09b 2 Toelichting Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 2.1.0 -
Tabel 5: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S
S Diep
Indicatief
I
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
MINERALE OLIE minerale olie
µg/l
50
600
PAK naftaleen
µg/l
0,01
70
AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,2 4 7 0,2 6
30 150 1000 70 300
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN dichloorpropaan cis + trans-1,2-dichlooretheen 1,1-dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform) tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,8 0,01 0,01 0,01 6
Projectcode: 20221914
200 0,06 0,7 1,3 0,01 3,6 2,1 1,7 24
625 6 100 75 0,3 300 75 75 800
150
0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01
80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5
Bijlage 7: Toetsingskader
Toetsingskader land- en waterbodem inclusief PFAS Wet bodembescherming Genormeerde stoffen Voor de bepaling of (en in welke mate) een bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt tussen twee toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven sterke vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en/of plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb).
Voordat de meetwaarden van grond worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Bij de toetsing van grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 1 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de toetsingstabellen wordt de indexwaarde tussen haakjes achter de verhoogde parameter weergegeven. Tabel 1: Mate van bodemverontreiniging en weergave in toetsingstabellen Indexwaarde
Betekenis
<0
Geen verhogingen (schoon) Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde waarde lager is dan achtergrond- of streefwaarde. Er is sprake van een goede bodemkwaliteit en geen sprake van een verontreiniging.
>0 <0,5
Licht verhoogd Een indexwaarde tussen de 0 en 0,5 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde hoger is dan de achtergrond- of streefwaarde, maar (ver) onder de interventiewaarde ligt. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's.
>0,5 <1,0
Matig verhoogd Een indexwaarde tussen de 0,5 en 1,0 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Mogelijk is sprake van een ernstige verontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.
>T
>1,0
Sterk verhoogd Bij een indexwaarde boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
>I
Revisiedatum 21-04-2022
Weergave in toetsingstabellen
-
> AW of >S
Niet genormeerde stoffen In de Circulaire bodemsanering 2013 zijn geen streef- en interventiewaarden opgenomen voor individuele PFAS-parameters. Het RIVM heeft op 5 maart 2020 voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX INEV-waarden (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging) vastgesteld voor de grond en het grondwater. Met de INEV-waarden kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Indien sprake is van een ernstige bodemverontreiniging moet onderzocht worden of sprake is van onaanvaardbare risico’s voor mens en milieu. Blijkt na onderzoek dat dit het geval is, dan dienen maatregelen getroffen te worden om deze risico’s weg te nemen. Dat kan bijvoorbeeld door de bodem te saneren of maatregelen te nemen die de blootstelling van mensen en dieren aan PFAS verminderen. Als de gehalten onder de INEV-waarden blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. De Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging van het RIVM zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Risicogrenzen grond voor PFOS, PFOA en GenX Risicogrenzen grond en grondwater parameter
grond (µg/kg ds)
grondwater (µg/l) inclusief drinkwater
exclusief drinkwater
PFOS
110
0,20
56
PFOA
1100
0,39
170
GenX
97
0,66
140
Voordat de meetwaarden voor grond kunnen worden getoetst dienen deze op basis van het organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Mogelijk is sprake van een ernstige verontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.
Besluit bodemkwaliteit Genormeerde stoffen Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is van toepassing voor het vaststellen van de toepassingsmogelijkheden van vrijkomende grond en baggerspecie. De resultaten van een landbodemonderzoek kunnen indicatief getoetst worden aan het Bbk. Indien men een partij grond daadwerkelijk wil toepassen, is een partijkeuring conform AP04 noodzakelijk. Een waterbodemonderzoek is daarentegen wel een geldig bewijsmiddel voor het toepassen van grond en/of baggerspecie. Deze normering is in hoofdzaak gebaseerd op het onderscheid tussen het toepassen en verspreiden van grond en baggerspecie. De normering is te verdelen in grofweg drie klassen, ‘achtergrondwaarden’ (vrij toepasbaar/ verspreidbaar voor baggerspecie), ‘Maximale Waarden’ (waarbij eisen zijn gekoppeld aan de bodemfunctie) en de ‘Niet/nooit grens’ (sprake van onaanvaardbaar risico, niet toepasbaar/verspreidbaar) bepaald. Een lokale bodembeheerder kan per deelgebied en per stof zelf een specifiek toetsingskader opstellen (Lokale Maximale Waarden). Hiermee kan rekening gehouden worden met een specifieke verontreinigingssituatie en het daadwerkelijk gebruik van de bodem. Onderstaande figuren geven per kwaliteitsklasse aan welke normen er zijn.
Deze figuren zijn ontleend aan het document “Handreiking Besluit bodemkwaliteit” afkomstig van Bodem+ (Website van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). Elke kwaliteitsklasse is daarnaast gekoppeld aan de nummering van de testcode van BOTOVA-gevalideerde software.
Revisiedatum 21-04-2022
Figuur 1: Generieke normstelling voor het toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem (T1)
Figuur 2: Bepaling van de toepassingseis in het generieke kader. Na bepaling van de kwaliteit van grond of baggerspecie kunnen op basis van deze eisen de toepassingsmogelijkheden op landbodem bepaald worden. Wel dient dan ook de kwaliteit van de ontvangende bodem te worden bepaald.
Figuur 3: Generieke kader voor toepassing van baggerspecie in oppervlaktewaterlichaam (T3) of toepassing van grond in bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam (T4)
Figuur 4: Verspreiding van baggerspecie op het aangrenzend perceel (T5)
Revisiedatum 21-04-2022
Voor het verspreiden van baggerspecie over de aangrenzende percelen dient de baggerspecie te voldoen aan de ‘Maximale waarden’ voor verspreiden. Deze waarden zijn gebaseerd op de msPAF-toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen). Daarnaast mag de kwaliteit van de baggerspecie de interventiewaarden voor droge bodem niet overschrijden. Aanvullend gelden de volgende voorwaarden; ▪
▪ ▪ ▪
Voor onderhoudsspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Maximale Waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel geldt de ontvangstplicht voor zover het baggerspecie betreft die is verwijderd ten behoeve van een goede aan- en afvoer van water; De baggerspecie mag tot aan de perceelsgrens worden verspreid; Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem; De verspreiding over aangrenzende percelen hoeft niet te worden gemeld.
Figuur 5: Verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewaterlichaam (T6 respectievelijk T7)
Het verspreiden van baggerspecie in zoet oppervlaktewater is bedoeld om het watersysteem weer op orde te brengen. Getalsmatig is dit dezelfde norm als de grens tussen klasse A en B bij toepassen in oppervlaktewater. Voor het verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater geldt een andere normering dan bij verspreiden in zoet oppervlaktewater. Er vindt onder andere geen correctie plaats voor het bodemtype.
Revisiedatum 21-04-2022
Niet genormeerde stoffen Op 13 december 2021 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen van o.a. de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur) en PFOS (Perfluoroctaansulfonaat). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Toepassingen op de landbodem In het handelingskader PFAS zijn toepassingsnormen voor PFOA, PFOS en andere PFAS-verbindingen opgenomen. In tabel 3 zijn deze normen weergegeven. Voor toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is de toepassingseis gelijk aan de gebiedskwaliteit en als deze niet bekend gelijk aan de rapportagegrens (0,1 μg/kg). Het bevoegd gezag kan beargumenteerd andere (soepelere of strengere) waarden in het eigen bodembeleid opnemen. Tabel 3: Toepassingsnormen PFAS op landbodem Parameter (µg/kg ds)
PFOS (som) PFOA (som) Overige PFAS
Op landbodem Bodemfunctieklasse Landbouw/ Wonen natuur 1,4 3 1,9 7 1,4 3
Grootschalig toepassen
In GWBG
Industrie 3 7 3
3 7 3
0,1 0,1 0,1
Toepassingen op de waterbodem De toepassingseisen voor grond en baggerspecie op de waterbodem zijn bij de meeste toepassingssituaties hetzelfde (tabel 4). Het verspreiden van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam (stroomopwaarts of stroomafwaarts) of (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen is toegestaan, met uitzondering van puntbronnen of onverwachte hoge gehalten. Dat geldt ook bij het toepassen van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam. Bij het toepassen van grond en baggerspecie in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater geldt de voorwaarde dat in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object gelegen is. Voor het toepassen van baggerspecie en grond in de andere diepe plassen dan hierboven genoemd gelden de toepassingswaarden in de tabel enkel voor verondiepingen die al in uitvoering zijn. Tabel 4: Toepassingsnormen PFAS op waterbodem Op waterbodem Parameter (µg/kg ds)
Toepassen regionale wateren (uitgezonderd diepe plassen)
Toepassen in niet vrij liggende diepe plassen in open verbinding met rijkswater
Toepassen in vrijliggende diepe plassen en in niet vrijliggende plassen aan niet rijkswater
Rijkswater
Anders
PFOS (som)
3,7
1,1
3,7
1,1
PFOA (som)
0,8
0,8
0,8
0,8
Overige PFAS
0,8
0,8
0,8
0,8
Revisiedatum 21-04-2022
Bijlage 8: Omgevingsrapportage en vergunning
Past. van Eekelenstraat Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 16
-
30-03-2022
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Den Aanwas-Den Berg Bergakker 20 De Berg 10 Kaarten Disclaimer Toelich ng
Pagina 2 van 16
-
30-03-2022
Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de loca e op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminforma esysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een ui reksel hiervan.
Welke informa e bevat het bodeminforma esysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransac es en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis.
Geen informa e aanwezig Indien er in het bis geen informa e over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecer ficeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecer ficeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.
Loca es met historisch bodembedreigende ac viteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de loca es met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn a oms g uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informa e zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze loca es zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van loca es met de meest verdachte bodembedreigende ac viteiten en waar nog niet eerder Pagina 3 van 16
-
30-03-2022
bodemonderzoek hee plaatsgevonden, hee inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.
Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van so ware gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informa e aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informa e over de milieukwaliteit op de loca e: Overzicht loca egegevens Overzicht bodemonderzoeken Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informa e aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informa e over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de loca e”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de loca egegevens, de historische bodembedreigende ac viteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.
Toelich ng bij informa e over de bodemkwaliteit op de loca e Overzicht loca egegevens Onder deze paragraaf worden de loca egegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de loca egegevens worden ook de status van de bodemloca e, eventuele verontreinigingen en de vervolgac e aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de loca e zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende ac viteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn.
Pagina 4 van 16
-
30-03-2022
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informa e over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de loca e Idem als informa e over de bodemkwaliteit op de loca e maar dan binnen een straal van 25 meter rond de loca e.
Pagina 5 van 16
-
30-03-2022
Loca e: Den Aanwas-Den Berg Loca e Adres
Schijf
Loca ecode
AA084000303
Loca enaam
Den Aanwas-Den Berg
Plaats
Rucphen
Loca ecode bevoegd gezag WBB
NB084002076
Status Vervolg WBB
voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten Indica ef onderzoek
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Onverdacht/Niet verontreinigd
Is van voor 1987
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur
Opdrachtnummer Archief
01-02-1988
Indica ef onderzoek
Indica ef Onderzoek 1
Grontmij
Conclusie overheid
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende ac viteiten Voldoende onderzocht
Ac viteit
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
looi-extrac abriek
8888 8888 Nee
Onbekend
Nee
tapijt- en vloerkledenfabriek
8888 9999 Nee
Onbekend
Nee
Pagina 6 van 16
-
30-03-2022
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 7 van 16
-
30-03-2022
Loca e: Bergakker 20 Loca e Adres
Bergakker 20 4721AE SCHIJF
Loca ecode
AA084001067
Loca enaam
Bergakker 20
Plaats
Rucphen
Loca ecode bevoegd gezag WBB
NB084000603
Status Vervolg WBB
Uitvoeren historisch onderzoek
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Nee
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende ac viteiten Voldoende onderzocht
Ac viteit
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
onverdachte ac viteit
9999 9999 Nee
Nee
Onbekend
Nee
schildersbedrijf
1990 1993 Nee
Nee
Onbekend
Nee
verf- en 1990 1993 Nee verfwarendetailhandel
Nee
Onbekend
Nee
Pagina 8 van 16
-
30-03-2022
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 9 van 16
-
30-03-2022
Loca e: De Berg 10 Loca e Adres
De Berg 10 4721AH SCHIJF
Loca ecode
AA084001071
Loca enaam
De Berg 10
Plaats
Rucphen
Loca ecode bevoegd gezag WBB
NB084000607
Status Vervolg WBB
Uitvoeren historisch onderzoek
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende ac viteiten Ac viteit
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
autoplaatwerkerij annex -spuiterij
9999 9999 Nee
Nee
Onbekend
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 10 van 16
-
30-03-2022
Voldoende onderzocht Nee
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 11 van 16
-
30-03-2022
De informa e die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inscha ng van de situa e. Aangezien de informa e is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven met betrekking tot de actuele kwaliteit van grond en grondwater. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord – Brabant zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de prak jk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij a enderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekoms g eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht hee als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandsto anks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank.
De informa e uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten of diensten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situa e opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Ook al hee er op een loca e eerder bodemonderzoek plaatsgevonden is het niet uitgesloten dat de gemeente opnieuw bodemonderzoek eist. De aanwezige informa e kan verouderd zijn, ook kan er een onjuiste onderzoeksstrategie zijn toegepast.
Pagina 12 van 16
-
30-03-2022
Toelich ng Toelich ng op gebruikte terminologie
Uitleg begrippen bij deze rapportage De analyseresultaten in rela e tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsitua e. Op basis van hiervan wordt een loca e beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: Niet verontreinigd geen vervolg: Volgens de beschikbare informa e is de loca e niet verontreinigd, een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Erns g: Poten eel erns g. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een erns ge verontreiniging. Een loca e wordt ook als Pot. Erns g gekwalificeerd als er alleen bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden (historisch bodemonderzoek). De loca e is dan als het ware verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Urgent c.q. Spoedeisend: Poten eel urgent. Het vermoeden bestaat dat de erns ge verontreiniging risico"e;s vormt voor de gezondheid, ecologie en verspreiding. verontreinigd: Geen vervolg. Het vermoeden bestaat dat de loca e wel verontreinigd is maar er is geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek. Niet Erns g: Er is geen sprake van een erns ge bodemverontreiniging. Erns g, niet urgent c.q. Spoedeisend: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Er zijn geen gezondheids- , Ecologische en/ of verspreidingsrisico"e;s. Erns g, urgen e c.q.
spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgen e (risico"e;s) niet zijn vastgesteld. Erns g en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding.
Indien er op een loca e een geval van erns ge bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal a ankelijk van de situa e een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de loca e) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (ac viteiten):
Pagina 13 van 16
-
30-03-2022
Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evalua erapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respec evelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek en het opstellen van een Saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. Uitvoeren jdelijke beveiliging: Het plaatsen van jdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico"e;s van de verontreiniging terug te dringen. Uitvoeren (aanvullende) saneringsevalua e: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport. Uitvoeren ac eve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplich ngen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze ac viteiten zijn in een beschikking vastgelegd. Registra e restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente.
Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende ac viteiten. De loca e is bijvoorbeeld a oms g uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de loca e te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende ac viteit. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT of indica ef onderzoek: Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de loca e is een analy sch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indica ef bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).
Nulsitua e onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd hee wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Pagina 14 van 16
-
30-03-2022
Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de ves ging van bedrijven op een loca e die poten eel bodembedreigende ac viteiten uitvoeren. O.O.T. (Besluit Opslag Ondergrondse Tanks): Onderzoek dat wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich bij een ondergrondse brandsto ank verontreinigingen bevindt. Asbest in grond onderzoek (NEN 5707) Nader onderzoek: Onderzoek naar de groo e van de verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de urgen e (NTA 5755). Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planma ge beschrijving van de saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. Saneringsevalua e uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.
Analyseresultaten in conclusie De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van le ers en symbolen. De combina e hiervan gee aan of de bodem verontreinigd is of niet. De le ers hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). AW= Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Interven ewaarde
In feite geven de le ers een concentra eniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een ma ge bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interven ewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (interven es) noodzakelijk zijn. Als van één of meerdere stoffen de interven ewaarde wordt overschreden, Pagina 15 van 16
-
30-03-2022
is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico"e;s voor de volksgezondheid, ecologische risico"e;s en verspreidingsrisico"e;s bepalen de ernst en de urgen e c.q. spoedeisendheid van het geval.
Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Ac viteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschri en zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsins tuut voor Waterleidingsar kelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.
Pagina 16 van 16
-
30-03-2022