale schaalniveau waarop de woningmarkt functioneert en waarbinnen het leeuwendeel van de verhuisbewegingen tussen gemeenten plaatsvindt.

Door uit te gaan van het (sub-)regionale schaalniveau kan beter worden aangesloten op de ruimtelijke schaal, waarop veel van de ontwikkelingen op de regionale woningmarkt zich doorgaans afspelen. De driejaarlijkse actualisatie van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose wordt als richtinggevend kader beschouwd waarlangs de regionale en gemeentelijke woningbouwontwikkelingen (jaarlijks) worden gemonitord.

De samenwerkende gemeenten in West-Brabant hebben samen met de provincie een 'regionaal perspectief op bouwen en wonen' uitgewerkt en op 13 december 2017 vastgesteld, welke is herijkt op 5 december 2018. Hiermee is een gezamenlijke, gedeelde en steeds actuele visie op de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen op de regionale woningmarkt ontstaan. De focus van de gemeenten ligt hierin op het optimaal benutten van het bestaand stedelijk gebied door middel van zorgvuldig ruimtegebruik. Met onderhavig plan wordt voorzien in woningbouw binnen het bestaand stedelijk gebied waarmee zorgvuldig ruimtegebruik wordt bewerkstelligd. Met een herontwikkeling binnen het plangebied wordt voorzien in de sloop van incourante en leegstaande bebouwing. Verdere verloedering wordt daarmee voorkomen en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls. De nieuwe woningen kunnen bovendien levensloopbestendig functioneren. Het planvoornemen volgt daarmee de richtinggevende principes uit de Brabantse Agenda Wonen.

Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019 Uit de regionale woningbouwafspraken, gemaakt in het document 'Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019' volgt dat vanuit zorgvuldig ruimtegebruik in de regio primair ingezet wordt op het bestaand stedelijk gebied en de kansen voor transformatie en herbestemming. In dit document geeft de gemeente Rucphen aan dat 60% van de woningbouwplannen binnen de gemeente op inbreidingslocaties is gelegen.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 19

De prognose inzake de woningbouwbehoefte toont dat er tot aan 2028 behoefte is aan de bouw van minimaal 365 en maximaal 525 woningen. Er bestaat in de woningbouwprogrammering een harde plancapaciteit van 295 woningen. Binnen de woningbouwprogrammering bestaat voldoende ruimte om te voorzien in de toevoeging van 18 woningen (netto toevoeging van 16 woningen) in onderhavig plangebied. Derhalve past het plan binnen de regionale afspraken.

Met onderhavig initiatief wordt voorzien in 18 gestapelde woningen, passend binnen de kwantitatieve behoefte aan woningen in St. Willebrord. Met een bruto vloeroppervlakte van circa 100 m 2 zijn de beoogde woningen geschikt voor kleine huishoudens, hetgeen passend is binnen de dalende trent van woningbezetting. De woningen zijn vanwege het gelijksvloers programma levensloopbestendig te bewonen, hetgeen past binnen de sterke vergrijzing waar ook Rucphen mee te maken heeft. Dit blijkt ook uit de Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024, nader uiteengezet in paragraaf 3.4.2. Het plan is daarmee ook passend in de kwalitatieve behoefte aan woningen in St. Willebrord. d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied?

Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’ van St. Willebrord.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte aan woningen en is daarnaast gelegen binnen ‘bestaand stedelijk gebied'. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening - partiële herziening , 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Belangrijke beleidslijnen in de SVRO zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden. Sinds de vaststelling in 2010 hebben Provinciale Staten diverse 20 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de partiële herziening van de structuurvisie in 2014, vastgesteld op 7 februari 2014 en in werking op 19 maart 2014.

De, met de partiële herziening ongewijzigde, provinciale sturingsfilosofie is gebaseerd op vijf rollen: ontwikkelen, ordenen, beschermen, regionaal samenwerken en stimuleren. Twee rollen zijn relevant voor onderhavig plan: de ordenende en de beschermende rol. De ordenende rol gaat uit van het behartigen van ruimtelijke belangen en keuzes. Deze zijn geordend in vier ruimtelijke structuren. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier onderscheidende structuren zijn: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. De provincie wil nieuw stedelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen.

Beoordeling Het plangebied is in de SVRO gelegen binnen de stedelijke structuur, aangeduid als 'Kernen in het landelijk gebied'. Op de gronden die aangewezen zijn als kern in het landelijk gebied wordt voorzien in de lokale behoefte voor verstedelijking inzake wonen, werken en voorzieningen. De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma. In de kernen in het landelijk gebied worden woningen gebouwd voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo – nul'. De provincie legt de nadruk op zorgvuldig ruimtegebruik waarbij de provincie de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag wil afremmen. Dit betekent dat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal staat. Het accent ligt dan ook op inbreiden en herstructureren.

Uitsnede uit de structurenkaart van de SVRO - partiële herziening 2014. Het plangebied is met de rode aanwijzer geduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Met voorliggend planvoornemen worden extra woningen mogelijk gemaakt binnen de stedelijke structuur van de kern St. Willebrord. Het plan draagt, gezien de ligging van het plangebied, met de voorziene bestemmingswijziging bij aan de concentratie van verstedelijking binnen de stedelijk structuur. Regionale afstemming met betrekking tot het woningbouwprogramma is nader getoetst in paragraaf 3.2.3.

Conclusie Voorliggend initiatief is passend binnen de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening - partiële herziening 2014

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 21

van de provincie Noord-Brabant.

3.3.2 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers-en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie.

In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Beoordeling Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Hiermee kiest de provincie een blikveld dat enigszins boven het huidige initiatief uit stijgt. Het voorliggend initiatief is passend binnen de omgeving en zorgt voor een kwalitatieve verdichting van het bestaand stedelijk gebied. Dit past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.

Conclusie De beoogde ontwikkeling is relatief kleinschalig en betreft een inbreidingslocatie in het bestaand stedelijk gebied van St. Willebrord. Het voornemen past binnen de kernwaarden zoals door de provincie Noord-Brabant zijn geformuleerd in haar Omgevingsvisie.

3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden en worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat.

De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

Beoordeling Voorliggend plangebied is binnen de Interim omgevingsverordening gelegen binnen het 'Stedelijk

22 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

gebied'. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het 'Stedelijk gebied'. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.

Uitsnede kaartbeeld stedelijke ontwikkeling van de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is aangeduid met de rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. b.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. b. c. d.

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende

e. f.

ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van 18 appartementen (netto toevoeging van 16 woningen) in het bestaand stedelijk gebied van St. Willebrord. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Regionale afstemming met betrekking tot het woningbouwprogramma is nader getoetst in paragraaf 3.2.3. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie. Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen de kern van St. Willebrord, alwaar voorzieningen per fiets te bereiken zijn. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Bij de verdere planuitwerking en het ontwerp van de woningen zal

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 23

bekeken worden hoe aan de doelstellingen voor energie, klimaatadaptie en hittestress concreet bijgedragen kan worden. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat woningen energieneutraal, gasloos en onderhoudsarm worden geproduceerd. De ambitie van dit plan is om zoveel mogelijk duurzame systemen in de woningen te implementeren en zo klimaat bestendig te bouwen. Daarbij kan worden gedacht aan een warmtepompsysteem, ventilatiesysteem en zonnepanelen. Een warmtepomp verwarmt de woningen en zorgt voor warm water om te douchen. Een door CO² sensoren gestuurde ventilatie meet hoeveel lucht er moet worden aan- en afgevoerd. Door dit slimme systeem gaat er geen energie verloren aan het verwarmen van overtollige lucht. De energiemonitor geeft continu aan hoeveel energie er verbruikt én opwekt wordt.

Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov.

Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes

voor een evenwichtige toedeling van functies

Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. b. c.

zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie.

Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1.

2.

Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.

Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering: 1. 2.

3.

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

24 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

Ad c) - meerwaarderecreatie: 1.

2.

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

Beoordeling Voorwaarden ad a: a.

b. c.

De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake daar het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het beoogde bouwvlak en de bestemmingen zijn zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven.

Voorwaarden ad b: a. b.

c.

Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag.

Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan meerwaardecreatie door te voorzien in de woningbouwopgave binnen bestaand stedelijk gebied. Hierdoor blijft het buitengebied ontlast. Tevens geldt dat de ontwikkeling is voorzien op een locatie welke al geruime tijd niet meer benut wordt voor een stedelijke functie en dientengevolge in verval is geraakt. Verdere verloedering wordt daarmee voorkomen en het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls.

Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 Toetsingskader In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 25

burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 't moet, naar samenwerking omdat 't loont. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: 1. 2. 3. 4. 5.

Aantrekkelijk wonen; Vrijetijdseconomie; Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; Overheidsparticipatie; Regionale samenwerking.

De gemeente Rucphen wil haar aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig en landelijk willen wonen, maar wel dichtbij (groot)stedelijke voorzieningen en werk. De gemeente Rucphen handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt. Zelf bouwen zit in de genen van de inwoners van de gemeente. (Collectief) particulier opdrachtgeverschap wordt dan ook gestimuleerd. Aandachtspunten bij (zelf)realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloopbestendigheid.

Beoordeling Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de bouw van woningen waardoor vooral keuze 1 van belang is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van 18 woningen en betreft een particulier initiatief. Dit past binnen het uitgangspunt om mee te groeien met de samenleving en het stimuleren van particulier opdrachtgeverschap.

Conclusie Voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de toekomstvisie Puur Rucphen 2030.

3.4.2 Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 Toetsingskader In de Woonvisie 2020 - 2024 van de gemeente Rucphen wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen.

Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen groeit nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen.

In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen. Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. Benadrukt wordt een behoefte aan goedkope en middeldure koopwoningen tot € 300.000,-.

De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern. Voor de kern St. Willebrord is de woningbouwambitie gesteld op in totaal 130 woningen.

26 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

Woningbouwambitie voor St. Willebrord.

Beoordeling Met onderhavig initiatief wordt voorzien in 18 gestapelde woningen, passend binnen de kwantitatieve behoefte aan woningen in St. Willebrord. Met een bruto vloeroppervlakte van circa 100 m 2 zijn de beoogde woningen geschikt voor kleine huishoudens, hetgeen passend is binnen de dalende trent van woningbezetting. De woningen zijn vanwege het gelijksvloers programma levensloopbestendig te bewonen, hetgeen past binnen de sterke vergrijzing waar ook Rucphen mee te maken heeft.

Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen de woonvisie van de gemeente Rucphen.

3.4.3 Structuurvisie Rucphen 2030 Toetsingskader Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003. Rucphen wil de aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, maar wel dichtbij voorzieningen en werk. De belangrijkste opgave voor de gemeente is het verbeteren van de uitstraling van de grootste kernen. Om deze aantrekkelijker te maken voor inwoners en recreanten, wil de gemeente de relatie van de kernen met het buitengebied herstellen door het terugbrengen van groen, een groene dooradering, een groen hart en groene randen. Algemeen uitgangspunt voor de drie grootste kernen, waaronder St. Willebrord, is meer kwaliteit en levendigheid door ruimte voor maatschappelijke voorzieningen zoals multifunctionele centra, horeca met terrassen en ruimte voor wonen. De woningvoorraad moet worden afgestemd op de wensen van de inwoners. De opgave is breed: voldoende betaalbare (starters)woningen, voldoende geschikte woningen voor ouderen, kavels voor eigen bouw, e.d. De voorkeur van de gemeente Rucphen gaat uit naar het invullen van deze woningbouwbehoefte via inbreiding en nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te St. Willebrord 27

Uitsnede structuurvisiekaart Structuurvisie Rucphen 2030. Het plangebied is weergegeven met een rode ster.

Beoordeling Blijkens de visiekaart is het plangebied gelegen in het gebied 'versterken uitstraling dorpskernen'. In dit gebied is het uitgangspunt dat versterking van de uitstraling van de grote kernen noodzakelijk is om zo de woonkwaliteit en de recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente te vergroten. De grote kernen zijn stenig en hebben hun relatie met het buitengebied verloren. Het beleid is gericht op herstel van deze relatie. In het groenstructuurplan is aangegeven hoe: landschappelijke dooradering van de dorpen, een groen dorpshart en groene dorpsranden. Rode initiatieven worden hieraan getoetst en moeten daar aan bijdragen. Deze toetsing wordt uitgevoerd in paragraaf 3.4.5. Ten aanzien van het toevoegen van woningen vormt de woonvisie het afwegingskader. Hieraan is reeds in paragraaf 3.4.2 getoetst.

Het plangebied ligt daarnaast binnen het gebied 'kwaliteitsverbetering tweede schil'. De uitbreidingsgebieden uit de jaren 50 en 60 rond de dorpskernen, bestaan vooral uit rijwoningen die grotendeels in particulier bezit zijn. De woningen moeten aangepast worden aan de eisen van deze tijd, verloedering ligt op de loer. Met onderhavig initiatief wordt hier gevolg aan gegeven. De ontwikkeling is voorzien op een locatie welke al geruime tijd niet meer benut wordt voor een stedelijke functie en dientengevolge in verval is geraakt. Met de beoogde herontwikkeling wordt verloedering voorkomen en krijgt het gebied een nieuwe kwaliteitsimpuls.

Conclusie De beoogde bouw van woningen is passend binnen de gemeentelijke structuurvisie.

3.4.4 Visiedocument Groenbeleid Rucphen en Groene Kaart, 2008 Toetsingskader Het Visiedocument Groenbeleid Rucphen van oktober 2008 beschrijft de waarden van groen voor luchtkwaliteit, speelruimte, economie, gezondheid, natuur, water, leefbaarheid en ruimtelijke waarde. Het rapport geeft verder aan dat de (beeld)kwaliteit van groen sterk afhankelijk is van het plan- en ontwerpproces van ruimtelijke projecten en dat daarom vroegtijdige afstemming noodzakelijk is. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied is het van belang dat knelpunten, zoals te weinig groen en een

28 St. Willebrord

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 9 1 - 9 5 te

hoge parkeerdruk inzichtelijk worden gemaakt en daar rekening mee wordt gehouden in het plan. Ook dient bekend te zijn of er binnen de invloedssfeer van het plan bomen aanwezig zijn, zodat hier een overwogen keuze in gemaakt kan worden. Als extra toetsingskader is een Groene Kaart (november 2010) opgesteld. Op deze kaart zijn waardevolle particuliere en gemeentelijke bomen plus houtopstanden opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10480503/1