CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07c Ruimtelijke onderbouwing incl. bijlagen d.d. 19-04-2023 1

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 13 september 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Sint Antoniusstraat 32 te Schijf28.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing Sint Antoniusstraat 32 Schijf Gemeente Rucphen

datum projectnummer

19 april 2023 220493

Ruimtelijke onderbouwing Sint Antoniusstraat 32 Schijf

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12

Gemeente Rucphen

info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

project projectnummer

status versie fase

Sint Antoniusstraat 32 Schijf 220493 Definitief 2.0 Omgevingsvergunning

paraaf gecontroleerd

ing. Marcel Volbeda

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing besluitgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 1 2 3

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Beschrijving bestaande en beoogde situatie Inleiding Bestaande situatie Beoogde situatie Parkeren Verkeersgeneratie Groen

4 4 4 5 7 7 8

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7 3.4.8

Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Beleid en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Provinciaal beleid Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 Omgevingsvisie Rucphen Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 Groen R Groenbeleid Visiedocument Groenbeleid Rucphen en Groene Kaart, 2008 Groenstructuurplan Rucphen Nota uiterlijk van bouwwerken Visie Duurzaamheid 2019-2030 en beleidsregel groennorm

9 9 9 9 10 10 12 13 13 14 18 19 19 20 21 22 23 24 25 25

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7

Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Natuurgebieden Stikstof Flora en fauna Wegverkeerslawaai

26 26 26 27 29 31 33 33 34 34 35

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

4.8 4.9 4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.10 4.11 4.12

Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Inrichtingen en externe veiligheid Transport en externe veiligheid Buisleidingen en externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

36 37 37 38 38 39 40 41

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog en maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

43 43 43 43 44

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek Archeologisch vooronderzoek Quickscan Wet natuurbescherming Stikstofdepositieonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verslag omgevingsdialoog Verslag omgevingsdialoog 13 april 2023

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding Aan de Sint Antoniusstraat 32 te Schijf is in de huidige situatie op basis van het vigerende bestemmingsplan sprake van een perceel met een horecabestemming. Ter plaatse is een horecavoorziening met bovenwoning aanwezig, evenals een bijbehorend parkeerterrein. Het planvoornemen bestaat deze locatie te herontwikkelen en ter plaatse acht appartementen te realiseren binnen een nieuw hoofdgebouw van drie bouwlagen. Tevens wordt op eigen terrein voorzien in parkeergelegenheid, bergingen en groenvoorzieningen. Op 19 mei jl. is het plan door de gemeente Rucphen beoordeeld op de wenselijkheid. Per email d.d. 25 mei 2022 heeft de gemeente te kennen gegeven dat de voorgestelde acht appartementen een goede invulling voor deze locatie vormen, waardoor het plan verder uitgewerkt kon gaan worden. Doel Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Kom Schijf” van de gemeente Rucphen. De gronden binnen het besluitgebied kennen de bestemming ‘Horeca’. Deze bestemming staat bewoning niet toe, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bovenwoning', waar bewoning van een bovenwoning voor de huisvesting van één huishouden is toegestaan. Het bestemmingsplan biedt derhalve geen bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de beoogde nieuwbouw.

Om de voorgenomen herontwikkeling juridischplanologisch mogelijk te maken dient te worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning op basis van artikel 2.1, lid 1 sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3° Wabo aangevraagd. Het betreft hier een omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ (of wel: ‘projectafwijkingsbesluit’). Ten behoeve van deze omgevingsvergunning dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten. De onderliggende rapportage vormt de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de realisatie van de appartementen aan de Sint Antoniusstraat 32 te Schijf. 1.2

Ligging en begrenzing besluitgebied

Het besluitgebied is gelegen aan de Sint Antoniusstraat 32 binnen de kern van Schijf. De gronden kennen een oppervlakte van circa 700 m2 en zijn kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie I, perceelnummer 1230. Op navolgende afbeelding is de situering van het besluitgebied binnen de directe omgeving weergegeven. De directe omgeving van het besluitgebied kan getypeerd worden als een gemengd gebied waarin zowel woningen als bedrijvigheid, detailhandelsfuncties en groen zijn gelegen.

Luchtfoto van het besluitgebied en de directe omgeving. Het besluitgebied is weergegeven met een rode contour. Bron: Cyclomedia Technology BV, 2022.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan “Kom Schijf” van de gemeente Rucphen, zoals vastgesteld d.d. 6 februari 2013. De gronden binnen het besluitgebied kennen de bestemming 'Horeca' en is ten dele een bouwvlak en ‘specifieke bouwaanduiding - bovenwoning’ toegekend. Ook ligt op de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone - 25 jaarszone kwetsbaar’, ‘milieuzone - boringvrije zone’ en ‘vrijwaringszone - radar 2’ toegekend. De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van horeca-activiteiten, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bovenwoning’ tevens voor een bovenwoning voor de huisvesting van één huishouden, en voor wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Het vigerend bestemmingsplan biedt derhalve geen bouwmogelijkheden voor de beoogde appartementen. Voorliggend bouwplan is dan ook strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ (of wel: ‘projectafwijkingsbesluit’) aangevraagd.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 2/44

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Kom Schijf” met rood omkaderd het besluitgebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt een beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie binnen het besluitgebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 gaat in op de geldende randvoorwaarden en planologisch relevante (milieu)aspecten voor het planvoornemen, waarna in hoofdstuk 5 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk wordt gemaakt, evenals de resultaten van de planologische procedure.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 3/44

2

Beschrijving bestaande en beoogde situatie

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke structuur van het besluitgebied en de huidige en beoogde situatie beschreven. Daarbij wordt mede ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren. 2.2

Bestaande situatie

Schijf Het besluitgebied is gelegen in de gemeente Rucphen, een grote landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 23.081 inwoners (CBS, 1 januari 2021). De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schijf, St. Willebrord en Zegge. Binnen de gemeente Rucphen zijn veel verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter. Het besluitgebied ligt binnen de kern Schijf, met 1.635 inwoners de kleinste kern van de gemeente. De kern is ontstaan op een in oostelijke richting lopende uitloper van de hoge zandgronden. De ontwikkeling van de kern vond plaats in nauwe samenhang met de structuur van het omringende landschap. Kenmerkend voor de opbouw van Schijf is de spinachtige wegenstructuur met geconcentreerde bebouwing langs de belangrijkste weg van de kern: de Sint Antoniusstraat. Langs deze straat heeft de oudste bebouwing zich ontwikkeld tot een gesloten lintstructuur. De lintbebouwing langs de overige uitlopers was meer open van karakter. In deze laatste gevallen bestond en bestaat (gedeeltelijk) nog steeds een duidelijke relatie met het achterliggende gebied. Besluitgebied Het besluitgebied betreft het kadastrale perceel bekend als gemeente Rucphen, sectie I, perceelnummer 1230, en beslaat een oppervlakte van circa 700 m2.

In de huidige situatie is ter plaatse een horecavoorziening met bovenwoning georiënteerd op de Sint Antoniusstraat aanwezig. Het hoofdgebouw bestaat uit twee bouwlagen met kap en heeft aangebouwde bijbehorende bouwwerken voorzien van een plat dak. Het perceel is in de huidige situatie naast de bestaande bebouwing volledig verhard ten behoeve van een bijbehorend parkeerterrein en is momenteel niet voorzien van enige groenstructuren. De directe omgeving van het besluitgebied kan getypeerd worden als een gemengd gebied waarin zowel woningen als bedrijvigheid, detailhandelsfuncties en groen zijn gelegen.

Aanzicht besluitgebied vanuit oostelijke richting. Bron: Cyclomedia Technology BV, 2022.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 4/44

Vogelvlucht aanzicht besluitgebied vanuit zuidelijke richting. Bron: Cyclomedia Technology BV, 2022.

2.3

Beoogde situatie

In de beoogde situatie worden de gronden herontwikkeld ten behoeve van de realisatie van een appartementengebouw conform onderstaand ontwerp met situatietekening, plattegronden, gevelaanzichten en doorsnedes. Het ontwerp biedt inzicht in de situering van het hoofdgebouw binnen het perceel, evenals de ligging van de groenvoorzieningen, bergingen en parkeerplaatsen op eigen terrein door middel van langsparkeren aan de Sint Antoniusstraat en haaksparkeren aan de Pastoor van Loonenstraat. De voorgenomen ontwikkeling is gedeeltelijk in de openbare ruimte ingetekend. Ten behoeve van het realiseren parkeerplaatsen worden gronden binnen het openbaar gebied van de gemeente aangekocht. Middels een anterieure overeenkomst zullen de afspraken met betrekking tot deze gronden in een privaatrechtelijke overeenkomst met de toekomstige eigenaren vastgelegd worden. De parkeerplaatsen zullen in de toekomstige situatie onderhouden worden door de nieuw op te richten VvE. Het trottoir zal uiteindelijk weer als openbare ruimte onder verantwoordelijkheid van de gemeente komen te vallen. De herontwikkeling gaat uit van de realisatie van acht appartementen binnen een hoofdgebouw van drie bouwlagen, met een bouwhoogte van 9,6 meter en voorzien van een lift. Deze bouwhoogte is in lijn met de maximale bouwhoogtes in de nabije omgeving van ca. 8,5, 10 en 11,5 meter.

Op de begane grond en eerste verdieping worden in totaal zes appartementen gerealiseerd, variërend in gebruiksoppervlakte tussen de 74 m 2 (+ 5 m² buitenruimte) en 85 m2 (+ 7 m² buitenruimte). Op de tweede verdieping worden twee appartementen gerealiseerd van 96 m² (+ 28 m² buitenruimte). Toegang tot de appartementen is voorzien via de achterzijde van het hoofdgebouw. De appartementen op de verdiepingen zijn daarbij bereikbaar via een trappenhuis, waarin ook een lift is voorzien. Daarmee kunnen de appartementen gezien het gelijkvloerse programma functioneren als levensloopbestendige woningen. Op de pagina hierna zijn uitsneden van de definitieve ontwerptekeningen en een sfeerimpressie opgenomen. Voor de bouw- en bestektekeningen van het bouwkundig ontwerp wordt naar de overige bijlagen van de aanvraag omgevingsvergunning verwezen.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 5/44

3d impressie bouwkundig ontwerp. Bron: Mathijssen ontwerp, november 2022.

Inrichting gebouw, begane grond en openbare ruimte. Bron: Mathijssen ontwerp, november 2022.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 6/44

2.4

Parkeren

Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de "Reparatiewet BZK" op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Door de gemeente Rucphen zijn in de ‘Nota Parkeernormen 2017 Rucphen’ (d.d. 31 mei 2017) parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicaties van het CROW. De Nota Parkeernormen Rucphen 2017 onderscheidt parkeernormen voor het gebied ‘Centrum’, ‘Overige bebouwde kom’ en ‘Buitengebied’. Blijkens de nota geldt dat onderhavige locatie aangeduid wordt als ‘Centrum’. De gemeente Rucphen hanteert als ijkpunt voor het goedkope koopsegment de NHG-grens (vanaf 1 januari 2023: € 405.000).

Er wordt van uitgegaan dat de 6 appartementen op de begane grond en op de eerste verdieping, vallen in de categorie 'Koop, etage goedkoop'. Voor deze appartementen zijn daarmee parkeernormen van 1,3 parkeerplaatsen per woning van toepassing. Er wordt van uitgegaan dat de 2 appartementen op de tweede verdieping, vallen in de categorie 'Koop, etage midden'. Voor deze appartementen zijn daarmee parkeernormen van 1,4 parkeerplaatsen per woning van toepassing. Derhalve dienen in totaal (6 x 1,3) + (2 x 1,4) = 10,6 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Conform de situatietekening worden de benodigde 11 parkeerplaatsen volledig op eigen terrein gerealiseerd, waarmee sprake zal zijn van een sluitende parkeerbalans. Vijf langsparkeerplaatsen zijn gelegen aan de Sint Antoniusstraat, zes haaksparkeerplaatsen zijn bereikbaar vanaf de Pastoor van Loonenstraat. Ten behoeve van het realiseren van de parkeerplaatsen worden gronden binnen het openbaar gebied van de gemeente aangekocht. Middels een anterieure overeenkomst zullen de afspraken met betrekking tot deze gronden in een privaatrechtelijke overeenkomst met de toekomstige eigenaren vastgelegd worden. De parkeerplaatsen zullen in de toekomstige situatie onderhouden worden door de nieuw op te richten VvE. Conclusie Er is sprake van een sluitende parkeerbalans. 2.5

Verkeersgeneratie

Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de verkeersgeneratiekengetallen te worden geraadpleegd. Deze zijn opgenomen in de 'Nota Parkeernormen 2017' van de gemeente Rucphen. Bij het te realiseren woningtypen 'Koop, etage goedkoop' en 'Koop, etage midden' hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van resp. 5,2 en 5,8 per woning in de zone ‘Centrum’, waarin het besluitgebied is gelegen. De nieuwe woningen genereren daarmee in totaal (6 x 5,2) + (2 x 5,8) = 42,8 vpe. Als gevolg van onderhavig planvoornemen komt de huidige verkeersgeneratie van de horecafunctie en bovenwoning te vervallen. Bij het te vervallen woningtype 'bovenwoning' hoort een vpe van maximaal 5,8 ('Koop, etage midden'). Het parkeerkencijfer voor een restaurant binnen de zone ‘centrum’ is op basis van de 'Nota

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 7/44

Parkeernormen 2017' van de gemeente Rucphen 11 per 100 m2 bvo. Indien wordt uitgegaan dat een parkeerplaats slechts eenmaal per dag benut wordt, levert dit een verkeersgeneratie op van 22 motorvoertuigbewegingen (heen en terug) per 100 m2 bvo. Uitgaande van circa 200 m2 bvo van de bestaande horecafunctie betekent dit voor de te vervallen horecafunctie een verkeersgeneratiecijfer van (2 x 22 =) 44. Het plan genereert derhalve in totaal 42,8 – 5,8 – 44 = -7 vpe. Gezien de daling van de totale verkeersgeneratie als gevolg van onderhavig initiatief wordt geconcludeerd dat het aspect verkeer geen belemmering vormt. 2.6

Groen

In de huidige situatie is binnen het besluitgebied een horecavoorziening met bovenwoning aanwezig. Het perceel is naast deze bebouwing volledig verhard. Er is in de huidige situatie geen sprake van enige groenstructuren. Conform de in paragraaf 2.3 opgenomen situatietekening wordt met onderhavig initiatief voorzien in groenvoorzieningen. Ten opzichte van de huidige situatie is daarmee richting de omgeving een groenere uitstraling gewaarborgd. Met de toevoeging van bomen en een groene aankleding van de dakterrassen wordt tevens een bijdrage geleverd aan de gemeentelijke ambitie om te komen tot een landelijke dooradering van de kernen. De situering van de Sint Antoniusstraat blijft verder ongewijzigd waardoor mogelijkheden ten aanzien van verdere lokale groenambities niet worden belemmerd. Ten aanzien van het groen is ter plaatse tot een maatwerkoplossing gekomen. Gelet de volledige verharding van het perceel in de huidige situatie, vindt met de nieuwbouw concluderend een plaatselijke groene kwaliteitsverbetering plaats. Nadere toetsing aan het gemeentelijke groenbeleid vindt tot slot plaats in paragraaf 3.4.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 8/44

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

De beleidscontext voor de projectlocatie wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat en wordt getoetst of de onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.

Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Het komt er hierbij op neer dat nieuwe (stedelijke) ontwikkelingen, uit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik, zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd moeten worden. Beoordeling Het voorliggende besluitgebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied, zoals nader toegelicht in paragraaf 3.2.3).

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 9/44

Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt in paragraaf 3.2.4 getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling niet in strijd is met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. 3.2.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed.

Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig besluitgebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen het rijksbeleid.

3.2.3 Beleid en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 10/44

Beoordeling Voorliggende planlocatie is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Woensdrecht bedraagt 113 meter boven NAP. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de genoemde hoogtes. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation.

Ligging van het besluitgebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. De rode marker toont de ligging van het besluitgebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Daarnaast is het plangebied gelegen binnen het obstakelbeheergebied rondom Vliegbasis Woensdrecht. Dit gebied rond het luchtvaartterrein is een samenstelling van verschillende obstakelvlakken. De funnel en het Inner Horizontal and Conical Surface (IHCS) zijn beiden gekoppeld aan de ligging van de start- en landingsbaan ter waarborging van veilige vliegprocedures. Daarnaast zijn er vlakken die verband houden met het goed functioneren van het Instrument Landing System (ILS) en andere navigatiehulpmiddelen. Het plangebied is gelegen in de IHCS, een vlak rond de luchthaven waarvan de hoogte oploopt met het toenemen van de afstand tot het luchtvaartterrein. Conform de aanduiding ‘vrijwaringszone - radar 2’ uit het vigerende bestemmingsplan geldt voor het besluitgebied een maximale bouwhoogte voor bouwwerken van 90 meter boven NAP in verband met deze IHCS. Met onderhavig plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 11/44

Ligging van het besluitgebied binnen het obstakelbeheergebied rondom Vliegbasis Woensdrecht. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige besluitgebied geen regels uit het Barro en de Rarro van toepassing, aangezien er bij onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling.

Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 12/44

op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.

Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-oppervlakte groter dan 500 m2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het initiatief voorziet in nieuwbouw van acht appartementen. De ontwikkeling is gelet op de kleinschalige omvang niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet verder te worden doorlopen. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.

De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Beoordeling Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 13/44

om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Hiermee kiest de provincie een blikveld dat enigszins boven het huidige initiatief uit stijgt. Het voorliggend initiatief is passend binnen de omgeving en zorgt voor een kwalitatieve verdichting van het bestaand stedelijk gebied. Dit past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling is relatief kleinschalig en betreft een inbreidingslocatie in het bestaand stedelijk gebied van Schijf. Het voornemen past binnen de kernwaarden zoals door de provincie Noord-Brabant zijn geformuleerd in haar Omgevingsvisie. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden en worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening NoordBrabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant.

Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Voorliggend besluitgebied is binnen de Interim omgevingsverordening gelegen binnen het 'Stedelijk gebied'. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het 'Stedelijk gebied'. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 14/44

Uitsnede kaartbeeld ‘stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De ligging van het besluitgebied is aangeduid met een rode marker. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

3.3.2.1 Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van acht appartementen in het bestaand stedelijk gebied van Schijf.

De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 15/44

Uit de regionale woningbouwafspraken, gemaakt in het document 'Perspectief op wonen en woningbouw WestBrabant West 2022' volgt dat vanuit zorgvuldig ruimtegebruik in de regio primair ingezet wordt op het bestaand stedelijk gebied en de kansen voor transformatie en herbestemming. Uit dit document blijkt dat de gemeente Rucphen in haar toekomstvisie ‘Puur Rucphen 2030’ ambieert dat de kernen van de gemeente zich in 2030 onderscheiden in woonaantrekkelijkheid. De kwaliteiten van Rucphen als woongemeente zijn het dorpse gemeenschapsgevoel, het kleinschalige groene karakter, de nabijheid van de bossen en het goede aanbod van voorzieningen. Voor de komende jaren zijn een kleine 700 woningen opgenomen in de woningbouwprogrammering van de gemeente Rucphen. Hiervan zijn circa 380 plannen opgenomen in de harde plancapaciteit.

De prognose inzake de woningbouwbehoefte toont dat er tot aan 2031 behoefte is aan de bouw van 475 woningen. Er bestaat in de woningbouwprogrammering een harde plancapaciteit van 380 woningen. Binnen de woningbouwprogrammering bestaat voldoende ruimte om te voorzien in de netto toevoeging van 7 woningen (er is immers al één woning toegestaan in de vorm van de bovenwoning) in onderhavig besluitgebied. Derhalve past het plan binnen de regionale afspraken. Met onderhavig initiatief wordt voorzien in 8 gestapelde woningen, passend binnen de kwantitatieve woningbehoefte. Met een gebruiksoppervlakte tussen de 74 en 96 m2 zijn de appartementen geschikt voor kleine huishoudens, hetgeen passend is binnen de dalende trend van woningbezetting. De woningen zijn vanwege het gelijksvloerse programma en de aanwezigheid van een lift levensloopbestendig te bewonen, hetgeen past binnen de sterke vergrijzing waar ook Rucphen mee te maken heeft. Dit blijkt ook uit de Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024, nader uiteengezet in paragraaf 3.4.3. Het plan is daarmee tevens passend in de kwalitatieve woningbehoefte. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie.

Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen de kern van Schijf, alwaar voorzieningen te voet en per fiets te bereiken zijn. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat woningen energieneutraal, gasloos en onderhoudsarm worden geproduceerd. De ambitie van dit plan is om zoveel mogelijk duurzame systemen in de woningen te implementeren en zo klimaat bestendig te bouwen. Daarbij kan worden gedacht aan een warmtepompsysteem, ventilatiesysteem en zonnepanelen. Een warmtepomp verwarmt de woningen en zorgt voor warm water om te douchen. Een door CO² sensoren gestuurde ventilatie meet hoeveel lucht er moet worden aan- en afgevoerd.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 16/44

Door dit slimme systeem gaat er geen energie verloren aan het verwarmen van overtollige lucht. De energiemonitor geeft continu aan hoeveel energie er verbruikt én opgewekt wordt. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov. 3.3.2.2 Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: • nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; • er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b.

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering: 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - Meerwaarderecreatie: 1.

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 17/44

a. b. 2.

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake daar het besluitgebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De ligging van de bebouwing binnen het perceel is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag.

Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan meerwaardecreatie door te voorzien in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave binnen bestaand stedelijk gebied. Op de planlocatie wordt hiermee een nieuwe duurzame kwaliteitsimpuls geboden en blijft het buitengebied ontlast. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. 3.3.3 Omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader De Omgevingswet verplicht dat de provincie een omgevingsverordening vaststelt. Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De verordening zal gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treden, naar verwachting per 1 januari 2023. De wijzigingen ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de eisen die de aankomende Omgevingswet stelt aan de Omgevingsverordening. Verder zijn er een aantal andere inzichten verwerkt. Dit betreft de volgende onderwerpen: • Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen; • Er zijn regels opgenomen voor grondverzet in grondwaterbeschermingszones, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond; • De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast aan de Brabantse Bossenstrategie;

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 18/44

•

• •

Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit; De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd; Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd.

Beoordeling en conclusie In de Omgevingsverordening zijn geen veranderingen voorzien in het beleid ten opzichte van onderhavig voornemen. Ook onder de Omgevingsverordening Noord-Brabant is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met het provinciale beleid. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 Toetsingskader In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 't moet, naar samenwerking omdat 't loont. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: • Aantrekkelijk wonen; • Vrijetijdseconomie; • Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; • Overheidsparticipatie; • Regionale samenwerking. De gemeente Rucphen wil haar aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig en landelijk willen wonen, maar wel dichtbij (groot)stedelijke voorzieningen en werk.

De gemeente Rucphen handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt. Zelf bouwen zit in de genen van de inwoners van de gemeente. (Collectief) particulier opdrachtgeverschap wordt dan ook gestimuleerd. Aandachtspunten bij (zelf)realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloopbestendigheid. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de bouw van woningen waardoor vooral keuze 1 van belang is. Onderhavig planvoornemen voorziet in de netto toevoeging van 7 woningen en betreft een particulier initiatief. Dit past binnen het uitgangspunt om mee te groeien met de samenleving en het stimuleren van particulier opdrachtgeverschap. Conclusie Onderhavige herontwikkeling is passend binnen de kaders van de toekomstvisie Puur Rucphen 2030.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 19/44

3.4.2 Omgevingsvisie Rucphen Toetsingskader De Omgevingsvisie van de gemeente Rucphen vervangt de Structuurvisie Rucphen 2030. Deze structuurvisie is sinds het opstellen niet meer aangepast en dus niet actueel. Anders dan bij de structuurvisie het geval was, wordt de omgevingsvisie regelmatig geactualiseerd. Bijvoorbeeld bij elke raadsperiode. Een ander verschil is dat in de omgevingsvisie álle ruimtelijke aspecten zijn meegenomen van álle beleidsterreinen. Dus ook van gezondheid, onderwijs, sport en veiligheid. Ook in de toekomst moet het prettig wonen, werken en recreëren zijn in de gemeente Rucphen. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties wordt daarom gewerkt aan een gezonde, veilige en duurzame toekomst. Er komen een hoop uitdagingen op ons af. We moeten meer en een andere type woningen bouwen, we willen onze dorpen levendig en aantrekkelijk houden en willen voldoende kansen blijven bieden voor ondernemers. Je kunt alleen klaar zijn voor de toekomst als je je goed voorbereid. De Omgevingsvisie Rucphen is daar de aanzet toe. In de omgevingsvisie wordt het toekomstbeeld beschreven aan de hand van de volgende drie ambities: duurzaam samenleven, ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding en prettig samenleven. Om deze ambities waar te maken zijn de volgende doelstellingen opgesteld: 1.

Het ontwikkelen van een gunstig ondernemersklimaat door ondernemers te faciliteren 2. Een omgeving die mensen uitnodigt om naar buiten te gaan en te bewegen 3. Door samenwerking worden de recreatieve mogelijkheden beter benut en uitgedragen 4. Aanpassen van de omgeving aan de veranderende weersomstandigheden 5. Vervangen van fossiele brandstoffen door alternatieve energiebronnen 6. Verminderen van de afvalproductie en verbetering van afvalscheiding 7. Een gezonde en veilige leefomgeving stimuleren 8. Versterken van een aantrekkelijke woonomgeving 9. Een aantrekkelijke gemeente voor jonge mensen zijn 10. De groeiende groep oudere mensen voelt zich thuis in de gemeente 11. Woningvoorraad flexibeler maken om sneller te reageren op een veranderende woningbehoefte Beoordeling Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de bouw van acht gestapelde woningen binnen de kern van Schijf. Hiermee wordt het dorp levendig en aantrekkelijk gehouden, voor zowel jonge mensen als de groeiende groep ouderere mensen. Gelet op het gelijkvloerse programma in combinatie met de aanwezigheid van een lift functioneren de appartementen immers als levensloopbestendige woningen. Ten aanzien van het toevoegen van appartementen vormt de woonvisie het afwegingskader. Hieraan wordt in paragraaf 3.4.3 getoetst.

Aan duurzaam samenleven wordt voorts invulling gegeven door middel van het realiseren van gasloze woningen en bouwen conform BENG-eisen. Het versterken van een aantrekkelijke woonomgeving vindt plaats door het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt te nemen. Onderhavige ontwikkeling is gelet op maat en schaal passend binnen het huidige straatbeeld en de kern Schijf. Vanwege leefbaarheid en duurzaamheid wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tot slot getoetst aan de Beleidsregel groennorm gemeente Rucphen. Deze toetsing vindt plaats in paragraaf 3.4.8. Conclusie De beoogde bouw van woningen is passend binnen de ambities en doelstellingen uit de gemeentelijke omgevingsvisie.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 20/44

3.4.3 Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 Toetsingskader In de Woonvisie 2020 - 2024 van de gemeente Rucphen wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen. Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen groeit nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen. In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen.

Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. Benadrukt wordt een behoefte aan goedkope en middeldure koopwoningen. De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern. Voor de kern Schijf is de woningbouwambitie gesteld op in totaal 40 woningen.

Woningbehoefte naar prijssegment gesorteerd per kern. Bron: Woonvisie gemeente Rucphen 2020-2024. Beoordeling Met onderhavig initiatief wordt voorzien in 8 gestapelde woningen, passend binnen de kwantitatieve behoefte aan woningen in Schijf en de gemeente Rucphen. Door 6 goedkope appartementen te realiseren, wordt eveneens voorzien in de kwalitatieve behoefte binnen de gemeente. De gemeente Rucphen hanteert als ijkpunt voor het goedkope koopsegment de NHG-grens (vanaf 1 januari 2023: € 405.000). Met een bruto vloeroppervlakte tussen de 74 en 96 m2 zijn de woningen geschikt voor kleine huishoudens, hetgeen passend is binnen de dalende trend van woningbezetting. De woningen zijn vanwege het gelijksvloerse programma en de aanwezigheid van een lift levensloopbestendig te bewonen, hetgeen past binnen de sterke vergrijzing waar ook Rucphen mee te maken heeft. Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen de woonvisie van de gemeente Rucphen.

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

P 21/44

3.4.4 Groen R Groenbeleid Toetsingskader De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dat doen zij door meer, beter en bereikbaar groen. Hierbij spelen een groot aantal factoren een rol, zoals (be)leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteitsherstel, landbouw etc. Op basis van kansen en bedreigingen worden keuzes gemaakt in prioritering van uitvoer. Met Groen R streeft de gemeente de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen en landschap. Wanneer het gaat om het behoud en versterken van het leefklimaat in de dorpen en het buitengebied is groen belangrijk. Dit geldt voor zowel mensen als dieren. Gemeente Rucphen is zich bewust van de bijdrage die groen levert aan een goede leefomgeving. Denk aan natuurwaarde, gezondheid, een betere luchtkwaliteit, klimaatadaptieve omgeving, recreatiewaarde, esthetische waarde, cultuurhistorische waarde en ook economische waarde. Groen biedt een plek voor ontmoeting en beweging en draagt bij aan een goed woon- en werkklimaat en een gezonde levensstijl. Bij het inpassen van bestaand groen en nieuw groen bij ontwikkelingen, tot het goed onderhouden, zodat groen volwassen wordt en bomen monumentaal. Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van groen ook lijkt, een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang.

Dit groenbeleidsplan sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders (waaronder: Visie Groenbeleid 2008 en Groenstructuurplan gemeente Rucphen 2009). Om te komen tot Groen R zijn de zes bouwstenen van belang. De bouwstenen geven inzicht in de verschillende verschijningsvormen en relaties van groen. Het geeft per bouwsteen de huidige situatie weer en daarnaast ook de noodzakelijke opgaven. De bouwstenen in relatie tot groen zijn: identiteit, natuur, gezondheid, klimaatadaptatie, CO2 opgave en landbouw. In de visie werkt de gemeente aan de verbinding en de verbetering van het groen in de kernen en het buitengebied, met als doel een sterke groenstructuur. De structuur moet bestaan uit een gevarieerd groenpalet van bloemen tot bomen, van rustige tot drukkere gebieden, van ecologisch groen tot speelgroen. Door het verbinden van groene gebieden ontstaan meer mogelijkheden voor dieren en voor planten om te leven en voor onze inwoners om daar van te genieten. Geleidelijk ontstaat zo in de publieke (en in de private) buitenruimte een samenhangend groen netwerk. Die groenstructuur wordt gerealiseerd door waardevol groen te behouden, groen toe te voegen waar dat kan en groen zo aan te leggen dat het een meerwaarde heeft voor mensen en dieren.

De gemeente Rucphen ontwikkelt de groene ruimte in de gemeente met aandacht voor gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn. Een ruimtelijke visie voor de hele gemeente die gebaseerd is op de ruimtelijke kenmerken en rekening houdt met dynamiek en ontwikkelingen binnen de gemeente. Het groenplan is niet per definitie een blauwdruk maar geeft richting aan ontwikkelingen in het groen, en biedt kaders voor nietgroenprojecten. Als er groene ruimtes worden toegevoegd, verbeterd, beheerd of ontworpen, doet de gemeente dat door het inzetten van een aantal principes die de basis vormen onder deze visie. Alle vier zijn ze gericht op het doel van een leefbare gemeente voor mens en dier. 1. We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; 2. We zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; 3. De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; 4. Aan groen werken we samen. Beoordeling De visie Groen R gaat over de invulling van openbaar groen binnen de gemeente Rucphen. Het besluitgebied maakt geen deel uit van het openbaar gebied. Onderhavige ontwikkeling geeft geen aantasting aan de kwaliteit of kwantiteit van het groen in de gemeente Rucphen. Er zijn in het besluitgebied immers geen houtopstanden

datum referentie

19 april 2023 220493_AdB_RO_0001_v2.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13080224/1