CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

08a. Nota van Zienswijzen en ambtelijke wijzigingen

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 27 mei 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan St.Willebrord-Fazantendonk en grondexploitatie2.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het "TAM-omgevingsplan St. Willebrord- Fazantendonk"

INHOUD: 1.

Procedure

2.

Ingediende zienswijzen

3.

Samenvatting zienswijzen en inhoudelijke reactie

4.

Ambtshalve wijzigingen

5.

Conclusie

2

1. Procedure Het ontwerp TAM-omgevingsplan "TAM-omgevingsplan St. Willebrord- Fazantendonk" heeft van 24 december 2025 tot en met 4 februari 2026 ter inzage gelegen. De terinzagelegging is door het college van burgemeester en wethouders gepubliceerd/bekend gemaakt in het Gemeenteblad, de Rucphense Bode en was tevens digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl en het Omgevingsloket via Regels op de kaart. Belanghebbende (overheids)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. Tijdens de periode van terinzagelegging kon iedereen binnen de gestelde termijn, schriftelijk of mondeling, een zienswijze indienen.

2. Ingediende zienswijzen Tijdens de periode van de terinzagelegging van het TAM-omgevingsplan, zijn er vier schriftelijke zienswijzen naar voren gebracht, waarbij 1 zienswijze (later) is ingetrokken. De zienswijzen zijn binnen de termijn van terinzagelegging ingediend en kunnen daarmee als ontvankelijk worden beschouwd. De drie zienswijzen worden onderstaand eerst kort samengevat en daarna puntsgewijs van een gemeentelijke reactie voorzien. Benadrukt wordt dat de zienswijzen volledig zijn beoordeeld en dat niet slechts de samenvatting bij de beoordeling is betrokken. Na deze overweging wordt geconcludeerd of de zienswijze aanleiding geeft tot aanpassing van het vast te stellen TAM-omgevingsplan. Persoonsgegevens De Algemene Verordening Gegevensbescherming laat niet toe dat persoonsgegevens van reclamanten openbaar worden gemaakt. Om die reden zijn de zienswijzen waar nodig geanonimiseerd. Aan de betrokkene wordt per brief kenbaar gemaakt onder welk nummer haar of zijn zienswijze in de voorliggende nota is opgenomen.

3. Samenvatting zienswijzen en inhoudelijke reactie Zienswijze 1 Brief d.d. 12 januari 2026, ontvangst d.d, 12 januari 2026, kenmerk D26/1254078 Brief d.d. 13 januari 2026, ontvangst d.d. 13 januari 2026, kenmerk D26/1254222 (aanvulling) Brief d.d. 13 januari 2026, ontvangst d.d. 13 januari 2026, kenmerk D26/1254253 (herziening) 1.1 Onjuiste snelheidsaannames Indiener geeft aan dat in het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een te lage rijsnelheid wat in optiek van de reclamant in strijd is met vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De indiener verwijst naar de uitspraak (ECLI:NL:RVS:2020:1570) waarin de Afdeling expliciet heeft geoordeeld dat voor de Kozijnenhoek / Vosdonkseweg moet worden uitgegaan van een representatieve snelheid van 60 km/u. Reactie gemeente: Zie reactie onder punt 1.2. 1.2 Niet-actuele en onderschatte verkeersintensiteiten Indiener stelt dat het akoestisch onderzoek niet mag uitgaan van de geprognotiseerde verkeersintensiteiten (4.114 voertuigbewegingen) uit het provinciaal verkeersmodel (BBMA 2024), maar van de feitelijk gemeten verkeersintensiteiten, ter plaatse van de Kozijnenhoek. Volgens indiener zou op basis van een verkeerstelling uit mei 2025 moeten worden gerekend met meer dan 8.000 voertuigbewegingen.

Reactie gemeente: Naar aanleiding van de zienswijze van indiener heeft de gemeente in de periode van 23 februari tot 9 maart 2026 op de Vosdonkseweg een nieuwe verkeerstelling laten uitvoeren. Uit de resultaten van deze telling blijkt dat de gemeten verkeersintensiteit op de Vosdonkseweg afwijkt van de geprognotiseerde verkeersintensiteit uit het provinciaal verkeersmodel. Om deze reden heeft de gemeente het akoestisch onderzoek laten actualiseren waarbij voor de Vosdonkseweg de (hogere) gemeten verkeersintensiteit is gehanteerd en een representatieve snelheid van 60 km/u.

3

1.3 Cumulatief onderschattingseffect De indiener stelt dat, door zowel een te lage snelheid als een te lage verkeersintensiteit te hanteren, de geluidbelasting structureel wordt onderschat. De conclusie dat er slechts sprake is van een beperkte overschrijding van de voorkeurswaarde is daarmee niet houdbaar. Reactie gemeente: In het geactualiseerde akoestisch onderzoek is voor de Vosdonkseweg gerekend met een representatieve rijsnelheid van 60 km/u en een (hogere) verkeersintensiteit, afgeleid van de telling die in februari / maart 2026 is uitgevoerd. Deze berekening laat ter hoogte van de geprojecteerde woningen een overschrijding van de standaardwaarde van 53 dB(A) zien van maximaal 62 dB(A). De toelichting en regels zijn hierop aangepast. 1.4 Integrale heroverweging Indiener is van mening dat het akoestisch onderzoek ondeugdelijk is uitgevoerd en dat hierdoor twijfel bestaat over de betrouwbaarheid van de daarop voortbouwende onderdelen van het ontwerp-omgevingsplan. Volgens indiener kunnen deze gebreken niet uitsluitend in de zienswijzenfasen worden hersteld zonder dat het ontwerp integraal wordt heroverwegen of herijkt. Reactie gemeente: Op grond van vaste jurisprudentie kunnen ontwerpplannen na terinzagelegging worden gewijzigd, mits de kern van het plan behouden blijft.

Alleen wanneer wijzigingen leiden tot een wezenlijk ander plan, is een nieuwe ontwerp- en terinzageleggingsprocedure noodzakelijk. Daarvan is in dit geval geen sprake. Een geactualiseerd akoestisch onderzoek en aanpassing van de (geluids)isolatiewaarde in de regels leidt niet tot een inhoudelijk ander plan. Conclusie: De zienswijze wordt gedeeltelijk gehonoreerd: de punten 1, 2 en 3 zijn gegrond, terwijl punt 4 ongegrond wordt bevonden. Zienswijze 2 Brief d.d. 12 januari 2026, ontvangst d.d. 14 januari 2026, D26/1254369 2.1 Alternatieve ontsluiting Indiener verzoekt (nogmaals) te kijken naar de optie om de toegangsweg vanuit de Nachtegaalstraat rechtdoor te laten lopen over het bestaande grasveld / groenstrook. Dit zou in hoge mate bijdragen aan de veiligheid en rust in de Fazantendonk. Indiener kan zich niet vinden in de eerdere gemeentelijke reactie in de omgevingsdialoog. Volgens indiener heeft deze groenstrook geen waarde, omdat deze bestaat uit oude struiken en niet is opgenomen op "Groene kaart" van de gemeente. Reactie gemeente: De indiener pleit voor een alternatieve ontsluiting, maar de gemeente volgt dit standpunt niet. De keuze om de twee doodlopende delen van de Fazantendonk te verbinden is gebaseerd op een optimalisatie van de bestaande verkeersstructuur.

Hiermee wordt de bereikbaarheid voor de hulpdiensten gewaarborgd en hoeven onveilige keerbewegingen niet (meer) plaats te vinden. Met een geschatte verkeersgeneratie van circa 100 bewegingen per etmaal voor de 15 nieuwe woningen is de belasting op de bestaande wegstructuur marginaal. De aanleg van de gesuggereerde ontsluiting wordt als ongewenst beschouwd: dit leidt tot een inefficiënte verkaveling en nagenoeg volledig verlies van het bestaande openbare groen. 2.2 Verkeersonveilige situatie. Volgens indiener is er bij het inrijden van de Fazantendonk, vanwege geparkeerde voertuigen, sprake van een verkeersonveilige situatie. Indiener verzoekt daarom om het instellen van een parkeerverbod op deze locatie.

4

Reactie gemeente: De verkeerskundige situatie in de Fazantendonk, ter hoogte van de Nachtegaalstraat, is eerder door de gemeente beoordeeld. Daarbij is vastgesteld dat er geen aanleiding bestaat om verkeersmaatregelen te treffen. Bovendien betreft het voorliggende plan een wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van woningbouw. De beoordeling van eventuele verkeersmaatregelen of het nemen van een verkeersbesluit valt buiten de reikwijdte van deze planologische procedure. 2.3 Foerageergebied van de gewone dwergvleermuis. Indiener stelt dat het gebied, sinds het verdwijnen van tennishal Rico, een foerageergebied is geworden voor de gewone dwergvleermuis. Indiener maakt zich zorgen dat de nieuwbouw van woningen het foerageergebied zal aantasten. Reactie gemeente: In het kader van het TAM-omgevingsplan is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door De Roever Omgevingsadvies (rapportnr. 20251115.v01.nb). In deze quickscan is onderzocht of in het plangebied beschermde soorten voorkomen, waaronder vleermuizen (zoals de gewone dwergvleermuis). Daarbij is gekeken naar mogelijke vliegroutes, verblijfplaatsen en foerageergebieden. Uit het onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve effecten op vleermuizen veroorzaakt.

Wel wordt geadviseerd om tussen zonsondergang en zonsopkomst geen breed uitstralende bouwverlichting te gebruiken, zodat verstoring wordt voorkomen. Conclusie De ingediende zienswijze geeft op basis van de bovenstaande overwegingen, geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Zienswijze 3 Brief d.d. 23 januari 2026, ontvangst d.d. 4 februari 2026, D26/1255956 3.1. Geluid Indiener vreest dat door de voorgenomen ontwikkeling, waarbij de huidige doodlopende wegen van de Fazantendonk aan elkaar worden gekoppeld, zal zorgen voor (extra) geluidoverlast. De indiener twijfelt sterk dat de toename van het aantal verkeersbewegingen zich tot 100 bewegingen per dag zal beperken. Reactie gemeente: De vrees van de indiener ten aanzien van de verkeerstoename en de daaruit voortvloeiende geluidbelasting is zorgvuldig gewogen. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt in Nederland standaard gebruik gemaakt van de objectieve kencijfers van de CROW (Kennisplatform voor infrastructuur, openbare ruimte en verkeer). De verkeersgeneratie voor de beoogde ontwikkeling van 15 koopwoningen bedraagt, conform deze landelijke standaard, (afgerond) 104 verkeersbewegingen per etmaal (zie paragraaf 2.6 van de toelichting). De koppeling van de doodlopende wegen zorgt voor een betere spreiding van het verkeer over de Fazantendonk.

Als vuistregel geldt dat voor een waarneembare toename van het verkeerslawaai (+3 dB) een verdubbeling van de verkeersintensiteit nodig is. De toename van circa 100 verkeersbewegingen per etmaal op de bestaande intensiteit van de Fazantendonk is dermate gering, dat dit niet leidt tot een relevante of wettelijk ontoelaatbare toename van de geluidbelasting op de gevels van omwonenden.

5

3.2. Milieu De indiener stelt dat de beoogde wijziging van het omgevingsplan onvoldoende rekening houdt met flora, fauna en het milieu door het wegvallen van groen en het niet nakomen van eerdere compensatieafspraken bij het verlengen van de Vosdonkseweg. Daarnaast worden twijfels geuit over de stikstofcompensatie en de verantwoordelijkheid van de gemeente bij verdere woningbouw in het kader van het huidige 'stikstofslot'. De indiener concludeert dat zonder structurele compensatie en groenbehoud de voorgenomen ontwikkeling onverantwoord is. Reactie gemeente: De gemeente Rucphen erkent het belang van een gezonde leefomgeving en de bescherming van de lokale biodiversiteit. In dat kader is voor het omgevingsplan voor de Fazantendonk de luchtkwaliteit beoordeeld en een quickscan fora en fauna uitgevoerd om de aanwezigheid van beschermde soorten in kaart te brengen. Op basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan geen significante hinder veroorzaakt voor beschermde flora en fauna, mits de werkzaamheden worden uitgevoerd conform de geldende zorgplicht en de geadviseerde maatregelen. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor de flora en fauna activiteit is niet noodzakelijk. Vanuit het aspect natuur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

Met betrekking tot het "stikstofslot" is voor het onderhavige plan een stikstofonderzoek uitgevoerd waaruit moet blijken of de bouw- en gebruiksfase van de geprojecteerde nieuwbouwwoningen zal leiden tot een toename van stikstof op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Alleen wanneer uit de berekeningen (AERIUS) blijkt dat er geen significante negatieve effecten zijn, of wanneer er passende maatregelen zijn getroffen, kan het omgevingsplan juridisch worden vastgesteld. De gemeente houdt zich hierbij strikt aan de landelijke wetgeving en rechterlijke uitspraken. Uit de AERIUS berekening blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er is dus geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Omgevingswet. De opmerkingen over het niet realiseren van groen op de voormalige tennishallocatie hebben betrekking op de eerdere plannen rondom het verlengen van de Vosdonkseweg . In het bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Verlengde Vosdonkseweg" is een kaart met zoekgebieden voor groencompensatie opgenomen. De gronden aan de Fazantendonk zijn echter niet als zoekgebied aangemerkt. 3.3. Lokale situatie (bereikbaarheid) Indiener maakt zich zorgen over de bereikbaarheid van haar huisperceel en vreest dat de "inham" voor haar oprit verdwijnt.

Reactie gemeente: Bij het doortrekken van de huidige wegstructuur blijft de gemeente de goede bereikbaarheid van het perceel van indiener waarborgen. Op basis van de huidige ontwerpinzichten zal de 'inham' die voor de bestaande in- en oprit van de indiener ligt worden gehandhaafd. Hiermee wordt voorkomen dat de nieuwe wegstructuur de toegang tot het eigen terrein belemmert. De exacte civieltechnische details van de nieuwe weg, waaronder de definitieve ligging, maatvoering en materiaalkeuze, worden in de komende uitwerkingsfase definitief vastgesteld. Het behoud van de functionele toegang tot het perceel van de indiener zal hierbij als randvoorwaarde worden meegenomen. Het is belangrijk te benadrukken dat de huidige stedenbouwkundige schets een principe-uitwerking is en geen definitief ontwerp voor de openbare ruimte. De huidige procedure heeft uitsluitend betrekking op het wijzigen van het omgevingsplan voor de realisatie van woningbouw. De feitelijke (her)inrichting van de openbare ruimte maakt formeel geen onderdeel uit van deze juridische procedure, maar zal in een volgend stadium (het inrichtingsplan) nader worden uitgewerkt. 3.4. Lokale situatie (zandwal) De indiener geeft aan dat de bestaande zandwal met beplanting, die naast haar terrein is gelegen, belangrijk is voor het behoud van privacy en veiligheid.

Indiener wenst dat deze zandwal in de nieuwe situatie behouden blijft. Daarnaast wordt aangegeven dat de zekere rust en het uitzicht die de indiener nu ervaart, door de nieuwe ontwikkeling zullen verdwijnen.

6

Reactie gemeente: De gemeente begrijpt dat de voorgenomen ontwikkeling een verandering betekent in de directe woonomgeving van de indiener. Echter, volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bestaat er geen recht op een blijvend vrij uitzicht of een ongewijzigd woon- en leefklimaat. Bij de afweging van belangen is geoordeeld dat het algemeen belang van de realisatie van 15 woningen (gelet op de grote woningbehoefte) zwaarder weegt dan het individuele belang bij het behoud van het huidige uitzicht en de ervaren rust. De ontwikkeling vindt plaats binnen een stedelijke/bebouwde context waarbij een zekere mate van verandering in het woonklimaat als acceptabel wordt beschouwd. Voor de zandwal geldt hetzelfde uitgangspunt als onder punt 3.3. is vermeld: de huidige procedure ziet uitsluitend op het wijzigen van het omgevingsplan om woningbouw juridisch-planologisch mogelijk te maken. De feitelijke (her)inrichting van de openbare ruimte maakt geen onderdeel uit van deze procedure en wordt pas in een later stadium definitief uitgewerkt. De zandwal is gelegen op gronden die in eigendom en beheer zijn van de gemeente. Dit betekent dat de gemeente de publiekrechtelijke bevoegdheid heeft om deze gronden naar eigen inzicht in te richten ten behoeve van het algemeen belang en een goede ruimtelijke ordening.

Hoewel de definitieve inrichting nog niet vaststaat, kan het behoud van de zandwal in de huidige vorm niet worden gegarandeerd. Indien de indiener de privacy op het eigen perceel wenst te waarborgen, staat het haar vrij om op het eigen perceel een erfafscheiding (zoals een natuurlijke haag of een schutting) te plaatsen. Hierbij dienen de reguliere bouwregels en de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in acht te worden genomen. De gemeente ziet geen aanleiding om de kosten voor een dergelijke private voorziening te dragen. 3.5. Noodzaak De indiener stelt dat de noodzaak voor woningbouw voor deze specifieke locatie aan de Fazantendonk niet is aangetoond, mede omdat er in St. Willebrord nog andere onverkochte bouwgronden beschikbaar zijn. Reactie gemeente: De gemeente heeft een grote opgave om te voorzien in voldoende woningen voor diverse doelgroepen. De locatie Fazantendonk is specifiek gekozen vanwege de mogelijkheid tot inbreiding (bouwen binnen bestaand stedelijk gebied), wat de voorkeur heeft boven het aanspreken van het buitengebied. Het feit dat er elders nog gronden beschikbaar zijn, doet niets af aan de totale woningbehoefte in de kern St. Willebrord. Conclusie De ingediende zienswijze geeft, op basis van de bovenstaande overwegingen, geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

4

Ambtshalve wijzigingen

Archeologisch onderzoek Voor het TAM-omgevingsplan is, in de periode tussen het ontwerp en de vaststelling, een verkennend archeologisch- en booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is beoordeeld door de regioarcheologen van Regio West-Brabant. Op basis van de onderzoeksresultaten en de deskundige beoordeling van de regioarcheologen blijkt dat nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is, aangezien binnen het plangebied geen archeologische vondsten worden verwacht. Aangebrachte wijzigingen Toelichting: Het uitgevoerde archeologisch onderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen, waarbij de resultaten van het onderzoek nader zijn toegelicht.

7

Verbeelding: De (dubbel)bestemming "Waarde - Archeologie" en de aanduidingen "overige zone - archeologie categorie 2" en "overige zone - archeologie categorie 4", gelegen binnen de bestemmingen "Wonen", "Verkeer" en "Groen", zijn op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek komen te vervallen. Regels: De beoordelingsregels met betrekking tot de (dubbel)bestemming "Waarde archeologie", zoals opgenomen in artikel 9 zijn komen te vervallen.

5 Conclusie Conclusie beantwoording zienswijzen: de ingekomen zienswijzen zijn ontvankelijk; zienswijze nr. 1 is voor wat betreft sub 1 (onjuiste snelheidsaannames),sub 2 (niet-actuele en onderschatte verkeersintensiteiten) en sub 3 (cumulatief onderschattingseffect) gegrond, voor het overige ongegrond; zienswijze nr. 2 en nr. 3 zijn ongegrond. Aangebrachte wijzigingen: Het bovenstaande heeft, samen met de ambtshalve wijzigingen, geleid tot de volgende aanpassingen in het ontwerp-TAM-omgevingsplan: Toelichting: Hoewel de plantoelichting formeel geen juridische status heeft binnen het TAM-omgevingsplan, wordt ter volledigheid aangegeven dat de toelichting ten opzichte van het ontwerp-TAM-omgevingsplan als volgt is gewijzigd: 1. Het geactualiseerde onderzoek wegverkeerslawaai en het uitgevoerde archeologisch onderzoek zijn toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting. 2. Paragraaf 4.8 "Archeologie en cultuurhistorie" in de plantoelichting is aangepast op basis van de resultaten uit het verkennend archeologisch- en booronderzoek. 3. Paragraaf 4.10 "wegverkeerslawaai" is aangepast naar aanleiding van de beantwoording van de zienswijze en de actualisatie van het akoestisch onderzoek. Verbeelding: De verbeelding is ten opzichte van het ontwerp-TAM-omgevingsplan als volgt gewijzigd: 1.

Het vlak met de functieaanduiding "Specifieke vorm van wonen — overschrijding standaardwaarde" is vergroot. 2. De (dubbel)bestemming "Waarde-Archeologie" en de aanduidingen "overige zone-archeologie categorie 2" en "overige zone-archeologie categorie 4", gelegen op de bestemming(en) "Wonen", "Verkeer" en "Groen" zijn geschrapt. Planregels: De planregels zijn ten opzichte van het ontwerp-TAM-omgevingsplan als volgt gewijzigd: 1. Artikel 8.3.1. sub i komt te luiden: het gezamenlijk geluid mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - overschrijding standaardwaarde' maximaal 62 Lden bedragen. 2. De beoordelingsregels met betrekking tot de (dubbel)bestemming "Waarde Archeologie", zoals opgenomen in artikel 9 zijn geschrapt. De opvolgende artikelen zijn hierdoor hernummerd. Rucphen, 28 april 2026 Burgemeester en wethouders van Rucphen,

Mr. M. an der Meer Mohr,

(-tki gemeester.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16935255/1