CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09b2 08045-bp-Regels-v2-3 1

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 2 juni 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, Vorenseindseweg 104 te Sprundel’10.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

Bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Vorenseindseweg 104 te Sprundel” Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Vorenseindseweg 104 te Sprundel” met identificatienummer NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 van de gemeente Rucphen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 AAB Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen, voor advies inzake volwaardigheid, continuïteit en noodzaak in verband met een agrarisch bedrijf; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de omringende grond van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf; 1.8 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.9 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband

met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.10 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

1.12 bebouwingspercentage een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.13 bed and breakfast een kleinschalige overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf (maximumverblijfsduur zes aaneengesloten nachten) met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis. Hieronder wordt niet verstaan een overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.

Aanverwante voorzieningen, zoals speeltuintjes, stallingen, detailhandel, horeca en dergelijke zijn niet toegestaan; 1.14 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis daaronder niet begrepen; 1.15 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, een agrarisch bedrijf, een kantoor, een detailhandelsvoorziening, een horecavoorziening, een maatschappelijke voorziening, een voorziening voor cultuur en ontspanning, een maatschappelijke voorziening, een dag- of verblijfsrecreatieve voorziening of een sportvoorziening; 1.16 bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer dan wel exploitatie; 1.17 bedrijfsvloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.18 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die dient voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet worden geacht; 1.19 beperkingen veehouderij gebied waar

de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen zijn beperkt; 1.20 beperkt kwetsbaar object onder een beperkt kwetsbaar object worden verstaan: a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per ha, en; b. dienst- en bedrijfswoningen van derden; c. kantoorgebouwen; d. hotels en restaurants; e. winkels; f. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; g. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden; h. bedrijfsgebouwen; i. objecten die met de onder a tot en met f en h genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en; j. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; 1.21 beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van bedrijvigheid waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door de bewoner van de woning als ondergeschikte activiteit in de woning of in een bijbehorend bouwwerk bij de woning wordt uitgeoefend; 1.22 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, mits dat bouwwerk legaal tot stand is gekomen, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b.

bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, mits dat gebruik legaal tot stand is gekomen, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.23 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.24 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.25 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.26 bijgebouw een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.27 bos elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (één of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding), landschap en extensieve recreatie; 1.28 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.29 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.30 bouwlaag doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op

gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.31 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.32 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

1.33 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.34 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.35 cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.36 cultuurhistorisch waardevolle bebouwing een cultuurhistorisch waardevol pand, object of andere vorm van bebouwing met architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, ruimtelijke samenhang, landschappelijke waarde en/of gaafheid; 1.37 dagrecreatie recreatieve activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, die plaats vinden binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang; 1.38 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een

beroepsof bedrijfsactiviteit, waaronder tevens internetbedrijven worden verstaan waarbij producten ter plaatse bezichtigd, geretourneerd en/of afgehaald kunnen worden; 1.39 ecologische waarden en kenmerken aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde of oorspronkelijke natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde; 1.40 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.41 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.42 extensieve (dag)recreatie die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en paardrijden; 1.43 extensief recreatief medegebruik recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met

inbegrip van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden met wegbewijzering en rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair;

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

1.44 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.45 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.46 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.47 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.48 horecabedrijf een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccomodaties, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.49 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.50 inwoning twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q.

(verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn; 1.51 kantine verblijfslokaal ten behoeve van de recreatieve voorzieningen waar men consumpties kan kopen en nuttigen; 1.52 kantoor een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congressen en vergaderaccommodaties; 1.53kunstwerken bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 1.54 landschapselementen ecologische, cultuurhistorische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha; 1.55 landschappelijke inpassing het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden, om zo te komen tot een landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing en/of gebruik die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap; 1.56 landschappelijke waarden en kenmerken gebruikswaarde, natuurwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten;

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

1.57 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangegeven, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.58 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.59 Natuur Netwerk Brabant samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden; 1.60 natuurwaarden de aan een gebied toegekende, gewenste of oorspronkelijke waarden in verband met biotopen, bijzondere flora en fauna, ecologische samenhangen en structuren; 1.61 nevenactiviteit een ondergeschikte activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend; 1.62 nieuwvestiging projectie van een al dan niet gekoppeld bouwvlak op een locatie die niet is voorzien van de

aanduiding 'bouwvlak'; 1.63 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten in lijn met de bestemming dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt gehandhaafd; 1.64 nutsvoorziening voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.65 ondergeschikte activiteit een activiteit van zeer beperkte beroepsmatige, bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.66 ondergeschikte detailhandel detailhandel vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen detailhandel hebben en waarvan de detailhandelsfunctie aantoonbaar ondergeschikt en gelieerd is aan de hoofdfunctie, een en ander tot een maximum van 20% van de totale omzet en/of maximaal 20% van het totale bedrijfsoppervlak met een maximum winkelvloeroppervlak (WVO) van 100 m2; 1.67 omschakeling van of naar een agrarisch bedrijf geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere

agrarische bedrijfsvorm, dan wel het overstappen van een niet-agrarisch gebruik naar een agrarische bedrijfsvorm;

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

1.68 overig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat niet binnen de (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt;

05 02 2021

begripsbepaling

van

veehouderij,

1.69 overkapping een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden; 1.70 overkapping ten dienste van het bedrijf een overkapping die ten dienste staat van de uitoefening van een bedrijf, een agrarisch bedrijf, een kantoor, een detailhandelsvoorziening, een horecavoorziening, een maatschappelijke voorziening, een voorziening voor cultuur en ontspanning, een maatschappelijke voorziening, een dag- of verblijfsrecreatieve voorziening of een sportvoorziening; 1.71 peil a. voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b.

in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.72 permanente bewoning bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf dan wel als vaste woon- of verblijfplaats; 1.73 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.74 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.75 recreatie het ondernemen van activiteiten voor diens plezier; 1.76 ruimtelijke kwaliteitsverbetering een afgescheiden, gemarkeerde of anderszins aangegeven plaats op een camping of recreatiepark voor het plaatsen of geplaatst houden van één mobiel kampeermiddel, één stacaravan of één vakantiebungalow, eventuele bijzettentjes niet meegerekend; 1.77 serre een aangebouwd bijbehorend bouwwerk waarvan de wanden en het dak vrijwel volledig bestaan uit glasoppervlak; 1.78 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.79 seksbioscoop en/of -theater een inrichting

of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.80 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

1.81 slopen het al dan niet geheel afbreken van gebouwen en andere bouwwerken; 1.82 sportvoorzieningen gebouwde en ongebouwde voorzieningen voor het beoefenen van binnen- of buitensport, waaronder begrepen sportvelden, sportparken en sporthallen. 1.83 statische opslag opslag van goederen die naar hun aard geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals auto's, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel en mag niet plaatsvinden voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; 1.84 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.85 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.86 verblijfsrecreatie het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen; 1.87 verkoop eigen vervaardigde producten verkoop van op het agrarisch bedrijf geproduceerde of gefokte producten, zoals een vleesverkoop, kaasmakerij of ijsmakerij; 1.88 verkoop streekeigen en biologische producten verkoop van streekeigen of biologische producten die op ambachtelijke wijze zijn vervaardigd; 1.89 verkoopvloeroppervlakte de

voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.90 vlies- of gordijngevel een niet-dragende gevel (voorzetgevel), bevestigd aan een gebouw met een betonskelet van vloeren met kolommen; 1.91 (vollegronds)teeltbedrijf een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen, met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt; 1.92 volumineuze goederen goederen die vanwege hun omvang een grote oppervlakte nodig hebben voor de uitstalling, zoals goederen in bouw- en doe-het-zelf producten, automobielen, motorfietsen, boten, caravans, en dergelijke; 1.93 voorgevel de gevel van een gebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.94 vormverandering van een bouwvlak wijziging van de begrenzing van een bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte;

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

1.95 waterberging gebieden die integraal onderdeel uitmaken van het watersysteem en die periodiek vanuit het oppervlaktewatersysteem kunnen overstromen; 1.96 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop; 1.97 waterwinbedrijf een bedrijf gericht op het winnen van water uit het waterwingebied met bijbehorende voorzieningen zoals een retentievijver, een onthardingsinstallatie en kalk-opslag; 1.98 weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.99 werk een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.100 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.101 zend-/ontvangstinstallatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Algemeen 2.1.1 afstanden van gebouwen onderling, alsmede afstanden van gebouwen tot de bouwperceelsgrens worden gemeten vanaf de zijgevel van een gebouw; 2.1.2 de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald; 2.1.3 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en de zijgevel van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.1.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q.

de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen, zoals goten van dakkapellen, niet meegerekend; 2.1.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.8 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.9 de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.1.10 de verticale diepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals funderingen, rioleringen, kabels en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bouwdelen als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevelen kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons en overstekende daken worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen of in de regels bepaalde afstandsen hoogtematen maximaal 1 m bedraagt.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Bestemming De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

bedrijven, voor zover die voorkomen in categorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - tuinbouwmachines': tevens reparatie en verkoop van tuinbouwmachines; ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’: tevens wonen in één bedrijfswoning; groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.

3.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. gebouwen en overkappingen; b. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen en overkappingen Gebouwen en overkappingen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak; b. de afstand tussen gebouwen en overkappingen onderling, indien deze niet aaneengesloten zijn gebouwd, bedraagt minimaal 3 m. Daarnaast gelden de volgende specifieke regels. a.

Bedrijfsgebouwen en overkappingen ten dienste van het bedrijf

Bedrijfsgebouwen en overkappingen ten dienste van het bedrijf mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en overkappingen ten dienste van het bedrijf mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' aangegeven maximum oppervlakte, met dien verstande dat wanneer geen oppervlakte is aangeduid, het bouwvlak geheel mag worden bebouwd; b. de goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- en bouwhoogte; c. de afstand tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; d. de afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 m. b.

Bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken

Bedrijfswoningen met bijbehorende inachtneming van de volgende regels:

bouwwerken

mogen

worden

opgericht

met

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

05 02 2021

de bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken mag uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; de goothoogte van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 5,5 m; de bouwhoogte van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 9 m; de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m³; de dakhelling van een bedrijfswoning bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken minimaal 30° en maximaal 65°; de afstand van een bedrijfswoning tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 m; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 6 m; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 100 m²; bijbehorende bouwwerken worden opgericht op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde hiervan; de afstand van een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a.

Bij de bedrijfswoning mag maximaal één zwembad worden opgericht, met dien verstande dat: 1. het zwembad binnen het bouwvlak wordt opgericht; 2. het zwembad wordt opgericht op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde hiervan; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 5 m bedraagt; 4. de afstand tot de bedrijfswoning maximaal 20 m bedraagt; 5. het zwembad mag worden overkapt met een overkapping met een bouwhoogte van maximaal 1 m, met dien verstande dat de oppervlakte van deze overkapping niet meetelt bij het bepalen van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken als bedoeld in 3.2.1 sub b;

c. d.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 4 m.

3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Paardenbak Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 voor het oprichten van een paardenbak voor hobbymatig gebruik binnen het bouwvlak, met dien verstande dat: a. per bedrijfswoning binnen het bouwvlak maximaal 1 paardenbak is toegestaan; b. de paardenbak wordt gesitueerd achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning; c. de oppervlakte van de paardenbak maximaal 800 m² bedraagt; d. de bouwhoogte van de omheining maximaal 1,70 m bedraagt; e. er geen lichtmasten mogen worden geplaatst; f. de afstand van de paardenbak tot het bestemmingsvlak van woningen van derden minimaal 25 m bedraagt.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor detailhandel, anders dan voor ondergeschikte detailhandel, en met uitzondering van de gronden ter plaatse van de

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

b.

c. d. e. f. g. h.

05 02 2021

aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - tuinbouwmachines', waar detailhandel is toegestaan overeenkomstig het bepaalde in lid 3.1.1; het opslaan, het storten en/of het bergen van goederen, materialen en producten op onbebouwde gronden, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en onder de voorwaarden dat: 1. opslag op onbebouwde gronden niet is toegestaan bedrijven als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van het Besluit omgevingsrecht; bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen; opslag van vuurwerk; inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage, het gebruik van bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; het gebruik van ruimten binnen de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning voor beroeps- en/of bedrijsmatige activiteiten aan huis dan wel voor een bed and breakfast.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Ander type bedrijf Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1.1 onder a voor het toestaan van een bedrijf dat niet voorkomt in categorie 1 of 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.

afwijking niet is toegestaan voor nutsvoorzieningen; het bedrijf wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf dat voorkomt in categorie 1 of 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten; er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; parkeren op eigen terrein plaatsvindt; er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem- en waterhuishoudkundige en milieuhygiënische waarden; er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven.

3.5.2 Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1.1 juncto lid 3.4.1 onder h voor de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis in de bedrijfswoning en/of in bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het gebruik een kleinschalig karakter heeft en behoudt; door de uitoefening van de activiteiten het uiterlijk van de woning niet zodanig wijzigt dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; de vloeroppervlakte van de activiteiten in de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 70 m² bedraagt; de activiteiten niet vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van milieuwetgeving; degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitvoert tevens gebruiker van de woning is; parkeren plaatsvindt op eigen terrein; de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan de desbetreffende activiteit; de uitoefening van horeca-activiteiten en seksinrichtingen niet zijn toegestaan; er geen buitenopslag plaatsvindt; het gebruik niet leidt tot afbreuk en belemmering van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bebouwing.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

3.5.3 Bed and breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1.1 juncto lid 3.4.1 onder h voor het gebruik van bebouwing voor verblijfsrecreatieve nevenactiviteiten in de vorm van een bed and breakfast, met dien verstande dat: a. een bed and breakfast alleen kan worden aangeboden door de hoofdbewoner van het pand; b. de woning door de hoofdgebruiker dient te worden bewoond; c. de hoofdfunctie van de woning waarin een bed and breakfast gevestigd wordt, wonen moet blijven; d. het aantal personen dat tegelijkertijd van een bed and breakfast accommodatie gebruik kan maken maximaal 10 bedraagt; e. maximaal vier kamers mogen worden gebruikt als bed and breakfast kamer; f. bed and breakfast kamers niet als zelfstandige wooneenheid mogen functioneren; g. permanente bewoning niet is toegestaan; h. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. de verblijfsrecreatieve functie niet mag worden gebruikt voor de huisvesting van seizoensarbeiders; j. parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden; k. er geen aanverwante voorzieningen gerealiseerd mogen worden; l. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven.

3.6 Wijzigingsbevoegdheid 3.6.1 Agrarisch Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Bedrijf' met de aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemming 'Agrarisch' voor de vestiging van een agrarisch bedrijf, al dan niet in combinatie met het toevoegen van de bestemming 'Groen Landschapselement', met dien verstande dat: a. wijziging ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf dan wel een veehouderij niet is toegestaan; b. advies ten aanzien van de noodzaak voor en de volwaardigheid en continuïteit van de bedrijfsvoering wordt gevraagd aan de AAB; c. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de bestemming 'Groen - Landschapselement' in combinatie met een voorwaardelijke verplichting die aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing borgt; d. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem- en waterhuishoudkundige en milieuhygiënische waarden; e. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven.

3.6.2 Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Bedrijf' met de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bedrijfswoning' te wijzigen in de bestemming 'Wonen', al dan niet in combinatie met de bestemming 'Groen - Landschapselement' en/of andere bestemmingen die aansluiten op de aangrenzende bestemmingen, met dien verstande dat: a. b.

het aantal woningen niet meer mag bedragen dan het aantal bedrijfswoningen dat op grond van de bestemmingsomschrijving en/of de bouwregels ter plaatse is toegestaan; de inhoud van de woning: 1. maximaal 750 m³ bedraagt; of

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

2.

c.

d. e.

f.

g. h.

05 02 2021

indien de inhoud van een op het moment van het nemen van het wijzigingsbesluit aanwezige woning meer bedraagt dan 750 m³, maximaal de inhoud van de aanwezige woning bedraagt; overtollige bebouwing, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, dient te worden gesloopt, met dien verstande dat: 1. in totaal de volgende oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken behouden mag blijven:  indien in de bestaande situatie minder dan 200 m² aan bijbehorende bouwwerken aanwezig is, inclusief bijbehorende bouwwerken die in de bestaande situatie behoren bij de bedrijfswoning en exclusief bijbehorende bouwwerken die tevens zijn bestemd als 'Waarde Cultuurhistorie': 250 m2;  indien in de bestaande situatie minder dan 400 m² aan bijbehorende bouwwerken aanwezig is, inclusief bijbehorende bouwwerken die in de bestaande situatie behoren bij de bedrijfswoning: deze oppervlakte vermeerderd met 20%, tot een maximum van 400 m2;  indien in de bestaande situatie meer dan 400 m² aan bijbehorende bouwwerken aanwezig is, inclusief bijbehorende bouwwerken die in de bestaande situatie behoren bij de bedrijfswoning: 400 m2; 2.

in afwijking van het bepaalde in lid 3.6.2 onder c, onder 1 gemotiveerd kan worden afgeweken voor maatwerk indien de bebouwde situatie hiertoe aanleiding geeft en in het kader van de ruimtelijke uitstraling niet in redelijkheid kan worden verwacht dat een bestaand bijbehorend bouwwerk gedeeltelijk wordt gesloopt, met dien verstande dat in dat geval het totaal aan bijbehorende bouwwerken maximaal 500 m² mag bedragen, inclusief bijbehorende bouwwerken die in de huidige situatie behoren bij de bedrijfswoning; 3. bijbehorende bouwwerken zoveel mogelijk geconcentreerd op het bouwvlak dienen te staan, waarbij de huidige bedrijfswoning bepalend is voor de concentratie van de bouwwerken. Hierbij mag de minimale afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de woning 10 m bedragen ter bevordering van een goede ruimtelijke uitstraling en doelmatig gebruik van de bestemming 'Wonen'; het bouwvlak dient te worden verkleind in overeenstemming met de na de sloop resterende bebouwing en verhardingen; er sprake is van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan.

De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de bestemming 'Groen - Landschapselement' in combinatie met een voorwaardelijke verplichting die aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing borgt; indien de omvang van het bestemmingsvlak 'Wonen' na wijziging meer bedraagt dan 5.000 m2 en/of de toegelaten oppervlakte aan bebouwing na wijziging meer bedraagt dan 500 m2, er sprake is van ruimtelijke kwaliteitsverbetering die is veiliggesteld en vastgelegd overeenkomstig het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap West-Brabant zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; indien gekozen wordt voor aanvullende landschappelijke inpassing bij wijze van kwaliteitsverbetering dan dient de landschappelijke inpassing in het wijzigingsplan te worden vastgelegd overeenkomstig het bepaalde onder e; er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem- en waterhuishoudkundige en milieuhygiënische waarden; er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

Artikel 4 Natuur 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Bestemming De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuurwaarden; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van ecologische verbindingszones; c. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; d. extensief recreatief medegebruik, met dien verstande dat op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - extensief recreatief medegebruik uitgesloten': 1. extensief recreatief medegebruik uitsluitend is toegestaan indien op de gehele bestemmingsgrens een aaneengesloten erfafscheiding is geplaatst en in stand wordt gehouden; 2. extensief recreatief medegebruik niet is toegestaan op een afstand van minder dan 10 m tot de bestemmingsgrens; e. ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie': tevens dagrecreatie; f. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': tevens één recreatiewoning, al dan niet met een bijbehorend bouwwerk; g. andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 4.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder trim- en speeltoestellen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Het is verboden om op deze gronden te bouwen met uitzondering van de in lid 4.2.2 genoemde gebouwen en bijbehorende bouwwerken en de in lid 4.2.3 genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen ten behoeve van recreatiewoningen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' met een bouwhoogte van maximaal 2 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m; c. de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 10 m2;

4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 en toestaan dat gebouwen worden gebouwd ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemmingen, maar niet ten behoeve van recreatiewoningen, dat torens voor de brandwacht worden gebouwd of dat (deels ondergrondse) dierenobservatieposten worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 10 m²;

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

b. c. d.

e. f.

05 02 2021

de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m, met uitzondering van uitzichttorens voor de brandwacht waarvan de bouwhoogte maximaal 20 m bedraagt; dierenobservatieposten mogen gedeeltelijk ondergronds worden gebouwd, tot een verticale diepte van maximaal 2 m; het bouwwerk dient inpasbaar te zijn in relatie tot de aspecten water, landschappelijke inpassing, cultuurhistorie, natuur en landschap, milieu, verstening en veiligheid; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; vooraf dient advies te worden ingewonnen wordt bij het waterwinbedrijf.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan, het storten en/of het bergen van goederen, materialen en producten, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. b. het beoefenen van hondensport en het trainen van honden; c. het gebruik van recreatieverblijven ten behoeve van permanente bewoning.

4.5 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 4.5.1 Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaand en/of diepwortelende beplanting, waaronder houtgewas; b. het vellen van houtgewas; c. het blijvend omzetten van grasland; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; e. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. diepploegen vanaf 0,5 m; g. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; i. het plaatsen van lichtmasten. 4.5.2 Uitzonderingsregel Het in lid 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

4.5.3 Voorwaarden Een omgevingsvergunning voor werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 wordt door het bevoegd gezag niet eerder verleend, nadat: a. is aangetoond dat uitoefening van de werken en/of werkzaamheden niet strijdig is met de belangen van de bestemming; b. een schriftelijk deskundigenrapport is overgelegd omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen in verband met de bestemming niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

Artikel 5 Waarde – Archeologie 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Bestemming De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. de instandhouding, bescherming en het behoud van archeologische waarden of verwachtingswaarden.

5.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen (artikelen 3 en 4) mogen op of in deze gronden geen gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, waarbij de verstoorde oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en/of gebruik wordt gemaakt van de diepte van de bestaande fundering zonder daarbij de bestaande fundering dieper uit te graven; b. gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en: 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde archeologie 2' met een oppervlakte kleiner dan 100 m2; 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde archeologie 3' met een oppervlakte kleiner dan 500 m2;

5.3 Afwijken van de bouwregels a.

b.

c.

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere bestemming gebouwen, dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits de indiener bij de omgevingsvergunning- aanvraag ter beoordeling een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige die hiervoor gecertificeerd is conform de Erfgoedwet, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; 2. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; 3. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; 4. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad. In de situatie als bedoeld in lid 5.3 sub a, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door het bevoegd gezag van de gemeente Rucphen.

5.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunningvereiste a. Het is verboden om op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, ontginnen, vergraven, afgraven, verwijderen van bestaande funderingen, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen van gronden; 2. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; 3. het verlagen of verhogen van het waterpeil; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen; 5. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het vellen van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; 6. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, tenzij verricht door een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. b. Het verbod als bedoeld in sub a geldt niet voor werken en/of werkzaamheden, die: 1.

niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en:  ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 2' met een oppervlakte kleiner dan 100 m2;  ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 3' met een oppervlakte kleiner dan 500 m2; 5.4.2 Uitzonderingsregel Het in lid 5.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn tijde van de inwerkingtreding van het plan; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop lid 5.2 van toepassing is; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. worden uitgevoerd op de plaats van een verwijderde of nog te verwijderen fundering waarbij geen diepere verstoringen worden veroorzaakt. 5.4.3 Rapport Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 mits de indiener bij de omgevingsvergunnings- aanvraag een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: a.

indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; b. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; c. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; d. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad. 5.4.4 Beoordeling rapport a. Bij de beoordeling van archeologische rapporten als bedoeld in lid 5.4.3, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door het bevoegd gezag van de gemeente Rucphen. 5.4.5 Voorwaarden In de situatie als bedoeld in lid 5.4.3 kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Algemene gebruiksregels Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 5 bedoelde gronden en bouwwerken: a. b.

te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving; te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven voor een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en/of straatprostitutie.

7.2 Voorwaardelijke verplichtingen 7.2.1 Voorwaardelijke verplichting Vorenseindseweg 104 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' geldt de volgende regel: a. de landschappelijke inpassing conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 02 bij deze regels, dient binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan te worden gerealiseerd en daarna duurzaam in stand te worden gehouden. 7.2.2 Alternatieve landschappelijke inpassing Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.2.1, teneinde voor de betreffende locatie een andere landschappelijke inpassing toe te staan dan opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan dat is opgenomen in bijlage 02 bij de regels, mits een vergelijkbare kwalitatieve staat van landschappelijke inrichting wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren landschappelijk inpassingsplan overgelegd.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

05 02 2021

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Ondergronds bouwen 8.1.1 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan binnen de contouren van woningen, bedrijfswoningen en agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van dierenverblijven, met uitzondering van toegangen tot deze gebouwen zoals hellingbanen en trappen, die tevens buiten de genoemde contouren mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat deze uitsluitend binnen het bouwvlak gelegen mogen zijn; b. hellingbanen en laaddocks, anders dan bij woningen, bedrijfswoningen en agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van dierenverblijven, zijn toegestaan binnen het bouwvlak; c. voorzieningen ten behoeve van kadaverkoelingen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, met een maximum oppervlakte van 10m2 en een maximale verticale diepte van 1,5 m; d. in de berekening van de inhoud van woningen en bedrijfswoningen wordt de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet meegenomen; e. randvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals bergbezinkbassins, bergbezinkleidingen en bergingsbassins, zijn buiten bouwvlakken toegestaan; f.

de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken mag maximaal 4 m onder peil bedragen, met dien verstande dat een randvoorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 m onder peil gebouwd mag worden.

8.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.1 onder f voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil, onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord en nadat schriftelijk advies is verkregen van het waterwinbedrijf.

8.2 Bestaande afstanden en andere maten 8.2.1 Bestaande afstanden a. In die gevallen dat afstanden tot of tussen bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande afstanden, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van sloop en vervangende nieuwbouw is het bepaalde onder a van overeenkomstige toepassing, maar uitsluitend indien de vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 8.2.2 Bestaande andere maten a. In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

NL.IMRO.0840.9000B0051-ON01 08045 – bpregels-Vorenseindseweg-104-v2-2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10144655/1