07b1 Bijlage beleidsbegroting Ingekomen zienswijzen begrotingsvoorbereiding GGD West-Brabant 2027
Tekst van het document
Ingekomen zienswijzen begrotingsvoorbereiding GGD West-Brabant 2027 In het onderstaande overzicht vindt u de ingekomen zienswijzen voor de op te stellen beleidsbegroting 2027. De reactie op deze zienswijzen door de GGD wordt in het DB behandeld en in het AB voor instemming voorgelegd: Gemeente
Financiële voorwaarden
Etten-Leur Moerdijk Woensdrecht Halderberge Zundert
Beleidsmatige voorwaarden
Antwoord GGD
1. Wij verwachten dat de GGD West-Brabant (samen met de GGD Hart voor Brabant) in samenspraak met de deelnemende gemeenten een vervolg van het meerjarenbeleidsplan 2023-2026 opstelt en presenteert, welke in lijn is met de gezamenlijke toekomstvisie ‘Wij maken samen gezond gewoon’ en de ingezette bestuurlijke bezuinigingsopdracht van 4%. Ook dient dit plan in het lopende proces van verkenning tot verdergaande samenwerking, Samen Sterker, meegenomen te worden.
De GGD pakt deze wens van harte op. Zowel in de samenwerking onderling met GGD Hart voor Brabant als de deelnemende gemeenten zullen wij de passende stappen zetten om aan deze voorwaarde handen en voeten te geven.
2. Algemene financiële richtlijnen/voorwaarden (zie bijlage 1)
De algemene financiële voorwaarden zullen cf. worden uitgevoerd.
3. De GGD geeft in de kadernota en beleidsbegroting 2027 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan het nieuwe, nog op te stellen beleidsplan 2026-2030.
Wij lezen deze vraag zo dat kadernota, beleidsbegroting en nieuwe beleidsplan met elkaar in samenhang worden opgesteld. Die voorwaarde nemen wij graag ter harte.
4. Gezien de afnemende financiële middelen vanaf 2026 verwachten gemeenten ook in 2027 beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht
De GGD neemt kennis van deze wens en behoefte en zal het gesprek daarover met de gemeenten voeren mede aan de hand van haar begrotingsvoornemens en het productenboek.
1
nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie met voorrang in samenspraak met het ambtenarenoverleg, of een delegatie daarvan, levert en dit benodigde inzicht/transparantie meeneemt in de verdere uitwerking van Samen Sterker. In het traject Samen Sterker dient een vergelijk in het productenaanbod tussen beide GGD’en op een eenduidige en eenvoudige wijze te maken zijn. 5. Van de GGD verwachten de gemeenten dat met de verdere uitwerking van Samen Sterker naast de bestuurders ook de ambtenaren en gemeenteraden tijdig betrokken worden, op een dusdanig moment zodat zij de mogelijkheid hebben om de uitkomst van het traject wezenlijk kunnen beïnvloeden. Afstemming met het Algemeen Bestuur van de GGD Hart voor Brabant spreekt voor zich. Aan beide besturen dienen dezelfde voorstellen/besluiten te worden voorgelegd. Men dient onder andere oog te hebben voor de gewenste lokale nabijheid van de GGD, de kosten van dit proces en de zeggenschap van de deelnemende gemeenten in samenwerking.
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
In de recent in beide AB besturen besproken tijdsplanning en de door de Colleges aan de Raden gezonden informatiebrief over Samen Sterker zijn tijdpaden, te maken afwegingen en kader omschreven volgend op besluitvorming in beide AB besturen van juli 2025. Beide GGD en bouwen daar op verder en zullen bijgaande voorwaarde in het vervolg in acht nemen.
2
Bijlage 1: Algemene financiële richtlijnen Voor 2027 gelden de onderstaande algemene financiële richtlijnen (zoals vastgelegd in de nota Verbonden Partijen): 1. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. ln de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt.
Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij 'de index van de loonvoet sector overheid' gevolgd en voor de prijsontwikkeling 'de index van de netto materiële consumptie'. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.
Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 5. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden).
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
3
6. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. 7. ln de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico's met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht ín de benodigde weerstandscapaciteit.
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
4
Bijlage 2: Randvoorwaarden specifiek per gemeente Etten-Leur: Richtlijnen kaders begroting 2027 In de nota Verbonden Partijen zijn de volgende financiële richtlijnen vastgelegd: 1. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt.
Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.
Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 5. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
5
gemeenten bij de conceptbegroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). 6. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. 7. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Beleidsmatige richtlijnen Openbaar belang Het uitvoeren van de Wet publieke gezondheid en toezichtstaken van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Risico's 1. Veranderingen in het basistakenpakket en plustakenpakket kunnen leiden tot ongedekte vaste kosten bij de GGD. 2. Er ligt een risico op het gebied van (on)voldoende capaciteit in crisissituaties.
Beleidsmatige richtlijnen: 1. Wij verwachten dat de GGD West-Brabant (samen met de GGD Hart voor Brabant) in samenspraak met de deelnemende gemeenten een vervolg van het meerjarenbeleidsplan 20232026 opstelt en presenteert, welke in lijn is met de gezamenlijke toekomstvisie ‘Wij maken samen gezond gewoon’ en de ingezette bestuurlijke bezuinigingsopdracht van 4%. Tevens dient dit plan in het lopende proces van verkenning tot verdergaande samenwerking, Samen Sterker, meegenomen te worden. 2. De GGD geeft in de kadernota en beleidsbegroting 2027 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan het nieuwe, nog op te stellen beleidsplan 2026-2030. 3. Gezien de afnemende financiële middelen vanaf 2026 verwachten gemeenten ook in 2027 beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie met voorrang in samenspraak met het
ambtenarenoverleg, of een delegatie daarvan, levert en dit benodigde inzicht/transparantie
meeneemt in de verdere uitwerking van Samen Sterker. In het traject Samen Sterker dient een vergelijk in het productenaanbod tussen beide GGD’en op een eenduidige en eenvoudige wijze te maken zijn.
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
6
4. Van de GGD verwachten de gemeenten dat met de verdere uitwerking van Samen Sterker naast de bestuurders ook de ambtenaren en gemeenteraden tijdig betrokken worden, op een dusdanig moment zodat zij de mogelijkheid hebben om de uitkomst van het traject wezenlijk kunnen beïnvloeden. Afstemming met het Algemeen Bestuur van de GGD Hart voor Brabant spreekt voor zich. Aan beide besturen dienen dezelfde voorstellen/besluiten te worden voorgelegd. Men dient onder andere oog te hebben voor de gewenste lokale nabijheid van de GGD, de kosten van dit proces en de zeggenschap van de deelnemende gemeenten in samenwerking.
Bijdrage Etten-Leur Begroting
2025
2026
2027
20
2.090.000
2.232.000
2.305.000
2.382.
Resultaat
2025
2026
Resultaat
0
0
Vermogen
01-01-2026
31-12-2026
eigen vermogen
6.035.000
6.116.000
vreemd vermogen
19.778.000
20.860.000
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
7
Moerdijk: REGIONAAL ADVIES ALGEMEN FINANCIËLE RICHTLIJNEN GR’EN KADERS/BEGROTING 2027 1. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt.
Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.
Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 5. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden).
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
8
6. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. 7. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.
FINANCIËLE EN BELEIDSMATIGE RICHTLIJNEN KADERS/BEGROTING 2027 GGD WEST-BRABANT: Woensdrecht Financiële richtlijnen (geheel conform de Nota verbonden partijen) 1. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt.
Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.
Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd.
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
9
Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 5. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). 6. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. 7. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen.
Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.
Beleidsmatige richtlijnen 1. Wij verwachten dat de GGD West-Brabant (samen met de GGD Hart voor Brabant) in samenspraak met de deelnemende gemeenten een vervolg van het meerjarenbeleidsplan 2023-2026 opstelt en presenteert, welke in lijn is met de gezamenlijke toekomstvisie ‘Wij maken samen gezond gewoon’ en de ingezette bestuurlijke bezuinigingsopdracht van 4%. Tevens dient dit plan in het lopende proces van verkenning tot verdergaande samenwerking, Samen Sterker, meegenomen te worden. 2. De GGD geeft in de kadernota en Beleidsbegroting 2027 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan het nieuwe, nog op te stellen beleidsplan 2026-2030. 3. Gezien de afnemende financiële middelen vanaf 2026 verwachten gemeenten ook in 2027 beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie met voorrang in samenspraak met het ambtenarenoverleg, of een delegatie daarvan, levert en dit benodigde inzicht/transparantie meeneemt in de verdere uitwerking van Samen Sterker. In het traject Samen Sterker dient een vergelijk in het productenaanbod tussen beide GGD’en op een eenduidige en eenvoudige wijze te maken zijn. 4.
Van de GGD verwachten de gemeenten dat met de verdere uitwerking van Samen Sterker naast de bestuurders ook de ambtenaren en gemeenteraden tijdig betrokken worden, op een dusdanig moment zodat zij de mogelijkheid hebben om de uitkomst van het traject wezenlijk kunnen beïnvloeden. Afstemming met het Algemeen Bestuur van de GGD Hart voor Brabant spreekt voor zich.
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
10
5. Aan beide besturen dienen dezelfde voorstellen/besluiten te worden voorgelegd. Men dient o.a. oog te hebben voor de gewenste lokale nabijheid van de GGD, de kosten van dit proces en de zeggenschap van de deelnemende gemeenten in de samenwerking.
Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant
11