07b2 Kom St. Willebrord Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord Toelichting
Tekst van het document
Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In april 2014 is de Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Putten vastgesteld. Uitgangspunt van deze
28 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23
beleidsvisie is de toepassing van verschillende restrictieniveaus voor het al dan niet toestaan van risicovolle bedrijven op bedrijventerreinen. Elk bedrijventerrein is gekoppeld aan een restrictieniveau. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen worden dus niet per definitie uitgesloten, maar dit is wel als restrictieniveau opgenomen. Het oprichten van nieuwe risicovolle bedrijven buiten bedrijventerreinen wordt tevens niet per definitie uitgesloten, al moet wel rekening worden gehouden met een optimale ruimtelijke ordening en veiligheid.
4.7.2 Ongevallen gevaarlijke stoffen In de direct omgeving van het plangebied ligt de A58, een Basisnetroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.Volgens de Regeling basisnet geldt ter plaatse een PR=10-6 contour van 0 meter, dus plaatsgebonden risico vormt geen belemmering; Er is een plasbrandaandachtsgebied (PAG) aanwezig van 30 m vanaf de kant van de weg. Het plangebied ligt op ca. 60 m van de kant van de weg en valt daarmee ruim buiten het PAG. Er vinden over deze weg 4.000 transporten LPG per jaar oplaats. Volgens het HART (Handleiding Risicoanlyse Transport) is, gezien deze hoeveelheid transporten en de afstand tot de weg, het groepsrisico lager dan 10% van de oriëntatiewaarde, zolang de personendichtheid lager is dan 80 personen/ha. Daar is hier zeker sprake van. Naar verwachting zullen in het plangebied maximaal 25 personen tegelijk aanwezig zijn. C onform artikel 7 van het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes (BEVT) moet in de toelichting worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
In dat kader wordt het volgende overwogen: Aan de huidige infrastructuur en dus de bereikbaarheid van het plangebied verandert niet door deze ontwikkeling, dus blijft het huidige niveau van bestrijdbaarheid ongewijzigd. Binnen het plangebied zullen zelfredzame mensen werkzaam zijn. In het plan moet worden gezorgd voor meerdere vluchtroutes in de tegenovergestelde richting van een eventuele calamiteit op de A58.
4.7.3 Hoogspanningslijnen Uit de kaart van het Hoogspanningsnet blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen hoogspanningsleidingen aanwezig zijn.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord 29
Afbeelding 4-2 uitsnede kaart Hoogspanningsnet
4.7.4 Conclusie Het transport van gevaarlijke stoffen over de A58 vormt geen probleem voor de voorgenomen ontwikkeling, onder de voorwaarde dat voldoende vluchtroutes worden ingericht in de tegenovergestelde richting van de A58.
4.8 Bedrijven en milieuzonering Door bij de realisatie van gevoelige functies (zoals woningen) voldoende afstand in acht te nemen tot milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) kan hinder en gevaar worden voorkomen. Daarnaast kan worden voorkomen dat bedrijfsbelangen worden geschaad. Door middel van een onderzoek bedrijven en milieuzonering wordt onderzocht of de toekomstige woningen mogelijk een belemmering vormen voor bestaande bedrijven in de omgeving en of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ten behoeve van de milieuhygiënische afweging in het kader van een ruimtelijke onderbouwing wordt voor de meest nabij gelegen bedrijven aansluiting gezocht bij het stappenplan uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”.
4.8.1 Beoordelingssystematiek VNG-publicatie De VNG-publicatie is een algemeen geaccepteerd instrument om na te gaan of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening in situaties waar woningen dicht bij bedrijven worden voorzien. In voorliggend onderzoek is gebruik gemaakt van de meest recente versie uit 2009. De VNG-publicatie geeft richtafstanden per bedrijfscategorie. De afstanden worden gegeven voor een aantal milieuaspecten, met name geur, stof, geluid en gevaar. De afstanden gelden tussen de perceelsgrens van het bedrijf en de gevels van woningen. Indien deze afstanden worden gerespecteerd is er sprake van een milieuhygiënisch te verantwoorden situatie en een goede ruimtelijk ordening. Indien één van deze afstanden niet wordt gerespecteerd is nader onderzoek noodzakelijk om na te gaan of alsnog sprake kan zijn van een milieuhygiënisch verantwoorde situatie. Het toetsingskader bestaat uit 4 stappen. In stap 1 wordt een afweging gemaakt aan de hand van de in de publicatie genoemde richtafstanden. Indien woningen op kleinere afstand zijn gelegen dan de richtafstanden kan voor het betreffende plandeel in stap 2, 3 of 4 gemotiveerd worden afgeweken van de richtafstanden.
30 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23
4.8.2 Richtafstanden inrichtingen (stap 1) De richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën worden vermeld in hoofdstuk 1 (lijst 1) van de VNG-publicatie. De richtafstanden die in de lijst zijn opgenomen gelden voor het gebiedstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. In de navolgende tabel worden de richtafstanden weergegeven. Tabel - Overzicht richtafstanden per bedrijf Milieu categorie
Richtafstand (m)
1
10
2
30
3.1
50
3.2
100
4.1
200
4.2
300
5.1
500
5.2
700
De omgeving kan mogelijk worden gekwalificeerd als 'gemengd gebied', gezien de verschillende functies (verkeer, bedrijvigheid, woningen, enz.), waardoor een richtafstand van 10 meter zou kunnen gelden. In het onderzoek is voor de zorgvuldigheid toch uitgegaan van een rustige woonwijk en 30 meter. Binnen deze richtafstand, die voornamelijk voor het aspect geluid relevant is, zijn woningen gelegen (Roosendaalseweg en Kenbelstraatje). Daarom is een akoestisch onderzoek (zie bijlage 6) uitgevoerd naar de mogelijk optredende geluidbelasting als gevolg van de representatieve bedrijfsvoering in het bedrijfsverzamelgebouw en het rioolgemaal. Hierbij is beoordeeld of aan de richtwaarden uit de VNG-handreiking kan worden voldaan. Er is gekeken naar de bedrijfssituatie die maximaal planologisch mogelijk is én naar een representatieve bedrijfssituatie. Uit de berekeningen van blijkt het volgende: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Er wordt ten hoogste 48 dB(A) etmaalwaarde berekend als gevolg van de voorgenomen activiteiten op de Roosendaalseweg 23 ter hoogte van de gevels van de omliggende woningen. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit de VNG-publicatie.
Maximale geluidniveaus maximale bedrijfssituatie categorie 2: als gevolg van de optredende maximale geluidniveaus wordt ten hoogste 71/66/61 dB(A) in respectievelijk de dag-/ avond- en nachtperiode berekend. Hiermee wordt niet voldaan aan de richtwaarde van 70/65/60 dB(A) conform de VNG-publicatie. Aan de grenswaarde van 75/70/65 dB(A) uit de VNG-publicatie wordt wel voldaan. Representatieve bedrijfssituatie: voor de maximale geluidniveaus wordt ten hoogste 67/69/69 dB(A) berekend tijdens de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee wordt in de dagperiode voldaan aan de richtwaarde van 70 dB(A) uit de VNG. Gedurende de avond- en nachtperiode kan voor de geprognosticeerde bedrijfsvoering niet voldaan worden aan de richtwaarde van 65/60 dB(A) ter hoogte van de gevels van de omliggende woningen. Voor het rioolgemaal wordt voldaan aan de richtwaarde uit de VNG. Indirecte hinder Voor de indirecte hinder wordt ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde berekend als gevolg van de maximaal planologische situatie ter hoogte van de gevels van de omliggende woningen. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit VNG-publicatie. De maximale geluidniveaus in de avond- en nachtperiode voldoen niet aan de richtwaarde. Dit betekent dat ofwel maatregelen nodig zijn om geluidreductie te creëren, ofwel in de avond en nacht geen werkzaamheden mogen worden uitgevoerd.
Dit laatste is opgenomen in de planregels met een mogelijkheid om af te wijken als op basis van een akoestisch onderzoek kan worden aangetoond dat ook in de avond- en nachtperiode wordt voldaan aan de richtwaarden. Woon- en leefklimaat Uit de rekenresultaten voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau gedurende de representatieve bedrijfssituatie blijkt dat ten hoogste 44 dB voor de Lden wordt berekend. Op grond van onderstaande tabel is deze geluidbelasting te kwalificeren als een zeer goed woon- en leefklimaat. bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord 31
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is, onder voorwaarden (geluid avond- en nachtperiode), in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.9.1 Algemeen Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting bij elk ruimtelijk plan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied.
4.9.2 Cultuurhistorie De aanwezige bebouwing is niet aangewezen als gemeentelijk of rijksmonument. Er zijn ook geen cultuurhistorisch waardevolle elementen in het plangebied aanwezig die speciale regeling in het bestemmingsplan behoeven. Conclusie Het onderwerp cultuurhistorie is niet van belang voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9.3 Archeologie Op grond van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) zijn de belangrijkste bevoegdheden aangaande de archeologie bij de gemeente neergelegd. De gemeenteraad is op grond van de Monumentenwet verplicht bij de vaststelling van ruimtelijke plannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Om het aspect archeologie goed mee te wegen in een gemeentelijke ruimtelijke besluitvorming heeft de gemeente Rucphen in 2010 een Erfgoedverordening opgesteld. De Erfgoednota bestaat onder andere uit een archeologische verwachtingenkaart en een advies archeologische beleidskaart. In 2019 heeft de gemeente op basis van verschillende nieuwe inhoudelijke bronnen en verschillende archeologische onderzoeken die reeds zijn uitgevoerd besloten haar bestaande archeologiekaart en het bijbehorende beleid te herzien. Het resultaat is de Nota Archeologie met bijbehorende Archeologische Beleidskaart.
32 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23
Afbeelding 4.2 Archeologische beleidskaart Deze informatie is verwerkt in het vigerende bestemmingsplan Kom Sint Willebrord (vastgesteld op 8 maart 2023). Voor het plangebied geldt geen dubbelbestemming voor de bescherming van eventuele archeologische waarden. Een onderzoek hiernaar is daarom ook niet noodzakelijk. Conclusie De aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
Waterparagraaf
4.10.1
Algemeen
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord 33
4.10.2
De Watertoets
In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. C oncreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro.
4.10.3
Waterbeleid
Provincie Noord-Brabant Vigerend is het Regionale water en Bodem Programma 2022-2027 (RWP) van 3 december 2021. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaat adaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven. In het RWP wordt voor het thema water en vitale bodem nadere uitwerking en invulling gegeven aan de Brabantse Omgevingsvisie. Het opgenomen beleid in dit RWP is een doorontwikkeling van het beleid zoals opgenomen in het Provinciaal Milieu- en Waterplan 20162021 (PMWP). Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Waterschap Brabantse Delta De projectlocatie is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Brabantse Delta. De visie van waterschap Brabantse Delta is vervat in het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 en kent een geldigheid vanaf 1 december 2021. Hierin is de overkoepelende ambitie vastgesteld om samen met de omgeving te werken aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor de regio Middenen West-Brabant.
Om deze ambitie te bereiken zijn er 6 beleidskeuzes opgesteld: Beleidskeuze 1 - Water als drager voor een vitale regio Beleidskeuze 2 - Evenwicht in het water- en bodemsysteem Beleidskeuze 3 - We werken samen Beleidskeuze 4 - We werken duurzaam Beleidskeuze 5 - We werken veerkrachtig en vernieuwend Beleidskeuze 6 - We prioriteren op basis van verplichtingen en mogelijkheden Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels.
Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. b. c. d.
het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel:
34 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23
Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Voor het overige zijn er in de keur diverse regels opgenomen om gebieden met een specifieke functie te beschermen, zoals de attentiegebieden en invloed gebieden Natura 2000. Er geldt een specifiek beschermingsregime, afhankelijk van het type gebied en de ligging in of nabij een beschermd gebied. Gemeente Het beleid van de gemeente Rucphen houdt bij nieuwe ontwikkelingen de hydraulische randvoorwaarden aan van waterschap Brabantse Delta.
Afbeelding 4.4 verharding huidige en nieuwe situatie
Beoordeling Een ruimtelijke ontwikkeling mag geen negatief effect hebben op de waterhuishouding. Dit houdt in dat de waterafvoer uit het plangebied niet mag toenemen en de waterafvoer niet mag worden afgewenteld op andere gebieden. Vanwege het planvoornemen neemt de verharding met meer dan 500 m 2 toe, omdat het plangebied grotendeels verhard zal worden. De toegangsweg tot het pompgemaal wordt voorzien van groenspoorplaten met een minimale doorlaat van 50%. Het water wat hierop valt wordt dan ook direct geïnfiltreerd in de bodem. De toename in overige bebouwing en verharding komt uit op ca. 2600m2. Hiervoor dient een retentievoorziening te worden gerealiseerd. Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = 2600 (in m²) x 0,06 = 156 m 3 Binnen het plangebied, dat 450 m 2 groot is, is voldoende ruimte voor de realisatie van waterbergende voorzieningen voor de infiltratie van deze opgave. Een concreet ontwerp wordt overlegd bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. Uit de kaarten behorende bij de Keur waterschap Brabantse Delta volgt dat de locatie niet gelegen is binnen een attentiegebied, beschermd gebied waterhuishouding of het invloedsgebied Natura 2000. Conclusie
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord 35
Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling
4.11
Parkeren en ontsluiting
4.11.1
Parkeren
Voor het bepalen van de parkeerbehoefte en parkeernorm hanteert de gemeente de Nota Parkeernormen Rucphen 2017. Het plangebied ligt in het gebied dat als 'schil/overloopgebied' wordt beschouwd. Voor bedrijfsverzamelgebouwen hanteert de gemeente een parkeernorm van 1,25 parkeerplaats per 100m 2 bedrijfsoppervlakte. De totale oppervlakte is rond de 1.400 m 2. Dit betekent een totale parkeeropgave van 18 parkeerplaatsen op eigen terrein (17,5 afgerond naar boven). Op het terrein zijn 39 parkeerplaatsen voorzien. Er wordt dus ruim aan de eisen voldaan.
4.11.2
Ontsluiting
De ontsluiting van het bedrijfsterrein is voorzien op de Roosendaalseweg. Ook het gemaal zal op die weg worden ontsloten. Er worden geen problemen verwacht in de verkeersafwikkeling.
4.12
Duurzaamheid
De beoogde ontwikkeling maakt het mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied te voorzien in een deel van de actuele volkshuisvestelijke opgave. Hierdoor wordt voorkomen dat dit in het landelijk gebied moet worden gezocht. Het bouwplan voorziet daarmee in duurzaam ruimtegebruik. Ten aanzien van de nieuwe woningen geldt dat deze gasloos (all-electric) moeten worden uitgevoerd.
4.13
Kabels en leidingen
Planologische relevante leidingen zijn leidingen die bescherming in het bestemmingsplan behoeven. Dit zijn bijvoorbeeld rioolwaterpersleidingen met een grote diameter en waterleidingen met een regionale functie. Op deze leidingen zijn geen veiligheidsafstanden van toepassing, maar wordt wel rekening gehouden met een zakelijk rechtstrook van de leidingen. Door binnen deze strook een bouwverbod op te nemen, wordt beschadiging van de leiding voorkomen.
36 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23
Hoofdstuk 5
Wijze van bestemmen
5.1 Algemene juridische opzet Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De regels zijn zodanig opgesteld dat wordt aangesloten bij de vigerende bestemmingsplannen voor de overige kernen binnen de gemeente Rucphen. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de vigerende rechten ter plaatse. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan de op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan.
5.2 Inleidende regels Artikel 1. Begrippen In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2. Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
5.3 Bestemmingsregels Het stramien voor de regels is vastgelegd in de SVBP 2012. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een regel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. Artikel 3 Bedrijf Gronden die bestemd zijn als 'Bedrijf' zijn bedoeld voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die voorkomen in categorie 1 en 2 van de in bijlage 1 van de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van een bouwvlak zijn hoofdgebouwen toegestaan. Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen tevoldoen aan de genoemde bouwhoogte voor binnen en bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord 37
buiten het bouwvlak. Binnen de regels behorend bij de bestemming 'Bedrijf' bestaat de mogelijkheid om middels een omgevingsvergunning af te wijken voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die niet is benoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten of om een bedrijf toe te laten uit maximaal 1 milieucategorie hoger. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Bedrijf' onder voorwaarden te kunnen wijzigen naar de bestemmingen 'Wonen' inclusief de bestemming 'Tuin'. Artikel 4 Bedrijf - nutsvoorziening Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor het bestaande en nieuwe gemaal met bijbehorende bebouwing en voorzieningen. Artikel 5 Groen Binnen de bestemming 'Groen' zijn grotere en structurele groenvoorzieningen opgenomen, maar ook structuren zoals groenstroken, bermen, wandelpaden, speelvoorzieningen, straatmeubilair en overige tot de bestemming behorende voorzieningen zijn binnen deze bestemming gelegen. Wijziging, aantasting en compensatie van het groen en bomen dient getoetst te worden aan het gemeentelijk groenbeleid. Op de gronden mogen kleine bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. Op deze gronden rust ook de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'; op deze gronden is de uitvoering van het landschappelijke inrichtingsplan (bijlage 1 bij de regels) voorzien.
Deze moet worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.
5.4 Dubbelbestemming Artikel 7 Leiding - Water In de gronden behorende tot deze bestemming is een waterleiding gelegen. Deze bestemming strekt tot beheer en onderhoud van de leiding en bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. Met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is het mogelijk om hiervan af te wijken, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de leiding.
5.5 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel In dit artikel wordt geregeld dat voor gronden die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijven. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen aan plaatsing van gebouwen, de dakhelling van hellende dakvlakken en de nokrichting en de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouw zijnde. Deze eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten. Daarnaast is in de algemene bouwregels een bestaande afstanden en ander maten regeling opgenomen. In lid 26.3 is tevens een regeling opgenomen met betrekking tot het ondergronds bouwen. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel is het bestaand en verboden gebruik opgenomen. Hier is een algemeen gebruiksverbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemming. Het gebruik van gronden, gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie is expliciet uitgesloten.
Daarnaast is in dit artikel de voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing op de gronden met de bestemming Groen opgenomen. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor de gronden binnen de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'Luchtvaartverkeerszone - 3'. Hierin is aangegeven wat de maximale bouwhoogte van bouwwerken mag bedragen ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak ten aanzien van Breda International Airport. Verder zijn regels opgenomen voor het bouwen binnen de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduiding 'Milieuzone - boringsvrije zone' ter bescherming van de
38 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23
kwaliteit van het grondwater en 'Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone'. Als laatste zijn in dit artikel regels opgenomen voor het bouwen binnen de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduiding 'Vrijwaringzone - weg' voor de bescherming van de verkeersfunctie, het onderhoud en de ruimtereservering van de aangrenzende Rijksweg. Geen bouwwerken mogen worden opgericht binnen een afstand van 50 meter vanuit de rand van de meest nabijgelegen rijbaan, met uitzondering van bouwwerken en voorzieningen die nodig zijn voor het wegverkeer. In overleg met Rijkswaterstaat, de wegbeheerder, is de bebouwing in de vorm van het bedrijfsverzamelgebouw toegelaten. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn enkele algemene afwijkingen opgenomen. Ten eerste is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen betreffende het overschrijden van de in het plan opgenomen maatvoeringen met maximaal 10%. Daarnaast is er een afwijking opgenomen voor het oprichten van licht- en vlaggenmasten, respectievelijk antennes en overige masten met een bouwhoogte tot maximaal 10 respectievelijk 15 meter.
Als laatste is het mogelijk om via een omgevingsvergunning geringe afwijkingen toe te staan, die in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de bestemming niet wijzigt en de bouwgrens maximaal 2,50 meter verschuift. Artikel 13 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor geringe afwijkingen die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, geen gebouwen zijnde of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze rechten zijn overgenomen uit het voorgaande plan. Artikel 14 Overige regels In dit artikel is een regeling opgenomen ten behoeve van het parkeren.
5.6 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: Artikel 15 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Artikel 16 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord".
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord 39
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een ruimtelijk plan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23 te St. Willebrord' is een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie); het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen; het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet
nodig is. Er wordt een anterieure overeenkomst afgesloten met de initiatiefnemer(s). Een exploitatieplan is daarmee niet noodzakelijk.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemers hebben een omgevingsdialoog gehouden met een aantal omwonenden. De resultaten hiervan zijn in een verslag verwoord, zie bijlage 8. Dit betreffen de definitieve gespreksverslagen.
6.2.2 Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Het ontwerpbestemmingsplan is conform art. 3.1.1 Bro voorgelegd aan de vooroverlegpartners.
6.2.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 21 december 2023 gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in een Nota van Zienswijzen, die in bijlage 10 bij deze toelichting is gevoegd. De zienswijzen zijn deels gegrond en deels ongegrond. Het plan wordt gewijzigd vastgesteld ten opzichte van het ontwerp.
40 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Roosendaalseweg 23