CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

09b 2 Toelichting

gemeenteraad 15 mei 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Kom Schijf, Pastoor van Eekelenstraat ong. naast nr. 5 te Schijf'20.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Bestemmingsplan Kom Schijf, Pastoor van Eekelenstraat ong. naast nr. 5 te Schijf

Datum: 19-03-2024 Status: vastgesteld

Bestemmingsplan Kom Schijf, Pastoor van Eekelenstraat ong. naast nr. 5 te Schijf

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen Breda - Eindhoven Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12

Gemeente Rucphen

info@avecodebondt.nl www.avecodebondt.nl

Toelichting

project

projectnummer projectleider

versie fase auteur

Bestemmingsplan Kom Schijf, Pastoor van Eekelenstraat ong. naast nr. 5 te Schijf 213735 Wilrik Hengstmengel

3.0 Vastgesteld bestemmingsplan Wilrik Hengstmengel

paraaf gecontroleerd

Toby van Baast MSc

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 2 2 4

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Planbeschrijving Inleiding Beschrijving huidige situatie Beschrijving beoogde situatie Verkeer & Parkeren

5 5 5 6 8

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 9 12 19

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

29 29 29 30 33 34 35 37 38 39 41 43 44

5 5.1 5.2 5.3

Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels

47 47 47 47

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

51 51 51 51

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Vooroverleg Zienswijzen

53 53 53 53

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

7.4

Vaststelling

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek Archeologisch onderzoek Stikstofdepositieonderzoek Quickscan Wet natuurbescherming Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verslag omgevingsdialoog

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

53

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Aanleiding Aan de Pastoor van Eekelenstraat (ten oosten van nummer 5) is sprake van een bestaand woonperceel behorend bij de woning aan De Berg 10. Het woonperceel is van een dusdanige omvang dat deze gesplitst kan worden met als doel de nieuwbouw van één vrijstaande woning op het afgesplitste perceel (op onderstaande afbeelding aangegeven met rode contour). Daarnaast is op de locatie De Berg 10 nog sprake van een bedrijfsbestemming, welke vanwege de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten in principe kan worden omgezet naar een woonbestemming en dus in planologisch opzicht weer kan worden betrokken bij het woonperceel op de locatie aan De Berg 10 (aangegeven met groene contour). De bestaande woning blijft hierbij onveranderd behouden en de bestaande bedrijfsbebouwing kan worden benut als bijbehorend bouwwerk bij de woning aan De Berg 10. Om de voorgenomen ontwikkeling te toetsen op planologische medewerking is in 2021 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Rucphen. Het verzoek heeft betrekking gehad op de realisatie van één vrijstaande woning aan de Pastoor van Eekelenstraat ongenummerd naast 5 én het wijzigen van de bestemming ‘bedrijf’ naar de bestemming ‘wonen’ aan De Berg 10.

In de collegevergadering van 15 februari 2022 is besloten om in beginsel onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de procedure voor een nieuw bestemmingsplan voor het mogelijk maken van het bouwplan. Ten behoeve van het planvoornemen heeft in juni 2022 een kadastrale grenswijziging plaatsgevonden. Het plangebied als gevolg van de kadastrale grenswijziging is op navolgende afbeelding weergeven.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Kom Schijf” na kadastrale grenswijziging. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 1/53

Doel Onderhavige ontwikkeling is gericht op het realiseren van een woning en het opheffen van een bedrijfsbestemming. Het vigerende bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Kom Schijf” van de gemeente Rucphen, zoals vastgesteld d.d. 6 februari 2013. De gronden binnen het plangebied kennen de bestemming ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Bedrijf’. Omdat een bouwvlak op het afgesplitste perceel ontbreekt is het niet mogelijk een extra woning toe te voegen aan de woningvoorraad. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk, waarbij gelijktijdig de bedrijfsbestemming kan worden omgezet in een nieuwe passende woonbestemming. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om het initiatief mogelijk te maken. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Pastoor van Eekelenstraat te Schijf. De gronden kennen een totale oppervlakte van circa 900 m2 en zijn kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie I, perceelnummers 1797 (ged.), 2192, 2193, 2194 en 2195 (ged.). Op navolgende afbeelding is de situering van het plangebied binnen de directe omgeving weergegeven. De directe omgeving van het plangebied kan hoofdzakelijk getypeerd worden als uniform woongebied binnen de kern van Schijf.

Ten oosten van het plangebied bevinden zich agrarische gronden met glastuinbouw.

Luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied is weergegeven binnen de rode en groene contouren. Bron: Cyclomedia Technology BV, 2022.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Kom Schijf” van de gemeente Rucphen, zoals vastgesteld d.d. 6 februari 2013. De gronden binnen het plangebied kennen de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Bedrijf’. Ook ligt op de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone - 25 jaarszone kwetsbaar’, ‘milieuzone - boringvrije zone’ en ‘vrijwaringszone - radar 2’ toegekend. Daarnaast vigeert het “Parapluplan parkeren en overgangsrecht Rucphen” van de gemeente Rucphen, zoals vastgesteld d.d. 13 december 2017.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 2/53

Beoordeling Op basis van het bestemmingsplan “Kom Schijf” zijn de voor 'Wonen' aangewezen gronden bestemd voor wonen, met per woning de huisvesting van één huishouding, wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, erven en verhardingen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en andere tot de bestemming behorende voorzieningen. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten voor zover die voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, verhardingen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. De voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor de instandhouding, bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden voorkomend in de dorpskern. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - 25 jaarszone kwetsbaar' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening.

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringvrije zone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar 2' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het radarverstoringsgebied van Vliegbasis Woensdrecht teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen. Binnen de woonbestemming mogen hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht. Gezien op het perceel met de woonbestemming een bouwvlak ontbreekt dient van het vigerende bestemmingsplan afgeweken te worden om de gewenste woning te kunnen realiseren. Gelijktijdig kan binnen dezelfde procedure de bedrijfsbestemming aan De Berg 10 worden gewijzigd in een nieuwe passende woonbestemming om de bestaande bedrijfsbebouwing te kunnen benutten als bijbehorend bouwwerk bij de bestaande woning ter plaatse. In het principebesluit is overwogen dat het wijzigen van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming passend is binnen de wijzigingsbevoegdheid van het bestemmingsplan.

Hierbij dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid in artikel 4.6.2 van het bestemmingsplan “Kom Schijf”: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen in 'Wonen' met 'Tuin', met dien verstande dat: • de regels behorende bij de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' van overeenkomstige toepassing zijn; • de te realiseren woning(en) passen binnen het geldende gemeentelijk woningbouwprogramma; • er aantoonbaar geen milieuhygiënische of overige belemmeringen zijn. Conform het principebesluit en de bestemming ‘Wonen’ van het bestemmingsplan “Kom Schijf” dient het bestaande bedrijfsgebouw, welke initiatiefnemer bij de woning aan De Berg 10 te Schijf wil betrekken als vrijstaand bijbehorend bouwwerk, gereduceerd te worden van circa 170 m2 naar 100 m2. Op 18 juli 2023 heeft het college echter aanvullend op het eerdere principebesluit besloten deze voorwaarde bij te stellen naar: “waar mogelijk een ‘aanbouwsel’ wat geen directe constructieve verbinding heeft met of bouwkundig onderdeel uitmaakt van de bestaande schuur/bestaand bijgebouw wordt er van afgehaald”. In het kader van de ruimtelijke kwaliteit wordt daarbij verzocht zo veel als mogelijk te slopen. De harde eis met maximum aantal vierkante meter komt echter te vervallen.

Bovendien wordt extra nadruk gelegd op de volgende voorwaarden voor medewerking aan de procedure: • asbestdak van bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd; • de schoorsteen op dit bouwwerk wordt verwijderd; • bedrijfsbestemming wordt volledig verwijderd.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 3/53

Door middel van een voorwaardelijke verplichting in onderhavig bestemmingsplan (artikel 8.2.1) ter plaatse van de (voormalige) bedrijfsbestemming kan de uitvoering van bovenstaande voorwaarden gewaarborgd worden. Conclusie Het planvoornemen is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.4 Leeswijzer In dit eerste hoofdstuk is een inleiding gegeven op het initiatief. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 bevat een verantwoording over de wijze waarop rekening is gehouden met de milieuplanologische uitvoeringsaspecten alsmede met de in het plangebied en omgeving voorkomende waarden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot worden in het laatste hoofdstuk de resultaten uit de planologische procedure weergegeven.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 4/53

2

Planbeschrijving

2.1 Inleiding Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. 2.2 Beschrijving huidige situatie Schijf Het plangebied ligt binnen de kern Schijf, met 1.635 inwoners de kleinste kern van de gemeente. De kern is ontstaan op een in oostelijke richting lopende uitloper van de hoge zandgronden. De ontwikkeling van de kern vond plaats in nauwe samenhang met de structuur van het omringende landschap. Kenmerkend voor de opbouw van Schijf is de spinachtige wegenstructuur met geconcentreerde bebouwing langs de belangrijkste weg van de kern: de Sint Antoniusstraat. Langs deze straat heeft de oudste bebouwing zich ontwikkeld tot een gesloten lintstructuur. De lintbebouwing langs de overige uitlopers was meer open van karakter. In deze laatste gevallen bestond en bestaat (gedeeltelijk) nog steeds een duidelijke relatie met het achterliggende gebied. Plangebied De gronden binnen het plangebied kennen een totale oppervlakte van circa 900 m2 en beslaan de kadastrale percelen bekend als gemeente Rucphen, sectie I, perceelnummers 1797 (ged.), 2192, 2193, 2194 en 2195 (ged.).

In de huidige situatie is het woonperceel aan de Pastoor van Eekelenstraat (ten oosten van nummer 5) in gebruik als tuin bij de woning aan De Berg 10. Het perceel met bedrijfsbestemming is in de huidige situatie niet meer in gebruik ten behoeve van bedrijvigheid. De voormalige bedrijfsactiviteiten (autoplaatwerkerij annex -spuiterij) zijn reeds beëindigd. De voormalige bedrijfsbebouwing binnen het perceel beslaat een oppervlakte van circa 171 m 2. Het overige deel van het perceel is volledig bestraat en als erf bij de woning in gebruik. De directe omgeving van het plangebied kan getypeerd worden als uniform woongebied binnen de kern van Schijf. Ten oosten van het plangebied bevinden zich agrarische gronden.

Aanzicht huidige situatie plangebied vanuit resp. oostelijke en noordelijke richting. Bron: Cyclomedia Technology BV, 2022.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 5/53

2.3 Beschrijving beoogde situatie Perceel I 2192 + 2193 In de beoogde situatie wordt ter plaatse aan de Pastoor van Eekelenstraat (naast nummer 5) een bouwvlak toegevoegd om één vrijstaande woning te realiseren conform onderstaand ontwerp. De resterende gronden binnen het perceel worden als tuin in gebruik genomen. Het ontwerp biedt inzicht in de situering van het hoofdgebouw binnen het perceel. De nieuwe woning wordt gerealiseerd in de gevelrooilijn van de overige woningen in de Pastoor van Eekelenstraat.

Perceelsindeling nieuwe woning aan de Pastoor van Eekelenstraat naast 5. Bron: Mathijssen Ontwerp, 2022.

Gevelbeelden nieuwe woning aan de Pastoor van Eekelenstraat naast 5. Bron: Mathijssen Ontwerp, 2022.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 6/53

Perceel I 1797 + 2194 In de beoogde situatie komt de huidige bedrijfsbestemming volledig te vervallen. In de toekomstige situatie is hierdoor aldus sprake van één uniforme woonfunctie aan De Berg 10. De bestaande woning blijft onveranderd behouden. De aanwezige voormalige bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van circa 171 m2 zal worden benut als bijbehorend bouwwerk bij de woning. Waar mogelijk wordt een “aanbouwsel” hiervan wat geen directe constructieve verbinding heeft met of bouwkundig onderdeel uitmaakt van de bestaande schuur/bestaand bijgebouw ervan afgehaald. Het asbestdak van bestaande schuur/bestaand bijgebouw wordt gesaneerd en de schoorsteen op dit bijgebouw wordt verwijderd. Hiertoe wordt met onderhavig bestemmingsplan ter plaatse van de (voormalige) bedrijfsbestemming een voorwaardelijke verplichting opgenomen (artikel 8.2.1). De overige gronden van het voormalige bedrijfsperceel zijn thans bestraat ten behoeve van een oprit en parkeerplaatsen bij de woning en blijven ook in de toekomstige situatie als erf bij de woning in gebruik. Op navolgende luchtfoto’s wordt een impressie gegeven van de situatie van het bedrijfsperceel aan De Berg 10.

Luchtfoto’s bedrijfsperceel plangebied. Bron: Cyclomedia Technology BV, 2022. .

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 7/53

2.4 Verkeer & Parkeren Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwe woning, dienen de verkeersgeneratiekengetallen te worden geraadpleegd. Deze zijn opgenomen in de 'Nota Parkeernormen 2017' van de gemeente Rucphen. Bij het te realiseren woningtypen 'Koop, vrijstaand' hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 7,9 per woning in de zone ‘Centrum’, waarin het plangebied is gelegen. Aangenomen kan worden dat de Pastoor van Eekelenstraat als erfontsluitingsweg minimaal 3.000 verkeersbewegingen per etmaal kan verwerken. Een toename van 7,9 vpe vanwege onderhavig planvoornemen vormt derhalve geen probleem ten aanzien van afwikkeling van verkeersstromen. Ten aanzien van de te vervallen bedrijfsbestemming geldt dat deze ontwikkeling niet gepaard gaat met een toename van de verkeersgeneratie. Op het perceel aan De Berg 10 is al een vrijstaande woning aanwezig en wordt de bestaande bedrijfsbebouwing enkel in gebruik genomen als bijbehorend bouwwerk bij deze woning. De garage was al enige tijd niet meer in gebruik ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten. Parkeren Met de inwerkingtreding van de "Reparatiewet BZK" op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling.

In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en/of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Door de gemeente Rucphen zijn in de ‘Nota Parkeernormen 2017 Rucphen’ (d.d. 31 mei 2017) parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicaties van het CROW. De Nota Parkeernormen Rucphen 2017 onderscheidt parkeernormen voor het gebied ‘Centrum’, ‘Overige bebouwde kom’ en ‘Buitengebied’. Blijkens de nota geldt dat voor de gehele bebouwde kom van Schijf aangesloten kan worden bij de normen zoals die gelden voor het gebied ‘Centrum’. De woning zal vallen binnen de categorie ‘Koop, vrijstaand’. Voor de woning is daarmee een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen van toepassing. Gelet op de omvang van het woonperceel is afdoende ruimte op eigen terrein beschikbaar om te voorzien in deze parkeereis.

Conform situatietekening (paragraaf 2.3) is in het ontwerp een (inpandige) garage met dubbele oprit opgenomen. Hiermee wordt voor 3 auto’s parkeervoorziening geboden. Op basis van de omrekentabel uit de Nota Parkeernormen Rucphen 2017 geldt hiervoor een berekeningsaantal van 1,8. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste parkeernorm. Bij nadere planuitwerking dient rekening gehouden te worden met de standaardbreedte van inritten (3,60 meter). Ten aanzien van de te vervallen bedrijfsbestemming geldt dat deze ontwikkeling niet gepaard gaat met een toename van de parkeerbehoefte. Op deze locatie wordt reeds geparkeerd op eigen terrein. Concluderend is sprake van een sluitende parkeerbalans.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 8/53

3

Beleidskader

3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk zijn de voor dit bestemmingsplan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen het geldende beleid. 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken.

Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk zijn. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Nationale Omgevingsvisie.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 9/53

3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Woensdrecht bedraagt 113 meter boven NAP.

In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de genoemde hoogtes. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation.

Ligging van het plangebied (rode marker) binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Daarnaast is het plangebied gelegen binnen het obstakelbeheergebied rondom Vliegbasis Woensdrecht. Dit gebied rond het luchtvaartterrein is een samenstelling van verschillende obstakelvlakken. De funnel en het Inner Horizontal and Conical Surface (IHCS) zijn beiden gekoppeld aan de ligging van de start- en landingsbaan ter waarborging van veilige vliegprocedures. Daarnaast zijn er vlakken die verband houden met het goed functioneren van het Instrument Landing System (ILS) en andere navigatiehulpmiddelen. Het plangebied is gelegen in de IHCS, een vlak rond de luchthaven waarvan de hoogte oploopt met het toenemen van de afstand tot het

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 10/53

luchtvaartterrein. Conform de aanduiding ‘vrijwaringszone - radar 2’ uit het vigerende bestemmingsplan geldt voor het plangebied een maximale bouwhoogte voor bouwwerken van 113 meter boven NAP in verband met deze IHCS. Met onderhavig planvoornemen wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation.

Ligging van het plangebied binnen het obstakelbeheergebied rondom Vliegbasis Woensdrecht. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling.

Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 11/53

norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling en conclusie Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e.

Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-oppervlakte groter dan 500 m2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het initiatief voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning aan de Pastoor van Eekelenstraat en het wijzigen van de bestemming ‘bedrijf’ naar de bestemming ‘wonen’ aan De Berg 10 om de voormalige bedrijfsbebouwing te kunnen benutten als bijbehorend bouwwerk bij de bestaande woning. Deze ontwikkeling is gelet op de kleinschalige omvang niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet verder te worden doorlopen.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 12/53

geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Beoordeling Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Hiermee kiest de provincie een blikveld dat enigszins boven het huidige initiatief uit stijgt. Het voorliggend initiatief is passend binnen de omgeving en zorgt voor een kwalitatieve verdichting van het bestaand stedelijk gebied. Dit past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling is relatief kleinschalig en betreft een inbreidingslocatie in het bestaand stedelijk gebied van Schijf. Het voornemen past binnen de kernwaarden zoals door de provincie Noord-Brabant zijn geformuleerd in haar Omgevingsvisie.

3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

Beoordeling Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het 'Stedelijk gebied'. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 13/53

Uitsnede kaartbeeld ‘stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De ligging van het plangebied is aangeduid met een rode marker. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Uitsnede kaartbeeld ‘grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. De ligging van het plangebied is aangeduid met een rode marker. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 14/53

Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied van Schijf betreft de realisatie van één vrijstaande woning aan de Pastoor van Eekelenstraat en het wijzigen van de bestemming ‘bedrijf’ naar de bestemming ‘wonen’ aan De Berg 10 om de thans aanwezige bedrijfsbebouwing te kunnen benutten als bijbehorend bouwwerk bij de bestaande woning.

Nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. In het eerste kwartaal van 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon- en Bouwagenda uitgebracht, met als kerndoelen: beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Hierin stelt het Rijk dat er landsdekkende regionale woondeals moeten komen. Op 9 maart 2023 is de regionale woondeal West-Brabant West ondertekend. De woondeal is voor de komende jaren de basis voor de volkshuisvestelijke opgave en komt in de plaats van het eerdere gemeentelijke woonbeleid. In de woondeal zijn afspraken gemaakt tussen rijk, provincie en de gemeenten Woensdrecht, Bergen op zoom, Roosendaal, Rucphen, Halderberge, Moerdijk en Steenbergen. Deze gemeenten vormen de regio West-Brabant West. De provinciale woningbouwopgave is als basis genomen en binnen de regio vertaald naar concrete locaties en afspraken over de versnelde uitvoering van de woningbouw en de betaalbaarheid van nieuwe woningen. Per gemeente wordt een deel van de regionale opgave opgepakt, passend bij de lokale opgave van de gemeente. De provincie Noord-Brabant heeft met de minister een handtekening gezet onder een totaal van 130.600 woningen in de periode t/m 2030.

Hiervan dienen 8.630 (netto) woningen te worden gerealiseerd in de Stedelijke Regio West-Brabant West. Elke gemeente neemt een evenwichtig aandeel op basis van het aantal inwoners. Zoals in de onderstaande tabel is te zien betreft de woningbouwopgave voor de gemeente Rucphen 475 woningen (netto) in de periode 2022-2030.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 15/53

Om de woningbouwopgave uit de bovenstaande tabel te realiseren, is het noodzakelijk om te beschikken over voldoende harde plancapaciteit. ‘Harde’ woningbouwplannen betreffen plannen waarvan het bestemmingsplan vastgesteld of onherroepelijk is. Binnen de gemeente Rucphen is momenteel sprake van een beschikbare harde plancapaciteit van 307 woningen.

Om de opgave van de gemeente Rucphen te behalen dienen ‘zachte’ woningbouwplannen omgezet te worden in ‘harde’ plannen. Binnen de woningbouwprogrammering bestaat derhalve voldoende ruimte om te voorzien in de toevoeging van één woning. Het voorliggende plan draagt derhalve bij aan het behalen van de doelstellingen uit de Woondeal West-Brabant West. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie en hergebruik van voormalige bedrijfsbebouwing. Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door een woning te realiseren binnen de kern van Schijf, alwaar voorzieningen te voet en per fiets te bereiken zijn. Daarnaast wordt door het opheffen van de bedrijfsbestemming een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving bevorderd. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD).

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 16/53

Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov. Artikel 3.11: Grondwaterbeschermingsgebied Toetsingskader Grondwaterbeschermingsgebieden liggen als een 'schil' om het waterwingebied heen. Voor de grondwaterbeschermingsgebieden geldt dat de kwaliteit van het grondwater bescherming vraagt. Daarom geldt binnen deze gebieden dat bij (het toelaten van een) ruimtelijke ontwikkeling een zorgvuldige afweging plaatsvindt dat de risico's voor de kwaliteit van het grondwater niet toenemen. Beoordeling Voor de grondwaterbeschermingsgebieden geldt dat de kwaliteit van het grondwater bescherming vraagt. Daarom geldt binnen deze gebieden dat in de regels geborgd moet zijn dat er bij (het toelaten van een) ruimtelijke ontwikkeling een zorgvuldige afweging plaatsvindt dat de risico's voor de kwaliteit van het grondwater niet toenemen. Onderhavig plan gaat uit van woningbouw. Voor woonfuncties geldt geen verhoogd risico op vervuiling van grondwater. Aspecten met betrekking tot de waterhuishouding binnen het plangebied worden verder behandeld in paragraaf 4.3. Conclusie De kwaliteit van het grondwater binnen het grondwaterbeschermingsgebied is gewaarborgd.

Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: 1. zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6); 2. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7); 3. meerwaardecreatie (art. 3.8). Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.

2.

de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: • nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; • er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 17/53

Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering: 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - Meerwaarderecreatie: 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a (artikel 3.6 - Zorgvuldig ruimtegebruik): a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake daar het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied is gelegen. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De ligging van de bebouwing binnen het perceel is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b (artikel 3.7 - Toepassing van de lagenbenadering): a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. Aangetoond wordt dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn; b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen.

De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2; c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Aangetoond wordt dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn op de bovenste laag. Voorwaarden ad c (artikel 3.8 – Meerwaardecreatie): Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan meerwaardecreatie door enerzijds te voorzien in de woningbouwopgave binnen

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 18/53

bestaand stedelijk gebied waardoor het buitengebied ontlast blijft. Anderzijds wordt op de planlocatie een nieuwe duurzame kwaliteitsimpuls geboden door middel van het opheffen van een bedrijfsbestemming binnen een verder uniform woongebied. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.5 t/m 3.8 Iov, waardoor geconcludeerd kan worden dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. 3.3.3 Omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader De Omgevingswet verplicht dat de provincie een omgevingsverordening vaststelt. De Brabantse Omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking. De wijzigingen ten opzichte van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de eisen die de Omgevingswet stelt aan de Omgevingsverordening. Verder is er een aantal andere inzichten verwerkt. Dit betreft de volgende onderwerpen: • Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen; • Er zijn regels opgenomen voor grondverzet in grondwaterbeschermingszones, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond; • De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast aan de Brabantse Bossenstrategie; • Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten.

Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit; • De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd; • Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd. Beoordeling en conclusie In de Omgevingsverordening zijn geen veranderingen voorzien in het beleid ten opzichte van onderhavig voornemen. Ook onder de Omgevingsverordening Noord-Brabant is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met het provinciale beleid. 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 Toetsingskader In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.

Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 't moet, naar samenwerking omdat 't loont. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: 1. Aantrekkelijk wonen; 2. Vrijetijdseconomie; 3. Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; 4. Overheidsparticipatie; 5. Regionale samenwerking.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 19/53

De gemeente Rucphen wil haar aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig en landelijk willen wonen, maar wel dichtbij (groot)stedelijke voorzieningen en werk. De gemeente Rucphen handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt. Zelf bouwen zit in de genen van de inwoners van de gemeente. (Collectief) particulier opdrachtgeverschap wordt dan ook gestimuleerd. Aandachtspunten bij (zelf)realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloopbestendigheid. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de bouw van een woning en het opheffen van een bedrijfsbestemming binnen een verder uniform woongebied waardoor vooral keuze 1 van belang is. Onderhavig planvoornemen voorziet in de toevoeging van één woning en betreft een particulier initiatief. Dit is passend binnen het uitgangspunt om mee te groeien met de samenleving en het stimuleren van particulier opdrachtgeverschap. De Toekomstvisie bevat verder geen specifieke ambities voor het plangebied of specifieke randvoorwaarden voor het planvoornemen. Conclusie Onderhavige ontwikkeling is passend binnen de kaders van de toekomstvisie Puur Rucphen 2030.

3.4.2 Omgevingsvisie Rucphen Toetsingskader De Omgevingsvisie van de gemeente Rucphen vervangt de Structuurvisie Rucphen 2030. Deze structuurvisie is sinds het opstellen niet meer aangepast en dus niet actueel. Anders dan bij de structuurvisie het geval was, wordt de omgevingsvisie regelmatig geactualiseerd. Bijvoorbeeld bij elke raadsperiode. Een ander verschil is dat in de omgevingsvisie álle ruimtelijke aspecten zijn meegenomen van álle beleidsterreinen. Dus ook van gezondheid, onderwijs, sport en veiligheid. Ook in de toekomst moet het prettig wonen, werken en recreëren zijn in de gemeente Rucphen. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties wordt daarom gewerkt aan een gezonde, veilige en duurzame toekomst. Er komen een hoop uitdagingen op ons af. We moeten meer en een andere type woningen bouwen, we willen onze dorpen levendig en aantrekkelijk houden en willen voldoende kansen blijven bieden voor ondernemers. Je kunt alleen klaar zijn voor de toekomst als je je goed voorbereid. De Omgevingsvisie Rucphen is daar de aanzet toe. In de omgevingsvisie wordt het toekomstbeeld beschreven aan de hand van de volgende drie ambities: duurzaam samenleven, ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding en prettig samenleven. Om deze ambities waar te maken zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1.

Het ontwikkelen van een gunstig ondernemersklimaat door ondernemers te faciliteren 2. Een omgeving die mensen uitnodigt om naar buiten te gaan en te bewegen 3. Door samenwerking worden de recreatieve mogelijkheden beter benut en uitgedragen 4. Aanpassen van de omgeving aan de veranderende weersomstandigheden 5. Vervangen van fossiele brandstoffen door alternatieve energiebronnen 6. Verminderen van de afvalproductie en verbetering van afvalscheiding 7. Een gezonde en veilige leefomgeving stimuleren 8. Versterken van een aantrekkelijke woonomgeving 9. Een aantrekkelijke gemeente voor jonge mensen zijn 10. De groeiende groep oudere mensen voelt zich thuis in de gemeente 11. Woningvoorraad flexibeler maken om sneller te reageren op een veranderende woningbehoefte

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 20/53

Beoordeling Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de bouw van een woning binnen de kern van Schijf. Hiermee wordt het dorp levendig en aantrekkelijk gehouden. Ten aanzien van het toevoegen van appartementen vormt de woonvisie het afwegingskader. Hieraan wordt in paragraaf 3.4.3 getoetst. Aan duurzaam samenleven wordt voorts invulling gegeven door middel van het realiseren van een gasloze woning en bouwen conform BENG-eisen. Met het opheffen van de bedrijfsbestemming wordt daarnaast een aantrekkelijke woonomgeving versterkt. Onderhavige ontwikkeling is gelet op maat en schaal passend binnen het huidige straatbeeld en de kern Schijf. Vanwege leefbaarheid en duurzaamheid wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tot slot getoetst aan de Beleidsregel groennorm gemeente Rucphen. Deze toetsing vindt plaats in paragraaf 3.4.8. Conclusie Onderhavige ontwikkeling is passend binnen de ambities en doelstellingen uit de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.4.3 Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 Toetsingskader In de Woonvisie 2020 - 2024 van de gemeente Rucphen wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid.

Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid/doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen. Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen groeit nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen. In de woonvisie wordt er vanuit gegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen. Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 100 nieuwbouwwoningen per jaar. Twintig procent van deze woningen is gewenst in het dure koopsegment van € 295.000,- en meer.

De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern. Voor de kern Schijf is de woningbouwambitie gesteld op in totaal 40 woningen.

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 21/53

Woningbehoefte naar prijssegment gesorteerd per kern. Bron: Woonvisie gemeente Rucphen 2020-2024. Beoordeling Met onderhavig initiatief wordt voorzien in één vrijstaande woning, passend binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen in Schijf en de gemeente Rucphen. Doorstromers in de gemeente zijn immers voornamelijk op zoek naar een grotere woning. Hieruit kan worden afgeleid dat, hoewel reeds sprake is van een groot aantal vrijstaande woningen in Schijf, de vraag naar dit type woning aanhoudt. Met onderhavig initiatief wordt tegemoetgekomen aan de vraag naar deze woningen, nu deze ziet op de realisatie van een vrijstaande woning. Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen de woonvisie van de gemeente Rucphen. 3.4.4 Groen R Groenbeleid Toetsingskader De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dat doen zij door meer, beter en bereikbaar groen. Hierbij spelen een groot aantal factoren een rol, zoals (be)leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteitsherstel, landbouw etc. Op basis van kansen en bedreigingen worden keuzes gemaakt in prioritering van uitvoer. Met Groen R streeft de gemeente de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen en landschap.

Wanneer het gaat om het behoud en versterken van het leefklimaat in de dorpen en het buitengebied is groen belangrijk. Dit geldt voor zowel mensen als dieren. Gemeente Rucphen is zich bewust van de bijdrage die groen levert aan een goede leefomgeving. Denk aan natuurwaarde, gezondheid, een betere luchtkwaliteit, klimaatadaptieve omgeving, recreatiewaarde, esthetische waarde, cultuurhistorische waarde en ook economische waarde. Groen biedt een plek voor ontmoeting en beweging en draagt bij aan een goed woon- en werkklimaat en een gezonde levensstijl. Bij het inpassen van bestaand groen en nieuw groen bij ontwikkelingen, tot het goed onderhouden, zodat groen volwassen wordt en bomen monumentaal. Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van groen ook lijkt, een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang. Dit groenbeleidsplan sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders (waaronder: Visie Groenbeleid 2008 en Groenstructuurplan gemeente Rucphen 2009). Om te komen tot Groen R zijn de zes bouwstenen van belang. De bouwstenen geven inzicht in de verschillende verschijningsvormen en relaties van groen. Het geeft per bouwsteen de huidige situatie weer en daarnaast ook de noodzakelijke opgaven. De bouwstenen in relatie tot groen zijn: identiteit, natuur, gezondheid, klimaatadaptatie, CO2 opgave en landbouw.

In de visie werkt de gemeente aan de verbinding en de verbetering van het groen in de kernen en het buitengebied, met als doel een sterke groenstructuur. De structuur moet bestaan uit een gevarieerd groenpalet van bloemen tot bomen, van rustige tot drukkere gebieden, van ecologisch groen tot speelgroen. Door het

datum referentie

19 maart 2024 213735_AdB_RAP_0002_v3.0

P 22/53

verbinden van groene gebieden ontstaan meer mogelijkheden voor dieren en voor planten om te leven en voor onze inwoners om daarvan te genieten. Geleidelijk ontstaat zo in de publieke (en in de private) buitenruimte een samenhangend groen netwerk. Die groenstructuur wordt gerealiseerd door waardevol groen te behouden, groen toe te voegen waar dat kan en groen zo aan te leggen dat het een meerwaarde heeft voor mensen en dieren. De gemeente Rucphen ontwikkelt de groene ruimte in de gemeente met aandacht voor gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn. Een ruimtelijke visie voor de hele gemeente die gebaseerd is op de ruimtelijke kenmerken en rekening houdt met dynamiek en ontwikkelingen binnen de gemeente. Het groenplan is niet per definitie een blauwdruk maar geeft richting aan ontwikkelingen in het groen, en biedt kaders voor nietgroenprojecten. Als er groene ruimtes worden toegevoegd, verbeterd, beheerd of ontworpen, doet de gemeente dat door het inzetten van een aantal principes die de basis vormen onder deze visie. Alle vier zijn ze gericht op het doel van een leefbare gemeente voor mens en dier. 1. We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; 2. We zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; 3. De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; 4. Aan groen werken we samen.

Beoordeling De visie Groen R gaat over de invulling van openbaar groen binnen de gemeente Rucphen. Het plangebied maakt geen deel uit van het openbaar gebied. Onderhavige ontwikkeling geeft geen aantasting aan de kwaliteit of kwantiteit van het groen in de gemeente Rucphen. Er zijn binnen het plangebied immers geen houtopstanden aanwezig en er worden geen relevante groenstructuren gekapt. De ontwikkeling heeft voorts geen invloed op in de omgeving gelegen groenstructuren. Het onderhavige initiatief betreft immers slechts een wijziging op perceelsniveau. Aan het Groenstructuurplan wordt in paragraaf 3.4.6 nader getoetst. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de Groen R groenbeleid van de gemeente Rucphen. 3.4.5 Visiedocument Groenbeleid Rucphen en Groene Kaart, 2008 Toetsingskader Het ‘Visiedocument Groenbeleid Rucphen’ beschrijft de waarden van groen voor luchtkwaliteit, speelruimte, economie, gezondheid, natuur, water, leefbaarheid en ruimtelijke waarde. Het rapport geeft verder aan dat de (beeld)kwaliteit van groen sterk afhankelijk is van het plan- en ontwerpproces van ruimtelijke projecten en dat daarom vroegtijdige afstemming noodzakelijk is. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied is het van belang dat knelpunten, zoals te weinig groen en een hoge parkeerdruk inzichtelijk worden gemaakt en daar rekening mee wordt gehouden in het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14134230/1