CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09b Omgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti bijlage 10 bij toelichting aanvullend on

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 27 mei 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel TAM-omgevingsplan St.Willebrord-Maria Goretti en grondexploitatie3.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek ecologie Pastoor Bastiaansensingel 21 te Sint Willebrord Aanvullend onderzoek naar huismus en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Status:

Definitief

Project:

2022-0265

Datum:

18 oktober 2022

Samensteller:

ir. L. Davids

Collegiale toets:

ing. M.A. Brinkbaumer

Opdrachtgever:

Laride B.V.

Contactpersoon:

J. Bos

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel

4

1.3

Beschrijving plangebied

5

1.4

Voorgenomen werkzaamheden

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten

6

1.6

Kader Wet natuurbescherming

6

2 Methode onderzoek

7

2.1

Theoretisch kader

7

2.2

Praktische uitvoering

7

2.3

Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes

8

2.4

Veldbezoeken

9

2.5

Specifieke omstandigheden

9

3 Resultaten

10

3.1

Huismus

10

3.2

Vleermuizen

11

3.3

Overige soorten

12

4 Conclusie

14

4.1

Huismus

14

4.2

Vleermuizen

14

4.3

Overige soorten

14

4.4

Samenvatting

15

4.5

Vervolgstappen

15

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 en Poppestraat 48 te Sint Willebrord zijn meerdere schoolgebouwen gesitueerd. Borgesiusstichting is voornemens de bestaande schoolgebouwen op de planlocatie te slopen ten behoeve van de realisatie van een nieuw schoolbouwcomplex (figuur 1.1).

Figuur 1.1

Het plangebied is gelegen aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 en Poppestraat 48 te Sint Willebrord.

Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Davids, 2022). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels (huismus) en vleermuisverblijfplaatsen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Laride B.V. heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.

1.2

Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn huismus en vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?

4

1.3

Beschrijving plangebied Het plangebied betreft een schoolterrein met meerdere gebouwen te Sint Willebrord (figuur 1.1). De bebouwing is opgetrokken uit gemetselde muren met spouw en plat bitumen daken. Eén schoolgebouw beschikt over een dakpannen dak (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Davids, 2022).

Figuur 1.2 De bebouwing in het plangebied betreft meerdere schoolgebouwen.

1.4

Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om de alle bestaande bebouwing te slopen ten behoeve van de realisatie van een nieuw schoolbouwcomplex. Tevens worden er mogelijk bomen gekapt. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • mogelijk kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Davids, 2022) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties en/of vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd. Tabel 1.1

Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Davids, 2022).

Soortgroep

Onderzoek nodig

Bescherming Wnb

Ja

art. 3.5

Verblijfplaatsen

Ja

Art. 3.1

Nestlocaties en leefgebied

Mogelijke functie plangebied

Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4) Huismus Vogels (Algemeen en cat. 5)

Tabel 1.2

Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen (Davids, 2022).

Vleermuissoort

1.6

Zomer

Kraam

Paar

Massawinter

Gewone dwergvleermuis

Ja

Ja

Ja

Ja

Ruige dwergvleermuis

Ja

Nee

Ja

Nee

Laatvlieger

Ja

Ja

Ja

Nee

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de huismus valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.1 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Wnb, art. 3.5 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Aannemelijk zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.

6

2 Methode onderzoek 2.1

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1

Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol.

Soort Huismus

Cat. 5 vogels Algemene broedvogels

Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen

Type Nest Leefgebied

Periode

Omschrijving

1 april t/m 15 mei

2 veldbezoeken, idealiter in de ochtend. Inventariseren van baltsende mannetjes, nestbezoeken en het gebruik van leefgebied. De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.

Nest

Kraam

15 mei t/m 15 juli

Zomer

15 april t/m 15 aug.

Paar

15 aug. t/m 30 sep.

Winter

1 aug. t/m 10 sep.

Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren).

2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd.

7

Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd. Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van baltsende mannetjes, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen bij de nestlocaties. Voor huismus geldt dat strategische punten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen.

Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment.

Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke nesten en/of verblijfplaatsen te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.

2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes Het huismusonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker. T Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Deze type zijn heterodyne en D-240x heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden.

8

2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2

Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.

Veldbezoek

Functie

Huismus 1

Nest Leefgebied

Huismus 2

Aantal

Datum

Zon

Tijd

Weersomstandigheden

1

11-04-2022

06.55

07.30-09.30

1/8, droog, 1-2 Bft, 3˚C

Nest Leefgebied

1

26-04-2022

06.25

07.00-09.00

8/8, droog, 1-2 Bft, 7˚C

Vleermuis 1

Kraam + zomer

3

11-05-2022

05.55

03.55-06.00

8/8, droog, 1-2 Bft, 16˚C

Vleermuis 2

Kraam + zomer

3

02-06-2022

21.50

21.50-00.00

1/8, droog, 1-2 Bft, 16˚C

Vleermuis 3

Kraam + zomer

2

08-07-2022

22.00

22.00-00.00

2/8, droog, 1-2 Bft, 19˚C

Vleermuis 4

Kraam + zomer

2

14-07-2022

05.35

03.35-05.35

1/8, droog, 1-2 Bft, 14˚C

Vleermuis 5

Paar + winter

1

17-08-2022

21.00

23.00-02.00

3/8, droog, 1-2 Bft, 18˚C

Vleermuis 6

Paar + winter

1

09-09-2022

20.10

23.00-02.00

7/8, miezer, 2-3 Bft, 17˚C

pers.

2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Op 14 juli is er een additioneel onderzoek uitgevoerd aangezien er onverhoopt bij het voorgaande bezoek op 8 juli geen toegang tot de planlocatie verleend kon worden. Door een additioneel veldbezoek uit te voeren voldoet het onderzoek alsnog aan de richtlijnen zoals benoemd in het vleermuisprotocol.

9

3 Resultaten 3.1

Huismus Per veldbezoek zijn in totaal circa 10 huismussen waargenomen. De huismussen zijn verspreid door het onderzoeksgebied waargenomen. Gezien het aantal waarnemingen van huismussen is er sprake van een gemiddelde populatie binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied (klein < 10 paar, gemiddeld 10-25 paar, groot > 25 paar). Gedurende het onderzoek zijn 15 nesten van de huismus vastgesteld. Al deze nesten bevinden zich buiten het plangebied en worden derhalve niet weggenomen ten gevolge van de beoogde ingreep. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 worden de aangetroffen nestlocaties weergeven. Het waargenomen functionele leefgebied van huismussen is verspreid aanwezig. Op deze plaats zijn een afwisseling van stofplekken, inheems groen en enkele grote bomen, groenblijvende struiken en planten, water en voedsel aanwezig. In figuur 3.1 wordt weergeven welke delen van het onderzoeksgebied veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren. Het gedefinieerde functioneel leefgebied is niet van essentieel belang voor het functioneren van nestlocaties van huismussen. Ten gevolge van de beoogde ingreep wordt dit functioneel leefgebied niet weggenomen. Tabel 3.1

Locaties van de aangetroffen huismusnesten.

Woonblok

Aantal nesten

Plangebied

Omschrijving

Dahliastraat 6, 19, 22, 27, 27a, 28a en 50

9

Buiten

Zingende mannetjes op dakvoet en nestbetreding

Rozenstraat 86 en 88

2

Buiten

Via losliggende dakpannen in het dakvlak

Smidshof

1

Buiten

Nestkast

Smidsstraat 9 en 12

3

Buiten

Zingende man dakvoet en nestbetreding via losse dakpan

Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties en leefgebied van huismussen binnen het onderzoeksgebied. 10

3.2 Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes is alleen de gewone dwergvleermuis waargenomen in het onderzoeksgebied (tabel 3.2). Tabel 3.2

Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.3 en figuur 3.2. Aantal individuen

Veldbezoek

Soort

Vleermuis 1

Gewone dwergvleermuis

1

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

4

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

3

Overvliegend

Gewone dwergvleermuis

1

Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x

Gewone dwergvleermuis

7

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

1

Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x

Gewone dwergvleermuis

5

Overvliegend

Gewone dwergvleermuis

1

Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x

Vleermuis 5

Gewone dwergvleermuis

5

Baltsende mannetjes

Vleermuis 6

Gewone dwergvleermuis

2

Baltsende mannetjes

Vleermuis 2

Vleermuis 3 Vleermuis 4

Gedrag en verblijfplaatsen

Gedurende het vleermuisonderzoek zijn 3 vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Hiervan zijn er 2 vleermuisverblijfplaatsen aanwezig binnen het plangebied en de overige vleermuisverblijfplaats is aangetroffen buiten het plangebied. Binnen het plangebied is sprake van zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis (figuur 3.3). De exacte vindplaats van de vleermuisverblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.3 en in figuur 3.2. Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of essentieel foerageergebied vastgesteld. De waargenomen individuen verspreiden zich nabij de bebouwing diffuus door het onderzoeksgebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute. De werkzaamheden hebben geen invloed op een mogelijke vliegroute of foerageergebied (Davids, 2022). De resultaten van het vleermuisonderzoek onderschrijven deze beoordeling. Tabel 3.3

Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

Adres

Soort

Pastoor Bastiaansensingel 21

Gewone dwergvleermuis

Poppestraat 49

Gewone dwergvleermuis

Functie

Plangebied

Omschrijving

Zomer

Binnen

1 individu uitvliegend via stootvoeg en 1 via daklijst

Zomer

Buiten

1 individu invliegend via kantpan

11

Figuur 3.2 Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

Figuur 3.3 Foto van de vleermuisverblijfplaatsen aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 te Sint Willebrord.

3.3 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: ekster, houtduif, kauw, koolmees, merel en spreeuw. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. In enkele gevallen zijn nesten of verblijfplaatsen van deze soorten waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.4. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen.

12

Figuur 3.4 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van algemene broedvogels en vogels die vallen onder cat. 5.

13

4 Conclusie 4.1

Huismus In april 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 te Sint Willebrord. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied nesten van huismus aanwezig zijn. Hierbij zijn geen huismusnesten vastgesteld binnen het plangebied. De beoogde ontwikkeling resulteert derhalve niet in het wegnemen van huismusnesten. De beoogde ingreep leidt ten aanzien van de huismus niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de huismus is derhalve niet noodzakelijk.

4.2 Vleermuizen In de periode mei-september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 te Sint Willebrord. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn 2 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het schoolgebouw te noorden van het plangebied een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als zomerverblijfplaats. Deze verblijfplaatsen worden bij de beoogde ingreep weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde sloop van het noordelijk gelegen schoolgebouw leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen 2 verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens het schoolgebouw met vleermuisverblijfplaatsen gesloopt kan worden.

4.3 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Binnen het plangebied is een houtduif- en kauwennest vastgesteld. Er zijn geen nesten van cat. 5 soorten aanwezig binnen het plangebied. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

14

4.4 Samenvatting Tabel 4.1

Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

Soort

Type

Aantal wegnemen

Aantal behouden

Bescherming Wnb

Ontheffing nodig

Huismus

Nest

0

15

Art. 3.1

Nee

Gewone dwergvleermuis

Zomer

2

1

Art. 3.5

Ja

Nesten broedvogels en cat. 5 vogels

Kauw

1

0

Art. 3.1

Nee

4.5 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (tabel 4.1). Conform de relevante wetteksten en Kennisdocumenten wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang (Wnb, art. 3.8, lid 5b); 2. Voor de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing (Wnb, art. 3.8, lid 5a); 3. De staat van instandhouding van de soort blijft gewaarborgd (Wnb, art. 3.8, lid 5c); 4. Bepaal compensatie en mitigatie (Wnb, art. 3.8, lid 5c). Een ontheffingsaanvraag Wnb is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de ingreep geen wettelijk belang kent of indien de staat van instandhouding van de aanwezige soorten in het geding komt kan een ontheffing Wnb mogelijk geweigerd worden. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om een ontheffingsaanvraag Wnb te beoordelen. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.

Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.

15

Bronvermelding Davids, L., 2022. Quickscan Wnb Pastoor Bastiaansensingel 21 te Sint Willebrord. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.

Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)

16

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16935321/1