07m Bijlage 2 tb 5c Nota van Beantwoording BP Waterstraat ong. t.o.v. 17 1
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Voorontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Waterstraat ong. tegenover nr. 17 te Sprundel’ Eindverslag Het voorontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Waterstraat ong. tegenover nr. 17 te Sprundel’ is op basis van artikel 7 van de Participatie- en inspraakverordening ter inzage gelegd. De Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Rucphen is vastgesteld door de raad op 19 juni 2019 en in werking getreden op 1 juli 2019. In artikel 8 maken burgemeester en wethouders ter afronding van de inspraakprocedure, een eindverslag op. In dit eindverslag wordt ingegaan op de gevolgde inspraakprocedure, een weergave van de inbreng die naar voren is gebracht en een reactie hierop waarbij is aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing wordt overgegaan. Vooroverleg Ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) plegen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg met de daarvoor aangewezen (overheids)instanties. Onderwerp Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Waterstraat ong. tegenover nr. 17 te Sprundel’ voorziet in het wijzigen van de agrarische bestemming naar een woonbestemming om zo de bouw van één Ruimte voor Ruimte woning aan de Waterstraat ongenummerd tegenover nummer 17 in Sprundel mogelijk te maken.
Inspraakprocedure Met een publicatie in weekblad ‘De Rucphense Bode’ van 30 maart 2022 en op de gemeentelijke website is – ter voldoening aan het bepaalde in de Participatie en inspraakverordening en overeenkomstig artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – kennis gegeven van de terinzagelegging van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Waterstraat ong. tegenover nr. 17 te Sprundel’. De stukken hebben gedurende een periode van zes weken (vanaf 31 maart 2022 t/m 11 mei 2022) ter inzage gelegen in het gemeentehuis. Het voorontwerp was daarnaast ook digitaal te raadplegen via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl (plan identificatie: NL.IMRO.0840.9000B0059-VO01). Een ieder is gedurende voornoemde periode de mogelijkheid geboden om over het voorontwerp een gemotiveerde inspraakreactie aan burgemeester en wethouders te richten. Bij aanvang van de periode is ook het wettelijk verplichte (voor)overleg gestart met daarvoor aangewezen overheidsinstanties. Schriftelijke inspraak- en overlegreacties De inspraakmogelijkheid heeft tot 2 schriftelijke inspraakreacties geleid. De inspraakreacties zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en gelet daarop ontvankelijk. De inspraakreacties worden hieronder (onder punten 1 en 2) eerst kort samengevat en daarna van antwoord voorzien.
Benadrukt wordt dat de inspraakreacties volledig zijn beoordeeld en dat niet slechts de samenvatting bij de beoordeling is betrokken. Het vooroverleg heeft geresulteerd in 1 schriftelijke reactie van de provincie Noord-Brabant. De reactie wordt hieronder (onder punt 3) weergegeven en van een reactie voorzien. 1. Brief Natuurwerkgroep Rucphen d.d. 22 april 2022, ontvangst d.d. 22 april 2022 Kenmerk: D22/1175068. Samenvatting ingediende reactie: 1. Inspreker geeft aan dat bijlage 1, plan landschappelijke inpassing, wel is benoemd maar niet is toegevoegd aan de planregels.
2
Inhoudelijke reactie: 1. In het ontwerpplan zal deze bijlage wel worden opgenomen, zowel aan de plantoelichting als aan de planregels. Conclusie: De inspraakreactie is gegrond en heeft geleid tot aanpassing van de documenten. 2. Brief van bewoner aan de Waterstraat 17 d.d. 3 mei 2022, ontvangst d.d. 9 mei 2022 Kenmerk: D22/1175907 Samenvatting ingediende reactie: 1. Inspreker woont tegenover de planlocatie aan de Waterstraat 15 en geeft aan dat hij in 2013-2014 een ruimtelijke procedure voor (o.a. uitbreiding van) zijn bedrijf, aan de Waterstraat 19 heeft doorlopen waarbij het bedrijf rekening diende te houden met een (richt)afstand van 50 meter tot aan huisnummer 15 aan de Waterstraat. Inspreker verwacht dat vanwege de ligging van het nieuwe bouwvlak, deze bewoners overlast zullen ondervinden van geluid (bij oogsten) en bestrijdingsmiddelen. Inspreker verzoekt ook om een minimale afstand tussen de tunnelkassen en nieuwe woning van 50 meter te hanteren. Inhoudelijke reactie: 1. Met de planvorming is rekening gehouden met de naastgelegen agrarische bedrijven. In de VNG brochure zijn als advies vaste richtafstanden opgenomen. In het plan van inspreker uit 2013-1014 staat onder andere: ‘In de nabije omgeving is een woning gelegen. De woning (Klein Zundertseweg 2) ligt op een afstand van ca. 26 meter van de perceelsgrens van het perceel RPN T 0979.
Door de beoogde ontwikkeling vinden er geen milieubelastende activiteiten plaats. Er kan gesteld worden dat het woon- en leefmilieu niet belemmerd wordt met de oprichting van een trayveld voor aardbeien.” In dit plan is vooral gekeken naar afstanden tussen de hoofdlocatie van het bedrijf (ten oosten van de Waterstraat) én een zuidelijk gelegen woning alsmede naar de ligging van het bedrijf ten opzichte van de noordelijk gelegen woning nr. 15/15a. In dit plan is woning nr. 17 niet meegenomen. De woning is al als burgerwoning bestemd. In de zienswijze refereert bezwaarmaker aan een afstand van 50 meter die hij destijds moest aanhouden tot huisnummer 50. Deze bewering lezen we echter nergens in het wijzigingsplan terug. We kunnen deze opmerking niet plaatsen. Bovendien ligt de hoofdlocatie van het bedrijf nr. 19, 35 meter van woning nr. 15a en op 70 meter van nr. 15. De nieuwe Ruimte voor Ruimte woning wordt op een afstand van minimaal 10 meter vanaf de perceelsgrens (de grens bij de tunnelkassen, ten westen van de Waterstraat) gebouwd. De concept-schets gaat uit van 12 a 15 meter van de kassen. De afstand tot de hoofdlocatie van het bedrijf bevat 35 meter.
In het onderhavig bestemmingsplan is het volgende opgenomen: “Temeer nu er reeds bestaande woningen, zoals met name burgerwoningen Waterstraat 17 en Puinbroekstraat 1, op een korte afstand van deze inrichtingen zijn gelegen, welke daarmee het toetsingskader vormen als het gaat om de toetsing van eventuele toekomstige ontwikkelingen van die inrichtingen, is milieuzonering niet een belemmerende factor. De inrichtingen hebben niet een negatieve uitstraling. Ook de naastgelegen tunnelkassen, die vanuit het ruimtelijk spoor weliswaar op voldoende afstand zijn gelegen zijn in deze overweging meegenomen. Uit de ingediende melding 2013 blijkt dat in deze tunnelkassen geen geluidsproducerende of andere activiteiten plaatsvinden waarvoor nader onderzoek in het kader van het milieuspoor nodig zouden zijn. Er is geen sprake van geluidsuitstraling die voor woningbouw belemmerend zou zijn. Enkel is hier een silo drain ontsmet installatie aanwezig. Aangezien er geen sprake is van open teelt, hoeft verder evenmin rekening te worden gehouden met spuitzones en drift.” De VNG-brochure geeft aan dat voor stof, geur en geluid tenminste 10 meter afstand moet worden gehouden van de overkappingen op het belendend perceel, als wordt uitgegaan van een gereduceerde richtafstand in gemengde gebieden.
3
Als de nieuwe woning wordt opgeschoven, zoals verzocht, kan hiermee niet langer de zichtlocatie van minimaal 150 meter worden geborgd, die voor de provincie en gemeente belangrijk is. Conclusie: De nieuwe woning heeft geen invloed op de (toekomstige) ontwikkelingen van het agrarisch teeltbedrijf. De woning wordt op voldoende afstand gebouwd van het belendend agrarisch perceel. Een goed woon- en leefklimaat wordt geborgd. De belangen zijn afgewogen. De omgevingsdialoog is zorgvuldig gevoerd, desondanks zonder consensus. Vóór de inspraakprocedure én recent is overleg gevoerd tussen initiatiefnemer en bezwaarmaker. De ingediende reactie is niet gegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. VOOROVERLEG 3. Provincie Noord-Brabant d.d. 28 maart 2022, ontvangst d.d. 28 maart 2022 Kenmerk: D22/1173119 Samenvatting ingediende reactie: 1. De provincie Noord-Brabant geeft in haar vooroverlegreactie aan dat zij medewerking verleent met het standpunt dat dit in deze (directe) omgeving de laatste ‘rode’ ontwikkeling is. Inhoudelijke reactie: 1. Wij danken de provincie voor haar reactie. Wij nemen de reactie voor kennisgeving aan. Conclusie: De reactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van bestemmingsplan.