CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

08 RV RB Vaststelling jaarrekening 2023 en bestemming batig rekeningsaldo 2023

gemeenteraad 12 juni 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling jaarrekening 2023 en bestemming batig rekeningsaldo 20233.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Raadsvergadering 12 juni 2024

Agendanummer 08

Commissievergadering ABM 30 mei 2024

Agendanummer 07

Vaststelling jaarrekening 2023 en bestemming batig rekeningsaldo 2023 Voorstel: 1. De jaarrekening 2023 vast te stellen; 2. In het kader van ‘begrotingsrechtmatigheid’ in te stemmen met de overschrijdingen zoals aangegeven in de jaarrekening; 3. € 1.197.197,00 toe te voegen aan de reserve restantbudgetten; 4. €.419.000,00 toe te voegen aan de nieuw te vormen reserve Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU); 5. € 180.997,00 toe te voegen aan de reserve mutaties decembercirculaire; 6. € 134.300,00 toe te voegen aan de reserve personele knelpunten; 7. € 1.115.182,57 toe te voegen aan de reserve integraal huisvestingplan. Samenvatting: Overeenkomstig artikel 197 van de Gemeentewet bieden wij u de gemeenterekening over het dienstjaar 2023 ter vaststelling aan. De exploitatie 2023 van de gemeente Rucphen sluit met een positief saldo van afgerond € 3.046.681,00. Dit saldo is in positieve zin aanzienlijk beïnvloed door een aantal eenmalige zaken en daarnaast door het over de jaargrens doorlopen van projecten, waardoor niet alle budgetten werden besteed. In het onderdeel “Middelen” wordt hierop verder ingegaan. Motivering: De jaarrekening 2023 is opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De jaarrekening is ingedeeld volgens de programma’s van de begroting 2023.

Op grond van artikel 200 van de Gemeentewet dient deze jaarrekening vóór 15 juli 2024 aan Gedeputeerde Staten te worden ingezonden. Middelen: In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt onderscheid gemaakt in het saldo van baten en lasten en het resultaat. Saldo van baten en lasten Het saldo van baten en lasten bestaat uit de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente Rucphen (o.a. algemene uitkering en lokale heffingen) -/- de (netto) kosten van de programma’s, overhead en vennootschapsbelasting. In 2023 bedraagt het voordelig saldo € 1.504.063,00. Resultaat Het resultaat geeft de mutatie in het eigen vermogen weer. Een negatief resultaat wil echter niet zeggen dat de gemeente het “slecht gedaan heeft”. In dit resultaat zitten namelijk eenmalige uitgaven die bekostigd worden uit reserves. Hierover zijn door uw raad expliciet besluiten genomen. Structurele lasten worden overigens niet gedekt door bijdragen uit reserves. Het resultaat wordt berekend door van het saldo van baten en lasten de mutatie in de reserves af te trekken. De mutatie in de reserves in 2023 is per saldo € 1.542.618,00 zodat het resultaat

2

afgerond € 3.046.681,00 bedraagt. De mutaties in de reserves vloeien voort uit door uw raad genomen besluiten. Voor een toelichting op de mutaties in de reserves wordt verwezen naar paragraaf 6.3 van de jaarrekening. Resultaat Algemene Dekkingsmiddelen

53.519.347

Kosten programma's (lasten -/- baten)

43.369.901

Overheadkosten

8.642.011

Heffing vennootschapsbelasting

3.372

Totaal saldo van baten en lasten

1.504.063

Toevoegen aan reserves

8.372.697

Onttrekkingen aan reserves

9.915.315

Resultaat

3.046.681

Verklaring resultaat De programma’s De programma’s en taakvelden met de grootste afwijkingen ten opzichte van de begroting worden hieronder vermeld (bedragen afgerond op € 1.000,00). Voor een meer gedetailleerde verschillenverklaring bij de taakvelden wordt verwezen naar de toelichtingen bij de programma’s in hoofdstuk 1, algemene dekkingsmiddelen in hoofdstuk 2 en overhead in hoofdstuk 3. Bestuur en Ondersteuning Het positieve saldo op dit programma bedraagt € 374.000,00. De lagere lasten worden voornamelijk veroorzaakt door lagere personeelslasten door een gewijzigde doorbelasting aan de taakvelden, en doordat nieuwe formatie pas in de loop van het jaar werd ingevuld. De hogere baten op dit programma houden voornamelijk verband met de gedeeltelijke vrijval van de pensioenvoorziening voor het college als gevolg van de jaarlijkse actualisatie hiervan. Daarnaast werd € 31.000,00 meer ontvangen voor leges in verband met nutsvoorzieningen. Veiligheid Het positieve saldo op dit programma is € 1.000,00. Zowel de inkomsten als de uitgaven zijn ca. € 400.00,00 hoger dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. Dit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door de hogere baten en lasten van de crisisnoodopvang (CNO); sinds de start van de CNO in oktober 2023, is het enige en laatste bijstelmoment de Financiële slotwijziging 2023 geweest.

Op dat moment zijn de lasten en baten tot dat moment bijgeraamd tot € 219.489,00. In werkelijkheid is € 597.301,00 ontvangen en is een bedrag aan werkelijke kosten geboekt van € 547.432,00. Daarnaast waren de personeelslasten hoger door een gewijzigde doorbelasting aan de taakvelden. Verkeer, vervoer en waterstaat Het positieve saldo op dit programma bedraagt € 185.000,00. De uitgaven voor onderhoud wegen, onkruidbestrijding en straatvegen waren € 202.000,00 lager dan begroot. De opbrengsten in verband met degeneratievergoedingen waren € 46.000,00 hoger. Tegenover genoemde meevallers stonden hogere personeelslasten tot een bedrag van € 70.000,00.

3

Economie Het positieve saldo op dit programma bedraagt € 12.000,00. Dit wordt veroorzaakt door een aantal kleine afwijkingen. Hiervoor wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 1.3.4. Onderwijs Het positieve saldo op dit programma bedraagt € 179.000,00. De kosten van Voorschoolse educatie waren € 94.000,00 lager dan begroot, ondermeer door een afrekening over 2022 en het niet in hoeven zetten van de post onvoorzien. De specifieke uitkering voor onderwijsachterstanden was € 47.000,00 hoger. De personeelslasten op taakveld onderwijshuisvesting waren € 30.000,00 lager. Sport, cultuur en recreatie Het positieve saldo op dit programma bedraagt € 583.000,00. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door overschotten op het taakveld openbaar groen en openluchtrecreatie. Het gaat om groenonderhoud (€ 337.000,00), wandelplaatsen en plantsoenen (€ 59.000,00), boombeheer (€ 54.000,00) en duikers en waterlossingen (€ 83.000,00). Daarnaast waren er hogere ontvangsten voor groencompensatie en degeneratievergoedingen (€ 54.000,00). Sociaal Domein Het positieve saldo op dit programma bedraagt € 1.114.000,00. Taakveld toegang en eerstelijnsvoorzieningen € 674.000,00 Aan dit taakveld werden € 366.000,00 minder personeelslasten doorbelast dan begroot. Het gaat om inhuur in verband met doorontwikkeling van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling, beleidsmedewerkers en regieassistenten.

Een bedrag van € 190.000,00 werd gedekt uit middelen die in 2023 werden ontvangen uit een specifieke uitkering (BREED en IZA). Op het budget Plan van Aanpak Sociaal Domein resteert € 141.000,00. Het gaat in deze gevallen om jaaroverschrijdende projecten, de uitvoering hiervan wordt voortgezet in 2024. Taakveld Inkomensregelingen € 164.000,00 Aan dit taakveld werden € 126.000,00 minder personeelslasten doorbelast dan begroot omdat vacatures pas later in het jaar werden ingevuld. De bijdrage aan het Werkplein in kosten van bedrijfsvoering was € 92.000,00 lager. Hier staat tegenover dat de kosten van bijzondere bijstand € 117.000,00 hoger waren. Op het budget voor de Kledingbank resteert € 114.000,00. Dit komt omdat dit project doorloopt in 2024 en een deel van de middelen hiervoor nodig is. Daarnaast kon een deel van de kosten ten laste worden gebracht van een specifieke uitkering (Brede SPUK). Taakveld WSW en beschut werk € 321.000,00 Het positieve saldo op dit taakveld wordt veroorzaakt door de uitkering van het Werkvoorzieningschap van een deel van het positieve saldo van 2023 en gereserveerde gelden in verband met de nieuwe CAO SGO. Taakveld Arbeidsparticipatie € 357.000,00 Dit positieve saldo wordt voornamelijk veroorzaakt door de specifieke uitkering voor opvang ontheemden Oekraïne.

Onze gemeente ontvangt een normbedrag per gerealiseerde opvangplaats en voor iedere maand dat er leefgeld is verstrekt. Dit is niet bevoorschot, maar achteraf verantwoord.

4

Taakvelden WMO € 89.000,00 Het positieve saldo op maatwerkvoorzieningen bedraagt € 151.000,00. Dit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door een restant op het budget Woonvoorzieningen. Het beroep op deze regeling laat zich moeilijk voorspellen. Een dure woningaanpassing heeft relatief veel invloed op het budget. De overschrijding op Huishoudelijke Ondersteuning, Begeleiding en Dagbesteding bedraagt € 68.000,00. De middelen voor het project voor Indicatievrije Dagbesteding van € 146.000,00 worden ingezet in 2024. Taakvelden Jeugdzorg -/- € 814.000 Het verschil in lasten tussen de begroting na wijziging en de werkelijke lasten wordt verklaard door: • een lagere last aan jeugdhulp zonder verblijf overig (€ 450.900,00); • een hogere last aan jeugdhulp begeleiding (€ 413.800,00); • een hogere last aan jeugdhulp dagbesteding (€ 249.200,00); • een hogere last aan jeugdhulp gezinsgericht (€ 342.500,00); • een hogere last aan jeugdhulp met verblijf overig (€ 253.400,00); • een lagere last op gesloten plaatsing (Jeugdzorg Plus) (€ 51.800,00); • een hogere last op crisis, LTA en GGZ verblijf (€ 47.800,00). Taakveld Beschermd wonen € 349.000,00 Voor beschermd wonen zijn door de gemeente Bergen op Zoom geen kosten in rekening gebracht.

De raming in onze begroting was gebaseerd op het bedrag dat in het verleden werden ontvangen voor licht verstandelijk beperkten (LVB) en een mogelijk tekort op maatschappelijke opvang. Het project voor de Wijk-GGZ-er kon volledig worden bekostigd uit de specifieke uitkering Integraal Zorgakkoord. Taakveld jeugdbescherming en -reclassering -/- € 57.000,00 Het nadelig saldo op dit taakveld is voor een deel het gevolg van een indexering met terugwerkende kracht t/m 2022. Volksgezondheid en milieu Het nadelig saldo op dit programma bedraagt € 63.000,00. Het positieve saldo op taakveld volksgezondheid bedraagt € 93.000,00. Dit is het gevolg van de ontvangen specifieke uitkering Integraal Zorgakkoord. Taakveld riolering (€ 434.000,00 nadelig): In de rioolheffing wordt de btw op investeringen meegenomen als last. In 2023 zijn er minder investeringen gedaan dan begroot, waardoor de totale btw-last lager is. Dit wordt gecompenseerd via de voorziening GRP door minder aan te wenden uit de voorziening dan begroot, wat een hogere exploitatielast geeft op taakveld riolering. Het positieve saldo van € 302.000,00 op taakveld Milieubeheer wordt veroorzaakt door specifieke uitkeringen op het gebied van klimaat en energiearmoede/verbeteringen. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Het positieve saldo op dit programma bedraagt € 650.000,00 (42,3 %).

Dit wordt op taakveld ruimte en leefomgeving veroorzaakt door hogere ontvangsten uit anterieure overeenkomsten en omdat ontvangen middelen m.b.t. Ruimte voor Ruimte pas in 2024 worden ingezet. De grondexploitatie sluit met een positief saldo van € 749.000,00 (zie paragraaf 5.7 grondbeleid). De hogere uitgaven op taakveld Wonen en Bouwen worden voornamelijk veroorzaakt door hogere personeelslasten.

5

Financiële paragraaf De posten die onder de financiële paragraaf vallen sluiten met een negatief saldo van € 1.033.000,00 (2,2%). Het positieve saldo op taakveld Overhead bedraagt € 278.000,00. Er werd voor € 115.000 minder aan personeelslasten doorbelast aan Overhead. Er resteren middelen van de budgetten voor Wet Open Overheid, informatieveiligheid en organisatieontwikkeling. Op Treasury is een positief saldo ontstaan van € 176.000,00 dat wordt veroorzaakt door ontvangen rente op het Schatkistbankieren; tijdelijke overschotten op liquide middelen worden verplicht aangehouden bij het rijk. Het positieve saldo op taakveld Algemene Uitkering bedraagt € 577.000,00. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 2.4 Algemene uitkering. Het positieve saldo op taakveld Overige Baten en Lasten bedraagt € 377.000,00. Het gaat voornamelijk om stelposten. Deze worden opgenomen als er voor een bepaald doel al middelen van het rijk worden ontvangen terwijl hiervoor nog beleid moet worden gemaakt. Voor een specificatie wordt verwezen naar paragraaf 2.6 Overige baten en lasten. Er werd in 2023 € 596.000,00 meer gereserveerd dan begroot. Daarnaast werd er € 1.824.000,00 minder aan reserves onttrokken. Voor een uitgebreid overzicht met het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 7.1.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio dat de verhouding weergeeft tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. Als we de middelen die niet als dekking gebruikt kunnen worden buiten beschouwing laten spreken we van de gecorrigeerde ratio; het uitgangspunt is een gecorrigeerd ratio tussen 1,0 en 1,4. De gecorrigeerde ratio voor de jaarrekening 2023 is 2,0, dat is ‘uitstekend’. Indien de ratio op enig moment groter is dan 1,4, dan is sprake van vrij besteedbare ruimte binnen de Algemene reserve. De financiële ruimte bij een ratio van 2,0 is ruim € 2,0 mln. In paragraaf 5.2 vindt u meer informatie over het weerstandsvermogen. Begrotingsrechtmatigheid In het Besluit Accountantscontrole Provincies en Gemeenten wordt begrotingsrechtmatigheid toegelicht: Financiële beheershandelingen dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de door de raad geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s. In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. In 2023 is er op Programma 1 Veiligheid een begrotingsonrechtmatigheid ontstaan. De hogere lasten en baten worden met name veroorzaakt door de crisisnoodopvang (CNO). Sinds de start van de CNO in oktober 2023, is het enige en laatste bijstelmoment de Financiële slotwijziging 2023 geweest.

In werkelijkheid zijn de lasten (en baten) hoger dan de gewijzigde begroting. Voor een totaaloverzicht van de begrotingsafwijkingen per programma wordt verwezen naar hoofdstuk 9 Begrotingsrechtmatigheid. Ten aanzien van deze overschrijdingen zijn wij van mening dat deze als ‘passend binnen het door uw raad uitgezette beleid’ kunnen worden beschouwd. We stellen u dan ook voor om in het kader van de begrotingsrechtmatigheid met deze overschrijdingen in te stemmen. In 2023 is er één krediet met een overschrijding van meer dan € 10.000,00. Het betreft een overschrijding van € 10.140,25 op het krediet ten behoeve van de aankoop van een perceel aan de Sporthei. In de 2e bestuursrapportage 2023 heeft uw raad hiervoor een krediet beschikbaar gesteld van € 630.000,00. Hierbij is uitgegaan van 42.000 m2. Na definitieve opmeting blijkt het perceel 42.500 m2 groot te zijn. Voor het verschil is € 7.500,00 meer betaald. Het restant bestaat uit bijkomende notariële kosten die niet waren begroot.

6

Rechtmatigheidsverantwoording van burgemeester en wethouders Vanaf 2023 dient het college verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid van de totstandkoming van de baten en lasten alsmede de balansmutaties. Tot 2022 was dit een taak van de controlerende externe accountant van de gemeente. Uw raad heeft hieromtrent in 2023 de financiële verordening geactualiseerd die dit regelt. De rechtmatigheidsverantwoording is in paragraaf 9.3 van de jaarrekening opgenomen. Hiermee geeft het college de verklaring dat alle baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen in de jaarrekening. Om de rechtmatigheid te onderbouwen, heeft er een verbijzonderde interne controle plaatsgevonden op de belangrijkste financiële processen. Bovendien is in de tabel van de verantwoording het begrotingscriterium nader uitgewerkt en opgesomd, wat een transparante weergave biedt van de naleving van de budgettaire kaders. Dit jaar markeert het eerste jaar van deze vorm van verantwoording; door het ontbreken van eenduidige landelijke wetgeving heeft het college per definitie alle verschillen tussen begroting en realisatie als onrechtmatig moeten opnemen. Accountantscontrole Voorheen gaf de controlerend accountant een oordeel over zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid.

Door genoemde wetswijziging geeft de accountant nog uitsluitend een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening; de accountant kan geen direct oordeel geven over de rechtmatigheid van alle baten, lasten en balansmutaties. Indirect doet hij dat wel door een getrouwheidsoordeel te geven over de door de gemeente opgestelde rechtmatigheidsverantwoording. Hierop is één uitzondering: de accountant geeft in de controleverklaring een expliciet rechtmatigheidsoordeel over de specifieke uitkeringen. Op dit moment gaan we er van uit dat een goedkeurende verklaring zal worden afgegeven voor wat betreft getrouwheid. De controleverklaring wordt nagezonden als deze is ontvangen en in de definitieve jaarrekening die door uw raad wordt vastgesteld opgenomen als bijlage. Het controleverslag wordt na ontvangst ter inzage gelegd. Resultaatsbestemming Het batig saldo (€ 3.046.676,57) dient als zodanig in de balans te worden opgenomen. Bij de vaststelling van de rekening kunt u vervolgens een bestemming geven aan het saldo. Op basis van de huidige besluiten en gedragslijnen met betrekking tot bestemming van het batig saldo, wordt voorgesteld dit saldo als volgt te bestemmen: a. b. c. d. e.

€ 1.197.197,00 toe te voegen aan de reserve restantbudgetten; € 419.000,00 toe te voegen aan de nieuw te vormen reserve Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU); € 180.997,00 toe te voegen aan de reserve mutaties decembercirculaire; € 134.300,00 toe te voegen aan de reserve personele knelpunten; € 1.115.182,57 toe te voegen aan de reserve integraal huisvestingplan.

a. reserve restantbudgetten In de loop van 2023 zijn een aantal (éénmalige) budgetten beschikbaar gesteld voor (incidentele) werkzaamheden. Een aantal van deze werkzaamheden zijn nog niet geheel in 2023 uitgevoerd. Om nog in 2024 over deze middelen te kunnen beschikken wordt voorgesteld deze budgetten “over te brengen” naar 2024. Voor een specificatie van deze projecten wordt verwezen naar paragraaf 6.1.3 van de jaarrekening. b. reserve Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) RVU staat voor de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Onder de RVU kunnen medewerkers maximaal 3 jaar voor de AOW-datum eerder stoppen met werken. In het pensioenakkoord is afgesproken dat de RVU-heffing tijdelijk zal worden versoepeld in de periode 2021 tot en met

7

2025, waardoor het financieel aantrekkelijk wordt voor werkgever (en werknemer) om hierover afspraken te maken. Voor medewerkers die gebruik maken van de regeling moet een voorziening worden gevormd. Dit is in 2023 gebeurd. Voor de medewerkers die in aanmerking komen voor de regeling, maar nog niet hebben aangegeven gebruik te willen maken van de regeling, vormen we een reserve die kan worden overgeheveld naar de voorziening als duidelijk wordt dat ze van de regeling gebruik maken. Hiermee is het risico van deze extra lasten afgedekt. Als medewerkers definitief geen gebruik maken van de regeling kan een deel van de reserve vrijvallen. c. reserve mutaties decembercirculaire De mutaties die uit de decembercirculaire 2023 voortvloeien hebben betrekking op 2023 maar konden, door het tijdstip van publicatie, niet meer worden verwerkt in de (gewijzigde) begroting van 2023 of worden ingezet. Daarom wordt voorgesteld deze middelen te reserveren. Een uitgebreide toelichting op de algemene uitkering vindt u in paragraaf 2.4 van de jaarrekening. d. reserve personele knelpunten Van de stelpost voor personele knelpunten in 2023 resteert € 134.300,00. Hoewel er in 2024 een budget voor personele knelpunten beschikbaar is, is in het eerste kwartaal van 2024 al gebleken dat er ook in dit jaar behoefte is aan extra eenmalige middelen.

De situatie op de arbeidsmarkt maakt het nog steeds moeilijk om vacatures in te vullen. Ook het verloop is hierdoor groter. Inwerken van nieuwe collega’s kost veel extra tijd en vaak moet tijdelijk personeel worden ingezet. De kosten hiervan zijn aanzienlijk hoger dan van vast personeel. e. reserve integraal huisvestingplan Na bovengenoemde reserveringen blijft er nog een bedrag van € 1.115.182,57 over als nader te bestemmen. In de raadsvergadering van 15 juni 2022 is besloten de komende jaren eenmalige meevallers te storten in de reserve IHP (Integraal Huisvestingsplan onderwijs), tot het moment dat een nader te bepalen omvang van de reserve is bereikt. Vervolg: Rucphen, 7 mei 2024 Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris,

de burgemeester,

drs. E.A.C.M. Kolen.

mr. M. van der Meer Mohr.

Bijlage(n): a. Conceptbesluit b. Programmaverantwoording 2023

RAADSBESLUIT Vaststelling jaarrekening 2023 en bestemming batig rekeningsaldo 2023 12 juni 2024 De raad van de gemeente Rucphen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 mei 2024, overwegende dat wij van mening zijn dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2023 en van de baten en lasten over 2023 en dat de uitgaven die in de jaarrekening zijn opgenomen rechtmatig zijn gedaan, gelet op artikel 197 van de Gemeentewet, gehoord op de commissie Algemeen Bestuur en Middelen op 30 mei 2024, besluit: 1. De jaarrekening 2023 vast te stellen; 2. In het kader van ‘begrotingsrechtmatigheid’ in te stemmen met de overschrijdingen zoals aangegeven in de jaarrekening; 3. € 1.197.197,00 toe te voegen aan de reserve restantbudgetten; 4. € 419.000,00 toe te voegen aan de nieuw te vormen reserve Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU); 5. € 180.997,00 toe te voegen aan de reserve mutaties decembercirculaire; 6. € 134.300,00 toe te voegen aan de reserve personele knelpunten; 7. € 1.115.182,57 toe te voegen aan de reserve integraal huisvestingplan. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 12 juni 2024, de griffier,

de voorzitter,

J.J.H. Lahaije.

mr. M. van der Meer Mohr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14245866/2