CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09b 2 Toelichting

gemeenteraad 15 mei 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Kom Schijf, Pastoor van Eekelenstraat ong. naast nr. 5 te Schijf'20.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Beoordeling Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. In onderhavige situatie is er sprake van de realisatie van één woning. Een dergelijke activiteit wordt niet genoemd op de C-lijst. Het bouwen van woningen komt wel voor op de D-lijst, onder categorie D11.2, ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Bij een dergelijke activiteit is er sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit indien de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer omvat; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het initiatief heeft slechts betrekking op de realisatie van één woning. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ruimschoots onder de gestelde grenswaarde uit de D-lijst ligt, zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er geldt derhalve geen verplichting tot het uitvoeren van een formele m.e.r.-beoordeling, waardoor enkel een vormvrije m.e.r.-beoordeling resteert. Middels de toetsing aan de overige milieuaspecten in dit hoofdstuk heeft

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 44/53

een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden. Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 45/53

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 46/53

5

Juridische plantoelichting

5.1 Inleiding Dit hoofdstuk bespreekt de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt centraal gestaan dat er een regeling geboden wordt die de ontwikkeling van het plangebied mogelijk maakt. 5.2 Opbouw van de regels Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de gewenste functies. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: • inleidende regels; • bestemmingsregels; • algemene regels; • overgangs- en slotregels. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan. 5.3 Regels Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Artikel 1 Begrippen In het eerste artikel, ‘begrippen’, worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Voor sommige begrippen worden in de SVBP en Bor omschrijvingen gegeven. Deze zijn overgenomen. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de ‘wijze van meten’ uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de ‘wijze van meten’ worden in de SVBP richtlijnen gegeven die zijn overgenomen in dit plan.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 47/53

Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Artikel 3 Tuin De gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen, erven en verhardingen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van aangrenzende hoofdgebouwen worden gebouwd. In de regels zijn nadere bouwregels gegeven voor deze uitbreidingen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 4 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met per woning de huisvesting van één huishouding, en wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Artikel 5 Waarde – Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor de instandhouding, bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden voorkomend in de dorpskern van Schijf. Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen.

Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen aan plaatsing van gebouwen, de dakhelling van hellende dakvlakken en de nokrichting en de plaatsing en vormgeving van andere bouwwerken. Deze eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Het gebruik van gronden, gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie is expliciet uitgesloten.

In artikel 8.2.1 is tevens ter plaatse van de (voormalige) bedrijfsbestemming een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is bepaald dat het gebruik volgens de bestemmingen, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting De Berg 10', alleen is toegestaan indien binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de volgende verplichtingen: • bouwwerken, zonder directe constructieve verbinding met of bouwkundig onderdeel van het bestaande bijbehorende bouwwerk, worden gesloopt; • het asbestdak van de bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd; • de schoorsteen op dit bouwwerk wordt verwijderd. Indien niet aan deze verplichtingen wordt voldaan is het als zodanig gebruiken van de gronden in strijd met deze bestemmingen.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 48/53

Artikel 9 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen binnen op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduidingen. De volgende aanduidingen komen in het bestemmingsplan voor: • Voor de zone ‘25-jaarszone kwetsbaar’ rondom het waterwingebied is de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – 25 jaarszone kwetsbaar’ opgenomen met daaraan gekoppeld een beperkte bouwregeling en een omgevingsvergunningstelsel ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater; • Voor de ‘boringvrije zone’ rondom het waterwingebied is de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – boringvrije zone’ opgenomen met daaraan gekoppeld een omgevingsvergunningstelsel eveneens ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater; • Voor het radarverstoringsgebied is de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radar 2’ opgenomen met daaraan gekoppeld een beperkte bouwregeling (bouwhoogte beperkt tot 113 meter boven NAP); Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn enkele algemene afwijkingen opgenomen. Ten eerste is er een afwijkingsbevoegdheid volgens de Wabo opgenomen betreffende het overschrijden van de in het plan opgenomen maatvoeringen met maximaal 10%. Daarnaast is er een afwijking opgenomen voor het oprichten van antennes en masten tot 15 meter hoog én voor erkers, balkons en luifels.

De afwijkingen zijn enkel mogelijk indien er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de samenhang in straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. Ook zijn geringe afwijkingen mogelijk, die in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de bestemming niet wijzigt en een bouwgrens maximaal 2,50 meter verschuift. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsregel opgenomen voor geringe afwijkingen die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, geen gebouwen zijnde of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Artikel 12 Overige regels In dit artikel is een parkeerregeling opgenomen die ziet op het voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied. Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: Artikel 13 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet.

Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot. Dit artikel is in overeenstemming met het bepaalde in de Wro. Een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen om in te springen op onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 14 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Kom Schijf, Pastoor van Eekelenstraat ong. naast nr. 5 te Schijf".

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 49/53

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 50/53

6

Economische uitvoerbaarheid

6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan. 6.2 Toepassing Grondexploitatiewet De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. 6.3 Economische uitvoerbaarheid Het plan wordt op particulier initiatief gerealiseerd.

De kosten in verband met de realisatie van het project zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. Het verhaal van kosten van grondexploitatie wordt anderszins verzekerd middels het sluiten van een anterieure overeenkomst en het verhalen van kosten via leges. Gelet hierop geldt geen verplichting tot het maken van een exploitatieplan. De gemeente gaat door het sluiten van een anterieure exploitatieovereenkomst als bedoeld in afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening over tot verhaal van plankosten op initiatiefnemer. In de overeenkomst wordt ook het verhaal van planschadekosten geregeld. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het project en draagt geen financiële risico’s voor de realisatie.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 51/53

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 52/53

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1 Omgevingsdialoog De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het project maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Het is van belang dat de omgeving wordt geïnformeerd over de voorgenomen plannen. De te voeren omgevingsdialoog dient te gebeuren volgens de vastgestelde ‘Richtlijn omgevingsdialoog Rucphen’. Hiervan moet verslaglegging plaatsvinden en dient plaats te vinden vóórdat een voorontwerpplan in procedure zal worden gebracht. In het kader van onderhavige planontwikkeling heeft derhalve een omgevingsdialoog plaatsgevonden in de vorm van gesprekken met omwonenden. De voorgenomen plannen zijn positief ontvangen. De binnengekomen reacties en opmerkingen hebben geen aanleiding gevormd tot aanpassing van de plannen. Gelet op de privacywetgeving is in bijlage 6 een geanonimiseerd verslag van de omgevingsdialoog opgenomen. Het volledige verslag van de omgevingsdialoog is in bezit van de gemeente Rucphen. 7.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen.

Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om een voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen voor een inspraakperiode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerp bestemmingsplan heeft niet geleid tot (inhoudelijke) vooroverlegreacties. 7.3 Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de ter inzage termijn zijn er geen zienswijzen ingediend. Er zijn derhalve geen wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Ten behoeve van de vaststelling is enkel het stikstofdepositieonderzoek geactualiseerd conform meest recente Aerius-calculator (bijlage 3). De berekening heeft niet tot andere uitkomsten geleid. 7.4 Vaststelling Na de periode van tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan kan het bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad.

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 53/53

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

Bijlage 3 Stikstofdepositieonderzoek

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

Bijlage 4 Quickscan Wet natuurbescherming

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

Bijlage 5 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

Bijlage 6 Verslag omgevingsdialoog

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14134230/1