CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

08b TOELICHTING BP D04 COMPLEET 1

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 14 september 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord, Irenestraat ong. naast 63 te St. Willebrord'25.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater;  een duurzame energiewinning. Het waterschap heeft een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen.

Beoordeling

Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen hebben de drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hun keuren geharmoniseerd, genaamd “Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabants waterschappen”. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn; minder dan 500 m², tussen de 500 m² en 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Behandeling regenwater (RWA) Op basis van de Algemene Regel van het waterschap Brabantse Delta is er geen verplichting tot aanleg van een retentievoorziening, dit vanwege de relatief geringe toename van het verhard oppervlak (oppervlakte woning = 134 m2 , oppervlakte garage = 40 m 2 , erfverharding ca. 65 m2 , totaal ca. 239 m2) niet groter is dan de grenswaarde (500 m²). Voor het regenwater bestaat binnen het plangebied de mogelijkheid om direct te worden geïnfiltreerd. Berging en infiltratie op eigen terrein is mogelijk in de vorm van een wadi, vegetatiedaken, IT-riolering, waterpassende verharding of infiltratiekratten. Bij de uitwerking van het initiatief wordt de keuze van de berging en infiltratie nader uitgewerkt en bepaald.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 24 van 33

Er worden geen aanvullende voorzieningen in het kader van berging of infiltratie van regenwater geëist. Ten aanzien van het materiaalgebruik dienen geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink, zachte PVC en geïmpregneerde materialen te worden toegepast. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Toe te passen duurzame materialen:    

Hellende daken: dakpannen van beton of keramisch materiaal. Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. Dakgoten en afvoerpijpen: PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat. Ontsluitingspaden, wegen, terrassen: voorzien van niet uitloogbare materialen zoals beton of keramische producten.

Behandeling vuilwater (DWA) In het plangebied wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Op basis van de Leidraad Riolering is de productie van vuilwater berekend. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners en een gemiddelde vuilwaterproductie van 120 liter per persoon per dag, dient er vanuit het plangebied dagelijks 0,30 m³ vuilwater te worden afgevoerd naar het rioolstelsel. Het vuilwater vanuit het plangebied wordt aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. De verdere uitwerking hiervan dient in samenspraak met de gemeente Rucphen te worden uitgevoerd.

Conclusie

Het plan leidt tot een geringe toename van het verhard oppervlak van ca. 239 m2 die kleiner is dan de grenswaarde van 500 m2. Er hoeft geen retentievoorziening te worden gerealiseerd. Bij de uitwerking van het initiatief wordt de keuze van de berging en infiltratie voor regenwater nader uitgewerkt en bepaald. Om te voldoen aan de watertoets dient deze waterparagraaf formeel ter beoordeling te worden voorgelegd aan het waterschap voor een wateradvies. De uitkomsten hiervan wordt te zijner tijd verwerkt in deze toelichting. Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.6

Luchtkwaliteit Wet milieubeheer

Toetsingskader

Bij ruimtelijke ontwikkeling dienen de gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. Uitzondering hierop zijn opgenomen in de regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM). Hierin is bepaald wanneer de mate van de bijdrage aan de luchtverontreiniging verwaarloosbaar klein is, dat hier geen nader onderzoek voor plaats hoeft te vinden. Een project kan als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is, dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO 2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde. De NIBMregeling van 3% is gekoppeld aan de vaststelling van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) omdat in dit programma hiervoor maatregelen tegenover staan die het tijdig behalen van de grenswaarden waarborgen.

Beoordeling

Om het beoordelen van plannen voor overheden eenvoudiger te maken is in de Regeling NIBM het percentage van 3% uitgewerkt in concrete getallen. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. Dit initiatief betreft het toevoegen van één nieuwe

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 25 van 33

woningen, zodat de ontwikkeling als NIBM kan worden beschouwd. Een toetsing aan de grenswaarden kan daardoor achterwege blijven. Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Toetsingskader

Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient beoordeeld te worden of het aanvaardbaar is om het project op deze locatie te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan de ter plaatse bestaande luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project zelf ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur onder andere bij een woning, school of sportterrein. Om inzicht te geven in de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging wordt gebruik gemaakt van de, door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, beschikbaar gestelde digitale monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Met de jaarlijkse monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit gevolgd en wordt de uitvoering van de maatregelen en projecten (die zijn opgenomen in het NSL) bijgehouden. De Monitoringstool is het instrument waarmee de stand van zaken in de uitvoering van de projecten en maatregelen in het NSL wordt gevolgd, en de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden berekend voor het achterliggende kalenderjaar en de toekomstige jaren die relevant zijn voor het NSL. De kaart van de monitoring van het NSL biedt de mogelijkheid om de verschillende resultaten van de monitoring zichtbaar te maken.

Via de NSL-monitoringstool zijn voorts de concentraties voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen.

Beoordeling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt op basis van de gegevens in de NSLmonitoringstool. In de volgende afbeelding zijn de concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 nabij het plangebied weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSLmonitoringstool.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 26 van 33

Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 peil jaar 2020 (NSL-monitoringstool 2020)

Uit de voorgaande afbeelding blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 ìg/m3) en PM2,5 (25 ìg/m3) niet overschrijden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie wordt ook niet benaderd. De algemene trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen. Overschrijdingen van de grenswaarden zijn dan ook niet te verwachten.

Conclusie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ter plaatse van het plan de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Vanwege de algemene trend dat de emissies en achtergrondconcentraties zullen dalen, worden er in de toekomst geen overschrijdingen verwacht. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit initiatief. 4.7

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen milieuhinderlijke functies en gevoelige functies. Wonen is een milieugevoelige functie. Daarom dient te worden bekeken in hoeverre de ontwikkeling resulteert in belemmeringen voor de omliggende bedrijven en activiteiten. Anderzijds dient bekeken te worden in hoeverre de hindercirkels rond deze bedrijven en activiteiten het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bouwblokken in het plangebied beïnvloeden. Richtafstanden In de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn de richtafstanden opgenomen. In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een verschillende milieuaspecten (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen milieuhinderlijke functies en hindergevoelige objecten (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.

De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van wegverkeer. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. 20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 27 van 33

De richtafstanden genoemd in de VNG-handreiking zijn gebaseerd op het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één (afstands)stap worden verlaagd.

Beoordeling

Het plangebied en de omgeving wordt aangemerkt als rustig buitengebied. De onderstaande bedrijven / inrichtingen zijn in de omgeving van het plangebied aanwezig. Beatrixweg 32 Dit betreft een paardenhouderij, waarvoor een grootste richtafstand van 50 meter geldt voor het aspect geur. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Irenestraat 57 Op dit adres is een houthandel gevestigd. Voor dit bedrijf geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Irenestraat 71-71a Op dit adres bevindt zich een kleinschalig autobedrijf. Ter plaats is bedrijvigheid tot ten hoogste categorie 2 toegestaan. Voor dergelijke bedrijvigheid geldt een maximale richtafstand van 30 meter. Ook aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan.

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit initiatief. 4.8

Externe veiligheid

Toetsingskader

Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt.

Inventarisatie

Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is. Wel is de snelweg A58 een transportroute voor gevaarlijke stoffen waardoor deze een risicobron vormt. Het plangebied ligt op circa 250 meter afstand van de snelweg A58 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor dit traject A58: afrit 24 (Roosendaal) – afrit 19 (Industriegebied Vosdonk) geldt, op grond bijlage 2 van de circulaire, dat er geen sprake is van een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar. Er is sprake van een veiligheidszone van 0 meter voor het betreffende wegvak van de A58. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Op basis van de normen uit het Basisnet Weg is voor het betreffende wegvak van de A58 sprake van een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter (vanaf de rechter rand van de rechter rijstrook). Het plangebied bevindt zich niet binnen dit plasbrandaandachtsgebied. Voor de voorgenomen plannen hoeft dus geen PAG-verantwoording te worden opgesteld. Het plangebied ligt op circa 250 meter van de weg en ligt hiermee buiten het invloedsgebied van 200 meter van de transportas. Volgens de Standaardverantwoording Groepsrisico zoals de gemeente 20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 28 van 33

Rucphen deze hanteert, is het plangebied gelegen in een grijze zone. De standaard verantwoording is hierop van toepassing. Deze verantwoording is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De beoogde ontwikkeling heeft hiermee geen consequenties voor het groepsrisico.

Conclusie

Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het transport van gevaarlijke stoffen over de A58 geen belemmering vormt voor deze ontwikkeling. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit initiatief. 4.9

M.e.r.-beoordelingsplicht

Toetsingskader Een m.e.r.-procedure is noodzakelijk als een besluit wordt genomen over een activiteit waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Als een activiteit onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. valt, geldt een mer-beoordelingsplicht. De mer-beoordelingsplicht is van toepassing indien: i. de activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 valt (ongeacht de omvang van die activiteit) én ii. sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4, waaronder het bestemmingsplan.

Beoordeling en conclusie

De realisatie van één woning is geen activiteit als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Voor het bestemmingsplan is dan ook geen m.e.r.-procedure of m.e.r.- beoordelingsprocedure noodzakelijk. 4.10 Technische infrastructuur

Toetsingskader

Kabels, leidingen en straalpaden dienen te worden beschermd tegen ingrepen die de werking ervan kunnen bedreigen. Aan de andere kant dient de omgeving te worden beschermd tegen het gevaar dat van bestaande en toekomstige leidingen, kabels en hoogspanningslijnen kan uitgaan.

Beoordeling en conclusie

Er liggen of in de nabijheid van het plangebied geen belangrijke kabels en leidingen welke de ontwikkeling kunnen belemmeren of door middel van een regeling planologische bescherming behoeven.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 29 van 33

5

Juridische aspecten

5.1

Inleiding Een bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding, vergezeld met een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Voor de plansystematiek is aansluiting gezocht bij de meest recente standaard systematiek van de gemeente Rucphen en de vigerende regels van het bestemmingsplan “Kom Zegge”. Algemene toelichting regels: De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: 1. Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; 2. Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; 3.

Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene afwijkings-, bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; 4. Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel. Algemene toelichting verbeelding: Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.

5.2

Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Artikel 3 Groen – Landschapselement Ten behoeve van de landschappelijke inpassing, zoals noodzakelijk conform de provinciale Interim Verordening en gemeentelijk beleid is een deel van het plangebied bestemd met een groenbestemming. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor de instandhouding van natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en bijbehorende wegen, paden en verhardingen. Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden opgericht ten dienste van de bestemming.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 30 van 33

Artikel 4 Tuin De gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen, erven en verhardingen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overkappingen alsmede erkers, balkons of luifels ten behoeve van aangrenzende hoofdgebouwen worden gebouwd. In de regels zijn nadere bouwregels gegeven voor deze uitbreidingen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 5 Wonen Het plangebied bevat hoofdzakelijk de bestemming ‘Wonen’. Ter plaatse van deze bestemming is binnen de aanduiding ‘vrijstaand’ enkel een vrijstaande woning toegestaan. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen met bouwaanduidingen voor de maximale goot- en bouwhoogte. Een hoofdgebouw mag uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak. De maximale oppervlakte van de woning volgt uit het op de verbeelding ingetekende bouwvlak. De plaats van de voorgevel is op de verbeelding vastgelegd door de opname van een gevellijn. Bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht binnen en buiten het bouwvlak. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen overal worden opgericht. In de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering van de woning. De diepte van het bouwvlak is niet in de regels, maar via het bouwvlak op de verbeelding bepaald. Vrijstaande woningen zijn minimaal 6,00 meter breed.

Een woning met bijbehorende bouwwerken wordt in de regel op minimaal 2,00 meter van een zijdelingse perceelsgrens gesitueerd. Bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning zijn maximaal 6,00 meter breed. Goot- en bouwhoogtes voor hoofdgebouwen zijn in het plan niet standaard in de regels bepaald, maar flexibel en op maat op de verbeelding weergegeven per bouwvlak. Dit is anders voor de hoogtes van bijbehorende bouwwerken; die zijn vastgesteld op maximaal 3,50 respectievelijk 6,00 meter voor de goot- en bouwhoogte. Het totaal oppervlak dat voor bijbehorende bouwwerken is bepaald bedraagt een maximum van 100 m² per bouwperceel met een maximum bebouwd oppervlak van 50% van het bouwperceel. 5.3

Algemene regels In hoofdstuk 3 van de regels behorende bij het bestemmingsplan zijn algemene regels opgenomen, zoals algemene aanduidingsregels ten behoeve van de bescherming obstakelvrije zone voor radarsignalen door een beperking van de bouwhoogte binnen deze aanduiding. Ook is een gebiedsaanduiding op de verbeelding opgenomen ‘Luchtvaartverkeerzone-6’. Hiervoor is in de regels aangegeven wat de maximale bouwhoogte van bouwwerken mag bedragen ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landingsvlak) ten aanzien van Breda International Airport. Verder is een gebiedsaanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ opgenomen ter bescherming van natuur en woonconcentraties door het stellen van een regeling met betrekking de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 31 van 33

6

Economische uitvoerbaarheid De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Rucphen en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten waarin de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten wordt vastgelegd. Het plan is voor de gemeente Rucphen derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 32 van 33

7

Overleg en inspraak Voorbereiding en omgevingsdialoog Naast de wettelijke procedures besteedt de initiatiefnemer aandacht aan de communicatie met de belanghebbenden middels een omgevingsdialoog. Omwonenden is de gelegenheid geboden om bezwaren en suggesties naar voren te brengen. Gedurende de initiatieffase van het plan heeft initiatiefnemer medio mei 2020 de direct omwonenden in persoonlijke gesprekken geïnformeerd over de planvorming. Ook de procedure die doorlopen moet worden om de nieuwe woning te kunnen realiseren, is beschreven en toegelicht. Tijdens die gesprekken zijn tekeningen van de perceelindeling en de plattegrond van de nieuwe woning met bijgebouw getoond. Toegelicht is dat het perceel waarop de woning geprojecteerd is een oppervlakte heeft van 691 m2 en dat de voorgevel van de nieuwe woning in de rooilijn met nummer 63 is geprojecteerd, waardoor er aan de voorzijde ruimte ontstaat voor parkeergelegenheid. Ook de bouwhoogtes zijn toegelicht. Van deze gesprekken is een verslag opgemaakt, gedateerd 25 mei 2020. Dit verslag is aan alle betrokkenen overhandigd. Vooroverleg en voorontwerp Voor de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord, Irenestraat ong. naast 63 te St. Willebrord’ wordt het plan conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betrokken vooroverleg instanties.

Het voorontwerp-bestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord, Irenestraat ong. naast 63 te St. Willebrord’ met bijbehorende documenten heeft met ingang van 28 oktober 2021 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Ook is het voorontwerp-bestemmingsplan gepubliceerd en beschikbaar gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn zijn er geen inspraakreacties ingediend op het plan. Het voorontwerp-bestemmingsplan is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in het kader van het wettelijk vooroverleg toegestuurd aan de Provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta en de brandweer. De provincie heeft kenbaar gemaakt dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen. Het waterschap heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben naar aanleiding van het plan. De brandweer heeft geen opmerkingen gemaakt anders dan dat als het bouwplan wordt ingediend dit getoetst zal worden aan het Bouwbesluit. Zienswijzenprocedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord, Irenestraat ong. naast 63 te St. Willebrord’, wordt ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij de gelegenheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen. De resultaten van deze procedure worden te zijner tijd in de toelichting verwerkt.

20200374 | Irenestraat ong. naast 63 te Sint-Willebrord Toelichting

| 33 van 33

Bijlage 1 Rapportage Verkennend bodemonderzoek Irenestraat (tussen 63 en 65) te St. Willebrord, AGEL Adviseurs, D01, d.d. 5 oktober 2020

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, AGEL Adviseurs, d.d. 8 juli 2021, D02

Bijlage 3 Quickscan flora en fauna, Irenestraat, SintWillebrord, Bureau van Nierop, d.d. 14 september 2020,

Bijlage 4 Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, Transectrapport 2983, Sint-Willebrord, Irenestraat 63, d.d. 16 maart 2021

Bijlage 5 Standaard verantwoording Groepsrisico 2019, Gemeente Rucphen

Bijlage 6

Landschappelijk inpassingsplan, Agel Adviseurs

samen onze omgeving creëren

Bijlage 1 Rapportage Verkennend bodemonderzoek Irenestraat (tussen 63 en 65) te St. Willebrord, AGEL Adviseurs, D01, d.d. 5 oktober 2020

Verkennend bodemonderzoek Irenestraat (tussen 63 en 65) te St. Willebrord

samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Projectdossier Titel

:

Verkennend bodemonderzoek

:

Irenestraat (tussen 63 en 65) te St. Willebrord

Opdrachtgever

:

Van den Broek Ontwerpbureau

Projectnummer

:

20200374-00

Versie / status

:

D01

Datum

:

5 oktober 2020

Opgesteld door

:

S. Klijberg

Gecontroleerd door

:

C.H.J. van den Broek

Akkoord Projectcoördinator

:

M. Staps

Bouwkundig

Teken-

&

Paraaf:

AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

SAMENVATTING Algemeen Opdrachtgever Adres onderzoekslocatie Kadastrale registratie Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik Type onderzoek Aanleiding onderzoek

: : : : : : :

Van den Broek Bouwkundig Teken- & Ontwerpbureau Irenestraat (tussen 63 en 65) te St. Willebrord RPN00, sectie T, nummer 46 (gedeeltelijk) Circa 700 m2 Tuin/oprit Verkennend bodemonderzoek Voorgenomen bouwwerkzaamheden

Resultaten vooronderzoek en hypothese Hypothese conform NEN 5740 : Onverdacht, omdat uit het vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van een geval van een bodemverontreiniging. Uitvoering veld- en laboratoriumonderzoek Datum:  Grond : 8 september 2020  Grondwater : 15 september 2020 Veldmedewerkers en protocol : C.J.M. van Laarhoven en B.C.M.M. Snepvangers conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001 en 2002) Laboratorium : Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam Samenvatting resultaten Grond:  Zintuiglijke waarnemingen  Bovengrond (0,0-0,5 m-mv)  Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)  Indicatieve toetsing Bbk Grondwater Veiligheidsklasse CROW 400

: : : : : :

Geen bijzonderheden Overschrijding van kwik boven de achtergrondwaarde Geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden Altijd toepasbaar Overschrijding van barium boven de streefwaarde Geen veiligheidsklasse van toepassing

Toetsing hypothese De op basis van het vooronderzoek gestelde hypothese ‘onverdacht’ is op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek juist gebleken. Conclusie Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor de voorgenomen bouwactiviteiten. Gezien de resultaten van het milieuhygiënische onderzoek is op basis van de CROW 400 op het werk geen veiligheidsklasse van toepassing.

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 1 1

2

3

4

INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding en doel ...................................................................................................... 1

1.2

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid ......................................................................... 1

1.3

Leeswijzer .................................................................................................................. 1

VOORONDERZOEK ....................................................................................................... 2 2.1

Inleiding ..................................................................................................................... 2

2.2

Aanleiding vooronderzoek ........................................................................................... 2

2.3

Bronvermelding .......................................................................................................... 2

2.4

Locatiegegevens ......................................................................................................... 3

2.5

Gebruik en beïnvloeding van de locatie ........................................................................ 4

2.6

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ........................................................... 5

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................. 5

2.8

Conclusie vooronderzoek en hypothese(n).................................................................... 6

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK ...................................................................... 7 3.1

Onderzoeksopzet ........................................................................................................ 7

3.2

Veldonderzoek ............................................................................................................ 7

3.3

Laboratoriumonderzoek ............................................................................................... 8

3.4

Toetsingskader en toetsing analyseresultaten ............................................................... 9

RESULTATEN EN INTERPRETATIE ............................................................................. 10 4.1

Resultaten grondonderzoek ....................................................................................... 10

4.2

Resultaten grondwateronderzoek ............................................................................... 10

4.3

Toetsing van de hypothese ........................................................................................ 10

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................ 11

6

NORMERING EN BETROUWBAARHEID ...................................................................... 12

A G E L

adviseurs Bijlagen BIJLAGE 1

LOCATIEKAART

BIJLAGE 2

SITUATIETEKENING MET MONSTERNEMINGSPUNTEN

BIJLAGE 3

BOORBESCHRIJVINGEN

BIJLAGE 4

ANALYSECERTIFICATEN

BIJLAGE 5

TOETSING ANALYSECERTIFICATEN

BIJLAGE 6

TOELICHTING EN ACHTERGROND TOETSINGSKADER

BIJLAGE 7

RELEVANTE INFORMATIE VOORONDERZOEK

BIJLAGE 8

KWALITEITSBORGING EN ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING

ruimte infra bouw milieu

A G E L

adviseurs 1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

ruimte infra bouw milieu

In opdracht van Van den Broek Bouwkundig Teken- & Ontwerpbureau heeft AGEL adviseurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Irenestraat (tussen 63 en 65) te St. Willebrord. De locatie is deels in gebruik als tuin en deels als oprit en heeft een oppervlakte van circa 700 m2. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de voorgenomen bouwactiviteiten op de locatie. In het kader hiervan is inzicht gewenst in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek dient te worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen bouwactiviteiten op de locatie. 1.2

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitssysteem van AGEL adviseurs. AGEL adviseurs is gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20258). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001 en 2002), waarvoor AGEL adviseurs erkend is door Rijkswaterstaat Leefomgeving. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door het milieulaboratorium van Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam. In bijlage 9 is de kwaliteitsborging en onafhankelijkheidsverklaring opgenomen.

1.3

Leeswijzer Voorliggend rapport is als volgt opgebouwd:  Vooronderzoek en onderzoekshypothese (hoofdstuk 2);  Veld- en laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 3);  Resultaten en interpretatie (hoofdstuk 4);  Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 1 van 12

A G E L

adviseurs 2

Vooronderzoek

2.1

Inleiding

ruimte infra bouw milieu

Onderdeel van het verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 is het verrichten van een vooronderzoek conform de NEN 5725. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Om dit doel te bereiken is relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend bodemonderzoek opgesteld. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. 2.2

Aanleiding vooronderzoek De aanleiding voor het vooronderzoek conform de NEN 5725 is: A) Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.

2.3

Bronvermelding In het kader van het vooronderzoek zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd. Tevens is aangegeven of voor de onderzoekslocatie relevante informatie aangetroffen is. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Instantie Aspect Opdrachtgever

Afbakening onderzoeksgebied Informatie huidig en voormalig gebruik Toekomstig gebruik Eerder bodemonderzoek Bodemloket Informatie Landsdekkend beeld/Globis Gemeente Rucphen/ Bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Midden- en BodemInformatiesysteem (BIS) en/of eerder onderzoek West Brabant Archief BOOT/tankenbestand Vervallen Hinderwetvergunningen (statisch) Actuele milieuvergunningen (dynamisch) Bouwvergunningen Bevoegd gezag Wbb Beschikkingen Wet bodembescherming Literatuur en eigen archief Topografische kaart en luchtfoto google earth Historische atlas Topotijdreis DINOloket Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwateronttrekkingen Provinciale milieuverordening (PMV) Kadaster Kadastrale situatie Kabels en leidingen informatie (KLIC) Terreinverkenning Bodembedreigende activiteiten Verwachting t.a.v. asbest Locatie interviews + : Informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie; : Geen voor het onderzoek relevante informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie.

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

Relevante informatie aanwezig + + + + + + + + + -

| 2 van 12

A G E L

adviseurs 2.4

ruimte infra bouw milieu

Locatiegegevens Onderstaand zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.2: Locatiegegevens Aspect Adres Kadastraal Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Eigenaar Gebruiker Oppervlakte kadastraal perceel

Gegevens Irenestraat tussen 63 en 65 te St. Willebrord Gemeente: Rucphen Sectie: T Nummer: 46 x: 100190 y: 396825 Familie Van Etten Familie Van Etten Circa 2.195 m² Onderzoekslocatie: circa 700 m²

In figuur 2.1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Een situatietekening met begrenzing van de onderzoekslocatie is tevens opgenomen in bijlage 2.

Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood aangegeven)

Voor de afbakening van de onderzoekslocatie is gekozen voor een afbakening voor het deel van het perceel waarop de voorgenomen bouwactiviteiten betrekking heeft. Het geografisch gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft richt zich op de onderzoekslocatie waarbinnen het geografisch besluitvormingsgebied valt en de aangrenzende percelen tot een maximale afstand van 25 meter.

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 3 van 12

A G E L

adviseurs 2.5

ruimte infra bouw milieu

Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik In figuur 2.2 zijn een aantal historische topografische kaarten opgenomen.

1940

1960

1980

2000

Figuur 2.2: Historische topografische kaarten van de onderzoekslocatie (rode cirkel)

De onderzoekslocatie ligt aan de rand van een woonwijk van na 1960. Aangrenzend aan het perceel zijn twee woningen aanwezig die dateren van 1994 en 2017 (bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen). Op basis van de historische topografische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie in het verleden als landbouwperceel fungeerde. Er hebben zich geen milieubelastende bedrijven op of nabij de locatie bevonden. Voor zover bekend zijn op de locatie geen tanks aanwezig (geweest). Het is niet bekend of het terrein in het verleden is opgehoogd of gedempt. Huidig gebruik en terreinverkenning De onderzoekslocatie bevindt zich in een woonwijk. In de directe omgeving van de locatie zijn geen factoren bekend die van invloed zijn op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is momenteel deels in gebruik als tuin en deels als oprit (met klinker/tegelverharding. 20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 4 van 12

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Onderstaande foto’s geven een indruk van de locatie.

Figuur 2.3: Foto’s onderzoekslocatie

Tijdens de terreinverkenning zijn aan het oppervlak van de locatie geen indicaties verkregen die in verband kunnen worden gebracht met een mogelijke verontreiniging van de bodem. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen in de op de bodem aangetroffen. 2.6

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart Voor de gemeente Rucphen is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar. Op basis van deze bodemkwaliteitskaart wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende bodemkwaliteit verwacht:  Bovengrond (0,0-0,5 m-mv) : klasse Achtergrondwaarden;  Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) : klasse Achtergrondwaarden. Op de bodemfunctieklassenkaart is de onderzoekslocatie gelegen in de zone Wonen. Beschikbaar bodemonderzoek Van de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken bekend:  Verkennend onderzoek, 6 juli 2000, Wematech;  Verkennend onderzoek, 12 mei 2010, Econsultancy BV. Uit de beschikbare bodeminformatie blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De relevante kopieën van de beschikbare onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 7.

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 7 m+NAP. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw bekend. Tabel 2.3: Bodemopbouw en geohydrologie (bron: DINOloket) Diepte (m -mv/NAP) Formatie Samenstelling Geohydrologische eenheid 0 – 1,40 Boxtel Hoofdzakelijk bestaande uit Zandige eenheid midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind 1,40 – 4,50 Stamproy Hoofdzakelijk bestaande uit Zandige eenheid midden, fijn en grof zand, met weinig klei en zandige klei en 20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 5 van 12

A G E L

adviseurs

4,50 – 7,50

Stamproy

ruimte infra bouw milieu

een spoor veen, bruinkool en grind Hoofdzakelijk bestaande uit Kleiige eenheid zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool

Voor zover bekend op basis van de beschikbare gegevens hebben in het verleden geen ophogingen, dempingen of calamiteiten plaatsgevonden. De freatische grondwaterstroming is niet bekend. Opgemerkt wordt dat de freatische grondwaterstromingsrichting lokaal kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van oppervlaktewater, kabels en leidingen, cunetten, funderingen en dergelijke. De regionale grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerend pakket is niet bekend. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is ten noordoosten een watergang gesitueerd. De locatie is niet gelegen in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. 2.8

Conclusie vooronderzoek en hypothese(n) Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn in onderstaande tabel de antwoorden op de onderzoeksvragen geformuleerd. Tabel 2.4: Beantwoording onderzoeksvragen Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?

Antwoord

Het deel van het perceel waarop de voorgenomen bouwactiviteiten betrekking heeft (zie Bijlage 2). Deze is voldoende. Wat is de bodemopbouw en geohydrologie? Is er binnen de De boven- en ondergrond (tot 4,50 m -mv) bestaat onderzoekslocatie sprake van verschillende fysische hoofdzakelijk uit een zandige eenheid, met midden, fijn en kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? grof zand, met weinig zandige klei een spoor klei, veen, grind en bruinkool Wat is de kwaliteitsklasse op basis van de bodemkwaliteits- Klasse Achtergrondwaarden kaart? Zijn binnen de onderzoekslocatie potentiele bronnen van Uit het vooronderzoek zijn geen bronnen naar voren bodemverontreiniging aanwezig? gekomen die de oorzaak zouden kunnen zijn van een Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de onderzoekslocatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Is de bodem asbestverdacht?

bodemverontreiniging. Nee.

Nee, op basis van het vooronderzoek wordt geen bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie verwacht. Nee.

Er zijn geen actuele gegevens over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bekend. Er dient een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd. De onderzoekslocatie wordt aangemerkt als een, voor bodemverontreiniging, onverdachte locatie. Dit betekent dat conform de NEN 5740 de strategie ONV-NL van toepassing is en er geen overschrijdingen van de streefwaarden respectievelijk lokale achtergrondwaarden worden verwacht. Derhalve wordt voor het chemisch onderzoek uitgegaan van de parameters uit het standaard analysepakket conform de NEN 5740, om de bodemkwaliteit ten aanzien van de meest gangbare parameters vast te stellen.

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 6 van 12

A G E L

adviseurs 3

Veld- en laboratoriumonderzoek

3.1

Onderzoeksopzet

ruimte infra bouw milieu

In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en analyses. De locatietekening met situering van de monsternemingspunten is opgenomen in bijlage 2. Tabel 3.1: Opzet veld- en laboratoriumonderzoek Locatie Veldonderzoek (en boornummers)

Circa 700 m2 A pakket B pakket

3.2

Laboratoriumonderzoek

Boring tot 0,5 m-mv

Boring tot 2,0 m-mv

Boring met peilbuis

4

1

1

Grond

Grondwater

Bovengrond: 1 x pakket A 1 x pakket B Ondergrond: 1 x pakket A : Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie. : Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 17 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink).

Veldonderzoek Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op:  Protocol 2001 (plaatsen boringen en peilbuizen): op 8 september 2020;  Protocol 2002 (grondwaterbemonstering): op 15 september 2020. Het veldonderzoek heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan:  Het uitvoeren van een terreinverkenning en visuele inspectie van het maaiveld;  Het plaatsen van de boringen en peilbuis zoals opgenomen in tabel 3.1. De peilbuis is voorzien van een filter met een lengte van 1,0 meter en afgewerkt met filtergrind en een bentonietafsluiting;  Het classificeren van de vrijgekomen grond uit de boringen (vaststellen bodemopbouw) en het beoordelen op de aanwezigheid van verontreinigingen;  Het bemonsteren van de grond. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Afwijkende bodemlagen (zoals de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als bijvoorbeeld puin, verkleuringen van de grond en geurwaarnemingen) zijn apart bemonsterd. Indien bij een boring meerdere grondmonsters zijn genomen, is met een toenemende diepte de codering -1, -2, -3 enz. aan het monsternummer toegevoegd;  Het bemonsteren van het grondwater uit de peilbuis na een wachttijd van minimaal één week. Bij de codering van een grondwatermonster is het nummer van de peilbuis aangehouden met toegevoegd - nummer filter - nummer watermonster (bijvoorbeeld: 01-1-1).

Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen significante afwijkingen gerapporteerd die van invloed zijn op de voorschriften en werkwijze van de genoemde protocollen. Resultaten veldonderzoek In bijlage 3 zijn de resultaten van de boorbeschrijvingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Globaal is de bodem tot de maximale boordiepte als volgt opgebouwd:  0,0 - 0,5 m -mv : zand;  0,5 - 2,70 m -mv : zand met sporadisch lagen leem;  2,70 - 5,20 m -mv : leem. 20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 7 van 12

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

In tabel 3.2 is een overzicht gegeven van de zintuiglijke waargenomen bijzonderheden aan de opgeboorde grond. Tabel 3.2: Zintuiglijk aangetroffen bijzonderheden Boring Einddiepte Traject Textuur (m -mv) (m -mv) 02 2,00 0,07 - 0,10 Zand 03 0,60 0,07 - 0,12 Zand 04 0,50 0,03 - 0,05 Zand 06 0,50 0,03 - 0,05 Zand

Zintuiglijke waarneming Straatzand Straatzand Straatzand Straatzand

Bij het zintuiglijk onderzoek zijn geen bodemvreemde materialen of andere kenmerken waargenomen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen in de opgeboorde grond aangetroffen. In tabel 3.3 staan de veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater. Tabel 3.3: Veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater Peilbuis Filtertraject Stijghoogte Temp. pH* (m -mv) (m -mv) ( 0C) 01 4,20 – 5,20 1,70 20,6 6,0 *) : Normale waarden voor de pH liggen tussen 4,0 en 8,0; **) : Normale waarden voor de Ec liggen onder 1.500 µS/cm.

Ec (µS/cm) ** 236

Troebelheid (NTU) 421

Zintuiglijke waarneming

Aan het opgepompte grondwater zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen. 3.3

Laboratoriumonderzoek Een overzicht van de uitgevoerde grond- en grondwateranalyses is weergegeven in de tabellen 3.4 en 3.5. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is een selectie gemaakt in de te analyseren grondmonsters waarbij een aantal grondmonsters is samengesteld tot mengmonsters. Voor mengmonsters is de codering MM01 et cetera aangehouden. Het bovenste dunne laagje straatzand is niet bemonsterd. Tabel 3.4: Uitgevoerde analyses grond MonsterSamenstelling deelmonsters Traject Omschrijving en Analysepakket code (boring-monster) (m -mv) bijzonderheden Bovengrond MM01 01-1, 02-1, 03-1, 04-1, 05-1, 06-1 0,00 – 0,60 Zand zwak tot matig humeus A pakket Ondergrond MM02 01-4 + 02-4 1,1 – 1,60 Leem A pakket A pakket : Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie. Tabel 3.5: Uitgevoerde analyses grondwater Monstercode Peilbuis Filtertraject (m -mv) Analysepakket 01-1-1 01 4,20 – 5,20 B pakket B pakket : Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 17 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink).

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 8 van 12

A G E L

adviseurs 3.4

ruimte infra bouw milieu

Toetsingskader en toetsing analyseresultaten De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 4. Door het laboratorium zijn geen afwijkingen van de AS3000 gerapporteerd. De volledige toetsing van de analyseresultaten is opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de analyseresultaten, het geanalyseerde c.q. gehanteerde lutum- en humusgehalte, het toetsingskader en de overschrijdingen ten opzichte van het toetsingskader opgenomen. Daarnaast zijn de resultaten indicatief getoetst aan de waarden van het Besluit bodemkwaliteit bij toepassing op of in de bodem. Een toelichting op de toetsingscriteria en het wettelijk kader is opgenomen in bijlage 6. De resultaten van het laboratoriumonderzoek worden in volgend hoofdstuk weergegeven en geïnterpreteerd.

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 9 van 12

A G E L

adviseurs 4

Resultaten en interpretatie

4.1

Resultaten grondonderzoek

ruimte infra bouw milieu

In tabel 4.1 zijn de resultaten van het grondonderzoek weergegeven. Tabel 4.1: Toetsingsresultaten grond MonsterSamenstelling Traject code deelmonsters (m -mv) (boring-monster) Bovengrond MM01 01-1, 02-1, 03-1, 0,00 – 0,60 04-1, 05-1, 06-1 Ondergrond MM02 01-4 + 02-4 1,1 – 1,60

Omschrijving en bijzonderheden

Toetsing Wbb

Indicatieve toets Bbk

Zand zwak tot matig humeus

Kwik > AW

Altijd toepasbaar

Leem

< AW

Altijd toepasbaar

De gehalten die de betreffende achtergrondwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: < AW : Het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde. > AW : Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde. >T : Het gehalte is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde. >I : Het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In mengmonster MM01 van de zintuiglijk schone, zandige bovengrond is een overschrijding van kwik boven de achtergrondwaarden aangetoond. In de lemige ondergrond zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetoond. Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit zijn mengmonsters MM01 en MM02 beoordeeld als Achtergrondwaarden en zijn derhalve altijd toepasbaar. 4.2

Resultaten grondwateronderzoek In tabel 4.2 zijn de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. Tabel 4.2: Toetsingsresultaten grondwater Monstercode Peilbuis 01-1-1

01

Filtertraject (m -mv) 4,20 – 5,20

Toetsing Wbb Barium > S

De concentraties die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: <S : De concentratie is kleiner dan de streefwaarde. >S : De concentratie is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde. >T : De concentratie is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde. >I : De concentratie is groter dan de interventiewaarde.

In het grondwater uit peilbuis 01 is een overschrijding van barium boven streefwaarden aangetoond. Een bron voor de licht verhoogde concentratie aan barium is niet bekend. Barium wordt regionaal vaker zonder aanwijsbare bron in het grondwater aangetoond. Mogelijk betreft het een licht verhoogde achtergrondwaarde. 4.3

Toetsing van de hypothese De op basis van het vooronderzoek gestelde hypothese ‘onverdacht’ is op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek juist gebleken.

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 10 van 12

A G E L

adviseurs 5

ruimte infra bouw milieu

Conclusies en aanbevelingen Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd: 

In de zandige bovengrond is een overschrijding van kwik boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de lemige ondergrond zijn geen overschrijdingen boven de achtergrondwaarden aangetoond.

In het grondwater is barium boven streefwaarde aangetoond.

Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek.

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor de voorgenomen bouwactiviteiten.

Gezien de resultaten van het milieuhygiënische onderzoek is op basis van de CROW 400 op het werk geen veiligheidsklasse van toepassing.

Aanbevelingen en opmerkingen Indien bij de voorgenomen bouwactiviteiten grond van de locatie vrijkomt, dient er rekening te worden gehouden met beperkingen ten aanzien van hergebruik en afzet van de grond. De grond afkomstig van de onderzoekslocatie heeft een kwaliteit die indicatief voldoet aan de Achtergrondwaarde 2000 en daarmee in principe (milieuhygiënisch gezien) geschikt is voor de functie moes-/volkstuinen, landbouw & natuur. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit voor toepassing van grond elders. Voor de definitieve kwaliteitsbepaling van grond die vrijkomt van de onderzoekslocatie kan afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond een partijkeuring noodzakelijk zijn (AP04). De gemeente is bevoegd gezag inzake grondverzet en toepassing van grond binnen de restricties en voorwaarden van de bodemkwaliteitskaart. Hiervoor geldt een meldingsprocedure. Arbo en veiligheid Aan de hand van de berekeningssystematiek vanuit de CROW publicatie 400 en de ingevoerde resultaten van het bodemonderzoek is de voorlopige veiligheidsklasse bepaald. Indien zintuiglijke waarneming, meetgegevens, of andere informatie daartoe aanleiding geven, dient de veiligheidsklasse te worden aangepast en dienen passende veiligheidsmaatregelen te worden getroffen, eveneens conform CROW publicatie 400.

Wanneer onbekende verontreinigingen worden aangetroffen moeten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de betrokken werknemers en eventuele derden niet worden blootgesteld aan die verontreiniging.

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 11 van 12

A G E L

adviseurs 6

ruimte infra bouw milieu

Normering en betrouwbaarheid De volgende documenten hangen samen met het verrichte bodemonderzoek:  NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (oktober 2017);  NEN 5740+A1 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (april 2016). Het bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de geldende normen en in het kader van de BRL SIKB 2000 van toepassing zijnde protocollen. Het uitgevoerde bodemonderzoek is gebaseerd op de thans beschikbare informatie en de hieruit afgeleide onderzoeksstrategie. Ondanks het streven naar een zo groot mogelijke representativiteit en reproduceerbaarheid van het onderzoek kunnen ten gevolge van heterogeniteit in de bodem en onvolledige informatie buiten de schuld van AGEL adviseurs afwijkingen in de verkregen resultaten voorkomen. Er blijft altijd een kans aanwezig dat een op de locatie aanwezige verontreiniging niet wordt vastgesteld ten gevolge van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng)monsters. Er dient tevens op te worden gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is.

Na uitvoering van het onderzoek kunnen de grond- en grondwaterkwaliteit worden beïnvloed door bijvoorbeeld grondverzetwerkzaamheden zoals de aanvoer van grond van elders, opslag van milieubelastende producten, calamiteiten of verspreiding van verontreiniging vanaf nabij gelegen terreinen. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport. AGEL adviseurs acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voortvloeit. AGEL adviseurs heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft. AGEL adviseurs heeft als onderzoeksbureau vastgelegd in haar kwaliteitszorgsysteem dat de (mogelijke) beïnvloeding van werknemers door derden te allen tijde dient te worden vastlegt en vermeld. Mocht hiervan sprake zijn en heeft dit invloed op de onderzoeksstrategie dan wordt dit in de verslaglegging en rapportage vermeld. AGEL adviseurs garandeert hiermee dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd.

20200374-00 | Irenestraat te St. Willebrord Verkennend bodemonderzoek

| 12 van 12

A G E L

adviseurs

Bijlage 1

Locatiekaart

ruimte infra bouw milieu

A G E L

adviseurs Bijlage 2

Situatietekening met monsternemingspunten

ruimte infra bouw milieu

8

s Irene

48A

traat

6

4 48B

63 48C

63A 03

05

01

LEGENDA

04

Onderzoekslocatie

06

1

Boring ondiep/0,5 m-mv

1

Boring diep/2,0 m-mv

1

Peilbuis NEN

65

48D

48E

67 project

opdrachtgever

48F

onderdeel

VERKENNEND BODEMONDERZOEK IRENESTRAAT ONG. TE ST. WILLEBRORD V.d. Broek Bouwkundig Teken-& Ontwerpbureau 67A Situatietekening met boorpunten

status werknr.

0m

12.5m

SCHAAL 1:500

25m

A3 schaal 1:500 getekend door Mevr. M.A. Beljaars-Martens gecontroleerd door Dhr. S. Klijberg formaat

bladnr.

D.01 20200374 Bijlage 2

par.

datum

par.

doc. type

29-09-2020 Tekening

postbus 4156 4900 cd oosterhout hoevestein 20b 4903 sc oosterhout 0162 - 45 64 81 www.ageladviseurs.nl

bestandsnaam: O:\20200374-00 Irenestraat 63 te Sint-Willebrord\3 tekeningen\3 terrein\20200374_00X_40UO_001_VBO_TEK.dwg

02

A G E L

adviseurs Bijlage 3

Boorbeschrijvingen

ruimte infra bouw milieu

Boring:

01

Boring:

02

Datum: Boormeester: X: Y:

8-9-2020 Kees van Laarhoven 100189,66 396825,62

Datum: Boormeester: X: Y:

8-9-2020 Kees van Laarhoven 100202,11 396832,87

0,00

0,00

tuin

0,00

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

0,00

klinker

0,07 0,10

Klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Straatzand

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11773698/1