09b Omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti Bijlage 12 bij toelichting beschikking W
Tekst van het document
BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT
Op de op 20 april 2023 ontvangen aanvraag van Borgesiusstichting te Oudenbosch, om een ontheffing krachtens artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor de sloop van het schoolcomplex ‘Heilinde’ ten behoeve van de nieuwbouw van een schoolcomplex, uit te voeren aan de Pastoor Bastiaansensingel 21, 4711 EC te Sint Willebrord, in de gemeente Rucphen.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
De heer H. Janssen Clustermanager
ons kenmerk Z/197498-356986
plaats / datum ‘s-Hertogenbosch, 8 september 2023
BESLUIT Onderwerp Op 20 april 2023 hebben wij van Borgesiusstichting een aanvraag ontvangen voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor het overtreden van verboden ten aanzien van beschermde soorten, dit als gevolg van de sloop van het schoolcomplex ‘Heilinde’ ten behoeve van de nieuwbouw van een schoolcomplex, uit te voeren aan de Pastoor Bastiaansensingel 21, 4711 EC te Sint Willebrord, in de gemeente Rucphen. Besluit Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze ontheffing, I. aan Borgesiusstichting, Markt 32, 4731 HP te Oudenbosch, de gevraagde ontheffing te verlenen, op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, van de bepalingen als bedoeld in: • artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor de: gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); voor de periode tot en met 1 november 2028; II. dat de beschrijving van de activiteiten in de aanvraag, voor zover deze betrekking heeft op de soorten als bedoeld onder I, deel uitmaken van deze ontheffing; III.
aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die zijn opgenomen onder onderdeel ‘voorschriften’, en ook dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de deze ontheffing: • Aanvullend onderzoek ecologie, kenmerk 2022-D265, 18 oktober 2022 (hierna: nader onderzoek) • Mitigatieplan sloop-nieuwbouw Pastoor Bastiaansensingel 21 te Willebrord. Kenmerk 2022-1137, 4 april 2023. Hierna: activiteitenplan • Bijlage 1: overzichtstekening van de planlocatie • Bijlage 2: meldingsformulier start werkzaamheden (zie voorschrift 1)
ODBN, Kenmerk
Pagina 2 van 13 Z/197498-356986
Rechtsmiddelen Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft. Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een DigiD-inlogcode nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken.
U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden. Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht).
ODBN, Kenmerk
Pagina 3 van 13 Z/197498-356986
INHOUDSOPGAVE Besluit ....................................................................................................................................................... 2 Voorschriften............................................................................................................................................ 5 Procedurele overwegingen ...................................................................................................................... 7 Inhoudelijke overwegingen ...................................................................................................................... 8 1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming ................................................................................................. 8 1.1 Beschermingsregimes ............................................................................................................................. 8 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant...................................................................................... 8 2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep ......................................................................................................... 9 2.1 Aangevraagde activiteiten ......................................................................................................................
9 2.2 Onderzoek soorten .................................................................................................................................. 9 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten ............................................................................................ 9 2.4 Alternatievenafweging ........................................................................................................................... 9 2.5 Belang van de aanvraag ....................................................................................................................... 10 2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding ...................................................................... 10 3. Conclusie ................................................................................................................................................... 11
Bijlage 1. Overzichtstekening van de planlocatie ................................................................................... 12 Bijlage 2. Meldingsformulier start handelingen beschermde soorten .................................................. 13
ODBN, Kenmerk
Pagina 4 van 13 Z/197498-356986
VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden aanvangen bekend is, doch uiterlijk 2 weken voor aanvang van de activiteiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar ons op te sturen. Met werkzaamheden en/of activiteiten worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken van de verblijfplaatsen. 2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact met ons op te nemen via info@odbn.nl indien bij het uitvoeren van de activiteiten andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere handelingen als bedoeld in onderdeel I en II van het besluit noodzakelijk zijn. 3. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van de aan deze ontheffing verbonden voorschriften. 4. Deze genoemde (rechts)personen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven. 5.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een (digitaal) afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouder of opsporingsambtenaar. 6. De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hier genoemde voorschriften, de mitigerende maatregelen uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag en het activiteitenplan (hoofdstuk 2). 7. De activiteiten en hier genoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige1 op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. 8. Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bijgehouden in een logboek. Met handelingen worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken en het plaatsen van de tijdelijke en permanente voorzieningen. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Dit logboek dient op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 9. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften.
Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. Dit ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezonden, uiterlijk twee weken voor de start van de werkzaamheden, via info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer.
1
Wat wij hieronder verstaan staat in de toelichting op het aanvraagformulier:
https://www.brabant.nl/applicaties/producten/beschermde_dieren_en_planten_6553 ODBN, Kenmerk
Pagina 5 van 13 Z/197498-356986
Specifieke voorschriften 10. Tijdens de controleronde dient het droog te zijn. 11. De gewenningsperiode van de tijdelijke kasten dient plaats te vinden in het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis, zoals beschreven in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). 12. De locaties van de tijdelijke en permanente voorzieningen dienen te worden vastgelegd in het logboek of ecologisch werkprotocol. 13. De plaatsing van de permanente voorzieningen dient te voldoen aan de eisen zoals gesteld in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). Het gaat daarbij specifiek om de plaatsing op hoogte, vrij van predatie, verlichting en verstoring. 14. De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente voorzieningen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes conform de betreffende Kennisdocumenten en aangetroffen functies. 15. Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes - dit is de winterperiode (15 oktober tot 1 april). 16. Voor het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient gecontroleerd te worden of de voorziening ‘leeg’ is. De kasten mogen alleen verwijderd worden op het moment dat er geen huismus, gierzwaluw of vleermuis aanwezig is in de kast. 17.
De tijdelijke kasten dienen binnen de ontheffingsperiode verwijderd te worden. Indien dit niet het geval is, is vleermuisonderzoek benodigd om te beoordelen of de kast gebruikt wordt als verblijfplaats. Indien de kast in gebruik is als verblijfplaats en deze ontheffing is verlopen, dient een nieuwe ontheffing te worden aangevraagd voor het verwijderen van de verblijfplaats
ODBN, Kenmerk
Pagina 6 van 13 Z/197498-356986
PROCEDURELE OVERWEGINGEN Aanvraag Op 20 april 2023 hebben wij van Borgesiusstichting een aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag en het activiteitenplan. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/197498. Gedragscode Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Bevoegd gezag Omdat de activiteit wordt verricht in de provincie Noord-Brabant zijn Gedeputeerde Staten (verder: GS) op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Als dit aan de orde is betrekken wij tevens de gevolgen van de activiteit voor de soorten buiten onze provinciegrens bij ons besluit. Reguliere voorbereidingsprocedure In deze procedure wordt de reguliere voorbereidingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Ontvankelijkheid Voor de aspecten van de aanvraag waarvoor een ontheffing vanuit de Wnb is vereist hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een ontheffing is gevraagd.
Overige regelgeving Bij de beoordeling van deze aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan soortenbescherming op grond van de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan daarom aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of bouwen.
ODBN, Kenmerk
Pagina 7 van 13 Z/197498-356986
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN
1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming
1.1 Beschermingsregimes Op basis van de Wet natuurbescherming zijn er drie beschermingsregimes. Het eerste regime geldt voor vogels op grond van de Vogelrichtlijn. Artikelen 3.1, 3.2 en 3.4 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor vogelsoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. Artikelen 3.3 en 3.4 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van de ontheffing. Het tweede beschermingsregime geldt voor planten en dieren op basis van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. Artikelen 3.5 en 3.6 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.8 en 3.9 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van een ontheffing. Het derde regime beschrijft de bepalingen voor andere (nationaal beschermde) soorten. Artikel 3.10 van de Wnb heeft betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten en geeft de voorwaarden waaronder GS ontheffing kunnen verlenen. Voor alle soorten geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Het gaat dan zowel om beschermd als onbeschermde dier- en plantensoorten. De zorgplicht geldt ongeacht of er een vrijstelling geldt of een ontheffing is verleend.
Hierin wordt bepaald dat eenieder zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan deze soorten dient te voorkomen. In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen waarop een verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken als blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben ten aanzien van soortbescherming aanvullende kaders vastgesteld. Deze zijn neergelegd in paragraaf 2.6.1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor bepaalde soorten en handelingen zijn vrijstellingen opgenomen.
ODBN, Kenmerk
Pagina 8 van 13 Z/197498-356986
2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep
2.1 Aangevraagde activiteiten De aangevraagde activiteiten betreffen de sloop van het schoolcomplex ‘Heilinde’ ten behoeve van de nieuwbouw van een schoolcomplex, uit te voeren aan de Pastoor Bastiaansensingel 21, 4711 EC te Sint Willebrord, in de gemeente Rucphen. Het schoolcomplex ligt aan de Pastoor Bastiaansensingel en de Poppestraat, maar alleen het gebouw aan de Pastoor Bastiaansensingel is onderdeel van deze aanvraag. De werkzaamheden betreffen: • Het slopen van de bebouwing • Het mogelijk kappen van bomen • Verwijderen terreinrichting • Egaliseren terrein • Realisatie nieuwbouw • Revitalisatie terrein en aanleg verharding Een uitgebreide omschrijving van de activiteiten is opgenomen in de aanvraag. 2.2 Onderzoek soorten Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is beschreven in de bij aanvraag gevoegde rapportage van het nader onderzoek. Als vooronderzoek heeft literatuuronderzoek plaatsgevonden (NDFF/verspreidingsatlassen). Er heeft een quickscan naar beschermde soorten plaatsgevonden. Het nader onderzoek naar de aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis heeft plaatsgevonden in 2021, op basis van het Vleermuisprotocol 2021 (Netwerk Groene Bureaus, 2021). 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten In het plangebied zijn 2 zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig.
Eén individu is uitvliegend waargenomen via een open stootvoeg en één via de daklijst. De aanvrager geeft aan dat door het uitvoeren van de activiteiten 2 zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis worden vernield en vleermuizen worden verstoord. Dit is een overtreding van de bepalingen zoals bedoeld in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb. 2.4 Alternatievenafweging De werkzaamheden zijn locatie gebonden, omdat ze plaatsvinden op het bouwvlak van het reeds aanwezige schoolcomplex. Het schoolcomplex voldoet niet meer aan de huidige eisen wat betreft het binnenmilieu en de bouwkundige staat. Dit heeft een negatief effect op de gezondheid en leerkwaliteit. Het niet uitvoeren van de werkzaamheden is daarom geen optie, omdat de school dan nog steeds niet voldoet aan de huidige eisen wat betreft het binnenmilieu en de bouwkundige staat. Een andere optie is het renoveren van de huidige school. Echter leidt dit niet tot hetzelfde resultaat als sloop en nieuwbouw. Bovendien zullen de verblijfplaatsen van de vleermuis ook bij renovatie verloren gaan.
ODBN, Kenmerk
Pagina 9 van 13 Z/197498-356986
Met betrekking tot de werkwijze en planning is er rekening gehouden met de vleermuis. Zo worden er alternatieve voorzieningen gerealiseerd en zal er buiten de kwetsbare periodes van de vleermuis gewerkt worden. Gezien het bovenstaande is ons gebleken dat er geen redelijke alternatieven mogelijk zijn, die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd. 2.5 Belang van de aanvraag De ontheffing is gevraagd op grond van het belang ‘de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ zoals genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onder b, van de Wnb. In de periode 2012-2022 is en stijgende trend aanwezig in het aantal inwoners van Sint Wilibrord. Tevens vinden er in de omgeving een aantal grote woningbouwontwikkelingen plaats. Om aan deze stijging in het aantal inwoners en mogelijke stijging van het aantal kinderen te voldoen, is uitbreiding en vernieuwing van de bassischool noodzakelijk. Tevens is het schoolgebouw in 1988 gebouwd en is het verouderd en toont het gebreken. Er is sprake van onvoldoende isolatie, verouderde dakbedekking en de kozijnen en houten gevelafwerking is aan vervanging toe.
Ook is er sprake van een slecht binnenklimaat en zijn er problemen bij het gebruik van werkomgevingen, het speelplein en de veiligheid. Huidige vluchtroutes zijn niet functioneel. Ook om deze punten op te lossen, is sloop en nieuwbouw van de school noodzakelijk. Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat het belang voldoende onderbouwd is om de ontheffing te kunnen verlenen. 2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding In het activiteitenplan (hoofdstuk 2) is beschreven welke maatregelen worden genomen om de effecten voor de gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen. In grote lijnen gaat het om de volgende maatregelen: Ongeschikt maken: • De huidige verblijfplaatsen worden onder begeleiding van een ecoloog ongeschikt gemaakt in de periode 1 september - 15 oktober of 15 april - 15 mei. • Het gebouw wordt ongeschikt gemaakt door om de 2 meter exclusion voorzieningen te plaatsen en overige openingen dicht te zetten met weringborstels, rondschuim of ander materiaal. Er wordt geen gebruik gemaakt van netten, folie of purschuim. • De voorzieningen worden minimaal 3 aaneengesloten dagen ingezet. • De minimale weersomstandigheden tijdens het ongeschikt maken is een temperatuur van minimaal 8 graden bij zonsondergang, maximaal windkracht 4 Bft en maximaal lichte regen.
Controleronde • Tussen het ongeschikt maken en de uitvoering va de sloop wordt een controleronde uitgevoerd. • De controleronde zal 3 dagen na het ongeschikt maken plaatsvinden. • De controleronde vindt plaats middels een avond of ochtendbezoek, conform het Vleermuisprotocol 2021. De minimale weersomstandigheden tijdens het ongeschikt maken is een temperatuur van minimaal 8 graden bij zonsondergang, maximaal windkracht 4 Bft en maximaal lichte regen. ODBN, Kenmerk
Pagina 10 van 13 Z/197498-356986
Tijdelijke en permanente voorzieningen: • Minimaal 3 maanden voor het ongeschikt maken worden er 8 vleermuiskasten (type VivaraPro VK WS 11) geplaatst op een voor de vleermuis geschikte plek. • De tijdelijke kasten worden geplaatst conform de eisen van het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). • Als permanente voorzieningen voor de gewone dwergvleermuis worden er 8 permanente inbouwkasten geplaatsen. De kasten zullen minstens 50 centimeter breed zijn en 80 centimeter hoog zijn. De voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende. Wij nemen in aanvulling op deze maatregelen extra voorschriften op. Het betreft de volgende aanvullende mitigerende maatregelen: • Tijdens de controleronde dient het droog te zijn. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat vleermuizen wel actief uit- of invliegen tijdens de controleronde. • De gewenningsperiode van de tijdelijke kasten dient plaats te vinden in het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis, zoals beschreven in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). Dit voorschrift wordt opgenomen omdat niet gespecificeerd is welke maanden meetellen voor de gewenningsperiode van de tijdelijke voorzieningen. • De locaties van de tijdelijke en permanente voorzieningen dienen te worden vastgelegd in het logboek of ecologisch werkprotocol.
Dit voorschrift wordt opgelegd zodat voor Toezicht en Handhaving duidelijk is waar de kasten geplaatst zijn. • De plaatsing van de permanente voorzieningen dient te voldoen aan de eisen zoals gesteld in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). Het gaat daarbij specifiek om de plaatsing op hoogte, vrij van predatie, verlichting en verstoring. Dit voorschrift wordt opgelegd om te borgen dat de voorzieningen functioneel zullen zijn. • De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente voorzieningen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes conform de betreffende Kennisdocumenten en aangetroffen functies. • Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes - dit is de winterperiode (15 oktober tot 1 april). • Voor het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient gecontroleerd te worden of de voorziening ‘leeg’ is. De kasten mogen alleen verwijderd worden op het moment dat er geen huismus, gierzwaluw of vleermuis aanwezig is in de kast. • De tijdelijke kasten dienen binnen de ontheffingsperiode verwijderd te worden. Indien dit niet het geval is, is vleermuisonderzoek benodigd om te beoordelen of de kast gebruikt wordt als verblijfplaats.
Indien de kast in gebruik is als verblijfplaats en deze ontheffing is verlopen, dient een nieuwe ontheffing te worden aangevraagd voor het verwijderen van de verblijfplaats. De voorschriften over het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen zijn opgelegd ter bescherming van de gewone dwergvleermuis. Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis niet in het geding door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.
3. Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij gevraagde ontheffing. De ontheffing wordt slechts voor de in het besluit genoemde soorten en beschreven activiteiten verleend. Deze ontheffing geldt alleen voor de activiteiten die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden. ODBN, Kenmerk
Pagina 11 van 13 Z/197498-356986
BIJLAGE 1. OVERZICHTSTEKENING VAN DE PLANLOCATIE
Figuur 1. Locatie schoolcomplex ‘Heilinde’, gelegen aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 te Sint Willebrord. De activiteiten vinden plaats binnen het groen omlijnde gebied. Het schoolcomplex ligt aan de Pastoor Bastiaansensingel en de Poppestraat, maar alleen het gebouw aan de Pastoor Bastiaansensingel is onderdeel van deze aanvraag.
ODBN, Kenmerk
Pagina 12 van 13 Z/197498-356986
BIJLAGE 2. MELDINGSFORMULIER START HANDELINGEN BESCHERMDE SOORTEN Meldingsformulier start handelingen ten aanzien van beschermde soorten Ontheffing Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten Gegevens Aanvraagnummer
Z/197498
Naam initiatief
Sloop en nieuwbouw schoolcomplex
Ontheffingsperiode
voor de periode tot en met 1 november 2028
Ontheffinghouder Naam aanvrager Adres PC-Woonplaats Gegevens werkzaamheden:
Borgesiusstichting …………………………………………………………………………………………………………. …………………………………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………………………………….
Contactpersoon uitvoering …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden Telefoonnummer (vast) …………………………………………………………………………………………………………… Telefoonnummer (mobiel)
……………………………………………………………………………………………………………
Ecoloog betrokken bij ………………………………………………………………………………………………………….. uitvoering Locatie(s) werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… Datum gereedkomen compensatiemaatregelen Datum start werkzaamheden Overzicht planning werkzaamheden
…………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………
Dit formulier dient zodra de aanvang van de handelingen met betrekking tot beschermde soorten bekend is, doch uiterlijk 2 weken van tevoren, te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord Retouradres Omgevingsdienst Brabant Noord Email: info@odbn.nl
ODBN, Kenmerk
Pagina 13 van 13 Z/197498-356986
KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, Borgesiusstichting, Pastoor Bastiaansensingel 21, 4711 EC te Sint Willebrord, Z/197498 Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij op 8 september 2023 een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming hebben verleend (kenmerk: Z/197498-356986) aan Borgesiusstichting, Markt 32, 4731 HP te Oudenbosch, voor de sloop van het schoolcomplex ‘Heilinde’ ten behoeve van de nieuwbouw van een schoolcomplex, uit te voeren aan de Pastoor Bastiaansensingel 21, 4711 EC te Sint Willebrord, in de gemeente Rucphen. De ontheffing is geldig voor de periode tot en met 1 november 2028. De aanvraag, het besluit en de bijbehorende stukken liggen vanaf 12 september 2023 tot en met 23 oktober 2023 6 weken ter inzage bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), telefoonnummer (088) 743 00 00. Voor inzage in de bijbehorende stukken dient een afspraak gemaakt te worden. Het besluit is digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl of te vinden op de website www.officielebekendmakingen.nl. Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft.
Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een DigiD-inlogcode nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken. U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden.
Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht). Aan deze procedure is het kenmerk Z/197498 gekoppeld. Wij verzoeken u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden.
's-Hertogenbosch, september 2023