CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09b Omgevingsplan St. Willebrord- Maria Goretti Bijlage 14 bij toelichting niet gespronge

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 27 mei 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel TAM-omgevingsplan St.Willebrord-Maria Goretti en grondexploitatie7.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ptolemaeuslaan 40 3528 BP Utrecht T +31 88 990 4800

VOORONDERZOEK OO NA-CONFLICTPERIODE Basisschool Heilinde Sint Willebrord

Ref.: 797-XL000108NL-001 Versie 1 19 juni 2024

Afbeelding: het projectgebied op de luchtfoto van 21 oktober 1944 (bron: Kadaster 400/1344: 4170).

Vooronderzoek na-conflictperiode Definitief versie 1

19 juni 2024

Paraaf voor akkoord Dhr. E.L.J. van den Meiracker 17-6-2024

Historicus / coördinator vooronderzoeken OO Auteur

Dhr. T. Hebbink

18-6-2024

Projectleider

Gemaakt door:

Uitgevoerd voor:

RPS EES NL

Gemeente Rucphen

Emile van den Meiracker Historicus I Coördinator vooronderzoeken OO Ptolemaeuslaan 40 3528 BP Utrecht

Binnentuin 1 4715 ZG Rucphen

T E

T E

+31 6 153 753 94 emile.vandenmeiracker@tetratech.com

0165-349500 gemeente@rucphen.nl

Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 2024 Pagina 2 van 27

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

INLEIDING ................................................................................................................................... 5 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 Probleemstelling ........................................................................................................................... 5 Doelstelling ................................................................................................................................... 5 Projectgebied ............................................................................................................................... 5 Projectteam .................................................................................................................................. 6 Huidige en toekomstige richtlijnen omtrent het vooronderzoek ................................................... 6

2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3

VOORONDERZOEK CONFLICTPERIODE ................................................................................ 7 Conclusie vooronderzoek conflictperiode .................................................................................... 7 Analyse onderzoek ....................................................................................................................... 7 Geraadpleegde bronnen .............................................................................................................. 7 Afbakeningsmethode.................................................................................................................. 10 Specificatie verwachte OO ......................................................................................................... 10

3 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.1.1 3.3.1.2 3.3.1.3 3.3.1.4 3.3.2 3.3.2.1 3.3.2.2 3.3.2.3 3.4 3.5 3.6 3.7

VOORONDERZOEK NA-CONFLICTPERIODE ........................................................................ 12 Vergelijking kaartmateriaal ......................................................................................................... 12 Vergelijking luchtfoto’s................................................................................................................ 14 Gebouwde en gesloopte panden ............................................................................................... 16 Verwijderde gebouwen ............................................................................................................... 17 Vooroorlogs gebouwde woning .................................................................................................. 17 Gebouwen luchtfoto 1965 .......................................................................................................... 17 Gebouw luchtfoto 1985 .............................................................................................................. 17 Noodschool ................................................................................................................................ 18 Bestaande gebouwen.................................................................................................................

19 Willibrordusschool ...................................................................................................................... 19 Combigebouw ............................................................................................................................ 21 Maria Gorettischool .................................................................................................................... 22 Vergelijking maaiveldhoogtes .................................................................................................... 24 Kabels en leidingen .................................................................................................................... 24 Conclusie vooronderzoek na-conflictperiode ............................................................................. 24 Leemten in kennis ...................................................................................................................... 25

4 4.1 4.2 4.3

CONCLUSIE EN ADVIES .......................................................................................................... 26 Conclusie conflictperiode ........................................................................................................... 26 Conclusie na-conflictperiode ...................................................................................................... 26 Advies voor werkzaamheden ..................................................................................................... 27

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 3 van 27

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Bronnen KLIC Gebeurtenissenkaart na-conflictperiode Bodembelastingkaart Protocol toevalsvondst Certificaten RPS

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 4 van 27

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding

RPS Explosives Engineering Services (RPS) is door de gemeente Rucphen benaderd om een Vooronderzoek na-conflictperiode op te stellen over de eventuele risico’s van ontplofbare oorlogsresten (OO) in het kader van de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden van basisschool Heilinde te Sint Willebrord.

1.2

Probleemstelling

Binnen het projectgebied vinden diverse (grondroerende) werkzaamheden plaats. Een eerder uitgevoerd Vooronderzoek OO conflictperiode heeft uitgewezen dat het betreffende projectgebied (deels) verdacht is op de aanwezigheid van OO. Om de veiligheid van het personeel en de omgeving te waarborgen en extra kosten te voorkomen, is het daarom van belang om vast te stellen of er aanvullend onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten benodigd is. Het is mogelijk dat (delen van) het projectgebied onverdacht kunnen worden verklaard als gevolg van naoorlogse bodemingrepen.

1.3

Doelstelling

De doelstelling van dit Vooronderzoek OO na-conflictperiode is om vast te stellen in hoeverre het vooronderzoek conflictperiode voldoet aan de huidige regelgeving, en om de gevolgen van naoorlogse bodemingrepen voor de conclusie in kaart te brengen. Binnen naoorlogs geroerde contouren worden immers geen ontplofbare oorlogsresten meer verwacht, en deze contouren kunnen dus als onverdacht worden beschouwd. Waar nodig wordt het vooronderzoek conflictperiode aangevuld, en wordt advies gegeven over het veilig en efficiënt uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.

1.4

Projectgebied

Het projectgebied is gesitueerd aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 Sint Willebrord, in de gemeente Rucphen. Binnen het projectgebied bevinden zich drie panden: de Willibrordschool aan de westzijde, de Maria Gorettischool aan de noordzijde en het Combigebouw aan de oostzijde. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van het projectgebied. Het projectgebied is tevens weergegeven op de kaarten in bijlagen 3 en 4.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 5 van 27

figuur 1.1: onderzoeksgebied

1.5

Projectteam

RPS heeft een projectteam samengesteld dat het onderzoek voor dit project heeft uitgevoerd. Dit team bestond uit de volgende personen: • Emile van den Meiracker (historicus en GIS-specialist) heeft het bronnenonderzoek uitgevoerd, de rapportage geschreven en het kaartmateriaal opgesteld. • Tim Hebbink (historicus en projectleider) heeft de rapportage inhoudelijk gecontroleerd.

1.6

Huidige en toekomstige richtlijnen omtrent het vooronderzoek

Per 1 januari 2021 is het Certificatieschema Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO) ingegaan. Deze vervangt het Werkveldspecifiek Certificatieschema Opsporing Conventionele Explosieven (WSCSOCE). In tegenstelling tot het WSCS-OCE bevat het CS-OOO geen eisen met betrekking tot het vooronderzoek. Omdat er bij opdrachtgevers toch een behoefte bestaat aan een toetsingskader voor het vooronderzoek (en risicoanalyse) is er door de branche in 2021 een certificatieschema opgesteld met verbeterde richtlijnen voor het vooronderzoek en de risicoanalyse. Dit Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CS-VROO) stelt hogere eisen aan het raadplegen van relevante bronnen en bevat heldere richtlijnen over de duidelijkheid van rapportages. De richtlijnen moeten er ook voor zorgen dat de controleerbaarheid van het onderzoek verbetert. Het gaat hier dan met name over een heldere argumentatie hoe een verdacht gebied tot stand is gekomen. In 2024 is het CS-VROO herzien in versie 2024-01 (13 februari 2024), hoewel voor de bijlagen van het CS-VROO-02 nog de ontwerpversie juli 2023 geldt. Het huidige onderzoek is uitgevoerd volgens deze versies. De CS-VROO en CS-OOO certificaten van RPS zijn te vinden in bijlage 6.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 6 van 27

2

VOORONDERZOEK CONFLICTPERIODE

Het huidige onderzoek is gebaseerd op het door RPS uitgevoerde gemeentebrede vooronderzoek van Rucphen (1801300A00-R18-521, 9-10-2018). In dit hoofdstuk wordt dit vooronderzoek geanalyseerd, zo nodig aangevuld, en de conclusie voor het projectgebied wordt samengevat.

2.1

Conclusie vooronderzoek conflictperiode

Volgens het gemeentebrede vooronderzoek van de gemeente Rucphen is het projectgebied geheel verdacht. Hier kunnen de volgende ontplofbare oorlogsresten worden verwacht: Soort OO

Subsoort (kaliber)

Verschijningsvorm

Verticale afbakening

Geschutmunitie Duits

Onbekend (5 – 15cm)

Verschoten

2,5m -mv WOII

2.2

Analyse onderzoek

Het gemeentebrede vooronderzoek is in 2018 opgesteld conform de toentertijd geldende WSCS-OCE. In 2021 is de WSCS-OCE vervangen door het CS-VROO, waarin aangescherpte richtlijnen zijn opgenomen. In deze paragraaf wordt geanalyseerd in hoeverre het onderzoek voldoet aan de huidige richtlijnen, met name met betrekking tot geraadpleegde bronnen, gehanteerde afbakeningsmethode, en specificatie van de te verwachten OO.

2.2.1

Geraadpleegde bronnen

In onderstaande tabel is weergegeven welke van de door het CS-VROO verplicht gestelde bronnen zijn geraadpleegd voor het vooronderzoek conflictperiode: Bron

Specificatie

Geraadpleegd

Amersfoort, Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied

Ja

Molenaar, De luchtverdediging in de meidagen 1940 Nierstrasz, De strijd op Nederlands grondgebied tijdens Wereldoorlog II

Nee

Zwanenburg, En nooit was het stil Foreman, The Fighter Command War Diaries: July 1944 to May 1945 Klep, De bevrijding van Nederland 1944-1945

Ja Nee

Regionale en locatiespecifieke literatuur Luchtbeschermingsdienst

Ja Ja

Aangetroffen/geruimde OO Oorlogsschaderapporten

Ja Ja

Ruiming van verdedigingswerken Politie- en brand(schade)rapporten

NVT Nee

Provinciaal archief

Luchtbeschermingsdienst Aangetroffen/geruimde OO

Ja Ja

NIMH

Oorlogsschaderapporten 575 Duitse verdedigingswerken

Ja Ja

Literatuur

Gemeentearchief

Nee

Ja

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 7 van 27

Bron

Specificatie

Geraadpleegd

409 Gevechtsverslagen en -rapporten mei 1940

NVT

NIOD

216k Departement van Justitie 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen

Nee Ja

Nationaal Archief

2.04.53.15 Binnenlandse Zaken 2.13.167 Bunkerarchief

Ja Nee

MORA’s Archief MMOD

Ja Nee

Mijnenveldkaarten Geallieerde stafkaarten en indien beschikbaar Defence Overprints

Ja Nee

Historische topografische kaarten The National Collection of Aerial Photography (NCAP)

Ja Ja

Wageningen University of Research (WUR) Kadaster

Ja Ja

Laurier Military Archives (LMH) Canada National Archives and Records Administration (NARA) VS

Nee Ja

EOD/SIB

Kadaster

Luchtfotocollecties

AIR14 Bomber Command day and night bomb raid sheets en form E summaries AIR24 Bomber Command appendices

Nee Nee

AIR15 Coastal Command strike sheets AIR24 Fighter Command appendices

Nee Nee

AIR37 Second Tactical Air Force daily logs AIR27 Squadron dagboeken

Nee Nee

WO171 War diaries

Nee

Lageberichte Luftwaffenführungsstab Ic

Ja

Record Group 18 Mission Reports

NVT

War Diaries

Nee

The National Archives (TNA), London

Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA), Duitsland National Archives and Records Administration (NARA) Library and Archives Canada (LAC), Ottawa Websites

War Diaries

NVT

Defence Overprints SGLO Crash Database

Nee Ja

Vergeltungswaffen Delpher

Ja Nee

Hieruit blijkt dat de volgende bronnen nog dienen te worden geraadpleegd om te voldoen aan het CSVROO: Bron Literatuur

Specificatie Molenaar, De luchtverdediging in de meidagen 1940

Gemeentearchief

Nierstrasz, De strijd op Nederlands grondgebied tijdens Wereldoorlog II Politie- en brand(schade)rapporten

NIOD Nationaal Archief

216k Departement van Justitie 2.13.167 Bunkerarchief

EOD/SIB

Archief MMOD

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 8 van 27

Bron

Specificatie

Kadaster

Geallieerde stafkaarten en indien beschikbaar Defence Overprints

Luchtfotocollecties

Laurier Military Archives (LMH) Canada AIR14 Bomber Command day and night bomb raid sheets en form E summaries

The National Archives (TNA), London

AIR24 Bomber Command appendices AIR15 Coastal Command strike sheets AIR24 Fighter Command appendices AIR37 Second Tactical Air Force daily logs AIR27 Squadron dagboeken WO171 War diaries

National Archives and Records Administration (NARA) Library and Archives Canada (LAC), Ottawa Websites

War Diaries Defence Overprints Delpher

De bovenstaande bronnen zijn gecontroleerd op relevante informatie met betrekking tot de directe omgeving van het projectgebied. De stukken zijn gespecificeerd in bijlage 1. De stukken van Bomber Command (AIR14 en AIR24) en de Squadron logboeken (AIR27) worden alleen geraadpleegd als er daadwerkelijk een bombardement heeft plaatsgevonden in het projectgebied. Dat is hier niet het geval. De War Diaries van NARA zijn niet geraadpleegd omdat deze naar alle waarschijnlijkheid geen extra relevante informatie opleveren voor dit specifieke projectgebied. Via Delpher zijn geen relevante krantenartikelen gevonden. Er is gecontroleerd of er na 2018 MORA’s zijn geregistreerd in de omgeving van het onderzoeksgebied. Dit is niet het geval. Op de Defence Overprint (16NW Roosendaal) is een ten noorden van het projectgebied een wapenopstelling ingetekend:

figuur 2.1: uitsnede van de Defence Overprint (bron: Library and Archives Canada)

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 9 van 27

Op de luchtfoto van 21 oktober 1944 is hier echter geen wapenopstelling te zien (zie hieronder). Derhalve wordt deze indicatie niet verder geanalyseerd en wordt hier geen verdacht gebied aan toegekend.

figuur 2.2: het projectgebied op de luchtfoto van 21 oktober 1944 (bron: Kadaster 400/1344: 4170)

2.2.2

Afbakeningsmethode

De afbakening van het verdachte gebied is gebaseerd op granaattreffers die worden vermeld in literatuur en oorlogsschaderapporten. Deze locaties zijn gegroepeerd en rond de buitenste locaties is een straal van 100 meter verdacht verklaard. Er zijn geen luchtfoto’s beschikbaar van na de beschietingen. Het CS-VROO heeft geen concrete richtlijnen voor het afbakenen van een verdacht gebied voor artilleriebeschietingen. Deze dienen situationeel te worden afgebakend. De afbakening hoeft daarom niet aangepast te worden.

2.2.3

Specificatie verwachte OO

In het projectgebied kunnen de volgende ontplofbare oorlogsresten worden verwacht: Soort OO

Subsoort (kaliber)

Verschijningsvorm

Verticale afbakening

Geschutmunitie Duits

Onbekend (5 – 15cm)

Verschoten

2,5m -mv WOII

Het enige dat mist is de verwachte subsoort en de verticale afbakening ten opzichte van NAP. De subsoort kan aan de hand van bronmateriaal niet worden gespecificeerd, dus hier wordt ‘diverse’ aangehouden. Het CS-VROO biedt wel nieuwe richtlijnen voor de verticale afbakening van geschutmunitie. Er is een overzicht opgesteld van de maximale indringingsdiepte van diverse kalibers geschutmunitie in verschillende grondsoorten. Uit gegevens van DINOloket blijkt dat de ondergrond ter plaatse uit zand bestaat. Volgens het

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 10 van 27

CS-VROO (bijlage 02-05, ontwerpversie juli 2023) kan houwitsermunitie van 11 tot 16cm 75-150cm in zandgrond indringen. Derhalve wordt uitgegaan van een verticale afbakening tot 1,5m -mv WOII. Het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is vastgesteld aan de hand van het bestand TophoogteMD van Rijkswaterstaat, waarin historische maaiveldhoogtes zijn opgenomen. Uit metingen van 1974 blijkt dat de maaiveldhoogte in het projectgebied varieerde tussen 8,4 en 9,4m +NAP. Als het bovenstaande wordt toegepast kunnen de volgende ontplofbare oorlogsresten worden verwacht in het projectgebied: Soort OO

Subsoort (kaliber)

Verschijningsvorm

Verticale afbakening*

Geschutmunitie Duits

Diverse (5 – 15cm)

Verschoten

Tot 1,5m -mv WOII Tot 6,9 – 7,9m +NAP**

* Voor de verticale afbakening is uitgegaan van het grootste kaliber. De kleinere kalibers zullen niet tot de maximale diepte zijn ingedrongen. ** De verticale afbakening ten opzichte van NAP is een indicatie, ingeschat aan de hand van gegevens over historische maaiveldhoogtes. Deze kunnen lokaal verschillen.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 11 van 27

3

VOORONDERZOEK NA-CONFLICTPERIODE

Indien na de oorlog binnen verdacht gebied grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden kan ervan uit worden gegaan dat zich binnen de geroerde contouren geen ontplofbare oorlogsresten meer bevinden. Daarom worden in dit hoofdstuk de bodemingrepen na 1945 geanalyseerd. In onderstaande paragrafen worden historische en recente kaarten en luchtfoto’s vergeleken om een visuele indruk te krijgen van eventuele naoorlogse bodemingrepen. Daarna wordt het archiefmateriaal behandeld dat betrekking heeft op de relevante bodemingrepen. Vervolgens worden historische maaiveldhoogtes vergeleken met de huidige situatie om te bepalen of er sinds de Tweede Wereldoorlog grond is toegevoegd of afgegraven, en tot slot wordt de kabels en leidingen behandeld door middel van een KLIC-melding.

3.1

Vergelijking kaartmateriaal

Op onderstaande afbeeldingen is het onderzoeksgebied na-conflictperiode weergegeven op verschillende historische kaarten vanaf 1950. Er zijn alleen kaarten weergegeven wanneer er een relevante verandering te zien was in het onderzoeksgebied.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 12 van 27

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 13 van 27

figuur 3.1: het projectgebied op diverse historische kaarten tussen 1950 en 2023 (bron: Kadaster)

Op de kaart van 1950 bevindt zich een woning binnen het projectgebied, die op de kaart van 1960 is verdwenen. Op deze kaart is de huidige Willibrordusschool te zien, en op de kaarten van 1960, 1970 en 1980 lijken diverse gebouwen elkaar af te wisselen. In 1990 is het gymnastiekgebouw te zien, in 2000 is de Maria Gorettischool te zien en een noodschool, en in 2010 het Combigebouw. Deze waarnemingen worden hieronder met behulp van luchtfoto’s gecontroleerd.

3.2

Vergelijking luchtfoto’s

Op onderstaande afbeeldingen is het projectgebied weergegeven op luchtfoto’s van 1944, 1965, 1985, 2007 en 2023.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 14 van 27

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 15 van 27

figuur 3.2: het projectgebied op luchtfoto’s van 21 oktober 1944, 1965, 1985, 2007 en 2023 (bron: Kadaster 400/1344: 4170, en Kadaster)

Op de luchtfoto van 1944 is binnen het projectgebied inderdaad een enkele woning te zien. In 1965 is daar de Willibrordusschool bijgekomen, plus twee panden die in 1985 weer verwijderd zijn. In 1985 is het gymnastiekgebouw erbij gekomen, plus een pand dat in 2007 weer is verwijderd. In 2007 is de situatie te zien zoals die nu is. Dit betekent dat alle huidige gebouwen naoorlogs zijn, en dat enkele naoorlogs gebouwde panden ook weer zijn gesloopt. Alle bestrating binnen het projectgebied is naoorlogs aangebracht, en de watergang in het noorden van het projectgebied is naoorlogs gegraven. In de volgende paragraaf wordt dieper ingegaan op de panden die sinds de oorlog binnen de grenzen van het projectgebied hebben gestaan.

3.3

Gebouwde en gesloopte panden

Hieronder worden de bouwtekeningen geanalyseerd van de panden die zich sinds 1944 in het projectgebied hebben bevonden. RPS heeft hiervoor via het West-Brabants Archief alle bouwtekeningen van de adressen Vijverstraat 21, Pastoor Bastiaansensingel 21 en Poppestraat 48 geraadpleegd. De bouw en sloop van panden gaat immers vaak gepaard met grondroeringen, wat kan leiden tot inperking van verdacht gebied. Allereerst worden de inmiddels verdwenen panden behandeld, daarna de bestaande gebouwen.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 16 van 27

3.3.1

Verwijderde gebouwen

In de onderstaande secties worden de inmiddels verwijderde gebouwen behandeld die te zien waren op de luchtfoto’s, het kaartmateriaal en de bouwtekeningen. De contouren van deze gebouwen zijn indicatief ingetekend op de gebeurtenissenkaart na-conflictperiode in bijlage 3.

3.3.1.1 Vooroorlogs gebouwde woning Bij het West-Brabants Archief is navraag gedaan naar bouwtekeningen van het pand dat in 1944 al op de kaarten en luchtfoto’s binnen het projectgebied te zien is. Deze woning is rond 1900 gebouwd, en is in 1959 gesloopt. De bouw van de woning heeft plaatsgevonden vóór de invoering van de bouwvergunningen, en bijgevolg is er geen informatie beschikbaar over de contouren van het pand.

3.3.1.2 Gebouwen luchtfoto 1965 Op de luchtfoto van 1965 zijn enkele gebouwen te zien die vóór 1985 zijn verwijderd:

figuur 3.3: de gebouwen op de luchtfoto van 1965 (bron: Kadaster 1965: 65)

In de geraadpleegde bouwtekeningen is geen informatie gevonden over deze gebouwen. Hier kunnen dus ook geen conclusies aan worden verbonden.

3.3.1.3 Gebouw luchtfoto 1985 Op de luchtfoto van 1985 is een gebouw te zien dat inmiddels is verwijderd:

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 17 van 27

figuur 3.4: het gebouw op de luchtfoto van 1985 (bron: Kadaster 1985: 50)

In de geraadpleegde bouwtekeningen is geen informatie gevonden over dit pand. Hier kunnen dus ook geen conclusies aan worden verbonden.

3.3.1.4 Noodschool Uit de bouwtekeningen (1986-1995: 6771) blijkt dat er in 1991 een noodschool is gebouwd op de plaats waar nu het Combigebouw staat. Voor zover bekend is dit gebouw niet gefundeerd. Hier heeft dus geen significante grondroering plaatsgevonden.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 18 van 27

figuur 3.5: bouwtekening van de noodschool (bron: Rucphen 1986-1995: 6711)

3.3.2

Bestaande gebouwen

In onderstaande secties worden de bestaande gebouwen behandeld. Deze zijn ingetekend op de gebeurtenissenlijst na-conflictperiode in bijlage 3.

3.3.2.1 Willibrordusschool Van de Willibrordusschool heeft RPS van de opdrachtgever enkele bouwtekeningen ontvangen (1976-1985: 1305), van de originele bouw in 1955 en de uitbreiding in 1977.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 19 van 27

figuur 3.6: bouwtekeningen van originele gebouw (boven) en de uitbreiding (onder) (bron: bouwtekeningen 1976-1985: 1305)

De funderingsdiepte van de originele school is op de tekeningen niet exact aangegeven. Volgens een analyse van de opdrachtgever ligt de fundering op 1,4m -mv. Omdat er dan een verdachte laag van slechts 10cm zou overblijven wordt ervan uitgegaan dat de gehele verdachte diepte (1,5m) geroerd is, en dat de contouren van het originele gebouw dus geheel onverdacht zijn. Er is ook een plattegrond van het gymnastiekgebouw ontvangen (1986-1995: 6883). Deze tekening is van 1991, maar dit gebouw was tegen die tijd al gebouwd. Op een tekening van 2000 (1996-2005: 3406) is te zien dat de funderingsdiepte van het aangebouwde gymnastiekgebouw 0,8m -mv bedraagt.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 20 van 27

figuur 3.7: funderingsdiepte van het gymnastiekgebouw (bron: 1996-2005: 3406)

Omdat er geen informatie is over grondroering rondom het gebouw is uitgegaan van 0,5m buiten de contouren van pand. In onderstaande tabel worden de uitgangspunten uit de Nadere bepalingen (CS-VROO-02) beschreven voor sloop, renovatie en/of nieuwbouw Uitgangspunt CS-VROO-02

Analyse

Wat is de huidige maaiveldhoogte? Welke wijzigingen hebben plaatsgevonden?

Ongeveer 9,5m +NAP Er is een schol met bijgebouwen gebouwd

Waar heeft de wijziging plaatsgevonden? Wanneer heeft de wijziging plaatsgevonden?

Ter plaatse van het pand 1955 en de jaren 70

Is daarbij de grond geroerd c.q. opgebracht? Tot welke diepte?

Geroerd 1,4m en 0,8m

Wat is de invloed daarvan (geweest) op de maaiveldhoogte?

Geen

Is er grondverbetering uitgevoerd? Wat is de wijze van funderen

Nee Op staal

Is de fundering aanwezig of verwijderd? Wat was de maaiveldhoogte tijdens de conflictperiode?

Aanwezig Ongeveer 9,1m +NAP

Is het maaiveld na de conflictperiode in hoogte gewijzigd? Niet significant

3.3.2.2 Combigebouw Van het bestaande Combigebouw heeft RPS bouwtekeningen ontvangen (1996-2005: 2871 en 2872). Uit de tekeningen blijkt dat de funderingsdiepte van het grootste deel van het pand ongeveer 1m -mv bedraagt, en aan de noordoostzijde (DSRN 6) 1,4m -mv. Omdat er aan de noordoostzijde een verdachte laag van slechts 10cm zou overblijven wordt ervan uitgegaan dat de gehele verdachte diepte (1,5m) geroerd is, en dat de contouren van dit deel van het gebouw dus geheel onverdacht zijn.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 21 van 27

figuur 3.8: bouwtekeningen van het Combigebouw (bron: bouwtekening 1996-2005: 2872)

Omdat niet bekend is tot welke afstand de grond rondom het pand geroerd is, is uitgegaan van 0,5m rondom de contouren van het pand. In onderstaande tabel worden de uitgangspunten uit de Nadere bepalingen (CS-VROO-02) beschreven voor sloop, renovatie en/of nieuwbouw Uitgangspunt CS-VROO-02

Analyse

Wat is de huidige maaiveldhoogte? Welke wijzigingen hebben plaatsgevonden?

Ongeveer 9,5m +NAP Er is een nieuw pand gebouwd

Waar heeft de wijziging plaatsgevonden? Wanneer heeft de wijziging plaatsgevonden?

Ter plaatse van het pand 2003

Is daarbij de grond geroerd c.q. opgebracht? Tot welke diepte?

Geroerd 1m -mv en 1,4m -mv

Wat is de invloed daarvan (geweest) op de maaiveldhoogte?

Geen

Is er grondverbetering uitgevoerd? Wat is de wijze van funderen

Nee Op staal

Is de fundering aanwezig of verwijderd? Wat was de maaiveldhoogte tijdens de conflictperiode?

Aanwezig Ongeveer 9,1m +NAP

Is het maaiveld na de conflictperiode in hoogte gewijzigd? Niet significant

3.3.2.3 Maria Gorettischool Uit de bouwtekeningen van 1987 blijkt dat de fundering zich op 0,77m -mv bevindt. Hier wordt uitgegaan van een grondroering van 0,8m -mv.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 22 van 27

figuur 3.9: fundering van de Maria Gorettischool (bron: Rucphen 1986-1995: 5052)

Op de tekeningen is de grens van de grondverbetering rondom het pand weergegeven, voor een groot gedeelte 1 meter rondom het originele gebouw. De uitbreiding in de zuidwestelijke hoek van het pand was hierin niet meegenomen. Voor het originele pand is uitgegaan van bodemroering tot 0,8m -mv tot de op de tekeningen aangeduide grens, en voor de uitbreiding is deze diepte overgenomen tot 0,5m rondom de nieuwe contouren. Dit is weergegeven op de bodembelastingkaart in bijlage 4. In onderstaande tabel worden de uitgangspunten uit de Nadere bepalingen (CS-VROO-02) beschreven voor sloop, renovatie en/of nieuwbouw Uitgangspunt CS-VROO-02

Analyse

Wat is de huidige maaiveldhoogte? Welke wijzigingen hebben plaatsgevonden?

Ongeveer 8,7m +NAP Er is een nieuw gebouw gerealiseerd

Waar heeft de wijziging plaatsgevonden? Wanneer heeft de wijziging plaatsgevonden?

Ter plaatse van het pand 1987

Is daarbij de grond geroerd c.q. opgebracht? Tot welke diepte?

Geroerd 0,8m -mv

Wat is de invloed daarvan (geweest) op de maaiveldhoogte?

Geen

Is er grondverbetering uitgevoerd?

Nee

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 23 van 27

Uitgangspunt CS-VROO-02

Analyse

Wat is de wijze van funderen

Op staal

Is de fundering aanwezig of verwijderd? Wat was de maaiveldhoogte tijdens de conflictperiode?

Aanwezig Ongeveer 8,4m +NAP

Is het maaiveld na de conflictperiode in hoogte gewijzigd? Niet significant

3.4

Vergelijking maaiveldhoogtes

RPS beschikt over TophoogteMD van Rijkswaterstaat, een landsdekkend digitaal hoogtebestand gebaseerd op hoogtekaarten van de toenmalige Meetkundige Dienst van Rijkswaterstaat. Deze hoogtepunten zijn in de periode van 1942-1983 ingewonnen. Door deze historische tophoogtes te vergelijken met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) kan worden nagegaan of het maaiveld ter plaatse is opgehoogd of afgegraven. In het geval van ophoging kan de toegevoegde grondlaag vrij worden beschouwd van ontplofbare oorlogsresten, maar is de onderliggende bodemlaag nog wel verdacht. In het geval van afgraving is (een deel van) het verdachte gebied verwijderd. Binnen het projectgebied komen de maaiveldhoogtes van 1974 ruwweg overeen met die uit het AHN. Derhalve kan worden aangenomen dat er geen significante ophoging of afgraving heeft plaatsgevonden.

3.5

Kabels en leidingen

RPS heeft een KLIC-melding gedaan van het projectgebied om de aanwezigheid van kabels en leidingen inzichtelijk te krijgen. Deze is te vinden in bijlage 2. Gezien de ligging van de huidige kabels en leidingen ten opzichte van de huidige situatie en die van de Tweede Wereldoorlog kan ervan uit worden gegaan dat alle kabels en leidingen in het projectgebied naoorlogs zijn aangelegd. De contouren die bij de aanleg van deze kabels en leidingen vergraven contouren zijn kunnen als onverdacht worden beschouwd.

3.6

Conclusie vooronderzoek na-conflictperiode

Uit het vooronderzoek na-conflictperiode is gebleken dat alle bestaande bebouwing en infrastructuur naoorlogs is gerealiseerd. Daarnaast zijn er naoorlogs enkele panden gebouwd die inmiddels weer gesloopt zijn. Hieronder is beschreven wat de naoorlogse bodemingrepen voor gevolgen hebben gehad voor de verdachtheid binnen het projectgebied. Waar mogelijk zijn de conclusies weergegeven op de bodembelastingkaart in bijlage 4. • Voor zover bekend is het maaiveld binnen het projectgebied niet significant gewijzigd. • De watergang in het noorden van het projectgebied is naoorlogs gegraven. De contouren kunnen als onverdacht worden beschouwd. • Alle bestrating binnen het projectgebied is naoorlogs gerealiseerd. Hier kan ervan uit worden gegaan dat 30cm -mv geroerd en dus onverdacht is. • Alle kabels en leidingen binnen het projectgebied zijn naoorlogs aangelegd. De hierbij vergraven contouren kunnen als onverdacht worden beschouwd. De ligging van de kabels en leidingen is niet voldoende nauwkeurig bekend om in te tekenen op de bodembelastingkaart en zijn indicatief weergegeven op de gebeurtenissenkaart na-conflictperiode in bijlage 3.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 24 van 27

•

•

•

•

3.7

Uit bouwtekeningen blijkt dat de funderingsdiepte van de Maria Gorettischool 0,8m -mv bedraagt. Ook een deel buiten de contouren van het pand is tot die diepte geroerd. Deze contouren zijn onverdacht tot 0,8m -mv. Uit bouwtekeningen blijkt dat de funderingsdiepte van het grootste deel van het Combigebouw 1m -mv bedraagt. Het noordoostelijke uiteinde van het pand is dieper gefundeerd; hier kan ervan uit worden gegaan dat de gehele verdachte diepte (1,5m -mv) geroerd is. Bijgevolg vervalt hier het verdachte gebied. Voor het gehele pand wordt ervan uitgegaan dat 0,5m -mv rondom de contouren van het gebouw tot de funderingsdiepte geroerd en derhalve onverdacht is. Ter plaatse van het grootste deel van de Willibrordusschool kan ervan uit worden gegaan dat de gehele verdachte diepte (1,5m -mv) geroerd is. Bijgevolg vervalt hier het verdachte gebied. De funderingsdiepte van de uitbouw voor het gymnastieklokaal bedraagt 0,8m -mv. Voor het gehele pand wordt ervan uitgegaan dat 0,5m -mv rondom de contouren van het gebouw tot de funderingsdiepte geroerd en derhalve onverdacht is. Binnen het projectgebied zijn na 1945 nog enkele panden gebouwd die inmiddels verwijderd zijn. Hier is geen relevante informatie over gevonden, en hier kunnen dus geen conclusies aan worden verbonden.

Leemten in kennis

Ondanks diepgravend onderzoek zijn er nog steeds potentiële leemten in kennis, zoals: • Sommige archiefstukken of aantekeningen daarop zijn handgeschreven. Registraties kunnen onleesbaar zijn of verkeerd zijn geïnterpreteerd. • De exacte locaties van de kabels en leidingen zijn op dit moment niet bekend. • De EODD is haar ruimingen pas vanaf 1970 systematisch gaan registreren. Van de periode 1945-1970 zijn daarom zeer beperkt ruimingsgegevens beschikbaar. • De exacte locatie van munitieruimingen is vaak niet te bepalen. Meestal wordt als ligplaats het dichtstbijzijnde adres opgegeven, wat in dunbevolkte gebieden op grote afstand van de daadwerkelijke ligplaats kan liggen. • De contouren die bij de bouw en sloop van de inmiddels verdwenen panden zijn geroerd, zijn onbekend

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 25 van 27

4 CONCLUSIE EN ADVIES 4.1

Conclusie conflictperiode

RPS heeft het volgende vooronderzoek conflictperiode geraadpleegd: • RPS, Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven OCE Gemeente Rucphen (1801300A00R18-521, 9-10-2018). Dit vooronderzoek is enigszins gedateerd; het is uitgevoerd conform het WSCS-OCE, dat in 2021 is vervangen door het CS-VROO. In het onderhavige onderzoek zijn extra bronnen geraadpleegd en de conclusie is bijgewerkt zodat het voldoet aan de huidige richtlijnen. Het projectgebied is geheel verdacht op de volgende ontplofbare oorlogsresten: Soort OO

Subsoort (kaliber)

Verschijningsvorm

Verticale afbakening*

Geschutmunitie Duits

Diverse (5 – 15cm)

Verschoten

Tot 1,5m -mv WOII Tot 6,9 – 7,9m +NAP**

* Voor de verticale afbakening is uitgegaan van het grootste kaliber. De kleinere kalibers zullen niet tot de maximale diepte zijn ingedrongen. ** De verticale afbakening ten opzichte van NAP is een indicatie, ingeschat aan de hand van gegevens over historische maaiveldhoogtes. Deze kunnen lokaal verschillen.

4.2

Conclusie na-conflictperiode

Uit het vooronderzoek na-conflictperiode is gebleken dat alle bestaande bebouwing en infrastructuur naoorlogs is gerealiseerd. Daarnaast zijn er naoorlogs enkele panden gebouwd die inmiddels weer gesloopt zijn. Hieronder is beschreven wat de naoorlogse bodemingrepen voor gevolgen hebben gehad voor de verdachtheid binnen het projectgebied. Waar mogelijk zijn de conclusies weergegeven op de bodembelastingkaart in bijlage 4. • Voor zover bekend is het maaiveld binnen het projectgebied niet significant gewijzigd. • De watergang in het noorden van het projectgebied is naoorlogs gegraven. De contouren kunnen als onverdacht worden beschouwd. • Alle bestrating binnen het projectgebied is naoorlogs gerealiseerd. Hier kan ervan uit worden gegaan dat 30cm -mv geroerd en dus onverdacht is. • Alle kabels en leidingen binnen het projectgebied zijn naoorlogs aangelegd. De hierbij vergraven contouren kunnen als onverdacht worden beschouwd. De ligging van de kabels en leidingen is niet voldoende nauwkeurig bekend om in te tekenen op de bodembelastingkaart en zijn indicatief weergegeven op de gebeurtenissenkaart na-conflictperiode in bijlage 3. • Uit bouwtekeningen blijkt dat de funderingsdiepte van de Maria Gorettischool 0,8m -mv bedraagt. Ook een deel buiten de contouren van het pand is tot die diepte geroerd. Deze contouren zijn onverdacht tot 0,8m -mv.

• Uit bouwtekeningen blijkt dat de funderingsdiepte van het grootste deel van het Combigebouw 1m -mv bedraagt. Het noordoostelijke uiteinde van het pand is dieper gefundeerd; hier kan ervan uit worden gegaan dat de gehele verdachte diepte (1,5m -mv) geroerd is. Bijgevolg vervalt hier het verdachte gebied. Voor het gehele pand wordt ervan uitgegaan dat 0,5m -mv rondom de contouren van het gebouw tot de funderingsdiepte geroerd en derhalve onverdacht is. • Ter plaatse van het grootste deel van de Willibrordusschool kan ervan uit worden gegaan dat de gehele verdachte diepte (1,5m -mv) geroerd is. Bijgevolg vervalt hier het verdachte gebied. De funderingsdiepte van de uitbouw voor het gymnastieklokaal bedraagt 0,8m -mv. Voor het gehele pand wordt ervan

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 26 van 27

•

4.3

uitgegaan dat 0,5m -mv rondom de contouren van het gebouw tot de funderingsdiepte geroerd en derhalve onverdacht is. Binnen het projectgebied zijn na 1945 nog enkele panden gebouwd die inmiddels verwijderd zijn. Hier is geen relevante informatie over gevonden, en hier kunnen dus geen conclusies aan worden verbonden.

Advies voor werkzaamheden

In onverdacht gebied kunnen de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten. Mochten bij werkzaamheden toch ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen dan kan gewerkt worden volgens het protocol toevalsvondst OO waarbij de politie wordt gewaarschuwd. Indien noodzakelijk zal de politie de EODD van de vondst in kennis stellen. Het protocol toevalsvondst is bijgevoegd als bijlage 5. Binnen het verdacht gebied dienen eerst opsporingswerkzaamheden uitgevoerd te worden voordat daar grondroerende werkzaamheden kunnen plaatsvinden. De meest geschikte detectiemethode kan worden bepaald aan de hand van de verwachte OO, de diepteligging en de uit te voeren werkzaamheden. Dit opsporingsonderzoek dient uitgevoerd te worden door een CS-OOO gecertificeerd bedrijf. Zie bijlage 6 voor het CS-OOO certificaat van RPS. Indien de voorgenomen grondroerende werkzaamheden binnen het tracé van bestaande naoorlogs gelegde kabels en leiding blijven kunnen deze worden uitgevoerd zonder aanvullende maatregelen met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten. Deze grond is immers bij de aanleg van de leiding reeds vergraven en eventueel aangetroffen OO zullen hierbij zijn verwijderd. De naoorlogs vergraven contouren kunnen vrij worden beschouwd van ontplofbare oorlogsresten. Hier geldt nog wel het protocol toevalsvondst (zie bijlage 5).

Tracés van kabels en leidingen die middels een boring zijn gelegd kunnen niet als onverdacht worden beschouwd.

rpsgroup.com Ref.: 797-XL000108NL-001 | 19 juni 204 Pagina 27 van 27

Bijlage 1. Bronnen

Geraadpleegde bronnen In deze bijlage worden alle bronnen weergegeven die voor dit onderzoek bestudeerd zijn. De uiteindelijke conclusie is op dit materiaal gebaseerd. Voor het vooronderzoek na-conflictperiode schrijft de CS-VROO verschillende bronnen voor. In onderstaande tabel is een overzicht van de verplichte en geraadpleegde bronnen opgenomen: Bron

Geraadpleegd

Opdrachtgever Literatuur

X X

Kadaster Websites

X X

Rijkswaterstaat Gemeentelijk archief

X X

Provinciaal archief Nationaal archief

X X

MORA’s EODD

X

Hieronder worden alle bronnen gespecificeerd die voor het aanvullend vooronderzoek conflictperiode en het vooronderzoek na-conflictperiode zijn geraadpleegd.

Literatuur De volgende literatuur is voor dit onderzoek bestudeerd: • Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (1970) – 2 delen. • Nierstrasz, De strijd op Nederlands grondgebied tijdens Wereldoorlog II (diverse delen ingezien via NIMH: 492).

Archiefstukken De volgende tabellen laten zien welke relevante stukken uit welke archieven zijn bestudeerd. Binnen de vermelde archieftoegang is gezocht naar relevante stukken door middel van (delen van of variaties op) de volgende zoektermen: luchtbescherming, aanval, bom, vliegtuig, oorlog, schade, wederopbouw, Duits, geallieerd, tank, explosie, munitie, ontplof-, verdedig, bunker, kazemat, blindganger, raket, granaat, wapen, militair, sneuvel-, schiet, mijn, projectiel, gevecht, bevrijd, krijg-, wrak, politie en brand.

Gemeentearchief Rucphen Aan de hand van online inventarislijsten van het West-Brabants Archief is bepaald welke stukken uit het gemeentearchief van Rucphen relevant zijn voor dit onderzoek. RPS-historicus Emile van den Meiracker heeft op 16 mei 2024 het archief te Bergen op Zoom bezocht om deze stukken te fotograferen. De volgende stukken zijn gefotografeerd en navolgend voor dit onderzoek bestudeerd. Toeg. Nr.

Raw-0706

Archief

Archief van de gemeente Rucphen, 1941-1944

Inv. Nr.

Titel

116

Stukken betreffende brandbestrijding 1941-1944 [digitaal ingezien]

118

Stukken betreffende de gemeentelijke vrijwillige brandweer, 1941-1944. Verslaggeving en rapportering, 1941-1942

Verder heeft RPS van de opdrachtgever diverse bouwtekeningen ontvangen. Deze worden in hoofdstuk 3 benoemd en behandeld. Naar dit archief wordt gerefereerd door middel van de naam van de betreffende gemeente.

Nationaal Archief – Den Haag (NA) RPS heeft de volgende stukken via de site van het Nationaal Archief geraadpleegd: Toeg. Nr.

Archief

Inv. Nr.

Titel

279

Blokkaarten van werken. 4H – 5D

Archief van het 2e 2.13.167

Geniecommandement, Bureau Registratie Verdedigingswerken van het Ministerie van Defensie (zgn. ‘Bunkerarchief’) 1946-1987

Centrum voor Genocide en Holocauststudies (voorheen: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) RPS-historici Emile van den Meiracker en Tim Hebbink hebben het Centrum voor Genocide en Holocauststudies te Amsterdam in de periode tussen 2017 en 2018 meermaals bezocht om relevante archiefstukken te fotograferen. Deze zijn ontsloten middels een zoeksleutel en zo voor dit onderzoek geraadpleegd. Het gaat om de volgende stukken: Toeg. Nr.

216k

Archief

Inv. Nr.

Titel

180

Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944

181 t/m 185

Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten

Departement van Justitie 186

329

331

477

Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen Stukken betreffende het melden van schade door bombardementen en beschietingen uit vliegtuigen, 24 februari 1944 – 31 maart 1945 Stukken betreffende het opstellen van processenverbaal inzake bombardementen en beschietingen in verschillende gemeenten, 28 september 1944 – 31 maart 1945 Proces-verbaal van de luchtbeschermingsleider inzake schade door luchtaanvallen door de

Toeg. Nr.

Archief

Inv. Nr.

Titel geallieerden en afweergeschut van de Duitsers, 3 februari 1944

493

Stukken betreffende het instellen van een onderzoek naar de gevolgen van luchtaanvallen, 8 oktober 1944 – 6 februari 1945

Semi-Statisch Informatie Beheer (SIB) Defensie RPS-historici Emile van den Meiracker en Tim Hebbink hebben in november 2018 in de studiezaal van het SIB in Rijswijk de collectie van de Mijn- en Munitie Opruimingsdienst gefotografeerd. Deze foto’s zijn middels een zoeksleutel ontsloten en op deze manier is deze collectie doorzocht voor dit onderzoek. Het betreft de volgende stukken: Toeg. Nr.

-

Archief

Collectie MMOD

Inv. Nr.

Titel

50

A t/m B

51 52

B t/m E E t/m G

53 54

G t/m H H t/m K

55 56

K t/m L M t/m N

57 58

N t/m O P t/m S

59 60

S t/m U V t/m W

61 62

W W t/m Z

The National Archives – Londen, Engeland (TNA) RPS-historici Emile van den Meiracker, Tim Hebbink en diverse Engelse collega’s bezoeken met enige regelmaat The National Archives in Londen om relevante archiefstukken te fotograferen. De bombardementsgegevens van Coastal Command, Fighter Command en de Second Tactical Air Force, respectievelijk AIR15, AIR24 en AIR37, zijn middels een zoeksleutel ontsloten. De overige stukken worden doorzocht voor indicaties in het onderzoeksgebied. De volgende stukken uit The National Archives zijn bestudeerd: Toeg. Nr.

Archief

Inv. Nr. 766 767

AIR15

Air Ministry and Admiralty: Coastal Command: Registered Files

768

Titel Attack Sheets nos. 1-250 Vol I. 01 April 1940 – 31 October 1940 Attack Sheets nos. 251-500 Vol II. 1 October 1940 – 31 Augustus 1941 Strike Sheets nos 1-250 Vol. I. 01 April 1940 – 30 September 1940

769

Strike Sheets nos 251-500 Vol. 2. 01 September 1940 – 31 December 1940

770

Strike Sheets nos. 501-750 Vol. 3. 01 December 1940 – 31 May 1941

Toeg. Nr.

AIR24

Archief

Air Ministry and Ministry of defence: Operations Record Books, Commands

Inv. Nr.

Titel

771

Strike Sheets nos. 751 – 893 Vol. 4. 01 May 1941 – 30 September 1941

632

HQ Fighter Command. Appendices. A-D. 01 January 1944 – 31 December 1944

635

HQ Fighter Command. Appendices. A-E. 01 December 1944 – 31 December 1944

638 641 644 648

AIR37

Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports

HQ Fighter Command. Appendices. A-D. 01 January 1945 – 31 January 1945 HQ Fighter Command. Appendices. A-D. 01 February 1945 – 28 February 1945 HQ Fighter Command. Appendices. A-B. 01 March 1945 – 31 March 1945 HQ Fighter Command. Appendices. A-D. 01 April 1945 – 30 April 1945

711 712

Daily log June – dec 1943 Daily log Jan – Apr 1944

713 714

Daily log May – June 1944 Daily log Jul – Aug 1944

715 716

Daily log Sep – Oct 1944 Daily log Nov – Dec 1944

717 718

Daily log Jan – Feb 1945 Daily log Mar – May 1945

Library and Archives Canada – Ottawa, Canada (LAC) Via de website van Library and Archives Canada zijn veel Defence Overprints te vinden, waarop de geallieerden op basis van luchtfoto’s en inlichtingen de Duitse verdedigingsstellingen hebben ingetekend. Deze waren beschikbaar voor het onderzoeksgebied.

Kadaster RPS heeft voor dit onderzoek historisch kaartmateriaal van het Kadaster geraadpleegd. Het Kadaster beschikt over topografische kaarten van Nederland sinds 1815. Deze geven een goed overzicht van de situatie van het projectgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog en eventuele naoorlogse ontwikkelingen. De kaarten zijn in GIS in te laden maar ook beschikbaar op www.topotijdreis.nl Kadaster beschikt ook over enkele Defence Overprint kaarten waarop de geallieerden op basis van luchtfoto’s en inlichtingen de Duitse verdedigingsstellingen hebben ingetekend. Deze waren niet beschikbaar voor het onderzoeksgebied.

Krantenartikelen Via krantendatabase Delpher is gezocht naar krantenartikelen met betrekking tot oorlogshandelingen of munitievondsten bij het projectgebied. Deze zijn niet gevonden.

Rijkswaterstaat Aangezien binnen het projectgebied geen infrastructuur van Rijkswaterstaat aanwezig is, heeft RPS geen informatieverzoek gedaan bij Rijkswaterstaat.

RPS beschikt over het bestand TophoogteMD van Rijkswaterstaat met historische maaiveldhoogtes uit de periode 1942-1983. Deze informatie is gebruikt om de maaiveldhoogte van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog te achterhalen. Met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is vervolgens gecontroleerd of er verschillen zijn met de huidige maaiveldhoogtes, en of het gebied dus naoorlogs is opgehoogd of afgegraven.

Explosieven Opruimingsdienst (EODD) RPS heeft in de MORA-registers van de EODD gezocht naar munitieruimingen in en nabij het onderzoeksgebied na oplevering van het Vooronderzoek OO conflictperiode in 2018. Deze zijn niet gevonden.

Luchtfoto’s De volgende luchtfoto’s zijn voor dit onderzoek bestudeerd: Datum

Archief

Vlucht

Foto

Kwaliteit

Positionering

19-07-1944

NCAP

US7/2392

3056

Goed

9x bebouwing, 1x perceelgrens; 2nd order

21-10-1944

Kadaster

400/1344

4170

Goed

9x bebouwing, 1x watergang; 2nd order

1965 1985

Kadaster Kadaster

65 50

Goed Goed

10x bebouwing; 2nd order 10x bebouwing; 2nd order

Eerder uitgevoerd onderzoek Het onderstaande onderzoek is geraadpleegd en aangevuld: • RPS, Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven OCE Gemeente Rucphen (1801300A00R18-521, 9-10-2018).

Bijlage 2. KLIC

De digitale informatie moet verplicht aanwezig zijn als u graaft. pagina: 1 van 1 schaal:

1:916

datatransport KL1011 datatransport KL1051 datatransport KL1960 gas hoge druk KL1031 gas lage druk KL1031 laagspanning KL1031 middenspanning KL1031 overig GM0840 riool vrijverval GM0840 water KL1001

KLIC-nummer: 24O0082101 - 1 Overzichtskaart

0

18

36 meter

linksonder: X: 99.499,0 Y: 395.862,0 rechtsboven: X: 99.662,0 Y: 396.062,0

Bijlage 3. Gebeurtenissenkaart na-conflictperiode

99600

99650

Legenda Projectgebied

396050

99550

396050

99500

Naoorlogs verwijderd pand (indicatief ingetekend) Bestaand pand (naoorlogs gebouwd) Naoorlogs bestraat

Naoorlogs gegraven watergang

396000

396000

395950

395950

Kabels en leidingen (naoorlogs aangelegd)

395900

395900

Regionale ligging

1:50.000

Coördinaten in RD Project:

Gecontroleerd door:

Tim Hebbink

Functie controleur:

Projectleider

Opdrachtgever:

Handtekening:

VO OO na-conflictperiode basisschool Heilinde Sint Willebrord Gemeente Rucphen Omschrijving:

797-XL000108NL

Formaat:

A3

T. Hebbink

Schaal:

1:750

Auteur:

E.L.J. v/d Meiracker

Status:

Definitief

Fase:

Vooronderzoek OO

Datum:

17-6-2024

Projectnummer: Projectleider:

Explosives Engineering Services

99500

99550

99600

99650

Ptolemaeuslaan 40 3528 BP Utrecht T +31 88 990 4800 W www.rpsgroup.com

Logo opdrachtgever:

Blad: Versie kaart:

001

1 van 1

© ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors

Gebeurtenissenkaart na-conflictperiode

Q:\GGI\6 Teams\OCE\0. Projecten\4. Open projecten\797-XL000108NL VO OO na-conflictperiode basisschool Heilinde Sint Willebrord\2 Werkdossier\2. Tekeningen\4. Gebeurtenissenkaart na-conflictperiode.mxd

Bijlage 4. Bodembelastingkaart

99500

99550

99600

99650

Legenda

Onverdacht tot 0,3m -mv / verdacht van 0,3m - 1,5m -mv

396050

396050

Projectgebied (verdacht op geschutmunitie tot 1,5m -mv)

Onverdacht tot 0,8m -mv / verdacht van 0,8m - 1,5m -mv Onverdacht tot 1m -mv / verdacht van 1m - 1,5m -mv Onverdacht

396000

396000

395950

395950

Contouren watergang onverdacht

395900

395900

Regionale ligging

1:50.000

Coördinaten in RD Project:

Gecontroleerd door:

Tim Hebbink

Functie controleur:

Projectleider

Opdrachtgever:

Handtekening:

VO OO na-conflictperiode basisschool Heilinde Sint Willebrord Gemeente Rucphen Omschrijving:

797-XL000108NL

Formaat:

A3

T. Hebbink

Schaal:

1:750

Auteur:

E.L.J. v/d Meiracker

Status:

Definitief

Fase:

Vooronderzoek OO

Datum:

17-6-2024

Projectnummer: Projectleider:

Explosives Engineering Services

99500

99550

99600

99650

Ptolemaeuslaan 40 3528 BP Utrecht T +31 88 990 4800 W www.rpsgroup.com

Logo opdrachtgever:

Blad: Versie kaart:

001

1 van 1

© ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors

OO Bodembelastingkaart

Q:\GGI\6 Teams\OCE\0. Projecten\4. Open projecten\797-XL000108NL VO OO na-conflictperiode basisschool Heilinde Sint Willebrord\2 Werkdossier\2. Tekeningen\3. OO Bodembelastingkaart.mxd

Bijlage 5. Protocol toevalsvondst

Protocol toevalsvondst OO

1. GA ER ALTIJD VAN UIT DAT HET OBJECT GEVAARLIJK IS

6. EVACUEER 200M (LIEFST WINDOPWAARTS)

2. NIET AANRAKEN OF BEROEREN

3. WERKZAAMHEDEN EN TRILLINGEN STOPPEN

7. INFORMEER POLITIE VIA PROJECTLEIDING (0900-8844)

8. NEEM CONTACT OP MET RPS EES NL

WAT HOUDT EEN TOEVALSVONDST VAN VERMOEDELIJKE ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN (OO) IN?

Een toevalsvondst houdt in dat er een (vermoedelijk) OO wordt aangetroffen op een locatie en/of tijdstip dat niet in de risico beoordeling is voorzien. Een toevalsvondst kan plaatsvinden in gebieden die als “onverdacht” zijn aangemerkt, maar ook binnen gebieden die als “verdacht” zijn aangemerkt maar waar op dat moment geen geplande grondroerende en/of opsporingswerkzaamheden plaatsvinden.

4. MARKEER DE LOCATIE

5. WAARSCHUW ANDEREN

DENK ALTIJD AAN “DE GOUDEN REGEL”

Neem contact op met:

RPS Explosives Engineering Services 088 990 4800 info@rps.nl

Bijlage 6. Certificaten RPS

RPS Energy Limited Explosives Engineering Services Ptolemaeuslaan 40, 3528 BP Utrecht KvK nummer: 01465554 te Abingdon Dit certificaat is afgegeven op basis van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten, vastgesteld d.d. 29 januari 2021, waarmee voldaan wordt aan de kaderbepalingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Certificaat Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten Evaluatie van het kwaliteitssysteem heeft plaatsgevonden volgens het certificatiereglement van TÜV Nederland voor het toepassingsgebied:

Deelgebied: Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten. Deelgebied: Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten. Deze certificatie is onderworpen aan een jaarlijkse evaluatie door TÜV Nederland. TÜV Nederland verklaart dat het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het door de RPS Energy Limited Explosive Engineering Services gehanteerde kwaliteitssysteem voldoet aan de eisen uit het bovengenoemde certificatieschema. De eisen in dit certificatieschema hebben betrekking op het kwaliteitssysteem van het bedrijf inzake het Vooronderzoek en de Risicoanalyse van ontplofbare oorlogsresten. Registratienummer: Ingangsdatum certificaat: Certificaat geldig tot: Datum eerste certificaat:

26249 4.3 16 02 2023 18 01 2025 18 01 2022

Managing Director Dhr. E.W.A.C. Franken

TÜV Nederland Ekkersrijt 4401 5692 DL Son en Breugel T: +31 (0) 499 – 339 500 E: info@tuv.nl W: www.tuv.nl

1/1

Pagina 1 van 1

Systeemcertificaat voor het managementsysteem

Voor het Opsporen van ontplofbare oorlogsresten De certificatie instelling TÜV NORD Nederland verklaart hiermee dat het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het gehanteerde managementsysteem voldoet aan de eisen uit het bovengenoemde certificatieschema en dat de certificatie heeft plaatsgevonden volgens haar certificatiereglement voor de organisatie

RPS Energy Limited Ptolemaeuslaan 40 3528 BP Utrecht Dit systeemcertificaat is afgegeven op basis van het Certificatieschema voor het Opsporen van ontplofbare oorlogsresten, vastgesteld d.d. 15 oktober 2020, waarmee voldaan wordt aan artikel 4.10, vijfde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De eisen in dit certificatieschema hebben betrekking op het managementsysteem van de organisatie inzake het opsporen van ontplofbare oorlogsresten. De certificatie is onderworpen aan een jaarlijkse evaluatie door TÜV NORD Nederland. Toepassingsgebied

Deelgebied A: Opsporing ontplofbare oorlogsresten. Deelgebied B: Civieltechnische ondersteuning.

Registratienummer KvK nummer

2624945.2

Certificaat geldig van Certificaat geldig tot Datum eerste certificatie

Aanwijzingsbeschikking Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder nummer: 201440000086668 Degenen die gebruik maken van de diensten van deze certificaathouder kunnen de geldigheid controleren door het certificaatregister te raadplegen op de website van de Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (www.vomes.nl).

Dhr. E.W.A.C. Franken Managing Director

TÜV NORD Nederland B.V. Ekkersrijt 4401, 5692 DL Son en Breugel tuv.nl TÜV ®

0140742023 2840342026 2840342017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16935327/1