CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07d Bijlage 2. Wijzigingenoverzicht GR BWB 9e -10e wijziging

gemeenteraad 11 februari 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel 10e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) (toestemmingsbesluit)4.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingenoverzicht Gemeenschappelijke Regeling BWB (9e → 10e wijziging) Overzicht van de verschillen tussen de 9e en 10e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Oud (9e wijziging) Artikel 4 In het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden de belangen van de deelnemers, elk voor zover het hun grondgebied betreft, behartigd op het gebied van raden Artikel 7 2.Met ambtenaar als bedoeld in het eerste lid worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van de BWB werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Artikel 8 lid 3: Zodra een lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders dat het lid heeft aangewezen, eindigt ook het lidmaatschap van het algemeen bestuur, en wordt door het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente binnen 8 weken een nieuw lid aangewezen. Artikel 9 lid 3: De deuren kunnen worden gesloten wanneer ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

Artikel 11 – Informatieplicht: 1.Het algemeen bestuur geeft aan het dagelijks bestuur van het waterschap, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en de gemeenteraden gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang.2.Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt.

Nieuw (10e wijziging) Artikel 4 In het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden de belangen van de deelnemers, elk voor zover het hun grondgebied betreft, behartigd op het gebied van 2.Met ambtenaar als bedoeld in het eerste lid worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van de BWB werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Toelichting Het woord raden hoort hier niet te staan.

Artikel 8 lid 2: Zodra een lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders dat het lid heeft aangewezen, eindigt ook het lidmaatschap van het algemeen bestuur, en wordt door het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen. — (lid vervallen)

De vaste termijn 'binnen 8 weken' is vervangen door 'zo spoedig mogelijk'.

Artikel 11 – Actieve informatieplicht: 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, danwel een afzonderlijk lid daarvan, verstrekken de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap tijdig alle informatie die zij nodig hebben voor een goede uitoefening van hun taak. 2. Op verzoek van één of meer leden van de raden of van het algemeen bestuur van het waterschap verstrekt het algemeen bestuur de gewenste inlichtingen. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek, schriftelijk of

De titel en inhoud zijn gewijzigd van 'Informatieplicht' naar 'Actieve informatieplicht'; de tekst is geheel herschreven.

Tekst aangepast

Lid 3 is vervallen; de regeling bevat geen bepaling meer over besloten vergaderingen. Vergaderingen zijn standaard openbaar; geheimhouding wordt geregeld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

3.Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het dagelijks bestuur en algemeen bestuur van het waterschap, de gemeenteraden en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dat dagelijks bestuur of college, of een of meer leden daarvan, worden verlangd.

Artikel 14 lid 1–2: 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden, waaronder een voorzitter. 2.De samenstelling van het dagelijks bestuur is als volgt: a. eén lid namens het waterschap; b. één lid namens de gemeenten >100.000 inwoners: c. één lid namens de gemeenten >30.000 en <100.000 inwoners; d. één lid namens de gemeenten <30.000 inwoners.

Artikel 18 Bevoegdheden van het dagelijks bestuur Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 66 lid 1 van de wet, onder meer: a.het nemen van conservatoire maatregelen; b.het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep, behoudens de in de Gemeentewet en Waterschapswet in combinatie met de Algemene wet inzake rijksbelastingen en/of de Invorderingswet 1990 rechtstreeks aan de heffingsambtenaar of invorderingsambtenaar geattribueerde bevoegdheden; c.benoeming, schorsing en ontslag van het personeel van de BWB, met uitzondering van de directeur; d.het regelen van de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de directeur en het personeel met inachtneming van het bepaalde in artikel 29 lid 2 van deze regeling; e.uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen,

digitaal verstrekt door het dagelijks bestuur, tenzij uitdrukkelijk wordt verzocht om beantwoording door het algemeen bestuur of de voorzitter. 3. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 4. De actieve informatieplicht aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het Waterschap behelst een tijdige en compacte informatievoorziening, toegespitst op wat voor de raden en het algemeen bestuur relevant is. . Artikel 14 lid 1-2 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, waaronder een voorzitter. 2.De samenstelling van het dagelijks bestuur is als volgt: a. eén lid namens het waterschap; b. één lid namens de gemeenten >100.000 inwoners: c. ten minste één lid namens de gemeenten >50.000 en <100.000 inwoners; d. ten minste één lid namens de gemeenten <50.000 inwoners. Artikel 18 Bevoegdheden van het dagelijks bestuur Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 66 lid 1 van de wet, onder meer: a. het nemen van conservatoire maatregelen; b. het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep, behoudens de in de Gemeentewet en Waterschapswet in combinatie met de Algemene wet inzake rijksbelastingen en/of de Invorderingswet 1990 rechtstreeks aan de heffingsambtenaar of invorderingsambtenaar geattribueerde bevoegdheden; c.

benoeming, schorsing en ontslag van het personeel van de BWB d. het regelen van de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de directeur en het personeel met inachtneming van het bepaalde in artikel 29 lid 2 van deze regeling; e. uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet

Het aantal leden is gewijzigd van 4 naar 5 en de inwonercategorieën zijn aangepast.

-

De doorgestreepte onderdelen n en o zijn verwijderd. Onder C. is de uitzonderingspositie van de directeur verwijderd. De directeur behoort hiermee tot het personeel en benoeming, schorsing en ontslag valt daardoor onder de bevoegdheden van het dagelijks bestuur.

de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuur van ’s Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van de deelnemers; f.de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BWB als heffingsambtenaar en als invorderingsambtenaar; g.de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BWB of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder; h.het aanwijzen van een of meer ambtenaren van de BWB als ambtenaar van de BWB als bedoeld in artikel 1 onder k; i.het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BWB en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden; j.het stellen van beleidsregels en nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van de belastingen; k.het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten; l.het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de BWB, voor zover passend binnen de vastgestelde begroting; m.het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen.

verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuur van ’s Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van de deelnemers; f.de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BWB als heffingsambtenaar en als invorderingsambtenaar; g.de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BWB of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder; h. het aanwijzen van een of meer ambtenaren van de BWB als ambtenaar van de BWB als bedoeld in artikel 1 onder k; i. het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BWB en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden; j. het stellen van beleidsregels en nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van de belastingen; k. het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten; l. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de BWB, voor zover passend binnen de vastgestelde begroting; m. het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen.

Artikel 29 1.De BWB heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur. 2.Het algemeen bestuur bepaalt welke sectorale arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is op het personeel van de BWB. 3.De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur. 4.De overige ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.

Artikel 29 1.De BWB heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur. 2.Het algemeen bestuur bepaalt welke sectorale arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is op het personeel van de BWB. 3. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het aanstellen van personeel via een arbeidsovereenkomst. Ook mag het dagelijks bestuur personeel schorsen of ontslaan. 4.Het dagelijks bestuur stelt de bezoldiging vast van het personeel. 5.De BWB heeft ten behoeve van de medezeggenschap van de werknemers een

Het 3e lid is verwijderd. De tekst is herschreven omdat het personeel werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst (en niet meer op basis van een eenzijdige aanstelling) en wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. Er geldt geen uitzonderingspositie voor de directeur.

5.Het dagelijks bestuur stelt de bezoldiging vast van de directeur en het overige personeel. 6.De BWB heeft ten behoeve van de medezeggenschap van de werknemers een ondernemingsraad op basis van de Wet op de ondernemingsraden.

ondernemingsraad op basis van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 30 Vaststellen begroting 1.’Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast. 2.’Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap 3.Het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting hun zienswijze inbrengen bij het dagelijks bestuur. 4.De ontwerpbegroting wordt door de zorg van ieder der deelnemers voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid van de Gemeentewet en artikel 100, tweede en derde lid van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. 5.Het dagelijks bestuur legt de ingekomen zienswijzen met zijn schriftelijke en gemotiveerde advies hierover samen met de ontwerpbegroting ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur. 6.Nadat de begroting is vastgesteld zendt het dagelijks bestuur de begroting aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten. 7.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan het college van gedeputeerde staten.

8.Het bepaalde in het tweede tot en met het zevende lid is voor zover mogelijk ook van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 9.Het bepaalde in lid acht is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de omvang van het totaalbedrag, de

Artikel 30 Vaststellen begroting 1.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast. 2.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting bij voorkeur voor 1 april van het in het eerste lid genoemde jaar toe aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten en het Waterschap voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. Het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting hun zienswijze inbrengen bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5.Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt 6.Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten.

7.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan het college van gedeputeerde staten. 8.Het bepaalde in het tweede tot en met het zevende lid is voor zover mogelijk ook van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

De tekst is geheel herzien. De twaalf weken termijn is vervangen door een streefdatum van 1 april. De zienswijzesystematiek is aangepast: Het 10e lid, aangaande de mogelijkheid om bij individuele aanzienlijke wijziging van de bijdrage voor een deelnemer, waarbij de omvang van het totaalbedrag niet wijzigt, om een zienswijzeprocedure kan verzoeken, is vervallen.

som van de bijdragen van de deelnemers, geen wijziging wordt gebracht. Indien de vorige volzin van toepassing is, wordt de wijziging van de begroting na de vaststelling door het algemeen bestuur ter kennisname aan het algemeen bestuur van het waterschap, de raden van de gemeenten en gedeputeerde staten gebracht. 10.Het algemeen bestuur kan indien de omvang van het totaalbedrag als bedoeld in lid 9 niet wijzigt, in afwijking van lid 9, besluiten dat lid 8 wordt toegepast als sprake is van een aanzienlijke wijziging van een bijdrage voor een deelnemer en deze deelnemer verzoekt om toepassing van de zienswijze procedure als bedoeld in lid 8. (geen lid 4 in oude tekst)

Artikel 32 lid 2: Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. Artikel 32 (geen lid 7 en 8 in oude tekst)

9.Het bepaalde in het achtste lid is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij de omvang van de totale bijdragen van de deelnemers, gelijk blijft of wordt verlaagd. Indien de vorige volzin van toepassing is, wordt de wijziging van de begroting na de vaststelling door het algemeen bestuur ter kennisname aan het algemeen bestuur van het waterschap, de raden van de gemeenten en gedeputeerde staten gebracht. 10. Indien de ‘Nota verbonden partijen en overige samenwerking West-Brabant andere termijnen voorschrijft dan de in dit artikel genoemde termijnen, dan hanteren wij de termijnen uit de Nota verbonden partijen en overige samenwerking West-Brabant. Artikel 31 lid 4: Over de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage wordt het algemeen bestuur tussentijds gerapporteerd via bestuursrapportage(s). Het algemeen bestuur wordt het besluit voorgelegd of de inzichtelijk gemaakte verschillen wel of niet worden verrekend met de deelnemers, verrekening wordt apart gefactureerd (credit of debit factuur) en leidt niet tot een aanpassing van de voorschotten zoals genoemd in lid 3.

Artikel 32 lid 2: Het dagelijks bestuur zendt, na behandeling door het algemeen bestuur, vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. Artikel 32 lid 7 en 8: 7. Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en het algemeen bestuur van het waterschap voorgelegd 8. Indien de Nota verbonden partijen en overige samenwerking West-Brabant andere termijnen voorschrijft dan de in dit artikel genoemde termijnen, dan hanteren wij de termijnen uit de Nota verbonden partijen en overige samenwerking West-Brabant.

Nieuw lid 4 toegevoegd aan artikel 31.

Toegevoegd dat verzending plaatsvindt na behandeling door het algemeen bestuur.

Nieuw lid 7 en 8 toegevoegd.

Artikel 37: 1.Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2.Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling uit te treden. 3.Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht genomen. 4.Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 5.Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden stuurt, na verkregen toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap respectievelijk de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven aan het dagelijks bestuur. 6.Het dagelijks bestuur maakt dit voornemen tot uittreding onmiddellijk bekend bij het algemeen bestuur en de dagelijkse besturen van de deelnemers. 7.Indien een deelnemer overeenkomstig het bepaalde in lid 5 van dit artikel zijn voornemen tot uittreding kenbaar heeft gemaakt, stelt het algemeen bestuur voor de datum van uittreding het schadebedrag vast. 8.Het schadebedrag wordt gesteld op driemaal de jaarbijdrage. 9.De uittredende deelnemer is gehouden het vastgestelde schadebedrag binnen 6 maanden na de uittredingsdatum te voldoen aan de BWB. 10.Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing indien de uittreding van een deelnemer betrekking heeft op een of meer van de deeltaken WOZ, heffen, innen en of BAG.

11.Bij het uittreden van een deelnemer voor een of meer deeltaken, kan het college van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur van de BWB besluiten dat de BWB de bevoegdheid blijft behouden voor het uitvoeren van een of meer deeltaken op basis van de tot de uittredingsdatum geldende verordeningen van de uittredende deelnemer.

Artikel 37: 1.Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2.Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling uit te treden. 3.Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht genomen, gerekend vanaf het moment van ontvangst van het uittredingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders respectievelijk het dagelijks bestuur van het waterschap. 4.Uittreding uit de regeling vindt steeds plaats per 1 januari met inachtneming van de opzegtermijn uit het vorige lid. 5.Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden stuurt, na verkregen toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap respectievelijk de gemeenteraad, zijn besluit tot uittreding bij aangetekend schrijven aan het dagelijks bestuur. 6.Het dagelijks bestuur maakt dit besluit tot uittreding onmiddellijk bekend bij het algemeen bestuur en de dagelijkse besturen van de deelnemers. 7.Indien een deelnemer overeenkomstig het bepaalde in lid 5 van dit artikel zijn besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt, stelt het algemeen bestuur uiterlijk 16 weken voor de datum van uittreding het schadebedrag vast en de financiële en personele gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling. 8.Het schadebedrag wordt gesteld op: a.

In jaar 1 na uittreding: 100% van de jaarbijdrage zoals vastgesteld in jaarrekening in het jaar waarin het verzoek tot uittreding is ontvangen, te betalen in vier gelijke termijnen, vóór 16 januari, vóór 16 april, vóór 16 juli en vóór 16 oktober. b. In jaar 2 na uittreding: 66% van de jaarbijdrage zoals vastgesteld in jaarrekening in het jaar waarin het verzoek tot uittreding is ontvangen, te betalen in vier gelijke termijnen vóór 16 januari, vóór 16 april, vóór 16 juli en vóór 16 oktober. c. In jaar 3 na uittreding: 33% van de jaarbijdrage zoals vastgesteld in jaarrekening in het jaar waarin het verzoek tot uittreding is, te betalen

De vaste factor driemaal de jaarbijdrage is vervangen door een gefaseerde regeling (100%, 66%, 33%), aangevuld met bepalingen over financiële/personele gevolgen en een nieuwe bepaling voor deeltaken.

Artikel 38 Wijziging van de regeling, evaluatie 1.De regeling kan door de deelnemers worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur van de BWB, maar ook het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen het algemeen bestuur oproepen om een wijzigingsvoorstel vast te stellen. Het algemeen bestuur kan vervolgens bepalen dat het dagelijks bestuur de deelnemers eerst om hun schriftelijke en gemotiveerde zienswijze over een beoogde wijziging vraagt, voordat de deelnemers besluiten over het voorstel tot wijziging. 2.Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging en het advies van het algemeen bestuur daarover toe en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit over de voorgestelde wijziging. Van hun besluit stellen de deelnemers het dagelijks bestuur schriftelijk in kennis. 3.Het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van het algemeen bestuur van het waterschap dan wel de raden van de gemeenten.

in vier gelijke termijnen vóór 16 januari, vóór 16 april, vóór 16 juli en vóór 16 oktober. 9.Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing indien de uittreding van een deelnemer betrekking heeft op een of meer van de deeltaken WOZ, heffen, innen en of BAG, met dien verstande dat het schadebedrag wordt gesteld op 200% van het deel van de jaarbijdrage die ziet op de deeltaak, waarbij het schadebedrag wordt betaald in vier gelijke termijnen, vóór 16 januari, vóór 16 april, vóór 16 juli en vóór 16 oktober. 10.Bij het uittreden van een deelnemer voor een of meer deeltaken, kunnen het college danwel het dagelijks bestuur van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur van de BWB besluiten dat de BWB de bevoegdheid blijft behouden voor het uitvoeren van die deeltaken op basis van de tot de uittredingsdatum geldende verordeningen van de uittredende deelnemer. Artikel 38 Wijziging van de regeling, evaluatie 1.De regeling kan door de deelnemers worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur van de BWB, maar ook het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen het algemeen bestuur oproepen om een wijzigingsvoorstel vast te stellen.

2.Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging en het advies van het algemeen bestuur daarover toe en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit over de voorgestelde wijziging. Van hun besluit stellen de deelnemers het dagelijks bestuur schriftelijk in kennis. 3.Het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van het algemeen bestuur van het waterschap dan wel de raden van de gemeenten. 4.Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer tweederde van de deelnemers op de wijze als vermeld in het tweede lid zich daarvoor heeft verklaard. 5.In afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 31 lid 2

1e en 6e lid herschreven. De zienswijzeprocedure uit het 1e lid is niet optioneel, maar wettelijk vastgelegd. Toegevoegd mogelijkheid om af te zien van evaluatie bij meerderheid van raden en AB waterschap.

4.Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer tweederde van de deelnemers op de wijze als vermeld in lid 2 zich daarvoor heeft verklaard. 5.In afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 31 lid 2 en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling. 6. De werkwijze en het functioneren van de BWB worden vierjaarlijks geëvalueerd. Op voorstel van het algemeen bestuur kan tussentijds tot een evaluatie worden overgegaan.

en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling. 6. De werkwijze en het functioneren van de BWB worden vierjaarlijks geëvalueerd. Op voorstel van het algemeen bestuur kan tussentijds tot een evaluatie worden overgegaan, tenzij een meerderheid van de raden van de deelnemers en het algemeen bestuur van het waterschap besluit af te zien van een evaluatie.

Artikel 40 Archief 1.Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de BWB overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften. 2.De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 3.Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te brengen bescheiden wijst het dagelijks bestuur een Bewaarplaats aan.

Artikel 40 Archief 1.Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de BWB overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften. 2.De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 3.Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te brengen bescheiden wijst het dagelijks bestuur een Bewaarplaats aan. 4. In de archiefverordening BWB zijn nadere regels opgenomen met betrekking tot het bepaalde in de voorgaande leden.

De archiefverordening BWB is als vermelding toegevoegd in het 4e lid.

Artikel 42 Participatie 1. Belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers en het algemeen bestuur van het waterschap betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.

Artikel 42 Participatie 1. Belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers en het dagelijks en het algemeen bestuur van het waterschap betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.

Dagelijks bestuur toegevoegd aan het 1e lid.

Artikel 45: 1.De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende op die waarop het dagelijks bestuur van het Waterschap Brabantse Delta en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bergen op Zoom, Breda, Etten-Leur, Oosterhout en Roosendaal hun besluit tot het aangaan van de regeling gezamenlijk hebben bekend gemaakt. 2.De bevoegdheden van het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BB

Artikel 45: De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag volgend op de dag waarop het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur het besluit tot het wijzigen van de regeling bekend heeft gemaakt.

-De gezamenlijke bekendmaking is vervangen door bekendmaking door het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur conform de praktijk. -Overbodige artikelen uit de beginperiode zijn geschrapt.

en de belastingdeurwaarder hebben betrekking op de bevoegdheden met betrekking tot belastbare feiten die zich voordoen vanaf het belastingjaar 2012. 3.Ten aanzien van belastbare feiten, die betrekking hebben op de belastingjaren vóór 2012, kunnen het dagelijks bestuur en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers bij afzonderlijke besluiten de bevoegdheden tot heffing en invordering aan het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BWB en de belastingdeurwaarder van de BWB opdragen. Artikel 46 Eerste aanwijzing bestuursleden Binnen één maand na het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling wijzen de dagelijkse besturen en colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers op grond van artikel 6 de leden en plaatsvervangend leden van het algemeen bestuur aan. Artikel 48 Inzending regeling Het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta wordt belast met de inzending van deze regeling aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant.

Vervallen

Artikel is niet meer relevant.

Artikel 47 Inschrijving in register Het dagelijks bestuur zorgt voor de inschrijving van de regeling in het register gemeenschappelijke regelingen.

Update naar huidige situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16571313/1