09 Bijlage a2 r NL.IMRO.0840.9000B0034-DEF1 2020-11-30
Tekst van het document
Afwijken van de bouwregels a.
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere bestemming gebouwen, dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits de indiener bij de omgevingsvergunning- aanvraag ter beoordeling een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige die hiervoor gecertificeerd is conform de Erfgoedwet, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; 2. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; 3. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; 4. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad. b. In de situatie als bedoeld in lid 6.3 sub a, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht. c. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door het bevoegd gezag van de gemeente Rucphen.
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 22 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6.4
Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
6.4.1 a.
Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden om op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, ontginnen, vergraven, afgraven, verwijderen van bestaande funderingen, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen van gronden; 2. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; 3. het verlagen of verhogen van het waterpeil; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen; 5. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het vellen van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; 6. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, tenzij verricht door een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. b. Het verbod als bedoeld in sub a geldt niet voor werken en/of werkzaamheden, die: 1. niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en: ▪ ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 3' met een oppervlakte kleiner dan 500 m2;
6.4.2 Uitzonderingsregel Het in lid 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn tijde van de inwerkingtreding van het plan; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop lid 6.2 van toepassing is; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. worden uitgevoerd op de plaats van een verwijderde of nog te verwijderen fundering waarbij geen diepere verstoringen worden veroorzaakt. 6.4.3 Rapport Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4.1 mits de indiener bij de omgevingsvergunnings- aanvraag een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: a. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; b. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; c. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; d.
geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad. 6.4.4 a.
Beoordeling rapport Bij de beoordeling van archeologische rapporten als bedoeld in lid 6.4.3, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door het bevoegd gezag van de gemeente Rucphen.
6.4.5 Voorwaarden In de situatie als bedoeld in lid 6.4.3 kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of;
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 23 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
b. de verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 24 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Afstand van geluidsgevoelige bebouwing tot de weg
8.1.1 Algemeen Deze bepaling strekt tot de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met het wegverkeerslawaai van lokale en interlokale wegen. 8.1.2 Bouwregels Voor de bouw van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen op gronden die zijn gelegen naast wegen dient in ieder geval een afstand van 15 m uit de as van de weg in acht te worden genomen, met dien verstande dat deze afstand niet geldt voor gronden gelegen: a. naast wegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - onverharde wegen' en de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - halfverharde wegen'; b. ter plaatse van de aanduding 'geluidzone - weg', waar een afstand van 25 m uit de as van de weg in acht dient te worden genomen. 8.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, al dan niet in combinatie met de afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in lid 12.2, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.2 voor het toestaan van een kortere afstand tot de weg, met dien verstande dat de voldaan moet worden aan de geluidsnormen voor nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen uit de Wet geluidhinder juncto het Besluit geluidhinder. 8.2
Ondergronds bouwen
8.2.1 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan binnen de contouren van woningen, bedrijfswoningen en agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van dierenverblijven, met uitzondering van toegangen tot deze gebouwen zoals hellingbanen en trappen, die tevens buiten de genoemde contouren mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat deze uitsluitend binnen het bouwvlak gelegen mogen zijn; b. hellingbanen en laaddocks, anders dan bij woningen, bedrijfswoningen en agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van dierenverblijven, zijn toegestaan binnen het bouwvlak; c. voorzieningen ten behoeve van kadaverkoelingen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, met een maximum oppervlakte van 10m2 en een maximale verticale diepte van 1,5 m; d. in de berekening van de inhoud van woningen en bedrijfswoningen wordt de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet meegenomen; e. randvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals bergbezinkbassins, bergbezinkleidingen en bergingsbassins, zijn buiten bouwvlakken toegestaan; f. de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken mag maximaal 4 m onder peil bedragen, met dien verstande dat een randvoorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 m onder peil gebouwd mag worden.
8.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.1 onder f voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 25 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
onder peil, onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord en nadat schriftelijk advies is verkregen van het waterwinbedrijf. 8.3
Bestaande afstanden en andere maten
8.3.1 a.
Bestaande afstanden Indien afstanden tot op de datum van de terinzagelegging van de vaststelling van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande afstanden, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van sloop en vervangende nieuwbouw is het bepaalde onder a niet van toepassing, maar dient te worden voldaan aan de regels zoals voorgeschreven in hoofdstuk 2.
8.3.2 a.
Bestaande andere maten In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op de dag van de vaststelling van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van sloop en vervangende nieuwbouw is het bepaalde onder a niet van toepassing, maar dient te worden voldaan aan de regels zoals voorgeschreven in hoofdstuk 2.
8.4
Nadere eisen
8.4.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij het verlenen van een omgevingsvergunning, met inachtneming van de regels vervat in hoofdstuk 2, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van gebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling en nokrichting van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.4.2 Voorwaarden De in lid 8.4.1 bedoelde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in verband met calamiteiten.
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Algemene gebruiksregels
Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 5 bedoelde gronden en bouwwerken: a. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving; b. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven voor een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie. 9.2
Mestbewerking
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan de nieuwvestiging van mestbewerking, de uitbreiding van de bestaande gebruiksoppervlakte van mestbewerking en de toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte voor mestbewerking, uitgezonderd in het geval van mestbewerking van ter plaatse geproduceerde mest bij een veehouderij.
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 26 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
9.3
Voorwaardelijke verplichting
9.3.1 Landschappelijke inpassing De gronden en bouwwerken ter plaatse van de bestemming ‘Recreatie - Dagrecreatie’, mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van dagrecreatie indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het beplantingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels. Met dien verstande dat de landschappelijke inpassing moet worden aangebracht uiterlijk 18 maanden na onherroepelijk worden van de bestemming ‘Recreatie - Dagrecreatie’. 9.3.2 Alternatieve landschappelijke inpassing Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 8.3.1, teneinde voor de betreffende locatie een andere landschappelijke inpassing toe te staan dan opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, mits een vergelijkbare kwalitatieve staat van landschappelijke inrichting wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren landschappelijk inpassingsplan overgelegd.
Artikel 10 10.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zone - beslotenheid
10.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - beslotenheid' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud van de beslotenheid in het landschap. 10.1.2
Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden
a Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. houtgewas te vellen of te kappen. b Uitzonderingsregel Het in lid 10.1.2 sub a vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. behoren tot de reguliere werkzaamheden ten behoeve van een boomteeltbedrijf; c. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 10.2
Veiligheidszone – ontplofbare stoffen B
10.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone – ontplofbare stoffen B' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat rondom opslagplaatsen voor ontplofbare stoffen. 10.2.2 Voorwaarden In aanvulling op het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 5) gelden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone – ontplofbare stoffen B' de volgende regels: a. de bouw of ingebruikname van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten is niet toegestaan; b. de herbouw en vervolgens de ingebruikname van bestaande (beperkt) kwetsbare objecten is toegestaan, mits de afstand van het (beperkt) kwetsbaar object tot de opslagplaats voor ontplofbare stoffen niet afneemt; c. de bouw van serres en overige aangebouwde bijbehorende bouwwerken met grote glasoppervlakten is niet toegestaan; d. de bouw van de volgende gebouwen is niet toegestaan: 1. gebouwen met een vlies- of gordijngevelconstructie;
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 27 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
e.
f. 10.3
2. gebouwen met grote glasoppervlakten waarin zich doorgaans een groot aantal personen bevindt, te weten meer dan 25 personen tegelijkertijd; wijzigingen van het gebruik die tot de aanwezigheid van meer personen leiden, zoals de uitoefening van dagrecreatieve en verblijfsrecreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven en woningen, waaronder een bed and breakfast, zijn niet toegestaan; de aanleg van sport- en recreatieve voorzieningen is niet toegestaan. Veiligheidszone – ontplofbare stoffen C
10.3.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone – ontplofbare stoffen C' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat rondom opslagplaatsen voor ontplofbare stoffen. 10.3.2 Voorwaarden In aanvulling op het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 5) geldt ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone – ontplofbare stoffen C' de volgende regels: a. de bouw van de volgende gebouwen is niet toegestaan: a. gebouwen met een vlies- of gordijngevelconstructie; b. gebouwen met grote glasoppervlakten, waarin zich doorgaans een groot aantal personen bevindt, te weten meer dan 25 personen tegelijkertijd. 10.4
Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone
10.4.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de radarverstoringsgebieden van Vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen, teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen en bescherming van de obstakelbeheerzones van Vliegbasis Woensdrecht. 10.4.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 5): a. mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een hoogte van meer dan 88 meter; b. geldt voor windturbines, in aanvulling op het bepaalde onder a en naast de bouwregels zoals opgenomen in de artikelen 3 tot en met 5, dat geen windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m + NAP. 10.4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.4.2 voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen, met dien verstande dat: a. het functioneren van de radar niet in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast; b. de Minister van Defensie ingestemd heeft met de ontwikkeling.
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 28 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10%, met dien verstande dat deze afwijking niet is toegestaan voor de vergroting van de inhoud van woningen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, met dien verstande dat de overschrijding maximaal 2,5 m bedraagt en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt verhoogd tot maximaal 40 m; d. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m; met dien verstande dat: 1. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de regels in het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met dien verstande dat: a. bestemmingsgrenzen met niet meer dan 5 meter worden verschoven; b. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. 12.2 Kleinere afstand van bouwwerken tot de weg Het bevoegd gezag kan, al dan niet in combinatie met de afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in lid 8.1.3, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de minimale afstand van bouwwerken tot de as van de weg zoals voorgeschreven in hoofdstuk 2, met dien verstande dat a. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 13 13.1
Algemene procedureregels
Afwijken van het bestemmingsplan
Bij een afwijking van het bestemmingsplan, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. 13.2
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is de procedure als vervat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 29 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
13.3
Wijzigingsbevoegdheid
Bij toepassing van de algemene wijzigingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht, van toepassing. 13.4
Nadere eisen
Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 14 14.1
Overige regels
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in artikel 9 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. 14.2
Parkeerregeling a.
bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken, dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017 ' d.d. 31 mei 2017; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a indien wordt voorzien in parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld onder a; c. indien de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' als bedoeld onder a gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning getoetst aan deze wijziging. d. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 30 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2
Overgangsrecht gebruik a.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen”;.
Bestemmingsplan regels 170490 |30-11-2020
Pagina 31 van 34
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen Bestemmingsplan regels 170490 | 30-11-2020
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlage 1 Landschapsplan Scherpenbergsebaan 53-55
Bestemmingsplan regels 170490 | 30-11-2020
Landschappelijke inpassing Scherpenbergsebaan 53-55 - Rucphen
Nieuwmoerseweg 3a 4885 KJ ACHTMAAL info@plangroen.nl
www.plangroen.nl
Colofon Opdrachtgever Schoenmakers Advies Achtmaal BV Minnelingsebrugstraat 4a 4885 KP ACHTMAAL Datum Contactpersoon
1 oktober 2020 Martijn Aarts info@plangroen.nl
PLANgroen Nieuwmoersweg 3a 4885 KJ ACHTMAAL info@plangroen.nl www.plangroen.nl
-2-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Inhoud Inleiding 4 Beleidskader kwaliteitsverbetering van het landschap
5
Bestaande situatie 6 Landschappelijke inpassing 7-9 Beheer landschappelijke inpassing 10 Referentiebeelden 11 Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap 12 Bijlagen -3-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Inleiding Het voornemen is om op de locatie Scherpenbergsebaan 53-55 de bestaande recreatievoorzieningen vergroten. In het voorliggend plan is de landschappelijke inpassing voor de ontwikkeling opgenomen en daarnaast onderbouwd hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap van de provincie Noord-Brabant.
Het landschapsplan is als volgt opgebouwd: • • • • •
Beleidskader Kwaliteitsverbetering van het landschap Bestaande situatie Beheer landschappelijke aanpassing Landschappelijke inpassing Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap
Planlocatie
-4-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Beleidskader Kwaliteitsverbetering van het landschap Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord- Brabant in haar ‘Structuurvisie ruimtelijke ordening’ en de ‘Verordening ruimte 2014’ het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap geïntroduceerd. Voor ruimtelijke plannen buiten bestaand stedelijk gebied is in de Verordening ruimte 2014 bepaald dat de ontwikkeling gepaard dient te gaan met zorgvuldig ruimte gebruik (artikel 3.1) en kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.2). Om invulling te geven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de provincie Noord-Brabant de handreiking ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap: de rood-met-groen koppeling’ opgesteld. Deze handreiking geeft een aanzet, hoe invulling kan worden gegeven aan de omvang van de basisinspanning, die vanuit het ruimtelijk kwaliteitsbeleid gevraagd wordt. Voor de regio West-Brabant zijn nadere afspraken gemaakt in de notitie ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’. In deze notitie zijn drietal categorieën opgesteld om te bepalen onder welke methodiek de omvang bepaald wordt van de investering die gedaan moet worden ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap.
De categorieën zijn als volgt onderverdeeld: Categorie 1 Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2 Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. Categorie 3 Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. De voorgenomen wijziging op de planlocatie Scherpenbergsebaan 53-55 valt onder categorie 3.
-5-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Bestaande situatie Het gebied Schijfse vaart bestaat hoofdzakelijk uit oude besloten zandontginningen. De landerijen tussen de Rucphense Bossen en de kern Schijf liggen op een hoger gelegen dekzandrug. Daarom zijn de oude landbouwgronden, de bolle akkers juist daar te vinden. De overgang van de bossen naar het relatief open landschap zijn hard en abrupt. In het landschap zijn nog enkele historische lijnen en boskavels terug te vinden, die nog dateren uit de tijd van de ontginning. Het gebied heeft een grotendeels agrarische functie. Er is vooral intensieve veehouderij te vinden, maar ook boomteelt. Verder heeft Schijf een voorzieningenfunctie voor recreanten uit de Rucphense Bossen. Op de planlocatie Scherpenbersegbaan zijn rondom boskavels aanwezig. Aan de achterzijde zijn open ruimtes en vergezichten aanwezig. Op de onderstaande afbeeldingen zijn de topografische kaarten weergegeven van de jaren 1925, 1950, 1985 en 2017. Uit deze kaarten is de summiere verandering van het landschap duidelijk zichtbaar.
-6-
1925
1950
1985
2017
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Landschappelijke inpassing Beeldkwaliteit:
Alnus glutinosa (gewone els): een bladverliezende boomsoort die zich uitstekend leent voor in een bossingel. De els bloeit in het voorjaar in de vorm van gele katjes. De els heeft eirond donkergroen glazend blad wat in het najaar verkleurt naar geel en uiteindelijk in de winter zich laat vallen.
De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering zijn voor het landschap. Gemeente Rucphen heeft in zijn structuurvisie voor deelgebied ‘Schijfse vaart’ landschapspakketten opgesteld, deze pakketten versterken het landschap. Op planlocatie Scherpenbergsebaan worden de landschapspakketten ‘Bossingel’ , ‘Hoogstam fruitboomgaard’ en ‘Landschapsbomen in bomenrij’ gerealiseerd. Langs de noord en westelijke perceelsgrens wordt een laan van bomen aangeplant. Parallel aan de Scherpenbergsebaan en rondom het huis wordt een ‘Bossingel’ gerealiseerd en uitgebreid. Tevens wordt er tussen de Scherpenbergsebaan en de parkeerplaatsen solitaire bomen aangeplant. Hiermee wordt de overgang van weg naar parkeerplaats verzacht in het landschap. De ‘Hoogstam fruitboomgaard’ komt naast de oprit aan de voorzijde van het perceel. Het landschapselement ‘Hoogstam fruitboomgaard’ in onlosmakelijk verbonden met een ‘boerenerf’. De ‘Bossingel’ en ‘Landschapsbomen in bomenrij’ worden rondom het perceel gesitueerd om een zo min mogelijke inbreuk te doen op het bestaande landschap. Deze landschapselementen zorgen voor het behoud van visuele beleving van het landschap.
Castanea sativa (tamme kastanje): Een bladverliezende vruchtdragende boom met langwerpig getandblad. De kastanje geeft in het najaar zijn vruchten omhuld in een stekelige bolster.
Landschapspakketten:
Amelanchier lamarckii (Krentenboompje): Een bladverliezende struik die vroeg in het voorjaar een witte pluimachtige bloem geeft, gevolgd door een rond frisgroen blad. Het blad van de Amelanchier verkleurt van frisgroen naar rood, ook geeft de vertakking van de Amelanchier een extra sierwaarde aan het geheel.
Aangegeven bij ieder landschapspakket wordt: Normen en eisen van het pakket bepaald door provincie Noord-Brabant. Oppervlakten, plantafstanden, aantallen en soorten. Beplanting: Om de beeldkwaliteit te verhogen is er gekozen voor inheemse boom en struiksoorten. Gezien de bestaande landschapselementen en de structuurvisie van de gemeente Rucphen wordt hierop de keuze van de beplanting aangepast. Per landschappakket wordt aangegeven welke soorten worden gebruikt. Bossingel 280 m²
Acer campestre (Veldesdoorn): Een bladverliezende boom/struik die zich uitstekend laat snoeien. De Acer campestre heeft een grillige vertakking met daaraan een handvormigblad, dat zich van frisgroen naar geel en uiteindelijk rood laat verkleuren. Carpinus betulus (Haagbeuk): Een bladverliezende boomsoort die zeer verschillende van vorm kan zijn en dus zich uitstekend leent voor bossingel. Deze boom verliest zijn blad in het najaar, waarna hij relatief snel in het voorjaar frisgroen krijgt.
Viburnum opulus (Sneeuwbal): Een bladverliezende struik die in het voorjaar een wit bolvormige bloem geeft. In het najaar geeft de Viburnum een zwarte bes waar de vogels dol op zijn. Het blad van de viburnum verkleurt van frisgroen naar geel/rood. Corylus avellana (Hazelnoot): Een bladverliezende struik die zeer verschillend van vorm kan zijn en dus zich uitstekend leent voor bossingel. De Corylus is een ‘naaktbloeier’: de plant bloeit als deze nog geen bladeren heeft.
Het landschapselement ‘Bossingel’ valt onder het landschapspakket L1B(STIKA). Het is een vrijliggend aaneengesloten lijnvormig landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 90%. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
-7-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Soort Latijnse naam
maat Nederlandse naam
Alnus glutinosa Castanea sativa Acer campestre Carpinus betulus Amelanchier lamarckii Viburnum opulus Corylus avellana
gewone els tamme kastanje veldesdoorn haagbeuk krentenboompje sneeuwbal hazelnoot
8-10 6-8 150/175 150/175 60/80 3t 100/125 3t 60/100
Aantal
30 30 30 50 40 70 30
Hoogstam fruitboomgaard 6 stuks
Landschapsboom ( 23 stuks):
Het landschapselement ‘Hoogstam fruitboomgaard’ valt onder het landschapspakket L10A(STIKA). Het is een boomgaard met hoogstamfruitbomen (appel, peer,pruim,kers), waarvan de kroon een hoogte van minimaal 150 centimeter boven de stamvoet begint en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit grazige vegetatie.
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; De onderbegroeiing wordt als grasland beheerd; Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbebehandeling; Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart. Malus domestica ‘Elstar’ (Elstar appel): Deze zelfbestuivende appelboom geeft in september een zachtzure tot zoete appel die uitstekend is voor consumptie. De Elstar appelboom geeft zeer makkelijk vrucht.
Het landschapselement ‘Landschapsboom als solitair’ valt onder het landschapspakket L8B (STIKA). Een bomenrij is een één-, twee of meerrijigge beplanting van bomen, niet zijnde knotbomen, die meestal van ongeveer gelijke leeftijd zijn. Een laan is een specifieke vorm van een bomenrij. Er is sprake van een laan als aan beide zijden van een weg één of meer rijen bomen in een regelmatig plantverband geplant zijn. Een bomenrij rij bestaat uit minimaal 10 inheemse loofbomen en de bomen staan in een langgerekte en relatief smalle zone zonder agrarisch gebruik. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: -
-
De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in de strook zonder agrarisch gebruik worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Pyrus communis ‘Conferance’ ( Conferance peer): Deze perenboom is een zelfbetuivend en geeft in augustus/september een sappige zoete peer. De peer is lang en breed van vorm en is heerlijk voor consumptie.
-
Prunus avium ‘Regina’ ( Regina kers): Deze kersenboom is een laatbloeier daardoor hebben de vruchten in verhouding met andere kersenbomen meer zonuren en dat proef je bij consumptie. Deze kersenboom is een zelfbestuiver en de pluktijd is juli/augustus.
Populus tremula( ratelpopulier): Een bladverliezende boomsoort die zich uitstekend leent als solitair. De populier heeft een eirond blad met een lange bladsteel, waardoor je de boom bij het kleinste zuchtje wind hoort ratelen.oeit van juli to september grote wite pluimen.
Soort Latijnse naam
Nederlandse naam
Sophora japonica ( honingboom): Een bladverliezende boomsoort die zich uitstekend leent als solitair. Deze boom heeft veel nectar en is daarom geliefd bij bijen en vlinders. Het blad is geveerd en hij bloeit van juli to september grote wite pluimen.
Malus domestica ‘Elstar’ Prunus avium ‘Karina’ Prunus avium ‘Regina’
Elstar appel Karina kers Regina kers
-8-
maat
Aantal
12-14 12-14 12-14
2 2 2
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Soort Latijnse naam
Nederlandse naam
Populus tremula Sophora japonica
ratelpopulier honingboom
maat
Aantal
20-25 20-25
16 7
Landschappelijke inpassing
Nog te realiseren knip-scheerheg *
Te realiseren landschapsbomen in bomenrij Te realiseren Hoogstamfruitboomgaard
Uitbreiden bossingel
Nog te realiseren landschapsbomen als solitair* Te realiseren bossingel
-9-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Sch
Schaal 1:1500
erpe
nbe
rgse b
aan
Te realiseren landschapsbomen als solitair
* In de vorige procedure zijn diverse landschapelementen niet uitgevoerd in
verband met de verandering van de bedrijfsvoering. De landschapselementen zullen in deze ontwikkeling gerealiseerd worden.
Beheerplan Landschappelijke inpassing Beheerplan: Het beheer van de landschappelijke elementen worden volgens de normen van het STIKA (Stimuleringskader) Noord- Brabant uitgevoerd. Hieronder wordt het streefbeeld en beheer per landschapelement toegelicht. Bossingel: Bij het beheer van een Bossingel wordt er gekeken naar het streefbeeld van het element. Het streefbeeld van een hakhousingel is een rij boom/struikvormers die op regelmatige afstand zijn geplant en gefaseerd onderhouden wordt zodat het element een fraai landschappelijk uiterlijk krijgt. Doordat er gebruikt wordt gemaakt van verschillende beplantingssoorten krijgt de bossingel verschillende hoogtes en groeivormen. Beheer: In de periode tussen 1 november en 15 maart mogen er snoeiwerkzaamheden verricht worden. Al het hout wat een hoogte van 5 meter bereikt ( behalve de overstaanders/ bomen die volledig uit kunnen groeien) wordt afgezet op 30 cm boven de grond. Doordat er gebruikt wordt gemaakt van verschillende beplantingssoorten krijgt de bossingel verschillende hoogtes en groeivormen. Hoogstam fruitboomgaard: Minimaal één keer per twee jaar wordt de fruitboomgaard in de periode 1 augustus tot 15 maart gesnoeid. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: -
Het verwijderen van waterloten, zuigers en kruisende(schurende) takken. Vruchtdragende takken (meerjarig hout) innemen ter bevordering van het vruchtdragen.
Landschapsbomen in bomenrij: Na het broedseizoen tussen 1 aug en 15 maart wordt dit element gesnoeid om de gewenste vorm te bereiken. Daarbij wordt gelet op de volgende punten. -
-10-
Het verwijderen van waterloten, zuigers, plakoksels en kruisende(schurende) takken. Begeleidingssnoei Kronen tot gewenste stamhoogte.
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Foto’s referentiebeelden
Landschappelijke inpassing
-11-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
Verantwoording kwaliteitsverbetering van het landschap Elk landschapspakket heeft zijn eigen normbedrag voor het aanleggen en beheersbijdrage voor onderhoud van het landschapspakket. Op de Locatie Scherpenbergsebaan zijn drie landschapspakketten ingepast, daar staat wat het normbedrag per eenheid is, dat geeft de totale vergoeding van de aanleg. De beheersbijdrage per eenheid en het aantal, lengte of oppervlakte de totale vergoeding onderhoud. Deze twee bedragen plus de waardevermindering geeft de compensatie vergoeding totaal aan. Zie tabel hieronder:
Berekening kwaliteitsverbetering van het landschap Scherpenbergsebaan 55 - Rucphen Waardevermeerdering Bestaand Waarde Agrarisch Waarde Agrarisch bouwvlak
1-okt-20
hoeveelheid
eenheid
7740 12865 20605
m² m² m²
€ €
7,00 25,00
€ € €
54.180,00 321.625,00 375.805,00
8608 4720 3469 3808 20605
m² m² m² m² m²
€ € € €
40,00 12,50 7,00 1,00
€ € € € €
344.320,00 59.000,00 24.283,00 3.808,00 431.411,00
Waardevermeerdering
€
55.606,00
Minimale basisinspanning 20%
€
11.121,20 = €
€ € € € € €
643,72 1.856,32 570,10 812,14 9.636,69 450,00
€
13.968,97 = €
Nieuw Waarde Intensieve recreatie /horeca (bebouwd) Waarde Intensieve recreatie /horeca (onbebouwd) Waarde Agrarisch Waarde Groen-Landschapselement
Aanleg Landschapspakketten
L1B: Bossingel L8B: Landschapsboom in bomenrij L10: Hoogstamfruitboomgaard L8A: Landschapsboom als solitair Aankoop beplanting Opstellen landschapsplan
per stuk
€ 1,58 € 60,62 € 60,62 € 60,62 zie offerte
m²/ are
2,8 -
€/m²
aantal
280 16 5 7
basisinspanning
onderhoud
vergoeding aanleg € € € €
442,40 969,92 303,10 424,34
lengte are/aantal
€ 7,19 € 5,54 € 5,34 € 5,54
per are per jr per bm per jr per bm per jr per bm per jr
2,8 16 5 7
vergoeding onderhoud (10 jr) € € € €
201,32 886,40 267,00 387,80
Benodigde investering inverstering en waardedaling
-12-
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING - SCHERPENBERGSEBAAN 53-55 - RUCPHEN
11.121,20 +
€ € €
13.968,97 11.121,20 13.968,97 2.847,77-
Bijlagen Offerte beplanting
Offerte Schoenmakers advies bv Molenzicht 2 4881 BW Zundert 1-10-2020 Offertedatum: 27-4-2012 Hierbij de vrijblijvende offerte voor de leveren van de beplanting voor het perceel aan de Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen. stuks
Omschrijving 280 M² Bossingel aankoop 30 Alnus glutinosa 8-10 30 Castanea sativa 6-8 30 Acer campestre 150/175 50 Carpinus betulus 150/175 40 Amelanchier lamarckii 60/80 3t 70 Viburnum opulus 100/125 3t 30 Corylus avellana 60/100
prijs
€ € € € € € €
939,00 1.005,00 435,00 162,50 60,80 129,50 40,80
Subtotaal BTW Hoog 21% BTW Laag 6%
€ € €
2.772,60 166,36
Totaal incl.
€
2.938,96
240,12 € 282,10 €
3.841,92 1.974,70
Subtotaal BTW Hoog 21% BTW Laag 6%
€ € €
5.816,62 349,00
Totaal incl.
€
6.165,62
Solitaire bomen aankoop 16 Populus tremula 20-25 7 Sophora japonica 20-25
€ € € € € € €
Totaal
€ €
31,30 33,50 14,50 3,25 1,52 1,85 1,36
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Verbeelding Bestemmingsplan regels 170490 | 30-11-2020
g we ts e der Zun
RPN00Q 00163G0000
G-LE RPN00Q 00706G0000
G-LE
(sa-die)
h
o
2050
500
R-D (sr-sb)
RPN00Q 00697G0000
WR-A
53
RPN00Q 00698G0000
(sr-idk)
(bw)
AW-LW
Scherpenbergseb
aan
55
WR-A
G-LE
RPN00Q 00174G0000
RPN00K 02151G0000
(p)
G-LE
RPN00Q 00605G0000
BESTEMMINGSPLAN G-LE
"Buitengebied Rucphen 2012, Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen"
Projectnr Blad Getekend Schaal Datum Wijz.
: : : : : :
170490 NL.IMRO.0840.9000B0034-DEF1 A.J. 1:1000 2020-11-30 --
GEMEENTE RUCPHEN RPN00Q 00606G0000
WR-A
Molenzicht 2 |4881 BW Zundert |076-5990340 | www.schoenmakersadvies.nl
Plangebied Buitengebied Rucphen 2012, Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen
Enkelbestemmingen AW-LW
Agrarisch met waarden - landschapswaarden
G-LE
Groen - Landschapselement
R-D
Recreatie - Dagrecreatie
Dubbelbestemmingen WR-A
Waarde - Archeologie
Gebiedsaanduidingen overige zone - beslotenheid overige zone - waarde archeologie 3 veiligheidszone - ontplofbare stoffen b veiligheidszone - ontplofbare stoffen c vrijwaringszone - obstakelbeheerzone
Functieaanduidingen (bw)
bedrijfswoning
(p)
parkeerterrein
(sa-die)
specifieke vorm van agrarisch - dierenverblijf
(sr-idk)
specifieke vorm van recreatie - indoorklimbos
(sr-sb)
specifieke vorm van recreatie - speelboerderij
Bouwvlakken
BESTEMMINGSPLAN "Buitengebied Rucphen 2012, Scherpenbergsebaan 53-55 te Rucphen"
bouwvlak
Maatvoeringen maximum bebouwd oppervlak (m2)
o 500
: : : : : :
170490 NL.IMRO.0840.9000B0034-DEF1 A.J. 1:1000 2020-11-30 --
GEMEENTE RUCPHEN Molenzicht 2 |4881 BW Zundert |076-5990340 | www.schoenmakersadvies.nl
h 2050
Projectnr Blad Getekend Schaal Datum Wijz.
maximum vloeroppervlakte; bruto (m2)