08a toelichting bp Berkstraat t NL.IMRO.0840.9000B0035-ON01 2020-10-01 2
Tekst van het document
Toelichting
bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel” Planstatus: Datum: Plan identificatie:
ontwerp 2020-10-01 NL.IMRO.0840.9000B0035-ON01
Toelichting
bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel” Planstatus: Datum: Plan identificatie:
ontwerp 2020-10-01 NL.IMRO.0840.9000B0035-ON01
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Colofon
Titel:
“Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel”
Ontwerp:
Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Contactpersoon:
L. Schrauwen leny@schoenmakers-ontwerp.nl
Projectnummer:
180690
Rapportnummer:
180690.01
Datum:
1 oktober 2020
Status:
ontwerp
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 3 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Toelichting Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 4 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .................................................................................................................................. 7 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 7 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied ............................................................................................ 8 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................................... 8 1.4 Planvorm.............................................................................................................................................. 10 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 10
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................ 11 2.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................... 11 2.2 Functionele structuur .......................................................................................................................... 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader ......................................................................................................................... 13 3.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 13 3.2 Beleid Europees en rijksniveau ............................................................................................................ 13 3.3 Beleid provinciaal niveau ..................................................................................................................... 15 3.4 Beleid gemeentelijk niveau ................................................................................................................. 22
Hoofdstuk 4 Planuitgangspunten .............................................................................................................. 32 4.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................... 32 4.2 Functionele structuur .......................................................................................................................... 32 4.3 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................................ 32 4.4 Milieu- en overige aspecten ................................................................................................................ 34
Hoofdstuk 5 Planbeschrijving ..................................................................................................................... 46 5.1 Situering............................................................................................................................................... 46 5.2 Uitgangspunten bouwregels ................................................................................................................ 46 5.3 Beeldkwaliteit ...................................................................................................................................... 47 5.4 Landschappelijke inpassing ................................................................................................................. 48
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten ............................................................................................................... 49 6.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 49 6.2 Algemene toelichting verbeelding ....................................................................................................... 49 6.3 Algemene toelichting regels ................................................................................................................ 49
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid .................................................................................................................... 51 7.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 51 7.2 Omgevingsdialoog ............................................................................................................................... 51 7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 51 Afzonderlijke bijlagen 1. Verkennend bodemonderzoek, Moerdijk Bodemsanering BV, rapportnummer 2410.05.181.r1, 13 december 2018 2. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, Transect, rapportnummer 18100087, 27 augustus 2019 3. Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, rapportnummer VL.1874.R01, 18 december 2018 4. Ecologische quickscan, Buro Maerlant, 13 februari 2019 5. Onderzoek externe veiligheid, AVIV, rapportnummer 193864, 9 april 2019 Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 5 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6. 7. 8. 9.
Omgevingsdialoog Landschappelijke inpassing Advies brandweer Vooroverlegreacties
Vaststellingsbesluit -
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 6 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer heeft het voornemen twee woningen op te richten in de zin van ruimte voor ruimte aan de Berkstraat ong. naast nr. 1a te Sprundel, deze locatie is opgenomen in de beleidsnota ‘Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling’ en valt onder het gebied 13 ‘De Berk’. De provincie Noord-Brabant wil samen met gemeenten de veranderingen in het buitengebied dusdanig sturen dat bedreigingen worden omgezet in kansen. Gemeente Rucphen heeft de beleidsnota ‘Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling’ opgesteld. De doelstelling van het beleid is dat de ruimtelijke kwaliteit wordt behouden en mogelijk versterkt. De ruimte voor ruimte regeling maakt het mogelijk woningen te bouwen buiten het reguliere woningbouwprogramma om. De bouw van nieuwe woningen op ruime kavels in delen van het buitengebied kan hierdoor mogelijk worden gemaakt, wanneer hiervoor agrarische bedrijfsgebouwen die in gebruik waren of zijn voor intensieve veehouderij, worden gesaneerd in combinatie met milieuwinst ter plaatse. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe richtlijnen vastgesteld in de beleidsnota Ruimte voor Ruimte 2006. De gemeente Rucphen heeft dit concreet vormgegeven in het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, 4e herziening door op de verbeelding de aanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 1’ op te nemen.
Op deze percelen is het onder voorwaarden toegestaan om de vigerende bestemming te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’ in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling. De locatie Berkstraat ong. naast nr. 1a te Sprundel is opgenomen in dit bestemmingsplan. Het is mogelijk de bestemming te wijzigen ten behoeve van maximaal één woning onder de in het bestemmingsplan opgenomen voorwaarden. Op 19 juni 2018 is het bovengenoemde initiatief behandeld in de collegevergadering. In deze vergadering is besloten om in principe medewerking te verlenen aan het initiatief, ondanks dat het niet mogelijk is twee ruimte voor ruimte woningen te realiseren binnen de voorwaarden uit het bestemmingsplan. Het perceel is binnen de beleidsnota ‘Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling’ opgenomen als locatie voor ontwikkeling. Hiermee is de planologische aanvaardbaarheid aangetoond. In de wijzigingsbevoegdheid is een inhoud van de woning opgenomen van maximaal 750 m³, het voornemen is om inhoud van de ruimte voor ruimte woningen te vergroten tot 1.000 m³. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de provinciale regelgeving voor ruimte voor ruimte woningen. Omdat het initiatief hiermee in strijd is met de wijzigingsbevoegdheid dient een bestemmingsplanprocedure gevolgd te worden.
Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan partieel wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 7 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 1: Uitsnede topografische kaart met de planlocatie
Figuur 2: Planlocatie aangegeven op luchtfoto
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
De planlocatie ligt aan de Berkstraat te Sprundel. De planlocatie behoort tot de gemeente Rucphen. De gemeente Rucphen ligt in de provincie Noord-Brabant. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente RPN, sectie U met nummer 1614. 1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van de planlocatie vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 maart 2012. Daarover ligt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, 4e herziening’, dit bestemmingsplan is van toepassing op de wijzigingsgebieden. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 februari 2017.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 8 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
De planlocatie heeft de bestemming ’Agrarisch’. Over de planlocatie liggen de gebiedsaanduidingen ‘overige zone - archeologische verwachtingswaarde - hoog’, ‘vrijwaringszone - radar’, ‘overige zone - beperkingen veehouderij’, ‘overige zone - bebouwingsconcentratie’, ‘overige zone – teeltondersteunende kassen toegestaan’ en ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied 1’.
Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplankaart Geconsolideerde versie Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012
De initiatiefnemer is voornemens om twee woningen op te richten in het kader van de ruimte voor ruimte regeling. In het vigerend bestemmingsplan is een rechtstreekse mogelijkheid opgenomen om een ruimte voor ruimte woning te realiseren. Het oprichten van twee ruimte voor ruimte woningen is echter niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. De planlocatie ligt in een bebouwingsconcentratie. In het beleid ruimte voor ruimte van de gemeente is het mogelijk dat er een extra woning wordt toegevoegd aan het bebouwingscluster. De aangegeven zichtlijnen blijven door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de Berkstraat ong. naast nr. 1a te Sprundel behouden. In juni 2018 is door het college een positief principebesluit afgegeven voor de ontwikkeling van twee ruimte voor ruimte woningen op de planlocatie. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het toevoegen van één ruimte voor ruimte woning. Het toevoegen van twee woningen is niet mogelijk door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. De voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid wordt wel als leidraad gehanteerd voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Hieronder zijn de voorwaarden opgesomd: a. maximaal één nieuwe woning mag worden gebouwd; b. de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt minimaal 1.000 m²; c. de breedte van het bouwperceel bedraagt minimaal 30 m; d.
de voorgevelbreedte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 20 m; e. de afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; f. de afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m; g. er is sprake van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschaps- en onderhouds-, en beheerplan; de landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'; h. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige archeologische, landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem- en waterhuishoudkundige en milieuhygiënische waarden; i. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven; j. er dient te worden voldaan aan de bepalingen over ruimte voor ruimte zoals opgenomen in de artikelen 6.8. en 7.8. van de Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 of diens opvolger. Ad a.
Er worden twee woningen opgericht op de locatie.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 9 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Ad b. Ad c. Ad d. Ad e. Ad f. Ad g. Ad h. Ad i. Ad j.
De bouwpercelen hebben een oppervlakte van circa 2.529 m² en 2.119 m². De breedte van de bouwpercelen bedraagt 32 en 37 m. De maximale voorgevelbreedte van 20 meter wordt in acht genomen. De afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg van minimaal 15 meter wordt in acht genomen. De afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen van minimaal 3 meter wordt in acht genomen. Zie bijgevoegde landschappelijke inpassing. Zie hoofdstuk 4, waar ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Zie hoofdstuk 4, waar ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Zie paragraaf 3.3.3.
De wijzigingsbevoegdheid wordt voor de beoogde ontwikkeling als leidraad genomen. De ontwikkeling is in strijd met de wijzigingsbevoegdheid, de ontwikkeling betreft twee ruimte voor ruimte woningen met een inhoud van 1.000 m³ in plaats van 750 m³. De gemeente heeft de vermeerdering van de inhoud van de woning gekoppeld aan de oppervlakte van het perceel: 1000 m² 1100 m² 1200 m² 1300 m² 1400 m² 1500 m²
750 m³ 800 m³ 850 m³ 900 m³ 950 m³ 1000 m³
De percelen op de planlocatie Berkstraat hebben een oppervlakte van circa 2.529 m² en circa 2.119 m², dus er zijn twee woningen toegestaan met een inhoud van 1.000 m³. Daarnaast heeft de gemeente de voorwaarde dat er een kwaliteitsverbetering dient plaats te vinden om de woning te vergroten van 750 m³ naar 1.000 m³. Voor de locatie Berkstraat is gekozen om solitaire bomen aan te planten. Dit is in het bijgevoegde landschapsplan verwerkt. 1.4
Planvorm
Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, Berkstraat ongenummerd naast 1a te Sprundel’ is vervat in een verbeelding, regels en gaat vergezeld met een toelichting. 1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van de planlocatie, waarbij onder andere de ruimtelijke en functionele structuur wordt beschreven. In hoofdstuk 3 van de toelichting wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor ontwikkeling van de planlocatie relevant is. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens de uitgangspunten en randvoorwaarden, die van belang zijn voor de ontwikkeling van de planlocatie. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van water, natuur, luchtkwaliteit, archeologie en bodem beschreven. Hoofdstuk 5 geeft de beschrijving van het voorgenomen plan weer. De juridische aspecten komen in hoofdstuk 6 aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 10 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 2 2.1
Ruimtelijke structuur
2.1.1
Bebouwingsstructuur
Bestaande situatie
In de omgeving van de planlocatie zijn diverse agrarische bedrijven, woningen en bedrijven aanwezig. De agrarische bedrijven, woningen en bedrijven worden afgewisseld met boselementen. De woningen zijn vrijstaand gepositioneerd en vormen gezamenlijk een bebouwingslint met doorzichten naar het achterliggende landschap. 2.1.2
Wegenstructuur
De Berkstraat is een ontsluitingsweg gelegen in het buitengebied van Sprundel. Het is een aftakking van de Schuurkerkweg/ Luienhoeksestraat, die de verbinding vormt tussen Sprundel en Sint Willebrord.
Figuur 4: Foto's bestaande situatie
2.1.3
Groen- en waterstructuur
De omgeving van de planlocatie bestaat vooral uit cultuurgronden afgewisseld met boselementen. Rondom de planlocatie zijn een aantal categorie A en B waterlopen aanwezig. 2.2
Functionele structuur
2.2.1
Wonen
De functie wonen komt veelvuldig in de omgeving van de planlocatie voor. Zowel (agrarische)bedrijfswoningen (behorende bij de bedrijven uit paragraaf 2.2.3) en burgerwoningen komen voor. Hoofdzakelijk zijn de woningen vrijstaand gesitueerd en bestaan ze uit één tot anderhalve bouwlaag met een kap.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 11 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2.2.2
Maatschappelijke voorzieningen
In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen maatschappelijke voorzieningen gevestigd. 2.2.3
Bedrijven, horeca en detailhandel
In de omgeving van de planlocatie zijn diverse (agrarische) bedrijven aanwezig. Er is geen horeca of detailhandel in de omgeving gevestigd. Zie voor een overzicht van de omliggende functies, figuur 5.
Figuur 5: Functiekaart
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 12 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Algemeen
Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden de beleidskaders van het rijk, provincie en gemeente uiteengezet. In het onderhavige bestemmingsplan is het relevante ruimtelijke beleid voor de locatie Berkstraat ong. naast nr. 1a opgenomen. 3.2
Beleid Europees en rijksniveau
3.2.1
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordering (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn voorlopig zes projecten beschreven: Mainport ontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie, Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Binnenkort volgen nog: hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJselmeergebied. Ter plaatse van de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. De planlocatie ligt wel in de radarverstoringsgebieden behorend bij vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen. In het bestemmingsplan is hiervoor de aanduiding ‘vrijwaringszone – radar’ opgenomen. Bij deze aanduiding behoren de volgende bouwregels: a.
mogen binnen een afstand van 15 km van de radarantenne van Vliegbasis Woensdrecht geen gebouwen worden opgericht hoger dan de denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf de radarantenne op Vliegbasis Woensdrecht op 48 m + NAP, oplopend met 0,25 graden tot een hoogte van 113 m + NAP; b. geldt voor windturbines, in aanvulling op het bepaalde onder a en naast de bouwregels zoals opgenomen in de artikelen 3 tot en met 25, dat geen windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m + NAP. De planlocatie ligt op een afstand van circa 13 kilometer van de radarantenne van Vliegbasis Woensdrecht, de bouwhoogte van de nieuwe woningen bedraagt maximaal 10 meter, hiermee komen de woningen niet hoger dan 48 m + NAP. Daarnaast omvat de ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie geen oprichting van een windturbine. Door de beoogde ontwikkeling worden radarbeelden niet verstoord. 3.2.2
Water
Watertoets Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundig relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor structuurvisies, bestemmingsplannen, van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) regelt een verplichte waterparagraaf in de toelichting bij de genoemde ruimtelijke plannen en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro met het waterschap. De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 13 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2000 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.2.3
Ecologie
Vanuit Europa is de bescherming van (plant en dier) soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Nederland is de natuurwetgeving verankerd in de Wet Natuurbescherming. Europese Vogel- en Habitatrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben tot doel de bescherming van (vogel)soorten en hun natuurlijke habitats. Elke lidstaat is verplicht om speciale beschermingszones (SBZ’s) aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: “Natura 2000”. Wanneer in een gebied bepaalde soorten voorkomen, of een bepaald percentage van de Europese populatie herbergt, dan komt dit gebied in aanmerking voor plaatsing onder de betreffende richtlijnen. De planlocatie valt in zijn geheel niet binnen de aangewezen Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebieden. Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming is een 'kaderwet'. Dat betekent dat er alleen algemene principes en verantwoordelijkheden in staan. De details zijn geregeld in een groot aantal algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Sommige bepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn het gevolg van afspraken op internationaal en Europees niveau, zoals de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en het CITESverdrag. Het aspect Flora en Fauna komt in paragraaf 4.4.8 aan bod. 3.2.4
Cultuurhistorie
Nota Belvedère De Nota Belvedère, een gezamenlijk beleidsstuk van de ministeries van LNV, OC&W en VROM (1999), is opgesteld vanuit de gedachte om de cultuurhistorische identiteit sterker richtinggevend te laten zijn voor de inrichting van de ruimte. In de nota is een visie op de samenhang tussen cultuurhistorie en ruimtelijk beleid opgenomen. Het doel is tweeledig; verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en behoud van het cultureel erfgoed. Zowel de planlocatie, als de gebieden daaromheen zijn niet aangewezen als Belvedère gebied, daarom hoeft niet verder te worden ingegaan op deze Nota Belvedère. Verdrag van Valletta (Malta) De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ontwikkeling is het resultaat van de implementatie van het Verdrag van Malta. Nederland heeft dit verdrag ondertekend in Valletta in 1992. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Volgens de Wet op de Archeologische Monumentenzorg heeft de gemeente, als bevoegde overheid, een zorgplicht voor de archeologie in haar grondgebied. Via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg 2007 (een wijzigingswet) is de Monumentenwet 1988 aangepast om dit te kunnen verankeren. Archeologie wordt behandeld in paragraaf 4.3.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 14 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3.3
Beleid provinciaal niveau
3.3.1
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 Noord- Brabant
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vijf rollen: 1. Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. 2. Ordenen De provincie wil de duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant ordenen in robuuste ruimtelijke structuren. Dit zijn de groenblauwe-, de agrarische-, de stedelijke- en de infrastructuur. 3. Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen.
Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. 4. Regionaal samenwerken De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda. 5. Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 15 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 6: Uitsnede structurenkaart locatie Berkstraat ong. naast nr. 1a, Structuurvisie Ruimtelijke Ordening NoordBrabant
Uit figuur 6 blijkt dat de planlocatie gelegen is in het landelijk gebied, gemengd landelijk gebied. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie wil het volgende bereiken in het landelijke gebied: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie. 2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling. 3. Een duurzame land- en tuinbouw. 4. Versterking van het landschap. Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven: 1. gemengd landelijk gebied; 2. accent agrarisch ontwikkeling.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 16 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd agrarisch gebied is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, bijvoorbeeld op vrijkomende locaties. In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de Groenblauwe mantel is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. Binnen gemengd agrarisch gebied zijn sterke agrarische clusters aanwezig zoals voor de intensieve veehouderij, glasconcentratiegebieden, boomteelt en vollegrondsgroente. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden worden in beginsel gerespecteerd. In deze clusters wil de provincie de aanwezige agrarische functie behoeden voor verstoring. Daarom wil de provincie dat de menging van functies in deze agrarische clusters beperkt blijft.
Aangezien de planlocatie gelegen is in een bebouwingsconcentratie binnen het gemengd landelijk gebied is de beoogde ontwikkeling niet in strijd met de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. 3.3.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018
Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2021 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De kwaliteit van de omgeving voor mens en natuur staat onder druk in verschillende delen van het landelijk gebied door meerdere factoren. Er is er sprake van een toenemende leegstand en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische, sociaal-culturele en ecologische schade. Er is extra aandacht voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang in het landelijk gebied. Door het realiseren van een ruimte voor ruimte woning wordt een ruimte voor ruimte titel aangekocht, deze ruimte voor ruimte titel is gevormd door het slopen van stallen en het inleveren van fosfaat.
Door het realiseren van de ruimte voor ruimte woningen wordt een kwaliteits- en milieuwinst geleverd en voorkomen dat leegstaande stallen verpauperen. Hierbij sluit de ontwikkeling aan bij de omgevingsvisie. Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 17 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3.3.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Het voornemen is om de Omgevingswet in werking te laten treden. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: - Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; - Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; - Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; - Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; - Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; - Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.
Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: - een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; - aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; - aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Het ontwerp van de Interim omgevingsverordening is in april vastgesteld. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. In figuur 7 is de uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie. Uit figuur 7 blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied’ met daarbij de aanduiding ‘Gemengd landelijk gebied’. Over de locatie liggen tevens de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’, ‘Stalderingsgebied’ en ‘Teeltondersteunende kassen´.
Figuur 7: Uitsnede kaart, Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 18 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied Een bestemmingsplan gelegen binnen de afdeling ‘Vitaal platteland’ zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de subzones ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over ‘Landelijk gebied’. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de subzones. De planlocatie is gelegen in het ‘Gemengd landelijk gebied’. Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoelt in Interim omgevingsverordening. Op de planlocatie is het voornemen om twee ruimte voor ruimte woningen te realiseren. In artikel 3.80 zijn specifieke regels opgenomen voor ruimte voor ruimte woningen. Hieronder is artikel 3.80 weergegeven.
Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a.
bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f. de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.
Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld.
Voor de locatie zijn twee ruimte-voor-ruimte titels aangekocht, deze worden separaat bij de provincie aangeleverd, gelijktijdig met onderhavig bestemmingsplan. Met deze titel wordt de aanzienlijke milieu- en
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 19 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
ruimtelijke kwaliteitswinst bewerkstelligd. Met betrekking tot de aankoop van de ruimte voor ruimte titels is een overeenkomst gesloten op 20 januari 2020 met Landstein Rentmeesters. De gemeente Rucphen heeft in het bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden aangegeven, waar ruimte-voorruimte woningen planologisch aanvaardbaar zijn. Deze locaties zijn gelegen in een bebouwingsconcentratie. In het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012 is de planlocatie en het gebied daaromheen aangeduid als ‘bebouwingsconcentratie’. De planlocatie ligt in een wijzigingsgebied. De gemeente Rucphen heeft een visie Ruimte voor ruimte opgesteld. De planlocatie Berkstraat ong. naast nr. 1a te Sprundel is in de visie opgenomen binnen de aangegeven bebouwingsconcentratie gebied 13 ‘De Berk’. Het ruimte-voor-ruimte kavel wordt landschappelijk ingepast. In bijlage 7 is het landschapsplan bijgevoegd. Voor de goede landschappelijke inpassing wordt hier kortheidshalve naar verwezen. Tevens is de landschappelijke inpassing geborgd in de regels van het bestemmingsplan, middels de bestemming ‘GroenLandschapselement’ en een voorwaardelijke verplichting. Het betreft het ontwikkelen van twee ruimte-voor-ruimte kavels, hierbij is geen sprake van een aanzet tot stedelijke ontwikkeling.
Aanduiding: Teeltondersteunende kassen Ter plaatse van de aanduiding ‘Teeltondersteunende kassen’ zijn verruimde mogelijkheden opgenomen om teeltondersteunende kassen toe te staan tot 1,5 hectare, mits omschakeling en doorgroei naar zelfstandige glastuinbouwbedrijven niet mogelijk is. Het initiatief op de planlocatie heeft geen betrekking op een agrarisch bedrijf. De regels aangaande de aanduiding ‘Teeltondersteunende kassen’ hebben geen invloed op het voorgenomen initiatief. Aanduidingen: Beperkingen veehouderij en Stalderingsgebied Voor de planlocatie zijn de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ opgenomen. Het initiatief op de planlocatie heeft geen betrekking op een veehouderij. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met de regels met betrekking tot ‘Beperkingen veehouderij’ of ‘Stalderingsgebied’. Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving.
Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie; Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik: Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: ▪ dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ▪ ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); ▪ een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 20 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
De ruimte voor ruimte woningen worden in een bebouwingsconcentratie gerealiseerd, daarnaast worden de nieuwe woningen landschappelijk ingepast. Doordat de woningen in een bebouwingsconcentratie worden gebouwd, wordt de ruimte zorgvuldig gebruikt. Daarnaast worden er een ruimte voor ruimte titels aangekocht voor het realiseren van de ruimte voor ruimte woningen. Deze ruimte voor ruimte titels dragen bij aan de omgevingskwaliteit. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. In hoofdstuk 4 ‘Planuitgangspunten’ worden effecten op bovenstaande waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de relevante waarden op het plangebied en het gebied niet worden aangetast. Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a.
de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Voor de realisatie van een ruimte voor ruimte woning wordt een ruimte voor ruimte titel aangeschaft. Deze titel wordt gevormd door 1.000 m² aan overtollige intensieve stallen te slopen en 3.500 kg fosfaat in te leveren elders in de provincie Noord-Brabant, in ruil hiervoor mag binnen een bebouwingsconcentratie een nieuwe woning opgericht worden. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een motivering: a. van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; b. dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b.
het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de locatie is een landschapsplan opgesteld, waardoor voldaan wordt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. In bijlage 7 is het landschapsplan toegevoegd. Uit bovenstaande blijkt dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 21 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3.3.4
Provinciaal Milieu- Waterplan Noord-Brabant 2016-2021
Het provinciaal Milieu- Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 is eind 2015 in werking getreden. De zorg voor een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving staat centraal in het Provinciaal Milieu- en Waterplan (PMWP). De Agenda van Brabant plaatst provinciaal beleid in dienst van gezondheid, biodiversiteit, sociale ontwikkeling en een innovatieve, duurzame economie. Het Provinciaal Milieuplan 2012-2015 en het Provinciaal Waterplan 2010-2015 gaven hieraan de afgelopen jaren invulling. Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 20162021 integreert de milieu- en de wateropgave. Het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.4
Beleid gemeentelijk niveau
3.4.1
Structuurvisie Rucphen 2030
De gemeenteraad van Rucphen heeft bij besluit van 11 december 2013 de ‘Structuurvisie Rucphen 2030’ vastgesteld. In de ‘Structuurvisie Rucphen 2030’ geeft de raad zijn visie op de ruimtelijke ontwikkelingen. De visie gaat over de leefruimte van het gehele grondgebied van Rucphen. De structuurvisie is het richtinggevende ruimtelijke relevante afwegingskader. De Structuurvisie bestaat uit twee delen: 1. Deel A, de beleidsvisie, bevat onze voornemens en ambities met betrekking op de toekomstige ruimte van Rucphen. 2. De projecten en de haalbaarheid ervan worden behandeld in deel B: het projectenplan. De visie heeft een looptijd tot 2030. Het projectenplan wordt regelmatig geactualiseerd. Visie - Landelijk gebied In het gevarieerd landelijk gebied van de gemeente Rucphen zijn landbouw, extensieve recreatie en beleefbare natuur de hoofdfuncties. Behoud en versterking van het gevarieerd landschap staat voorop. In figuur 8 is een uitsnede van de visiekaart behorende bij de structuurvisie Rucphen 2030 getoond. De planlocatie ligt in het ‘Agrarisch gebied met recreatief medegebruik, behoud cultuurhistorische landschappelijke en natuurwaarden’.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 22 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 8: Uitsnede structuurvisie, structuurvisie Rucphen 2030
In dit gebied zijn hoofdzakelijk de uitgangspunten dat er ruimte is voor de agrarische sector inclusief verbrede landbouw, mogelijkheden voor extensieve recreatie, behoud en herstel cultuurhistorische waarden en bebouwing, instandhouding van de bijzondere historisch structuur, behoud van zandpaden, aanleg van ecologisch verbindingen en het versterken van turfvaarten met ruigtestroken. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat deze moeten passen binnen de koers van de structuurvisie en het beleid voor het bestemmingsplan Buitengebied. Daarnaast zullen nieuwe initiatieven gepaard moeten gaan met kwaliteitsverbetering van het buitengebied. De ruimte voor ruimte woningen op de locatie Berkstraat ong. naast nr. 1a te Sprundel is een (individuele) nieuwe ontwikkeling in het buitengebied van Sprundel. Individuele ontwikkelingen zijn niet opgenomen in de structuurvisie. De ruimte voor ruimte woningen belemmeren de ontwikkelingen die zijn opgenomen in de structuurvisie 2030 niet en voldoet het plan aan het gemeentelijke ruimte voor ruimte beleid. Daarnaast vindt er op de kavels landschappelijk inpassing plaats, wat bijdraagt aan de kwaliteitsverbetering van het buitengebied. 3.4.2
Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012 en de daarop volgende herzieningen
In het bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012” en de daarop volgende herzieningen heeft de planlocatie de bestemming ’Agrarisch’. Over de planlocatie liggen de gebiedsaanduidingen ‘overige zone archeologische verwachtingswaarde - hoog’, ‘vrijwaringszone - radar’, ‘overige zone - beperkingen veehouderij’, ‘overige zone - bebouwingsconcentratie’, ‘overige zone – teeltondersteunende kassen toegestaan’ en ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied 1’. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingen in het plan te wijzigen, voor zover het gronden betreft ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' in de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat: a. maximaal één nieuwe woning mag worden gebouwd; b. de oppervlakte van het bouwpercelen bedragen minimaal 1.000 m²; c. de breedte van het bouwperceel bedraagt minimaal 30 m; d. de voorgevelbreedte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 20 m; e. de afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; f. de afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m; g.
er is sprake van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschaps- en onderhouds-, en beheerplan; de landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'; Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 23 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
h. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige archeologische, landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem- en waterhuishoudkundige en milieuhygiënische waarden; i. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven; j. er dient te worden voldaan aan de bepalingen over ruimte voor ruimte zoals opgenomen in de artikelen 6.8. en 7.8. van de Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 of diens opvolger. Het onderhavig plan dient te voldoen aan bovenstaande regels. Hieronder wordt kort ingegaan op de regels: Ad a. Er worden in totaal twee woningen opgericht op de locatie, hiermee wordt niet voldaan aan wijzigingsbevoegdheid. De gemeente heeft een positief principebesluit geven om medewerking te verlenen aan het realiseren van twee woningen in plaats van één woning. Ad b. De bouwpercelen hebben een oppervlakte van circa 2.529 m² en 2.119 m². Ad c. De breedte van de bouwpercelen bedragen 32 en 37,4 meter. Ad d. De maximale voorgevelbreedte van 20 meter wordt in acht genomen. Ad e. De afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg van minimaal 15 meter wordt in acht genomen. Ad f. De afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen van minimaal 3 meter wordt in acht genomen. Ad g.
Zie bijgevoegde landschappelijke inpassing, bijlage 7. Ad h. Zie hoofdstuk 4, waar ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Ad i. Zie hoofdstuk 4, waar ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Ad j. Zie paragraaf 3.3.3. De wijzigingsbevoegdheid wordt voor de beoogde ontwikkeling als leidraad genomen. De ontwikkeling is in strijd met de wijzigingsbevoegdheid, de ontwikkeling betreft twee ruimte voor ruimte woningen met een inhoud van 1.000 m³ in plaats van 750 m³ zoals is opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid. De gemeente heeft de vermeerdering van de inhoud van de woning gekoppeld aan de oppervlakte van het perceel: 1000 m² 1100 m² 1200 m² 1300 m² 1400 m² 1500 m²
750 m³ 800 m³ 850 m³ 900 m³ 950 m³ 1000 m³
De bouwpercelen op de planlocatie hebben een oppervlakte van 2.529 m² en 2.119 m², dus er is een woning toegestaan met een inhoud van 1.000 m³. Daarnaast heeft de gemeente de voorwaarde dat er een kwaliteitsverbetering dient plaats te vinden om de woning te vergroten van 750 m³ naar 1.000 m³. Voor de planlocatie is gekozen om solitaire bomen aan te planten. Dit is in het bijgevoegde landschapsplan (bijlage 7) verwerkt. 3.4.3
Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling
De beleidsnota ‘Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling’ is vastgesteld door de gemeente Rucphen op 30 juni 2011. Deze visie bevat het ruimtelijk-landschappelijk kader ten behoeve van de afweging van de ruimte die kan worden geboden aan ruimte voor ruimte woningen. Een doorvertaling van het Ruimte voor Ruimte beleid heeft plaatsgevonden in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012’ en de daarop volgende herzieningen. De verschillende potentiële locaties voor woningbouwmogelijkheden getoetst aan zowel ruimtelijklandschappelijke randwoorden als technische randvoorwaarden. Ruimtelijke-landschappelijke randvoorwaarden zijn: ▪ natuurfuncties; ▪ verkeer; Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 24 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
▪ ▪ ▪ ▪
cultuurhistorie; archeologie; landschap; ruimtelijk.
Technische randvoorwaarden zijn: ▪ railverkeerslawaai; ▪ wegverkeerslawaai; ▪ industrielawaai; ▪ externe veiligheid; ▪ agrarische bedrijven; ▪ leidingen; ▪ bodemkwaliteit; ▪ niet-agrarische bedrijven. De boven genoemde randvoorwaarden worden voor de planlocatie behandeld in hoofdstuk 4. De bebouwingsconcentratie (figuur 9) ter hoogte van de Berkstraat geeft ruimte voor een toevoeging van 3 tot 4 woningen. In het gebied Berkstraat is de planlocatie specifiek opgenomen als bebouwingsmogelijkheid, maar niet voor twee woningen. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling van twee ruimte voor ruimte woningen op de planlocatie is wel voorstelbaar in het gebied. De aangegeven zichtlijnen worden niet belemmerd en de planlocatie ligt in het bebouwingscluster.
planlocatie
Figuur 9: Bebouwingsmogelijkheden
Voor de ruimte voor ruimte kavels gelden de onderstaande beeldkwaliteitseisen. Kavel: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
minimaal 30 meter breed; bij grotere kavelbreedte bebouwing maximaal 20 meter; maximaal 50% bebouwen; lengte variabel, afstemming op aangrenzende percelen; minimaal oppervlak 1000 m²; maximaal 2 woningen per bouwlocatie.
Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 25 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Situering woning: ▪ oriëntatie op de weg; ▪ voorste rooilijn achter die van aangrenzende bebouwing in directe omgeving; ▪ achterste rooilijn niet verder dan die van bebouwing in directe omgeving; ▪ hoofd- en bijgebouwen bij voorkeur aaneen gebouwd; ▪ minimaal 5 meter uit de zijdelingse perceelgrens of erfbeplanting. Beplanting: ▪ opgaande beplantingsstrook van minimaal 5 meter breedte op beide zijdelings en achterste perceelgrenzen; ▪ streekeigen inheemse beplanting toepassen; ▪ voortuin minimaal 60% groen. Parkeren: ▪ volledig op eigen terrein; ▪ minimaal ruimte voor 2 parkeerplaatsen.
Figuur 10: Kavelindeling en situering, RvR, Visie op toepassing regeling
Bouwvorm: ▪ goothoogte maximaal 4 meter; ▪ kap verplicht; ▪ dakhelling minimaal 40°; ▪ voorkeur langskap; ▪ nokhoogte maximaal 10 meter; ▪ massa maximaal 750 m3. Architectuur: ▪ afstemming op directe omgeving; ▪ voorkeur voor baksteen of hout voor gevels; ▪ dak voorkeur gebakken pannen of riet; ▪ geen lichte kleuren en geglazuurde materialen toepassen; ▪ materiaalkeuze in overleg met welstandscommissie. Procedure: ▪ initiatief melden bij gemeente; Bestemmingsplan toelichting 180690 | 01-10-2020
Pagina 26 van 52
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
eventueel nadere eisen stellen; vooroverleg met welstand over schetsontwerp; beplantingsplan; beoordeling welstand; planologische procedure/bouwvergunning.
In paragraaf 4.5 worden de bovengenoemde beeldkwaliteitseisen op de planlocatie omschreven. Het voorliggende plan wijkt af van de bouwvorm. In de regels wordt een inhoud van 1.000 m³ opgenomen in plaats van 750 m³. Voor de vermeerdering van de inhoud wordt ter compensatie in de vorm van kwaliteitsverbetering landschappelijke elementen toegevoegd. 3.4.4
Landschapsontwikkelingsplan (LOP)
Het LOP is een plan om sturing te kunnen geven aan komende (voorzienbare) ontwikkelingen in het buitengebied. Tegelijkertijd geeft het een handvat om de wenselijkheid van onvoorzienbare ontwikkelingen te kunnen beoordelen. Het landschapsontwikkelingsplan is een uitwerking van de Structuurvisie Plus, ook dit plan heeft een globaal karakter. De hoofd- en deelkeuzes die de gemeente voorstaat zijn in het plan verwoord en verbeeld. Bij de verdere uitwerking van het landschapsontwikkelingsplan dient steeds onderzocht te worden hoe deze keuzes vertaald kunnen worden naar concrete uitvoering in het veld.