CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09b Omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti bijlage 4 bij toelichting watertoets

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 27 mei 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel TAM-omgevingsplan St.Willebrord-Maria Goretti en grondexploitatie4.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WEGING VAN HET WATERBELANG MARIA GORETTI SINT WILLEBRORD

1

De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord 20251160 5 november 2025 Aveco de Bondt

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Opdrachtverlening ....................................................................................................................... 4 Aanleiding .................................................................................................................................... 4 Doel ............................................................................................................................................. 4 Betrouwbaarheid.......................................................................................................................... 4

2.

ONDERZOEKSLOCATIE ............................................................................................................... 5

2.1. 2.2.

Locatiegegevens.......................................................................................................................... 5 Ruimtelijk plan of voornemen ...................................................................................................... 5

3.

BELEID WEGING VAN HET WATERBELANG ............................................................................. 7

3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Rijksoverheid ............................................................................................................................... 7 Provinciaal beleid......................................................................................................................... 7 Waterschapsbeleid ...................................................................................................................... 8 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................... 11

4.

WATERHUISHOUDING ................................................................................................................ 12

4.1. 4.2.

Geohydrologie ........................................................................................................................... 12 Overige aspecten....................................................................................................................... 14

5.

WATERADVIES ............................................................................................................................ 15

5.1. 5.2.

Bevoegd gezag .......................................................................................................................... 15 Dimensionering infiltratie- of bergingsvoorziening ..................................................................... 15

6.

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ...................................................................... 16

Bijlagen: 1. Ontwerpplan

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

3

1.

INLEIDING

1.1.

Opdrachtverlening

Op 19 september 2025 heeft De Roever Omgevingsadvies B.V te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van Aveco de Bondt voor het uitvoeren van een weging van het waterbelang. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Past. Bastiaansensingel 21 te Sint Willebrord. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.

1.2.

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van de weging van het waterbelang wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.

1.3.

Doel

De weging van het waterbelang heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

1.4.

Betrouwbaarheid

Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. De Roever Omgevingsadvies is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. De Roever Omgevingsadvies bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

4

2. 2.1.

Onderzoekslocatie Locatiegegevens

De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie G met perceelnummers 8555 (ged), 9551 en 9552. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 2.950 m2. De locatie is in de huidige situatie bebouwd met schoolgebouwen. Op de onderstaande figuren worden luchtfoto’s van de onderzoekslocatie getoond.

Figuren 1 en 2: Ligging onderzoekslocatie (Bron: Pdok)

Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie ligt in de bebouwde kom van Sint Willebrord. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door woonhuizen met siertuin en het Processiepark. Voormalig gebruik Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is het oudste schoolgebouw aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie in de jaren 40 van de vorige eeuw gerealiseerd. Het schoolgebouw aan de noordoostzijde van het plangebied is in de jaren 80’ gebouwd. De bebouwingsgraad rondom het plangebied is vanaf de jaren 40’ tot heden gestaag toegenomen.

2.2.

Ruimtelijk plan of voornemen

De aanleiding voor het uitvoeren van de weging van het waterbelang wordt gevormd door de voorgenomen sloop van het schoolgebouw Maria Goretti. Op de vrijgekomen grond wordt aan de zuidwestzijde éen nieuw schoolgebouw ontwikkeld. Aan de noordoostzijde worden 19 nieuwbouw appartementen gebouwd.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

5

Figuur 3: Structuurontwerp

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie

Huidig m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Bebouwing Parkeerplaatsen (half verhard) Wegen / erfverharding Openbaar groen

1.310 0 1.190 450

575 425 1.165 785

Totaal verhard Totaal plangebied

2.500 2.950

2.165 2.950

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak afneemt met circa 335 m2.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

6

3.

Beleid weging van het waterbelang

3.1.

Rijksoverheid

Omgevingswet Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De procedure is onder dit nieuwe wetgevingsstelsel onveranderd gebleven. Zo moeten gemeenten bij de totstandkoming van het omgevingsplan, de opvolger van het bestemmingsplan, rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De opvattingen van de waterbeheerder moeten daarbij worden betrokken De Omgevingswet vervangt onder andere de Waterwet – één van de 26 wetten die in de Omgevingswet is opgegaan. De oude Waterwet bevatte veel normen die rechtstreeks voortvloeien uit Europese richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en Drinkwaterrichtlijn. De bepalingen ter implementatie van deze richtlijnen zijn grotendeels ongewijzigd in de Omgevingswet opgenomen, omdat Nederland zich moet houden aan de Europese verplichtingen. In paragraaf 5.1.3. van het Besluit kwaliteit leefomgeving is het borgen van het beheer van het watersysteem vastgelegd voor omgevingsplannen. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer.

Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen.

3.2.

Provinciaal beleid

Het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit,

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

7

landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie. Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening. In de Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van omgevingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen.

Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.

3.3.

Waterschapsbeleid

Waterbeheerplan 2022-2027 Het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 is een plan dat het algemeen bestuur van Waterschap Brabantse Delta heeft vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022 – 2027 uitvoert. Het waterschap bepaalt met het Waterbeheerprogramma de koers voor die periode. Er staan doelstellingen en ambities in. Dit plan komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Daarin staat dat ook de andere Brabantse waterschappen en de provincie hun waterplannen op elkaar afstemmen. Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Water is een belangrijke medebepalende factor bij ruimtelijke ontwikkelingen. Duurzaam betekent rekening houden met het lokale bodem- en watersysteem. Op die manier kunnen we bijvoorbeeld beter water vasthouden om verdroging tegen te

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

8

gaan. Maar dat is ook belangrijk voor de andere taken van het waterschap. Zoals voor de bescherming tegen overstromingen, de zorg voor een goede waterkwaliteit en het versterken van de natuur. Om dit te bereiken heeft het waterschap de volgende programma’s uitgewerkt: Klimaatadaptatie (aanpassen aan de klimaatverandering) Met het waterbeheer richt het waterschap zich voor een belangrijk deel op het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Maar ook op het beperken van die gevolgen. Dat noemt men klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie verbindt alle kerntaken van het waterschap. Daar zijn landelijke afspraken over gemaakt met het Deltaprogramma. Het waterschap werkt daar de komende programmaperiode aan mee door samen met andere partijen plannen te maken en oplossingen te vinden. Die liggen voor een belangrijk deel op het vlak van een andere en slimme inrichting van de openbare ruimte. Om bijvoorbeeld water langer vast te houden of juist wateroverlast na hevige buien te beperken. Tegelijkertijd stimuleert men burgers en bedrijven om in hun eigen woon- en werkomgeving ook maatregelen te nemen. Dat kan door groene daken aan te leggen of regenwater op te vangen in een ton. Maar ook door tegels te vervangen door meer groen in de tuin. Het waterschap wijst burgers tevens op subsidiemogelijkheden.

Waterveiligheid Het beperken van de overstromingsrisico’s, kortweg waterveiligheid genoemd, is en blijft een belangrijke kerntaak van het waterschap. Daarvoor onderhoudt en versterkt het waterschap de dijken. Op die manier zorgt het waterschap ervoor dat de dijken voldoen aan de normen. De komende jaren staan er verschillende dijkverbeteringsprojecten op het programma. Maar aandacht voor dijken alleen is niet genoeg. Ook de inrichting van de openbare ruimte in Midden- en West-Brabant bepaalt hoe veilig mensen kunnen wonen en werken. En als er zich een overstroming voordoet, moeten alle betrokken overheden adequaat optreden (crisisbeheersing). Al die maatregelen samen zijn bepalend voor het beperken van overstromingsrisico’s (meerlaagse veiligheid). Gezond en schoon water De komende jaren werkt het waterschap samen met alle partners aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Met het aanleggen van vispassages bevorderen ze de visstand. En door te ‘bouwen met natuur’, versterken ze het leven in en om het water. Ze laten daarbij de natuur meer zijn gang gaan. Daarmee kan het waterschap ook meer water vasthouden. Met een uitgebreid pakket aan maatregelen streven ze ernaar de Europese normen voor de waterkwaliteit te halen. Daarbij kijken ze ook naar het terugdringen van vervuilende stoffen.

Het algemeen bestuur wil in dat verband dat het waterschap haar aandacht ook richt op ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Specifiek door hen te stimuleren om systemen te installeren om medicijnresten aan de bron weg te halen. Op die manier komen er minder medicijnresten in het afvalwater en het oppervlaktewater terecht.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

9

Voldoende water Bij de zorg voor voldoende water staat het vasthouden en infiltreren van water bovenaan als doelstelling in het Waterbeheerprogramma. Er is maatwerk nodig om verdroging tegen te gaan en de beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater te vergroten. Daarbij onderzoekt het waterschap mogelijkheden in het lokale watersysteem. Ook bekijkt het waterschap met andere partijen naar de mogelijkheid om gezuiverd afvalwater te gebruiken. Voor alle doelen zoveel mogelijk water beschikbaar hebben en te houden, vraagt om samenwerking en innovaties. Tegelijkertijd blijft het waterschap werken aan het voorkomen van wateroverlast. Want naast lange perioden van droogte zorgt de klimaatverandering soms ook voor langdurige regenval en lokaal extreme hoeveelheden neerslag. Vaarwegen Het waterschap voert in opdracht van de provincie Noord-Brabant het vaarwegbeheer uit, onder andere op de Mark en Dintel en de Vliet. In de programmaperiode blijven ze dat doen om een vlot en betrouwbaar scheepvaartverkeer mogelijk te maken. Daarvoor is goed onderhoud noodzakelijk, zoals baggeren en zorgen voor bebording langs die rivieren. Het waterschap kijkt ook naar het recreatieve belang van de vaarwegen. Waterketen Onder waterketen verstaat het waterschap alle zuiveringen, rioolgemalen, afvalwatertransportleidingen en persstations die zij in beheer heeft.

Die zijn belangrijk om afvalwater schoon te maken. Ze vragen onderhoud en zijn voor een deel aan vervanging toe. Dat moet duurzaam en efficiënt gebeuren. De waterzuiveringen zijn ook een soort fabrieken waar het waterschap grondstoffen uit afvalwater haalt. Tegelijkertijd willen ze minder grondstoffen voor het zuiveringsproces gebruiken. Daarvoor zijn innovaties belangrijk. Daar zet het waterschap in deze programmaperiode verder op in. Hydrologische uitgangspunten bij de regels van de Waterschapsverordening voor het afvoeren van hemelwater De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de regels van de Waterschapsverordening voor het afvoeren van hemelwater. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd.

De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

10

De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is 500 m2.

3.4.

Gemeentelijk beleid

Met het opstellen van het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2026 voldoet de gemeente Rucphen aan de verplichting vanuit de Waterwet om een verbreed GRP op te stellen. Hierin wordt naast de zorgplicht voor afvalwater ook de zorgplichten voor hemelwater en grondwater beschreven. De laatste jaren wordt men in Nederland geconfronteerd met zowel droogte als hevige regenval met wateroverlast tot gevolg. Gemeente Rucphen heeft daarom onderzoek laten doen naar de kwetsbare locaties voor wateroverlast om maatregelen te kunnen nemen om schade en overlast in de toekomst zo veel mogelijk te beperken. Deze maatregelen zijn opgenomen in bijlage III van het Gemeentelijk Rioleringsprogramma. Ambitie wateroverlast In het GRP staat beschreven wanneer we een water-op-straat situatie dusdanig ernstig vinden dat we spreken van wateroverlast: 1. Bij een bui met een herhalingstijd van 10 jaar (36 mm in 45 minuten) mag geen schade voorkomen: water in huizen, of meerdere tuinen en bijgebouwen, of water op straat langer dan 1,5 uur of waterdieptes dieper dan ongeveer 10 cm, ook afhankelijk van de locatie en de gevolgen op die locatie. 2. Bij een bui met een herhalingstijd van 100 jaar (70 mm neerslag in een uur) moeten wegen begaanbaar zijn voor hulpdiensten. In de praktijk komt dit erop neer dat de waterstand op doorgaande wegen beperkt blijven tot ca.

20 - 30 cm, ook afhankelijk van de locatie en de gevolgen op die locatie. Water in gebouwen moet worden voorkomen. De kwetsbaarheid voor extreme neerslag is in de notitie ‘benodigde maatregelen en kosten verminderen wateroverlast gemeente Rucphen’, als basis voor het GRP, in beeld gebracht. Daarbij zijn de maatregelen aangedragen om die locaties die niet voldoen aan de ambitie aan te pakken. Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

11

4.

Waterhuishouding

Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de weging van het waterbelang ontwikkeld. In het kader van het wegingsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.

4.1.

Geohydrologie

Globale hoogteligging De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 9,0 m-NAP. Uit de AHN-kaarten blijkt dat het zuidwestelijke deel circa 0,5 m lager is gelegen dan het noordoostelijke deel. Het maaiveldniveau rondom de locatie loopt af in noordelijke richting.

Figuur 4. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn)

Regionale bodemopbouw De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Vanaf maaiveld tot circa 1,5 m-mv is een matig doorlatende deklaag aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind (formatie van Boxtel). Onder de deklaag tot circa 17 m-mv bevindt zich eveneens een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, met weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind (formatie van Stamproy). In deze zandlaag zit van circa 5.5 tot 10,0 m-mv een kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

12

Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied. Direct ten westen van de onderzoekslocatie is een boringsvrije zone gelegen. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel/infiltratie Uit de klimaateffectatlas valt op te maken dat de locatie is gelegen in een gebied waar geen kwelvorming voorkomt.

Figuur 5: kwel- en infiltratiekaart

Oppervlaktewater in de omgeving Uit de vastgestelde legger van waterschap Brabantse Delta is te zien dat er nabij de onderzoekslocatie geen A,- en B watergangen zijn gelegen. Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Sint Willebrord. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt zal grotendeels afstromen via de rioolkolken rondom het plangebied.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

13

Gemiddelde grondwaterstand Op de grondwaterspiegelkaarten aanwezig op dinoloket.nl wordt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in de directe omgeving van de onderzoekslocatie weergeven op 1,04 - m-mv.

Figuur 6: kaart met gemiddeld hoogste grondwaterstand (Dinoloket)

De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt aangegeven op circa 2,26 m-mv. Zowel op dinoloket (BRO-gegevens) als op grondwatertools, zijn geen actuele gegevens gevonden van grondwatermonitoring in de omgeving van de onderzoekslocatie.

4.2.

Overige aspecten

Milieuhygiënische bodemkwaliteit Voor zover bekend is recentelijk geen onderzoek uitgevoerd naar de milieuhygienische bodemkwaliteit Afvalwater Voor de nieuwbouwwoningen zal nieuwe riolering aangelegd moeten worden.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

14

5.

Wateradvies

5.1.

Bevoegd gezag

Volgens het beleid van waterschap Brabantse Delta en de gemeente Sint-Willebrord dient in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.

5.2.

Dimensionering infiltratie- of bergingsvoorziening

In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 3. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie

Huidig m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Bebouwing Parkeerplaatsen (half verhard) Wegen / erfverharding Openbaar groen

1.310 0 1.190 450

575 425 1.165 785

Totaal verhard Totaal plangebied

2.500 2.950

2.165 2.950

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak afneemt met circa 335 m2. Door de toename van onverhard oppervlak in de toekomstige situatie kan er meer hemelwater worden vastgehouden en infiltreren binnen de projectlocatie. Hierdoor zal de druk op het (hemelwater)riool afnemen.

Bij de nadere uitwerking dient middels een klimaatstresstest aangetoond te worden dat deze ontwikkeling niet leidt tot wateroverlast. Door in de toekomstige situatie de infiltratiecapaciteit binnen het plangebied te vergroten wordt voldaan aan de eisen van het waterschap en is er sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

15

6.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.

het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming).

Weging van het waterbelang, Maria Goretti te Sint Willebrord Datum: 5 november 2025 ; Referentie: 20251160

16

Bijlage 1

64 m 2

80 m 2

64 m 2 80 m 2

D 8535

80 m 2

Berging 2A

-6

I

2-8A

D 8538

1e Bouwlaag

D 8537

D 5632

80 m 2

64 m 2 64 m 2

D 8536

80 m 2

108 m2

8

108 m2

10

D 9118

Vij

raat verst

D 7544

D 8298

2e Bouwlaag

80 m 2

D 8942 17

64 m 2 64 m 2 80 m 2

D 9115

108 m2

108 m2 D 9117

D 8554

D 9116

3e Bouwlaag

Bouwvlak 32 x18 m

D 8555

21

D 7461

D 9423

D 9422

D 9421

7-11

D 9420

D 9419 17

121 m2

D 7227

19

D 9418

21

121 m2

D 9417

D 6645 D 9416

23

25

D 9415

D 9414 D 7228

D 6646

27

29

D 9425 31

D 9426

D 9427

33

D 9428 35

D 9434

4e Bouwlaag

D 8170 D 9429 D 9430

rt spoo ang toeg

D 9431

D 6647

D 9432

D 9433

18

60

D 8403 D 3942

17

D 8070 16

slote

rt ge

n

nbo

15

uw

58

poo

D 6213

bove

D 7015

D 8171 D 4286

fo e Tra

and

besta

hof Smids

14

D 6214 D 8168 56

D 8172

D 5038 13

54

bijv. t natuurl groo k re klim

oort toegangsp

sp ang toeg

oort

D 8169

D 8173

es nietj fiets

entr

ee g

ijk s ietje 24 N etsen fi 124

D 8071

ym

12 hof

52

bijv. elveld p bals x6m 2x aveld 4 n pan

D 6216

D 6215

route

D 8174

kjes

zitple

11

Kob

er

D 3118

Smids

n groe chtig eeld vela heu bijvoorb met lbaan uis kabe betonb stel kruip f klimtoe en/o

Locatie Maria Goretti te Sint Willebrord

D 3323

nk

ba m zit

50

28

indicatie

ing overkapp

10

Boo tree fden hoo

8

Stedenbouwkundig plan

9

en fiets

e ntre

sub-e D 7347

n spele chil ers urlijk natu hoogtev nbuis met ruip beto en k

22 fi

etse

n

rt spoo ang toeg

D 7771

bijv. ours parc

t plan ls tafe t plan ls tafe

D 8072

Aveco de Bondt bv Postbus 64 7450 AB Holten tel. : +31 548 8533 33 email : info@avecodebondt.nl website : www.avecodebondt.nl

versie opdrachtgever gemeente status

: 241855_AdB_TEK_0001_v9.0 : Gemeente Rucphen : 21-11-2025 :

Voorlopig Ontwerp

1:500

A2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16935310/1