CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

08b bijlage Nota van zienswijzen LOP DaaRbuiten

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 25 februari 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Landschapsontwikkelingsperspectief ‘Daarbuiten’3.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen Landschapsontwikkelingsperspectief ‘DaaRbuiten’ Inleiding en Toelichting Het landschapsontwikkelingsperspectief ‘DaaRbuiten’ (LOP ‘DaaRbuiten’)lag van 3 september 2025 tot en met 15 oktober 2025 zes weken ter inzage. Dit is bekendgemaakt via de Rucphense Bode, de website en via overheid.nl. Geïnteresseerden zijn in de gelegenheid gesteld het beleid digitaal te bekijken of fysiek in te zien op het gemeentehuis. Zij konden hierop schriftelijk of mondeling reageren. Ook zijn belanghebbenden actief op de hoogte gesteld van het LOP ‘DaaRbuiten’ en in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. In deze inzage periode zijn 5 zienswijzen van bedrijven en instanties ontvangen. Twee zienswijzen zijn namens één organisatie ingediend, waardoor het totaal aantal insprekers op 4 ligt. In deze nota van zienswijzen zijn de reacties niet in hun geheel opgenomen, maar zijn ze samengevat. Bij de behandeling van de zienswijzen is wel gekeken naar de volledige tekst van de zienswijze. Onze reactie op de zienswijze staat in de tweede kolom. In de meest rechter kolom staat benoemd of de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van het LOP ‘DaaRbuiten’ Persoonsgegevens Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) worden de indieners van de zienswijzen niet met naam en toenaam genoemd, maar zijn ze genummerd.

Er zijn enkel zienswijzen ingediend namens instanties. Waardoor de zienswijzen niet geanonimiseerd hoeven te worden. Zienswijze 1 (Natuurwerkgroep Rucphen) Inhoud zienswijze

Reactie gemeente Rucphen

Speerpunt ‘Bossen’ ontbreekt (1.4). Verzoek om uitwerking t.a.v. zoekgebieden nieuwe natuur/bossen, bescherming, herstel en onderhoud bossen, klimaatbos, CO2 bos, hittelint dempen e.d.

De bossen zijn niet als specifiek speerpunt opgenomen, maar de genoemde thema’s komen op andere plekken binnen het LOP ‘DaaRbuiten’ aan bod. De Rucphense Bossen maken als natuurgebied onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. De gronden in de NNB dienen geheel voor natuurontwikkeling. Daarmee zijn NNB-bossen beschermd. Ook zijn de nieuwe zoekgebieden NNB op de kaart aangegeven. (3.3) Het boslandschap is opgenomen als één van de landschapstypen (3.5.1). Hier is zowel de geschiedenis als het hedendaagse boslandschap beschreven. De bestaande bossen zijn onderdeel van het bestaande landschappelijke raamwerk (casco) en worden dus beschermd en versterkt. (4.1 en 4.2) We versterken het bestaande landschappelijke raamwerk met verschillende projecten, waaronder de aanleg van een klimaatbuffer,

Aanpassing LOP? Ja

Recreatieve druk: geen nieuwe recreatie in Stiltegebied Rucphense Hei en ten zuiden daarvan. Wel in nieuwe natuurgebieden (2).

Postbaan: dit recreatielint loopt door stiltegebied Rucphense Hei en is niet gewenst. Dat vindt Defensie ook. Onwenselijk om nieuwe verharde recreatieve routes door het stiltegebied aan te leggen (4.2).

Besteed primair aandacht aan realisatie EVZ’s samen met de verschillende partners. Zorg voor een extra robuuste uitvoering van EVZ-Posthoorn noord met als doel het dempen van het hittelint richting Sint Willebrord en Sprundel.

versterken groenblauwe mantel, EVZ’s, het bijenlandschap, ecologische ring Rucphen. (4.2) De hoge recreatiedruk op de Rucphense Bossen is benoemd. Ook het stiltegebied is in het LOP ‘DaaRbuiten’ benoemd en aangegeven met een kaartje. (3.6) We stellen geen nieuwe recreatie voor in het stiltegebied. Ook stellen we geen nieuwe natuurgebieden voor waar gerecreëerd kan worden. Wel willen we de recreatie beter spreiden, zodat de recreatiedruk op de natuurgebieden wordt verminderd. Dit doen we door het agrarische landschap aantrekkelijker te maken voor recreatie. Tevens versterken we de huidige natuurgebieden en biodiversiteit door een robuust landschappelijk raamwerk te maken met toevoeging/versterking van EVZ’s, het bijenlandschap, klimaatbuffer, ecologische ring Rucphen, groenblauwe mantel en zandpaden (4.2) De Postbaan loopt inderdaad door Stiltegebied Rucphense Bossen De linten in het landschap volgen bestaande wegen en sluiten aan op bestaande fiets- en wandelroutes. (3.6 en 4.4).

Ja

Ja

De Postbaan ontsluiten we als fiets- en wandelroute in het landschap en sluiten deze aan op het bestaande fiets- en wandelroutenetwerk. Daar waar deze verdwenen is brengen we deze terug. Op het terrein van Defensie, het stiltegebied en in de Heipolder, doen we dit met een onverhard wandelpad. (4.4) De eerder voorgestelde gekleurde verharding hebben we uit het LOP ‘DaaRbuiten’ gehaald. In het uitvoeringsprogramma is het project ecologische verbindingszones opgenomen. De EVZ Posthoorn Noord (lengte: 1.250 m en oppervlak ca. 31.250 m2) is een van de vijf nog te realiseren EVZ’s. (5.1.1)

Ja

Daarnaast is de klimaatbuffer één van de nieuwe kansrijke projecten van het aanvullende landschappelijke raamwerk. Dus het dempen van het hittelint richting Sint Willebrord en Sprundel vindt op meerdere manieren plaats. (4.2)

Aanvullende zienswijze (Natuurwerkgroep Rucphen) Inhoud zienswijze

Reactie gemeente Rucphen

Zoekgebieden nieuwe natuur ontbreken Hoe ziet het landschap van de toekomst eruit? En hoe te bereiken?

De nieuwe zoekgebieden natuur (NNB) zijn op de kaart aangegeven. (3.3) Hoofdstuk 4: een perspectief voor het landschap gaat in op hoe de gemeente wil dat het landschap van de toekomst eruitziet. Hier wordt ook al enigszins ingegaan op hoe dit te bereiken,

Aanpassing LOP? Ja Ja

bijvoorbeeld door het landschappelijke raamwerk te versterken met nieuwe projecten, zoals het bijenlandschap, ecologische ring Rucphen, EVZ’s, zandpaden, etc. Ook het gewenste toekomstbeeld per landschapstype en de sfeerbeelden vormen een duidelijke leidraad voor de toekomstige ontwikkeling.

Niet eens met clustering van recreatie aan de randen van de gebieden en in de nabijheid van gebiedsentrees. Verzoek om rustige gebieden aan te wijzen.

Besteed bij 10% groenblauwe dooradering aandacht aan doelsoorten.

Na vaststelling van het LOP ‘DaaRbuiten’ zal een uitvoeringsprogramma worden opgesteld. De Rucphense Bossen hebben al bescherming vanuit de NNB en het feit dat het stiltegebied is. Extensieve recreatie is hier toegestaan. De groenblauwe mantel zorgt ook voor een bescherming tegen intensieve (recreatieve) functies, die schadelijk voor landschap, biodiversiteit, bodem- en watersysteem zijn. We willen de recreatiedruk in de natuurgebieden verminderen door het agrarische landschap aantrekkelijker te maken voor recreatie. (4.2) We hebben specifiek aandacht besteed aan de kievit (open landschap) en de patrijs (kleinschalig landschap). Dit gaat over een aantrekkelijk landschap voor mens en dier. Ook hebben we specifiek aandacht besteed aan bijen en andere wilde bestuivers (4.2).

Ja

Ja

Zienswijze 2 (Agrarische natuurvereniging tussen Baronie en Markiezaat) Inhoud zienswijze

Reactie gemeente Rucphen

Vragen aandacht voor toekomstperspectief van de agrariërs. De druk op agrarische gronden voor woningbouw, klimaat en ecologische opgaven is groot. Houd vruchtbare grond voor agrarisch gebruik zoveel mogelijk in stand. Is een andere functie onoverkoombaar, dan is een goede compensatie noodzakelijk. Fraai en verbindend landschap afstemmen op de al aanwezige doelsoorten: open landschap voor weidevogels, overgang van struweel naar open akker voor de patrijs.

Eén van de speerpunten betreft het toekomstperspectief voor agrariërs. De agrarische sector is en blijft de belangrijkste drager van het buitengebied. Als gemeente zetten we ons in om die agrarische functie te behouden en toekomstbestendig te maken. (4.5)

Waarom zijn de Provincie, ZLTO, Defensie, Brabant Water en ANV niet benoemd Regionaal Water en Bodem Programma 2022 en addendum

We vinden het belangrijk dat vruchtbare landbouwgrond duurzaam ingezet kan blijven voor de landbouw en dat het landschap een agrarisch karakter houdt. (4.5) We hebben specifiek aandacht besteed aan de kievit (open landschap) en de patrijs (kleinschalig landschap). Dit gaat over een aantrekkelijk landschap voor mens en dier. (4.2) De open landschappen die belangrijk zijn voor de weidevogels houden we ook open. In de oude zandontginningen versterken we het kleinschalige landschap door landschapselementen toe te voegen. (4.3) Deze organisaties zijn in het nieuwe LOP ‘DaaRbuiten’ wel benoemd. (1.3) Het regionaal Water en Bodem Programma is toegevoegd bij het wettelijk en beleidsmatig kader. (2.1)

Aanpassing LOP? Ja

Ja

Ja

Ja

2025 worden gemist bij de beleidsuitgangspunten. Bij sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen graag toevoegen: - zuidoostelijk deel van Sprundel is werkgebied voor Agrarisch Natuurbeheer, een samenwerking van agrariërs realiseren hier in een collectief met Boerennatuur Brabant West. Zij realiseren in een gebied van 420 ha. ca 20% grondbedekking met teelten met wintervoedsel voor akkervogels. Grondbezit: ANV tussen Baronie en Markiezaat geeft voorlichting en advies over landschapselementen aan agrariërs. Financiële ondersteuning beschikbaar vanuit Stila. Leg uit wat bedoeld wordt met 10% groenblauwe dooradering toevoegen (blz. 55).

Leg uit wat met het verbeteren van de bodemkwaliteit hier wordt bedoeld (blz. 56). Wijzig goede landbouwgrond in vruchtbare landbouwgrond. Plaagdierbestrijding heeft geen schaduw nodig. (blz 56) Beschrijf de landschapselementen helder op basis van de Stila-regeling. (blz. 61)

Realiseren boomstructuren: ordegrootte bomen afstemmen op beschikbare wortelruimte i.p.v. hoofd- of nevenstructuur (blz. 66)

We vinden dit mooie voorbeelden van hoe samen met agrariërs de biodiversiteit kan verbeteren.

Ja (wel globaler)

We hebben in de tekst opgenomen dat samenwerking met andere initiatieven, zoals agrarisch natuurbeheer, kansrijk is. (2.2)

Er stond: wat inhoudt dat we 10% meer landschapselementen gaan toevoegen. Dit is inderdaad onduidelijk/onjuist. Dit is veranderd in: Dit betekent dat in de toekomst 10% van het areaal van het landelijk gebied groenblauw dooraderd is. (Nu is dit landelijk gemiddeld 2 à 3%) (4.5 blz. 88) Hier wordt inderdaad een hoger humusgehalte en vochtvasthoudend vermogen bedoeld. Dit is nader toegelicht. Dit is aangepast. (blz. 89)

Ja

Dit is aangepast naar: draagt bij aan plaagdierbestrijding. (blz. 89) De Provincie Noord-Brabant heeft een folder met een goede beschrijving van de gesubsidieerde landschapselementen. We verwijzen naar deze website van de stimuleringsregeling landschap van de Provincie Noord-Brabant: https://www.brabant.nl/loket/productendiensten/stimuleringsregeling-landschap/ Het uitvoeringsprogramma is omgezet naar een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma. Bij het LOP ‘DaaRbuiten’ zal later een apart uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt, dat te zijner tijd ter besluitvorming wordt voorgelegd. Voor nu is een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma gemaakt middels een lijst met de uit te voeren projecten. Dit betekent dat de tekst over ‘boomstructuren’ niet meer in het LOP ‘DaaRbuiten’ staat.

Ja

Het antwoord op de vraag is: Uiteraard moet er gekeken of er voldoende wortelruimte is of gemaakt kan worden. Verder blijft de insteek

Ja

Ja

Ja

Ja

Realiseren boomstructuren: waarom wordt geen beuk aangegeven? (blz. 66)

Stila: veldcoördinator verantwoordelijk voor fase 1 en 2. Fase 3, 4 en 5 worden uitgevoerd door afdeling vergunningen van provincie Noord-Brabant en Groenloket Brabant. (blz. 70)

Stila: afhankelijk van de locatie wordt 50% gefinancierd door de gemeente Rucphen en/of Waterschap De Brabantse Delta (blz. 70)

Waarom de keuze voor de inheemse honingboom? (blz. 73)

hoofdstructuur bomen eerste orde en nevenstructuur bomen eerste of tweede orde. Het uitvoeringsprogramma is omgezet naar een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma. Bij het LOP ‘DaaRbuiten’ zal later een apart uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt, dat te zijner tijd ter besluitvorming wordt voorgelegd. Voor nu is een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma gemaakt middels een lijst met de uit te voeren projecten. Dit betekent dat de tekst over ‘geen beuk’ niet meer in het staat. Het antwoord op de vraag is: De gewone beuk heeft een lage droogtetolerantie. Indien ze droogtestress ervaren, laat de boom al vrij snel takken afsterven. Deze dode takken kunnen kort of lang daarna uit de boom vallen, wat een risico vormt voor het verkeer op de wegen. Het uitvoeringsprogramma is omgezet naar een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma. Bij het LOP ‘DaaRbuiten’ zal later een apart uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt, dat te zijner tijd ter besluitvorming wordt voorgelegd. Voor nu is een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma gemaakt middels een lijst met de uit te voeren projecten. Dit betekent dat de tekst over ‘de verdeling van de fases’ niet meer in het LOP ‘DaaRbuiten’ staat. Het inhoudelijke antwoord op de opmerking: Eens.

Het doorlopen van de eerste twee fases om te komen tot realisatie van landschapselementen wordt uitgevoerd door de veldcoördinator van de ANV tussen Baronie en Markiezaat. De resterende fases worden uitgevoerd door de afdeling vergunningen van de provincie en het Groenloket Brabant. Het uitvoeringsprogramma is omgezet naar een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma. Bij het LOP ‘DaaRbuiten’ zal later een apart uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt, dat te zijner tijd ter besluitvorming wordt voorgelegd. Voor nu is een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma gemaakt middels een lijst met de uit te voeren projecten. Dit betekent dat de tekst over ‘boomstructuren’ niet meer in het LOP ‘DaaRbuiten’ staat. Het inhoudelijke antwoord op de opmerking: Dit is inderdaad niet juist. Er staat provincie en/of waterschap. Het moet zijn gemeente en/of waterschap. Het uitvoeringsprogramma is omgezet naar een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma. Bij het LOP ‘DaaRbuiten’ zal later een apart uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt, dat te zijner tijd ter besluitvorming wordt

ja

Ja

ja

nee

voorgelegd. Voor nu is een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma gemaakt middels een lijst met de uit te voeren projecten. Dit betekent dat de tekst over ‘inheemse honingboom’ niet meer in het LOP ‘DaaRbuiten’ staat.

Realisatie informatiepanelen kost €20.000,-. Dit kan beter besteed worden aan groen. (blz. 75)

Het inhoudelijke antwoord op de vraag is: Deze boom is al toegepast in het gebied. Dit stond er ook bij vermeld: door het aanbrengen van dezelfde boom ontstaat er een duidelijke doorgaande structuur met de Raadhuislaan. Het uitvoeringsprogramma is omgezet naar een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma. Bij het LOP ‘DaaRbuiten’ zal later een apart uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt, dat te zijner tijd ter besluitvorming wordt voorgelegd. Voor nu is een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma gemaakt middels een lijst met de uit te voeren projecten. Dit betekent dat de tekst over de informatiepanelen niet meer in het LOP ‘DaaRbuiten’ staat.

ja

Zienswijze 3 (ZLTO afdeling Rucphen) Inhoud zienswijze

Reactie gemeente Rucphen

Het proces van ter inzagelegging, gesprekken voeren en aanpassingen doet afbreuk aan de transparantie en zorgvuldigheid van het proces

Vanwege het vertrek van onze adviseur groen en het ontbreken van een directe opvolger is besloten een extra overleg te organiseren om het LOP ‘DaaRbuiten’ zo ver mogelijk af te kunnen ronden. Uit onder andere dit gesprek en de ingediende zienswijzen is gebleken dat het LOP ‘DaaRbuiten’ nog verdere aanpassingen vereist. Om het proces zorgvuldig af te ronden, is besloten een extern adviesbureau in te schakelen ter ondersteuning. Dit is beschreven in 1.3. Na het indienen van de zienswijzen zijn eind november 2025 nog aparte, verdiepende gesprekken geweest met verschillende stakeholders. Deze gesprekken gingen over het LOP ‘DaaRbuiten’ en het TOVbeleid. Het LOP ‘DaaRbuiten’ (en ook het TOVbeleid) is op basis van de zienswijzen en de verdiepende gesprekken aangepast en nogmaals besproken tijdens een bijeenkomst met alle stakeholders op 18 december 2025. Er is in hoofdstuk 3 een paragraaf landbouw toegevoegd, waarin staat dat land- en tuinbouw een belangrijke drager van het landschap zijn. (blz. 51). Eén van de speerpunten betreft het toekomstperspectief voor agrariërs. De agrarische sector is en blijft de belangrijkste drager van het buitengebied. Als gemeente zetten we ons in om die agrarische functie te behouden en toekomstbestendig te maken. (4.5)

Er is een adviesbureau betrokken voor het afstemmen van het LOP ‘DaaRbuiten’ en het TOV-beleid. Hoe werkt de afstemming?

Pleiten voor: de waardering voor de land- en tuinbouw als drager van het landschap

Aanpassing LOP? Ja

Ja

Ja

Pleiten voor: De functie van voedselvoorziening als essentieel onderdeel van een leefbaar en toekomstbestendig buitengebied.

Pleiten voor: De economische en maatschappelijke waarde van agrarische ondernemers in het realiseren van ambities zoals verwoord in ‘DaaRbuiten’.

Er is in hoofdstuk 3 een paragraaf landbouw toegevoegd, waarin staat dat de functie voedselvoorziening het landschap mede gevormd heeft. Vroeger ging men wonen waar ze ook goed voor hun voedsel konden zorgen. Ook nu is de voedselvoorziening een essentieel onderdeel van een leefbaar en toekomstbestendig buitengebied. (blz. 51) Eén van de speerpunten betreft het toekomstperspectief voor agrariërs. De agrarische sector is en blijft de belangrijkste drager van het buitengebied. Als gemeente zetten we ons in om die agrarische functie te behouden en toekomstbestendig te maken. (4.5)

Ja

ja

De hoofdambitie is het behouden van een vitaal agrarisch gebied met een goed toekomstperspectief voor de agrarische ondernemers. We streven naar een duurzaam agrarisch systeem dat economisch levensvatbaar is en tegelijkertijd bijdraagt aan landschap en natuur. (4.5, blz. 84) Zienswijze 4 (Provincie Noord-Brabant) Inhoud zienswijze Recreatie en toerisme: We zien recreatie en toerisme als de belangrijkste ontwikkelrichting voor het gebied, naast het huidige agrarisch gebruik. Onderbouw vanuit de lagenbenadering waarom dit passend is en wat de potentiële gevolgen zijn. Denk aan of volledig recreatieve bedrijven samengaan met agrariërs. Blz. 8 en 57 Integrale landschapsanalyse: het is duidelijk dat de gemeente de agrarische sector een goed toekomstperspectief wil bieden. Wij verwachten een scherpe onderbouwing van ook de beleidsmatige wenselijkheid. Water en bodem sturend: bodem is onderbelicht. Het is niet duidelijk hoe bodemaspecten een rol spelen in het aspect bodemen watersturend. (o.a. blz. 52)

Water- en bodemsturend: bodembedekkende teelten zorgen voor een barrière tussen

Reactie gemeente Rucphen • • •

•

Recreatief-toeristische ontwikkeling moet passen bij het karakter van het buitengebied. Blz. 91 Focus op kleinschalige functies Recreatieve ontwikkelingen zijn natuurinclusief en alleen mogelijk als de natuurwaarden van het gebied niet onder druk komen te staan. Recreatieve ontwikkelingen houden rekening met de huidige agrarische bedrijfsvoering. Blz. 91

Aanpassing LOP? Ja

We bouwen voort op de omgevingsvisie Rucphen 2040. Dat is in 2.1 toegelicht.

Ja

De vruchtbaarheid van de bodem is uitgebreider beschreven in de aangepaste versie. (blz. 25 en 26)

Ja

We vinden het belangrijk dat vruchtbare landbouwgrond duurzaam ingezet kan blijven voor de landbouw en dat het landschap een agrarisch karakter houdt. (4.5) Het gebruik van TOV’s is niet of slecht verenigbaar met het concept adaptieve landbouw. Daarom is in LOP ‘DaaRbuiten’ de

Nee, wel in TOV-beleid

het ondergrondse en bovengrondse ecosysteem. Hoe verhouden TOV’s zich tot adaptieve landbouw?

In de landschapsanalyse ontbreekt een duiding van het watersysteem in woord en beeld. Agrarisch erven: behoud van grootte en omvang van agrarische percelen. Het provinciale beleid ziet erop toe dat bij herontwikkeling naar een andere functie overtollige bebouwing wordt gesloopt en het bouwvlak wordt verkleind. Uitgangspunt is zorgvuldig ruimtegebruik.

Agrarische erven: er wordt verwezen naar provinciaal beleid dat nieuwvestiging (nieuw bouwperceel) verbiedt. (bullet 2, blz. 53) Agrarisch erven: afweging nevenfuncties (bullet 3 blz. 53)

Nevenfuncties, waaronder toeristische en recreatieve activiteiten. Vanuit provinciaal beleid gelden beperkingen. Biodiversiteit: geef aandacht aan de effecten van grootschalige teelten en TOV’s op de biodiversiteit.

basis gelegd voor het TOV-beleid. In het TOVbeleid wordt aangegeven waar TOV’s wel/niet kunnen en onder welke voorwaarden. Zo vraagt droogtegevoeligheid om extra landschappelijke inpassing met aandacht voor infiltratie. En mogen in de Groenblauwe mantel geen nieuwe TOV’s Deze vertaalslag is in het TOV-beleid gemaakt. In hoofdstuk 3 is het bodem- en watersysteem in beeld gebracht, zowel in woord als m.b.v. kaarten. Blz. 23 tot en met 31 Op verschillende plaatsen in het LOP ‘DaaRbuiten’ wordt naar het provinciaal beleid verwezen. Voor de ontwikkelingen in het landschap stelt ook de Provincie Noord-Brabant duidelijke kaders. Deze kaders zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en het Regionaal Water en Bodem Programma (2.1).

ja

Ja

Omdat de provincie Noord-Brabant versterking van het landschap nastreeft, kent de provincie het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap. (4.6) Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen gelden de overkoepelende randvoorwaarden en eisen van Rijk, provincie en gemeente. Hier wordt ook ingegaan op de regeling Maatwerk omgevingskwaliteit van de provincie. (hoofdstuk 5, blz. 101 en 102) Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen gelden de overkoepelende randvoorwaarden en eisen van Rijk, provincie en gemeente. (blz. 101)

Ja

Activiteitenverbreding op erven, zoals kleinschalige recreatie of educatieve projecten, blijft mogelijk als aanvulling op de landbouw en indien de activiteiten ook op de lange termijn passend zijn binnen het karakter van het landschap. (4.5, blz. 85) Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen gelden de overkoepelende randvoorwaarden en eisen van Rijk, provincie en gemeente. (blz. 101)

Ja

In TOV-beleid is beargumenteerd aangeven waarom o.a. vanwege biodiversiteit in de groenblauwe mantel geen nieuwe TOV’s mogen.

Ja

Grootschalige teelten passen in grootschalige landschappen en niet in kleinschalige landschappen. We spreken over grootschalige open landschappen (jonge zandontginningen) en

Ja

kleinschalige meer besloten landschappen (oude zandontginningen). Deze contrasten gaan we versterken. Daarbij hebben we specifiek aandacht besteed aan de kievit (open landschap) en de patrijs (kleinschalig landschap). (4.2, blz. 67)

Herbeschikking NNB-gronden om vruchtbare gronden zoveel mogelijk voor de landbouw te behouden. Maakt voorbehoud dat hier nog niet mee ingestemd kan worden. Is overleg op ambtelijk niveau voor gewenst. Landschap: de kaart op blz. 41 is slecht leesbaar. Cultuurhistorie: Geef aan welke landschappen historische landschappen zijn.

Advies om contact met het VGNP op te nemen, omdat zij ook streven naar een eigentijds herstel van het historisch landschap.

Cultuurhistorie: er mist aandacht voor cultuurhistorische gebieden en relicten.

Voor de verdere uitwerking van de linten zijn goede historische bronnen als tip gegeven. Graag aandacht voor de provinciale regelingen m.b.t. het uitvoeringsprogramma. Graag in gesprek gaan hierover.

De open landschappen die belangrijk zijn voor de weidevogels houden we ook open. In de oude zandontginningen versterken we het kleinschalige landschap door landschapselementen toe te voegen. (4.3) Er staat gekeken wordt om in de nabijheid… We begrijpen dat hiervoor overleg nodig is en dat het niet vanzelfsprekend is. Maar het gesprek willen we graag voeren.

nee

De kaart is aangepast. Blz. 68

ja

Het hoofdstuk cultuurhistorie bevat nu nadrukkelijk het ontstaan van het landschap. Tevens is de paragraaf Veenontginnings- en turfgeschiedenis toegevoegd. Er is duidelijk aangegeven waar het veen vroeger lag en dat het veenontginningslandschap een historisch landschap is. Blz. 35 tot en met 41. Dit doen we voor lint Vincent van Gogh. We zullen dan ook het LOP ‘DaaRbuiten’ uitgebreider bespreken om te kijken of er nog meer kansen zijn.

ja

Opgenomen is: Sinds 2019 is de gemeente Rucphen onderdeel van het Van Gogh Nationaal Park (VGNP) en werkt zij nauw samen met verschillende stakeholders aan het realiseren van de doelstellingen van het VGNP, zoals het versterken van natuur, recreatie en erfgoed. Er is een kaart met de cultuurhistorische waarden gemaakt. Hierop staan de cultuurhistorisch waardevolle landgoederen Schijf en Visdonk. Maar ook de bijzondere landschappen: Droogmakerij Oude Zoek, Weipolder-Heimolen en historische veenontginning rondom Zegge. Verder staan erop: beekdalen en turfvaarten, molens, historische groenstructuren en oude lijnen Bedankt, daar zullen we gebruik van maken bij de uitwerking van de linten. We hebben aan het begin van het uitvoeringsprogramma een paragraaf opgenomen over de eisen en randvoorwaarden bij maatwerk. Hierin gaan we specifiek in op de regeling Maatwerk omgevingskwaliteit. Verder

Nee (was al opgenomen)

ja

Nee (tip gebruiken we wel) ja

zijn de provinciale kaders kort samengevat. Blz. 101 en 102.

Uitvoeringsprogramma: is de lijst projecten een limitatieve lijst?

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen gelden de overkoepelende randvoorwaarden en eisen van Rijk, provincie en gemeente. blz. 101 Nee, dit is geen limitatieve lijst. We zien de lijst van projecten dan ook niet als een gelimiteerde lijst, maar als een heel goed begin. Blz. 101

ja

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16564285/1