09a Buitengebied Rucphen 2020 De Berg 5-7 te Schijf Regels 3
Tekst van het document
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5-7 te Schijf
Datum: december 2022 Status: ontwerp
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
6 15
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
16
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Agrarisch met waarden - Landschappelijk Groen - Landschapselement Wonen Leiding - Water Waarde - Archeologie Waarde - Cultuurhistorie
16 23 24 27 29 31
Hoofdstuk 3
Algemene regels
32
Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
32 33 35 36 38 39 40
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
41
Artikel 16 Artikel 17
Overgangsrecht Slotregel
41 42
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 3
4 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Regels
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5-7 te Schijf' met identificatienummer NL.IMRO.0840.9000B0055-ON01 van de gemeente Rucphen;
1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
abiotische waarden
het geheel van waarden in verband met het abiotisch milieu (= niet levende natuur), in de vorm van aardkundige en/of hydrologische kenmerken, zowel op zichzelf als in relatie tot de aanwezigheid of nabijheid van (ontwikkelingsmogelijkheden voor) een waardevol biotisch milieu (= levende natuur, gevormd door organismen en leefgemeenschappen);
1.6
afgewerkt bouwterrein
de gemiddelde hoogte van de omringende grond van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.7
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf;
1.8
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten;
1.9
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten;
1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.11
bed and breakfast
een kleinschalige overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf (maximumverblijfsduur zes aaneengesloten nachten) met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis. Hieronder wordt niet verstaan een overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Aanverwante voorzieningen, zoals speeltuintjes, stallingen, detailhandel, horeca en dergelijke zijn niet toegestaan;
1.12
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis daaronder niet begrepen;
6 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
1.13
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, een agrarisch bedrijf, een kantoor, een detailhandelsvoorziening, een horecavoorziening, een maatschappelijke voorziening, een voorziening voor cultuur en ontspanning, een dag- of verblijfsrecreatieve voorziening of een sportvoorziening;
1.14
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die dient voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet worden geacht;
1.15
beperkingen veehouderij
gebied waar de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen zijn beperkt;
1.16
bergbezinkbassin
ondergrondse voorziening om rioolwater te laten bezinken;
1.17
beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis
het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van bedrijvigheid waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door de bewoner van de woning als ondergeschikte activiteit in de woning of in een bijbehorend bouwwerk bij de woning wordt uitgeoefend;
1.18 a.
b.
bestaand:
bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, mits dat bouwwerk legaal tot stand is gekomen, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, mits dat gebruik legaal tot stand is gekomen, tenzij in de regels anders is bepaald;
1.19
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
1.20
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.21
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
1.22
bijgebouw
een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.23
boringsvrije zone
gebied rondom een waterwingebied waar zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken een aaneengesloten, slecht doorlaatbare kleilaag bevindt;
1.24
bos
elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (één of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding), landschap en extensieve recreatie;
1.25
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.26
bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 7
1.27
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.28
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel;
1.29
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.30
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.31
camping
een bedrijfsmatig geëxploiteerd terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van mobiele kampeermiddelen, stacaravans en/of vakantiebungalows ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
1.32
cultuurhistorische waarden en kenmerken
waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden;
1.33
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder tevens internetbedrijven worden verstaan waarbij producten ter plaatse bezichtigd, geretourneerd en/of afgehaald kunnen worden;
1.34
dierenverblijf
een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen;
1.35
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt;
1.36
erotisch getinte vermaaksindustrie
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;
1.37
extensieve (dag)recreatie
die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en paardrijden;
1.38
extensief recreatief medegebruik
recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met inbegrip van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden met wegbewijzering en rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair;
1.39
functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan;
1.40
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
8 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
1.41
gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;
1.42
geitenhouderij
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die gericht is op het houden van geiten;
1.43
hobbymatig houden van paarden
het niet bedrijfsmatig houden van paarden, zodat er geen sprake is van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, en niet is gericht op het generen van winst;
1.44
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.45
horecabedrijf
een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccomodaties, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;
1.46
huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen;
1.47
inwoning
twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;
1.48
kernrandzone
overgangsgebied, gelegen langs het bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand tot elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie;
1.49
kunstwerk
bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke;
1.50
landschappelijke inpassing
het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden, om zo te komen tot een landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing en/of gebruik die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap;
1.51
landschappelijke waarden
gebruikswaarde, natuurwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten;
1.52
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangegeven, waar een bepaalde maatvoering geldt;
1.53
mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 9
1.54
mestbewerking
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest;
1.55
minicamping
een camping met ten hoogste 25 recreatieve standplaatsen, waarop uitsluitend gelegenheid wordt gegeven voor het plaatsen van mobiele kampeermiddelen;
1.56
mobiel kampeermiddel
een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, bedoeld voor recreatief nachtverblijf;
1.57
nevenactiviteit
een ondergeschikte activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend;
1.58
nieuwvestiging
projectie van een al dan niet gekoppeld bouwvlak op een locatie die niet is voorzien van de aanduiding 'bouwvlak';
1.59
normaal onderhoud, gebruik en beheer
een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten in lijn met de bestemming dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt gehandhaafd;
1.60
nutsvoorziening
voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;
1.61
ondergeschikte activiteit
een activiteit van zeer beperkte beroepsmatige, bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft;
1.62
ondergeschikte detailhandel
detailhandel vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen detailhandel hebben en waarvan de detailhandelsfunctie aantoonbaar ondergeschikt en gelieerd is aan de hoofdfunctie, een en ander tot een maximum van 20% van de totale omzet en/of maximaal 20% van het totale bedrijfsoppervlak met een maximum winkelvloeroppervlak (WVO) van 100 m2;
1.63
overig agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt;
1.64
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.65
overkapping
een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden;
1.66
overkapping ten dienste van het bedrijf
een overkapping die ten dienste staat van de uitoefening van een bedrijf, een agrarisch bedrijf, een kantoor, een detailhandelsvoorziening, een horecavoorziening, een maatschappelijke voorziening, een voorziening voor cultuur en ontspanning, een dag- of verblijfsrecreatieve voorziening of een sportvoorziening;
10 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
1.67
paardenbak
een niet overdekt en al dan niet omsloten terrein, voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem, voor het africhten, trainen en berijden van paarden en het anderszins beoefenen van de paardensport;
1.68
paardenhouderij
een bedrijf waarvan de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak zijn gericht op het houden en fokken van paarden, het africhten, opleiden en trainen van paarden, het geven van instructies met paarden en/of het beoefenen van paardensport, nader te onderscheiden in: a.
b.
productiegerichte paardenhouderij: een overig agrarisch bedrijf, uitsluitend of in hoofdzaak gericht op het fokken van paarden, het houden/stallen van paarden en/of het africhten, opleiden en trainen van paarden, al dan niet in combinatie met het als nevenactiviteit geven van lessen en/of het verzorgen van instructies; voorbeelden van productiegerichte paardenhouderijen zijn een paardenfokkerij, een hengsten- en/of merriehouderij, een paardenmelkerij , een africhtingsstal, een trainingsstal, een handelsstal, een stalhouderij en een pensionstalling; gebruiksgerichte paardenhouderij/manege: een agrarisch verwant bedrijf, uitsluitend of in hoofdzaak gericht op het geven van instructies aan derden met gebruikmaking van paarden in eigendom van het bedrijf of eigen paarden, het beoefenen van de paardensport, het organiseren van hippische evenementen en/of het houden/stallen van paarden, alsook ondergeschikte horeca;
1.69
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
1.70 a. b.
peil
voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein;
1.71
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
1.72
raamprostitutie
een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
1.73
recreatie
het ondernemen van activiteiten voor diens plezier;
1.74
recreatieve bewoning
bewoning die plaatsvindt in het kader van weekend- en/of verblijfsrecreatie. Permanente bewoning en huisvesting van seizoensarbeiders is niet toegestaan;
1.75
recreatieve standplaats
een afgescheiden, gemarkeerde of anderszins aangegeven plaats op een camping of recreatiepark voor het plaatsen of geplaatst houden van één mobiel kampeermiddel, één stacaravan of één vakantiebungalow, eventuele bijzettentjes niet meegerekend;
1.76
recreatiewoning
een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning. Onderbouwen dan wel onderkelderen van een dergelijk gebouw is niet toegestaan;
1.77
seksautomatenhal
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven;
1.78
seksbioscoop en/of -theater
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 11
1.79
seksinrichting
de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.80
slopen
het al dan niet geheel afbreken van gebouwen en andere bouwwerken;
1.81
statische opslag
opslag van goederen die naar hun aard geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals auto's, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel en mag niet plaatsvinden voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf;
1.82
straatprostitutie
het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
1.83
teeltondersteunende voorzieningen
voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); nader te onderscheiden in: a.
b.
c.
voor wat betreft de duur van de oprichting: 1. permanente teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die op een locatie voor onbepaalde tijd worden gebruikt; 2. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie worden gebruikt zolang de teelt dit vereist tot een maximum van 6 maanden; voor wat betreft de hoogte: 1. lage teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m; 2. hoge teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van minimaal 1,5 m, hieronder niet begrepen teeltondersteunende kassen; en waarbij de volgende specifieke teeltondersteunende voorzieningen worden onderscheiden: 1. teeltondersteunende kas: een teeltondersteunende voorziening bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden, waaronder mede begrepen schuurkassen, alsmede tunnel- of boogkassen hoger dan 1,5 m; 2. boomteelthekken en boomteeltstokken: teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van hekken met afrastering om (vraat)schade aan gewassen door dieren te voorkomen, respectievelijk constructies die worden gebruikt voor het geleiden van bomen en gewassen;
1.84
theeschenkerij
kleinschalige dagrecreatieve horecavoorziening (inclusief terras) die uitsluitend tot hoofddoel heeft het tegen betaling verstrekken van niet-alcoholische dranken en kleine gerechten; het gebruik van ruimten voor feesten en partijen vallen hier niet onder;
12 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
1.85
toename van stikstofdepositie
Er is sprake van een toename van stikstofdepositie als de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: a.
b.
de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: 1. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in bijlage PM van deze regels; of 2. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in bijlage 3 van deze regels; indien geen sprake is van een vergunning als bedoeld onder a: de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken die in gebruik zijn bij het agrarisch bedrijf;
1.86
trekkershut
een kampeerhuisje bestaande uit één ruimte, zonder verdieping, waar maximaal 4 personen in kunnen overnachten;
1.87
uitvoeren
uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;
1.88
veehouderij
een agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en/of pelsdieren, nader te onderscheiden in: a.
b.
intensieve veehouderij: een veehouderij met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en waarvan de productie (nagenoeg) niet afhankelijk is van de bij het bedrijf behorende agrarische grond als productiemiddel, zoals een rundveemesterij, een varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier- of geitenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; niet-intensieve veehouderij: een veehouderij waarvan de productie (nagenoeg) geheel afhankelijk is van de bij het bedrijf behorende agrarische grond als productiemiddel, in die zin dat het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij;
en tevens nader te onderscheiden in: c.
d.
grondgebonden veehouderij: een veehouderij die voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid, zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; niet-grondgebonden veehouderij: een veehouderij die niet voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid, zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag;
1.89
verblijfsrecreatie
het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen;
1.90
verkoop eigen vervaardigde producten
verkoop van op het agrarisch bedrijf geproduceerde of gefokte producten, zoals een vleesverkoop, kaasmakerij of ijsmakerij;
1.91
verkoop streekeigen en biologische producten
verkoop van streekeigen of biologische producten die op ambachtelijke wijze zijn vervaardigd;
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 13
1.92
verkoopvloeroppervlakte
de voor het publiek detailhandel;
1.93
zichtbare
en
toegankelijke
(besloten)
winkelruimte
ten behoeve
van
de
vlaamse schuur
schuurtype dat in het westen en noordwesten van de provincie Noord-Brabant voorkomt;
1.94
(vollegronds)teeltbedrijf
een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen, met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt;
1.95
voorgevel
de gevel van een gebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;
1.96
vormverandering van een bouwvlak
wijziging van de begrenzing van een bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte;
1.97
waterberging
gebieden die integraal onderdeel uitmaken van het watersysteem en die periodiek vanuit het oppervlaktewatersysteem kunnen overstromen;
1.98
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop;
1.99
waterwinbedrijf
een bedrijf gericht op het winnen van water uit het waterwingebied met bijbehorende voorzieningen zoals een retentievijver, een onthardingsinstallatie en kalk-opslag;
1.100 weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan;
1.101 werk een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde;
1.102 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
1.103 zend-/ontvangstinstallatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
1.104 zorglandbouw de opvang van mensen met een zorgvraag binnen een agrarisch bouwvlak, hetzij als niet-agrarische nevenactiviteit, hetzij als vervolgfunctie, waarbij het meewerken op het agrarisch bedrijf of bij het kleinschalig houden van dieren en hiermee te vergelijken activiteiten een wezenlijk onderdeel is van revalidatie of therapie;
1.105 zorgvuldige veehouderij een veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.
14 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
Algemeen
2.1.1 afstanden van gebouwen onderling, alsmede afstanden van gebouwen tot de bouwperceelsgrens worden gemeten vanaf de zijgevel van een gebouw; 2.1.2 de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald; 2.1.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q.
de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen, zoals goten van dakkapellen, niet meegerekend; 2.1.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.7 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.8 de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.1.9 de verticale diepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals funderingen, rioleringen, kabels en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen
2.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bouwdelen als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons en overstekende daken worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen of in de regels bepaalde afstands- en hoogtematen maximaal 1 m bedraagt.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 15
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschappelijk
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Bestemming
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d.
e.
f.
g. h. i.
j.
agrarisch grondgebruik; de uitoefening van een (vollegronds)teeltbedrijf, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 1. 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', tevens een grondgebonden veehouderij is toegestaan; extensief recreatief medegebruik; verkoop van streekeigenproducten en/of biologische producten, waarbij in totaal maximaal 200 m² van de bestaande vloeroppervlakte van de bebouwing, daaronder niet begrepen de be- en verwerkingsruimte van de eigen producten, mag worden gebruikt voor de verkoop van zowel eigen vervaardigde producten als streekeigen en/of biologische producten; maximaal 5 recreatieve standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen of trekkershutten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat voor trekkershutten geldt dat: de trekkershut dient te bestaan uit één ruimte, zonder verdieping, waar maximaal 4 personen in kunnen overnachten; de oppervlakte per trekkershut maximaal 40 m² bedraagt; de bouwhoogte maximaal 3,5 m bedraagt ; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de abiotische, landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden en kenmerken, waaronder begrepen zandwegen en andere on- of halfverharde wegen; wonen in een bedrijfswoning, waarbij per bouwvlak één bedrijfswoning ten dienste van de agrarische bedrijfsvoering is toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van
agrarisch - dierenverblijf uitgesloten' is een dierenverblijf niet toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij': tevens de bescherming van natuur en woonconcentraties door het stellen van regels met betrekking tot de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen; groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
3.1.2
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. b.
gebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak
Binnen het bouwvlak mogen gebouwen en overkappingen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a.
b.
de oppervlakte aan gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' aangegeven maximum oppervlakte, met dien verstande dat wanneer geen oppervlakte is aangeduid, het bouwvlak geheel mag worden bebouwd; de afstand tussen gebouwen en overkappingen onderling, indien deze niet aaneengesloten zijn gebouwd, bedraagt minimaal 3 m.
Daarnaast gelden de in sub a tot en met sub c genoemde specifieke regels.
16 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
a Bedrijfsgebouwen
en overkappingen
ten dienste van het bedrijf
Bedrijfsgebouwen en overkappingen ten dienste van het bedrijf mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d.
de goothoogte bedraagt maximaal 6,5 m; de bouwhoogte bedraagt maximaal 11 m; de afstand tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; de afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 m;
met dien verstande dat: 1.
voor bedrijfsgebouwen en overkappingen bij veehouderijen tevens het bepaalde in sub b van toepassing is.
b. Bedrijfsgebouwen
en overkappingen
bij veehouderijen
In aanvulling op het bepaalde in sub a gelden voor het oprichten van bedrijfsgebouwen en overkappingen bij veehouderijen de volgende regels: a.
a.
uitbreiding van de bestaande oppervlakte bedrijfsgebouwen en overkappingen, niet zijnde dierverblijven ten dienste van het bedrijf is uitsluitend toegestaan, indien sprake is van een grondgebonden veehouderij; de gezamenlijke oppervlakte dierenverblijven mag niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de dierenverblijven die: 1. op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel 2. gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning;
c Bedrijfswoningen
met bijbehorende
bouwwerken
Bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
per bouwvlak is één bedrijfswoning toegestaan; de goothoogte van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 5,5 m; de bouwhoogte van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 9 m; de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m³; de dakhelling van een bedrijfswoning bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken minimaal 30° en maximaal 65°; de afstand van een bedrijfswoning tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 m; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 6 m; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 100 m²; bijbehorende bouwwerken worden opgericht op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde hiervan; de afstand van een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
a Binnen het bouwvlak Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen binnen het bouwvlak worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a.
bij de bedrijfswoning mag maximaal één zwembad worden opgericht, met dien verstande dat: 1. het zwembad wordt opgericht op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde hiervan; 2. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 5 m bedraagt; 3. de afstand tot de bedrijfswoning maximaal 20 m bedraagt; 4. het zwembad mag worden overkapt met een overkapping met een bouwhoogte van maximaal 1 m, met dien verstande dat de oppervlakte van deze overkapping niet meetelt bij het bepalen van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken als bedoeld in 4.2.1 sub e;
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 17
b. c. d. e.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; de bouwhoogte van teeltondersteunende voorzieningen bedraagt maximaal 4 m, met uitzondering van boomteeltstokken, waarvan de bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 12 m. voor bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde bij een niet-grondgebonden veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt, in aanvulling op het hiervóór bepaalde, dat de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde die: 1. op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel 2. gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.
b Buiten het bouwvlak Uitsluitend de volgende bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mogen buiten het bouwvlak worden opgericht: a. b. c. d. e.
f.
erf- en terreinafscheidingen ten behoeve van afrastering van het agrarisch grondgebruik, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m bedraagt; bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, ten behoeve van agrarisch gebruik, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, waarvan de bouwhoogte maximaal 1,5 m bedraagt; bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m bedraagt; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waarvan de bouwhoogte maximaal 4 m bedraagt; teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boomteelthekken, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,5 m bedraagt, en in de vorm van boomteeltstokken, waarvan de bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt; sleufsilo's ten behoeve van de opslag van ruwvoer in aansluiting op een bouwvlak met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', zijn toegestaan met dien verstande dat: 1. sleufsilo's buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan ten behoeve van een bedrijf dat vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer; 2. sleufsilo's buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan als binnen het bouwvlak geen ruimte meer aanwezig is voor sleufsilo's; 3. sleufsilo's buiten het bouwvlak zijn toegestaan tot een omvang zoals bepaald in lid 3.4.4 sub h; 4.
de bouwhoogte van sleufsilo's buiten het bouwvlak maximaal 2,5 m bedraagt;
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Vergroting oppervlakte dierenverblijven bij veehouderijen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 sub b voor het toestaan van een grotere oppervlakte van dierenverblijven bij een veehouderij, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.
f.
het vergroten van de toegestane oppervlakte van dierenverblijven voor het houden van geiten niet is toegestaan; vergroting van de oppervlakte van dierenverblijven ter plaatse van de aanduiding 'overige zone beperkingen veehouderij' uitsluitend kan worden toegestaan voor een grondgebonden veehouderij; vergroting van de oppervlakte van dierenverblijven niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - dierenverblijf'; vergroting van de oppervlakte van dierenverblijven uitsluitend kan worden toegestaan indien geen sprake is van een toename van stikstofdepositie; maatregelen dienen te worden getroffen en in stand dienen te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de volgende aspecten inpasbaar dient te zijn in de omgeving:
18 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
1.
g.
h.
de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie daarvan, gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid; 2. de op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur; aangetoond dient te zijn dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; een zorgvuldige dialoog dient te zijn gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Specifiek gebruik
In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1.1 is tevens ondergeschikt aan deze bestemming toegestaan: a.
het gebruik van bestaande bebouwing voor het bouwen van een carnavals- of corsowagen, met dien verstande dat de bebouwing toebehoort aan een bestaand agrarisch bedrijf;
3.4.2
Gebruiksregels veehouderijen
Voor veehouderijen gelden de volgende gebruiksregels: a.
b. c. d.
binnen gebouwen mogen dieren - al dan niet in hokken- alleen op de grond gehouden worden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; een gebruikswijziging van gebouwen die niet in gebruik zijn als dierenverblijf, gericht op het in gebruik nemen van deze gebouwen als dierenverblijf, is niet toegestaan; omschakeling van een veehouderij waar geen geiten worden gehouden naar een geitenhouderij is niet toegestaan; het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf waarbij een toename van stikstofdepositie plaatsvindt is niet toegestaan.
3.4.3
Gebruiksregels teeltondersteunende voorzieningen, geen bouwwerken zijnde
Het gebruik van gronden voor teeltondersteunende voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, is toegestaan, met dien verstande dat op de gronden buiten het bouwvlak uitsluitend tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan.
3.4.4
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a.
b. c. d. e.
f. g. h.
het opslaan, het storten en/of het bergen van goederen, materialen, producten en mest op onbebouwde gronden, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en onder de voorwaarden dat: 1. opslag op onbebouwde gronden uitsluitend is toegestaan binnen het bouwvlak en op een afstand van minimaal 3 m van de bouwgrens; en 2. de hoogte van opslag op onbebouwde gronden maximaal 4 m bedraagt; het gebruik van bouwwerken voor statische opslag; het gebruik van bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; huisvesting van seizoensarbeiders; het gebruik van ruimten binnen de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning voor beroeps- en/of bedrijsmatige activiteiten aan huis dan wel voor nevenactiviteiten; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van wedstrijden of als sportterrein; verhardingen buiten het bouwvlak, met uitzondering van kuilvoerplaten en bijbehorende (erf)verhardingen waarbij geldt dat: 1. kuilvoerplaten uitsluitend zijn toegestaan in aansluiting op een bouwvlak met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', ten behoeve van een bedrijf dat vanwege de
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 19
i.
bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer en waar binnen het bouwvlak geen ruimte meer aanwezig is voor kuilvoerplaten; 2. de oppervlakte van kuilvoerplaten en sleufsilo's zoals bedoeld in lid 3.2.2 sub b ten hoogste 0,5 ha per bouwvlak mag bedragen, waarbij de gezamenlijke oppervlakte van het bouwvlak en de buiten het bouwvlak gelegen kuilvoerplaten en sleufsilo's maximaal 2 ha mag bedragen; de nieuwvestiging van mestbewerking, de uitbreiding van de bestaande gebruiksoppervlakte van mestbewerking en de toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte voor mestbewerking, uitgezonderd in het geval van mestbewerking van ter plaatse geproduceerde mest bij een veehouderij.
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1.1 juncto lid 3.4.4 onder e voor de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis in de bedrijfswoning en/of in bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het gebruik een kleinschalig karakter heeft en behoudt; door de uitoefening van de activiteiten het uiterlijk van de woning niet zodanig wijzigt dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; de vloeroppervlakte van de activiteiten in de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 70 m² bedraagt; de activiteiten niet vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van milieuwetgeving; degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitvoert tevens gebruiker van de woning is; parkeren plaatsvindt op eigen terrein binnen het bouwvlak; de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan de desbetreffende activiteit; de uitoefening van horeca-activiteiten en seksinrichtingen niet zijn toegestaan; er geen buitenopslag plaatsvindt; het gebruik niet leidt tot afbreuk en belemmering van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bebouwing.
3.5.2
Nevenactiviteiten
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1.1 juncto lid 3.4.4 voor de uitoefening van nevenactiviteiten, met dien verstande dat naast de per nevenactiviteit in lid 3.5.3 tot en met lid 3.5.6 opgenomen specifieke regels, tevens de volgende algemene regels gelden: a. b.
c. d. e. f. g. h.
i.
meerdere nevenactiviteiten op een agrarisch bedrijf zijn toegestaan, met dien verstande dat elke nevenactiviteit afzonderlijk aan de in het betreffende lid gestelde voorwaarden dient te voldoen; om te waarborgen dat de nevenactiviteiten ondergeschikt blijven aan het bedrijf wordt bij een combinatie van nevenactiviteiten (twee of meer nevenactiviteiten per bedrijf) advies gevraagd aan de Agrarische Adviescommissie Bouwaanvragen (AAB); ten behoeve van de nevenactiviteiten mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht, met uitzondering van een sanitaire voorziening ten behoeve van een minicamping als bedoeld in 3.5.4; de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; het bedrijf dient ten behoeve van de nevenactiviteit te voorzien in de parkeergelegenheid op eigen terrein, binnen het bestaande bouwvlak; de nevenactiviteiten mogen geen aanleiding vormen om het bouwperceel te vergroten, het bedrijf te splitsen of een extra bedrijfswoning toe te staan; de nevenactiviteit dient gelijktijdig met de hoofdactiviteit te worden beëindigd; er is geen sprake van een aantoonbaar onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodemen waterhuishoudkundige en milieuhygiënische waarden; er is geen sprake van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van
eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven.
20 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
3.5.3
Dagrecreatieve nevenactiviteiten
Naast de in lid 3.5.2 onder a genoemde algemene regels geldt voor het gebruik van bebouwing voor dagrecreatieve nevenactiviteiten de volgende aanvullende specifieke regels: a.
b. c. d.
e.
de bovengrens voor kleinschalige dagactiviteiten wordt gesteld op 45% van de bestaande bebouwing met een oppervlakte van maximaal 500 m², tenzij onder d tot en met f anders is bepaald; ondersteunende horeca is mogelijk tot 30% van de bestaande vloeroppervlakte met een minimum van 35 m² en een maximum van 100 m²; voor dagrecreatie in de vorm van een theeschenkerij: 1. maximaal 100 m² van de bestaande vloeroppervlakte van de bebouwing mag worden gebruikt; voor dagrecreatie in de vorm van verhuur: 1. verhuur mag uitsluitend plaatsvinden ten behoeve van extensieve dagrecreatie en de verhuurmiddelen zijn niet gemotoriseerd; voor dagrecreatie in de vorm van boerengolf/poldersport: 1. maximaal 2 ha van de aaneengesloten gronden direct grenzend aan het bouwvlak worden ten behoeve van boerengolf/poldersport gebruikt; 2. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van reclameborden en/of neonreclame, lichtmasten en/of lichtbakken is niet toegestaan; 3. de benodigde attributen dienen verplaatsbaar te zijn.
3.5.4
Verblijfsrecreatieve nevenactiviteiten
Naast de in lid 3.5.2 sub a genoemde algemene regels geldt voor het gebruik van bebouwing voor verblijfsrecreatieve nevenactiviteiten de volgende aanvullende specifieke regels: a. b. c.
d.
e.
f.
g.
de verblijfsrecreatieve functie mag niet worden gebruikt voor de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders; permanente bewoning is niet toegestaan; er is sprake van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschaps- en onderhouds-, en -beheerplan; voor verblijfsrecreatie in de vorm van een minicamping: 1. het aantal recreatieve standplaatsen bedraagt maximaal 25; 2. op de recreatieve standplaatsen mogen uitsluitend mobiele kampeermiddelen worden geplaatst; 3. de minicamping is uitsluitend toegestaan in of direct aansluitend aan het bouwvlak; 4. er mag maximaal één sanitaire voorziening worden opgericht, met dien verstande dat: de sanitaire voorziening binnen het bouwvlak wordt gebouwd; de goothoogte maximaal 3,5 m bedraagt; de bouwhoogte maximaal 4,5 m bedraagt; de oppervlakte maximaal 50 m2 bedraagt, met dien verstande dat indien de sanitaire voorziening in reeds bestaande bebouwing wordt gerealiseerd de oppervlakte maximaal 100 m² mag bedragen; 5. kamperen is alleen toegestaan; 6. deze nevenactiviteit is niet toegestaan ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie - Natuur Netwerk Brabant' dan wel ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - openheid'; voor verblijfsrecreatie in de vorm van een kampeerboerderij/groepsaccommodatie: 1.
maximaal 500 m² van de bestaande vloeroppervlakte van de bebouwing mag worden gebruikt; 2. het maximum aantal toegestane woningen mag niet worden uitgebreid; 3. speelvoorzieningen zijn toegestaan, tot een maximale bouwhoogte van 2,5 m; voor verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers/appartementen: 1. maximaal 500 m² van de bestaande vloeroppervlakte van de bebouwing mag worden gebruikt; 2. het aantal boerderijkamers/appartementen bedraagt maximaal 4; 3. de oppervlakte van één boerderijkamer/appartement bedraagt maximaal 60 m²; voor verblijfsrecreatie in de vorm van een bed and breakfast: 1. een bed and breakfast kan alleen worden aangeboden door de hoofdbewoner van het pand; 2. de woning dient door de hoofdgebruiker te worden bewoond; 3. de hoofdfunctie van de woning waarin een bed and breakfast gevestigd wordt, moet wonen
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 21
4. 5. 6.
3.5.5
blijven; het aantal personen dat tegelijkertijd van een bed and breakfast accommodatie gebruik kan maken bedraagt maximaal 10; maximaal vier kamers mogen worden gebruikt als bed and breakfast kamer; bed and breakfast kamers mogen niet als zelfstandige wooneenheid functioneren.
Zorglandbouw als nevenactiviteit
Naast de in lid 3.5.2 onder a genoemde algemene regels geldt voor het gebruik van bebouwing voor zorglandbouw als nevenactiviteit, de volgende aanvullende specifieke regels: a. b.
ondersteunende horeca is niet toegestaan; inwoning is niet toegestaan.
3.5.6
Het houden van paarden als nevenactiviteit
Voor het niet-bedrijfsmatig houden van paarden als nevenactiviteit gelden geen specifieke regels en zijn uitsluitend de in lid 3.5.2 onder a genoemde algemene regels van toepassing.
3.6 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 3.6.1
Omgevingsvergunningvereiste
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
het verharden van zandwegen en andere on- of halfverharde wegen.
3.6.2
Uitzonderingsregel
Het in lid 3.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. b. c.
behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
3.6.3
Voorwaarden
De in lid 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.
22 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Artikel 4 4.1
Groen - Landschapselement
Bestemmingsomschrijving
De voor '4.1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
groenvoorzieningen, houtgewas, bermen en beplanting; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuurlijke en cultuurhistorische en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen; extensief recreatief medegebruik; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; ondergeschikte bijbehorende wegen, paden en verhardingen; andere tot de bestemming behorende voorzieningen.
4.2
Bouwregels
Het is verboden om op deze gronden te bouwen.
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b.
het opslaan, het storten en/of het bergen van goederen, materialen en producten, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. het gebruik van gronden voor het grazen van dieren zodanig dat het landschapselement wordt aangetast;
4.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 4.4.1
Omgevingsvergunningsvereiste
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.
het vellen van houtgewas; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het aanbrengen van voorzieningen van geringe omvang ten behoeve van extensieve recreatie; het aanbrengen van (half)verhardingen.
4.4.2
Uitzonderingsregel
Het in lid 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. b. c.
behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming, als afzetten, knotten, dunnen; reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
4.4.3
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning voor werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 wordt door het bevoegd gezag niet eerder verleend, nadat: a. b.
is aangetoond dat uitoefening van de werken en/of werkzaamheden niet strijdig is met de belangen van de bestemming; een deskundigenrapport is overgelegd omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen in verband met de bestemming niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 23
Artikel 5
Wonen
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Bestemming
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
wonen in een woning, waarbij per bouwvlak één woning is toegestaan; groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
5.1.2
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. b. c.
hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Hoofdgebouwen
Hoofdgebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. b.
c.
d.
e. f.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; de goothoogte bedraagt maximaal 5,5 m en de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' maximaal de aangegeven goot- en bouwhoogte zijn toegestaan. de breedte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 20 m, of maximaal de bestaande breedte indien het hoofdgebouw op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan breder is dan 20 m; de inhoud bedraagt maximaal 750 m³, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - Vlaamse schuur' de inhoud van het gebouw maximaal de inhoud bedraagt als op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan; de dakhelling bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken minimaal 30° en maximaal 65°; de afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m.
5.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a.
b. c. d.
e.
bijbehorende bouwwerken mogen binnen het bestemmingsvlak worden opgericht, met dien verstande dat geen bebouwing is toegestaan 'ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - bebouwing'; de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m; de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per woning bedraagt maximaal 100 m², met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel maximaal 40% bedraagt; bijbehorende bouwwerken worden opgericht op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde hiervan;