CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09b Omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti - Toelichting

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 27 mei 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel TAM-omgevingsplan St.Willebrord-Maria Goretti en grondexploitatie16.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti

Datum: 18-12-2025 Status: ontwerp

Inhoudsopgave Toelichting

7

Hoofdstuk 1

Inleiding

8

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend omgevingsplan Leeswijzer

8 8 10 11

Hoofdstuk 2

Beschrijving bestaande en beoogde situatie

12

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Inleiding Gemeente Rucphen St. Willebrord Bestaande situatie plangebied Beoogde situatie plangebied Verkeer en parkeren

12 12 12 12 14 16

Hoofdstuk 3

Beleidskader

20

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

20 20 21 25 25

Hoofdstuk 4

Planologisch relevante (milieu)aspecten

30

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

Inleiding M.e.r.-beoordeling Ladder voor duurzame verstedelijking Duurzaamheid Bodem Water Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Wegverkeerslawaai Activiteiten en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Niet Gesprongen Explosieven Kabels en leidingen Gezondheid

30 30 30 32 33 34 36 38 41 42 43 45 46 47 48

Hoofdstuk 5

Juridische plantoelichting

49

5.1

Planvorm

49

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 3

5.2

Regels

49

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

51

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

52

7.1 7.2 7.3

Vooroverleg Omgevingsdialoog Tervisielegging

52 52 53

Hoofdstuk 8

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

54

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

mer beoordeling

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Aanvullend bodemonderzoek

Bijlage 4

Watertoets

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

Bijlage 6

Proefsleuvenonderzoek

Bijlage 7

Selectieadvies

Bijlage 8

Stikstofonderzoek

Bijlage 9

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 10

Aanvullend onderzoek ecologie

Bijlage 11

Mitigatieplan

Bijlage 12

Beschikking Wet natuurbescherming

Bijlage 13

Akoestisch onderzoek wegverkeer

4 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Bijlage 14

Niet Gesprongen Explosieven

Bijlage 15

Verslag omgevingsdialoog

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 5

6 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Toelichting

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 7

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel 1.1.1 Aanleiding De gemeente Rucphen is voornemens om op de locatie van basisschool Maria Goretti, gelegen aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 te St. Willebrord, maximaal 19 appartementen in vier bouwlagen te realiseren. Hiermee wordt voorzien in de actuele behoefte aan betaalbare woningen in St. Willebrord.

Met de komst van de nieuwe basisschool Heilinde komt de functie van de huidige basisschool Maria Goretti te vervallen. Ter plaatse van deze locatie is de bouw van een appartementengebouw voorzien met maximaal 19 koopappartementen in diverse prijsklassen. Het gebouw wordt maximaal vier bouwlagen hoog en krijgt een nieuw parkeerterrein dat direct wordt aangesloten op het bestaande parkeerterrein aan de Vijverstraat.

Aangezien binnen het huidige perceel een maatschappelijke functie geldt en deze komt te vervallen wanneer de nieuwbouw van basisschool Heilinde is voltooid, wordt de herontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt via een TAM-IMRO-procedure.

1.1.2 Doel Voor de gronden vigeren thans de bestemmingsplannen "Kom St. Willebrord" en "Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansesingel 21 te St. Willebrord". Deze bestemmingsplannen maken sinds 1 januari 2024 deel uit van het tijdelijke gedeelte van "Omgevingsplan gemeente Rucphen". Het beoogde appartementengebouw is in strijd met de vigerende bestemmingsplannen. Het plan is in strijd met de bestemming, bouwvlakken, gevellijnen en de bouwhoogtes binnen het omgevingsplan. Het opstellen van een wijziging van het omgevingsplan is dan ook noodzakelijk om ter plaatse maximaal 19 appartementen in vier bouwlagen mogelijk te maken. Het onderhavige "TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti" voorziet in de juridisch-planologische basis voor de voorgenomen ontwikkeling.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.2.1 Ligging Het plangebied is gelegen in de kern St. Willebrord. Binnen het stedelijk gebied van St. Willebrord valt een onderscheid in vier onderdelen te maken. Ten eerste het historische dorpscentrum rondom het Processiepark en de Onze Lieve Vrouwekerk, centraal in het stedelijke gebied. Direct ten zuiden daarvan ligt het economische centrum van het dorp. Het derde gebied vormt een schil rondom het historisch dorpscentrum en het economisch centrum. Het bestaat uit een primair woongebied dat zijn stedenbouwkundige structuur te danken heeft aan de oude agrarische verkavelingsstructuur. Tot slot zijn daaromheen, rondom de uitwaaierende voormalige landwegen, de uitbreidingsgebieden uit de tweede helft van de vorige eeuw gelegen. Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van het Processiepark, op de overgang tussen het centrumgebied en het woongebied. De ligging van het plangebied is weergegeven in de onderstaande afbeelding.

8 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Ligging plangebied. Aangegeven met rode ster. Bron: Topotijdreis.nl

1.2.2 Begrenzing Het plangebied staat kadastraal bekend als de gemeente Rucphen, sectie D, percelen 9552, 9551 en gedeeltelijk 8555. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.950 m 2. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Pastoor Bastiaansensingel met verkeersinfrastructuur voor fietsers en voetgangers met hierachter het tijdelijke schoolgebouw en openbaar groen. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een parkeerplaats. Het voormalige terrein van de voormalige Sint Willibrordusschool vormt de zuidelijke gebiedsgrens. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het medisch centrum en woongebied van St. Willebrord. De begrenzing van het plangebied is globaal weergegeven in de onderstaande afbeelding.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 9

Begrenzing plangebied.

1.3 Vigerend omgevingsplan Toetsingskader Ter plaatse van het plangebied vigeert het omgevingsplan "Omgevingsplan gemeente Rucphen" sinds 1 januari 2024.

De volgende bestemmingsplannen uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Rucphen zijn op het projectgebied van toepassing: "Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 21 te St. Willebrord" vastgesteld op 12 juni 2024; "Kom St. Willebrord" vastgesteld op 8 maart 2023; "Paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie en Archeologie". De gronden zijn in het bestemmingsplan grotendeels bestemd tot 'Maatschappelijk' en 'Groen'. Het totale plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' met de gebiedsaanduiding 'overige zone - waarde archeologie 3'. Over het plangebied liggen daarnaast de gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone – 3’ en ‘vrijwaringszone – obstakelbeheerzone’. Binnen het plangebied bevindt zich één bouwvlak met bijbehorende maatvoeringen. Dit bouwvlak heeft tevens de functieaanduiding 'onderwijs'.

10 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Vigerende bestemmingen. Bron: Regels op de Kaart, 2025.

Beoordeling en conclusie De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening als ook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs' zijn uitsluitend bestemd voor een onderwijsvoorziening en/of brede school. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor langzaamverkeersroutes, park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen. Het realiseren van appartementen valt niet onder deze functies, en is derhalve niet toegestaan binnen deze bestemmingbeschrijving. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is dit TAM-IMRO plan "TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti" opgesteld.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied en de omgeving gegeven. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 gaat in op de geldende randvoorwaarden en planologisch relevante (milieu)aspecten voor het plan, waarna in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de toelichting van de omgevingsplanregels en de verbeelding. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk gemaakt en in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de vraag of sprake is van een goede toedeling van functies aan locaties.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 11

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en beoogde situatie 2.1 Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het wijzigen van het omgevingsplan is het van belang dat de uitgangspunten van de huidige situatie en gewenste situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Daarbij wordt mede ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren.

2.2 Gemeente Rucphen Het plangebied is gelegen in de gemeente Rucphen, een grote landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 23.995 inwoners (CBS, 1 januari 2025). De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schrijf, Sint Willebrord en Zegge. Binnen de gemeente Rucphen zijn veel verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter.

2.3 St. Willebrord Ontstaansgeschiedenis De geschiedenis van de dorpen in de gemeente Rucphen gaat terug tot 1125. Het gebied tussen de Rucphense Achterhoek, de Sprundelse Luienhoek, de Ettense Hoge Donk en de Hoevense Heul werd aangeduid als 't Heike. In 1292 werd het oostelijk deel van het gebied door de Heer van Breda uitgegeven ter vervening. Na de beëindiging van de turfwinning omstreeks 1500 werden de vrijkomende gronden benut voor de landbouw. De slechtere gronden raakten begroeid met gagelstruweel en heide. Pas in 1636 werd melding gemaakt van een zekere bewoonde kern op 't Heike, waar geleidelijk meer mensen kwamen te wonen. In 1841 werd de nederzetting met circa 500 inwoners een zelfstandige parochie met de naam St. Willebrord en werd deze afgesplitst van Sprundel. Toen vervolgens de kerk werd gebouwd, trad er verdichting van de bebouwing op tot een echt dorp. Na 1940 is St. Willebrord uitgegroeid tot het grootste kerkdorp in de gemeente Rucphen.

Bebouwingsstructuur Kenmerkend voor de kern St. Willebrord is dat de huidige stedenbouwkundige structuur gedeeltelijk de oude verkavelingsstructuur van het agrarisch cultuurlandschap weerspiegelt. Bij de naoorlogse uitbreiding van het dorp is de bebouwing langs bestaande (land)wegen geplaatst en heeft uitbreiding voor een belangrijk deel kavelsgewijs plaatsgevonden. Het Processiepark van de Onze Lieve Vrouwekerk vormt het ruimtelijke centrum van het dorp. Het onderhavige plangebied is gelegen op ongeveer 50 meter ten zuidwesten van het Processiepark.

2.4 Bestaande situatie plangebied In de bestaande situatie is binnen het plangebied sprake van maatschappelijk grondgebruik in de vorm van een basisschool. Op het perceel bevindt zich een schoolgebouw, bestaande uit één bouwlaag zonder kap. Het voormalige schoolgebouw is verouderd en voldoet niet meer aan de huidige eisen. Conform het Integraal Huisvestingsplan van de gemeente Rucphen is daarom besloten een nieuw schoolgebouw te realiseren. Rondom het gebouw zijn groene elementen aanwezig in de vorm van heesters en enkele kleine bomen. Deze maken deel uit van de inrichting van het schoolplein en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de locatie.

Het schoolgebouw blijft in gebruik totdat de nieuwbouw van basisschool Heilinde wordt opgeleverd. Dit nieuwe schoolgebouw bevindt zich momenteel in de ontwikkelfase en wordt gerealiseerd op de locatie van de voormalige Willibrordusschool. Buiten het plangebied aan de noordzijde is een tijdelijk schoolgebouw geplaatst om de leerlingen op te vangen gedurende de herontwikkeling van de nieuwe basisschool Heilinde aan de Poppestraat. Het bestaande gebouw bedraagt circa 1.370 m 2.

12 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door maatschappelijke functies en woonfuncties. De maatschappelijke functies zijn grotendeels opgetrokken in één of twee bouwlagen zonder kap. De woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap.

Huidige situatie. Bron: Street Smart, april 2025

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 13

Huidige bebouwing plangebied, Basisschool Maria Goretti Bron: Google Maps 2024

2.5 Beoogde situatie plangebied In de beoogde situatie wordt het Maria Goretti-schoolgebouw gesloopt en worden maximaal 19 appartementen gerealiseerd. 6 van de appartementen van ongeveer 64 m 2 worden ontwikkeld in het goedkope segment, 7 van 80 m 2 in het betaalbare segment en 6 van > 100 m 2 in het dure segment.

Het appartementengebouw wordt maximaal vier bouwlagen hoog. De exacte indeling en positionering van de appartementen in de vier bouwlagen zijn nog niet bekend. Op de begane grond wordt een gezamenlijke bergingsruimte gerealiseerd, aangevuld met individuele bergingsunits voor de appartementen. Vier bouwlagen zorgen voor een goede balans tussen dichtheid en leefbaarheid, zodat het gebouw visueel verbonden blijft met de straat. Om massa te beperken is gekozen voor een terugliggende vierde bouwlaag, zodat het gebouw beter aansluit bij het straatbeeld. De nog nader te selecteren marktpartij stelt een definitief ontwerp voor de nieuwbouw op. De verdere detaillering van het gebouw zal plaatsvinden via een tenderprocedure. Daarbij worden marktpartijen gevraagd het ontwerp nader uit te werken binnen, de door de gemeente, opgestelde randvoorwaarden.

14 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Indicatieve indeling appartementen. Bron: Aveco de Bondt, 2025

Het plan voorziet daarnaast in een vergroening van het gebied, er worden nieuwe bomen en groenstroken aangelegd, waarbij gebruik wordt gemaakt van inheemse, klimaatbestendige beplanting. Verder wordt het huidige fietspad langs de noordgrens van het plangebied verlegd naar de westzijde, zodat het direct aansluit op het terrein van de nieuwe basisschool Heilinde.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 15

Beoogde situatie. Bron: Aveco de Bondt, 2025

2.6 Verkeer en parkeren Toetsingskader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het besluit kwaliteit leefomgeving stellen geen regels op dit gebied. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt te worden onderbouwd dat er voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dat kader dient aangetoond te worden dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is voor het opvangen van de beoogde parkeerbehoefte en dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet.

Beoordeling parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Door de gemeente Rucphen zijn in de ‘Nota Parkeernormen 2017 Rucphen’ (d.d. 31-5-2017) parkeernormen voorgeschreven. Blijkens de nota geldt dat voor het plangebied wordt aangesloten bij de parkeernormen zoals deze gelden voor het gebied 'Overige bebouwde kom'. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende parkeernormen van toepassing:

16 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Parkeernormen en verkeersgeneratie voor wonen, koop etage duur/midden/goedkoop (per woning). Bron: Nota Parkeernormen 2017 van de gemeente Rucphen.

Op basis van het programma geldt de volgende parkeerbalans en verkeersgeneratie: Woning

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

Verkeersnorm

Verkeersgeneratie

6 appartementen duur

2,1

12,6

7,4

44,4

7 appartementen middelduur

1,9

13,3

6,0

42

6 appartementen goedkoop

1,6

9,6

5,6

33,6

Totaal

35,5

120

In het stedenbouwkundig ontwerp zijn 34 parkeerplaatsen opgenomen in de openbare ruimte. Tevens is er plek op het parkeerterrein aan de Pastoor Bastiaansensingel. Afwijking van maximaal 10% van de gemiddelde parkeernorm is bij uitzondering mogelijk. In dit geval biedt de aanwezigheid van het naastgelegen parkeerterrein aan de Pastoor Bastiaansensingel een oplossing voor de resterende 2 parkeerplaatsen. De maatschappelijke functies worden overdag bezocht en de woonfuncties kennen juist 's avonds en 's nachts een hoge parkeerdruk. Binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd conform de 'Nota Parkeernormen 2017 Rucphen'.

Beoordeling verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is in bovenstaande tabel bepaald aan de hand van de 'Nota Parkeernormen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 17

2017'. De nieuwbouw genereert 120 voertuigen per etmaal. De onderstaande afbeelding geeft de verkeersintensiteit van omliggende wegen aan.

Verkeersintensiteiten in de omgeving van het plangebied. Bron: De Roever Omgevingsadvies, oktober 2025.

In het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is de verkeersintensiteit van de wegen in de omgeving afgebeeld (zie hierboven).

Het appartementengebouw wordt ontsloten door bestaande infrastructuur via de Vijverstraat, Poppestraat en de Pastoor Bastiaansensingel. De gemeten verkeersintensiteit aan de Vijverstraat bedraagt 2.676 mvt/etmaal, de Poppestraat 6.095 mvt/etmaal en de Pastoor Bastiaansensingel 2.476 mvt/etmaal. Deze intensiteiten nemen met inbegrip van het onderhavige plan toe met 120 mvt/etmaal.

Daaraan moet worden toegevoegd dat de omliggende wegen geschikt zijn voor de verwerking van die intensiteiten. CROW hanteert voor erftoegangswegen als Pastoor Bastiaansensingel 2.000 tot 5.000 mvt/etmaal. Voor gebiedsontsluitingswegen zoals de Poppestraat, en de Vijverstraat hanteert het CROW verwerking van intensiteiten van 7.000 tot 12.000 mvt/etmaal. Met een beperkte toename van 120 mvt/etmaal op de huidige intensiteiten van de ontsluitingswegen blijft de verkeersintensiteit binnen de aanvaardbare normen, waardoor het plan geen verkeerskundige belemmeringen veroorzaakt.

18 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Vanuit het aspect verkeer en parkeren is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 19

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Aan de hand van een toekomstperspectief 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld.

In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: a. b. c. d. e. f. g. h.

dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.

De voor deze plannen relevante nationale belangen zijn: a. b. c.

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

De belangrijkste keuzes zijn: a. b. c. d.

Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen.

Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de fysieke leefomgeving. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd.

20 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Beoordeling Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale belangen. Het beleid inzake het mogelijk maken van in maximaal 19 woningen wordt dan ook neergelegd bij decentrale overheden. De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoge abstractie- en schaalniveau en heeft geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.

Conclusie Het planvoornemen is in lijn met de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: a. b. c. d.

Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie

Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt.

Bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke opgaven vindt de provincie Noord-Brabant het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken: a.

b.

c.

Een ‘diepe’ manier van kijken: de provincie kijkt niet alleen naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar betrekt hierin de dynamiek en randvoorwaarden die de onderste lagen meegeven. Daarbij kijkt ze op verschillende schaalniveaus naar gelang een vraagstuk daarom vraagt en benut ze de factor tijd actief. Hierbij kijkt de provincie ook naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. Een ‘ronde’ manier van kijken: de provincie kijkt niet sectoraal maar combineert opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Vanuit een gebiedsgerichte insteek. Een nieuwe ronde manier van kijken naar een balans tussen people, planet en profit, Een ‘brede’ manier van kijken: de provincie kijkt niet vanuit één gezichtspunt maar betrekt daar veel partijen bij, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen.

Beoordeling Het voorliggend initiatief is passend in de omgeving en zorgt voor een kwalitatieve verbetering van het bestaand stedelijk gebied van St. Willebrord. Daarnaast heeft de provincie Noord-Brabant aandacht voor de nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur. Dit draagt bij aan de gezondheid, nodigt uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.

De basisopgave van de POVI is "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden accenten gelegd: a.

werken aan de Brabantse energietransitie: De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 21

b.

c.

d.

van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woningen worden gebouwd conform de wettelijke duurzaamheidseisen, waaronder aardgasvrij. werken aan een klimaatproof Brabant: Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. In paragraaf 4.4 en 4.6 wordt hierop ingegaan. werken aan een slimme netwerkstad: een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Het planvoornemen leidt tot een verbetering van het bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 3.3.2 is gemotiveerd waarom dit kan worden gezien als duurzame verstedelijking. werken aan een concurrerende, duurzame economie: ten behoeve van ecologie, flora en fauna zijn er onderzoeken uitgevoerd, een ontheffing wet natuurbescherming aangevraagd en verleend op 20 april 2023. Hiermee is voldoende inspanning verricht om een duurzame economie te garanderen, nadere uitleg wordt verstrekt in paragraaf 4.8.3.

Conclusie Het voornemen past binnen de kernwaarden zoals door de provincie Noord-Brabant zijn geformuleerd in haar Omgevingsvisie.

3.3.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader De Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is op 1 januari 2024 in werking getreden. Hier wordt getoetst aan de meest recente versie van 16 september 2025. In hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening zijn zogenoemde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun omgevingsplannen. De instructieregels richten zich op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving. Tevens is een aantal algemene basisprincipes opgenomen.

Beoordeling Het voorliggende plangebied is binnen de Omgevingsverordening gelegen in het 'Stedelijk gebied'. Voor het onderhavige initiatief gelden meerdere toetsingscriteria binnen deze verordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels die gelden voor ontwikkelingen binnen het 'Stedelijk gebied'. Daarnaast dient het initiatief te voldoen aan de basisprincipes voor een goede omgevingskwaliteit. De toetsing aan deze criteria wordt in de onderstaande paragraaf uitgewerkt.

22 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Uitsnede kaartbeeld stedelijk gebied van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De locatie van het plangebied is aangeduid met de paarse marker. Bron: Omgevingsloket, Regels op de kaart ; 2025.

Artikel 5.55: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader 1.

Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen, wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken ; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

2.

Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met aandacht voor een natuurinclusieve inrichting en een veilige en gezonde leefomgeving ; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang of infiltratie van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een circulaire economie door invulling te geven aan de toepassing van industrieel, demontabel bouwen en het gebruik van duurzame biobased materialen.

Beoordeling Lid 1 Uit de regionale "Woondeal West-Brabant" (maart 2023, actualisatie 2025) blijkt een behoefte van 475 woningen voor Rucphen in de periode van 2022-2030. Dat zijn gemiddeld 55 woningen per jaar. De 19 appartementen dragen bij aan de kwantitatieve behoefte. De gemeente wil tot en met 2039 minimaal 695 woningen toevoegen om in te spelen op demografische ontwikkelingen, waarvan er al 55 gerealiseerd zijn in 2024. Daarbij ligt de nadruk op betaalbaarheid (70% betaalbaar), doorstroming en toekomstbestendigheid.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 23

Met het intiatief wordt voorzien in maximaal 19 gestapelde woningen, passend binnen de kwantitatieve woningbehoefte van St. Willebrord. Het plan wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en betreft een inbreidingslocatie. Het woningbouwplan is met de regio West-Brabant afgestemd.

Lid 2 Onderhavige ontwikkeling betreft een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie. Tevens bevordert het initiatief een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen de kern van St. Willebrord, alwaar voorzieningen te voet en per fiets te bereiken zijn. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Het fietspad wordt verlegd, waardoor de school met de fiets en te voet veilig kan worden bereikt.

Conclusie Het initiatief voldoet aan de voorwaarden Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Artikel 5.7, 5.8, 5.9 en 5.10: Basisprincipes

die

gesteld

worden

in

artikel

5.55

van

de

voor een evenwichtige toedeling van functies

Toetsingskader 1. 2.

Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit . Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: a. zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in Artikel 5.8; b. c.

de lagenbenadering, bedoeld in artikel 5.9; en meerwaardecreatie als bedoeld in artikel 5.10.

Beoordeling Voorwaarden artikel 5.8: a. b. c.

De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 4.3 getoetst. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van de beoogde bouwvlakken en de bestemmingen zijn zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven.

Voorwaarden artikel 5.9: a. b.

c.

Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten; Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu worden beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag.

Voorwaarden artikel 5.10: Binnen het onderhavig initiatief wordt op een voormalige schoollocatie invulling gegeven aan het principe van meerwaardecreatie zoals bedoeld in artikel 5.10 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Door de transformatie van een schoolgebouw naar een woonlocatie met maximaal 19 gestapelde appartementen, wordt zorgvuldig ruimtegebruik bevorderd binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan draagt bij aan de leefbaarheid van de omgeving door toevoeging van groen en het oplossen 24 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

van de parkeerbehoefte binnen het openbaar terrein. De appartementen zijn levensloopbestendig en sluiten aan bij de demografische ontwikkelingen in de gemeente, waaronder vergrijzing en de groei van kleinere huishoudens. Door sloop van verouderde bebouwing ontstaat ruimte voor duurzame nieuwbouw en een klimaatadaptieve inrichting van de buitenruimte. Een bestaand fiets- en voetpad wordt verlegd, zodat burgers veilig naar school kunnen fietsen en wandelen. Daarmee levert het initiatief aantoonbare meerwaarde op het vlak van People, Planet en Profit, zoals door de provincie benoemd in de toelichting op artikel 5.10.

Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit.

3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Woondeal West-Brabant West Toetsingskader De provincie Noord-Brabant en het Rijk hebben op 30 juni 2022 een handtekening gezet onder een totaal van 130.600 woningen in de periode t/m 2030. Hiervan dienen 8.630 (netto) woningen te worden gerealiseerd in de Stedelijke Regio West-Brabant West. Deze opgave is gebaseerd op de taakstelling van het Rijk waarbij een uitsplitsing is gemaakt op basis van de (provinciale) bevolkingsprognose. De Provincie Noord-Brabant bestaat uit 4 woonregio's met elk een woondeal. In de woondeal West-Brabant-West wordt een minimum woningbouwopgave gepresenteerd. De regio WestBrabant-West zet zich, in samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van de woningbouwopgave. Uitgangspunt is om per project 2/3 betaalbare woningen (maximum huur €1.184,82 per maand en maximum koopprijs €405.000) te realiseren waarvan 30% sociale huurwoningen. In 2025 is de Woondeal West-Brabant West geactualiseerd waarbij er nog eens 1800 extra woningen bovenop de eerdere prognose benodigd zijn. Beoordeling en conclusie In de Woondeal West-Brabant West is aangegeven dat toetsing aan de Woondeal niet noodzakelijk is bij woningbouwprojecten onder de 20 woningen. De betaalbaarheidsverdeling zoals opgenomen in de Woondeal is hiermee niet van toepassing.

Met het toevoegen van 19 appartementen voorziet het plan in een concrete behoefte, waarvan 13 van de 19 woningen in het betaalbare segment worden gerealiseerd. Verder betreft de locatie een inbreidingslocatie waarmee gehoor wordt gegeven aan de prioritering van de provincie Noord-Brabant.

3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Omgevingsvisie 2.0 gemeente Rucphen Toetsingskader De Omgevingsvisie 2.0 geeft richting aan de toekomst van de gemeente Rucphen tot 2040. De Omgevingsvisie 2.0 is gebaseerd op drie ambities: Prettig Samenleven, Duurzaam Samenleven en Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding. Deze ambities en de bijbehorende doelstellingen zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie 1.0 en verder verrijkt in de Omgevingsvisie 2.0. Initiatieven dienen aantoonbaar bij te dragen aan één of meer van de volgende ambities: Prettig samenleven; Duurzaam samenleven; bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 25

Ruime mogelijkheden voor werken een vrije tijdsbesteding.

De algemene uitgangspunten voor het programma 'prettig samenleven' zijn: Woningvoorraad die aansluit op de woningbehoefte; versterken van een aantrekkelijke woonomgeving voor jong en oud; versterking van karakteristieke dorpen, het groene buitengebied, het diverse landschap en de cultuurhistorische waarden; behoud van de hechte gemeenschappen in de dorpen staat voorop. De gemeente richt zich op het flexibeler maken van de woningvoorraad om sneller te kunnen reageren op de veranderende behoefte en het versterken van de kwaliteit van de woonomgeving.

Thema’s binnen de ambitie ‘duurzaam samenleven’ zijn: klimaat energie(transitie) gezondheid water natuur/ecologie/biodiversiteit recycling afval duurzame mobiliteit duurzame woningbouw De gemeente richt zich op een gezonde en veilige leefomgeving, zowel boven als onder de grond, die aangepast is op de veranderende weersomstandigheden en de energietransitie.

Beoordeling De nieuw te realiseren woningen sluiten aan bij een groot aantal doelen van de gemeente Rucphen. Wat betreft duurzaamheid wordt een watertoets uitgevoerd (zie paragraaf 4.6) om te bepalen of waterretentie benodigd is. Dit met betrekking tot de veranderende weersomstandigheden. Op de planlocatie worden maatregelen getroffen wat betreft wateropvang en duurzaam bouwen. De woningen worden namelijk gasloos gebouwd.

Wat betreft prettig samenleven zorgt de toevoeging van de woningen voor een grotere woningvoorraad. Het geeft ook kansen om mensen door te laten stromen naar een ander soort woning. Vanwege leefbaarheid en duurzaamheid is het belangrijk om bij de ruimtelijke opzet te gaan voor kwaliteit.

3.5.2 Volkshuisvestingprogramma gemeente Rucphen Toetsingskader De gemeente Rucphen staat voor een belangrijke opgave: het creëren van voldoende passende en betaalbare woningen voor al haar inwoners. Dat is niet vanzelfsprekend, want de woningmarkt staat onder druk. De prijzen zijn gestegen, het woningtekort is voelbaar en veel bestaande woningen sluiten niet meer aan op wat inwoners nodig hebben. Vooral de dominantie van grote gezinswoningen past niet meer bij de toenemende vraag van kleinere huishoudens, zoals alleenstaanden, jonge stellen en senioren. Ook de doorstroming stagneert, waardoor de gehele woonketen onder druk komt te staan. In het volkshuisvestingsprogramma beschrijft de gemeente hoe zij deze uitdagingen wil aanpakken. De noodzaak is duidelijk: vergrijzing, een toenemende zorgvraag en de groei van kwetsbare doelgroepen vragen om meer sturing en een integrale aanpak. Hoewel de gemeente al veel doet, is dat niet genoeg om de veranderende woonbehoefte op te vangen. Daarom vormt dit programma een nieuwe, operationele basis. Het sluit aan op de Omgevingsvisie en op landelijke en provinciale ontwikkelingen, met name de Wet versterking regie volkshuisvesting, die gemeenten meer verantwoordelijkheid geeft om te sturen op woningbouw en zorgopgaven. Het programma werkt met drie hoofdthema’s: nieuwbouw, wonen en zorg, en toekomstbestendige

26 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

wijken. In hoofdstuk 5 worden deze thema’s samengebracht in een overzicht dat de koers voor de komende jaren in één oogopslag laat zien. Het gaat niet alleen om bouwen, maar om het versterken van de sociale basis, het behouden van voorzieningen en het verbeteren van leefbaarheid en duurzaamheid. Daarbij kijkt de gemeente nadrukkelijk naar de relatie tussen wonen, zorg, welzijn en de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 6 zoomt in op de eerste pijler: nieuwbouw als kwalitatieve aanvulling. De gemeente ziet dat het aantal inwoners de afgelopen jaren groeit, vooral door instroom van dertigers die van buitenaf naar Rucphen verhuizen. Deze groei vergroot de vraag naar woningen die aansluiten op hun wensen, maar ook op die van oudere inwoners die vaker kleiner of levensloopbestendig willen gaan wonen. Tegelijkertijd is de bestaande woningvoorraad verouderd; veel huizen hebben nog een laag energielabel, waardoor verduurzaming noodzakelijk is. Leefbaarheid staat over het algemeen op een goed niveau, maar voorzieningen komen onder druk te staan als de groei niet zorgvuldig wordt begeleid.

Opgave uit de Woondeal en al gerealiseerde woningen. Bron: Stedelijke regio West-Brabant West (2024) & CBS (2025). Bewerking Stec Groep (2025). De gemeente wil tot en met 2039 minimaal 695 woningen toevoegen om in te spelen op demografische ontwikkelingen, waarvan er al 55 gerealiseerd zijn in 2024. Daarbij ligt de nadruk op betaalbaarheid (70% betaalbaar), doorstroming en toekomstbestendigheid.

Binnen de koop hanteert de gemeente drie prijssegmenten (prijspeil 2025): Goedkope koop: € 285.000 – € 345.000 Middeldure koop: € 345.000 – € 405.000 Koopwoningen vanaf € 405.000 worden aangemerkt als vrije sector / dure koop. Naast betaalbaarheid en doorstroming spelen ook locatie en ruimtelijke kwaliteit een rol. De voorkeur gaat uit naar inbreiding en transformatie binnen bestaand stedelijk gebied. Verder wordt gekeken naar bereikbaarheid, parkeervoorzieningen en nabijheid van (zorg)voorzieningen, vooral voor ouderen. De visie op nieuwbouw gaat dan ook verder dan het simpelweg toevoegen van woningen. De gemeente wil bouwen in alle kernen, op locaties die zorgvuldig worden beoordeeld op hun geschiktheid en in lijn zijn met de identiteit en schaal van elk dorp. Nieuwbouw moet passen bij de lokale behoeften en rekening houden met waterveiligheid, klimaatadaptatie en een duurzame toekomstige inrichting. Daarnaast wordt niet alleen ingezet op nieuwbouw, maar ook op een beter gebruik van bestaande woningen. Grote woningen kunnen vaker worden gesplitst of gedeeld. De gemeente wil dit faciliteren met nieuw beleid en afspraken met corporatie Thuisvester, bijvoorbeeld via friendscontracten voor jongeren of alleenstaanden.

Ook worden nieuwe woonvormen gestimuleerd, zoals tiny houses, geclusterde woonvormen en prémantelzorgwoningen, die families de mogelijkheid bieden om vroegtijdig dichter bij elkaar te wonen.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 27

De gemeente ondersteunt inwoners voor het verduurzamen van woningen via onder meer het Regionaal Energieloket, stimuleert isolatie en energiezuinige maatregelen, en richt zich eerst op woningen met de slechtste labels. Zo wordt niet alleen het wooncomfort verbeterd, maar ook de betaalbaarheid en toekomstige bestendigheid van de woonomgeving. Beoordeling Met het intiatief wordt voorzien in maximaal 19 gestapelde woningen, passend binnen de kwantitatieve woningbehoefte van St. Willebrord. Het plan wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en betreft een inbreidingslocatie. Het voorziet in de bouw van 6 woningen in het goedkope segment, 7 in het betaalbare en 6 in het dure segment. Daarmee sluit het initiatief aan bij het Volkshuisvestingsprogramma van de gemeente Rucphen. Het levensloopbestendige programma sluit aan bij de behoefte van de ouder wordende bevolking. Daarnaast wordt het plan gerealiseerd in de kern van St. Willebrord, in de nabijheid van zorgvoorzieningen zoals een apotheek, huisartsenpraktijk, fysiotherapeut en tandarts. Het plan sluit aan op de bestaande infrastructuur van St. Willebrord, dit is nader uitgewerkt in paragraaf 2.6.

Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen het volkshuisvestingsprogramma van gemeente Rucphen.

3.5.3 Visiedocument Groenbeleid Rucphen en Groene Kaart, 2008 Toetsingskader Het ‘Visiedocument Groenbeleid Rucphen’ beschrijft de waarden van groen voor luchtkwaliteit, speelruimte, economie, gezondheid, natuur, water, leefbaarheid en ruimtelijke waarde. Het rapport geeft verder aan dat de (beeld)kwaliteit van groen sterk afhankelijk is van het plan- en ontwerpproces van ruimtelijke projecten en dat daarom vroegtijdige afstemming noodzakelijk is. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied is het van belang dat knelpunten, zoals te weinig groen en een hoge parkeerdruk inzichtelijk worden gemaakt en daar rekening mee wordt gehouden in het plan. Ook dient bekend te zijn of er binnen de invloedssfeer van het plan bomen aanwezig zijn, zodat hier een overwogen keuze in gemaakt kan worden. Als extra toetsingskader is een Groene Kaart (november 2010) opgesteld. Op deze kaart zijn waardevolle particuliere en gemeentelijke bomen plus houtopstanden opgenomen.

Uitsnede Groene Kaart. Het plangebied is aangeduid met een oranje contour. 2011

28 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Beoordeling Uit de Groene Kaart blijkt dat zich binnen het plangebied één waardevolle houtopstand bevindt. Deze houtopstand wordt in de toekomstige inrichting van het openbaar gebied ingepast en uitgebreid. Voor het koppelen van het nieuwe parkeerterrein aan de bestaande infrastructuur moeten maximaal twee bomen uit de bestaande houtopstand worden verwijderd. Hiervoor wordt tezijnertijd een omgevingsvergunning aangevraagd. De kap van deze bomen wordt gecompenseerd door de aanplant van nieuwe bomen aan de oost- en zuidzijde van het plangebied. In paragraaf 2.5 wordt de beoogde inrichting van het plan weergegeven.

Conclusie De ontwikkeling heeft binnen het plangebied één waardevolle houtopstand. Er moeten maximaal twee bomen te worden verwijderd om de aansluiting van het nieuwe parkeerterrein op de bestaande infrastructuur mogelijk te maken. De aanplant van nieuw groen is voldoende ter compensatie van de te rooien bomen.

3.5.4 Nota uiterlijk van bouwwerken Toetsingskader De gemeenteraad heeft op 18 september 2019 de ‘Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019’ vastgesteld. Per 1 oktober 2019 is welstandstoetsing voor nagenoeg de gehele gemeente afgeschaft. In de nota is opgenomen dat enkel nog voor rijksmonumenten, cultuurhistorische waardevolle panden en Leisuregebied Binnentuin welstandsregels gelden. Daarnaast is een excessenregeling van kracht zodat tegen excessen opgetreden kan worden. Met het nieuwe beleid krijgen inwoners en bedrijven ruimte om zelf invulling te geven aan hun bouwwerken (kwaliteit).

Beoordeling en conclusie Voor voorliggend initiatief zijn geen welstandsregels van toepassing.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 29

Hoofdstuk 4 Planologisch relevante (milieu)aspecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten van de fysieke leefomgeving zoals deze relevant zijn voor het initiatief dat voorligt. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen.

4.2 M.e.r.-beoordeling Toetsingskader De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Bij het wijzigen van het omgevingsplan kan het plan kaderstellend zijn voor ontwikkelingen die milieueffecten kunnen hebben. Projecten die in bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Obl) staan zijn plan-mer-plichtig. Projecten die niet opgenomen zijn in bijlage V Omgevingsbesluit zijn plan-mer-beoordelingsplichtig. Indien projecten wel voorkomen in bijlage V Obl maar onder de drempelwaarden vallen van kolom 2 uit bijlage V Obl dan is een plan-mer-beoordeling toelaatbaar indien: 1. 2.

het plan een kleine wijziging van een plan of programma is. het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is.

In alle overige gevallen dient een plan-mer procedure gevolgd te worden.

Beoordeling Het initiatief betreft de nieuwbouw van maximaal 19 gestapelde woningen binnen bestaand stedelijk gebied van St. Willebrord. Daarmee valt het project onder de categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (J11) zoals opgenomen in Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voor deze categorie is geen drempelwaarde vastgesteld in kolom 2 van de bijlage. Dat betekent dat het project niet direct mer-plichtig is. Het initiatief valt wel onder kolom 3 'Aanleg', wat inhoudt dat een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Deze beoordeling is bedoeld om te bepalen of het project mogelijk aanzienlijke milieugevolgen heeft. Een m.e.r.-beoordeling is door Aveco de Bondt in oktober 2025 uitgevoerd (Bijlage 1). Deze beoordeling toont aan dat het planvoornemen geen significante negatieve effecten op het milieu heeft. Kortom het planvoornemen is niet mer-plichtig. Conclusie De uitgevoerde m.e.r.-beoordeling toont aan dat het onderhavige plan geen significante milieuimpact heeft en dus niet mer-plichtig is.

4.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Toetsingskader In artikel 5.129g Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat

30 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

voldoende substantieel is. De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen of een functiewijziging vanaf 500 m 2 bvo. Het geldende bestemmingplan is vertrekpunt in de beoordeling of iets een stedelijke ontwikkeling is.

Beoordeling Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Een woonfunctie zoals een appartementengebouw wordt aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van maximaal 19 gestapelde woningen mogelijk. In beginsel is de ontwikkeling daarom gelet op de omvang als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' te classificeren. c.

Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?

Kwantitatieve behoefte Uit de regionale "Woondeal West-Brabant" (maart 2023, actualisatie 2025) blijkt een behoefte van 475 woningen voor Rucphen van 2022-2030. Dat zijn gemiddeld 55 woningen per jaar. De 19 appartementen dragen bij aan de kwantitatieve behoefte. De gemeente wil tot en met 2039 minimaal 695 woningen toevoegen om in te spelen op demografische ontwikkelingen, waarvan er al 55 gerealiseerd zijn in 2024. Daarbij ligt de nadruk op betaalbaarheid (70% betaalbaar), doorstroming en toekomstbestendigheid.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 31

Opgave uit de Woondeal en al gerealiseerde woningen. Bron: Stedelijke regio West-Brabant West (2024) & CBS (2025). Bewerking Stec Groep (2025).

Met het intiatief wordt voorzien in maximaal 19 gestapelde woningen, passend binnen de kwantitatieve woningbehoefte van St. Willebrord. Het plan wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en betreft een inbreidingslocatie. Het voorziet in de bouw van 6 woningen in het goedkope segment en 7 in het betaalbare segment.

Kwalitatieve behoefte De uitkomsten uit het woonwensenonderzoek laten zien dat de bewoners van St. Willebrord behoefte hebben aan doorstroming van ouderen in de kern (Thuis in gemeente Rucphen, Volkshuisvestingprogramma gemeente Rucphen, 9 mei 2025). De gemeente focust zich op relatief kleinschalige inbreidingsplekken, waarbij kleinere woningen worden toegevoegd in hogere dichtheden. Zo wordt de betaalbaarheid geborgd.

Het initiatief voorziet in de realisatie van maximaal 19 nultreden appartementen, waarvan 6 in het goedkope segment, 7 in het betaalbare segment en 6 in het dure segment, waarbij aan de woonwensen van de bewoners van St. Willebrord wordt voldaan. De gemeente zet zich in op woningen in het betaalbare koop- en het middenhuursegment om doorstroming uit sociale huur mogelijk te maken. Om dit mogelijk te maken focust de gemeente zich op het toevoegen van kleinere woningen op inbreidingsplekken in de kern. d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied?

Het plangebied is gelegen binnen de kern St. Willebrord. De locatie maakt onderdeel uit van bebouwing met stedelijke functies, aldus is de ontwikkeling gelegen binnen bestaand stedelijk gebied.

Conclusie De voorgenomen woningbouwontwikkeling met maximaal 19 appartementen, voornamelijk in het goedkope en betaalbare segment, voorziet zowel in de kwantitatieve als in de kwalitatieve behoefte. Het plan voldoet hiermee aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.4 Duurzaamheid Toetsingskader Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij het wijzigen van het omgevingsplan rekening moet worden gehouden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen zoals onder andere de energietransitie, mobiliteit en herbruikbaarheid. In Rucphen zijn de omgevingsvisie 2.0 en de Visie Duurzaamheid 2019-2030 de richting gevende beleidskaders voor het aspect duurzaamheid.

32 a Goretti

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Mari

Beoordeling Openbare ruimte De nieuw aan te leggen openbare ruimte, waaronder parkeerplaatsen, fietspad, voetpad en de te planten bomen worden aangelegd in groen. Dit is groen wat bijdraagt aan de gezondheid van de nieuwe bewoners door er naar te kijken, maar ook door er doorheen te kunnen wandelen en elkaar te kunnen ontmoeten. Het nieuw aan te leggen groen zal de biodiversiteit in het gebied sterk verbeteren. Daarnaast levert een versterking van groen een bijdrage aan het tegengaan van hittestress. Door de aanleg van dit groen en het watersysteem kan daarnaast hemelwater infiltreren bij natte periodes (piekbuien), maar ook vastgehouden worden bij drogere periodes. Het plan geeft hiermee invulling aan meerdere klimaatvraagstukken en is daarmee klimaatadaptief. Bij de aanbesteding zal de gemeente aan marktpartijen aanvullende eisen stellen ten aanzien van klimaatadaptieve maatregelen en de inrichting van groen binnen het nieuwbouwplan. Daarnaast zal de gemeente het omliggende openbaar gebied, waaronder het parkeerterrein en de fiets- en voetpaden, kwalitatief groen uitwerken. Na de sloop van de basisschool wordt binnen de bebouwde kom een herontwikkeling gerealiseerd. In het kader van maatwerk wordt daarbij, op basis van de groenladder uit de groennorm, beoordeeld op welke wijze de groene kwaliteit door deze ontwikkeling kan worden verbeterd.

Bouw Voor wat betreft de ambitie klimaat, energie en wonen wordt het nieuw te bouwen appartementengebouw gerealiseerd volgens de eisen van Bijna Energieneutraal Gebouw (BENG), die sinds 2021 als norm gelden. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen moet met verschillende energiebehoeftes rekening gehouden worden. Het betreft energie ten behoeve van het verwarmen en koelen van de woningen als ook voor het bereiden van warm water. Verder is er behoefte aan elektriciteit voor huishoudelijk gebruik en in toenemende mate ook voor mobiliteit. Om te bepalen welk energieconcept in het plan het meest passende is, zullen verschillende opties worden overwogen. Hierbij zal aansluiting worden gezocht bij de ambities van de gemeente Rucphen.

Conclusie Het aspect duurzaamheid is voldoende meegenomen in de planvorming.

4.5 Bodem Toetsingskader Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Besluit kwaliteit leefomgeving. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.

Beoordeling In september 2023 is door Econsultancy een onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 2.

verkennend

bodemonderzoek

uitgevoerd.

De

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis hiervan is geen aanvullend onderzoek naar asbest in bodem of puin noodzakelijk.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti 33

In een zintuiglijk schoon mengmonster van de bovengrond is een matige PAK-verontreiniging vastgesteld. Daarnaast is de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie en de ondergrond plaatselijk licht verontreinigd met molybdeen. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Naar aanleiding van de waargenomen PAK-verontreiniging is in januari 2024 een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 3. Na uitsplitsing van het mengmonster is geen PAK-verontreiniging aangetoond. De eerder vastgestelde PAK-verontreiniging blijkt een incidentele afwijking te zijn en kan worden beschouwd als een uitbijter. Op basis van de resultaten van het verkennend en het aanvullend bodemonderzoek bestaat geen aanleiding voor nader onderzoek. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen sloop en nieuwbouw.

Conclusie Vanuit het aspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.6 Water Toetsingskader Ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen.

Beleid Waterschap Brabantse Delta Waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16935303/1