08c Bestemmingsplan 'Kom Rucphen Zundertseweg naast 25 te Rucphen' toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Kom Rucphen, Zundertseweg naast 25 te Rucphen’
1
Datum: Planstatus:
1 november 2023 Vast te stellen
Toelichting Bestemmingsplan ‘Kom Rucphen, Zundertseweg naast 25 te Rucphen’ NL.IMRO.0840.2581K0025-DEF1 Vast te stellen, 1 november 2023 Gemeente Rucphen Urban Jazz B.V. Bijlagen 1 Quickscan ecologie, 18 april 2022 2 Bodemonderzoek, 7 juni 2021 3 Akoestisch onderzoek, 29 maart 2021 4 Ontwerp besluit hogere waarde 5 Verslag omgevingsdialoog 6 Standaard advies brandweer
Separate bijlagen Regels Verbeelding
2
Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................ 5
1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 5
1.2
Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 6
1.3
Leeswijzer ................................................................................................................................ 9
Hoofdstuk 2 Huidige en beoogde situatie ................................................................................. 10 2.1
Rucphen ................................................................................................................................. 10
2.2
Plangebied ............................................................................................................................. 13
2.3
Beoogde situatie.................................................................................................................... 16
Hoofdstuk 3 Beleidskaders ....................................................................................................... 19 3.1
Rijksbeleid.............................................................................................................................. 19
3.2
Provinciaal en regionaal beleid ............................................................................................. 20
3.3
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 25
3.4
Toetsing beleidskaders .......................................................................................................... 39
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten, kwaliteit van de leefomgeving................................................ 40 4.1
Bodem ................................................................................................................................... 40
4.2
Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 40
4.3
Water ..................................................................................................................................... 44
4.4
Geluidhinder .......................................................................................................................... 49
4.5
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 50
4.6
Externe veiligheid .................................................................................................................. 52
4.7
Ecologie / flora en fauna ....................................................................................................... 54
4.8
Milieuhinder .......................................................................................................................... 61
4.9
Verkeer .................................................................................................................................. 62
4.10
Geurhinder ............................................................................................................................ 63
4.11
Overige belemmeringen, kabels en leidingen ....................................................................... 65
4.12
Besluit m.e.r. ......................................................................................................................... 65
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten .............................................................................................. 68 5.1
Planvorm ............................................................................................................................... 68
5.2
Toelichting op de bestemmingen .......................................................................................... 68
1
INLEIDENDE REGELS .............................................................................................................. 68
2
BESTEMMINGSREGELS .......................................................................................................... 68
3
ALGEMENE REGELS................................................................................................................ 69
4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS .............................................................................................. 70
Hoofdstuk 6 Economische en financiële uitvoerbaarheid .......................................................... 71 6.1
Regelgeving grondexploitatie ................................................................................................ 71 3
6.2
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 71
Hoofdstuk 7 Procedurele haalbaarheid..................................................................................... 72 7.1
Maatschappelijke toetsing .................................................................................................... 72
7.2
Overleg .................................................................................................................................. 72
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer wenst op het perceel aan de Zundertseweg, naast nummer 25 te Rucphen drie vrijstaande woningen te realiseren. Op een deel van nummer 25 rust nog een bedrijfsbestemming vanwege de handel in gasflessen. De bedrijfsopstallen zijn al gesloopt omdat het bedrijf inmiddels al 21 jaar terug is beëindigd. De bijbehorende bedrijfswoning heeft al een woonbestemming. De nieuwe woningen worden grotendeels gerealiseerd op de aansluitende gronden van eigenaar, waar nog een agrarische bestemming op rust. Op 23 februari 2021 heeft de gemeente aangegeven in principe onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan het verzoek van 23 december 2020. Momenteel wordt de agrarische grond nog als grasland gebruikt. Het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken én planologisch vast te leggen. In figuur 1 en 2 zijn respectievelijk de ligging van het plangebied en een straatnamenkaart weergegeven.
Figuur 1: Ligging plangebied (bron: Topotijdreis, topografische kaart)
5
Figuur 2: Straatnamenkaart (bron: Google 2020)
1.2
Vigerend bestemmingsplan
De bedrijfsgronden zijn gelegen in het bestemmingsplan ‘Kom Rucphen’ (figuur 3a) van 25 juni 2013. Het perceel is bestemd als ‘Bedrijf’ met een aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handel in gasflessen’. Een deel van het bestemmingsvlak is aangemerkt als bouwvlak waarbinnen bedrijfsgebouwen mogen worden gerealiseerd met een maximale goothoogte van 3 meter. Het perceel kent de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ en de gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone – munitie - C’ en ‘vrijwaringszone - radar’. In het bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om met een wijzigingsplan de bedrijfsbestemming te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ met ‘Tuin’. Slechts één van de nieuwe woningen is op dit deel voorzien. Ook geldt het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren en overgangsrecht Rucphen’ van 13 december 2017. Het overige deel van het plangebied ligt in het herzien bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, dat 16 december 2020 is vastgesteld. Dit plan is in werking getreden maar nog niet onherroepelijk. Onderstaand (figuur 3b) een uitsnede van dit plan.
De locatie is in dit plan bestemd als ‘Agrarisch met waarden - Landschappelijk’ met meerdere aanduidingen en dubbelbestemmingen, namelijk ‘Waarde – Archeologie’, ‘geluidzone – weg’, ‘luchtvaartverkeerzone – 4’, ‘overige zone - beperkingen veehouderij’, ‘overige zone – beslotenheid’, ‘overige zone – kernrandzone’, ‘veiligheidszone - ontplofbare stoffen C’ en ‘vrijwaringszone – obstakelbeheerzone’. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ zijn er gebiedsaanduidingen waarde 2, 3 en 4 van toepassing. 6
In de bestemmingsomschrijving van deze agrarische bestemming is aangegeven dat de gronden ook bestemd zijn voor het behoud, herstel of de ontwikkeling van abiotische, landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden. Het perceel kent, door het ontbreken van een bouwvlak, minimale bouwmogelijkheden. Het bestemmingsplan heeft vooral een beheersmatig karakter, al zijn er ook diverse wijzigingsbevoegdheden benoemd. Zo kan een agrarische bestemming met een wijzigingsbevoegdheid art. 3.6 Wet ruimtelijke ordening (Wro) naar een woonbestemming worden omgezet, mits er een bouwvlak verdwijnt/ verkleint en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Dit is hier echter niet aan de orde; er is geen bouwvlak aanwezig. De geluidzone borgt dat bebouwing 25 meter uit de as van de weg komt. De zone voor de ontplofbare stoffen is gerelateerd aan het nabij gelegen militaire complet. De obstakelbeheerzone is opgenomen voor radarverstoring van de vliegbasis Woensdrecht en Herwijnen te voorkomen. De luchtvaartverkeerzone is gerelateerd aan Brede International Airport (Seppe Bosschenhoofd).
Figuur 3a: Kom Rucphen 25 juni 2013 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
7
Figuur 3b: Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 8
De beoogde ontwikkeling, die verder in hoofdstuk 2 wordt beschreven, past qua bouw- en gebruiksmogelijkheden niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Aangezien er tevens geen passende afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden zijn opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen, dient er - om de ontwikkeling mogelijk te maken - een bestemmingsplan te worden opgesteld, waarbij de bedrijfs- en agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Het voorliggende bestemmingsplan biedt dus het juridisch planologische kader om de voorgestelde ontwikkeling ter plaatse mogelijk te maken.
1.3
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en plankaart (verbeelding). De plankaart vormt samen met de regels het juridisch bindende gedeelte van het plan. Daarop wordt een toelichting gegeven. In de onderhavige toelichting worden de uitgangspunten voor de planherziening weergegeven. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en beoogde situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het ruimtelijk beleid dat op de beoogde ontwikkeling van toepassing is. De milieu- en duurzaamheidaspecten worden behandeld in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. De economische uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 6 aan de orde en tot slot wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke toetsing en overleg behandeld.
9
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige en beoogde situatie
Rucphen
De gemeente Rucphen ligt tussen Roosendaal, Etten-Leur en Zundert in de provincie Noord-Brabant, telt 22.873 inwoners (1 januari 2020) en staat bekend als wielerdorp met mooie bossen. Rucphen is een gevarieerde landelijke en groene gemeente, waar de landbouw een economisch belangrijke functie heeft en bovendien een belangrijke beheerder is van het buitengebied. Door het aantrekkelijke landschap is het ook een mooi recreatiegebied. De hoofdstructuur van de gemeente is bepaald door de ontginning van woeste gronden en de latere turfwinning in de 13e en 14e eeuw. De turfwinning zorgde voor het uitgraven van een aantal vaarten die dragend zijn voor de historische structuur van het dorp. De Schijfse Vaart loopt in de richting van de kern Rucphen en gaat na de woonkern over in de Vlette Vaart. In de kern Rucphen is de gehele Schijfse Vaart overkluisd. Het oppervlaktewater is er wel, maar niet zichtbaar aanwezig. Tot 1810 maakte de gemeente deel uit van enerzijds de baronie van Breda en anderzijds het markiezaat Bergen op Zoom. Daarna werd een officiële decreet ondertekend. Een nieuwe gemeente werd genoemd naar de plaats welke het eerst werd vermeld en ging heten: la commune de Sprundel. Hierna hebben nog enkele grenscorrecties plaatsgevonden. In figuur 4 tot en met 8 zijn historische kaarten opgenomen.
De vijf kernen in de gemeente Rucphen zijn allen ontstaan vanuit bebouwingslinten op hoger gelegen gedeeltes in het landschap. De basis van het dorp Rucphen is de voormalige Dorpsstraat die hernoemd is als Raadhuisstraat. Via de Sprundelseweg en de Rucphensebaan loopt de lintstructuur over in de St. Jansstraat, welke de oorsprong is van Sprundel. De Noorderstraat is een ander historisch lint wat overloopt in het oude lint van St. Willebrord; de Dorpsstraat. St. Willebrord is de grootste plaats in de gemeente. Rucphen telt circa 4.675 inwoners (1 januari 2021). Behalve Rucphen, Sprundel en St. Willebrord liggen nog twee kleinere kernen in de gemeente; Zegge en Schijf. In het noordwesten van de gemeente en boven de rijksweg A58 ligt Zegge. Zegge is ontstaan door de samenvoeging van vier buurtschappen die door de Onze Lieve Vrouwestraat verbonden zijn. Aan de andere kant van de gemeente en ten zuidoosten van de Rucphense bossen ligt de kern Schijf, grenzend aan België. Schijf is ontstaan langs de Sint Antoniusstraat op een uitloper van de hoger gelegen zandgronden. Rucphen kent een uitgestrekt buitengebied, met diverse van elkaar te scheiden deelgebieden met eigen kenmerken, landschappelijke waarden en eigen invulling, zoals de Heipolder, Oude Zoek, Schijfse Vaart en het Militair Mobiliteits Centrum (MMC-complex).
10
Figuur 4: Historische kaart 1900 (bron: Topotijdreis)
Figuur 5: Historische kaart 1950 (bron: Topotijdreis) 11
Figuur 6: Historische kaart 1970 (bron: Topotijdreis)
Figuur 7: Historische kaart 1990 (bron: Topotijdreis) 12
Figuur 8: Uitsnede topografische kaart 2020 Rucphen (bron: Topotijdreis)
2.2
Plangebied
Het plangebied (figuur 9 tot en met 13) ligt ten zuiden van de kern Rucphen aan de Zundersteweg en betreft de percelen C nummers 4544 (ged.), 4545, 4546 (ged.) 4547, 4548, 4549 en 4550 (ged.), waarvan circa 3000m2 bedoeld is voor het realiseren van de drie woningen. De planlocatie is omgeven door woonbebouwing en tuinen. Aan de achterzijde liggen de bossen. De agrarische grond heeft aan de voorzijde een haag. Er is sprake van een gebied met een bebouwd karakter met hoofdzakelijk de functie wonen. De locatie heeft beperkt landschappelijk waardevolle betekenis als onderdeel van het MMC-complex.
13
Figuur 9: Luchtfoto Rucphen (bron: Topotijdreis)
Figuur 10: Luchtfoto plangebied (bron: Google 2021)
14
Figuur 11: Plangebied gekeken naar noordelijke richting (bron: Slagboom en Peeters)
Figuur 12: Plangebied gekeken naar oostelijke richting (bron: Slagboom en Peeters)
15
Figuur 13: Zicht vanaf de Zundertseweg (bron: Google 2019)
2.3
Beoogde situatie
Op de planlocatie (figuur 14, 15 en 16) worden drie vrijstaande woningen beoogd, daar waar er sloop heeft plaatsgevonden van circa 460 m2 bedrijfsbebouwing (twee schuren). Elk toekomstig bouwperceel is circa 20 meter breed met een diepte van 50 meter. De woningen voegen zich qua vorm, bouwmassa en maatvoering in de bestaande omgeving en de nabijgelegen woningen, welke vooral vrijstaand in 2 lagen met een kap zijn uitgevoerd. Op eigen terrein worden minimaal drie parkeerplaatsen per woning gerealiseerd en in stand gehouden. Gelet op de ruime omvang van elk bouwperceel is dit goed mogelijk. Aan de parkeernorm van 2,4 plaats per woning wordt hiermee voldaan. Bij de positionering van elke woning wordt rekening gehouden met de geluidzone van de weg en/of de normen die blijken uit het akoestisch onderzoek. De woningen worden buiten die geluidzone gerealiseerd, op een grotere afstand van de rijbaan. Elke woning heeft een maximale goothoogte van 6 meter en maximale bouwhoogte van 10 meter, in lijn met de regels uit het bestemmingsplan voor de kom. Elk hoofdgebouw wordt binnen het bouwvlak van 15x15 meter gebouwd. De bijbehorende bouwwerken mogen maximaal 3,25 resp. 6 meter hoog zijn qua goot- en nok.
Maximaal 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken is per hoofdgebouw toegestaan, met dien verstande dat vergunningsvrij wellicht een groter oppervlak te realiseren is, afhankelijk van de omvang van bebouwingsgebied/ achtererfgebied. Een afstand van 2 meter uit de zijdelingse perceelsgrens moet worden aangehouden bij de situering van de woning. Een eventuele dakhelling is voorgeschreven van maximaal 65 graden. De woningen verspringen in de voorgevel licht ten opzichte van elkaar, vanwege de loop van de weg. Het plangebied is dermate ruim dat de bebouwingsdichtheid past bij de overgangszone tussen de kern en het buitenbied. Het gebied is ruim genoeg zodat een deel ook wordt gebruikt voor een goede groene inpassing, waarover hierna meer. De ontwikkeling ligt op de komgrens. Per woning zal, conform het gemeentelijk groenbeleid, een strook van 75m2 van de voortuin in openbaarheid aan de gemeente worden overgedragen waarover in paragraaf 3.3 meer. De bestaande haag verdwijnt. Verder wordt het perceel, zoals uit figuur 15 blijkt, vooral groen ingericht en blijven verhardingen beperkt tot de bebouwing en de inrit met parkeervoorzieningen. In de waterparagraaf 4.3 wordt ingegaan op het belang van beperking van de verharding.
Hoewel het plangebied weliswaar voor wat het bestemmingsplan betreft overwegend in het buitengebied is gelegen, wordt het door de provincie al beschouwd als stedelijk gebied. Daarom zijn de woningen toelaatbaar, ook zonder de aanschaf van zogenoemde ruimte-voor-ruimte bouwtitels. Om diezelfde reden is het afsprakenkader voor kwaliteitsverbetering van het landschap formeel niet van toepassing. Desondanks vindt er een landschappelijke c.q. groeninpassing plaats, zodat er sprake is van een verbetering van de omgevingskwaliteit. Temeer er een bedrijf wordt beëindigd en circa 460m2 bedrijfsbebouwing verdwijnt.
16
Figuur 14: Kadastrale situatie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
17
Figuur 15: Inrichtingsschets
Figuur 16: Aanzet verbeelding
18
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om die nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. In de structuurvisie van 13 maart 2012, schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De forse bezuinigingsopgave maakt dat er scherp geprioriteerd moet worden. De financiële middelen zijn de komende jaren beperkt en private investeerders zijn terughoudender. Hierdoor vertragen projecten, worden deze heroverwogen of zelfs gestopt. Daarnaast werkt de huidige wijze van financiering van gebiedsontwikkeling niet meer.
Nieuwe verdienmodellen en andere kostendragers zijn nodig om gebiedsontwikkeling weer van de grond te krijgen. Tegelijkertijd vragen grote opgaven op het gebied van concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid om rijksbetrokkenheid. Omtrent het ontwerp van de structuurvisie vond inspraak plaats in 2011. Gelijktijdig is een eerste wijziging ter inzage gelegd van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro bevestigt de beleidsuitspraken uit de structuurvisie. Het gewijzigde Barro trad op 10 oktober 2012 in werking, ook wel genoemd Ontwerp Algemene Maatregel van Bestuur Ruimte. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt, als opvolger van de SVIR, een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI van 11 september 2020 geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.
Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; • kenmerken en identiteiten van een gebied staan centraal; • afwentelen wordt voorkomen. Ladder voor duurzame verstedelijking Uit het gewijzigde Barro blijkt dat art. 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangevuld is. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe ruimtevraag en een zorgvuldige inpassing van de 19
nieuwe ontwikkeling. De term SER-ladder is verder geïntroduceerd. Drie stappen moeten worden doorlopen met een motivatie in de toelichting bij het betreffende ruimtelijke plan: 1. beoordeling of de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale, intergemeentelijke vraag voor bedrijven- en haventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties en andere stedelijke voorzieningen. Naast de kwantitatieve beoordeling gaat het ook om kwalitatieve vraag op regionale schaal; 2. beoordeling of de ontwikkeling kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten; 3. beoordeling door betrokken overheden of er sprake is van een passende ontsluiting. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zijn gelegen in het vervallen van de begrippen ‘actuele regionale’ bij de behoeftebepaling. Aangezien de huidige jurisprudentie van toepassing blijft op de nieuwe ladder, leidt dit niet tot een wijziging in de toepassingspraktijk van de ladder. Daarnaast zijn treden 1 en 2 samengevoegd en is trede 3 komen te vervallen. De ladder moet worden doorlopen als het gaat om bouwmogelijkheden van enige omvang (meer dan 11 woningen). In de regio zijn ook afspraken gemaakt over toepassing van de ladder.
Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag worden niet gekwalificeerd als een stedelijke ontwikkeling. In dat geval hoeft de ladder niet te worden toegepast. Jurisprudentie hierover is in beweging. Een bouwplan van dergelijke beperkte schaal wordt niet als een stedelijke ontwikkeling beschouwd, als bedoeld onder art. 1.1.1 lid 1 Bro. Dit is bevestigd in diverse uitspraken van de Raad van State (ABRvS 2013082867/1/R4 en ABRvS 201401129/2/R4). Kortom, de ladder hoeft nu niet te worden doorlopen. Radarverstoringsgebied vliegbasis Woensdrecht en Herwijnen Het plangebied is gelegen in een radarverstoringsgebied van de vliegbasis Woensdrecht. In art. 2.6.2 van het Barro wordt gesteld dat de maximaal toelaatbare hoogte van objecten in, op of boven de grond in een radarverstoringsgebied in overeenstemming moet zijn met de regeling als opgenomen in het Rarro. De maximale toegestane hoogte was 113 meter + NAP (voorheen 63 meter), maar is verder teruggebracht naar 90 meter + NAP voor windturbines in relatie tot Herwijnen. De locatie ligt op circa 13 meter + NAP. Onderhavig plan biedt ruimte voor woningbouw met een bouwhoogte tot maximaal 10 meter. Deze hoogte past ruimschoots binnen de gestelde maximale bouwhoogtes uit het Rarro.
Ten aanzien van het onderhavige plangebied zijn er verder geen regels uit het Barro van toepassing.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
Met de komst van de Wro in 2008 zijn de juridische mogelijkheden van de provincie gewijzigd. Structuurvisies geven voortaan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid aan en stellen de provinciale belangen die met dat beleid worden behartigd veilig. Ter verwezenlijking daarvan heeft de provincie de beschikking over nieuwe juridisch mogelijkheden, te weten het provinciale bestemmingsplan ofwel inpassingsplan, de verordening en het opleggen van aanwijzingen. Met de inwerkingtreding van de Wro is de goedkeuringstaak van Gedeputeerde Staten ten aanzien van ruimtelijke plannen komen te vervallen. Dit betekent dat de provincie dient te handelen vanuit het provinciaal belang. Enkel op die basis kan de provincie gebruik maken van het instrumentarium dat op grond van de Wro beschikbaar is. Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving De provincie Noord-Brabant loopt vooruit op de komst van de Omgevingswet en heeft op 14 december 2018 de Omgevingsvisie vastgesteld als opvolger van de structuurvisie. Met deze visie grijpt het provinciaal bestuur de Omgevingsvisie aan als kans om privaat, maatschappelijk en publiek handelen en beslissingen over ontwikkelingen met elkaar in samenhang te brengen. In de Omgevingsvisie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, 20
lucht en vuur (energie). Deze elementen zijn sterk van elkaar afhankelijk maar ook aan veranderingen onderhevig. De omgevingsvisie agendeert en nodigt uit om hier samen mee aan de slag te gaan. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s. Die uitwerking is een opgave die op de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en de ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Steeds anticiperend op veranderende omstandigheden en beweging in Brabant. Hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien? En wat moeten we in 2030 al voor elkaar hebben om dat toekomstperspectief te verwezenlijken? Over die vragen gaat de Brabantse Omgevingsvisie. De visie benoemt daarbij een aantal hoofdopgaven: • De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. • Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. • Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Dit heeft gevolgen voor hoe we onze leefomgeving vormgeven. • Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en Brabanders stellen andere eisen aan steden.
Dit heeft gevolgen voor hoe het netwerk van steden en dorpen functioneert en verder vorm krijgt. • Concurrerende, duurzame economie: we willen top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij we de omslag naar een verregaande circulaire economie maken en digitalisering steeds belangrijker wordt. Concrete punten voor een kleinschalige ontwikkeling als de realisering van een dergelijk klein plan met drie woningen zijn in de nieuwe omgevingsvisie niet opgenomen. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Met de Brabantse omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ hebben provinciale staten in december 2018 de visie op de fysieke leefomgeving vastgesteld. De visie bevat de opgaven die er liggen voor de nabije toekomst, welke ambities en concrete doelen de provincie zichzelf heeft gesteld en hoe ze hieraan willen werken. Een verordening is een instrument om aan de visie vorm te geven. Op 25 oktober 2019 is de provinciale omgevingsverordening (IOV) vastgesteld, welke 5 november 2019 in werking is getreden (geconsolideerde versie 15 april 2022). De verordening vervangt de Verordening ruimte 2014. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied.
In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan het beschermen van belangrijke waarden als het drinkwater of de natuurgebieden. De Interim omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Nu duidelijk is wanneer de Omgevingswet waarschijnlijk in werking treedt, heeft de provincie inmiddels wel op 11 maart 2022 de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. Een aantal aspecten trad medio april 2022 al in werking als actualisatie van de IOV. Vooral voor ontwikkelingen in het buitengebied heeft dit consequenties, vanwege de breedrond-diep benadering en ontwikkelgericht aanpak. Voor dit plangebied nu niet relevant. 21
De gemeente moet wel rekening houden met de instructieregels bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. De verordening is beleidsneutraal en regelt een en ander over: • omgevingskwaliteit; • stedelijke ontwikkelingen; • duurzame energie; • natuurgebieden en andere gebieden met waarden; • agrarische ontwikkelingen; • overige ontwikkelingen in het buitengebied.
Figuur 17: Uitsnede IOV, stedelijk gebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Het plangebied (figuur 17) is binnen de IOV geduid als ‘stedelijk gebied’, binnen de landelijke kern. De locatie ligt ook in het stalderingsgebied en gebied waar een verbod geldt voor uitbreiding van de veehouderij. Voor dit bestemmingsplan is een aantal regels uit de IOV van toepassing. Ten aanzien van dit initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor een stedelijke 22
ontwikkeling binnen het stedelijk gebied. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. De toetsing wordt hierna uitgevoerd. Voor de planlocatie is de overige aanduiding ‘Stalderingsgebied’ opgenomen. Voor de begrenzing van deze gebieden is aangesloten bij de grenzen van het extensiveringsgebied die op grond van de Reconstructiewet waren vastgesteld. In dergelijke gebieden gelden (vergaande) beperkingen voor veehouderij. Het initiatief op de planlocatie heeft geen betrekking op een veehouderij. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met de betreffende regels uit art. 2.74 IOV Vanwege de ligging in het stedelijk gebied zijn de regels omtrent ruimte-voor-ruimte en kwaliteitsverbetering van het landschap niet van toepassing. Slechts een klein puntje van het plangebied valt in het landelijk gebied. Dit is het plandeel met nu nog een bedrijfsbestemming welke wordt omgezet naar een agrarische bestemming met waarden, zonder bouwvlak. De verordening verzet zich daar niet tegen, sterker nog, de provincie streeft in ruimtelijke procedures naar sloop van overtollige bebouwing in het buitengebied. Artikel 3.42: duurzame stedelijke ontwikkeling De provincie Noord-Brabant heeft de ambitie om tot de top van Europese kennis- en innovatieve regio's te blijven behoren.
Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is daarvoor een essentiële voorwaarde. Om deze reden wordt duurzame verstedelijking nagestreefd. Lid 1 van artikel 3.42 IOV gaat in op zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij als uitgangspunt geldt dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied. Bovendien dient de ontwikkeling te passen binnen de regionale afspraken. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie en een concurrerende, duurzame economie. Deze aspecten worden benoemd in lid 2 van artikel 3.42 IOV. Voor het optimaal benutten van het stedelijk gebied ligt het accent op inbreiden en herstructureren. Het beleid van de provincie is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Het bundelingsbeleid heeft directe gevolgen voor de groeimogelijkheden in de kernen in het landelijk gebied. In en rondom deze kernen staat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal.
Regionaal is in overleg met de provincie Noord-Brabant het document ‘Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019’ tot stand gekomen. In dit document is een actuele visie opgenomen van de subregio West op de toekomstige ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Het regionale perspectief is een doorontwikkeling van de eerdere Regionale Agenda Wonen en zet in op vernieuwen en versterken van regionale samenwerking. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het stedelijk gebied, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Uit de regionale woningbouwafspraken volgt dat vanuit zorgvuldig ruimtegebruik in de regio primair ingezet wordt op het bestaand stedelijk gebied en de kansen voor transformatie en herbestemming. In dit document geeft de gemeente Rucphen aan dat 60% van de woningbouwplannen binnen de gemeente op inbreidingslocaties is gelegen.
23
De prognose inzake de woningbouwbehoefte toont dat er tot aan 2028 behoefte is aan de bouw van minimaal 365 en maximaal 525 woningen. Er bestaat in de woningbouwprogrammering een harde plancapaciteit van 295 woningen. Binnen de woningbouwprogrammering bestaat voldoende ruimte om te voorzien in de bouw van drie woningen in onderhavig plangebied, een particuliere inbreidingslocatie. De ontwikkeling van nieuwbouw op deze locatie past binnen de kaders die zijn afgesproken in het regionaal overleg en daarmee voldoet het plan aan artikel 3.42 lid 1 IOV. Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) Zorgvuldig ruimtegebruik: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing.
Bij een stedelijke ontwikkeling moet toepassing zijn gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ter plaatse van onderhavig plangebied is al op basis van het vigerende bestemmingsplan bewoning niet toegestaan. Initiatiefnemer is voornemens om een extra bouwvlak toe te voegen. Een en ander is in hoofdstuk 2 nader gemotiveerd. De laddertoets is niet nodig. Ad b) Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. 24
In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op deze effecten. Voor de eventueel te beschermen ondergrondlagen is een specifieke aanduiding in het bestemmingsplan opgenomen. Het planvoornemen heeft geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Voor het overige wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Ad c) Meerwaarderecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat én de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. De ontwikkeling betreft een ontwikkeling met een beperkte impact op de leefomgeving, zoals beschreven in de toelichting op artikel 3.8 IOV betreffende meerwaardecreatie. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een inbreiding met drie woningen. Voor het overige spelen geen andere ontwikkelingen en opgaven in of rondom het plangebied waarmee verbindingen kunnen worden gelegd.
Het onderhavige planvoornemen voldoet aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. De locatie grenst aan het landelijk gebied/gemengd landelijk gebied.
3.3
Gemeentelijk beleid
Bestemmingsplan Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 1.2. Omgevingsvisie Rucphen De Nationale omgevingsvisie (Novi) geeft een toekomstperspectief van Nederland. Nederland is een schoon land, met weinig afvalproductie, een gezonde leefomgeving en een herkenbare en veilige leefomgeving. Er is meer dichtheid, minder leegstand en verval en meer groen en water. Bij het schrijven van de omgevingsvisie van Rucphen is rekening gehouden met de beleidskeuzes die in zowel de nationale als de provinciale omgevingsvisie staan. De visie van 2 november 2022 vervangt de Structuurvisie Rucphen 2030 uit 2013. De visie is opgesteld in aanloop naar de Omgevingswet die in 2024 in werking treedt. Een belangrijk aandachtspunt vormt de groen- en natuurwaarden in de gemeente Rucphen. Er is al veel verbeterd, maar er moet de komende periode geïnvesteerd blijven worden. Er is nog te weinig groen en het groen is te versplinterd aanwezig, dit zorgt ervoor dat de biodiversiteit beperkt is. Voor mensen betekent dit dat zij vaak niet in de buurt van aantrekkelijk groen wonen en onvoldoende worden geprikkeld om sportieve of sociale activiteiten in de buitenlucht te ondernemen. Tenslotte zorgt klimaatverandering ervoor dat de kans op wateroverlast, verdroging en hittestress toeneemt en de biodiversiteit afneemt. Daarnaast sluit de woningmarkt onvoldoende aan op de vraag.
Gemiddeld wordt de huishoudensgrootte steeds kleiner en zoeken steeds meer jonge mensen, arbeidsmigranten en andere bijzondere doelgroepen naar een woning in de gemeente Rucphen. Dit leidt tot minder beschikbare woningen, stijgende huizenprijzen, een tekort aan nieuwbouwwoningen en lange wachtlijsten voor huurwoningen. De gemeente beschrijft het toekomstbeeld aan de hand van de volgende ambities: 1. Duurzaam samenleven 2. Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding 3. Prettig samenleven
25
Vanuit de beschreven ambities worden prioriteiten beschreven die richting geven om die ambities te kunnen verwezenlijken. De prioriteiten die raakvlak hebben met de onderhavige ontwikkeling, worden navolgend beschreven. • Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt bekeken welke maatregelen noodzakelijk zijn om het plan klimaatbestendig vorm te geven. Daarnaast wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden van het Waterschap. In hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan wordt dit nader uitgewerkt. • Wij werken alleen mee als een nieuwe ontwikkeling past binnen het landschap. Door de locatie te herbestemmen naar wonen met groeninpassing, wordt een functie mogelijk gemaakt die beter past in haar omgeving dan een bedrijfsfunctie. • Nieuwe woningbouwlocaties worden voornamelijk gezocht binnen de bebouwde kom of op plekken die aansluiten op de dorpsranden. De planlocatie ligt aansluitend aan de bebouwde kom. • Leegstand wordt proactief aangepakt om verpaupering tegen te gaan. De gemeente denkt mee over nieuwe functies. In de bestaande situatie is de planlocatie deels braakliggend. Door de locatie een woonfunctie te geven, wordt de locatie opgewaardeerd en past het beter in haar ruimtelijke context. • In onze gemeente is nog ruimte om woningen te bouwen. Hiermee kunnen wij inspelen op de woonwensen van mensen.
Het herbestemmen van een bedrijfslocatie naar wonen voorkomt toekomstige milieuoverlast, terwijl anderzijds een bijdrage wordt geleverd aan het verruimen van de woningvoorraad. In de visie wordt, zie figuur 18, slechts een bestaande ruimtelijke structuur van de gemeente geschetst. Er wordt niet langer een kaartbeeld vastgesteld met een gewenst toekomst-eindbeeld.
Figuur 18: Uitsnede Omgevingsvisie De locatie betreft een particulier initiatief. Individuele ontwikkelingen zijn niet opgenomen in de visie. Woonvisie gemeente Rucphen 2020-2024 In de Woonvisie 2020 – 2024, vastgesteld door de gemeenteraad op 11 december 2019 wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / 26
doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen. Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen stijgt nog steeds en groeit in de gemeente Rucphen nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen. In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen. Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. Benadrukt wordt een behoefte aan goedkope en middeldure koopwoningen tot € 300.000,-. Specifiek voor de kern Rucphen bedraagt de behoefte aan nieuwe woningen in de periode 2020-2024 140 woningen. Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van één grondgebonden levensloopbestendige woning.
De nieuwe woning past in de categorie ‘dure koop’, waarvoor in Sprundel ruimte is voor 30 woningen. Zelfbouw wordt gezien als vraaggericht bouwen, kwaliteiten boven kwantiteit. Dit is passend binnen de opgave. In de woonvisie wordt ingegaan op een aanpassing van de woningvoorraad aan een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Met de realisatie van de woningen wordt ingespeeld op deze accentverschuivingen. Ingespeeld wordt ook op het Coalitieprogramma wonen 2018-2022, waarin aandacht is besteed aan zelfbouw. Dit plan gaat uit van zelfbouw. Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 In deze toekomstvisie, vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 't moet, naar samenwerking omdat 't loont.
De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: 1. Aantrekkelijk wonen; 2. Vrijetijdseconomie; 3. Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; 4. Overheidsparticipatie; 5. Regionale samenwerking. De gemeente Rucphen wil haar aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig en landelijk willen wonen, maar wel dichtbij (groot)stedelijke voorzieningen en werk. De gemeente Rucphen handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt. Zelf bouwen zit in de genen van de inwoners van de gemeente. (Collectief) particulier opdrachtgeverschap wordt dan ook gestimuleerd. Aandachtspunten bij (zelf)realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloopbestendigheid. 27
Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de bouw van woningen waardoor vooral keuze 1 van belang is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van drie extra woningen en betreft een particulier initiatief. Dit past binnen het uitgangspunt om mee te groeien met de samenleving en het stimuleren van particulier opdrachtgeverschap. Visiedocument Groenbeleid Rucphen Het Visiedocument Groenbeleid Rucphen van oktober 2008 (een evaluatie van het Groenbeheersplan 2000) beschrijft de waarden van groen voor luchtkwaliteit, speelruimte, economie, gezondheid, natuur, water, leefbaarheid en ruimtelijke waarde. Het rapport geeft verder aan dat de (beeld)kwaliteit van groen sterk afhankelijk is van het plan- en ontwerpproces van ruimtelijke projecten en dat daarom vroegtijdige afstemming noodzakelijk is. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied is het van belang dat knelpunten, zoals te weinig groen en een hoge parkeerdruk inzichtelijk worden gemaakt en daar rekening mee wordt gehouden in het plan. Zo ook dient bekend te zijn of er binnen de invloedsfeer van het plan bomen aanwezig zijn, zodat hier een overwogen keuze in gemaakt kan worden. De planlocatie is niet specifiek benoemd in het stuk; het is agrarisch gebied (figuur 19) gelegen tegen het bos.
Figuur 19: Uitsnede Groenbeleid
28
Groene kaart Als extra toetsingskader bij eerder genoemd Visiedocument is een Groene Kaart (november 2010, figuur 20) opgesteld. Op deze kaart zijn waardevolle particuliere en gemeentelijke bomen plus houtopstanden opgenomen. De locatie komt op de kaart niet voor.
Figuur 20: Groene kaart Groenstructuurplan Rucphen, 2010, Met het Groenstructuurplan Gemeente Rucphen ‘Rucphen, Landschap onthuld’ (figuur 21) zet de gemeente een beleidslijn uit voor de toekomst van het groen in de vijf kernen. Door de relatie met het landschap buiten de bebouwde kom te herstellen en meer variatie te bieden op wijkniveau wordt een duurzaam ‘frame’ aangelegd met een lange levensduur. Het plan bevat een groensaldoregeling voor een verantwoorde omgang met groen. De regeling zorgt ervoor dat er niet onbekommerd aan de groene ruimte kan worden getornd. Het groenstructuurplan schetst een wensbeeld en mogelijk toekomstbeeld. Het bepaalt de koers voor inrichting en beheer van de openbare(groene) ruimte. Het plan dient als leidraad en richting bij inrichtingsvraagstukken. Door de relatie met het landschap buiten de bebouwde kom te herstellen en meer variatie te bieden op wijkniveau wordt een duurzaam ‘frame’ aangelegd met een lange levensduur. Door groenstructuren te ontwikkelen die gerelateerd en ontleend zijn aan en geïnspireerd zijn op de ontstaansgeschiedenis, het omliggende landschap, de stedenbouwkundige opbouw en de verkeer- en ontsluitingsstructuur houden de dorpskernen hun ‘eigen’ verhaal overeind. De dorpen worden daarmee authentiek, herkenbaar en vertrouwd en antwoorden op de vraag naar een aantrekkelijke en recreatieve woon- en werkgemeente. 29
Figuur 21: Waardevolle natuur en landschap binnen bereik
Figuur 22a: Groenstructuurkaart 30
Op de Groenstructuurkaart met uitvoeringskaart (figuur 22) is het plangebied niet specifiek weergegeven. Er wordt wel gestreefd naar een sfeer van ‘landelijk binnenkomen’.
Figuur 22b: Uitvoeringskaart Groenbeleid en groenbeheerplan Op 2 februari 2022 heeft de gemeenteraad heet groenbeleidsplan ‘Groen R | Groenbeleid gemeente Rucphen’ en groenbeheerplan ‘Groene Vingers | Groenbeheer gemeente Rucphen’ vastgesteld. Met het groenbeleid ‘Groen R’ en het groenbeheerplan ‘Groene Vingers’ wordt het groen binnen onze gemeente, zowel in de dorpen als in het buitengebied, gewaardeerd en geborgd. Rupchen streeft de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen. De aspecten gebruiks-. belevings-, en toekomstwaarde zijn hierbij drie bepalende pijlers. Uitgangspunten hierbij zijn het behouden en versterken van de groenstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en het klimaatadaptief maken van de gemeente. Met het groenbeleid en groenbeheerplan wordt een principekader voor de ambities en toekomstige ontwikkelingen gegeven. Daarnaast biedt het kaders voor aanplant, beheer en onderhoud. In 2009 en 2010 zijn respectievelijk de Visie Groenbeleid en het Groenstructuurplan vastgesteld. Waar de Visie Groenbeleid focust op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte gaat het Groenstructuurplan in op de ruimtelijke kwaliteit van het groen. De laatste jaren heeft de gemeente een aanzienlijke ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van duurzaamheid, klimaat en biodiversiteit. Hiermee wordt aangesloten bij de landelijke standaard.
Daarnaast is de gemeente zich ook bewust van een ander gebruik van de openbare ruimte. 31
Met dit raadsbesluit worden eerdere beleidsstukken geactualiseerd en wordt aangesloten bij de Toekomstvisie Puur Rucphen. Ook het hierna genoemd Landschapsontwikkelingsplan wordt feitelijk geactualiseerd. In het groenbeleid wordt ook aandacht besteed aan de versterking van landschapselementen, de bomenstrategie en de biodiversiteit. De gemeente streeft naar méér, beter en bereikbaarder groen en heeft richtlijnen opgesteld voor klimaatbestendig groen. Het principe is dat er genoeg en gevarieerd groen voor iedereen is, dat dat groen bijdraagt aan verschillende opgaven, dat er natuurinclusief wordt aangelegd en beheerd én dat alles samen gebeurt. In de nota is opgenomen dat er per woning 75m2 groene openbare ruimte komt. Met de gemeente is hierover afstemming gezocht. Het groenplan sluit aan bij het nabijgelegen bosgebied Molenheide. Er zal een strook van 4 meter breed langs de percelen in eigendom aan de gemeente worden overgedragen om als openbaar groen te worden ingericht (figuur 23a). De plantvakken met ingeplant met Viburnum tinus ‘Eve Price’ (groenblijvende sneeuwbal) met 4 bomen (Acer platanoides/Noorse Esdoorn en Tilia cordata/winterlinde). In de regels wordt dit ook vastgelegd. Het gaat om 237m2 groen, exclusief de ontsluiting.
Figuur 23a: Beplantingsplan Groene Vingers is een levend document dat de komende vier jaar uitgroeit tot een groenbeheerplan waarin werkprocessen en datagestuurd werken de basis vormen voor cyclische processen. Hiermee wordt en blijft de groene openbare ruimte op het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau onderhouden. Samen met Groen R en BOOM zorgt Groene Vingers voor de groene uitgangspunten bij integrale projecten en ruimtelijke ontwikkelingen. In figuur 23b is de gemeentelijke groenstructuur in beeld gebracht.
32
Figuur 23b: Groenstructuur Structuurvisie Landschap, 2012 en Landschapsontwikkelingsplan, 2009 De gemeente Rucphen heeft een zeer aantrekkelijk buitengebied. Dit aantrekkelijke buitengebied met de authentieke schoonheid van het landschap en natuurgebieden wedijvert echter met economische belangen om de schaarse, kwalitatief hoogwaardige ruimte in Rucphen. De gemeente wil economische initiatieven stimuleren, maar in combinatie met een goede zorg voor kwaliteit van het landschap zodat Rucphen aantrekkelijk blijft voor de huidige en toekomstige inwoners, maar ook voor de bezoekers: de toeristen en recreanten. Het Landschapsontwikkelingsplan vormt de basis voor de Structuurvisie landschap van 26 juni 2012 (figuur 24). Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) heeft betrekking op het buitengebied van de gemeente. Het LOP is opgesteld om sturing te kunnen geven aan komende (voorzienbare) ontwikkelingen in het buitengebied. Het plan heeft een bottom-up principe, wat betekent dat het in samenspraak met direct belanghebbenden tot stand komt en van onderaf ‘bouwt’ aan het gewenste landschapsbeeld. Het bundelt handelingen en processen die een ruimtelijke weerslag hebben op het buitengebied.
33
visie op hoofdlijnen
Deelgebied Structuurvisie Landschap 34
Figuur 24: Uitsnedes LOP, Verdeling van gebieden De locatie ligt op de grens van het deelgebied MMC tegen deelgebied Schijfse Vaart. Het MMC is een beschermd gebied in het kader van de Verordening Waterhuishouding, in verband met de infiltratiewerking van de ondergrond. De natuurwaarde van het MMC en de bossen eromheen worden vergroot door het aanleggen van ecologische verbindingszones aan de zuidzijde, en aan de westzijde richting Schijfse Vaart. In de reconstructieatlas staat ook een ontsnipperingspunt aangegeven. Ontsnipperingspunten liggen op plaatsen waar infrastructuur ecologische verbindingszones doorkruist. Om de barrièrewerking van de infrastructuur te verminderen worden mitigerende maatregelen genomen, zoals de aanleg van faunatunnels, loopplanken of zelfs ecoducten. De militaire functie blijft dominant in dit deelgebied, daarmee zijn ontwikkelingen in de landbouw, woningbouw en intensieve recreatie uitgesloten. Het bos in en om het MMC heeft naast een functie als buffer, ook een redelijk hoge natuurwaarde. Het gebied wordt door middel van een robuuste ecologische verbindingszone via de Schijfse Vaart verbonden met de Rucphense Bossen. Ook de westelijke overgang van bos naar open gebied moet geleidelijker worden om een maximale ecologische waarde te creëren. Dit kan door middel van het aanleggen van houtwallen en door het aanbrengen van laanbeplanting.
In de beboste bufferzone rondom het MMC is extensieve recreatie toelaatbaar. Door middel van beheersmaatregelen wordt een meer natuurlijker soortenrijkdom van het bos nagestreefd. Om het ideaalbeeld uit het LOP te kunnen bereiken mogen de ruimtelijke kenmerken van de deelgebieden niet worden aangetast maar dient het landschap te worden hersteld en versterkt. Ten 35
behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de gemeente Rucphen landschapspakketten per deelgebied opgesteld waarin wordt aangegeven welke landschapselementen toegepast kunnen worden om het deelgebied afhankelijke landschap te kunnen versterken. Dit is verwoord in de Structuurvisie Landschap. Deze structuurvisie heeft het primaire doel economische activiteiten in het buitengebied bij bouw- en gebruiksaanvragen te koppelen aan zorg om kwaliteit van het landschap conform het ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ principe uit de provinciale verordening. Het behoud en ontwikkeling van het landschap staat in deze structuurvisie voorop. Deze structuurvisie dient te voorkomen dat het ontplooien van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zorg om kwaliteit is daarom een voorwaarde voor elk initiatief in het buitengebied. Voor de nieuwe activiteiten geldt dat altijd een algemene toets naar de waarden (natuur, landschap, cultuurhistorie) moet worden uitgevoerd. De landschapspakketten zijn gebaseerd op landschapselementen uit het Groen-Blauw stimuleringskader in combinatie met de deelgebieden uit het Landschapsontwikkelingsplan Rucphen. Deze pakketten zijn bindend voor landschappelijke inpassingen. Binnen de bouwblokken is echter ruimte voor maatwerk.
De beoogde ontwikkeling behoeft formeel niet landschappelijk te worden ingepast. De percelen zijn gelegen in het provinciale stedelijke gebied. Wel wordt er openbaar groen toegepast, minimaal 75m2 per woning.
Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019 De gemeenteraad heeft op 18 september 2019 de 'Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019' vastgesteld. Per 1 oktober 2019 is welstandstoetsing voor nagenoeg de gehele gemeente afgeschaft. In de nota is opgenomen dat enkel nog voor rijksmonumenten, cultuurhistorische waardevolle panden en Leisuregebied Binnentuin welstandsregels gelden. Daarnaast is een excessenregeling van kracht zodat tegen excessen opgetreden kan worden. Met het nieuwe beleid krijgen inwoners en bedrijven ruimte om zelf invulling te geven aan hun bouwwerken (kwaliteit). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of welstandsregels van toepassing zijn. Voor voorliggend plan zijn geen welstandsregels van toepassing.
36
Criteria voor particulieren die op eigen grond één woning wensen te bouwen In de beleidsregel ‘Criteria voor particulieren die op eigen grond één woning wensen te bouwen’ zijn de uitgangspunten uit de woonvisie nader uitgewerkt en geconcretiseerd. Hierin zijn planologische- en volkshuisvestelijke criteria opgenomen. De bouwkavel moet voldoen aan de volgende planologische criteria: 1. De locatie is gelegen in één van de bestemmingsplannen voor de bebouwde kommen. 2. De locatie betreft de opvulling van een ruimte in het straatbeeld die aan weerszijden is omgeven door (woon)bebouwing. 3. De locatie heeft een breedte van minimaal 15 meter. Een kleinere stramienmaat dan 15 meter kan worden toegestaan, indien het straatbeeld ter plaatse van de locatie waarvoor een verzoek wordt gedaan, wordt gekenmerkt door een kleinere stramienmaat. De minimale breedte is dan nooit kleiner dan 12 meter. 4. De locatie heeft een diepte van minimaal 25 meter. Het college kan hiervan afwijken als het perceel een oppervlakte van minimaal 400 m² heeft. 5. Invulling van de locatie is passend binnen de stedenbouwkundige opzet van de straat. 6. De locatie is rechtstreeks gelegen aan de openbare weg. 7. De locatie mag niet zijn gelegen binnen milieuhygiënische belemmeringzones. 8. De locatie moet passen binnen de uitgangspunten van de Wet Geluidhinder. 9.
De economische uitvoerbaarheid van realisering van woningbouw op de locatie moet door de aanvrager gewaarborgd worden (exploitatieovereenkomst, bouwrijpmaken, planschade laten onderzoeken en uitbetalen). 10. De gemeente zal medewerking verlenen in de vorm van een partiële planherziening. De kosten van planontwerp en planprocedure komen voor rekening van de aanvrager. Door de principemedewerking te verlenen, heeft de toets aan de criteria feitelijk al plaatsgevonden en is deze positief. In dit bestemmingsplan wordt op alle aspecten uitvoerig ingegaan. Hoewel deze criteria feitelijk gelden als er sprake is van één woning, wordt er bij dit initiatief van drie woningen wel aan getoetst omdat er geen sprake is van een projectmatige opzet. Het plan behelst drie losse kavels. Tevens zijn de volgende volkshuisvestelijke criteria van toepassing: a. De te bouwen woning dient ten goede te komen aan een persoon die behoort tot de doelgroepen van beleid zoals deze genoemd worden in de Woonvisie 2008 – 2012. b. De te bouwen woning dient te passen binnen het woningbouwprogramma voor de gemeente Rucphen. c. In de looptijd van de Woonvisie voor de periode van 2008 tot 2012 wordt in 100 gevallen medewerking verleend. Op 24 maart 2009 heeft het college de beleidsregel aangevuld op een aantal punten, waarbij in dit kader met name de volkshuisvestelijke criteria van belang zijn.