CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07e. 1e Bestuursrapportage 2021 1

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 16 september 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel 1e Begrotingswijziging 2021 Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB)6.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pagina 1 van 20

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Algemeen ....................................................................................................................................3 1.1

Doel en functie bestuursrapportage ........................................................................................3

1.2

Aanbieding en resultaat...........................................................................................................3

1.3

Leeswijzer................................................................................................................................4

Ontwikkelingen/voortgang primaire proces .....................................................................................5 2.1

Voortgang primair proces ........................................................................................................5

2.2

Voortgang projecten ................................................................................................................9

2.3

Nieuwe ontwikkelingen ..........................................................................................................10

Bedrijfsvoering/ organisatie ...........................................................................................................12 3.1

Personeel en organisatie.......................................................................................................12

3.2

Informatisering en automatisering .........................................................................................13

3.4

Control ...................................................................................................................................13

Financiën .......................................................................................................................................14 4.1

Overzicht exploitatie 2021 .....................................................................................................14

4.2

Toelichting budgetten begroting 2021 ...................................................................................15

4.3

Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden.............................18

4.4

Deelnemersbijdrage ..............................................................................................................19

Pagina 2 van 20

1.

Algemeen

1.1

Doel en functie bestuursrapportage

De bestuursrapportage heeft als doel om uw Algemeen bestuur te informeren over de voortgang van de (voorgenomen) beleidsontwikkelingen, de zich eventueel aandienende ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsvoering en over eventuele afwijkingen tussen de werkelijke baten en lasten per 1 mei ten opzichte van de destijds vastgestelde ramingen. Door een dergelijke rapportage wordt uw Algemeen bestuur tussentijds op de hoogte gesteld van zich aandienende afwijkingen en ontwikkelingen, waardoor een tijdige bijstelling kan plaatsvinden. Tussentijdse bijstellingen in een bestuursrapportage kunnen een wijziging van de begroting tot gevolg hebben. Als dit een wijziging betreft van de totale bijdrage van de deelnemers, wordt de zienswijze procedure toegepast conform artikel 30 lid 8 van de gemeenschappelijke regeling BWB.

1.2

Aanbieding en resultaat

In deze bestuursrapportage zijn de resultaten over de eerste vier maanden van het begrotingsjaar 2021 afgezet tegen de ramingen van baten en lasten uit de primaire begroting 2021. Bij deze resultaten over de eerste vier maanden heeft ook ‘een doorkijk’ naar de rest van het jaar plaatsgevonden. Op basis daarvan is vervolgens beoordeeld of al dan niet een bijstelling van de ramingen dient plaats te vinden. Ten opzichte van de primaire begroting 2021 vindt er een bijstelling plaats die leidt tot een hogere totale deelnemersbijdrage met € 616.000. De belangrijkste ontwikkelingen die zorgen voor dit resultaat zijn: 

Hogere productieaantallen in algemene zin en specifiek op het gebied van het aantal objecten onder waardebezwaar

Hogere griffie- en proceskosten door inzet no cure no pay bureaus;

Daarnaast zijn de financiële effecten voortvloeiende uit de door uw Algemeen bestuur vastgestelde overgangsregeling als gevolg van de nieuwe kosten-verdeelsystematiek per 1 januari 2021 in deze bestuursrapportage verwerkt. Daarnaast zijn er enkele aandachtspunten en wordt aandacht geschonken aan de impact van het Corona-virus. Een toelichting hierop is te vinden in hoofdstuk 3 en 4. De voorliggende bestuursrapportage leidt tot een verhoging van de begroting van de BWB en daarmee tot een verhoging van de deelnemersbijdrage, In dat kader wordt een begrotingswijziging opgesteld. Op grond van artikel 30, lid 8 van de gemeenschappelijke regeling belastingsamenwerking West-Brabant wordt hierop de zienswijze procedure toegepast. Na definitieve vaststelling door het algemeen bestuur, na afloop van de zienswijze procedure, wordt deze begrotingswijziging aan het college van GS van Noord Brabant gezonden.

Pagina 3 van 20

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de voortgang van het primaire proces beschreven. Hierin worden ook de projecten apart toegelicht. Daarnaast worden in dit hoofdstuk ook nieuwe ontwikkelingen beschreven. In hoofdstuk 3 van deze bestuursrapportage is nader ingegaan op de stand van zaken, de voortgang en de zich aandienende ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsvoering en de organisatie in zijn algemeenheid. In hoofdstuk 4 is tenslotte gedetailleerd ingegaan op de financiële stand van zaken van de exploitatie 2021 en is waar nodig een toelichting gegeven.

Pagina 4 van 20

2.

Ontwikkelingen/voortgang primaire proces

In de begroting 2021 is in de diverse programma’s aangegeven welke ambities de BWB heeft. In deze eerste bestuursrapportage wordt de stand van zaken weergegeven per 1 mei 2021. Los van de mate waarin de ambities al dan niet gerealiseerd kunnen worden, geldt in meer algemene zin dat ook de BWB last heeft van de gevolgen van de Corona uitbraak begin 2020. De BWB heeft de uitvoering van haar werkzaamheden sinds half maart 2020 aangepast aan de maatregelen die het kabinet heeft voorgeschreven. Het personeel werkt sinds die tijd zoveel mogelijk thuis. Voor zover er automatiseringsmaatregelen nodig waren om de bedrijfsvoering te kunnen continueren, zijn deze versneld getroffen. Het werk in het primaire proces kan daardoor grotendeels doorgaan. Inpandige controles, opnames in de openbare ruimte, rechtszittingen, deurwaarderswerk en dergelijke zijn nog slechts beperkt mogelijk. Dat betekent dat er werkzaamheden blijven liggen totdat de maatregelen weer versoepeld zijn. Of die werkzaamheden op dat moment met de dan beschikbare capaciteit uitgevoerd kunnen worden is momenteel nog niet in te schatten. Omdat ook nog niet duidelijk is hoe lang de maatregelen nog zullen gelden, is het lastig nu al een indicatie van baten en lasten van de interne bedrijfsvoering te geven. In de 2e bestuursrapportage zal hier nader op worden ingegaan.

In het kader van de Corona-uitbraak zijn er een aantal maatregelen getroffen om ondernemers in deze tijden te ontzien. Zo is er uitstel van betaling verleend en worden aanslagen op verzoek van deelnemers later verstuurd. In het kader van de toeristenbelasting heeft het bestuur besloten om in afwijking van het reguliere proces de voorlopige aanslagen toeristenbelasting 2021 later in het jaar op te leggen en ook de berekeningsmethode aan te passen zodat meer recht wordt gedaan aan de gevolgen van Corona. Wat de totale gevolgen van de crisis uiteindelijk zullen zijn is nog niet aan te geven. De verwachting is dat hierop in de 2e bestuursrapportage kan worden ingegaan.

2.1

Voortgang primair proces

Aanslagen Het eerste kwartaal van het jaar zijn zoals gebruikelijk de grote runs met aanslagen (ozb/afval/riool etc.) zoveel mogelijk gecombineerd verzonden. Er is dit jaar niet voldaan aan de norm welke de waarderingskamer stelt dat 98% van de aanslagen voor 1 april moeten zijn verzonden. Dit komt onder meer door problemen met de verwerking van gegevens in onze nieuwe softwareapplicatie en de hierdoor ontstane achterstand in de herwaardering van woningen. Daarnaast is besloten om de WOZbeschikking en OZB-aanslag uit te stellen voor het vastgoed bij NIET-Woningen welke geraakt zijn door specifieke maatregelen als gevolg van COVID-19. Dit heeft dan ook tevens tot gevolg dat ook niet voldaan is aan de KPI dat op 28 februari van het lopende jaar 95% van de gecombineerde aanslagen verzonden moet zijn.

Corona Vanwege corona worden er ten aanzien van de uitvoering van de verscheidene belastingverordeningen diverse besluiten genomen door onze deelnemers. Sommige van deze besluiten hebben direct invloed

Pagina 5 van 20

op de planning (kohieren/controles) van dit kalenderjaar en daarom ook op het niet of later ontvangen van de belastingopbrengsten. Bezwaren Ten tijde van het opstellen van deze bestuursrapportage is helder dat het aantal bezwaren tegen de vastgestelde WOZ-waarde in 2021 hoger zal zijn dan in 2020 (in 2020 ruim 9.400 bezwaren). Exacte aantallen bezwaren zijn pas later in het jaar beschikbaar. Over de eerste vier maanden van het jaar staat de teller rond 10.000 objecten onder waardebezwaren en nu is al duidelijk dat er nog bezwaren binnen gaan komen. Daarmee komt onze verwachting uit dat er ten opzichte van het jaar 2020 een significante groei in het aantal objecten onder waardebezwaren zal zitten. Deze groei kent 2 oorzaken: De belangrijkste oorzaak is de groei van het aantal bezwaren ingediend door middel van No Cure No Pay-bureaus (NCNP). Deze bureaus spelen in op de mogelijkheden die de wet ze biedt en steeds meer burgers en organisatie maken gebruik van deze diensten. De tweede oorzaak is verandering in de manier van waarderen. Dit werd altijd op basis van inhoud gedaan en werd vorig jaar voor het eerst op basis van gebruiksoppervlak gedaan. Deze andere manier van waarderen heeft zijn effect op het aantal bezwaren wat erop volgt. Samen zorgen deze oorzaken dus voor een significante groei in het aantal objecten onder waardebezwaren.

In onderstaande tabel is het verloop van de objecten onder waardebezwaren weergegeven over de jaren 2018 tot en met 2021. 2021

2020

2019

2018

prognose WOZ-objecten

318.070

315.840

309.000

209.000

Objecten onder bezwaar

* 11.610

9.420

7.508

3.653

% aandeel WOZ-objecten

3,65%

2,98%

2,43%

1,75%

23%

25%

** 39 %

I - % gegrond verklaard

22,4%

36,6%

42,5%

II - % gegrond waarbij Vermindering WOZ-waarde met >10%

9,4%

17,7%

21,8%

II / I

41,9%

48,5%

51,3%

Objecten onder bezwaar & ingediend door NCNP

3.234

2.626

1.220

% van alle objecten onder bezwaar

37,5%

35,0%

33,0%

€ 504.500

€ 347.000

€ 281.000

142

170

109

% stijging per jaar

Uitbetaalde proceskostenvergoeding

€ 600.000

Beroepszaken

*

Exclusief 1.400 aantal objecten onder waardebezwaren binnen het project WOG

** Rekening houdend met uitbreiding van gemeente Breda

Interactieve voormelding Via het instrument van de voormelding kunnen belastingplichtigen zelf gegevens over hun pand controleren. Als de basisgegevens beter kloppen, kan een accuratere waardebepaling plaatsvinden. Tot een paar jaar geleden werd de mogelijkheid om een voormelding te doen op een vast moment in het jaar gepland. We waren voornemens om in 2020 de methodiek met voormeldingen uit te breiden. Mede vanwege de overgang naar een nieuwe belastingapplicatie is er gelet op de tijds- en kostenfactor voor gekozen om te wachten totdat de nieuwe applicatie volledig is ingevoerd.

Pagina 6 van 20

We verwachten dat we vanaf 2022 (en niet zoals eerder gemeld in 2021) met de interactieve voormelding - woningeigenaren in de gelegenheid zijn om het gehele jaar door gegevens van hun woning digitaal te controleren en te wijzigen. Met deze controle verbeteren de gegevens van de BWB, waardoor er een nog nauwkeurigere berekening van de WOZ-waarde uitgevoerd kan worden.

Nieuwe Rechtsbescherming Tegen beschikkingen over uitstel van betaling en kwijtschelding van belastingen is op dit moment alleen administratief beroep mogelijk. Eerst zou daarvoor vanaf 2019 bezwaar bij de invorderingsambtenaar en beroep bij de rechter in de plaats komen. Het ministerie van Financiën heeft aangegeven dat de nieuwe rechtsbescherming rondom Kwijtschelding in ieder geval niet voor 2023 in werking treedt. Tot die tijd is er geen toepassing van de Awb op uitstel van betaling en kwijtschelding.

Vereenvoudiging beslagvrije voet De vereenvoudiging beslagvrije voet is per 1 januari 2021 in werking getreden. Het uitgangspunt van deze wet is de introductie van een transparante, eenvoudig te controleren norm voor de berekening en vaststelling van de beslagvrije voet (bvv). Deze heldere norm zorgt voor bescherming van de schuldenaar omdat hiermee wordt voorkomen dat iemand onder het absolute bestaansminimum terecht komt. De beslagleggers moeten vanaf de inwerkingtreding op 1 januari 2021 van de wet deze bvv hanteren. Bij het vaststellen van de bvv moet de beslag-leggende partij gebruik maken van een rekenmodule zodat de berekening van de bvv op een uniforme wijze wordt gedaan. Een groot voordeel van deze rekenmodule is dat de beslag-leggende partij de basisgegevens voor de bvv niet meer zelf hoeft te verzamelen. De rekenmodule wordt door twee partijen aangeboden, namelijk het Inlichtingenbureau en de Stichting Netwerk Gerechtsdeurwaarders (SNG). Deze twee partijen maken gebruik van informatie uit de Basisregistratie Personen en de UWV Polis administratie. Daarnaast introduceert de wet de rol van coördinerend deurwaarder. De coördinerend deurwaarder krijgt verantwoordelijkheden met betrekking tot de berekening van de bvv, het innen en verdelen van betalingen en de communicatie richting schuldenaren, andere beslagleggers en inhoudingsplichtigen.

Welke impact deze wetswijziging heeft op het gehele invorderingsproces is op dit moment nog onvoldoende duidelijk. Hiervoor volgt op een later moment een evaluatie.

Digitaal beslag voertuigen Deze wetswijziging is 1 april 2021 in werking getreden en regelt dat de deurwaarder makkelijker beslag op een auto kan leggen. De deurwaarder kan van achter het bureau, via het kentekenregister, administratief beslag leggen op de auto, motor, brommer, caravan e.d. De deurwaarder hoeft dan niet meer op zoek naar het voertuig. Bijkomend voordeel is dat een potentiële koper in het kentekenregister

Pagina 7 van 20

kan zien dat er beslag op is gelegd. De benodigde wijzigingen in het proces zijn door BWB doorgevoerd en gerealiseerd.

Toeslagaffaire De regering heeft eind 2020 een oproep gedaan aan de lokale overheden om de schulden van de gedupeerden van de kindertoeslagaffaire kwijt te schelden. In januari heeft de VNG aan de betrokken ministeries een oproep gedaan om op de korte termijn met een duidelijke regeling te komen voor de schulden bij publieke en private schuldeisers. Tijdens een buitengewone ledenvergadering van de VNG in februari is een voorstel aangenomen op basis waarvan het VNG-bestuur met het Rijk afspraken gaat maken over de compensatie aan gemeenten en de uitvoeringsvraagstukken (juridisch, operationeel, ICT-technisch, gegevensuitwisseling) die aan de kwijtschelding van de gemeentelijke vorderingen ten grondslag liggen. Ook de Waterschappen hebben aangegeven gehoor te willen geven aan de oproep van staatssecretaris Van Huffelen om de openstaande belastingschulden kwijt te schelden, echter wel onder de voorwaarde dat het Rijk een compensatie verleend voor de belastingschulden die als gevolg van de toeslagenaffaire niet meer kunnen worden geïnd. Op dit moment is er nog geen uitsluitsel over de compensatie. Op 2 maart heeft de Eerste Kamer een amendement aangenomen dat regelt dat de invordering van schulden bij gedupeerde ouders 1 jaar wordt gepauzeerd (het zogenaamde moratorium). Gedupeerde ouders hebben zich hiervoor bij de Belastingdienst kunnen aanmelden.

De BWB ontvangt met enige regelmaat nieuwe bestanden van de belastingdienst van mensen die zich hebben aangemeld als gedupeerde. Na verwerking in de administratie informeert BWB middels een update de deelnemers (via de regiefunctionarissen) over de omvang van het totaalbedrag dat is opgeschort. De stand van zaken van de opgeschorte bedragen op dit moment is: Deelnemer

Maart 2021

April 2021

Mei 201

Totaal

5.916,10

16.054.28

Gemeente Bergen op Zoom

10.138,18

Gemeente Breda

15.824,94

500,46

9.946,88

26.272,28

Gemeente Dongen

1.714,15

783,33

1.183,65

3.681,13

Gemeente Etten leur

3.486,09

209,38

3,695,47

396,73

396,73

Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk

1.994,24

1.590,57

3.584,81

Gemeente Oosterhout

3.217,47

2.530,93

5.748,40

Gemeente Roosendaal

6.179,12

3.915,41

10.094,53

Gemeente Rucphen

479,94

35,13

515,07

1,391,88

1.379,73

2,771,61

Gemeente Woensdrecht Gemeente Zundert

204,38

204,38

Waterschap Brabantse delta

17.476,40

9.878,11

14.332,44

41.686,95

Totaal

62.106,79

11.161,90

41.436,95

114,705,64

Pagina 8 van 20

Subjectgericht invorderen Binnen het team Innen is afgelopen jaren ingezet op het subjectgericht invorderen. Deze werkwijze heeft zichzelf bewezen en laten zien dat het debiteurensaldo tussen 2015 en 2019 met 60% is afgenomen. De software die hiervoor ontwikkeld is om deze werkwijze te faciliteren is opgenomen in de aanbesteding. De leverancier heeft aangegeven dat het ontwikkelen van een koppeling met deze software meer tijd en geld kost dan de benodigde functionaliteit in het pakket zelf te ontwikkelen en integreren. Dit is een positieve ontwikkeling aangezien er hierdoor geen extra koppeling meer nodig is en alle benodigde functionaliteit in hetzelfde softwarepakket zitten.

2.2

Voortgang projecten

Zoals in de begroting is vermeld, worden er in 2021 werkzaamheden binnen de BWB uitgevoerd die buiten het kader van het normale werk vallen. Deze werkzaamheden zijn projectmatig opgepakt. In deze paragraaf wordt kort de stand van zaken van deze projecten beschreven.

Project transitie naar waarderen op gebruiksoppervlak Omschrijving project Het project voor de verplichte transitie naar waarderen op gebruiksoppervlak is opgedeeld in 5 fasen en loopt van medio 2018 tot en met 2021. Fase

Omschrijving

Periode

1

Voorbereiding

2018

2

Vullen gebruiksoppervlak

Nov 2018 – Mrt 2020

3

Waarderen op basis van gebruiksoppervlak

Apr 2020 – Dec 2020

4

Reguliere processen aanpassen

Jan 2019 – Dec 2020

5

Nazorg

2021

Vanaf fase 3 draait Breda mee in het BWB-plan. Voortgang project Fases 1 en 2 zijn afgerond Fase 3 Waarderen op basis van gebruiksoppervlak De WOZ-waardes van dit jaar zijn gebaseerd op gebruiksoppervlak. In juni worden de resterende beschikkingen verstuurd en daarmee wordt ook deze fase afgerond. Fase 4 Reguliere processen aanpassen. Dit betreft vooral de processen tussen BAG en WOZ. Het project heeft ertoe geleid dat het gebruiksoppervlak in de WOZ voor 85% gelijk is aan dat van de BAG. Voor de doorontwikkeling naar de samenhangende objectenregistratie is het noodzakelijk dat BAG en WOZ (en BGT) naadloos op elkaar aansluiten. Daarom is het belangrijk dat we die 85% minimaal behouden. De afspraken hierover

Pagina 9 van 20

worden in dit jaar stapsgewijs geïmplementeerd evenals de tooling om deze processen efficiënt uit te voeren. Fase 5 Nazorg Voor Roosendaal (proof of concept) leidde het project in 2020 tot een toename van het aantal woningbezwaren van 10 á 20%. Voor dit jaar is rekening gehouden met een toename ten gevolge van het project van 20% = afgerond 1.400 woningbezwaren. Met de voortgang van de inhoudelijke beoordeling van de bezwaren zal zich in de loop van 2021 aftekenen in hoeverre deze verwachting realiteit wordt. In de project begroting is rekening gehouden met de extra bezwaren.

Project implementatie bedrijfsapplicaties In november 2018 is het project “Aanbesteding applicaties” van start gegaan. Inmiddels is de implementatie van een financieel pakket afgerond, en volledig in gebruik genomen. Op dit moment zijn de implementaties van een belastingpakket en waarderingspakket nog deels lopend. Alle medewerkers werken inmiddels in de nieuwe pakketten, echter sommige onderdelen zijn nog niet in productie genomen. Voortgang project De belastingapplicatie is op 30 november 2020 door BWB deels in productie genomen. De grote aanslagenruns in het eerste kwartaal 2021 zijn met de nieuwe applicatie aangemaakt en verzonden. Voor het deel dat nog geïmplementeerd dient te worden is met de leverancier een planning afgesproken. Met de leverancier is een malusregeling afgesproken, waarmee de leverancier gekort wordt op de maandelijkse vergoeding bij het niet halen van deadlines. Er is geen wijziging van leverancier opgetreden bij de aanbesteding van het waarderingspakket. Echter is er wel sprake van een nieuwe koppeling met de nieuwe leverancier van het belastingpakket. De implementatie van deze koppeling is lopende volgens een afgesproken planning en zal in de loop van 2021 geheel zijn afgerond.

2.3

Nieuwe ontwikkelingen

Sinds het opstellen van de begroting 2020 hebben er zich diverse nieuwe ontwikkelingen voorgedaan, welke ook in het begrotingsjaar 2021 nog van toepassing zijn. Deze ontwikkelingen worden hieronder benoemd.

No Cure No Pay bureaus De BWB heeft vorig jaar een samenwerking opgezet met een aantal andere belastingsamenwerkingen in het land, waarbij werd ingezet op het samenstellen van een gezamenlijke uniforme aanpak voor de No Cure No Pay bureaus (hierna: NCNP-bureaus). Helaas is deze samenwerking ondanks de inzet van de BWB niet blijven bestaan. Het streven hierbij is echter wel gebleven: het verlagen van het percentage

Pagina 10 van 20

waarde-bezwaarschriften dat jaarlijks door de NCNP-bureaus wordt ingediend, waardoor de vergoeding van proceskosten kan dalen. In 2021 is er bij de aanslagen veel aandacht gevestigd op de mogelijkheid om direct bij de BWB-contact op te nemen met de taxateur en eventueel na dit contact een bezwaar in te dienen. We schatten in dat dit wel degelijk effect heeft gehad, maar desondanks ziet het er in navolging van 2020 nog niet naar uit dat het bedrag in de begroting 2021 opgenomen bedrag van € 300.000 toereikend zal zijn. Op basis van de huidige informatie moet zelfs rekening worden gehouden met een hoger bedrag van in 2020, toen het bedrag uiteindelijk ruim 0,5 miljoen euro bedroeg. In de deze bestuursrapportage wordt daarom het geraamde bedrag voor 2021 opgehoogd met een bedrag van € 300.000 tot een totaalbedrag van € 600.000.

Werkvoorraad bezwaren naheffing parkeerbelasting Breda (parkeerbezwaren) Begin 2020 is de scanauto ingevoerd in het proces naheffing parkeerbelasting. Dit heeft in de eerste maanden als gevolg gehad dat de werkvoorraad parkeerbezwaren enorm opliep. We hebben in het tweede deel van 2020 tijdelijk extra personeel aangenomen en een verbetering in de software doorgevoerd. Daardoor was de achterstand in de eerste maand van 2021 weggewerkt. De werkvoorraad is nu stabiel en er is geen sprake van achterstand. In oktober 2021 zal de behandeling van parkeerbezwaren van de gemeente Breda bij de BWB stoppen. De werkzaamheden zullen dan overgedragen worden aan een andere (nog onbekende) partij. Voor het personeel wat in dienst is en zich momenteel bezighoudt met parkeerbezwaren zal vanaf 2022 gestreefd worden om deze binnen de formatie elders in de BWB-organisatie structureel in te zetten.

Pagina 11 van 20

3.

Bedrijfsvoering/ organisatie

3.1

Personeel en organisatie

Inzet personeel bij project Waarderen op gebruiksoppervlakte De werving voor tijdelijk personeel is grotendeels achter de rug. Het vervolg van het project wordt grotendeels binnen de eigen capaciteit opgepakt. De aansturing van het project valt sinds begin 2021 weer onder het team Waarderen. Functiewaardering Voor 2021 wordt een herziening van de huidige functiewaardering (uit 2011) voorzien. Nieuwe functies en noodzakelijke wijzigingen zullen dan gewaardeerd worden. Het was al de bedoeling om dit in 2020 af te ronden, maar door capaciteitsgebrek is dit helaas niet gelukt en zal in 2021 alsnog worden opgepakt. Instroom – doorstroom – uitstroom In 2021 heeft de BWB te maken met een nog relatief beperkte groep collega’s die op grond van AOWleeftijd uitstroomt. In de opvolgende jaren zal er echter steeds een aantal medewerkers uitstromen. Dat vraagt voor een aantal functies om tijdige vervanging, wat niet altijd even eenvoudig is. Op onderdelen is het mogelijk om de werkzaamheden onder te brengen bij andere functies, waardoor vervanging niet nodig is. De afweging of vervanging noodzakelijk is wordt bij elke uitstroom nadrukkelijk gemaakt. Er is wel een ontwikkeling gaande waarin we zien dat meerdere medewerkers, wellicht mede als gevolg van Corona, overwegen om eerder te stoppen met werken dan op de AOW-datum.

Met enige regelmaat stromen medewerkers binnen de BWB door naar andere functies, of worden via detachering (gedeeltelijk) ingezet bij andere organisaties. Indien mogelijk wordt hieraan medewerking verleend. Dit levert wel vaak een vervangingsvraag op, welke, waar mogelijk, intern wordt ingevuld.

Werving & Selectie Niet alle vacatures zijn eenvoudig in te vullen. Veelal is sprake van een nichemarkt, waardoor de kennis buiten de BWB niet of nauwelijks aanwezig is. Als gevolg hiervan worden medewerkers intern opgeleid en wordt gewerkt met traineeprogramma’s. Daarnaast is het soms noodzakelijk om, bij verwachte uitstroom, bepaalde functies tijdelijk dubbel te bezetten om daarmee een gedegen overdracht van werk te bewerkstelligen. De BWB is relatief klein als organisatie, waardoor een aantal (sleutel)functies bezet worden door ‘eenpitters’. Dat maakt het geheel relatief kwetsbaar. Als gevolg van de corona-maatregelen worden dit soort kwetsbaarheden nog eens benadrukt.

Pagina 12 van 20

Verzuim Over de maanden januari tot en met april was het gemiddelde verzuimpercentage 7,9%. De meldingsfrequentie was 0,7 en de gemiddelde verzuimduur 12 dagen. Door de teammanagers wordt, samen met HR, intensief gestuurd op vermindering van verzuim. Loonontwikkeling De cao-onderhandelingen zijn nog niet afgerond, waardoor nog geen helderheid is over de te verwachten loonontwikkeling vanaf 2021. Ook zijn werkgevers in afwachting van eventuele afspraken over het verstrekken van een thuiswerkvergoeding aan medewerkers. Ook dit wordt besproken aan de cao-onderhandelingstafel.

3.2

Informatisering en automatisering

Baseline informatieveiligheid Om alle maatregelen uit de baseline blijvend in beeld te houden implementeert de BWB in 2021 een controletool, om integraal alle maatregelen rond privacy, archivering en informatieveiligheid te kunnen monitoren. Hierbij wordt het BIO normenkader aangehouden en is het BIO normenkader het uitgangspunt voor verdere uitbreiding van inrichting in de controletool.

3.4

Control

In 2020 is een start gemaakt met het professionaliseren van de administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB) van de BWB. In 2021 zal aan dit proces verder uitvoering worden gegeven. Hiervoor wordt momenteel ingezet om de interne controles op een gestructureerde manier binnen de organisatie te beleggen en de uitvoering daarvan te borgen. Het doel hiervan is in de eerste plaats om als organisatie beter in control te zijn, door processen te evalueren, risico’s te beheersen, en waar mogelijk verbeteringen door te voeren. Daarnaast draagt het bij aan het kunnen voldoen aan de eisen met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording. Met ingang van het verslagjaar 2021 is het namelijk het dagelijks bestuur van de BWB, en niet de accountant, dat een oordeel zal geven over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Hiertoe is in januari 2021 de nota “rechtmatigheidsverantwoording” door het Algemeen bestuur vastgesteld.

Pagina 13 van 20

4.

Financiën

4.1

Overzicht exploitatie 2021

Onderstaand wordt weergeven hoe de baten en lasten 2021 zich verhouden over geheel 2021. Op basis van de werkelijke cijfers over de periode januari tot en met april 2021 heeft er een extrapolatie plaatsgevonden die leiden tot een bijstelling van de begroting 2021. De bijstelling van de budgetten is gesplitst in een kolom reguliere bijstellingen en een kolom bijstellingen als gevolg van productieuitbreidingen.

Primaire begroting 2021 3.773.100

Bijstelling reguliere budgetten

Heffen

2.628.700

10.000

Innen

2.011.600

-/- 3.000

Subtotaal programma's

8.413.400

7.000

Kosten overhead

8.262.900

-/- 142.000

Projectkosten WoG

381.000

Treasury

10.000

Lasten Waarderen

Heffing vennootschapsbelasting Post onvoorzien

Bijstelling productieuitbreiding 650.000 65.000

Bijgesteld budget 4.423.100 2.703.700 2.008.600

715.000

9.135.400 8.120.900 381.000

1.000

11.000

0

0

75.000

75.000

Subtotaal overhead

8.728.900

-/- 141.000

0

8.587.900

Totaal lasten

17.142.300

-/- 134.000

715.000

17.723.300

Baten

Primaire begroting 2021

Bijstelling reguliere budgetten

Bijstelling reguliere budgetten

Bijgesteld budget

Waarderen

0

0

Heffen

0

0

Innen

6.000

6.000

Subtotaal programma's

6.000

6.000

Opbrengst overhead

365.000

Bijdragen project WoG

381.000

381.000

0

0

Treasury Bijdragen deelnemers

16.390.300

-/- 35.000

-/- 99.000

330.000

715.000

17.006.300

Heffing vennootschapsbelasting

0

0

Post onvoorzien

0

0

Subtotaal overhead

17.136.300

-/- 134.000

715.000

17.717.300

Totaal baten

17.142.300

-/- 134.000

715.000

17.723.300

Pagina 14 van 20

4.2

Toelichting budgetten begroting 2021

Algemeen De voorgaande tabel geeft aan dat er bijstellingen dienen plaats te vinden die leiden tot een wijziging van de totale deelnemersbijdrage. Deze bijstellingen zijn veelal autonome en onvermijdbare ontwikkelingen die ten tijde van het opstellen van de begroting 2021 nog niet bekend waren en bij de jaarrekening 2020 zichtbaar zijn geworden. Deze ontwikkelingen zijn ook integraal opgenomen in de begroting 2022. Productiewijzigingen

€ 715.000 N

Proceskosten waarden- en heffingsbezwaren (€ 265.000 N) De proceskosten van waarderebezwaren, welke ingediend worden door de no-cure-no-pay bureaus, laten al enkele jaren een forse stijging zien. In 2020 bedroegen de kosten al ruim 0,5 miljoen euro. Voor het jaar 2021 zullen de kosten door een nog hoger aantal bezwaren (zie ook tabel op pagina 6) zeker niet lager uitvallen. Daarnaast zorgt de nieuwe wijze van waarderen, namelijk waarderen op gebruiksoppervlakte eenmalig nog eens voor meerdere bewaren. Op grond daarvan worden de proceskosten voor het jaar 2021 ingeschat op een bedrag € 600.000. Dit betekent een nadeel van € 300.000 ten opzichte van de oorspronkelijke raming in de begroting 2021. Daartegenover vallen de proceskosten van heffen naar verwachting lager uit. Dit zou een voordeel opleveren van € 35.000. Hierdoor stijgen de proceskosten per saldo met € 265.000. In de begroting 2022 is voor proceskosten een raming opgenomen van € 500.000 en daarnaast is in de risicoparagraaf een bedrag € 400.000 extra meegenomen. De doelstelling is om de groei van het aantal bezwaren en daaruit voortvloeiend de proceskosten te stuiten. In 2021 worden hiervoor al stappen gezet. De verwachting is echter dat het resultaat niet direct zichtbaar zal zijn in dit jaar.

Personeelslasten (450.000 N) Zoals in deze bestuursrapportage al eerder aangegeven zullen de objecten onder waardebezwaar wederom fors stijgen ten opzichte van het vorige jaar. De prognose in de begroting 2022 dat een jaarlijkse stijging van ruim 20% is te verwachten is voor het jaar 2021 ook uitgekomen. Voor het 2021 worden ruim 11.600 bezwaren verwacht, zijnde een stijging van 2.200 stuks ofwel 23% ten opzichte van 2020. Het zal duidelijk zijn dat deze productie-uitbreiding extra personele lasten met zich meebrengt. In de begroting 2022 is door deze structurele productie-uitbreiding de formatie verhoogd met afgerond 9 fte ten opzichte van de formatie over 2020. Naast de hiervoor aangegeven productie-uitbreiding in verband met objecten onder waardebezwaren dient ook rekening te worden gehouden met een toename van het aantal, heffingsbezwaren, het aantal WOZ-objecten en de afwikkeling van de parkeerbezwaren. Om deze werkzaamheden tijdig en volledig af te kunnen werken in 2021 is extra personeel noodzakelijk. In totaal is voor werving dan wel inhuur van personeel een budget nodig van € 450.000.nodig.

Pagina 15 van 20

Overige wijzigingen

€ 99.000 V

Afschrijvingskosten (€ 125.000 V) De afschrijvingslasten zijn gebaseerd op de in eerdere jaren ontstane activa. Tijdens het opstellen van de begroting van 2021 is ervan uitgegaan dat het investeringskrediet in 2020 volledig zou zijn afgerond. Dit is niet gebeurd waardoor de aanschaf en afschrijvingskosten van automatisering € 122.000 lager uitvallen. Ook zijn er in 2020 enkele activa gedesinvesteerd waarvoor eerder nog afschrijvingskosten begroot waren. Daarnaast valt de afschrijving van de scanbus lager uit (€ 3.000) aangezien één post afgelopen jaar volledig is afgeschreven. De totale afschrijvingskosten vallen hierdoor met € 125.000 lager uit dan verwacht. Kosten inkoopbureau (€ 40.000 V) In het verleden werd het inkoopbeleid uitbesteed aan het inkoopbureau. Vorig jaar is besloten deze werkzaamheden binnen de BWB zelf uit te voeren, waardoor de begrote kostenpost van € 40.000 komt te vervallen. Uitstroomkosten (€ 50.000 N) Vorig jaar is de post uitstroom hoger uitgevallen door de wijziging van wet-/ regelgeving omtrent transitievergoedingen en het vertrek van enkele medewerkers. De verwachting is dat dit de komende jaren ook gaat gebeuren. In de begroting 2022 is hier al rekening mee gehouden en om in dezelfde lijn door te gaan dient ook voor 2021 het begrote bedrag aangepast te worden.

Dit betekent dat het budget verhoogd wordt met € 50.000 waardoor er € 80.000 beschikbaar komt voor uitstroom 2021. Bijdrage personeel (€ 15.000 N) Er wordt naar verwachting dit jaar minder gedetacheerd dan de voorgaande jaren, met als gevolg minder detacheringsopbrengsten. Hierdoor vallen de opbrengsten lager uit, zoals ook geschetst in de begroting van 2022. De bijstelling is € 15.000 lager, waardoor er een opbrengst wordt begroot van € 60.000. Treasury kosten (€ 1.000 N) De werkelijke rentekosten vallen naar verwachting € 1.000 hoger uit dan begroot.

Interne wijzigingen Er vinden nog enkele interne verschuivingen van budgetten plaats zonder dat dit invloed heeft op de totale kosten en de deelnemersbijdragen. De belangrijkste worden hieronder kort toegelicht: a. Gratificaties, toelages en uitkeringen In het verleden werden gratificaties, toelages zoals een markt-, arbeids- en functioneringstoelage en uitkeringen zoals jubilea verantwoord binnen het personeelsbudget. Aangezien deze kosten jaarlijks fluctueren en gemonitord dienen te worden, is besloten deze apart te begroten. Hierdoor worden de

Pagina 16 van 20

loonkosten met € 50.000 verlaagd en is een afzonderlijke raming van € 50.000 opgenomen voor gratificaties, toelages en uitkeringen. b.

Garantiesalarissen personeel

De garantiesalarissen voor 2021 vallen naar verwachting € 20.000 lager uit. Hiertegenover daalt ook de bijdrage die ontvangen wordt van de deelnemers voor de garantiesalarissen met hetzelfde bedrag.

Pagina 17 van 20

4.3

Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden.

Naast de huidige cijfers zijn er echter nog enkele aandachtspunten c.q. risicofactoren waarvoor in deze 1e bestuursrapportage nog geen financiële vertaling plaatsvindt. a. Gevolgen Covid 19 De (financiële) gevolgen van Covid 19 worden nog niet meegenomen in de bestuursrapportage. Deze gevolgen zijn nu, maar deels in beeld te brengen door de gestelde onzekerheid. Zo is nog onvoldoende bekend of bijvoorbeeld thuiswerken de norm zal blijven en dus hoeveel lager de deurwaarders kosten uitvallen en juist de automatiseringskosten toenemen. Deze wijzigingen worden dan ook waar mogelijk pas meegenomen in de tweede bestuursrapportage b. Implementatie Belastingapplicatie Afgelopen jaar heeft voor de BWB in het teken gestaan van de implementatie van de nieuwe belastingsoftware. Dit heeft geresulteerd in de livegang van de nieuwe software in december 2020. Implementaties zoals deze vragen ook na de livegang altijd nog veel inzet en inspanning om de software aan te laten sluiten bij het vastgestelde beleid en de bestaande richtlijnen. De praktijk op dit moment laat zien dat de medewerkers de nieuwe processen eigen moeten maken en er regelmatig nog aanpassingen en wijzigingen moeten worden doorgevoerd.

De reguliere productie kost in beginsel meer inspanning in de vorm van het eigen maken van de nieuwe werkwijze en de eventuele benodigde aanpassingen om te komen tot een kwalitatief goed eindproduct. De BWB prioriteert telkens waar de beschikbare capaciteit op moet worden ingezet. Wijzigingen in de planning is hierbij niet altijd te voorkomen. Voor de onderdelen in de planning die niet gewijzigd kunnen worden kan de inzet van externe capaciteit noodzakelijk zijn. c. Cao-resultaten De onderhandelingen over de cao’s zijn nog niet afgerond. Hierdoor kunnen de loonkosten nog niet worden aangepast op de nieuwe cao-afspraken over 2021. De loonkosten blijven daarom nog steeds gebaseerd op de begrote 2,7%-loonstijging. In de nieuw af te spreken cao wordt mogelijk rekening gehouden met een thuiswerkvergoeding. Hiertegenover staat wel dat de woonwerkkosten lager zal uitvallen. Dit alles zorgt ervoor dat er nu nog geen wijzigingen hebben plaats gevonden in de voorliggende bestuursrapportage. Deze worden meegenomen in de tweede bestuursrapportage, mits de onderhandelingen dan wel zijn afgerond.

Pagina 18 van 20

4.4

Deelnemersbijdrage

Zoals in paragraaf 4.1 is aangegeven stijgt de deelnemersbijdrage met een bedrag van € 616.000. De effecten hiervan voor de individuele deelnemers zijn in onderstaande tabel weergegeven. Overgangsregeling 2021-2022 In de vergadering van 30 oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur ingestemd met een overgangsregeling in verband met de invoering van de nieuwe kostenverdeel-systematiek, welke in werking is getreden per 1 januari 2021. De financiële herverdeeleffecten van de nieuwe systematiek zijn destijds gecalculeerd op een bedrag van afgerond € 475.000. Afgesproken is om 66% van dit herverdeeleffect te corrigeren op de deelnemersbijdrage 2021 en in de begroting 2022 nog 33% te corrigeren op de deelnemersbijdrage. Vanaf de begroting 2023 wordt de deelnemersbijdrage integraal in rekening gebracht op basis van de nieuwe kostenverdeel-systematiek. De effecten van de overgangsregeling over 2021 zijn eveneens in onderstaande tabel opgenomen. Deelnemers

Bijdrage 2021

Herziene bijdrage 2021

Bergen op Zoom

1.406.100

1.403.200

Breda

3.594.100

Dongen

Verschil

Overgangsregeling

Bijdrage 2021 incl overg. reg

Verschil, incl overg. reg

2.900 V

5.400 V

1.397.800

8.300 V

4.134.700

540.600 N

217.800 V

3.916.900

322.800 N

415.600

445.700

30.100 N

42.900 N

488.600

73.000 N

Etten-Leur

796.600

827.700

31.100 N

27.500 N

855.200

58.600 N

Halderberge

534.400

538.900

4.500 N

37.500 N

576.400

42.000 N

Moerdijk

837.700

885.900

48.200 N

36.200 N

922.100

84.400 N

Oosterhout

1.086.000

1.057.600

28.400 V

51.600 N

1.109.200

23.200 N

Roosendaal

1.511.300

1.586.800

75.500 N

46.200 N

1.633.000

121.700 N

Rucphen

387.800

373.300

14.500 V

36.200 N

409.500

21.700 N

Woensdrecht

442.100

446.600

4.500 N

24.800 N

471.400

29.300 N

Zundert

441.800

474.500

32.700 N

17.400 N

491.900

50.100 N

Brabantse Delta

4.936.800

4.831.400

105.400 V

97.100 V

4.734.300

202.500 V

Totaal

16.390.300

17.006.300

616.000 N

0

17.006.300

616.000 N

NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte van 2021 zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer. Een hogere bijdrage betekent uiteraard voor de BWB een voordeel.

Pagina 19 van 20

Analyse verschillen per deelnemer De mutaties van de deelnemersbijdragen laten onderling grote verschillen zien. Dit beeld is identiek aan de verschillen die zijn gepresenteerd bij de onlangs vastgestelde begroting 2022. Dit is ook verklaarbaar omdat de in de begroting 2022 gepresenteerde productiestijgingen en de daaruit voortvloeiende kosten zijn gestart in 2021. Evenals bij de begroting 2022 wordt het overgrote deel van de kostenstijgingen in deze bestuursrapportage veroorzaakt door de forse stijging van het aantal objecten onder waarde-bezwaren (zowel hogere proces /griffiekosten als hogere loonkosten). Aangezien het Waterschap geen bijdrage levert aan het proces Waarderen betekent dit voor hen een fors lagere deelnemersbijdrage. De verschillen tussen de bijdragen van de gemeentelijke deelnemers worden nagenoeg volledig veroorzaakt door het verschil in aantal objecten onder waardebezwaren ten opzichte van de in de begroting 2021 geraamde aantallen, zoals blijkt uit onderstaande tabel. Deelnemer

Aantallen

Huidige

begr 2021

aantallen

964

1.070

11 %

Gemeente Breda

3.527

5.860

66 %

Gemeente Dongen

168

310

85 %

Gemeente Etten Leur

517

670

30 %

Gemeente Halderberge

235

300

28 %

Gemeente Moerdijk

376

630

68 %

Gemeente Oosterhout

676

670

-/- 1%

Gemeente Roosendaal

734

1.160

58 %

Gemeente Rucphen

219

200

-/- 9 %

Gemeente Woensdrecht

249

310

24 %

Gemeente Zundert

270

430

59 %

7.935

11.610

Gemeente Bergen op Zoom

Totaal

Pagina 20 van 20

% stijging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10481894/1