08.1 Regels r NL.IMRO.0840.2585K0013-ON01
Tekst van het document
Regels bestemmingsplan “Kom Zegge, Lage Zegstraat naast 8 te Zegge” NL.IMRO.0840.2585K0013-ON01
Ontwerpbestemmingsplan
bestemmingsplan ‘Kom Zegge, Lage Zegstraat naast 8 te Zegge’ in opdracht van Bouwbedrijf BOOT de heer R. Passier Grenssteen 27 4815 PP BREDA betreffende de locatie Lage Zegstraat Zegge (Rucphen) documentkenmerk 1602/128/LM versie Ontwerp vestiging, datum Nuenen, 12 mei 2020
opgesteld door:
gecontroleerd door:
ing. J. A. Welmers
drs. R. Schumacher
Projectleider RO
Projectleider RO
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.
Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid TRITIUM NUENEN »
TRITIUM PRINSENBEEK »
TRITIUM NEER »
TRITIUM ARKEL »
Collse Heide 48
Groenstraat 27
Steeg 27
Vlietskade 1509
5674 VN Nuenen
4841 BA Prinsenbeek
6086 EJ Neer
4241 WH Arkel
E. info@tritium.nl
I. www.tritiumadvies.nl
K.v.K nr. 17108024
IBAN NL29INGB0662572645
Ontwerpbestemmingsplan
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................3 1 Inleidende regels .......................................................................................................5 Artikel 1 Begrippen........................................................................................................... 5 Artikel 2 Wijze van meten................................................................................................ 12 2 Bestemmingsregels .................................................................................................. 13 Artikel 3 Groen .............................................................................................................. 13 Artikel 4 Verkeer ............................................................................................................ 14 Artikel 5 Wonen ............................................................................................................. 15 Artikel 6 Archeologische verwachtingswaarde - laag ............................................................. 18 3 Algemene regels....................................................................................................... 21 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel.............................................................................................
21 Artikel 8 Algemene bouwregels......................................................................................... 21 Artikel 9 Algemene gebruiksregels .................................................................................... 21 Artikel 10 Algemene aanduidingsregels .............................................................................. 21 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels................................................................................. 22 Artikel 12 Algemene wijzigingsregels ................................................................................. 23 4 Overgangs- en slotregels .......................................................................................... 24 Artikel 13 Overgangsrecht ............................................................................................... 24 Artikel 14 Slotregel......................................................................................................... 24
pagina 3 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
pagina 4 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
1 Inleidende regels Aangesloten bij BP 'Herkaveling Project Hooghei I'
Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Kom Zegge, Lage Zegstraat naast 8 te Zegge met identificatienummer NL.IMRO.0840.2585K0013-ON01 van de Gemeente Rucphen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan- of uitbouw Een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een hoofdgebouw dat door de indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt overeenkomstig het gebruik van het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwd blokken van meer dan twee aaneengebouwde hoofdgebouwen; 1.7 aan huis verbonden bedrijf het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en waarbij de woonfunctie blijft behouden; 1.8 aan huis verbonden beroep een beroep dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar hoofdfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.9
achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.10 achtergevel van een gebouw het meest achterwaarts gelegen deel van een hoofdgebouw;
pagina 5 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
1.11 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde omringende grond; 1.12 afwijking een afwijking als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo; 1.13 Awb de Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.14 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak; 1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is
toegestaan; 1.22 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.23 bouwverordening bouwverordening als bedoeld in artikel 8 van de Woningwet;
pagina 6 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
1.24 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.25 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26 café een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleinere etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid; 1.27 caravan een al dan niet uitklapbare wagen of voertuig, onder welke benaming ook aangegeven, die uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen en die bestemd is op normale wijze en regelmatig op de verkeerswegen als een aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen; 1.28 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of overkapping; 1.29 dakopbouw ondergeschikte opbouw op het dakvlak van een gebouw, ten behoeve van voorzieningen zoals noodtrappen, luchtbehandeling- en liftinstallaties, balkonhekken, ornamenten, privacyschermen en reclame-uitingen; 1.30 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren
en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.31 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, zoals reisbureaus, wasserettes, auto-rijschool en videotheek; 1.32 discotheek een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van drank voor gebruik ter plaatse, waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dans een wezenlijk onderdeel vormen; 1.33 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.34 erker de grondgebonden uitbreiding van één bouwlaag aan de voor- of zijgevel;
pagina 7 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
1.35 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of van omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte (van een seksinrichting) wordt uitgeoefend; 1.36 evenementen gebeurtenissen, gericht op een groot publiek, op het gebied van kunst, sport, ontspanning en cultuur; 1.37 extensieve recreatie die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen; 1.38 garage een gebouw dat bedoeld is voor het stallen van motorvoertuigen; 1.39 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.40 gesloten verharding een verharding opgebouwd uit een materiaal dat na het aanbrengen een solide geheel vormt en niet zonder meer op te delen is; 1.41 gestapeld een hoofdgebouw waarin meerdere woningen zijn ondergebracht, zodanig dat deze boven dan wel beneden elkaar zijn gesitueerd, waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid gewaarborgd is; 1.42 gevellijn denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen; 1.43 glastuinbouwbedrijf een tuinbouwbedrijf waarvan de productie geheel of overwegend plaatsvindt in kassen, permanente tunnels en plastic kassen; 1.44 half verharding een verharding
opgebouwd uit onsamenhangend materiaal dat meer draagkracht levert dan de originele grond; 1.45 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen, ligging of functie dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.46 horecabedrijf een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereidde en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodaties;
pagina 8 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
1.47 kantoor een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congressen en vergaderaccommodaties; 1.48 kap een constructie van één of meer dakvlakken; 1.49 maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen; 1.50 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangegeven, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.51 mantelzorg alle vormen van langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.52 nutsvoorziening voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes en telefooncellen; 1.53 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.54 ondergeschikte nevenactiviteit een activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud
van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend; 1.55 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard; 1.56 overkapping een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden; 1.57 peil 1. voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein;
pagina 9 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
1.58 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.59 publieke dienstverlening een met een winkel vergelijkbaar bedrijf dat is gericht op het verlenen van diensten aan diegene die deze diensten afnemen voor publiek; 1.60 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.61 restaurant een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken; 1.62 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.63 seksbioscoop en/of -theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.64 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.65 Staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals die van deze regels onderdeel uitmaakt en is gebaseerd op de VNG-brochure 2009 Bedrijven en milieuzonering; 1.66 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.67 twee-aaneen blokken van twee-aaneen gebouwde woningen, waarbij de hoofdgebouwen met elkaar zijn verbonden. 1.68 verblijfsdoeleinden gronden waarbij de nadruk ligt op het verblijf van personen in het openbaar gebied en die tevens een verkeersfunctie hebben voor fietsers en voetgangers;
pagina 10 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
1.69 voorgevel van een gebouw het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.70 voorgevellijn de gevellijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.71 vrijstaand een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander hoofdgebouw; 1.72 Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.73 weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.74 Wgh de Wet geluidhinder, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.75 Wgh-inrichtingen bedrijven als genoemd in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.76 Wm De Wet milieubeheer, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.77 Ww de Woningwet, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.78 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.79 woonunit een te verplaatsen/verwijderen bouwwerk bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van het tijdelijke woon-, dag of nachtverblijf van één of meer personen; 1.80 Wro de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van
de inwerkingtreding van het plan; 1.81 zakelijke dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit; 1.82 zijgevel van een gebouw een gevel van een hoofdgebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is.
pagina 11 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
Artikel 2 Wijze van meten bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens: tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.6 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.7 de horizontale diepte van een gebouw: de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd. 2.8 de oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.
2.9 meten: bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit een lijn op de (digitale) verbeelding.
pagina 12 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Bestemming De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen en nutsvoorzieningen; 2. extensief recreatief gebruik; 3. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 4. andere tot de bestemming behorende voorzieningen. 3.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: 1. gebouwen; 2. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter. 3.2.2 Andere bouwwerken, geen gebouw zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: 1. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt maximaal 4,00 meter; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2,00 meter.
pagina 13 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
Artikel 4 Verkeer 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Bestemming De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. straten, voet- en fietspaden; 2. parkeerterreinen; 3. speelvoorzieningen; 4. straatmeubilair; 5. afvalverzamelvoorzieningen; 6. geluidwerende voorzieningen; 7. groenvoorzieningen; 8. terrassen; 9. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging, waterlopen, waterpartijen; 10. taluds, oevers, bruggen en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut; 11. overige tot de bestemming behorende voorzieningen. 4.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, uitsluitend ten dienste van de in artikel 4 lid 1.1 genoemde bestemming worden opgericht: 1. gebouwen; 2. bouwwerken geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen 1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,5 meter; 2. de oppervlakte bedraagt ten hoogste 15 m2. 4.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde De bouwhoogte bedraagt: a.
van antennes maximaal 5 meter;
b. van openbare nutsvoorzieningen maximaal 3,5 meter; c.
van masten maximaal 8 meter;
d. van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 2 meter. 4.2.3 Afwijking van de bouwregels Bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in artikel 4 lid 2.2 sub a en toelaten dat antennes worden gebouwd met een hoogte van maximaal 10 meter.
pagina 14 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Bestemming De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
voor de huisvesting van één huishouden;
b. wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 5.1.2 Toelaatbare bebouwing In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a.
hoofdgebouwen;
b. bijhorende bouwwerken; c.
andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a.
hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen;
b. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend twee-aaneengesloten hoofdgebouwen worden opgericht; c.
ter plaatse van de aanduiding 'twee-aan-een' mogen uitsluitend twee-aaneengesloten hoofdgebouwen worden opgericht;
d. de hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de op de verbeelding aangegeven (verlengde van de) gevellijn, of maximaal 2 meter daarachter; e.
de goothoogte bedraagt maximaal 6 meter;
f.
de bouwhoogte bedraagt maximaal 11,5 meter;
g. hoofdgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarbij de dakhelling ten minste 30º en ten hoogste 60º bedraagt; h. het hoofdgebouw mag worden onderkelderd tot een diepte van ten hoogste 3,5 meter onder peil. 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken mogen in het achtererfgebied worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt, overkappingen meegerekend, per bouwperceel maximaal 100 m², met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken maximaal 50% van het oppervlak van het bouwperceel bedraagt;
b. de bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 1,00 meter achter (het verlengde van) de gevellijn te worden opgericht; c.
bijgebouwen mogen worden voorzien van een plat dak of een kap;
d. indien voor bijgebouwen wordt gekozen voor een plat dak geldt een maximale bouwhoogte van 3,25 meter;
pagina 15 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
e.
indien voor bijgebouwen wordt gekozen voor een kap gelden de volgende bepalingen: 1. de dakhelling is gelijk aan de dakhelling van het bijbehorende hoofdgebouw; 2. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3,25 meter en de bouwhoogte ten hoogste 6 meter.
5.2.3 Overige bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a.
de hoogte van pergola's bedraagt ten hoogste 2,5 meter;
b. de hoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 5 meter; c.
de hoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 2 meter;
d. in afwijking van het bepaalde onder c bedraagt de hoogte van overige andere bouwwerken die gebouwd worden vóór de voorgevel ten hoogste 1 meter. 5.3 Nadere eisen 5.3.1 Parkeren a.
per bouwperceel dienen twee parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd en gehandhaafd;
b. de oppervlakte van een parkeerplaats bedraagt ten minste 12,5 m²; c.
een garage wordt niet meegeteld bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein.
5.4 Specifieke gebruiksregels Het is verboden: a.
bijgebouwen bij een woning te gebruiken of te laten gebruiken als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte;
5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Uitoefening van beroepsmatige activiteiten in een woning De uitoefening van beroepsmatige activiteiten in een woning en/of bij de woning behorende aanen uitbouwen en bijgebouwen is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a.
het gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Reclame uitingen dienen geminimaliseerd te worden;
b. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning, aan- en uitbouwen en bijgebouwen gezamenlijk maximaal 50 m² ten behoeve van beroepsmatige activiteiten in gebruik mag zijn; c.
geen ontheffing wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten;
d. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijgebouw uitvoert tevens gebruiker van de woning is; e.
het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreffen die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
pagina 16 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
f.
de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan het desbetreffende beroep of bedrijf.
5.5.2 Gebruik van bijgebouwen voor bewoning Bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 5 en toestemming geven voor het inrichten en/of gebruiken van een bijgebouw, aan- of uitbouw als woonruimte ten behoeve van het bieden of ontvangen van mantelzorg, met inachtneming van de volgende regels: a.
het oppervlak bedraagt maximaal 70 m²;
b. een bijgebouw ten behoeve van inwonende zorgbehoevende is aan de woning verbonden en door zijn constructie, afmetingen en architectonische vormgeving ondergeschikt aan het hoofdgebouw; c.
indien bij het hoofdgebouw reeds één of meer bijgebouwen rechtmatig aanwezig zijn, bedraagt door de bouw van een aan- of uitbouw of bijgebouw voor mantelzorg het totale oppervlak aan bijgebouwen maximaal 120 m²;
d. de diepte van het hoofdgebouw en een daaraan verbonden bijgebouw voor mantelzorg, te meten vanaf (het verlengde van de) gevellijn, bedraagt maximaal 15 meter; e.
in vrijstaande bijgebouwen mag niet permanent worden gewoond.
pagina 17 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
Artikel 6 Archeologische verwachtingswaarde - laag 6.1 Bestemmingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde - laag' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van lage archeologische verwachtingswaarden. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, ten dienste van de in artikel 6 lid 1 genoemde bestemmingen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht. 6.2.2 Bouwregels Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende regels, slechts worden gebouwd, indien de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op: a.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering of;
b. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende regels, worden gebouwd, tenzij de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een ontwikkeling van meer dan 5 ha bij MER-plichtige projecten, vallend onder de Wro, de Wet Milieubeheer of de Tracéwet. 6.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2.2, waarbij werkzaamheden plaatsvinden op een oppervlak groter dan 50.000 m² en dieper dan 0,5 m, met dien verstande dat: a.
de aanvrager een KNA-conform archeologisch onderzoeksrapport overlegt waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld;
b. het bevoegd gezag verleent de vergunning, indien naar hun oordeel uit het in lid artikel 6 lid 2.3 sub a bedoelde rapport genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2. schade aan archeologische waarden door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning-activiteit bouwen verbonden voorwaarden; c.
in de situatie als bedoeld in het lid artikel 6 lid 2.3 sub b onder 2, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden;, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties;
pagina 18 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
d. indien lid artikel 6 lid 2.3 sub c onder 3 van toepassing is, wordt in de omgevingsvergunning geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die gedaan worden tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 6.3 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen van gronden en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 0,50 m ten opzichte van het bestaande maaiveld;
b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere manier indrijven van voorwerpen in de grond; c.
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e.
het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
f.
het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen;
g. landbouwactiviteiten die jaarlijks een deel van de grond afplaggen; uitsluitend voor zover de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een ontwikkeling van meer dan 5 ha bij MER-plichtige projecten, vallend onder de Wro, de Wet Milieubeheer of de Tracéwet. 6.3.2 Uitzonderingsregel Het in lid artikel 6 lid 3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden: a.
die behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming;
b. die reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c.
die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
d. die worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel artikel 6 lid 2.2 van toepassing is; e.
die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;
f.
met een verstoring kleiner dan 50.000 m².
6.3.3 Rapport De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6 lid 3.1 legt een in artikel 6 lid 2.3 sub a bedoeld rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord is vastgesteld. 6.3.4 Beoordeling van het rapport Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 6 lid 2.3 sub a genoegzaam blijkt dat: a.
er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad;
b. schade aan archeologische waarden door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarden.
pagina 19 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
6.3.5 Voorwaarden In de situatie als bedoeld in artikel 6 lid 2.3 sub d kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden, of;
b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
6.3.6 Vervolg Indien artikel 6 lid 3.5 van toepassing is, wordt in de omgevingsvergunning geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 6.4 Wijzigingsbevoegdheid 6.4.1 Aanduiding wijzigen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als 'archeologische verwachtingswaarde - laag' aangeduide gronden te wijzigen door de ligging van deze aanduiding te wijzigen, indien het op grond van nader archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in verdere bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet. 6.4.2 Aanduiding verwijderen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als 'archeologische verwachtingswaarde - laag' aangeduide gronden te wijzigen door deze aanduiding geheel of gedeeltelijk van de kaart te verwijderen, met dien verstande dat: a.
uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn of zich op een andere plaats bevinden;
b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming of veiligstelling van archeologische waarden voorziet.
pagina 20 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Bestaande afmetingen, afstanden en percentages a.
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand tot enige ter plaatse van de aanduiding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
b. In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Verboden ander gebruik Het is verboden de binnen dit plan begrepen gronden en opstallen te gebruiken, te doen gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met de bestemming. 9.2 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 9 lid 1 wordt in ieder geval begrepen: 1. het gebruik van gronden en opstallen voor een seksinrichting; 2. het gebruik van gronden als opslag-, stort- en of lozingsplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken goederen, grond, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 Vrijwaringszone - radar 10.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het
pagina 21 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
radarverstoringsgebied van Vliegbasis Woensdrecht teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen. 10.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de enkelbestemmingen in hoofdstuk 2 mogen geen bouwwerken worden opgericht: 1. binnen een afstand van 15 km van de radarantenne: hoger dan de denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf de radarantenne Vliegbasis Woensdrecht op 48 +NAP, oplopend met 0,25 graden tot een hoogte van 113 m + NAP; 2. buiten de afstand van 15 km van de radarantenne: 113 m + NAP. 10.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10 lid 1.2 voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen, met dien verstande dat: a.
het functioneren van de radar niet in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast;
b. schriftelijk advies is verkregen van de Minister van Defensie, DGW&T, directie Brabant.
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Algemeen Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan en toestaan dat: a.
in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, tot maximaal 10% worden overschreden.
b. de bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 meter, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c.
de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 meter;
d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter. 11.2 Voorwaarden Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11 lid 1 kan slechts worden verleend, mits: a.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
pagina 22 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
Artikel 12 Algemene wijzigingsregels 12.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de regels in het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met dien verstande dat: a.
bestemmingsgrenzen met niet meer dan 5 m worden verschoven;
b. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; c.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
pagina 23 van 24
Ontwerpbestemmingsplan
4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik a.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c.
Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Kom Zegge, Lage Zegstraat naast 8 te Zegge'.
pagina 24 van 24