09a RB APV 2024 - Gemeente Rucphen
Tekst van het document
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 als er sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit en art. 2:12, eerste lid. Artikel 6:2 Toezichthouders 1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn, belast de als buitengewoon opsporingsambtenaar of –ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals bedoeld
41
in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en de ambtenaren van de Omgevingsdienst Middenen West-Brabant die vanuit hun functie belast zijn met toezicht en/ of handhaving. 2. Met het toezicht op naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn naast de in lid 1 genoemde personen belast de daartoe aangewezen ambtenaren van de afdeling Bestuur en Veiligheid en de afdeling Beheer en Ruimtelijke Ontwikkeling van de gemeente Rucphen. 3. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 4. Onverminderd het eerste tot en met het derde lid zijn de ambtenaren van politie binnen de eenheid Zeeland-West-Brabant, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Intrekking oude verordeningen De “APV gemeente Rucphen 2023” (besluit 8 maart 2023) wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: APV gemeente Rucphen 2024. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 13 december 2023 de griffier,
de voorzitter,
J.J.H. Lahaije.
mr. M. van der Meer Mohr.