09.5. Nota reserves en voorzieningen 2023
Tekst van het document
Nota reserves en voorzieningen 2023
2
Nota reserves en voorzieningen 2023 Inleiding............................................................................................................................. 3 1
Begrip reserves en voorzieningen ................................................................................... 4 1.1
Reserves (artikel 42, 43 en 54 BBV) ............................................................................ 4
1.2
Voorzieningen (artikel 44, 45 en 55 BBV) ..................................................................... 5
1.3
Rentetoerekening aan reserves ................................................................................... 6
1.4
Verschillen tussen reserves en voorzieningen................................................................ 6
2
Functies van het gemeentelijk vermogen ......................................................................... 8
3
Reserves en voorzieningen in de Planning- en Controlcyclus .............................................. 9
4
Spelregels reserves...................................................................................................... 10
5
4.1
Instellingscriteria ..................................................................................................... 10
4.2
Mutaties (stortingen en onttrekkingen) ....................................................................... 10
4.3
Opheffen ................................................................................................................. 10
4.4
Overheveling niet-uitgegeven budgetten ..................................................................... 10
Spelregels voorzieningen .............................................................................................. 11 5.1
Instellingscriteria ..................................................................................................... 11
5.2
Mutaties.................................................................................................................. 11
5.3
Opheffen ................................................................................................................. 11
5.4
Wijzigen van doel of bestemming ............................................................................... 11
Bijlage 1 ........................................................................................................................... 12
3
Inleiding Reserves en voorzieningen zijn van belang voor de financiële stabiliteit van een gemeente. Het is daarom van belang dat er sprake is van een goed inzicht in en van een goede kaderstelling ten aanzien van reserves en voorzieningen. Het inzicht wordt verschaft via de P&C cyclus o.a. in de begroting en de jaarrekening. Een goede kaderstelling wordt verkregen door het vastleggen van spelregels. In de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Rucphen 2023 (art. 212 GW) artikel 16, lid 1 staat: Het college stelt met inachtneming van de bepalingen in dit artikel nadere regels op met betrekking tot het vormen en opheffen van reserves en voorzieningen en stortingen in of bestedingen ten laste van de reserves en voorzieningen en brengt deze ter kennis van de raad. De nota reserves en voorzieningen is een uitwerking van dit artikel. Tevens zijn er regels opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording van gemeenten, het BBV. Dit BBV bevat de wettelijke voorschriften waar de gemeente op het terrein van financiën aan moet voldoen. De huidige Nota reserves en voorzieningen dateert uit 2018. De nieuwe nota sluit aan bij de bepalingen van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) alsmede de nieuwe inzichten.
In hoofdstuk 1 besteden wij aandacht aan vooral de bepalingen uit het BBV en wordt het verschil tussen reserves en voorzieningen toegelicht. Hoofdstuk 2 gaat over de functies van het gemeentelijk vermogen, waarvan reserves en voorzieningen deel uitmaken. In hoofdstuk 3 besteden we aandacht de informatievoorziening in de Planning- en controldocumenten. De hoofdstukken 4 en 5 tenslotte bevatten een opsomming van de spelregels rondom respectievelijk de reserves en voorzieningen. Hier zijn de bepalingen vanuit het BBV en de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Rucphen 2023 en een aantal praktische afspraken bijeen gebracht.
4
1
Begrip reserves en voorzieningen
Het wettelijk kader met betrekking tot reserves en voorzieningen wordt gevormd door artikel 42 tot en met 45 van het BBV. De verslagleggingsregels zijn opgenomen in de artikelen 54 en 55. Daarnaast kan de commissie BBV via notities, stellige uitspraken en richtlijnen nadere invulling geven aan dit kader. 1.1
Reserves (artikel 42, 43 en 54 BBV)
Artikel 42 1. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. 2. Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. Artikel 43 1. In de balans worden de reserves onderscheiden naar: a. de algemene reserve; b. de bestemmingsreserves. 2. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Toelichting: De algemene reserve heeft geen specifieke bestemming en wordt vooral aangehouden als financiële buffer ten behoeve van dekking van algemene risico's. De noodzakelijke omvang van deze buffer wordt bepaald door een risico-inventarisatie. In de Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018, ter vaststelling aan de raad aangeboden op 19 september 2018 is beschreven hoe die risico-inventarisatie leidt tot het bedrag van de benodigde weerstandscapaciteit en welke weerstandsratio gewenst is. Indien de omvang van de algemene reserve groter is dan de benodigde gewenste weerstandsratio, dan is het meerdere in principe vrij aanwendbaar. Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad vooraf een bepaalde bestemming heeft toegekend. De raad kan een bestemming echter weer ongedaan maken en kan besluiten de gelden uit de reserve(s) op een andere wijze te bestemmen.
Daardoor zijn bestemmingsreserves evenals de algemene reserve in principe vrij aanwendbaar. Een uitzondering daarop geldt voor reserves die worden aangehouden ter bekostiging van bepaalde reeds uitgevoerde investeringen. Daarnaast zijn er ook nog de zogenaamde stille reserves. Deze stille reserves zijn niet zichtbaar op de balans. Stille reserves vertegenwoordigen het verschil in de waarde van bezittingen in het economisch verkeer en de waarde waarvoor deze bezittingen op de balans moeten worden opgenomen. De verslaggevingsvoorschriften schrijven namelijk voor dat alleen waardering tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of (duurzaam) lagere marktwaarde is toegestaan. Het is niet toegestaan activa te herwaarderen naar waarde in het economisch verkeer. Stille reserves kunnen daardoor pas ingezet worden indien de betreffende bezitting wordt verkocht. In het BBV is bepaald dat activa waarvan de bestemming verandert, de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans wordt opgenomen. Op dat moment wordt de stille reserve zichtbaar.
5
Artikel 54 1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht. 2. Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar; c. de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening; d. de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd; e. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar. Toelichting: Om uitvoering te geven aan deze bepaling wordt in de jaarrekening een “staat van reserves” opgenomen, waarin de genoemde gegevens zijn opgenomen. Daarnaast wordt jaarlijks bij de 2 e bestuursrapportage een document gemaakt, waarin van alle reserves en voorzieningen het doel, de gerealiseerde en toekomstige stortingen en aanwendingen, de bestuurlijke besluitvorming en overige relevante informatie worden vermeld. 1.2
Voorzieningen (artikel 44, 45 en 55 BBV)
Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. 2. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b. 3. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Toelichting: Omdat voorzieningen worden gevormd om toekomstige verplichtingen na te komen worden deze tot het vreemd vermogen gerekend. Het verschil tussen een reserve en een voorziening is volgens het BBV vooral dat de raad in geval van reserves de bestemming wel kan wijzigen en bij voorzieningen niet.
Voorzieningen zijn dus niet vrij besteedbaar of te bestemmen. Het feit dat in lid 1 van dit artikel staat dat “voorzieningen worden gevormd” betekent dat de vorming dwingend is voorgeschreven in de genoemde situaties. In het geval van het gelijkmatig verdelen van lasten over meerdere begrotingsjaren (lid 1.c.), dit doet zich bijvoorbeeld voor bij groot onderhoud of wachtgelden, mag er echter ook voor gekozen worden om de te verwachten last in de meerjarenraming op te nemen. De in lid 1.d. genoemde heffing heeft betrekking op investeringen met economisch nut, zoals rioleringen. Met de in lid 2 genoemde bijdragen van derden worden voorschotten bedoeld, die dienen ter dekking van lasten in toekomstige begrotingsjaren. Hieronder vallen niet de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen. Deze laatste dienen in de balans onder overlopende passiva te worden verantwoord.
6
Lid 3 van artikel 44 noemt een onderwerp waarvoor juist géén voorziening mag worden gevormd. Deze jaarlijks terugkerende arbeidskosten die steeds van ongeveer gelijke omvang zijn, moeten als verplichtingen in de balans worden opgenomen. Verplichtingen waarvan het bedrag toeneemt dienen wel als voorziening te worden opgenomen. Gedacht moet worden aan wachtgeldverplichtingen bij personele krimp. Ook verplichtingen als gevolg van afgetreden ambtsdragers vallen hieronder, bijvoorbeeld vertrekkende wethouders na nieuwe verkiezingen en nieuwe collegevorming. Artikel 45 Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan. Toelichting: De reden van deze bepaling is dat voorzieningen naar beste schatting dekkend dienen te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Toevoegingen mogen alleen zijn gebaseerd op de tijdige opbouw van de noodzakelijke omvang van de voorziening. Het Rijk kan bijvoorbeeld voor bepaalde voorzieningen een verplichte toevoeging, gelijk aan de rentevoet, opleggen. Een dergelijke toevoeging wordt als een toevoeging om de voorziening op de juiste hoogte te houden. Artikel 55 1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht. 2. Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a.
het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen; c. ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen; d. de aanwendingen; e. saldo aan het einde van het begrotingsjaar. Toelichting: In de jaarrekening wordt een staat van voorzieningen opgenomen, waarin de gevraagde gegevens zijn verwerkt. Zie verder de toelichting bij “1.1 Reserves” onder artikel 54. 1.3
Rentetoerekening aan reserves
Het BBV vermeldt in artikel 45 dat rentetoevoeging aan voorzieningen niet is toegestaan. Voor reserves is een dergelijke bepaling niet opgenomen en dat betekent dat rentetoevoeging wél is toegestaan. De Commissie BBV adviseert echter geen rente over het eigen vermogen te berekenen. De reden hiervan is met name gelegen in het feit dat op deze wijze de exploitatie onnodig wordt belast. Daarnaast komt dit niet ten goede aan het verlangde inzicht, eenvoud en transparantie van de financiële gegevens. Voor de gemeente Rucphen geldt dat al sinds 2005 geen rente wordt toegerekend aan de reserves. 1.4
Verschillen tussen reserves en voorzieningen
In onderstaande tabel zijn de voornaamste verschillen met betrekking tot een aantal aspecten tussen reserves en voorzieningen in beeld gebracht.
7
Aspect
Reserve Vooraf door de raad (raad heeft keuzemogelijkheid)
Vorming door
Maakt onderdeel uit van
Toevoeging
Voorziening Achteraf door raad. Geen keuze voor raad door verplichtend karakter van voorzieningen (met uitzondering van voorzieningen in het kader van onderhoud)
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Bestemming van het resultaat
Resultaatbepalend
Een toevoeging aan een reserve geschiedt altijd in het kader van resultaatbestemming.
Storting in een voorziening komt direct ten laste van de exploitatie
Raadsbesluit is een vereiste
Geen raadsbesluit nodig
Onttrekkingen gaan eveneens via de resultaatbestemming en op basis van raadsbesluit.
Directe onttrekking is verplicht (boeking van kostenfacturen rechtstreeks t.l.v. voorziening)
Raad is bevoegd om de bestemming te wijzigen
Gebonden, slechts voor het betreffende doel aanwendbaar
Financiële onderbouwing
Niet verplicht, maar aan te raden. In Rucphen is dit een uitgangspunt.
Verplicht
Toetsing
Eigen verantwoordelijkheid
Door accountant in kader van controle op de jaarrekening
Rentebijschrijving
Volgens BBV is bijschrijving toegestaan. In Rucphen vindt geen bijschrijving plaats.
Niet toegestaan
Algemene reserves en
Voorzieningen voor:
Bestemmingsreserves
verplichtingen en verliezen;
Onttrekking
Bestemming vrij of gebonden?
Indeling
bestaande risico’s; egalisatie van kosten en bijdragen van derden
8
2
Functies van het gemeentelijk vermogen
De Algemene reserve (inclusief het positief saldo jaarrekening) en de bestemmingsreserves tezamen vormen het eigen vermogen van de gemeente. Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen. Het gemeentelijke vermogen kent de volgende functies: - de bufferfunctie: houdt verband met het opvangen van onverwachte financiële tegenvallers; -
de bestedingsfunctie: de bestemmingsreserves en voorzieningen zijn bewust ingesteld om middelen ervan te besteden voor het realiseren van een bepaalde activiteit of bepaald doel, respectievelijk de kosten van die activiteit of dat doel te dekken. De Algemene reserve wordt echter incidenteel ook gebruikt als dekkings- of bestedingsmiddel. Dit kan zijn voor het dekken van exploitatietekorten dan wel aanwending voor het realiseren van een bepaalde activiteit / doel waarvoor geen bestemmingsreserve is gevormd;
-
de financieringsfunctie: hieruit kan vermogen als financieringsmiddel van kapitaalinvesteringen worden ingezet zodat geen externe financiering hoeft te worden aangetrokken;
-
de egalisatiefunctie: zorgt ervoor dat bepaalde kosten gedurende een aantal jaren kunnen worden geëgaliseerd.
Naast inzicht in de omvang van het gemeentelijk vermogen is ook inzicht in de ontwikkeling essentieel. Immers, inzicht in deze beide aspecten bevordert het proces van bestuurlijke afweging. Het is daarom van belang dat de toekomstige stortingen en onttrekkingen jaarlijks worden geactualiseerd in het document bij de 2e bestuursrapportage. Daarnaast worden jaarlijks in de programmabegroting per programma en voor elke jaarschijf van de meerjarenramingen de geraamde stortingen en onttrekkingen gepresenteerd.
9
3
Reserves en voorzieningen in de Planning- en Controlcyclus
De ingestelde reserves en voorzieningen worden in deze nota niet afzonderlijk besproken. Dit heeft een plek binnen de P&C cyclus. Programmabegroting In de begroting worden de mutaties in de reserves op programmaniveau, voor het begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren vermeld. Van de voorzieningen wordt van het begrotingsjaar de boekwaarde aan het begin, de vermeerdering en vermindering en de boekwaarde aan het eind van het jaar vermeld. Kadernota Ten behoeve van de berekening van de aanwezige en benodigde weerstandscapaciteit in de Kadernota wordt de omvang van de algemene reserve geactualiseerd op basis van de mutaties in die Kadernota. Bestuursrapportages In de 1e bestuursrapportage worden in elk geval mutaties die voortvloeien uit andere bijstellingen van ramingen verwerkt. In de 2e bestuursrapportage worden alle reserves en voorzieningen op noodzaak en omvang beoordeeld en zo nodig vindt bijstelling of vrijval plaats. Er wordt een document bijgevoegd waarin van alle reserves en voorzieningen het doel, de gerealiseerde en toekomstige stortingen en aanwendingen, de bestuurlijke besluitvorming en overige relevante informatie worden vermeld. Financiële slotwijziging Indien andere bijstellingen van ramingen dat noodzakelijk maken, vinden in de financiële slotwijziging mutaties in reserves en voorzieningen plaats.
Jaarrekening In de jaarrekening worden de reserves en voorzieningen en de stortingen en onttrekkingen van het verslagjaar toegelicht. De voorzieningen zijn onderwerp van de jaarlijkse controle door de accountant. Door de vaststelling van de jaarrekening door de gemeenteraad vindt vaststelling plaats van de gerealiseerde onttrekkingen en stortingen in reserves en voorzieningen.
10
4
Spelregels reserves
4.1 Instellingscriteria Ten behoeve van het instellen van een bestemmingsreserve zijn de volgende criteria van belang: - een bestemmingsreserve wordt ingesteld voor een concreet, in principe binnen een vooraf bepaalde tijd te realiseren, door de raad vastgesteld doel; - het instellen van een bestemmingsreserve vindt plaats bij raadsbesluit dat de volgende gegevens moet bevatten: • de naam van de bestemmingsreserve; • het doel waarvoor de bestemmingsreserve wordt gevormd; • het noodzakelijke / gewenste / minimale en/of maximale bedrag; • de omvang en de wijze van stortingen en onttrekkingen (incidenteel en/of structureel) of • de start- en einddatum van de bestemmingsreserve; 4.2 Mutaties (stortingen en onttrekkingen) - de middelen van een bestemmingsreserve mogen uitsluitend worden aangewend voor het doel waarvoor deze reserve is gevormd, tenzij de raad een andere bestemming heeft aangegeven; - onder voorwaarde dat de bestemmingen gelijksoortig zijn en dat de raad een instemmend besluit heeft genomen, mogen bestemmingsreserves worden samengevoegd; - de raad besluit tot toevoeging en/of onttrekking aan bestemmingsreserves door vaststellen van de begroting, bestuursrapportages, financiële slotwijziging of een afzonderlijk raadsbesluit; - toevoegingen aan bestemmingsreserves worden gekoppeld aan de benodigde middelen voor het realiseren van de doelstelling; - op reserves wordt
geen rente bijgeschreven; - in de jaarrekening worden mutaties aan elk van de bestemmingsreserves verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting door de raad is vastgesteld. Voor alle mutaties boven de door de raad vastgestelde mutaties is een raadsbesluit (separaat of als onderdeel van ander document) vereist; - voor de reserves van het grondbedrijf geldt dat stortingen of onttrekkingen, indien de noodzaak daarvan is gebleken na afloop van het boekjaar, zonder expliciet raadsbesluit mogen worden verwerkt in de jaarrekening; - onttrekkingen mogen niet tot gevolg hebben dat de bestemmingsreserve negatief wordt; - onttrekkingen aan bestemmingsreserves ten behoeve van de exploitatie zijn gelijk aan de bijbehorende werkelijke lasten; - stortingen of onttrekkingen aan reserves ter egalisatie van niet begrote tekorten of overschotten zijn (zonder expliciet raadsbesluit) niet toegestaan; - verlengen van de looptijd van een bestemmingsreserve gebeurt door middel van een voldoende gemotiveerd raadsvoorstel en -besluit.
4.3 Opheffen - Een bestemmingsreserve wordt opgeheven wanneer het doel waartoe deze oorspronkelijk werd gevormd vervalt of de vastgestelde einddatum is bereikt; - opheffen van een bestemmingsreserve geschiedt middels een raadsbesluit; - wanneer het doel van een bestemmingsreserve in belangrijke mate wijzigt (het nieuwe doel ligt niet in de lijn van het oorspronkelijke doel), valt het saldo van deze bestemmingsreserve vrij en wordt deze vervolgens opgeheven. 4.4 Overheveling niet-uitgegeven budgetten Ten behoeve van het overhevelen van nog niet uitgegeven budgetten naar een volgend jaar is de bestemmingsreserve Restantbudgetten gevormd. Om deze reserve te kunnen en mogen benutten moet worden voldaan aan bovenstaande criteria (doelstelling, looptijd, etc.). De raad bekrachtigt deze overhevelingen bij de resultaatsbestemming van het rekeningsaldo of tussentijds in een Bestuursrapportage of de financiële slotwijziging.
11
5
Spelregels voorzieningen
5.1 Instellingscriteria Een voorziening wordt ingesteld als sprake is van: - verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs valt in te schatten; - op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs valt in te schatten; - kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling (egalisatie) van de lasten over een aantal begrotingsjaren; - de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 lid 1b BBV, bijv. rioolheffing; - van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de van Europese of Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Voor egalisatievoorzieningen die geen verplichtend karakter hebben en waarvoor toevoegingen en onttrekkingen meerjarig kunnen worden geraamd, geldt dat instelling van de voorziening en de stortingen en onttrekkingen slechts kunnen plaatsvinden na een daartoe strekkend raadsbesluit.
Een voorziening moet de omvang hebben van de desbetreffende verplichting of het geschatte risico. Wanneer de kans bestaat dat een risico zich zal voordoen en de omvang van het risico niet goed valt in te schatten, kan geen voorziening worden getroffen. Dit risico moet dan worden opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (W&R). Deze paragraaf is een vast onderdeel van de begroting en jaarrekening. 5.2 Mutaties - indien de voorziening een omvang heeft bereikt die hoger is dan het noodzakelijke niveau, valt het meerdere vrij ten gunste van de exploitatie; - tekorten binnen de voorziening dienen te worden aangevuld; - mutaties in de voorziening zijn resultaat-bepalend en worden rechtstreeks in de jaarrekening verwerkt; - op voorzieningen mag geen rente worden bijgeschreven; - aanwendingen worden rechtstreeks ten laste van de voorziening verantwoord en blijven buiten de exploitatie; - een negatieve positie van een voorziening is toegestaan onder voorwaarde dat een onderliggend plan aantoont dat de voorziening op termijn weer een positieve positie weergeeft; - autorisatie door de raad van bestedingen vindt bij voorkeur vooraf plaats door middel van het vaststellen van de begroting, bestuursrapportages, financiële slotwijziging of een afzonderlijk raadsbesluit.
Gezien het verplichtende karakter van voorzieningen kan autorisatie van bestedingen achteraf plaatsvinden door middel van het vaststellen van de jaarrekening waarin de toevoegingen en onttrekkingen worden verantwoord. 5.3 Opheffen Voorzieningen worden opgeheven als de verplichting en/of het risico waarvoor de voorzieningen is gevormd is vervallen of is opgehouden te bestaan. Wanneer een voorziening wordt opgeheven valt een eventueel positief saldo vrij ten gunste van de exploitatie. 5.4 Wijzigen van doel of bestemming Gelet op het verplichte karakter en de strakke kaders kan het doel van een voorziening niet wijzigen. Indien het doel van de voorziening niet meer bestaat of wijzigt wordt de voorziening opgeheven.
12
Bijlage 1 Regels samengevat: reserves en voorzieningen
1. Het college stelt met inachtneming van de bepalingen in dit artikel nadere regels op met betrekking tot het vormen en opheffen van reserves en voorzieningen en stortingen in of bestedingen ten laste van de reserves en voorzieningen en brengt deze ter kennis van de raad. 2. Bestemmingsreserves a. Bestemmingsreserves worden ingesteld en opgeheven bij raadsbesluit. b. Stortingen in - en onttrekkingen aan bestemmingsreserves kunnen slechts plaatsvinden indien daaraan een raadsbesluit ten grondslag ligt. c. In afwijking van het gestelde onder b. geldt voor reserves van het grondbedrijf dat stortingen of onttrekkingen, indien de noodzaak daarvan is gebleken na afloop van het boekjaar, zonder expliciet raadsbesluit mogen worden verwerkt in de jaarrekening. d. Stortingen of onttrekkingen aan bestemmingsreserves worden altijd in de programmabegroting en de jaarrekening vermeld. e. Indien een in de begroting vastgelegde besteding ten laste van een bestemmingsreserve vertraagt over de jaargrens, wordt dit in de jaarrekening via budgetoverheveling expliciet zichtbaar gemaakt. f. Stortingen of onttrekkingen aan reserves ter egalisatie van niet begrote tekorten of overschotten zijn (zonder expliciet raadsbesluit) niet toegestaan. 3. Voorzieningen a.
Voor egalisatievoorzieningen die geen verplichtend karakter hebben en waarvoor toevoegingen en onttrekkingen meerjarig kunnen worden geraamd, zijn de in lid 2 onder a. en b. van dit artikel beschreven regels voor bestemmingsreserves van toepassing. b. Stortingen in voorzieningen en bestedingen ten laste van een voorziening, worden in de programmabegroting/jaarrekening vermeld. 4. Rentetoevoeging In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.