CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07c Groenbeheerplan 'Groene Vingers Groenbeheer gemeente Rucphen'

gemeenteraad 2 februari 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling groenbeleid en groenbeheerplan7.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GROENE VINGERS Groenbeheer gemeente Rucphen

R

We hebben groene vingers De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dit doen we door meer, beter en bereikbaar groen. Groene Vingers behandeld de praktische kant van de beleidsdocumenten Groen R en BOOM en is dan ook het vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van het groenbeheer.

Met ‘de handen uit de mouwen’ krijgen onze inwoners de gelegenheid om mee te werken in en mee te denken en te beslissen over de groene openbare ruimte. Met het samenbrengen van ideeën, initiatieven en vakkennis zorgt voor een groene openbare ruimte die functioneel, praktisch en naar wens is ingericht.

Groene Vingers is een levend document dat de komende vier jaar uitgroeit tot een groenbeheerplan waarin werkprocessen en datagestuurd werken de basis vormen voor cyclische processen. Hiermee wordt en blijft de groene openbare ruimte op het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau onderhouden. Samen met Groen R en BOOM zorgt Groene Vingers voor de groene uitgangspunten bij integrale projecten en ruimtelijke ontwikkelingen.

Inhoudsopgave 1

De basis 6

2

Onderlegger

3

Kwaliteit & kwanteit 16

4

Beheer & onderhoud 34

5

Handen uit de mouwen 42

12

1 De basis Het gemeentelijk openbaar groen is van grote waarde voor uiteenlopende aspecten zoals gezondheid, woongenot, recreatieve waarden en klimaatbestendigheid. Groenbeheer is noodzakelijk om de gewenste waarden te realiseren. Termen als schoon, heel en veilig zijn hier direct aan gerelateerd. 1.1 Aanleiding

In het verlengde van het groenbeleidsplan Groen R is Groene Vingers de noodzakelijke uitwerking die voor het beheer relevante onderwerpen beschrijft en waar nodig vertaalt naar praktische instrumenten voor het dagelijkse beheer en onderhoud van het gemeentelijk groen. Het doel van het beheerplan is hiermee het vertalen en uitwerken van het groenbeleid naar praktische richtlijnen en instrumenten ten behoeve van het operationeel beheer en de dagelijkse uitvoering. Op dit moment heeft de gemeente Rucphen geen groenbeheerplan. Op basis van kennis en ervaring worden de werkzaamheden ingepland en uitgevoerd. Hierin wordt gezocht naar cyclische processen. Door de huidige werkwijze is de afhankelijkheid groot van specifieke personele inzet. Door het opstellen van werkprocessen en en het inzetten op datagestuurd werken krijgen we meer inzicht in de groene openbare ruimte en bereiken we meer efficiëntie in het beheer en de bijhorende onderhoudswerkzaamheden. De gemeente Rucphen streeft naar een openbare ruimte die voldoet aan de wensen en eisen van haar gebruikers zoals inwoners, ondernemers en recreanten. Dit wil de gemeente graag zo houden en waar mogelijk verder verbeteren. In de Toekomstvisie Puur Rucphen zijn de ambities voor de gemeente tot 2030 vastgelegd. De groene openbare ruimte draagt in belangrijke mate bij aan het bereiken van deze ambities.

Deze bijdrage is bijvoorbeeld zichtbaar door kwaliteit van het aanwezige groen. De openbare ruimte heeft ook een belangrijke rol vanuit sociaal en economisch oogpunt. De openbaar toegankelijke ruimte schept de voorwaarden en is stimulerend voor ontwikkeling en activiteiten. Dit betekent dat de openbare ruimte aan moet sluiten op de wensen uit de omgeving. Op het moment dat we ons bewust zijn van de kansen die de openbare ruimte biedt, kunnen we er met beleid, planvorming en concrete acties en projecten op inspelen in zowel bestaande situaties als bij nieuwe ontwikkelingen.

2

Het inspelen op de kansen en wensen vraagt een verandering in aanpak. Het integraal denken betekent dat diverse vakgebieden binnen de gemeente samen verantwoordelijk zijn voor het creëren van die voorwaarden die onze gebruikers verlangen. Dit vraagt afstemming en afwegingen, zowel in de bestaande situatie als bij nieuwe ontwikkelingen. Evenwicht creëren tussen wensen en mogelijkheden, uiteraard binnen de kaders van bijvoorbeeld wetgeving en beschikbare budgetten. Voor de ontwikkelingen rondom het inrichten en beheren van de openbare ruimte stellen we als gemeente dit groenbeheerplan op. Hiermee is het mogelijk afgewogen en uniforme keuzes te maken waarmee we binnen de gemeentelijke organisatie de basis leggen voor de kwaliteit van de groene openbare ruimte. Deze kaders geven richting aan ontwikkelingen op het gebied van de inrichting, het gebruik en het beheer. De ambities voor het openbaar groen zijn in het groenbeleidsplan bepaald. Om die ambities op het gebied van beheer en onderhoud concreet te maken richt dit plan zich op: 1. Planmatige aanpak van de uit te voeren beheer- en onderhoudswerkzaamheden om het gewenste beeld voor het openbaar groen te realiseren; 2. Praktische uitwerking en planning van de ambities met betrekking tot bijvoorbeeld het betrekken van inwoners, het ontwikkelen van gebruiksgroen, klimaatbestendigheid en biodiversiteit.

Dit beheerplan biedt de input voor operationele stukken zoals planningen, tekeningen en bestekken. 1.2 Doel

Het doel van dit groenbeheerplan is het vastleggen van de eerste stap in de gewenste ontwikkelrichting van het beheer van de groene openbare ruimte in onze gemeente. Deze eerste stap legt het kader vast voor het introduceren en verder uitbouwen van kwaliteitsgericht werken in de komende jaren. Het groenbeheerplan is dan ook een levend document wat minimaal iedere vijf jaar wordt geactualiseerd. Concreet is de doelstelling van dit groenbeheerplan is: Beheer van het openbaar groen binnen de gestelde kaders planmatig en efficiënt uitvoeren zodat gebruik, beleving en

toekomstwaarde op een duurzame wijze gewaarborgd zijn. Het gemeentelijke groenbeleid en het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau zijn hierin leidend. Het groenbeheer staat binnen de openbare ruimte uiteraard niet op zichzelf en is integraal verbonden met de andere beleids- en beheerdisciplines.

Het groenbeheerplan heeft een looptijd van 4 jaar. In de tussenliggende periode vinden, indien nodig, tussentijdse aanpassingen of aanscherpingen plaats. De te maken werkprocessen en de eventueel bijhorende financiele en personele gevolgen worden toegevoegd als bijlagen aan dit beheerplan. Bij de actualisatie van dit beheerplan worden deze bijlagen geïntegreerd.

1.3 Afbakening

Het groenbeheerplan richt zich binnen de bebouwde kom op al het openbaar groen. Buiten de bebouwde kom beperkt het zich tot de gemeentelijke eigendommen of percelen die in erfpacht zijn. Voor derden maakt het beheerplan duidelijk hoe we het beheer gaan aanpakken en wat de speerpunten zijn. Dit is dusdanig beschreven/ weergegeven dat de belangrijkste uitgangspunten en kaders ook voor hen die niet dagelijks bij het beheer betrokken zijn, duidelijk zijn.

Beleid

1.4 Samenhang met beleid en uitvoering

Het beheer vormt de schakel tussen het beleid en het dagelijkse onderhoud. Binnen het beheer worden de algemene doelen en ambities vanuit het groenbeleid vertaald naar een concrete aanpak, zodat hier vanuit de dagelijkse uitvoering invulling aan gegeven kan worden. Anderzijds worden knelpunten of kansen die in de praktijk gesignaleerd worden, binnen het beheer verzameld zodat, wanneer nodig, het beleid hierop aangevuld of aangepast wordt.

Beheer

Uitvoering

Beleid:

Het Groenbeleidsplan en de Groenstructuurkaart beschrijven de ambities en het lange termijnperspectief. Beheer:

Het Groenbeheerplan werkt de ambities en consequenties uit voor de aanpak op de middellange termijn. Uitvoering:

De concrete producten, taken en werkzaamheden worden in detail uitgewerkt en vastgelegd.

3

1.5 Samenhang andere disciplines

Evenals bij beleidsvorming en inrichting hanteert de gemeente als centrale insteek om het beheer steeds meer integraal op te pakken. Integraal werken stelt de gemeente niet alleen in staat om ongewenste effecten op andere vakgebieden te voorkomen, maar zelfs een meerwaarde toe te voegen. Een voorbeeld hiervan is dat bij het snoeien van groen aandacht is voor het vrijhouden van straatverlichting en dat anderzijds bij vervanging van lampen gekozen wordt voor diervriendelijke verlichting. Speelplekken kunnen zodanig ingericht worden dat ze tevens bijdragen aan vergroening en biodiversiteit en multifunctioneel zijn; anderzijds kan het groen zodanig beheerd worden dat aanleidingen voor spelen ontstaan. Tot slot geldt dat ten aanzien van de openbare ruimte als geheel de aspecten inrichting, onderhoud en gebruik onderling nauw samenhangen. Als deze met elkaar in evenwicht zijn, ontstaat een kwalitatief hoogwaardige en functionele openbare ruimte. 1.6 Kostenopbouw groenbeheer

Gespecialiseerde groenaannemers en de WVS groep voeren het dagelijks onderhoud uit. De gemeente voert een klein deel van het groenonderhoud uit. Het regulier (dagelijks) onderhoud van het groen betreft een omvangrijk en gevarieerd areaal, is op onderdelen arbeidsintensief en vraagt inzet van specialistische machines en medewerkers. Gedegen inzicht in de kosten van het beheer en onderhoud is noodzakelijk om te onderbouwen wanneer extra middelen nodig zijn of om noodzakelijke bezuinigingen op te vangen. Ook is het belangrijk om binnen de financiële planning rekening te houden dat het groen op enig moment toe is aan vervanging. Daarnaast dient bij stijging van het areaal het budget in verhouding mee te stijgen. Middelen voor inboet en kleine renovaties zijn structureel. Voor grootschalige renovatie of rehabilitatie van groen worden separate projectplannen opgesteld, die dan bij voorkeur gelijktijdig met het groot onderhoud of renovatie van wegen en rioleringen worden opgepakt. Hiervoor wordt per project extra budget aangevraagd.

4

1.7 Vervolgacties en projecten

Uit de verschillende hoofdstukken van het beheerplan komt naar voren dat op onderdelen nog een nadere uitwerking gewenst is. Onderstaande punten geven een overzicht van de gewenste acties voor het beheerplan in het algemeen.

1.a Evalueren en actualiseren beheerplan na 4 jaar 1.b Uitwerken van planmatige vervanging van groen op basis van de beheerdata en inspecties 1.c Alle vervolgacties en projecten bundelen en jaarlijks beoordelen, prioriteren en in uitvoering zetten

5

2 Onderlegger Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van groen ook lijkt een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang. Dit groenbeheerplan sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders. Er is een koppeling te maken met Groen R | Groenbeleid gemeente Rucphen en BOOM | Boombeleid gemeente Rucphen. 2.1 Wettelijke kaders

Op het niveau van wet- en regelgeving zijn het Burgerlijk Wetboek, de Wet natuurbescherming en de Verordening op de beplantingen van belang. Hierna worden de relevante onderdelen daaruit kort toegelicht. Burgerlijk Wetboek

In het Burgerlijk Wetboek (BW) worden, onder meer, rechten en plichten omschreven van (grond)eigenaren en beheerders en van partijen die een overeenkomst of contract zijn aangegaan. Het BW heeft, door het benoemen van de ‘zorgplicht’ middels het begrip onrechtmatige daad, directe invloed op de omgang met veiligheidsrisico’s bij bomen en op de uitvoering van bij aannemers uitbestede werkzaamheden aan bomen. De zorgplicht leidt tot de verplichting van een boomeigenaar om een zorgvuldig beheer te voeren, dat de veiligheid van de (openbare) ruimte rond de bomen garandeert.

menselijk welzijn) zoals bestuiving, watervoorziening en recreatie in de natuur kunnen worden aangetast. Een aantal invasieve exoten is ook schadelijk voor de gezondheid en/of veiligheid van mensen . In de Europese Unie is verordening 1143/2014 van kracht. Centraal in de verordening staat een lijst van soorten waarvan de negatieve effecten zodanig zijn dat gezamenlijk optreden op het niveau van de Unie gewenst is. Deze lijst is een levend document en er worden jaarlijks soorten aan toegevoegd. Voor de soorten op die lijst gelden strenge regels, voor de gemeente Rucphen zijn de volgende van belang: - Een verbod op de invoer, de verkoop, de teelt, het gebruik, het uitzetten enz. van de schadelijkste exoten; - Wanneer een EU-land een verboden soort opmerkt, moet het onmiddellijk maatregelen nemen om de verspreiding ervan tegen te gaan. De hele bevolking moet helpen om de aanwezigheid van deze soorten te melden; - De EU-landen moeten maatregelen nemen verboden soorten die al wijd verspreid zijn, of dat worden, onder controle te houden. Deze regels gelden voor alle soorten op de lijst. Niet alle soorten op de lijst komen ook daadwerkelijk in de gemeente Rucphen voor. De soorten die op dit moment voorkomen zijn: Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) en Japanse duizendknoop (Fallopia japonica).

Wet natuurbescherming 2017

De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. De wet is een samenvoeging van drie andere wetten te weten: de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet, daarnaast is ook het ‘Besluit uitvoering Europese Houtverordening’ hierin opgenomen. Onder de Wet natuurbescherming vallen onder andere de Natuurvisie, de bescherming van soorten en gebieden en de bescherming van houtopstanden. EU-exotenverordening (2016)

Een exoot is een plant, dier of ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt. Ze vormen een grote bedreiging voor de Europese biodiversiteit doordat ze inheemse soorten kunnen verdringen of zelfs doen uitsterven. Ecosystemen kunnen veranderen en ecosysteemdiensten (de directe en indirecte bijdragen van ecosystemen aan het

6

De gemeente is verplicht deze planten te verwijderen wanneer deze zich op haar grondgebied bevinden. 2.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van het Rucphense groenbeheer wordt mede bepaald door eerder vastgestelde visies en plannen. Hierin zijn met name de toekomstvisie, structuurvisie, een groenstructuurplan en het boombeleid van belang. De relevante onderdelen worden hierna kort toegelicht. Visie Groenbeleid (2008)

Dit visiedocument Groenbeleid Rucphen maakt inzichtelijk op welke wijze invulling wordt gegeven aan groen in de gemeente. Het openbaar groen wordt hierin geanalyseerd op basis van beheer, kwaliteit en kwantiteit. Het schept hiermee kaders voor verdere ontwikkeling van het openbaar groen.

Groenstructuurplan gemeente Rucphen (2009)

BOOM | Boombeleid gemeente Rucphen (2021)

Het doel van het Groenstructuurplan is om een duurzaam frame aan te leggen en zodoende de landschappelijke dooradering van de kernen te bewerkstelligen. Daarnaast om groenvoorzieningen binnen de kernen in te zetten als belangrijke drager van de ruimtelijke structuur. Gewenste kwantiteit en kwaliteit worden hierin verankerd.

Het boombeleid streeft de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het bomenbestand. Het behouden en versterken van de boomstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptief maken van onze gemeente zijn daarbij uitgangspunt. Dat bomen pas over enkele tot tientallen jaren volgroeid zijn wordt niet uit het oog verloren. Het proces van ontwikkeling stopt dan ook niet na oplevering, maar loopt door in de beheerfase. Goede borging en waardering in de vorm van de groene kaart zorgt naast goed beheer en onderhoud voor een up-to-date overzicht van de kwaliteit van ons bomenbestand.

De Visie Groenbeleid en het Groenstructuurplan gemeente Rucphen komen te vervallen bij vaststelling van Groen R. Structuurvisie landschap (2012)

Deze structuurvisie heeft het primaire doel economische activiteiten in het buitengebied bij bouw- en gebruiksaanvragen te koppelen aan de zorg om kwaliteit van het landschap conform het ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ principe uit de provinciale Ruimtelijke Verordening. Onderdeel van de structuurvisie is het landschapsontwikkelingsplan. Hierin wordt het ideaalbeeld van het Rucphense landschap geschetst.

2.3 Vervolgacties en projecten

Vervolgacties en projecten uit dit hoofdstuk zijn onderstaand opgenomen.

2.a Het actueel houden van het overzicht van wettelijke en beleidskaders

Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 (2015)

Deze toekomstvisie is een raamwerk voor de toekomst van Rucphen en dient als kader voor de ruimtelijke en maatschappelijke structuurvisies. Het samenhangend geheel van deze documenten vormt de integrale toekomstvisie. Binnen de vijf perspectieven biedt het perspectief ‘aantrekkelijk wonen’ het kader voor de herziening van het groenbeheer. De belangrijkste opgave is het verbeteren van de uitstraling van onze kernen. Door de relatie met het buitengebied te herstellen gaan deze weer onderdeel uitmaken van de landelijke omgeving. Het landschap en de natuur worden de kernen in gebracht zodat dit weer onderdeel uitmaakt van de dagelijkse woonomgeving. We doen dit door het terugbrengen van het groen: groene dooradering, een groen hart en groene randen. Duurzaamheidsvisie (2019)

Voor onze gemeente staat duurzaamheid voor verantwoordelijk omgaan met behoeften van huidige en toekomstige generaties en voor het nemen van besluiten met het oog op een toekomstbestendige gemeente. Wij streven ernaar economie, ecologie, leefbaarheid en veiligheid met elkaar in balans te brengen. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan.

7

3 Kwantiteit & kwaliteit De gemeentelijke groenvoorzieningen kennen kwantiteit (het areaal) en kwaliteit in de gemeente Rucphen. De kwaliteit is beschreven aan de hand van beeldkwaliteit en de technische kwaliteit. De technische staat geeft inzicht in al dan niet aankomende vervangingspieken. 3.1 Kwantiteit groen

De kwantiteit van groen, de hoeveelheid groen, is uitgedrukt in arealen per type groen bijvoorbeeld bomen of sierplantsoen. Deze areaalgegevens zijn gebaseerd op gegevens uit het gemeentelijke beheersysteem Obsurv. Elke groentype heeft zijn eigen onderhoudsmaatregelen. Om die goed in beeld te brengen zijn er beheeronderdelen benoemd. Een beheeronderdeel is een groenvoorziening met een eenduidige verschijningsvorm, een eenduidig maatregelenpakket voor onderhoud en homogeen in de kosten. Hierbij kan gedacht worden aan gazon, heesters of bomen. Areaalgegevens

In totaal beheert de gemeente ca 203 ha groen. Het grootste gedeelte hiervan ligt in het buitengebied en betreft vooral bermen en natuurlijke beplantingen (bos en bosplantsoen). In onderstaande grafiek zijn de oppervlakten groen in m2 weergegeven.

In deze arealen zijn de gemeentelijke groenvakken in particulier gebruik niet meegerekend.

In de grafiek is het groen van diverse sportaccommodaties niet meegenomen. Voor dit groen geldt dat de oppervlakten binnen de hekken de verantwoordelijkheid zijn van de verenigingen. De bomen binnen de hekken worden door de gemeente onderhouden. Het groen binnen de bebouwde kom beslaat een oppervlakte van ca. 53 ha ofwel 529.896 m2.

8

Dit komt neer op ca 22 m2 per inwoner (juli 2021: 23.258 inwoners). Ter referentie: een recente benchmark onder 70 gemeenten laat zien dat gemiddeld 43 m2 groen per inwoner beschikbaar is binnen de bebouwde kom. In vergelijking met de benchmark beschikt Rucphen met 22 m2 over relatief weinig groen. Als we het groen binnen de kernen verder bekijken, dan blijkt dat ongeveer de helft (52%) van het groenareaal uit gras bestaat (bermen en gazons). 14% Van het groenareaal bestaat uit natuurlijke beplanting (bos en bosplantsoen), de rest is meer gecultiveerde beplanting (bodembedekkers, heesters, rozen, vaste planten, wisselperken, hagen). Op de naastgelegen pagina de verdeling van het groen binnen de verschillende kernen, daarnaast ook een verdeling van het groen en. Naast beplantingen en gras heeft de gemeente Rucphen ongeveer 14.280 bomen in het beheerprogramma als afzonderlijke objecten staan. Het gaat dan vooral om de solitaire bomen langs wegen en in straten en plantsoenen. Wanneer het aantal publieke bomen tegenover het aantal inwoners wordt afgezet, komt het gemiddelde uit op 0,6 boom per inwoner. Het landelijke gemiddelde, volgens de Antea Benchmark 2015, ligt op 0,5.

9

3.2 Kwaliteit groen Wat is kwaliteit

Kwaliteit is een breed begrip: is het mooi of lelijk, goed, matig of slecht, functioneert het of niet. Om over kwaliteit eenduidig te kunnen communiceren en om kwaliteit meetbaar te maken is het nodig dat iedereen hetzelfde begrippenkader heeft. Voor het beheer van de openbare ruimte hanteren we de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het CROW (nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte). In deze meetlat staan de 5 verschillende kwaliteitsniveaus voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte concreet beschreven, met daarin een onderscheid tussen technische aspecten (schadebeelden, scheefstand, ontbrekende delen e.d.) en verzorging (zwerfafval, onkruid, aanslag e.d.). De kwaliteitsniveaus variëren van A+ (hoogste kwaliteit) via A, B en C naar D (laagste). Deze schaal is van toepassing op uiteenlopende onderdelen van het groen, zoals vitaliteit, snoeibeeld, kale plekken, onkruid, etc. Voor elk van deze aspecten is een schaalbalk aanwezig waarin de kwaliteitseisen objectief en meetbaar zijn beschreven, met een foto als illustratie. Meetbare kwaliteit van de openbare ruimte

De gemeente Rucphen streeft in haar ambities naar heldere keuzes voor de inrichtings- en beheerkwaliteit. Deze keuzes zijn gebaseerd op de uniforme en begrijpelijke normen en kengetallen van de CROW. Voor de gemeente Rucphen is door de raad het kwaliteitsniveau vastgesteld op beeldkwaliteitsniveau B. De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte brengt de kwaliteit van de openbare ruimte objectief in beeld. Enerzijds als meetinstrument in de buitenruimte voor medewerkers, burgers en bezoekers. Anderzijds als referentie bij beleidsmatige keuzes voor afspraken over beeldkwaliteit in de gemeente.

10

Het kwaliteitsgericht werken in de gemeente wordt de komende jaren verder uitgebouwd. Daarnaast vormt dit het kader voor externen die samenwerken met de gemeente of in opdracht werkzaamheden uitvoeren. Dit schept helderheid in verwachtingen intern en extern. Goede instrumenten en een efficiënte aanpak zorgen dat we het gewenste beeld realiseren. Integrale kwaliteit in de openbare ruimte (totaalplaatje)

Integrale kwaliteit van de openbare ruimte is een samenspel tussen de inrichting, het gebruik en het beheer van de openbare ruimte. Bij het afwegen van de belangen tussen de genoemde waarden van de openbare ruimte, is inzicht in de beeldkwaliteit van deze ruimte een voorwaarde. Succesvolle ruimten kennen een evenwicht tussen inrichting, beheer en gebruik. De waardering van de openbare ruimte is in sterke mate afhankelijk van het samenspel tussen de inrichting (het ontwerp, materiaalkeuze), de wijze waarop wordt beheerd en onderhouden en het functioneren/ het gebruik van deze openbare ruimte. Een positieve waardering van een plek ontstaat, wanneer de plek inspeelt op verwachtingen betreffende uitstraling en functionaliteit. De pijlers inrichting, gebruik en beheer zijn onderling op de volgende wijze met elkaar verbonden: - Inrichting: een goede inrichting betekent dat het ontwerp is afgestemd op het huidige en toekomstige gebruik (functioneel, wensen) daarbij zijn de keuzes beheerbaar, zodat de inrichting duurzaam in stand wordt gehouden. Dit noemen we beheerbewust ontwerp; een inrichting die dusdanig is gekozen zodat het beheer efficiënt uitgevoerd kan worden. - Gebruik: het gebruik is een bewijs dat beheer en inrichting functioneel is, en daarmee voorwaarden schept voor mensen om openbare ruimte te gebruiken zoals deze bedacht is. Dit leidt tot betrokkenheid.

Verkeerd gebruik kan een teken zijn dat de openbare ruimte niet voldoet aan verwachtingen.

- Onderhoud: een goed beheer betekent dat het beheer het ontwerp en de functionaliteit van de ruimte in stand houdt, zoals deze door inrichting is voorzien. Dit noemen we ontwerpbewust beheer. Inwoners zijn betrokken en er geen sprake van overlast.

Fun

n

kke

ctio

nee

l

Gebruik

tro Be

Een integrale kwaliteitsbenadering betekent dat alle wensen en claims op de ruimte worden afgewogen. Inwoners, bedrijven en/ of natuurbelangenverenigingen denken mee en stellen eisen aan de openbare ruimte. Het beleid is hierop gericht, want het zorgt voor variatie en ontstaat herkenbaarheid, betrokkenheid en waardering. Wanneer projecten worden uitgevoerd of aanpassingen plaatsvinden, wordt vooraf een afweging gemaakt van de situatie en claims op de betreffende ruimte. We betrekken de omgeving actief bij deze keuzes. Ideeën, initiatieven en vakkennis geven vorm aan de groene openbare ruimte.

Beheerbaar Inrichting

Onderhoud

Integrale kwaliteitsbenadering houdt ook in dat er afstemming in inrichting, gebruik en onderhoud plaats vindt met de andere beheerdisciplines. Het programma van eisen (PvE) biedt hier een kader voor.

Toelichting - Bij beeldbestek gaat het om de omschrijvingen. De verbeelding is indicatief en kent geen rechtswaarde; - Er mag tot en met 40% onkruidgroei voorkomen in 100 m2 groenvakken, en/ of; - Er mag tot en met 25% bedekking zijn door groenresten in 100 m2 groenvakken, en/ of; - Het aanwezige onkruid mag tot en met 30 cm hoog zijn in 100 m2 groenvakken; - De genoemde 100m2 is een optelling van de groenvakken binnen een te schouwen gebied.

11

3.3 Technische staat en vervanging

Anders dan bij civieltechnische voorzieningen zoals riool en wegen is het voor groen lastig te ‘voorspellen’ wat het ‘slijtagegedrag’ is; het gaat immers om levend materiaal. Door weersomstandigheden, werkzaamheden van bijvoorbeeld nuts bedrijven in plantvakken, grondslag, ziekten en plagen kunnen groenvoorzieningen onvoorspelbaar verslechteren of verbeteren. Op de verticale as van de tabellen hieronder staat de beeldkwaliteit en op de horizontale as de tijdseenheid in jaren. De tabellen geven op basis van ervaringscijfers aan hoe de slijtage van de groenvoorzieningen verloopt. We hanteren als vuistregel dat beplantingen (heesters) en gazons gemiddeld 25 jaar meegaan. Over het algemeen is er dan sprake van kale plekken en krijgen de beplantingen een versleten uitstraling. Meestal is er dan geen sprake van onveilige situaties, zoals dat bij wegen of riool wel het geval kan zijn, maar wel van onvoldoende functionaliteit. Deze voorzieningen moeten dan worden vervangen. De grafieken op de volgende pagina geven schematisch weer hoe de (technische) vervangingscurve verloopt voor bomen, heesters en gazons. Aan de verticale as staat het beeldkwaliteit niveau en op de horizontale as is de levensduur in jaren te zien.

Uitgegaan wordt van de volgende levensduur per groentype: Bomen 60 jaar Bosplantsoen 40 jaar Heesters 25 jaar Hagen 25 jaar Gazon 25 jaar Bermen 35 jaar 3.4 Vervolgacties en projecten

Vervolgacties en projecten uit dit hoofdstuk zijn onderstaand opgenomen.

2.a Het continu schouwen (en indien noodzakelijk sturen) op borging van het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau (B) bij de verschillende groentypes.

12

A+

zeer goed

BOMEN

A

INCIDENTELE VERVANGING VAN BOMEN

B C

goed redelijk matig

KOSTEN

D

slecht zeer slecht

Bomen

20

35

55

70

A+

zeer goed

A

goed

B

KOSTEN

redelijk

HEESTERS

C

matig

D

slecht zeer slecht

Heesters

20

35

55

70

A+

zeer goed

A

goed

B

redelijk

KOSTEN GAZON

C

matig

D

slecht zeer slecht

Gazon

20

35

55

70

13

4 Het beheer en onderhoud Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven is het beeldkwaliteitsniveau voor de gemeente Rucphen gesteld op beeldkwaliteitsniveau B. Dit niveau geeft aan dat binnen acceptabele financiële kaders een kwaliteitsniveau wordt bereikt waarvan men over het algemene een voldoende voor geeft. Een duidelijk inrichting en gevarieerde beplantingssamenstelling zorgen voor een stijging van de belevingswaarde in beeld van de groene openbare ruimte. Het belang van beheer en onderhoud

Beheer en onderhoud zijn nodig voor de instandhouding van een goed functionerende groene openbare ruimte. Elke beplantingssoort heeft zijn eigen levensduur. Door te onderhouden begeleiden we het groen op weg naar volwassenheid en bewaken we het functioneren ervan gedurende de hele levensduur.

4.1 Soorten onderhoud

In zijn algemeenheid zijn er drie niveaus van onderhoud te onderscheiden. Dit zijn: dagelijks onderhoud, klein onderhoud en groot onderhoud. Hieronder staat uitgelegd wat deze begrippen betekenen. Dagelijks onderhoud

Het dagelijks onderhoud is vooral bedoel om voorzieningen comfortabel, netjes en schoon te houden. Denk hierbij aan maaien, schoffelen en wieden. Klein onderhoud/ inboet

Bedoeld om de groenvoorzieningen functioneel te houden, bijvoorbeeld het vervangen van een enkele boom of één of een aantal plantvakken in een straat. Renovatie

Beheer en onderhoud

Beheer betreft alle maatregelen gericht op de blijvende instandhouding van de bestaande inrichting van de (groene) openbare ruimte op het vastgestelde kwaliteitsniveau, waarbij de openbare ruimte blijvend voldoet aan de daaraan te stellen functionaliteitseisen. Beheer is dus conserverend, maar speelt daarnaast ook in op veranderende omstandigheden. Onderhoud is de fysieke uitvoering van maatregelen, waarbij we onderscheid maken in verzorging, technische staat en vervanging. Bij het beheer en onderhoud van de groene openbare ruimte is het uitgangspunt dat de beplanting zijn beoogde levensduur behaalt. Het onderhoud is nodig om het groen te begeleiden naar volwassenheid en zodanig in stand te houden dat het aan zijn functies blijft voldoen. Bij te weinig of verkeerd onderhoud zal het groen niet optimaal functioneren of zelfs voortijdig afsterven. Met een vroegtijdige renovatie als gevolg.

Groot onderhoud wordt uitgevoerd als er zoveel uitval, kale plekken of holle plekken in de beplanting ontstaan dat het effectiever is deze in één keer helemaal te herstellen. Hierbij moet gedacht worden aan het vervangen van alle bomen in een straat. Of het opnieuw aanplanten van hagen of plantvakken in een straat. Reconstructie

Het aanpassen van de inrichting aan veranderende eisen, zoals het omvormen van een kruising naar een rotonde noemen we een reconstructie. Bij reconstructies is er sprake van het aanbrengen van verbeteringen in de functionaliteit van de openbare ruimte. Reconstructie is geen onderhoudsmaatregel. Feitelijk wordt bij reconstructie een nieuwe, andere voorziening aangelegd. Voor reconstructies wordt een investeringskrediet beschikbaar gesteld. Rehabilitatie

In het beheersysteem brengen we in beeld wat de aanplant data is van het groen. Hiermee kan op basis van de technische levensduur (vervanging) in beeld gebracht worden wanneer het groen vervangen dient te worden. Dit noemen we rehabiliteren.

14

4.2 Het beheerproces

Om te bepalen wanneer welke vorm van onderhoud nodig is, is het belangrijk het onderstaande beheerproces te volgen: Areaal gegevens

Om een goed beheer te kunnen voeren, is noodzakelijk te weten hoeveel of wat je aan voorzieningen hebt. Met andere woorden, voor goed beheer is inzicht in het areaal noodzakelijk. Om dit inzicht te verkrijgen wordt gebruik gemaakt van het beheersysteem Obsurv. Daarnaast worden periodiek inventarisaties uitgevoerd. Beeldkwaliteit

Om kwalitatief en strategisch onderhoud te kunnen plegen is het belangrijk om inzicht te hebben in de beeldkwaliteit en technische staat van het groenareaal. De beeldkwaliteit wordt bepaald aan de hand van inspecties. Deze inspecties worden conform de CROW beeldsystematiek door de eigen dienst uitgevoerd. Bepalen onderhoudsmaatregelen

Aan de hand van inspecties en het vastgestelde kwaliteitsniveau/ functionele staat worden door de beheerder onderhoudsmaatregelen gedefinieerd. De beheerder bundelt en prioriteert de verschillende onderhoudsmaatregelen. Onderhoudswerken voorbereiden

Als de maatregelen bepaald zijn kunnen ze vertaald worden naar opdrachten. Het is aan de beheerder of hij dit wil uitbesteden of door de eigen dienst laat doen. Soms is het nodig werkomschrijvingen te maken of een bestek te schrijven.

Groenbeheerparagraaf

Het is belangrijk dat direct bij de start van een ruimtelijk project de uitgangspunten, randvoorwaarden en eisen/ wensen voor het nieuw aan te leggen en/of bestaande groen in kaart worden gebracht en vastgelegd. Dit gebeurt naast de advisering door de adviseur groen ook door de groenonderdelen zoals vastgelegd in het programma van eisen (PvE). Op basis hiervan is groen vanaf de start op evenwichtige wijze betrokken in de ontwerp- en planfase en zodoende meedenkt bij te maken ruimtelijke en thematische keuzes. Hiermee komen tevens consequenties voor het groen vroegtijdig in beeld en is tijdige bijsturing mogelijk. Daarnaast dient bij ieder ruimtelijk project een beheerparagraaf te worden opgesteld. De beheerparagraaf wordt opgesteld zodra het ruimtelijke initiatief concreet uitgewerkt is naar een (concept)plan. De beheerparagraaf bevat een toets op zowel de beheerbaarheid, als de beheerkosten van het nieuw aan te leggen openbaar groen en het eventueel in te passen bestaande groen.

Inhoudsopgaven beheerparagraaf - Inleiding met nut en noodzaak van de beheerparagraaf; - Toetsing van de gewenste ruimtelijke en groeninrichting aan de eisen voor inrichting, aanleg en beheerbaarheid van openbare groenvoorzieningen; - Doorrekening van de beheerkosten aan de hand van kwaliteitsniveau, areaal en eenheidsprijzen; - Overige aandachtspunten voor het groen en beschermde soorten bij realisatie van het project.

Uitvoering

De laatste stap in het beheerproces is de uitvoering. Na realisatie worden revisiegegevens weer verwerkt in het beheersysteem.

In deze paragraaf worden hieronder verstaan grootschalige ontwikkelingen als uitbreiding bedrijventerrein, inbreidingslocaties met meerdere woningen of nieuwbouw. Vergunningsaanvragen voor individuele woningen die de groene openbare ruimte niet aantasten vallen hier niet onder.

15

Beheerparagraaf

Voor een goede borging van het beheer dient er gewerkt te worden met beheerparagrafen. Een beheerparagraaf wordt geschreven bij de overdracht van een reconstructie-, herinrichtings- of uitbreidingsproject. De paragraaf geeft aan welk beheer nodig is en welke kosten hiermee zijn gemoeid. Uitgangspunt is dat alleen projecten in beheer worden overgenomen waarvoor een beheerparagraaf is vastgesteld bij de oplevering. Bij projecten die gefaseerd worden uitgevoerd is voor elke fase een beheerparagraaf nodig, zodat vooraf inzichtelijk is hoeveel structurele middelen er nodig zijn na de eenmalige investering. Het beheersysteem

In het beheersysteem Obsurv wordt zoals gezegd het gemeentelijk areaal bijgehouden. Alle beheerdisciplines zijn in dit systeem verwerkt. Een beheersysteem is essentieel bij het maken van planningen en het berekenen van kosten en capaciteit. Door alle mutaties op het gebied van ontwikkelingen, projecten en renovaties dient wekelijks het beheersysteem geactualiseerd te worden. Maatregelpakketten regulier onderhoud

Om onze ambitie te realiseren wordt onderhoud uitgevoerd. De wijze waarop dit gebeurt en de frequentie van uitvoering zijn bepalend voor de resulterende kwaliteit. Het benodigde onderhoud om te komen tot het gewenste kwaliteitsniveau wordt vastgelegd in maatregelpakketten voor de verschillende groen(beheer)categorieën. Hierin is aangegeven welke maatregelen nodig zijn met frequentie en bewerkingspercentage. In de maatregelpakketten zijn alle maatregelen opgenomen waarmee het groen ‘in lengte der jaren’ in stand gehouden wordt, op het gewenste niveau.

incidentele uitval, groeiplaatsverbetering, VTA-inspecties, water geven en bestrijding van ziekten en plagen. - Vervanging betreft de algehele vervanging van een groenvak, grasveld of boom aan het einde van de levensduur. Eenheidsprijzen

De jaarlijkse kosten voor de uitvoering van een maatregelpakket zijn per eenheid (m2, m1, st) weer te geven in een eenheidsprijs. De eenheidsprijzen per groencategorie hangen mede af van de uitvoerende instantie, waarbij verschillen kunnen bestaan in tarief en productiviteitsnorm. De eenheidsprijzen waarmee in dit beheerplan is gerekend zijn opgebouwd uit landelijke tijdsnormen, tarieven, frequenties en bewerkingspercentages per maatregel. De maatregelpakketten zijn een benadering van de werkelijkheid, ze geven een indicatie van het beeld dat met de maatregelen wordt bereikt. De maatregelpakketten geven een gemiddelde situatie weer. De praktijk kan echter anders uitpakken, door weersomstandigheden, lokale inrichting, wijze van uitvoering, technische innovaties, e.d. in vochtige, warme zomers zal het groen sneller groeien dan in droge koele zomers, er is dan intensiever onderhoud vereist. In een situatie met veel kleine beplantingsvakken is per vierkante meter meer inspanning nodig dan als het om één groot vlak gaat. De maatregelpakketten gaan uit van goede omstandigheden bij de aanleg van het groen. Verder is marktwerking er de oorzaak van dat inschrijvingen soms hoger, soms lager uitkomen dan de berekende kosten. Specifieke maatregelen

16

Een maatregelpakket omvat maatregelen voor verzorging, technische staat en vervanging.

Behalve het reguliere onderhoud dient in het beheer nog rekening te worden gehouden met de volgende maatregelen:

- Onder verzorging vallen maatregelen als onkruidbestrijding, bladharken en zwerfvuil verwijderen. - De technische staat omvat de maatregelen die benodigd zijn om het groen gedurende zijn levensduur in stand te houden. Voor beplanting zijn dat maatregelen als snoeien, dunnen, afzetten en – als er planten uitvallen – inboeten. Bij gras gaat het om maaien, grasherstel, e.d. Maatregelen bij bomen zijn snoeien (begeleidingssnoei, vormsnoei, opkronen, knotten, verwijderen dood hout, etc.), inboeten bij

- In situaties waarin het groen momenteel niet het vereiste kwaliteitsniveau heeft, we spreken dan van achterstallig onderhoud, moet extra onderhoud worden verricht om het groen weer op het ambitieniveau te brengen. Dit kan variëren van een extra schoffel- of snoeironde of inboeten tot algehele vervanging van het vak of de boom. - In geval van (storm)schade, vandalisme of calamiteiten moet soms urgent worden ingegrepen, zeker als de veiligheid in het geding is.

- Inspelen op ontwikkelingen. Als het groen in de loop van de tijd, ondanks het juiste onderhoud, niet optimaal functioneert, is het gewenst op zoek te gaan naar oplossingen. Dit kunnen wijzigingen in de inrichting zijn, of aangepaste onderhoudsmaatregelen of maatregelen die het gebruik regelen (handhaving). Voorbeelden zijn: door een tekort aan parkeerplaatsen wordt vaak op het gazon geparkeerd; er is behoefte aan een trapveldje in de buurt; beplanting wordt regelmatig vertrapt (olifantspaadje); bewoners willen meer invloed in het onderhoud van het groen; er breekt een ziekte uit onder bepaalde plantensoorten; etc. Vervanging / renovatie

Groen heeft een eindige levensduur. Na aanleg heeft het enige tijd nodig om aan te slaan, vervolgens ontwikkelt het zich, begeleid door goed onderhoud, in kwaliteit. Dit in tegenstelling tot dode materialen, zoals verhardingen, die bij aanleg de hoogste kwaliteit hebben en daarna alleen maar minder worden. Tegen het einde van de levensduur wordt de kwaliteit van het groen minder en breekt het moment van vervanging aan. In onderstaande grafiek is dit proces verbeeld. De levensduur van groen verschilt per beplantingstype. Ook plaatselijke omstandigheden, zoals de grondslag, zijn van invloed op de levensduur. In het groenbeheer hanteren we de onderstaande levensduren voor de verschillende soorten groen. In de tabel zijn ook de vervangingskosten per eenheid weergegeven. Deze kosten betreffen het verwijderen van de oude beplanting en het aanbrengen van de nieuwe inclusief grondverbetering waar nodig.

Financiën

Goed beheer en onderhoud zijn afhankelijk van voldoende middelen. De financiën van groen omvatten vele facetten. Onderstaand wordt hier op de belangrijkste onderdelen ingegaan. Dagelijks onderhoud € 1.173.500 Maaien bermen € 133.000 Renovaties € 130.000 Inboet € 50.000 Onderhoud landschapselementen € 7.000 Machinaal knippen hagen € 25.000 Cyclisch boombeheer € 100.000 Diversen € 22.600 Totaal € 1.641.100 Bedragen zijn excl. BTW Niet meegenomen zijn: onderhoud sportvelden, onkruid bestrijding op verhardingen en plaagdierbestrijding.

In het dagelijks beheer wordt door intensieve aansturing van de WVS groep door de gemeente en het inzetten van ondersteunende groenaannemers de vastgestelde beeldkwaliteit bereikt. Door te gaan werken met een beeld- en frequentiebestek ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de groenaannemer. De kosten in het dagelijks beheer en onderhoud zullen hierdoor stijgen. De benodigde budgetten zijn een integraal onderdeel van het opzetten van de werkprocessen en datagestuurd beheer voor het groenbeheer en -onderhoud.

Strategie voor vervanging van groen

We werken met een buurt- of wijkgerichte aanpak voor de renovaties. Het moment van vervanging wordt aangegrepen om na te denken over eventuele aanpassing van de inrichting. Op basis van de integrale planning wordt ook afstemming gezocht met de andere disciplines. Het streven is om groenvervanging zoveel mogelijk in integrale plannen op te nemen. Alleen als het groen aan vervanging toe is en er zijn binnen 5 jaar geen integrale plannen, dan wordt het groen sectoraal aangepakt.

17

Bij de integrale aanpak kan het soms voorkomen dat groen voortijdig vervangen wordt. Als we dit signaleren maken we de afweging (financieel) of het voordeel van gebiedsgerichte aanpak opweegt tegen de vervroegde vervanging. De kaarten met de groenstructuren per kernen en voor de gehele gemeente vormen een belangrijke leidraad bij vervanging en renovatie van groen. Tenslotte wordt hier opgemerkt dat vervanging van bomen in het buitengebied niet wordt gefinancierd vanuit de reguliere begroting, maar dat per project middelen worden aangevraagd. Hiervan zal sprake zijn als de boombeplanting het einde van zijn levensduur heeft bereikt of in voorkomende gevallen bij ziekte of calamiteiten. 4.3 Vervolgacties en projecten

Vervolgacties en projecten uit dit hoofdstuk zijn onderstaand opgenomen.

4.a Het opstellen van een basisdocument ten behoeve van de beheerparagraaf 4.b Wekelijks bijhouden van de mutaties in Obsurv 4.c In beeld brengen van de vervangingskosten per groentype ten behoeve van de renovaties/ rehabilitaties 4.d Opstellen maatregelpakketten voor het dagelijks onderhoud. 4.e Het dagelijks groenbeheer meerjarig onderbrengen bij een groenaannemer met een verplichting tot SROI (Social Return on Investment) of een afname van gedetacheerd personeel van de WVS groep 4.f Aanpassen groenbeheer met in achtneming van ecologische waarden en potenties, dit in afstemming met actieplan biodiversiteit 4.g Actualiseren beheer landschapselementen in relatie tot actieplan landschapselemeneten

18

19

5 Handen uit de mouwen Dit hoofdstuk beschrijft de mogelijkheden die de gemeente biedt aan bewoners en bedrijven om mee te doen in het groen onder de naam ‘handen uit de mouwen’. Dit kan variëren van het meewerken in het onderhoud, het zelf inrichten en onderhouden van groen tot het huren/kopen van openbaar groen. Per vorm worden de bijbehorende spelregels benoemd.

Wat is het?

Inwoners en stakeholder worden gevraagd om mee te denken, ontwerpen en beslissen bij de verschillende opgaven in de groene openbare ruimte. Of het nu hierbij gaat over beleidsdocumenten, de groene inrichting van een wijk of de keuze voor een boom Hoe werkt het?

5.1 Vormen van meewerken

Gemeente Rucphen wil een vitale en sociaal sterke gemeente zijn, waar inwoners zich betrokken voelen en zijn bij hun directe leefomgeving. Daarnaast kijken we welke taken terug te leggen zijn in de samenleving. Deze grondhouding vertaalt zich uiteraard ook door naar het groene vakgebied. Juist hier is het uitstekend mogelijk om de betrokkenheid van inwoners met hun omgeving handen en voeten te geven. Voor het ‘handen uit de mouwen’ worden de volgende mogelijkheden geboden: - Denken, ontwerpen en beslissen - Meewerken in het groenonderhoud - Adopteren van groen - Vergroenen met geveltuinen - Kopen of huren van groen Met het onderdeel ‘handen uit de mouwen’ worden verschillende doelen nagestreefd. De belangrijkste hiervan zijn, mede afhankelijk van de participatievorm, vergroten van de betrokkenheid met de (groene) omgeving, verhogen van de onderhoudskwaliteit, versterken van de sociale cohesie, bijdragen aan vergroening en afstoten van snippergroen. Het gaat met klem niet om het realiseren van bezuinigingen in het onderhoud. 5.2 Denken, ontwerpen en beslissen

De groene openbare ruimte is niet alleen meer een taak van de gemeente. Er zijn veel verschillende belangen die invloed hebben op de inrichting en het gebruik. We pakken de groenopgaven dan ook gezamenlijk aan.

Inwoners en stakeholders worden voorafgaand aan de verschillende planprocessen uitgenodigd. Dit kan via lokale en sociale media, maar ook gericht bij specifieke opgaven. Uitgangspunt hierbij is het samenbrengen van ideeën, initiatieven en vakkennis. De vakkennis wordt verkregen door het betrekken van lokale groenaannemers, kwekers en specialisten op het gebied van groen en natuur. 5.3 Meewerken in het groenonderhoud

Het zorgen voor een goed onderhouden en veilig openbaar groen is een kerntaak van de gemeente. Op basis van de functie, gebruik en beschikbare financiële middelen gaat de gemeente hierbij uit van een vast kwaliteitsniveau voor het onderhoud. Het komt echter voor dat omwonenden een hoger kwaliteitsniveau wensen dan op basis van het gemeentelijk onderhoud wordt gerealiseerd. Wat is het?

Bewoners werken als individu mee aan het onderhoud van het groen in hun buurt of straat en zorgen voor een ‘plus’ op het onderhoud. Dit betekent dat bewoners, in aanvulling op het reguliere onderhoud dat de gemeente uitvoert, op vrijwillige basis vaker zwerfafval verwijderen of schoffelen. Dit zorgt ervoor dat het groen in de straat er extra netjes bij komt te liggen. Hoe werkt het?

Bewoners mogen op eigen initiatief bijdragen aan een hoger verzorgingsniveau in hun straat. Dit hoeft niet gemeld te worden bij de gemeente en is vrijblijvend. Wel gelden er enkele algemene spelregels/voorwaarden waaraan men zich moet houden. 5.4 Adoptie van groen

Een verdergaande vorm van participatie is het adopteren van groen. Hierbij wordt het onderhoud van groen, onder bepaalde voorwaarden, in zijn geheel overgenomen door de initiatiefnemers. De gemeente voert dan geen of beperkt onderhoud meer uit.

20

Wat is het?

Het overnemen van het onderhoud van één of meerdere groenvakken of een groter groengebied. Ook is er ruimte, altijd in overleg met de gemeente, om de inrichting aan te passen, bijvoorbeeld door het aan- en/ of tussen planten van andere plantensoorten of het omvormen van gras naar sierheesters, de beplantingssamenstelling aan te passen of het geheel om te vormen naar een andere groenvorm. De wederzijdse afspraken over de te onderhouden vakken en eventuele aanpassing van de inrichting worden vastgelegd in een overeenkomst en in het beheersysteem wordt de ‘beheerder’ van de percelen aangepast.

Wat is het?

Een geveltuin is een smalle strook groen langs een gevel, muur of schutting aan de openbare weg, die door de aanwonende is beplant en wordt onderhouden. Hoe werkt het?

Een initiatiefnemer kan bij de gemeente een aanvraag indienen voor het realiseren van een geveltuin. De gemeente toetst de aanvraag aan de gestelde spelregels. Als hieraan voldaan wordt, gaat de gemeente in overleg met de aanvrager en stelt op grond hiervan een overeenkomst op. De gemeente realiseert de gewenste contouren van de geveltuin. De initiatiefnemer zorgt zelf voor de aanleg en onderhoud van de geveltuin.

Hoe werkt het?

Een initiatiefnemer kan een aanvraag indienen voor de adoptie van groenvakken in hun straat of directe woonomgeving. De gemeente toetst de aanvraag aan de gestelde basisvoorwaarden. Als hieraan voldaan wordt, gaat de gemeente in overleg met de aanvragers en stelt op grond hiervan een overeenkomst op. Hierin worden onder meer afspraken vastgelegd over de inrichting, uitstraling, ondersteuning gemeente en de duur van instandhouding.

5.6 Uitgifte van groen

Bij uitgifte van groen wordt zowel de inrichting als het beheer en onderhoud overgedragen naar de bewoner. Er zijn twee typen te onderscheiden: - Verkoop - Verhuur Wat is het?

Belangrijk is dat vooraf duidelijk wordt gemaakt dat onderhoud altijd nodig is en blijft. Bij de beoordeling van bewonersinitiatieven hier nadrukkelijk aandacht voor vragen en actief meedenken of ondersteunen hierin met bijvoorbeeld periodieke onderhoudsinstructies in de lokale media. Wanneer verwaarlozing dreigt neemt de gemeente het onderhoud, na een waarschuwing, weer over zodat er geen kapitaalsvernietiging plaatsvindt (vak weer opnieuw inrichten en opnieuw in beheer nemen). 5.5 Geveltuinen

In sommige straten zijn geen voortuinen aanwezig en grenzen de gevels direct aan de openbare ruimte, hiedoor ontstaat al snel een stenig, onaantrekkelijk beeld. De aanleg van geveltuinen biedt dan een kans om een groener en prettiger straatbeeld te creëren. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan de bredere doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie voor vergroening en infiltratie of opvang van regenwater.

Groenstroken zonder ‘aantoonbare openbare functie’ komen in aanmerking voor verkoop. Hier wordt onder verstaan dat de gronden buiten de basis groenstructuur en te behouden/ versterken groene verbindingen met liggen. Daarnaast heeft de groenstrook geen openbare functies als verkeersgroen, gebruiksgroen of beeldbepalend groen. De grond ten behoeve van de kaveluitbreiding wordt verkocht en geleverd in de huidige staat. De voorkeur gaat uit naar verkoop, maar als dat niet mogelijk is dan is verhuur ook een optie. Verhuur is mogelijk als de gemeente nog een aantoonbaar belang heeft bij het in bezit houden van de grond, maar die geen openbare functie heeft. Hoe werkt het?

Initiatiefnemers kunnen een aanvraag voor aankoop of huur van een groenperceel indienen. Aan de hand van een aantal vaste criteria wordt bepaald of het betreffende perceel in aanmerking komt voor verkoop of verhuur. Zij wint daarbij advies in bij verschillende disciplines, waaronder groen. De advisering vanuit groen weegt even zwaar als de andere disciplines.

21

De komende jaren wordt een kaart opgesteld waarop de voor verkoop in aanmerking komende groenstroken aan gegeven worden. Het opstellen van de kaart gebeurt op basis van integraliteit, hierdoor worden de verschillende belangen goed afgewogen. Op basis van deze kaart kan er sneller gehandeld worden bij een eventuele aanvraag. In de praktijk zijn veel groenstroken voor een vaste periode verhuurd vanwege de ligging van nutsvoorzieningen. Komende jaren lopen veel van deze huurovereenkomsten af, hetgeen ruimte biedt om nieuwe afwegingen te maken. Verder komt het geregeld voor dat (gedeeltes) van groenstroken illegaal in gebruik zijn genomen. De omvang van deze problematiek en de juridische consequenties hiervan zijn (nog) niet goed in beeld. Het formaliseren door verkoop of verhuur van dit oneigenlijke gebruik is, naast terugvordering, een belangrijk onderdeel van de aanpak van deze problematiek. In een apart project wordt inzichtelijk gemaakt wat de omvang is van deze problematiek en kan hier op geanticipeerd worden. 5.7 Vervolgacties en projecten

Vervolgacties en projecten uit dit hoofdstuk zijn onderstaand opgenomen.

5.a Alle genoemde vormen van meewerken uitwerken naar concrete producten en opnemen op de gemeentelijke website 5.b Periodiek schouwen van de vakken die door de bewoners worden onderhouden 5.c Periodiek delen van informatie omtrent groen en het meewerken in het groen in lokale en sociale media 5.d Het in beeld brengen van mogelijke lokaties voor te verkopen snippergroen 5.e Jaarlijks spelregels nalopen en waar nodig actualiseren

22

23

R

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11083794/1