07b Regels 2
Tekst van het document
Algemene gebruiksregels
Algemene gebruiksregels
Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 6 bedoelde gronden en bouwwerken: a. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving; b. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven voor een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie.
Bestemmingsplan regels 190490
Pagina 22 van 30
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
9.2
Mestbewerking
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan de nieuwvestiging van mestbewerking, de uitbreiding van de bestaande gebruiksoppervlakte van mestbewerking en de toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte voor mestbewerking, uitgezonderd in het geval van mestbewerking van ter plaatse geproduceerde mest bij een veehouderij. 9.3
Voorwaardelijke verplichtingen
9.3.1
Landschappelijke inpassing
De gronden en bouwwerken ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’, mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van wonen indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het beplantingsplan zoals is toegevoegd in bijlage 1 en met dien verstande dat de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap wordt uitgevoerd binnen twee jaar na onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan. 9.3.2
Alternatieve landschappelijke inpassing
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.3.1, teneinde voor de betreffende locatie een andere landschappelijke inpassing toe te staan dan opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan dat is opgenomen in de bijlage bij deze regels, mits een vergelijkbare kwalitatieve staat van landschappelijke inrichting wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren landschappelijk inpassingsplan overgelegd.
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
10.1
Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone
10.1.1
Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de radarverstoringsgebieden van Vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen, teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen en bescherming van de obstakelbeheerzones van Vliegbasis Woensdrecht. 10.1.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 6): a. mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een hoogte van meer dan 88 meter; b. geldt voor windturbines, in aanvulling op het bepaalde onder a en naast de bouwregels zoals opgenomen in de artikelen 3 tot en met 5, dat geen windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m + NAP. 10.1.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1.2 voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen, met dien verstande dat: a. het functioneren van de radar niet in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast; b. de Minister van Defensie ingestemd heeft met de ontwikkeling.
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van:
Bestemmingsplan regels 190490
Pagina 23 van 30
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
a.
de in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10%, met dien verstande dat deze afwijking niet is toegestaan voor de vergroting van de inhoud van woningen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, met dien verstande dat de overschrijding maximaal 2,5 m bedraagt en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-/ontvangstinstallaties en/of sirenemasten wordt verhoogd tot maximaal 40 m; d. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m; met dien verstande dat: 1. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. 11.2
Kleinschalig beschermd wonen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen en vormen van kleinschalig beschermd wonen toestaan, met dien verstande dat: a. voor het inrichten van een bijbehorend bouwwerk als woonruimte ten behoeve van het aanbieden van beschermd wonen, geldt dat: 1. het maximum aantal te huisvesten personen 5 bedraagt; 2. het maximum aantal bouwwerken per locatie 5 bedraagt; 3. de voorziening voor beschermd wonen uitsluitend mag worden bewoond door personen, waarvoor de behoefte aan beschermd woningen is aangetoond door middel van een indicatie die is afgegeven door de (centrum)gemeente; 4. het gaat om tijdelijke huisvesting van personen (maximaal 2 jaar per persoon); 5. er geen zelfstandige woning ontstaat; 6. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van beschermd wonen minimaal 15 m2 en maximaal 25 m² per persoon bedraagt. De oppervlakte ten behoeve van beschermd wonen wordt niet meegerekend voor de maximale gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de (bedrijfs)woning; 7. de afstand tussen de bouwwerken minimaal 5 m bedraagt; 8. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 9. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan; 10.
aangetoond is dat de voorziening voor kleinschalig beschermd wonen geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven; 11. de brandweer advies heeft uitgebracht over de voorziening. b. voor het plaatsen van (een) tijdelijke vrijstaande woonunit(s) ten behoeve van het aanbieden van beschermd wonen, geldt dat: 1. het maximum aantal te huisvesten personen 5 bedraagt; 2. het maximum aantal te plaatsen woonunits per locatie 5 bedraagt; 3. de voorziening voor beschermd wonen uitsluitend mag worden bewoond door personen, waarvoor de behoefte aan beschermd woningen is aangetoond door middel van een indicatie die is afgegeven door de (centrum)gemeente; 4. het gaat om tijdelijke huisvesting van personen (maximaal 2 jaar per persoon); 5. er geen zelfstandige woning ontstaat; 6. de oppervlakte van een tijdelijke woonunit minimaal 15 m2 en maximaal 25 m² per persoon bedraagt. De oppervlakte ten behoeve van beschermd wonen wordt niet meegerekend voor de maximale gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de (bedrijfs)woning; 7. de afstand tussen de woonunits minimaal 5 m bedraagt; 8. plaatsing van een tijdelijke woonunit uitsluitend binnen het bouwvlak en minimaal 2 m achter de voorgevel van de (bedrijfs)woning is toegestaan; Bestemmingsplan regels 190490
Pagina 24 van 30
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
9. de goothoogte van een tijdelijke woonunit maximaal 3 m bedraagt; 10. de bouwhoogte van een tijdelijke woonunit maximaal 5 m bedraagt; 11. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 12. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan; 13. aangetoond is dat de voorziening voor kleinschalig beschermd wonen geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven; 14. de brandweer advies heeft uitgebracht over de voorziening. 11.3
Kleinere afstand van bouwwerken tot de weg
Het bevoegd gezag kan, al dan niet in combinatie met de afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in lid 9.1.3, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de minimale afstand van bouwwerken tot de as van de weg zoals voorgeschreven in hoofdstuk 2, met dien verstande dat a. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de regels in het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met dien verstande dat: a. bestemmingsgrenzen met niet meer dan 5 meter worden verschoven; b. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 13 13.1
Algemene procedureregels
Nadere eisen
Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 14
Overige regels
14.1
Voorwaardelijke verplichting
14.1.1
Maximaal verhard oppervlakte
De gronden ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’, mogen voor maximaal 60 % verhard worden. 14.2
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in artikel 7 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. 14.3 a.
Parkeerregeling bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken, dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017 ' d.d. 31 mei 2017;
Bestemmingsplan regels 190490
Pagina 25 van 30
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
b.
c.
d.
het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a indien wordt voorzien in parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld onder a; indien de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' als bedoeld onder a gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning getoetst aan deze wijziging. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.
Bestemmingsplan regels 190490
Pagina 26 van 30
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1
15.2
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. a.
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Rucphen’.
Bestemmingsplan regels 190490
Pagina 27 van 30
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1. Landschappelijke inpassing
Landschappelijke inpassing Ruimte voor ruimte woning naast Ettenseweg 29 - Sprundel
Nieuwmoerseweg 3a 4885 KJ ACHTMAAL info@plangroen.nl
www.plangroen.nl
Planlocatie
1925
Gebiedsbeschrijving:
1950
1985
2019
Het gebied ten oosten van de kernen bestaat hoofdzakelijk uit oude besloten zandontginningen. De kavelstructuur is grillig en is her en der aangezet met houtwallen. Het grootste deel van deze karakteristieke elementen is echter verloren gegaan. Een ander opvallend element is de laanbeplanting langs de wegen. Het patroon van bomenrijen en lanen maakt het landschap kleinschaliger. Door de grillige structuur en de aanwezigheid van veel opgaande beplanting zijn landschapskamers ontstaan die allerlei agrarische functies herbergen. Er bevinden zich veel intensieve veehouderijen, maar ook boomteelt en kassen. Op de planlocatie wordt het landschapselement ‘Knip- scheerheg’ in vorm van een ‘Brabantse haag’ en het landschapselement ‘Hoogstam fruitboomgaard’ toegepast. Tussen de percelen wordt het landschappelijk element ‘Knip-scheerheg’ gerealiseerd en aan de zuidkant van het perceel wordt de hoogstamfruitboomgaard aangeplant. Dit niet alleen om de perceelsgrens aan te geven en privacy te creëren maar ook om de biodiversiteit te verrijken.
Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Ettenseweg 29 - Sprundel
Bestaande Bossingel
Te realiseren Brabantse Knip- scheerheg 236 meter lang Te realiseren Hoogstamfruitboomgaard 6 stuks
Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Ettenseweg 29 - Sprundel
Knip- scheerheg 236 M:
Hoogtamfruitboomgaard (6 stuks) :
‘Knip-scheerheg ’ valt onder landschapspakket L7 (STIKA).Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen- en struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren.
Het landschapselement ‘Hoogstam fruitboomgaard’ valt onder het landschapspakket L10 (STIKA). Een boomgaard met hoogstamfruitbomen ( appel, peer, pruim,kers), waarvan de kroon op een hoogte van minimaal 150 centimeter boven de stamvoet begint en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie.
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: -
-
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer:
Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; Het element wordt minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal eenmaal per jaar geknipt of geschoren en de haag heeft in geschoren toestand een hoogte van minimaal 1 meter; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juni en 15 maart.
-
-
Soort Latijnse naam
Er worden vier planten per strekkende meter geplant.
Soort Latijnse naam Fagus sylvatica Ligustrum ovalifolium Euonymus europaeus Acer campestre Ilex auquifolium
maat
Aantal
Malus domestica ‘Elstar’
Nederlandse naam gewone beuk gewone liguster gewone kardinaalshoed veldesdoorn hulst
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; In geval van een bestaand element bedraagt de onderlinge plantafstand minimaal 8 meter. De onderbegroeiing wordt als grasland beheerd. Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbebehandeling. Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen. Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen. Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 1 april.
Pyrus communis ‘Conferance’
150/175 0+2 120/150 150/+ 120/150 150/+
188 192 188 188 188
Prunus avium ‘Karina’
Aantal
16-18 16-18 16-18
2 2 2
Nederlandse naam Elstar appel Conferance peer Karina kers
Beheerplan Hoogstamfruitboomgaard: Het beheer van de landschappelijke elementen worden volgens de normen van het STIKA (Stimuleringskader) Noord- Brabant uitgevoerd. Hieronder wordt het streefbeeld en beheer per landschapelement toegelicht. Hoogstam fruitboomgaard:
Beheerplan Knip- scheerheg: Het beheer van de landschappelijke elementen worden volgens de normen van het STIKA (Stimuleringskader) Noord- Brabant uitgevoerd. Hieronder wordt het streefbeeld en beheer per landschapelement toegelicht.
Knip- scheerheg:
Minimaal één keer per twee jaar wordt de fruitboomgaard in de periode 1 augustus tot 15 maart gesnoeid. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: -
Het verwijderen van waterloten, zuigers en kruisende(schurende) takken. Vruchtdragende takken (meerjarig hout) innemen ter bevordering van het vruchtdragen.
In de periode 1 juni tot en met 15 maart, wordt de knip-scheerhaag ieder jaar geschoren. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: -
maat
Strakke lijnen snoeien op gewenste hoogte en breedte van het element. Toppen om een dichte structuur van de haag te creëren.
Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Ettenseweg 29 - Sprundel
Referentiebeelden
Brabantse Knip- Scheerheg Hoogstamfruitboomgaard
Landschappelijk inpassing Ruimte voor Ruimte woningen naast Ettenseweg 29- Sprundel
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Verbeelding
Plangebied Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel
Enkelbestemmingen A
U 00094G0000
Agrarisch
G-LE
Groen - Landschapselement
W
Wonen
RPN00U 00098G0000
Dubbelbestemmingen WR-A
Waarde - Archeologie
Gebiedsaanduidingen 29
li Keijenb
A
overige zone - bebouwingsconcentratie overige zone - beperkingen veehouderij
kstraat
G-LE
W WR-A
overige zone - teeltondersteunende kassen toegestaan overige zone - waarde archeologie 2 overige zone - waarde archeologie 3 vrijwaringszone - obstakelbeheerzone
bouwvlak
Et
te
ns
ew
eg
Bouwvlakken
BESTEMMINGSPLAN
RPN00U 00095G0000
"Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel"
Projectnr Blad Getekend Schaal Datum Wijz.
: : : : : :
190490 NL.IMRO.0840.9000B0050-ON01 L.S. 1:1000 2021-06-02 --
GEMEENTE RUCPHEN Molenzicht 2 |4881 BW Zundert |076-5990340 | www.schoenmakersadvies.nl
RPN00U 00096G0000 RPN00T 00341G0000