08b1 ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020 Hofstede achter Turfberrie 7-13 te Rucphen
Tekst van het document
17-05-2022 Dhr. R.J.H. Denessen 2022079643 17-05-2022 26-05-2022 1
GSSD
89,8 4,5
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 0,26 <3,0 9,9 0,082 <1,5 <4,0 26 26
54,25 0,4014 7,383 18,86 0,1155 1,05 8,167 39,12 58,01
-
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 <5,0 11 13 <6,0 <35
4,667 7,778 7,778 24,44 28,89 9,333 54,44
-
35
190
2600
5000
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0015 0,0015 0,0015 0,0015 0,0015 0,0015 0,0015 0,0108
-
0,007
0,02
0,51
1
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
-
0,35
1,5
20,8
40
Monster
12762080
MM1 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) Voldoet aan Achtergrondwaarde
Gebruikte afkortingen groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
89,8 4,5 95 <2,0
Analytico-nr
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
T
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
1
*
AW
Uitgevoerd
Nr.
-
RG
4,5 2
Legenda
Eindoordeel:
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
1,4
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19000.001
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen Fenanthreen Anthraceen Fluorantheen Benzo(a)anthraceen Chryseen Benzo(k)fluorantheen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Indeno(123-cd)pyreen PAK VROM (10) (factor 0,7)
17-05-2022 Dhr. R.J.H. Denessen 2022079643 17-05-2022 26-05-2022 2
GSSD
90,4 3,3
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 0,21 <3,0 9,1 0,077 <1,5 <4,0 27 <20
27,3 0,3061 3,961 14,29 0,0971 1,05 4,925 36,31 23,15
-
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 5,6 14 10 <6,0 <35
6,364 10,61 16,97 42,42 30,3 12,73 74,24
-
35
190
2600
5000
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0148
-
0,007
0,02
0,51
1
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
-
0,35
1,5
20,8
40
Monster
12762081
MM2 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50) Voldoet aan Achtergrondwaarde
Gebruikte afkortingen groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
90,4 3,3 96 9,9
Analytico-nr
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
T
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
2
*
AW
Uitgevoerd
Nr.
-
RG
3,3 9,9
Legenda
Eindoordeel:
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
9,9
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19000.001
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen Fenanthreen Anthraceen Fluorantheen Benzo(a)anthraceen Chryseen Benzo(k)fluorantheen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Indeno(123-cd)pyreen PAK VROM (10) (factor 0,7)
17-05-2022 Dhr. R.J.H. Denessen 2022079643 17-05-2022 26-05-2022 3
GSSD
91,3 2,9
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 18 <20
54,25 0,2314 7,383 7,023 0,0499 1,05 8,167 27,87 32,48
-
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 <5,0 <11 5,4 <6,0 <35
7,241 12,07 12,07 26,55 18,62 14,48 84,48
-
35
190
2600
5000
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0024 0,0024 0,0024 0,0024 0,0024 0,0024 0,0024 0,0169
-
0,007
0,02
0,51
1
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
-
0,35
1,5
20,8
40
Monster
12762082
MM3 02 (50-100) 13 (50-80) 13 (80-120) 16 (50-100) Voldoet aan Achtergrondwaarde
Gebruikte afkortingen groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
91,3 2,9 97 <2,0
Analytico-nr
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
T
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
3
*
AW
Uitgevoerd
Nr.
-
RG
2,9 2
Legenda
Eindoordeel:
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
1,4
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19000.001
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen Fenanthreen Anthraceen Fluorantheen Benzo(a)anthraceen Chryseen Benzo(k)fluorantheen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Indeno(123-cd)pyreen PAK VROM (10) (factor 0,7)
17-05-2022 Dhr. R.J.H. Denessen 2022079643 17-05-2022 26-05-2022 4
GSSD
92,3 1
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 <20
54,25 0,241 7,383 7,241 0,0502 1,05 8,167 11,02 33,22
-
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
10,5 17,5 17,5 38,5 17,5 21 122,5
-
35
190
2600
5000
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245
-
0,007
0,02
0,51
1
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
-
0,35
1,5
20,8
40
1,4
Monster
12762083
MM4 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (100-150) 02 (150-200) 13 (120-170) 13 (170-200) 16 (100-150) 16 (1 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Gebruikte afkortingen groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
92,3 1 99 <2,0
Analytico-nr
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
T
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
4
*
AW
Uitgevoerd
Nr.
-
RG
1 2
Legenda
Eindoordeel:
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19000.001
Analyse
Eenheid
Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen Tolueen Ethylbenzeen o-Xyleen m,p-Xyleen Xylenen (som) factor 0,7 BTEX (som) Naftaleen Styreen Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan Trichloormethaan Tetrachloormethaan Trichlooretheen Tetrachlooretheen 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan cis 1,2-Dichlooretheen trans 1,2-Dichlooretheen CKW (som) Tribroommethaan Vinylchloride 1,1-Dichlooretheen 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 1,1-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan Dichloorpropanen som factor 0.7 Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen
24-05-2022 Sjoerd Luk 2022084623 25-05-2022 02-06-2022 1
GSSD
Analytico-nr
Monster
1
12779148
01
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
S
Streefwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
T
I
56 0,14 1,4 12 0,035 1,4 9,4 2,1 36
* -
20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433
625 6 100 75 0,3 300 75 75 800
µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L
<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20
0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21
-
0,2 0,2 0,2
0,2 7 4
15,1 504 77
30 1000 150
-
0,2
0,2
35,1
70
0,014 0,14
-
0,02 0,2
0,01 6
35 153
70 300
µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L
<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42
0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07
-
0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1
0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01
500 203 5 262 20 454 204 150 65
1000 400 10 500 40 900 400 300 130
-
0,2 0,1 0,2
0,01 0,01 0,01
2,5 5 10
630 5 10 20
-
0,6
0,8
40,4
80
µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L
<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50
7 7 7 10,5 7 7 35
-
50
50
325
600
µg/L
Gebruikte afkortingen *
S
56 <0,20 <2,0 12 <0,050 <2,0 9,4 2,1 36
Overschrijding Streefwaarde
-
RG
µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L
Legenda Nr.
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42
0,77 Geen oordeel mogelijk
Bijlage 5
Toetsingskader analyseresultaten AW = achtergrondwaarde 2000 S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)
voorkomen in:
Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Stof/niveau AW2000
I
S
I
20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800
I.
Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)
4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140
22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
II.
Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat
3 5,5 6,0
20 50 20
100 (Cl/l) 5 10 -
1500 1500 1500
III.
Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)
0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5
1,1 110 32 17 86 14 13 -
0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -
30 150 1000 70 300 2000 200 -
1,5
40
0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -
70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05
Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)
0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15
0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8
0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01
5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40
monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen
0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085
15 19 11 2,2 6,7 2,0
7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009
180 50 10 2,5 1 0,5
monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol
0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030
54 22 22 21 12
0,3 0,2 0,03 0,01 0,04
100 30 10 10 3
PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)
0,020 0,070 0,20
1 23 50 0,00018
0,01 -
0,01 6 30 -
-
-
IV.
V.
Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)
pentachlooraniline
kool-
0,000055 0,15
-
-
-
* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.
Bijlage 5
Toetsingskader analyseresultaten
voorkomen in:
Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Stof/niveau AW2000 VI.
VII.
Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som)
Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon
I
S
I
0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40
4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -
0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -
0,2
0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090
2,5 4 0,71 0,45 0,017 -
0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -
0,7 50 150 50 100 -
2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -
0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -
15000 5 600 30 300 5000 630 -
0,01 0,1 5 1 0,3 3 -
Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen
Lb = Lst *
a + b * % lut.+ c * % org.st. a + b * 25 + c * 10
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij streefwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door streefwaarde.
Bijlage 5
Toetsingskader analyseresultaten
STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink
a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50
b
c
0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3
0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5
Organische verbindingen
Lb = Lst *
% org.st. 10
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij streefwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door streefwaarde.
Nader onderzoek
De tussenwaarde (T) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk
T is de tussenwaarde; S is de streefwaarde en I is de interventiewaarde.
T = 0,5* (S + I)
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Hofstede achter Turfberrie 7-13 te Rucphen 81
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK HOFSTEDE IN RUCPHEN GEMEENTE RUCPHEN
Archeologisch bureauonderzoek Hofstede in Rucphen Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte Segeerssingel 6 4337 LG Middelburg
Rapportnummer
19000.002
Versienummer1
1
Datum
25 mei 2022
Vestiging
Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 010-7640828 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
R.S. Verheij, MSc drs. A.J. Wullink
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
© Econsultancy bv, Rotterdam Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1 Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel
beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
19000.002
Toponiem
Hofstede
Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte
Gemeente
Rucphen
Plaats
Rucphen
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Rucphen, sectie P, percelen, 286, 292, 709, 710, 711, 1402, 1403 en 1468 (ged.)
Omvang plangebied
Circa 5.900 m2
Kaartblad
49F (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 97.105 / Y: 393.785
Bevoegde overheid
Gemeente Rucphen Binnentuin 1 4715 RW Rucphen
T: 0165-349500 E: gemeente@rucphen.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Programmabureau RWB Drs. L. Weterings-Korthorst Postbus 503 4870 AM Etten-Leur
T: 076-5027229 E: leonie.weterings@west-brabant.eu
Onderzoeksmelding ARCHIS3
5259544100
Archeoregio NOaA
4: Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Rotterdam; Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
Econsultancy, R.S. Verheij, MSc & drs. A.J. Wullink
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Hofstede in Rucphen in de gemeente Rucphen. De initiatiefnemer heeft het voornemen om vier vrijstaande woningen te realiseren, aansluitend op woningbouwontwikkeling Hofstede fase II. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek. Uit het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat de top van het dekzand een middelhoge verwachting heeft voor resten uit Laat-Paleolithicum – Mesolithicum en een lage verwachting voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen. Archeologische resten worden alleen verwacht als het gebied voor de periode van veenvorming droog genoeg is geweest om podzolisatie te laten plaatsvinden en wanneer deze podzolbodem niet is afgetopt bij de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen. Aan het maaiveld worden sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd verwacht.
De archeologische verwachting voor dit niveau is middelhoog. Econsultancy adviseert om, conform de beleidskaart, op het plangebied een dubbelbestemming te leggen. Dit betekend dat wanneer de toegestane verstoringdiepte en verstoringsoppervlakte worden overschreden er vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd is de vorm van een inventariserend veldonderzoek doormiddel van verkennende boringen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Rucphen), die vervolgens het advies overneemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Rucphen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Noord-Brabant of de gemeente Rucphen.
Rapport 19000.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 5 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 12
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 13 BRONNEN .......................................................................................................................................... 14
Rapport 19000.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1. Tabel 2.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12.
Ligging van het plangebied Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto Archeologische beleidskaart Toekomstige situatie in het plangebied Het plangebied op de paleogeografische kaart Het plangebied op de geomorfologische kaart Maaiveldhoogte in het plangebied Het plangebied op de bodemkaart Het plangebied op historisch kaartmateriaal Archeologische waarden en onderzoeken Archeologische verwachtingskaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen
Rapport 19000.002 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Hofstede in Rucphen in de gemeente Rucphen. De initiatiefnemer heeft het voornemen om vier vrijstaande woningen te realiseren, aansluitend op woningbouwontwikkeling Hofstede fase II. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Econsultancy is gecertificeerd volgens de BRL 4000 Archeologie2, voor de KNA-protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004, zoals vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (KNA-protocol 4002, hoofdstuk 2). Op basis van de resultaten van het onderzoek en in relatie tot de geplande bodemverstoringen wordt geadviseerd of en in welke vorm vervolgonderzoek nodig is (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in mei 2022 door R.S. Verheij, MSc en A.J. Wullink (senior KNA-prospector). Het rapport is gecontroleerd door ir. F.F.J.M. Top.
2 SIKB, 2018; zie ook www.sikb.nl
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 1 van 14
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40023, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform het opgestelde beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Rucphen. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05). Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); relevante (wetenschappelijke) literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Rucphen; Heemkundevereniging.
Het bouwarchief is niet geraadpleegd, omdat het grootste deel van het plangebied nooit bebouwd is geweest.
3 SIKB, 2018
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 2 van 14
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Rucphen, ten zuidwesten van de kern van Rucphen. Ten noorden van het plangebied ligt de Kade, ten oosten de Kerkstraat, ten zuiden velden en ten westen de Pierestraat. Ten westen, noorden en oosten van het plangebied staan woonhuizen. Het plangebied ligt in de kadastrale gemeente Rucphen, sectie P en beslaat percelen 286, 292, 709, 710, 711, 1402, 1403 en deels 1468. De oppervlakte van het plangebied is circa 5.900 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en figuur 2. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Huidige situatie Het plangebied beslaat een grasveld en delen van tuinen behorend bij woonhuizen, die niet onder het plangebied vallen. Daarnaast staan er een aantal kleine gebouwen (schuurtjes), bomen en aangelegde tuindelen in het plangebied. In figuur 3 is de huidige situatie weergegeven. Vigerend beleid Volgens de gemeentelijke beleidskaart van Rucphen valt het plangebied in een zone met archeologische waarde 4 met een middelhoge verwachting (figuur 4).
Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 1000 m2 en dieper dan 50 cm -mv.4 Milieukundige situatie Tegelijkertijd met het archeologisch onderzoek is door Econsultancy ook een milieuhygiënisch onderzoek uitgevoerd.5 Het onderzoek is echter nog niet afgerond tijdens het tijdsbestek van het huidige onderzoek. 2.4
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft het voornemen om vier vrijstaande woningen te realiseren, aansluitend op woningbouwontwikkeling Hofstede fase II. De toekomstige situatie wordt verbeeld in figuur 5. In deze fase van de planvorming zijn geen exacte bouwplannen bekend. Er wordt uitgegaan van een fundering op palen en een maximale ontgravingsdiepte tot 1 m -mv. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 1.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden op Formatie van Stramproy.
Geomorfologie
Terrasafzettingsrest-heuvel
Bodemkunde
Laarpodzolgronden
Grondwatertrap
VIII
4 Weterings-Korthorst e.a., 2019 5 Econsultancy-rapport 19000.001
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 3 van 14
Landschappelijke ontwikkeling en geologie Het plangebied ligt in het noordwesten van Brabant, in het Brabants zandgebied. Aan of nabij het maaiveld liggen in dit gebied afzettingen van de Formatie van Stramproy.6 Deze afzettingen zijn voornamelijk door kleine rivieren, die vanuit België in noordelijke en oostelijke richting afwaterde, afgezet in het Vroeg- en Midden-Pleistoceen. Een deel van deze afzettingen heeft een eolische oorsprong. In dit gebied zijn door de pleistocene zeespiegel bewegingen rivierterrassen ontstaan. In het Laat-Glaciaal, het laatste deel van de laatste ijstijd, (13.000 – 10.000 jaar geleden) is op deze rivierterrassen een dun pakket eolisch dekzand afgezet. Dit dekzand betreft het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. In het eerste deel van het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) vindt er bodemvorming plaats in de top van de pleistocene afzettingen, echter wordt er vanaf het Atlanticum (8.000 – 5.000 jaar geleden) veen gevormd die het dekzand deels afdekt. De veenvorming begint in de beekdalen, maar breidt zich uiteindelijke uit (rond 600 v. Chr.) over grote delen van West-Brabant.7 Alleen de hoger gelegen rivierterrassen worden niet overdekt met veen. Volgens de Turfdatabank van provincie Antwerpen8 is het plangebied niet afgedekt geweest door veen, het gebied ten zuidoosten van het plangebied wel.
Dit veengebied is Leur-Nieuwmoer met een oppervlakte van 7.595 ha. Volgens de paleogeografische kaarten is er in het plangebied rond 1250 n. Chr. wel veen gevormd in het plangebied (figuur 6). Het veen is vanaf de Late Middeleeuwen (tussen 1250 en 1750 n. Chr.) afgegraven ten behoeve van de turfwinning.9 Door de winning van het turf zijn de oudere dekzanden en terrasafzettingen wederom aan het maaiveld komen te liggen. Volgens de turfdatabank is Rucphen in 1357 uitgegeven voor agrarische ontginning en turfwinning. Het plangebied ligt binnen deze uitgifte. Dit impliceert dat het plangebied toch door veen is afgedekt, wat ook blijkt uit de paleogeografische kaarten. Het veengebied ten zuidoosten van het plangebied, Leur-Nieuwmoer, behoord ook tot de uitgifte van Rucphen. Geomorfologie en maaiveldhoogte Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 7) ligt het plangebied op een terrasafzettingsrest-heuvel, al dan niet bedekt met dekzand. Ten zuidwesten van het plangebied komen landduinen met bijbehorende vlakten en laagten voor, ten zuidoosten een terrasafzettingsvlakte, ten oosten terrasafzettingswelvingen en ten noorden glooiing in terrasafzettingsvlakte. Op het Actueel hoogtebestand van Nederland (AHN3; figuur 8) zijn de landduinen duidelijk te onderscheiden van de terrasafzettingsrest-heuvel. Het maaiveld van de landduinen ligt tussen 11,7 en 14,8 m NAP.
Het maaiveld van de terrasafzettingsrest-heuvel ligt tussen 10,1 en 12,7 m NAP. In het plangebied ligt het maaiveld tussen de 11 en 11,7 m NAP. Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart van Nederland (figuur 9) komen in het plangebied laarpodzolgronden voor. Ten zuidoosten en zuidwesten van het plangebied, komen veldpodzolgronden voor. Laarpodzolgronden zijn veldpodzolbodems met een matig dikke (30 – 50 cm) eerdelaag, die in de Late Middeleeuwen vanaf de ontginning is ontstaan door plaggenbemesting.10 Kenmerkend voor veld- en laarpodzolbodems is een humusinspoelingshorizont (Bh(s)-horizont).11
6 de Mulder e.a., 2003 7 Leenders, 2013 8 Turfdatabank 9 Leenders, 2013 10 Jongmans e.a., 2013 11 Bakker, 1966
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 4 van 14
De laarpodzolgronden binnen het plangebied hebben grondwatertrap VIII. Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (winterpeil) dieper dan 140 cm -mv staat. De grondwaterstand is van invloed op de conservering van organische archeologische resten, zoals hout, leer en bot. Deze resten worden boven de laagste grondwaterstand niet of slecht geconserveerd verwacht. Vergraven gronden Volgens de verstoringskaart van Brabant is niet bekend of het plangebied is vergraven.12 2.6
Beschrijving van het historische gebruik
Bewoningsgeschiedenis en historisch kaartmateriaal De eerste bewoning in het gebied vindt plaats door jagers-verzamelaars vanaf het Mesolithicum, voornamelijk aan de randen van beekdalen. In het Neolithicum doen akkerbouw en veeteelt geleidelijk hun intrede. Landbouwers vestigen zich in westelijk Brabant voornamelijk op hogere dekzandruggen en hooggelegen flanken van deze dekzandruggen. Vondsten uit deze periode in de regio zijn tot nu toe beperkt, maar zijn wel aangetroffen in het gebied van Schijf. Door de stijgende grondwaterspiegel en de daarmee samenhangende veengroei raken grote delen van het gebied onbewoonbaar. Dit geldt niet alleen voor de delen van het landschap die daadwekelijk worden overveend, maar ook voor de delen waar de grondwaterspiegel tot minder dan 30 cm onder het maaiveld stijgt.13 De veengroei begint in de beekdalen en groeit uit over alle lagergelegen delen van het landschap. Vanaf de Romeinse tijd wordt de bewoning in het gebied weer intensiever en is af te leiden aan verschillende vondsten in de regio, in Sint Willebrord. Hierna lijkt de bewoning in de regio wederom af te nemen en komt pas weer opgang vanaf de Vroege Middeleeuwen.14 Vanaf de 13e eeuw worden delen van het gebied uitgegeven voor turfwinning en ontginning. Het gebied rond Rucphen wordt in 1357 uitgegeven voor agrarische ontginning en turfwinning.
Er kan aangenomen worden dat het gebied in de eeuwen hiervoor niet is bewoond. De eerste vermelding van Rucphen dateert uit 1359.15 Volgens de kadastrale minuut uit de periode 1811 – 1832 beslaat het plangebied percelen 376 en 378 (figuur 10A). Perceel 376 is in bezit van arbeider Jan Sep en perceel 378 van de weduwe van Jan Antonissen. Beide percelen zijn in gebruik als bouwland. Ten zuidoosten van het plangebied staat een erf met huis en schuur aan het kerkstraatje. Ten zuiden van het plangebied ligt het bos van Elio en ten westen de Willeken van Oersche straat. Het plangebied ligt ten zuidoosten van de historische kern van Rucphen. Rond 1880 is de situatie in en rond het plangebied nagenoeg onveranderd gebleven (figuur 10B). Ten oosten van het plangebied ligt de Vlette vaart en ten oosten de Posthoorn. Rond 1937 vindt erin en rondom het plangebied verkaveling plaats, waardoor het plangebied een grotere kavel beslaat (figuur 10C).
12 Kaartbank Noord-Brabant; Verstoringsbronnenkaart 13 Ball e.a., 2018 14 Groot, 2011 15 Berkel & Samplonius 2006
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 5 van 14
Rond 1962 vindt er herverkaveling in en rondom het plangebied plaats en ten noorden is er bebouwing langs de wegen bijgekomen (figuur 10D). Het plangebied ligt rond 12,2 m NAP. Ten westen van het plangebied zijn meerdere percelen ingericht voor landbouw en waren voorheen bos. Rond 1970, 1980 en 1990 vindt er wederom herverkaveling in en rondom het plangebied plaats. Rond 1995 is een wijk aangelegd ten noordoosten en oosten van het plangebied (figuur 10E). Het plangebied zelf maakt deel uit van een groot perceel, die ten zuiden van het plangebied doorloopt. Rond 1999 maakt het oostelijke deel van het plangebied deel uit van de woonwijk, maar blijft onbebouwd (figuur 10F). Rond 2006 behoort het gehele plangebied bij de woonwijk, maar blijft onbebouwd. Tot op heden blijft de situatie nagenoeg hetzelfde. Er komen alleen wat tuinhuisjes binnen het plangebied te staan. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Binnen het plangebied of direct daaromheen liggen geen rijks- of gemeentemonumenten. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.16 Volgens de geraadpleegde kaarten ligt het plangebied niet in een gebied waarbinnen resten uit de Tweede Wereldoorlog worden verwacht en zijn er geen geregistreerde luchtaanvallen geweest op Rucphen.
Wel is er ten westen van het plangebied een crashlocatie bekend van de Canadese bommenwerper Halifax MKV W1271 van het 419e “Moose” squadron. Op 22 juni 1943 is dit vliegtuig met zeven bemanningsleden neergehaald door een Duitse nachtjager. Het raadplegen van de bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. 2.7
Archeologische waarden
In de directe omgeving van het plangebied liggen volgens Archis3 geen archeologische monumenten (AMK-terreinen), zijn er geen vondstmeldingen gedaan en is een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd (figuur 11). Archeologische onderzoeksmeldingen zijn meldingen van onderzoeken die vanaf de jaren 1990 zijn uitgevoerd op basis van artikel 46 van de Monumentenwet uit 1989. Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Voor dit onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de veldkarteringen, booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en definitieve opgravingen. Bureauonderzoeken worden buiten beschouwing gelaten. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Een overzicht van de onderzoeksmeldingen rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 2. Vondstmeldingen zijn meldingen van vondsten die bij toeval zijn gedaan of bij archeologisch onderzoek dat niet op basis van de Monumentenwet is uitgevoerd. Het gaat hierbij veelal om onderzoeken die voor de jaren 1990 zijn uitgevoerd. Bij elke vondstmelding hoort één vondstlocatie. 16 ikme.nl; VEO Bommenkaart; Ruimingskaart; Wageningen University & Research—Geoportal; TracesOfWar.nl
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 6 van 14
Bij een vondstlocatie horen vondsten, grondsporen en/of complexen. Vondsten zijn mobiele archeologische resten (bijvoorbeeld fragmenten aardewerk, bouwkeramiek, bewerkt vuursteen). Grondsporen zijn duidelijk begrensbare verschijnselen in de bodem, van antropogene oorsprong (bijvoorbeeld paalkuilen of muurresten) of natuurlijke oorsprong (bijvoorbeeld een boomval). Een complex is een verzameling van sporen en vondsten in eenzelfde gebied, uit dezelfde periode en met dezelfde oorsprong. Bijvoorbeeld: aardewerk, huttenleem en paalsporen vormen samen het complextype ‘bewoning’. Archeologische monumenten zijn terreinen waar op basis van historische gegevens of vondsten archeologische resten worden vermoed of aanwezig zijn, maar die nog niet zijn onderzocht. Archeologische onderzoeksmeldingen Pal ten westen en ten zuiden van het plangebied is in 2012 aan de Kerkstraat een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2363907100). De bodemopbouw in het onderzoeksgebied bestaat uit een plaggendek op dekzand van de Formatie van Boxtel. In het grootste gedeelte van het onderzoeksgebied zijn in de top van het dekzand laarpodzolgronden aangetroffen. Beneden het plaggendek is een vergraven bodemhorizont aangetroffen met brokken van de A-, E-, B- en/of BC-horizont van de oorspronkelijke podzolgronden.
In enkele boringen is een B- en/of BC-horizont beneden de vergraven bodemhorizont aangetroffen. De humushoudende bovengrond is voornamelijk in het noordwestelijke deel van het onderzoeksgebied aangetroffen. In het noordoostelijke deel is een bovengrond van 0,5 m aangetroffen en geïnterpreteerd als dikke enkeerdgronden (esdekken). In het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied is een bouwvoor van minder dan 0,5 m aangetroffen, met daaronder een zandlaag met roestvlekken en humeuze laagjes. Deze bodemlaag is geïnterpreteerd als stuifzand en kan in verband worden gebracht met de aanwezigheid van lage landduinen in dit deel van het onderzoeksgebied. Onder het stuifzand is een begraven podzolbodem aangetroffen. Deze podzolbodem bestaat uit A-horizont, met daaronder een B-, BC- en C-horizont. Het stuifzand is vermoedelijk in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd afgezet. De vorming van het stuifzand hangt mogelijk samen met de turfwinning. Nadat het stuifzand is afgezet is het gebied gedeeltelijk ontgonnen voor akkerbouw en is een bouwvoor ontstaan. De humeuze en soms venige aard van de A-horizont onder het stuifzand wijst op een relatief natte omstandigheden in het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied.
Daarnaast kan er geconcludeerd worden dat het dekzandlandschap van het noordwestelijke en centrale deel van het onderzoeksgebied naar het zuidoosten toe licht naar beneden afloopt. Het is daarom mogelijk dat in het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied een ven heeft gelegen of dat hier zelfs sprake is geweest van vervening in de periode voor het stuifzand. Er is geadviseerd om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. In 2016 is nagenoeg hetzelfde plangebied onderzocht met een booronderzoek (zaakid. 3993871100). Uit het onderzoek is gebleken dat het in 2012 uitgevoerde bureauonderzoek en verkennend booronderzoek aantoont dat er zich mogelijk archeologische waarden in het onderzoeksgebied zouden kunnen bevinden. Het huidige booronderzoek heeft dit beeld bevestigd. Op basis van de aangetroffen bodemprofielen blijft de verwachting zoals opgesteld in 2012 gehandhaafd. Er is helaas geen rapport beschikbaar via Archis of DANS.
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 7 van 14
Naar aanleiding van de bovenstaande booronderzoeken is er in 2020 een proefsleuven onderzoek uitgevoerd (zaakid. 4761589100). Tijdens het onderzoek zijn er 80 proefsleuven aangelegd, met ieder een oppervlakte van circa 100 m2. De bodemopbouw bestaat uit een bouwvoor, met hieronder in het grootste deel van het onderzoeksgebied een plaggendek. De bouwvoor en het plaggendek liggen op dekzandafzettingen (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Lokaal is in de top van het dekzand nog een restant van een podzolprofiel aanwezig (E-, B-, en/of BC-horizont). In het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied is het dekzand afgedekt met een pakket stuifzand (Laagpakket van Kootwijk, Formatie van Boxtel). In totaal zijn 75 sporen gedocumenteerd, deze bestaan hoofdzakelijk uit greppels, enkele kuilen, karrensporen, (veld)wegen en mogelijk een schuttersputje uit de Tweede Wereldoorlog. Deze sporen kunnen gerelateerd worden aan landgebruik en landelijke infrastructuur in de Nieuwe tijd (mogelijk vanaf 17e tot en met vroeg-20e eeuw). De vindplaats is als niet-behoudenswaardig gewaardeerd. Er is geadviseerd om het onderzoeksgebied vrij te geven. Circa 250 m ten noordoosten van het plangebied is in 2017 aan de Kerkstraat 4 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 4556294100).
Uit het onderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied op een dekzandrug ligt, waarin een laarpodzolbodems is gevormd. In de Bronstijd is het onderzoeksgebied overveend en dit veengebied is na 1357 ontgonnen. Vanaf de ontginning heeft het gebied net buiten het historisch centrum van Rucphen gelegen. De top van de bodem is grotendeels verstoord. Hierdoor is de kans dat er binnen het onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische resten van jagersverzamelaars aanwezig zijn klein. De bodem is echter intact genoeg om resten van landbouwers te kunnen verwachten, met name in de vorm van grondsporen. Ook onder een groot deel van de bebouwing is de bodem naar verwachting nog intact genoeg om grondsporen te verwachten. De verwachting voor archeologische resten uit de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen is hoog. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden in de vorm van sporen van landgebruik (akkerlagen, greppels). De verwachting voor deze resten is ook hoog. Er is geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Naar aanleiding van het bovengenoemde booronderzoek is er in 2019 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaakid. 4721769100). Tijdens het onderzoek zijn er in totaal vier proefsleuven gegraven met een totale oppervlakte van 215 m2. Alle proefsleuven zijn direct onder het esdek in de top van de Chorizont aangelegd.
Er zijn geen archeologische sporen aangetroffen. Verder is in bijna het gehele plangebied een esdek van 30-40 cm dik aangetroffen. In dit esdek is geen vondstmateriaal aangetroffen. Onder het esdek is een circa 10 cm dikke, verrommelde laag aanwezig waarin een inspoelingshorizont vermengd is geraakt met de natuurlijke ondergrond. Daaronder bevindt zich het natuurlijke dekzand (de C-horizont). Er is geadviseerd het plangebied vrij te geven. Circa 300 m ten zuidoosten van het plangebied is in 2020 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 4856253100). Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat het westen van het onderzoeksgebied zich op een relatief hooggelegen dekzandrug bevindt, welke plaatselijk met stuifzand is afgedekt. Naar het oosten gaat het plangebied over naar een lager gelegen nattere zone welke in het verleden mogelijk deels met veen is afgedekt en deels is verstoord. Op basis van de resultaten van het booronderzoek heeft het westelijke hooggelegen deel van het plangebied samen met de centrale overgangszone van het onderzoeksgebied een hoge archeologische verwachtingswaarde en heeft het oostelijke laaggelegen deel van het onderzoeksgebied een lage archeologische verwachtingswaarde.
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 8 van 14
Naar aanleiding van bovenstaand onderzoek is er in 2020 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaakid. 4893854100). Tijdens het onderzoek zijn negen proefsleuven gegraven met een totale oppervlakte van circa 947 m2. De proefsleuven zijn in de top van de C-horizont aangelegd. Per werkput zijn twee profielkolommen aangelegd. Tijdens het onderzoek zijn zestien archeologische sporen aangetroffen. Het gaat om elf sporen (tien greppels en een kuil) uit de Nieuwe tijd en een vijftal paalkuilen met een mogelijke datering in de prehistorie. Er is geen vondstmateriaal aangetroffen op basis waarvan de sporen gedateerd kunnen worden. Wel is er een houtskoolmonster verzameld, één van de mogelijk prehistorische sporen. De bodemopbouw bestaat uit een natuurlijke ondergrond (C-horizont), het dekzand, op een diepte van 60 – 70 cm -mv. Daarboven is in het grootste deel van de profielkolommen een verploegde podzollaag aangetroffen. In enkele gevallen is de B-horizont nog deels intact. In vier kolommen is boven de C-horizont een laag (verploegd) veen aangetroffen. Er is geadviseerd het onderzoeksgebied vrij te geven. Circa 450 m ten noordoosten van het plangebied is aan de Sint Martinusstraat in 2020 een proefsleuven onderzoek uitgevoerd (zaakid. 4797278100). Tijdens het onderzoek zijn resten van bebouwing uit de eerste helft van de 20e eeuw aangetroffen.
De datering is gebaseerd op het gebruikte bouwmateriaal (o.a. betontegels). De sporen bestaan uit twee muurfunderingen, twee vloeren, een haard en de insteek van een van de muurfunderingen. De sporen zijn samen onderdeel geweest van één gebouw. De bodemopbouw in het onderzoeksgebied is sterk verstoord door de huidige bebouwing en andere recente verstoringen. De kans op het aantreffen van archeologische resten anders dan de vroeg 20e-eeuwse bebouwing is hierdoor gering. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Ten noorden van het plangebied, circa 500 m, is in 2015 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 3298356100). Tijdens de ontginning en bij subrecente vergravingen is het podzolprofiel binnen het onderzoeksgebied grotendeels afgetopt, voor een groot deel met meer dan 55 cm. Hierdoor is de archeologische verwachting vernauwd tot grondsporen uit de periode Neolithicum – Bronstijd. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Circa 500 m ten noordoosten is aan de Sint Martinusstraat 11 in 2015 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 3978724100). Uit het onderzoek is gebleken dat de geplande werkzaamheden de eventueel aanwezige archeologische resten niet zullen aantasten. Het onderzoeksgebied is daarom vrijgegeven. Ten noordoosten van het plangebied is aan de Raadhuisstraat en Rucphense Vaartkant in 2020 een archeologische begeleiding uitgevoerd (zaakid. 4902163100).
Tijdens de begeleiding is geconstateerd dat het overgrote deel tot de einddiepte van de bouwput geroerd is door de onbegeleide recente sloop en de sloop uit de jaren 90 (tot minstens 1 m -mv). Er zijn geen oudere sporen aangetroffen. Dit wil niet zeggen dat sporen ontbreken, maar dat er binnen de begrenzingen van de sloop/bouwput er geen sporen zijn vastgesteld. Ter hoogte van een geplande liftschacht is er lokaal nog iets dieper gegraven, een zone van circa 7 bij 3,5 m. Tijdens het verdiepen is de top van het dekzand aangesneden. Deze top is grillig verstoord door de subrecente graafwerkzaamheden en komt voor tussen circa 0,2 en 0,8 cm onder het niveau van de rest van de bouwput. Onder de verstoringen zijn drie (paal)kuilen aangetroffen waarvan de datering niet bepaald kan worden. Twee kuilen bevatten als vulling wel enkele puinspikkels en materiaal dat aan esdek doet denken. Een laatmiddeleeuwse of jongere datering is dan ook het meest waarschijnlijk. Er is geen rapport beschikbaar via Archis of DANS. Archeologische verwachting Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Rucphen heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor de top van het dekzand (figuur 12). Op basis van het geraadpleegde historische kaartmateriaal kan worden gesteld dat het plangebied niet bebouwd is geweest.
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 9 van 14
Op de beleidskaart van Rucphen valt het plangebied in een zone met waarde 4 met een middelhoge verwachting (figuur 4). Voor deze zone geldt dat er onderzoek nodig is bij bodemingrepen groter dan 1000 m2 en dieper dan 50 cm -mv. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (zie tabel 2). Tabel 2.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Verwachting en complextype
Te verwachten resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
Laat-Paleolithicum – Mesolithicum
Middelhoog; kampementen
Vondstlaag met strooiing van vuursteen en houtskool; haardkuilen
In de top van het dekzand, onder bouwvoor of eerddek, als er sprake is van een (deels) intacte podzolbodem.
Neolithicum – Vroege Middeleeuwen
Laag; bewoningssporen, sporen van landgebruik
Akkerlagen, cultuurlagen, ophooglagen; sloten/greppels, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten; vuur- en natuursteen, aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot, verbrand leem
In de top van het dekzand, onder bouwvoor of eerddek
Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd
Middelhoog; sporen van landgebruik
Akkerlagen; sloten/greppels
Aan het maaiveld
Het plangebied ligt op een terrasafzettingsrest-heuvel uit het Vroeg- tot Midden-Pleistoceen (Formatie van Stramproy) afgedekt door eolisch dekzand uit het Laat-Glaciaal (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Het gebied is waarschijnlijk altijd vrij nat geweest en vanaf de Bronstijd is het gebied mogelijk overveend geraakt. Vanaf 1357 is het gebied ontgonnen en als landbouwgebied gebruikt. Volgens het geraadpleegde historisch kaartmateriaal is het plangebied niet bebouwd geweest, los van de huidige tuinhuisjes. De top van het dekzand, direct onder het eerddek, heeft een middelhoge verwachting voor kampementen en resten van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum – Mesolithicum en een lage verwachting voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen. De resten uit het Laat-Paleolithicum – Mesolithicum worden verwacht in de vorm van een vondstlaag met strooiingen van vuursteen en houtskool en resten uit het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen in de vorm van akkerlagen, cultuurlagen, ophooglagen, sloten en greppels, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, vuur- en natuursteen, aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot en verbrand leem.
Archeologische resten worden alleen verwacht als het gebied voor de periode van veenvorming droog genoeg is geweest om podzolisatie te laten plaatsvinden en wanneer deze podzolbodem niet is afgetopt bij de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen. Aan het maaiveld worden sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd verwacht in de vorm van akkerlagen, sloten en greppels. De archeologische verwachting voor dit niveau is middelhoog.
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 10 van 14
Bodemverstoring Voor resten in de top van het dekzand, met name die uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum, geldt dat deze alleen worden verwacht als het pleistocene maaiveld nog intact is, dus als er nog een (restant van) een podzolbodem aanwezig is. Eventuele archeologische lagen kunnen bij de ontginning van het gebied in de Late Middeleeuwen zijn verdwenen. Als dit het geval is en er geen restant van een podzolbodem meer aanwezig is, is de kans op de resten van jagers-verzamelaars er klein. Diepere grondsporen uit het Neolithicum kunnen dan nog wel aanwezig zijn, maar het is moeilijk vast te stellen hoeveel er van de top van het dekzand is verdwenen als er geen restanten van podzolbodems meer aanwezig zijn.
RAPPORT 19000.002 versie 1
Pagina 11 van 14
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Uit het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat de top van het dekzand een middelhoge verwachting heeft voor resten uit Laat-Paleolithicum – Mesolithicum en een lage verwachting voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen. Archeologische resten worden alleen verwacht als het gebied voor de periode van veenvorming droog genoeg is geweest om podzolisatie te laten plaatsvinden en wanneer deze podzolbodem niet is afgetopt bij de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen. Aan het maaiveld worden sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd verwacht. De archeologische verwachting voor dit niveau is middelhoog. Econsultancy adviseert om, conform de beleidskaart, op het plangebied een dubbelbestemming te leggen. Dit betekend dat wanneer de toegestane verstoringdiepte en verstoringsoppervlakte worden overschreden er vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd is de vorm van een inventariserend veldonderzoek doormiddel van verkennende boringen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend.
De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Rucphen), die vervolgens het advies overneemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Rucphen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Noord-Brabant of de gemeente Rucphen.