09 RV RB Beleidsregel prémantelzorgwoningen gemeente Rucphen
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering 13 december 2023
Agendanummer 00
Commissievergadering EROM 29 november 2023
Agendanummer 09
BELEIDSREGEL PRÉMANTELZORGWONINGEN GEMEENTE RUCPHEN Voorstel: 1. De beleidsregel prémantelzorgwoningen gemeente Rucphen vast te stellen. Samenvatting: In het collegewerkprogramma is de ambitie opgenomen om tussen 2023 en 2026 de realisatie van prémantelzorgwoningen mogelijk te maken. Op 9 november 2022 is toegezegd de raad voor 1 juni 2023 te informeren over de beleidsaanpak inzake prémantelzorgwoningen. Hieraan is voldaan door aan te geven dat de wenselijkheid van een prémantelzorgbeleid wordt onderzocht ten behoeve van de woon(zorg)visie. Gedurende het opstellen van de woon(zorg)visie is gebleken dat er meer tijd nodig is om tot een zorgvuldige en gedragen woon(zorg)visie te komen. De vaststelling van de uitgangspuntennotitie woon(zorg)visie zorgt voor een basis voor de oplevering van de woon(zorgvisie) in het volgende jaar. Het beleid prémantelzorgwoningen is parallel hieraan opgesteld. Motivering: Met de invoering van dit beleid zou het voor personen die de AOW-leeftijd hebben bereikt mogelijk worden om al een mantelzorgwoning te realiseren. Zij moeten hiervoor wel een vergunning aanvragen. De beleidsregel prémantelzorgwoningen heeft de volgende uitgangspunten: 1. Huishoudens bestaand uit maximaal twee personen die beide de AOW-leeftijd hebben bereikt, maar geen zorgindicatie hebben op het moment van de vergunningaanvraag, komen in aanmerking voor een prémantelzorgwoning.
Het is aannemelijk dat binnen een periode van 15 jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd een vergunningvrije mantelzorgsituatie ontstaat. 2. Er is sprake van een familiaire relatie tussen de gebruiker(s) van de prémantelzorgwoning en de hoofdbewoner. Omdat alleen familiaire relaties in aanmerking komen, wordt de kans op misbruik beperkt. 3. Voor het realiseren van een prémantelzorgwoning is een omgevingsvergunning met een maximale instandhoudingstermijn van 15 jaar vereist; Met een vergunningverplichting worden eisen gesteld aan de prémantelzorgwoning. 4. De volledige prémantelzorgwoning moet rolstoeltoegankelijk zijn; Bij het realiseren van een rolstoeltoegankelijke prémantelzorgwoning wordt al rekening gehouden met benodigde woonvoorzieningen in de toekomst. 5. Het beleid prémantelzorgwoningen wordt een jaar na haar inwerkingtreding geëvalueerd. Een jaar na inwerkingtreding worden de effecten van het beleid inzichtelijk gemaakt.
2
Inspraak: Tijdens de vergadering van 26 september 2023 stemde het college van burgemeester en wethouders in met de vaststelling van het concept-beleidsregel prémantelzorgwoningen en het ter inzage leggen van dit ontwerp voor een periode van vier weken. Het ontwerp-beleid heeft van 5 oktober 2023 tot 1 november 2023 ter inzage gelegen. Dit is bekendgemaakt via de Rucphense Bode en de website. Geïnteresseerden zijn in de gelegenheid gesteld het ontwerp-beleid in te zien op het gemeentehuis of digitaal op te vragen. Zij konden hierop schriftelijk of mondeling reageren. Ook zijn belanghebbenden actief op de hoogte gesteld van het ontwerp-beleid en in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. De ter inzage legging van het ontwerp-beleid heeft geleid tot 8 toezendingen van het ontwerpbeleid en 2 inhoudelijke schriftelijke reacties hierop. De beantwoording van de reacties is in de nota van zienswijzen opgenomen en toegevoegd als bijlage. Conclusie inspraak: Naar aanleiding van de ingediende reacties besloot het college één wijziging aan te brengen in het beleid: Artikel 5: tijdelijkheid De tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan in geen geval tot een permanente woonbestemming en/of woongebruik leiden. Doorverkoop van de woning is niet toegestaan. In geval van beëindiging van de prémantelzorgsituatie, dient de tijdelijke prémantelzorgunit binnen twee maanden te worden verwijderd.
In het geval van een prémantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk moeten woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen twee maanden verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woonunit. Artikel 5: tijdelijkheid De tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan in geen geval tot een permanente woonbestemming en/of woongebruik leiden. Doorverkoop van de (pré)mantelzorgwoning op het perceel is niet toegestaan. In geval van beëindiging van de prémantelzorgsituatie, dient de tijdelijke prémantelzorgunit binnen twee maanden te worden verwijderd. In het geval van een prémantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk moeten woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen twee maanden verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woonunit. Het is wel toegestaan om een verplaatsbare unit van het perceel te verwijderen en door te verkopen. Middelen: Aan het opstellen van en uitvoering geven aan deze beleidsregel zijn geen kosten verbonden. De kosten voor het verlenen van een vergunning voor de bouw van een prémantelzorgwoning worden gedekt met leges die betaald worden over de omgevingsvergunning, conform de legesverordening. Vervolg: Na besluitvorming in de raad treedt de beleidsregel per 1 januari 2024 in werking, gelijktijdig met de omgevingswet.
Rucphen, 7 november 2023
3
Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris,
de burgemeester,
drs. T. Kemper.
mr. M. van der Meer Mohr.
Bijlage(n): a. Conceptbesluit b. Beleidsregel prémantelzorgwoningen gemeente Rucphen c. Nota van zienswijzen Ter inzage voor raadsleden: N.v.t.
RAADSBESLUIT Beleidsregel prémantelzorgwoningen gemeente Rucphen 13 december 2023
De raad van de gemeente Rucphen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023, overwegende de toezegging aan de raad van 9 november 2022 inzake een beleidsaanpak prémantelzorgwoningen en het collegewerkprogramma 2022-2026, gehoord de commissie Economie, Ruimtelijke Ordening en Milieu op 29 november 2023, besluit: 1. De beleidsregel prémantelzorgwoningen gemeente Rucphen vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 13 december 2023, de griffier,
de voorzitter,
J.J.H. Lahaije.
mr. M. van der Meer Mohr.
6
Beleidsregel prémantelzorgwoningen gemeente Rucphen Artikel 1: Doelgroep • Een huishouden van maximaal twee personen, waarvan beide personen de AOWleeftijd hebben bereikt; • Er is op moment van de vergunningaanvraag geen sprake van een zorgindicatie op basis van de Wmo; • Er is een familiaire relatie tussen de bewoner(s) van de prémantelzorgwoning en de bewoner(s) van de hoofdwoning, welke zijn ingeschreven in de BRP op de voornoemde woningen. Artikel 2: Vergunning Voor het realiseren van een prémantelzorgwoning is een Omgevingsvergunning vereist. Dit voor het mogelijk maken van het gebruiken van (bijbehorende) bouwwerken voor prémantelzorg en voor nieuwbouw van of aanpassingen aan (bijbehorende)bouwwerken. Wanneer aan voorliggende beleidsregel wordt voldaan kan het college van B&W een Omgevingsvergunning middels een vergunningsprocedure afgeven, voor zowel het gebruik als het bouwwerk. De vergunning is persoonsgebonden en locatie gebonden. De aanvraag wordt getoetst aan geldende wet en regelgeving. De prémantelzorgwoning moet, net als een reguliere woning, voldoen aan alle daarvoor geldende wet- en regelgeving (Omgevingswet, milieuwetgeving, etc.), met uitzondering van het hieronder genoemde onder d. derde bolletje De Omgevingsvergunning geeft geen toestemming voor het gebruik van huurwoningen.
Het Burgerlijk Wetboek bepaalt de bevoegdheden, rechten en verplichtingen van eigenaren van panden en huurders. Het is aan de huurder om de gewenste premantelzorgbewoning met de verhuurder te regelen. a. Vroegtijdige beëindiging De instandhoudingstermijn van de vergunning is 15 jaar, tenzij zich één van de volgende situaties voordoet: • de huisvesting in verband met pré-mantelzorg wordt beëindigd; • de pré-mantelzorgrelatie wordt beëindigd; • de pré-mantelzorgvrager of -verlener komt te overlijden. De prémantelzorgwoning dient in deze onder 2.a genoemde gevallen binnen twee maanden te worden verwijderd in het geval van een tijdelijke prémantelzorgunit. In het geval van een prémantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk moeten de woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen twee maanden verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woning. b. Verstrijken instandhoudingstermijn Wanneer de prémantelzorgsituatie opgevolgd wordt door mantelzorg zoals dat vastgelegd is in de bruidsschat van de Omgevingswet in samenhang met het omgevingsplan, kan een mantelzorgwoning vergunningsvrij mogelijk zijn. Indien na de periode van 15 jaar geen daadwerkelijke mantelzorgsituatie is ontstaan, dient opnieuw een vergunning te worden aangevraagd, of dient de prémantelzorgsituatie te worden beëindigd.
7
c.
Eisen premantelzorgwoning • De prémantelzorgwoning moet rolstoeltoegankelijk zijn, conform de eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) zo dient een te bouwen bouwwerk o.a. voldoende bereikbare en toegankelijke ruimten te hebben en een adequate verkeersroute. Daarnaast dient de premantelzorgwoning te beschikken over een integraal toegankelijke toilet- en badruimte (vergelijkbaar met de eisen die het BBL daarvoor stelt bij gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector). • Er mag maximaal één prémantelzorgwoning bij het hoofdgebouw bij de woonfunctie gerealiseerd worden.
d. Eisen bouwwerk Voor een prémantelzorgwoning komen de volgende bouwwerken in aanmerking: • een bestaand bijbehorend bouwwerk bij de woning (overeenkomstig het omgevingsplan of vergunningsvrij bouwen); • een nieuw bijbehorend bouwwerk dat conform het omgevingsplan of regels vergunningsvrijbouwen is; • een nieuw (tijdelijk) bijbehorend bouwwerk dat afwijkt van het Omgevingsplan op de punten: tijdelijkheid, oppervlakte van de premantelzorgwoning, situering van de premantelzorgwoning en totale bebouwde oppervlakte van het bouwperceel. In deze gevallen dient de premantelzorgwoning te voldoen aan onderstaande eisen: o de oppervlakte van de premantelzorgwoning is niet meer dan 100 m2 en; o de situering van het bouwwerk is in het achtererfgebied. Wanneer de premantelzorgwoning niet in het achtererfgebied is gerealiseerd kan in uitzonderlijke gevallen medewerking worden verleend wanneer de premantelzorgwoning passend is in de omgeving en dit ruimtelijk gemotiveerd is en;. o de totale bebouwde oppervlakte van het bouwperceel bedraagt maximaal 50%. in uitzonderlijke gevallen kan medewerking worden verleend aan meer bebouwde oppervlakte wanneer dit passend is in de omgeving en dit ruimtelijk gemotiveerd is. o een tijdelijk bijbehorend bouwwerk is in zijn geheel of in delen verplaatsbaar en verwijderbaar.
Artikel 3: Parkeren Voor de (pré-)mantelzorgwoning moet er op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn conform de geldende ‘Nota parkeernormen Rucphen’, waarbij de mantelzorgwoning aangaande parkeernormen gelijk wordt gesteld met een ‘Service/aanleunwoning’. Artikel 4: Burenrecht Het Burgerlijk Wetboek bepaalt de bevoegdheden, rechten en verplichtingen van eigenaren van naburige erven. De belangrijkste bepalingen zijn dat men geen hinder mag veroorzaken. Hinder kan bestaan uit geluidsoverlast, trillingen, stank, rook, het onthouden van licht of lucht of het ontnemen van steun (art. 5:37 BW). Gevolgen die kunnen optreden als gevolg van het Burenrecht zijn voor rekening van de vergunningaanvrager. Artikel 5: Tijdelijkheid De tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan in geen geval tot een permanente woonbestemming en/of woongebruik leiden. Doorverkoop van de (pré)mantelzorgwoning op het perceel is niet toegestaan. In geval van beëindiging van de prémantelzorgsituatie, dient de tijdelijke prémantelzorgunit binnen twee maanden te worden verwijderd. In het geval van een prémantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk
8
moeten woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen twee maanden verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woonunit. Artikel 6: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) Zodra een (pré-)mantelzorgwoning een eigen toegang en voorzieningen heeft, wordt dit gezien als een BAG-object en moet het bouwwerk worden voorzien van een apart huisnummer. Wanneer er geen apart huisnummer wordt aangevraagd en afgegeven, wordt de bewoning van de (pré-) mantelzorgwoning gezien als inwoning. Hierdoor kan men gekort worden op eventuele uitkeringen en toeslagen. Aanvragers dienen zich hierover te laten informeren bij het Werkplein. Artikel 7: Hardheidsclausule Het college handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Artikel 8: Evaluatie De effecten van de beleidsregel prémantelzorgwoningen worden na één jaar geëvalueerd.